Over ENTJ, astrologie,diefstal, schrijfcursus en ander onbelangrijk gezwets

Dinsdag had ik mijn eerste loopbaangesprek. De uitgebreide MBTI test die ik eerder al had gemaakt werd nu uitvoerig besproken en ik werd nogmaals getest. Voor wie het wat zegt: ik heb een ENTJ voorkeur (maar dan niet zo heel erg uitgesproken E).
Best interessant allemaal. MBTI is gebaseerd op de persoonlijkheidstherapien van Carl Jung. Er bestaan 16 verschillende samenstellingen van zgn. voorkeuren.

Op zich is het een makkelijke manier om de juiste man op de juiste plek in te zetten, maar het haalt het volgens mij absoluut niet bij een goed geduide geboortehoroscoop. Zeker een synastrie- , en/of een midpointhoroscoop en transits zijn daarbij ook zeer de moeite waard, waarmee ik niet wil suggereren dat ik al deze kennis in pacht heb, maar met een goede site als astrocom kom je tegenwoordig al een heel eind. Zeker als je kijkt naar de posities van de Zon en de Maan, en daarna Venus, mars en Mercurius en Jupiter kom je al een heel eind. Nog mooier is het als je de exacte geboortetijd van degene weet met wie je jouw horoscoop wilt vergelijken. Op Astrocom worden alle mogelijke combinaties voor je geduid, dus je hoeft niets zelf te interpreteren, alleen moet je je wel bedenken dat een goede astroloog al deze feitjes weer als een puzzelstuk in elkaar weet te passen. Als je alleen kijkt naar de aspecten of plaatsingen van planeten op zich, zie je dus maar steeds bepaalde facetten zonder het totaalplaatje te ontdekken. Voor wie mijn horoscoop eens wil vergelijken met die van hem of haar:
Mijn gegevens: 31-5-1967 om 13:46 te Wormerveer.
Ik ben dus een Tweelingen, met een maagd ascendent en de maan in vissen. (Mars staat in mijn eerste huis in weegschaal. Dat is dus de reden waarom ik strijd tegen onrecht, of goed kan opkomen voor mezelf).
Genoeg hierover, ik weet dat het jullie geen barst interesseert, maar ik vind het zo verdomd intrigerend allemaal.

Iets anders nu.
Kyl zijn portemonnee is gestolen op zijn werk. Zo stom: Stopt hij zijn tas in de kluis en laat hij zijn portemonnee in zijn jaszak zitten. Ov weg, bankpas weg, rijbewijs weg.
Het zit hem niet mee, want de reparatie aan zijn scooter kost veel meer dan hij had durven hopen. En nu denken de mannen hier thuis aan een autootje voor Kyl.
Kunnen ze uren over bomen samen. (En als ik dan ook wat zeg hóren ze het niet eens;-)

Gister na het werk had ik weer cursus. Het was weer hartstikke leuk. Het is echt een hele gezellige groep (ondanks het hoge bollebosen gehalte;-)
Onder /op mijn verhaaltje stonden niet veel aanmerkingen, slechts 1 keer een ‘huh?’, slechts 1 regel was weggestreept en onder het verhaal had ze -naast een krul-: ‘Pure poëzie!’ geschreven. Maar ze zei er wèl bij dