De kip! (Narda legt nog ’n eitje)

Blijven er toch nog twee vragen over die ik nog onbeantwoord heb gelaten, maar wat veel mensen zich misschien nog steeds afvragen.
1) Had mijn moeder nou een eetstoornis of niet?

Jessica, de halfzus van Kyl kreeg omstreden haar dertiende anorexia nervosa. In die periode heeft ze een paar maanden bij haar vader gewoond. Op de dagen dat haar vader werkte was ik het die haar ‘AN streken’ moest zien te handelen en haar ’s morgens moest wegen. Ze was ongeveer 1.70 en woog iets van 40 kilo; nèt aan genoeg om uit het ziekenhuis te blijven. Ik weet dus van heel dichtbij wat AN is.

Mijn moeder had volgens mij geen AN.
Ze was totaal niet bezig met calorieën tellen, of voedingstoffen uitsluiten.

En nee, boulimia had ze denk ik ook niet.
Geen vreetbuien, geen spuugsessies, niets van dat al.
Ze gaf gewoon niet zoveel om eten, hoewel ze een palinkje op zijn tijd niet te versmaden vond.

Dus nee, geen eetstoornis als AN of boulimia vermoed ik, hoewel ze volgens twee tantes van mij heel vroeger wel een eetstoornis heeft gehad.

Ik denk gewoon dat eten -net als haar sherry’tje en sigaretje- voor haar gewoon iets was dat ‘helemaal van haar was’.
Niemand nam die controle van haar af. Dàt besliste ze zelf wel. In die zin was er dus misschien wel sprake van een eetstoornis. Daarnaast kreeg ze net als ik bij veel stress ook bijna geen hap meer door haar keel.

Zelf heb ik namelijk ook een periode gehad dat ik heel mager was. Toen ik in ’99 in Australië was woog ik nog maar 48 kilo. Jess -mollig destijds- zei altijd: ‘Owww, I wished I could be like you’, en ik kreeg maar niet uit dat koppie gepraat dat ik helemaal niet zo mager wilde zijn.
Bij mij was het gewoon pure stress, en ik vermoed dat dat ook een oorzaak is geweest van het ondergewicht van mijn moeder.

Later was de kanker er natuurlijk verantwoordelijk voor dat ze geen eetlust meer had. Zelf vond ze het echt niet leuk dat ze zo mager was geworden, ze deed echt wel haar best om wat te eten, en later om haar Nutridrink leeg te drinken.

Ach, nogmaals, dingen gaan soms helaas zo als ze gaan.
Voor mij vallen de puzzelstukjes nu wel op zijn plek.

2) De vraag of ze nu door een tia rond haar achtentwintigste dusdanig van karakter is veranderd dat ze drugs is gaan gebruiken kan ik nu ook wel beantwoorden:

Dat ze later zo ten nadele (mijn mening) is veranderd, kwam éérst door haar drugsgebruik en pas daarna mede door het zware herseninfarct op haar tweeënveertigste.
Ik denk dat ik door me steeds maar vast te klampen aan de gedachte dat mijn zus toen een tia heeft gehad, mij verder niet hoefde te verdiepen in andere oorzaken waarin ik zelf natuurlijk ook een grote rol heb gespeeld.

Als ik vroeger niet zo recalcitrant was geweest, mijn vader niet zo autoritair en onredelijk, en mijn moeder niet zo labiel en volgzaam had mijn zus niet zo haar best hoeven doen om voor iedereen in huis ‘te zorgen’. Ze was vroeger de wijste, stabielste, en -samen met mijn moeder- de liefste en zachtaardigste van ons vier.

Ik hoop dat ik haar nu een klein beetje recht heb kunnen doen door al mijn blogs over haar.

Nee, ik loop niet rond met een heel groot schuldgevoel nu.
Dingen gaan gewoon zoals ze gaan. Er was totaal geen kwade opzet in het spel, maar waarschijnlijk wel een stoornis uit het autisme spectrum bij mijn vader.
Daar raak ik naar mate ik er meer over lees steeds meer van overtuigd.

Advertenties

Westenwind

Vanmiddag heerlijk uitgewaaid op strand Bakkum bij paal 45.
Mijn zus vliegerde daar altijd graag eind van de middag/ begin van de avond als ze bij mijn ouders op camping Bakkum logeerde.
Vorig jaar met Hemelvaartdag hebben Rem en ik daar ’s morgens heel vroeg een klein gedeelte van haar as gestrooid, op zus haar eigen verzoek. Ook een gedeelte van (Beau)Nino ligt daar ‘om haar te beschermen’. Daar hadden we zelfs nog met Zus grapjes over gemaakt toen we het erover hadden op de dag nadat mijn vader was gecremeerd.

Mijn moeder leefde natuurlijk nog toen ik de as van Zus uitstrooide, en toen ik vroeg of ik ook een beetje van haar en pap in Zus haar duinpan zou strooien vond ze het heel fijn als ik dit wilde doen, ‘maar niet als het teveel moeite kost hoor Kind, alleen het Guisveld is ook prima hoor’.
Ik grapte toen nog, ‘ach mam, als ik toch bezig ben…’
Mijn moeder was er namelijk erg op gebrand dat ik al Zus haar uitstrooi- wensen zou uitvoeren. ‘Doe maar een beetje hier.., een beetje daar….O, en daar natuurlijk…’
-Ze zou het vast prachtig gevonden hebben als ze had kunnen zien hoe druk ik er maar mee ben. (Maar ook blij hoor).

Tja. Wij waren altijd echte strandmensen, mijn ouders en zus nog veel meer dan ik. Ooit schreef ik dit gedicht. Mijn zus vond dat zo mooi dat ze het levensgroot op haar toiletdeur geschreven had. Vier regels uit dat gedicht hebben we na haar overlijden op de binnenzijde van haar rouwkaart laten drukken:
‘Maar als je luistert naar de golven,
voel je je weer even twee;
hetzelfde kleine meisje
aan dezelfde grote zee…’

Vandaag was het de perfecte dag om ook de belofte na te komen een klein gedeelte van mijn ouders daarbij te strooien.
Er stond een straffe westenwind, en het was niet al te koud, niet al te zonnig en dus zou het vermoedelijk niet al te druk zijn.

Op de heenweg kreeg ik ineens zin om een vlieger te kopen.
Zo gezegd zo dus ook gedaan.

Voor we naar paal 45 liepen natuurlijk eerst wat gedronken bij ‘Zeezicht’ de favoriete strandtent van mijn ouders. -Zoets doen we natuurlijk wel in stijl hè?!-

Daarna dus het doosje leeggegooid en dat voelde voor mij een beetje als ‘vrijheid’. Niet voor mij, maar voor hen.

Nadat ik dat gedaan had viel het me ineens op dat de hele lucht grijs en grauw was, er was alleen een klein stukje blauw boven hun duinpan zichtbaar. Grappig. Lief.

De volgende foto is trouwens ook wel grappig:
image
Het lijkt net alsof Rem drie of zelfs vier vliegers vasthoudt. Het is er echt maar eentje hoor. Zal wel aan mijn IPhone liggen, maar ik zie daar gewoon graag een lieve groet in.

Na een uurtje zijn we weer gegaan. Het helmgras wuifde me tevreden na.
Nog even wat gedronken bij Zeezicht en daarna een lekkerbekje gegeten op de camping, terwijl goedkeurende glimlachjes van mijn ouders en zus in mijn gedachten verschenen.

Weer een klus plat.(niet oneerbiedig bedoeld). 
Nu alleen nog ons boottochtje door het Guisveld om de rest van de as uit te strooien (de grootste hoeveelheid). Daarna zal ik alleen nog wat kleine emaille hartjes met as bewaren. 

Voorlopig vind ik het fijn dat ze nog een beetje dichtbij me zijn. Als de tijd er rijp voor is zal ik het gewoon weten.

Keuzestress…

Soms kan het me zo bij de keel grijpen allemaal.
Ik bedoel, er zijn zo oneindig veel mogelijkheden voor alles.
Keuzes, acties, reacties.
Hokjes voor dit, plekjes voor dat. Ik kan me voorstellen dat veel mensen de weg kwijt raken.

Iets simplistisch willen beredeneren is waarschijnlijk gewoon wel eigen aan de mens hoor.
Door iets kleiner te maken, of de mogelijkheden te beperken kun je – ook als ‘hulpverlener’- nog enigszins het overzicht behouden.
Maar doen we onszelf daarmee vaak niet te kort?

Het begint er al mee dat we een probleem behapbaar willen maken door het in slechts 1 of 2 zinnen samen te gaan vatten. Is dat niet veel te eenvoudig gedacht? Juist door de omvang van het probleem ontbreekt het veel mensen juist aan inzicht in hun probleem volgens mij.

Dat probleem wordt vervolgens door diverse mensen die hen denken te kunnen helpen vrij eendimensionaal benaderd, maar vaak alleen vanuit de eigen invalshoek.

Gaan ze bijvoorbeeld naar de huisarts voor advies, of gesprekken voeren met een maatschappelijk werker of psycholoog dan zullen zij het probleem op bijna nagenoeg dezelfde wijze benaderen.
Praktisch. Veelal Jung. Eventueel met medicatie.

Maar komen ze met hetzelfde probleem aan bij een astroloog bijvoorbeeld, dan zal deze al snel naar de geboortehoroscoop kijken, waarschijnlijk ontdekken dat er harde aspecten zijn tussen de langzame planeten met hun persoonlijke planeten, en hierover uitleg geven.

Spreken ze de fysiotherapeut dan zal hij ze aanraden om lekker te gaan sporten zodat de stofjes vrijkomen waardoor ze zich beter zult gaan voelen en ze -ook in je hoofd- weerbaarder zullen worden. Klinkt heel logisch.

De diëtist zal dit ook vervolgens volmondig beamen met : ‘ja hoor, een gezonde geest in een gezond lichaam’, en een paar Superfoods voor ze uit haar mouw schudden.

En terwijl ze lekker in het zonnetje zitten te lezen om hun vitamine D op peil te houden komen ze er in een boek over Feng shui achter dat er gewoon iets grondig mis is met de Shi in hun huis. -Sja!-
Dat verklaard ook een hoop natuurlijk.
Misschien moeten ze ook die rozenkwarts maar weer eens opladen door hem een nacht in de stralen van de volle maan te leggen.

En wellicht kunnen ze nog eens overwegen een goede medium / paragnost te bezoeken.
Wie weet slapen ze wel zo slecht doordat hun bed op zo’n energetisch aardstraalpunt staat of zo! 

Die ene aurahealer? Is dat niet wat?
Misschien zelfs aan rebirthing doen.
Of eerst een kaartje laten leggen?

Of bidden en een God om hulp vragen. -Kost geen cent-
Of zich aansluiten bij een gezellige heksenkring / danwel sekte.

Of….
een workshop therapeutisch schrijven / schilderen/ kleien volgen.
Wandelen in de natuur, lekker aarden met de aarde en wat bomen knuffelen.
Accupunctuur niet te vergeten.
Kleurentherapie?
NLP voor Dummies
Mindmappen
Mindfulness
MBTI / Belbin / Enneagrammen
Yoga
Etc. Etc.

Of -anoniem- aansluiten bij een forum.
Of lekker RL klagen bij de praatgroep om de hoek.

Pfff…zoveel mogelijkheden.
En dan heb ik het nog niet eens over de personal coaches die tegenwoordig als paddenstoelen uit de grond schieten.

Poeh….

En allemaal zo vanuit één visie, één basisovertuiging.
Dat is toch allemaal veel te simpel benaderd?
Alles hangt toch veel nauwer met elkaar samen?

Tja. Misschien is het ook wel helemaal niet zo gek om gewoon eerst maar eens te kijken welke benadering je het meest aanspreekt.
Ik ben geloof ik zelf wel van het holistische.
-Simpel gesteld-

Over gedachten denken…

‘En wat doe je dan als je niet meer kunt slapen Narda?’
‘Dan denk ik na’.
‘En waar denk je dan zoal aan?’

Tja.
Bijvoorbeeld over het gesprek met de Poh GGZ dat ik vanmiddag weer heb:

Misschien moet ik namelijk nog even terugkomen op dat volle glas, maar dan meer in relatie tot draagkracht / draaglast.

– Ik moet iets met de draaglast verhogende factoren (de stressoren, het niet kunnen verwerken van de prikkels die voor mij ( op dit moment) teveel zijn en waar en waardoor het glas overloopt.

Het lijkt mij het handigst om
vier lijsten te maken.
Lijst 1:
stressoren privé waar ik iets aan kan veranderen.
Lijst 2:
stressoren privé waar ik niets aan kan veranderen.
Lijst 3:
stressoren werk waar ik iets aan kan veranderen.
Lijst 4: stressoren werk waar ik niets aan kan veranderen.

Verder heb ik geloof ik nieuwe coping strategieën nodig. Voor een heldere en beknopte uitleg zie: http://www.onyourmind.nl/copingstrategieen-hoe-ga-jij-met-stress-om/
Ik geloof dat alle strategieën in deze lijst mij wel bekend zijn, behalve de wat passieve;-))
Tussen deze strategieën kunnen we de volgende verdeling maken: Probleemgerichte coping, waarbij men het probleem probeert op te lossen. Dat ga ik dus doen door met de lijsten 1 en 3 aan de gang te gaan. Te beginnen bij advies bij bedrijfsarts en de Poh inwinnen hoe ik eea het beste kan gaan aanpakken.
Zelf denk ik hierbij aan
1: de kernkwadranten: Wat zijn mijn allergieën en waar liggen dus mijn uitdagingen?
2: Waar liggen nog mogelijkheden om geluidsprikkels te beperken/ (ontvluchten;)
3: Waar liggen nog mogelijkheden iets te verbeteren aan de dagelijkse irritatie factortjes als storingen van printers e.d.

Naast de probleem gerichte coping hebben we de emotiegerichte coping, waarbij men probeert de gevoelens die het probleem veroorzaakt te veranderen.
Heeft u weleens van het G- schema gehoord? (Gebeurtenis, Gedachten, Gevoel, Gedrag).
Heel kort door de bocht: door je gedachten over een gebeurtenis in positieve zin aan te passen zul je daar vervolgens een positiever gevoel door krijgen waardoor je er ook op een positievere wijze op zult reageren. Dit zijn gedachten die je helpen, ze maken je sterk, vrolijk, helpen je te focussen op de dingen die goed zijn en goed gaan en helpen je je doel te bereiken.
Naast helpende gedachten zijn er ook gedachten die je niet helpen je doel te bereiken, ze maken je zwakker, somber, richten zich op de dingen die niet goed zijn en fout gaan. Ze leveren onnodige extra stress op.
Ik was al bekend met het G-schema toen ik op mijn twintigste ‘Niet morgen maar nu’ las;-)
Ik kom straks nog even terug op dit schema.

Naast deze draaglast factoren vond ik op het www ook de volgende draagkracht verlágende factoren:

-persoonlijkheid (erfelijkheid, opvoeding)
-overtuigingen / waarden en normen. (*Ik denk dus ook ingebakken destructieve G-schema’s).
-emotionele intelligentie
(*geen IQ?)
-behoeften en verlangens
-geslacht
-levensfase
-gezondheid
(*noten van mezelf).

Ik wil dus nog even terug komen op het G- schema.
Waar ik volgens mij de fout in ben gegaan is dat ik dit schema een beetje te vaak heb gebruikt.
Niet alleen om destructieve gedachten om te zetten naar positieve, maar ook om ergernissen om proberen te buigen naar mildheid en daardoor verdraagzaamheid.
Ik heb dat misschien wel in mijn hoofd helemaal in de vingers, maar mijn lijf laat zich schijnbaar niet bedonderen.
-Da’s wel een puntje ook om met de Poh te bespreken-.

Enfin.
Ik ben dus weer gewoon terug bij de incongruentie van een paar blogjes terug:(
Mijn voorlopige conclusie:
Ik denk dat ik teveel in mijn hoofd heb gezeten, en meer naar mijn lichaamssignalen / onderbuikgevoel/ keel e.d. moet gaan luisteren. (Dat krijgt vroeger of later namelijk ook nog eens bijna altijd gelijk;-)

Dáár denk ik dan dus bijvoorbeeld aan lieve meneer de Poh.

Pfff…bekaf word ik ervan.

(U ook?)

Eerst maar eens roeien.

Hoe denkt u?

Op mijn werk hebben we onlangs onder elkaar een onderzoekje gedaan omtrent de ‘overlast’ op onze werkplek. Wij werken meestal met zijn tweeën aan een receptie. Een paar meter voor de receptie staan twee zithoekjes. Links van onze balie is een hele grote wachtkamer van ongeveer negen bij negen meter met ruim dertig zitplaatsen. Het ziet er echt allemaal prachtig uit.

Natuurlijk geeft een en ander behalve gezelligheid ook veel drukte. Soms zoveel dat ik me gewoon niet meer kan concentreren op mijn werk.

Nu had ik echt het idee dat mijn collega’s daar net zo veel last van hadden als ik. In mijn ogen kón dat gewoon bijna niet anders.
Maar dat is dus gewoon niet zo!
Die ontdekking was echt een eye-opener voor me.

In mijn vorige blog had ik al de afbeelding van het glas laten zien en verteld dat het glas inderdaad juist bij de dagelijkse kleine ergernissen bij mij overloopt. En mede door de afgelopen drie jaren is mijn verdraagzaamheid kennelijk tot een dieptepunt gedaald. Ook privé.

Anyway, zoiets vroeg natuurlijk om nader onderzoek en al vrij snel kwam ik er achter dat ik gewoon wat sensitiever ben dan de meeste andere mensen. Daardoor raak ik schijnbaar ook sneller overprikkeld en heb ik meer tijd alleen nodig om alles te verwerken, als ik het goed begrijp heeft zo’n vijftien à twintig procent van de bevolking dat ook. 
Ik ben volgens mij ook een introvert. Even heel kort door de bocht: extraverte mensen krijgen energie door het omgaan met andere mensen, introverte mensen laden zich op in afzondering. Dat heeft bijvoorbeeld dus verder weinig met veel praten/ weinig praten van doen.

Waar ik verder ook achter ben gekomen is dat ik een zgn. beelddenker ben. Dat was ook wel een eye-opener zeg. Ik dacht dat iedereen altijd in beelden denkt, maar naar het schijnt denkt zo’n negentig procent van de mensen in woorden?

Bij de meeste beelddenkers is de rechterhersenhelft dominant. Een grappig klein onderzoekje om erachter te komen welke hersenhelft dominant is kunt u hier vinden. Hoeveel waarde u eraan moet hechten laat ik in het midden, de meningen zijn nogal verdeeld op het www.

Ook het visualiseren van voorwerpen en dat voorwerp dan vervolgens van alle kanten in je hoofd kunnen bekijken schijnt typisch iets voor beelddenkers te zijn. Ik dacht echt dat iedereen dit kon. (En niet goed zijn in rekenen komt ook vaak voor:-)

Als ik een fictief verhaal schrijf moet ik het ook eerst in mijn hoofd zien als een film voor ik het kan opschrijven. Hetzelfde geldt eigenlijk voor mijn jeugdherinneringen: ik beschrijf wat ik zie, en vaak kan ik me dan ook nog de geuren en zo herinneren en wat ik op dat moment dacht of voelde.

Mijn moeder en zus hadden precies hetzelfde. Aan een half woord hadden we genoeg, gewoon omdat we de beelden direct levendig voor ons zagen.

Soms is het ook niet leuk. Dierenleed bijvoorbeeld. Ik kan sommige (ook fictieve) dingen zo precies voor mijn ogen zien af spelen dat ik daar helemaal naar van kan worden. Gelukkig lukt het me meestal wel om dat tegen te houden, maar ik kàn het dus wel.

Maar nogmaals: volgens mij is dat dus echt niet zo bijzonder. Daarom mijn vraag:
Hoe werkt dat bij u in het dagelijks leven?
En als u een verhaal schrijft?

Ik ben daar reuze nieuwsgierig naar, dus hoop op veel reacties.

Noot: Wat ik zonet tijdens het roeien nog bedacht: Volgens mij is een verschil tussen beide soorten denkers dat een beelddenker schrijft om de beelden die hij ziet concreet te maken, en de woordenker ziet pas de beelden voor zich als hij de woorden gelezen heeft.  

Vrijdag visdag

Nadat ik een uur op weinig af had rondgedoold door de Bieb, bijna niets zaligers dan dàt, en vervolgens mijn boodschappen op het gemak had gedaan besloot ik weer eens een visje te halen.

De rij bij de visboer was lang. Vroeg wijs geworden bij de tandarts in de jaren zeventig riep ik in het wilde weg: ‘Achter wie ben ik?’
Twee meiden zwaaiden me toe vanachter uit de zaak: ‘Na ons’. Ik had nog even zo te zien.

Het was natuurlijk vrijdag.
Vìsdag voor ‘den katholieke mensch’. 
Nu werd dat bij ons thuis vroeger niet zo strikt nagevolgd, hoewel mijn vader toch wel vaak op vrijdag tussen de middag een paar lekkerbekjes en wat kibbelingetjes speciaal voor Kylian  kocht bij Hildering. Meestal ging Kyl dan mee, en brachten ze eerst een visje naar ‘ouwe oma’, de moeder van mijn vader, die destijds op de Marktstraat woonde. Ik zie ze nog zo gaan  samen op de fiets: mijn vader met zijn oranje fleecevest en zijn blauwe pet, en Kyl, ook met blauwe pet en oranje fleecevest in het zitje voorop.

De haring was in de aanbieding vandaag zag ik: Drie voor 5 euro. De uitjes en het zuur mochten apart herhaalde de visvrouw  tot in den treuren, maar toch zat de angst er bij de klanten kennelijk goed in dat ze het hele zootje bij elkaar in een zakje zou pleuren.
Mijn moeder was altijd gek op haring geweest. Net als haar hele familie overigens. Maar nog gekker waren ze op paling.
Palinkies, Jonkies, en Brandewijntjes.
-Ik heb het allemaal niet van een vreemd, en ook veel van mijn neven en nichten zijn erfelijk belast. Wij kunnen er echt niets aan doen hoor mensen-.

Ik was inmiddels aan de beurt om mijn enkele harinkie te bestellen, -wat moest ik er nou met drie? Kyl en Rem blieven ze niet zo- maar een meneer meende dat hij eerder aan de beurt was, wat mij de tijd gaf nog even verder te mijmeren terwijl de makrelen enigszins verbolgen over hun plotselinge einde naar de TL verlichting staarden. Mijn vader had altijd graag gevist. In de polder. In zee. In de sloot vlak bij ons huis. Mijn kat Porky zat dan naast hem aan de ene, en een reiger aan de andere kant. Op het laatst was Porrek zo oud en versleten dat hij haar het stoepje op en af moest tillen. En maar kletsen tegen hem: ‘Mjah’. Voorntjes ving hij veel geloof ik, en een enkele keer een brasem. In de crisisjaren ’80 had mijn vader zelfs voor de katten gevist om wat te bezuinigen. Mam kookte ze dan met oud wit brood tot een papje, maar niet nadat mijn vader ze eerst zorgvuldig had schoongemaakt. 
In Spanje had hij ook vaak gevist. In de zee bij Carihuela met wat Spaanse vrienden, ter hoogte van Pedro of Michael.
-Hij kan er nu voor altijd en eeuwig vissen-. 

Nu was ik echt aan de beurt.
Ik besloot er spontaan een portie kibbeling bij te nemen om nog wat tijd te rekken.
Kibbeling voor mijn grote kind dat nog op bed lag, toen ik vertrok, moe van zijn avonddienst in het restaurant.

Een vergeten zakje lag ongemakkelijk op de toonbank te wachten totdat iemand het zag.  
Niemand wist hoe of wat.
Harinkjes waren het. Twee. 
We concludeerden eensgezind dat er vast wel iemand voor terug zou komen. -Niets immers zo vervelend als wanneer ze de ‘pindasaus’ vergeten zijn- Ze zette het zakje -met de uitjes apart- in de koeling. 

Ik wilde eigenlijk wel weg toen een meneer vervelend begon te zeuren.
Of er dille in de ravigottesaus zat. Nee, het was niet eens dille, hij bedoelde een ander kruid waarvan niemand heden ten dagen nog enig benul heeft waarin je het kan strooien. Of hoe het er überhaupt uit zou moeten zien. 
In geen enkel sausje zat het. 
Na lang wikken en wegen koos hij voor de coctailsaus, wat natuurlijk een volstrekt verkeerde keuze was,  als u het mij vraagt.

Daar kwam mijn zakje aan. Ik had al betaald. ‘Vijfeurotien’.
Een prettig weekend kreeg ik op de koop toe.

Toen ik  onze straat inreed bedacht ik me dat ik nog steeds niet bij oude buurvrouw K. was langs geweest sinds mijn collecte voor het Reumafonds. Ze heeft het niet zo makkelijk, ook financieel niet meer.
Volgende week dan maar.

Ècht. 

En mèt twee harinkjes;-)

image

Over troost

Door Myriam ben ik uitgenodigd om de volgende tag in te vullen.
De tag komt van Zinderen, een Vlaams blog. Het was eigenlijk wel goed voor me om even over haar vragen na te denken.
Ik heb ze niet allemaal beantwoord, deze vond ik genoeg.
Wees gerust ik ga niemand taggen, maar voel je vrij om hem eventueel over te nemen, graag met vermelding van de link naar  Zinderen

Goed, kom maar op:

Wat is troost eigenlijk?

Een goede vraag. Het kan zoveel vormen aannemen: een moeder die haar kindje sust, een arm om je heen, een hand op je schouder, of je liefste die je stevig vasthoud in de ellenlange nachten die nooit voorbij lijken te gaan. Aanwezigheid, een blik, een kaartje, een kus, de tijd nemen om te luisteren. Een hond die je blij begroet, je kat die niet van je zijde wijkt als hij voelt dat je verdriet hebt…Soms een fles wijn, of een beker anijsmelk. Dat soort dingen.

Heeft iedereen recht op troost?
Kinderen altijd. Verder ligt het er aan vind ik.

Word je zonder troost hard en kil?
Hm. Daar zit misschien wel wat in. Daarom denk ik ook dat kinderen altijd troost (hoort bij liefdevolle opvoeding) moeten krijgen als ze dat nodig hebben. Ik loste vroeger in mijn pubertijd mijn verdriet zèlf wel op thuis. Ben ik hard? Nee, ik geloof het niet. Kil? Ook niet. Maar ik kan het absoluut wel zijn als de situatie daarom vraagt. Voor mezelf zeker, maar ook voor anderen. Maar voordat het zover komt ben ik een ei.

Ben jij een goede trooster?
Voor mijn kind en man geloof ik wel. Niet dat dat veel nodig is gelukkig. Voor de rest doe ik mijn best. Ik vind het wel makkelijker om een man te troosten. Ik kan misschien soms wat rechtstreeks en oplossingsgericht troosten, zeg maar.

Wanneer heb jij troost nodig?
Ik kan mezelf aardig goed troosten. Ik huil niet zo snel en niet zo vaak. Maar soms… Als een naaste overlijdt bijvoorbeeld. Dan heb je echt alle steun wel nodig van elkaar. Ook toen onze Bordeauxdog (Beau)Nino overleed was ik daar kappot van, en dat zal ik ook zeker zijn als Bram (of Spook) zal komen te overlijden. Verder kan de combinatie van volle maan, harde wind en mezelf niet lekker voelen er nog wel eens voor zorgen dat ik een beetje labiel word en even een avondje heel erg veel troost en aandacht nodig heb. Dan kruip ik lekker weg bij Remco.

Wat biedt jou troost?
Vooral aanraking, maar ook begrip. Of het geduld wanneer ik weer eens even het verschil vergeten ben tussen de emoties boosheid en verdriet. En wat ik hierboven bij de eerste vraag al schreef allemaal.
Misschien moet ik het aanvullen met:

Mensen die even zomaar vragen hoe het met me gaat, ook al heb ik geen zin om erover te praten. Of die laten weten dat ze weten dat het het vast ‘een moeilijke dag zal zijn vandaag’. Fotoboeken, mooie spulletjes op de plank in de kast die nog een beetje naar ze ruiken.  Hun stem in mijn hoofd alsof ze naast me staan. Een oude fijne handdoek van mam waar ik mijn rug mee droog wrijf. Een cd van pap. En zijn lichtblauw sweatshirt. Mams laarsjes en rok in mijn kast. Zus’ jas. Casettebandjes. Oude boeken waarin zij lazen, of de waarheid meenden te vinden. Mijn blog waarin ik over ze terug kan lezen en waarin ik over ze kan schrijven om ze levend te houden: de vele herinneringen; soms ineens weer zo een waarvan je niet besefte dat je hem nog had. Oude brieven die mijn ouders elkaar schreven.Hun ringen om mijn vinger. Het kruisje om mijn nek dat mijn vader voor mijn moeder kocht toen mijn zus was geboren.  Dagboeken. Schilderijen. Rituelen en ‘gekke’ gewoonten. De verhalen over hen, die ik nog niet kende, die mij verteld worden door anderen. De gesprekken die we nog konden hebben om alles nog te zeggen (helaas niet bij Zus). Mijn tantes en ooms, nichten en neven. Blogmaatjes, vrienden en vriendinnen. En bovenal mijn kind en het hare, waarin ik ze zo herken. Maar ook: De zon in mijn gezicht. Sneeuwklokjes die net boven de grond komen piepen. Frisse lucht in mijn longen. Bomen die weer bloesem krijgen. Een blaffende hond. 

Momenten van stille berusting en aanvaarding.

Het aanbreken van weer een nieuwe dag
en de zekerheid van de dood.

Recht hebben op versus Verantwoordelijkheid nemen voor

Kent u ze?
Mensen die bang zijn voor hun eigen hachie?
Mensen die menen dat ze tekort komen zodra een ander iets krijgt waarop zij recht menen te hebben?
Mensen die vinden dat ze gelijk behandeld moeten worden als ieder ander, zo niet beter, maar dit recht voor het gemak vergeten zodra het de ander is die het minder heeft?

Ik vraag me wel eens af waar deze mensen dat recht nou precies vandaan menen te kunnen halen.
Is het hun geboorterecht?
Zijn zij beter dan de ander?
Slimmer?
Anders van kleur?
Hebben ze meer geld, meer bezittingen?
Of het juiste geloof?
Ik snap het niet.
U wel?

Gister in de trein las ik een stukje op Jantines Reisblog over de ontroerend mooie uitzending van Floortje Dessing over de 28 jarige Amerikaanse Maggie die 51 kinderen heeft geadopteerd in Nepal.
Toevallig had ik de uitzending ook gezien, en net als Jantine vond ik het zeer inspirerend. Jantine schreef er een heel mooi blog over.

Een klein citaat hieruit:

“Wij Nederlanders hebben recht op zoveel dingen. Op gelijke rechten, op een uitkering, op zorg en eigenlijk op alles wat ons leventje gemakkelijker maakt. Hartstikke mooi dat dit zo goed geregeld is. Maar waar blijft onze verantwoordelijkheid? Zijn wij ook niet verantwoordelijk voor een goede zorg voor elkaar. Eentje die niet alleen berust op geld en tijd, maar op zorgzaamheid. Zijn wij niet verantwoordelijk ook eens dingen belangeloos te doen, gewoon omdat je de mogelijkheid hebt en wat mij betreft daarmee ook de verantwoordelijkheid.”

Als we kijken naar tien, twintig jaar terug was er in ons land ontzettend veel geregeld. Misschien wel tè veel, waardoor we gewoon verleerd hebben zelf de verantwoordelijkheid te nemen.
‘Ik betaal toch belasting?’
‘Ik heb toch recht op…?’

Nu moeten we
-noodgedwongen- zoeken naar een nieuw evenwicht tussen ‘recht hebben op’ en verantwoordelijkheid nemen voor.
En nee: ik ben het niet eens met de vele bezuinigingen in de zorg en met heel veel andere veranderingen die zoveel (financiële) ellende teweegbrengen bij sommigen onder ons.

Maar ik ben wèl van mening dat sommige zure mensen eens niet zo hard moeten roepen dat ze recht hebben op’, maar gewoon omdat het kan voor de lol eens een keer ‘verantwoordelijkheid nemen voor’.

Hoe denkt u hierover?

image

Tip-tag 2016 nu al gestrand?

Tip-tag 2016:

Veel mensen hebben een motto in hun leven, of een favoriete quote of wijsheid van henzelf die ze helpt om de moed erin te houden als het allemaal even niet zo lekker gaat. Een van de mijne is bijvoorbeeld ‘Gewoon doorroeien’, een tip die ik ooit per sms van mijn zus ontving toenam het even niet meer zag zitten, en waar ik nog steeds veel aan heb. Soms is het namelijk voor mij inderdaad ook gewoon het beste om op routine gestaag door te gaan als ik het even allemaal niet meer weet.
Gewoon een voor een de dingen afhandelen die je moet doen.

Nu hebben we allemaal vast wel zo onze eigen favoriete ‘tip’.
Het lijkt me leuk om al onze beste tips gezamenlijk aan het eind van het jaar onder elkaar in een blog te plaatsen.
Dat wordt dan hopelijk een heel liefdevol blog waar alle mensen die het lezen misschien weer troost of moed uit kunnen putten.

Het is de bedoeling dat je slechts 1 persoon tagt. Wil deze persoon het stokje niet overnemen wil je het dan even aan mij (Narda) laten weten, dan vraag ik of iemand anders de tag wil overnemen.
-Jammer genoeg is deze tag vandaag al bij mij terug gekomen, maar zelf vind ik de tag zo waardevol dat ik het toch graag een keer probeer. Rietepietz, zou jij hem willen overnemen?

Voor de uitgebreide spelregels zie:
Beaunino:https://nardablog.wordpress.com/2016/01/04/tip-tag-2016/

De tips tot nu toe:

Mirjam Kakelbont: http://kakelbont.freeweb.nl/?p=12948

Melody:

Tip-tag 2016 van Narda

Mrs.T. http://www.triltaal.nl/2016/01/13/tip-tag-2016/

Wil je hier de link invullen van het tip-tag bericht van degene die het stokje aan je door heeft gegeven?

Verguisd, vergeeld en vergeten

Vorige week, in de auto, op weg naar het crematorium, in Wormerveer op de half opgebroken Provinciale weg ter hoogte van het Guisveld tussen Fortuna en Saenden wist ik dat er èrgens een keer een eind aan mijn zoektocht zal moeten komen.
Tegelijk met dat besef brak de zon door het wolkendek, wat voor mij zoveel betekende als een zegen voor deze gedachte uit het hiernamaals.
-Whatever that may be-.

En niet alleen wist ik dàt er een eind moest komen aan mijn poging de ultieme waarheid aan het licht te brengen, ook exact wanneer het zo ver zal zijn stond mij opeens helder voor ogen; op de dag dat ik mijn ouders, zus en onze Bordeauxdog (Beau)Nino in het Guisveld zal verstrooien wil ik voor eens en altijd een eind maken aan mijn zoektocht naar het antwoord op mijn Grote Vraag ‘Waarom?’
Of ik het antwoord gevonden zal hebben betwijfel ik, maar misschien dat deze deadline -o, hoe toepasselijk-, mij daarna wat rust in mijn hoofd zal gunnen.

Ja.
Zo zal ik het gaan doen.
Mits er tussentijds andere lumineuze ideeën van zich doen spreken uiteraard. Voor goede, betere ideeën is het immers nooit te laat.

Misschien ga ik mijn blog daarna nog herschrijven.
Misschien ga ik het ook zo, met alle spel-en stijlfouten wel gewoon uitgeven in eigen beheer.
Gewoon, voor Kylian.
Voor neef.
-op zolder later-
Voor mezelf.
En voor ieder die het verder lezen wil,
weten wil, wat ìk nou eigenlijk denk wat het antwoord is op de zinloosheid van het bestaan.
Want is dát niet exact wat ik zoek?
En waar iedereen van tijd tot tijd naar op zoek is?
Ik ben alleen bang dat ik uiteindelijk ook geen antwoord zal hebben.
Wie heeft immers het antwoord op de dood?
Laat staan op een vroegtijdige dood, zonder afscheid, pats-boem.
Of op de zinloosheid van het bestaan.
Een antwoord op: waarom de dingen gewoon gaan, zoals ze gaan.

Het zal uiteindelijk maar bar weinig mensen ook echt interesseren.
Heus.
Uiteindelijk zal ook ons verhaal gewoon verstoffen, ergens op een zolder:
Verguisd, vergeeld en vergeten.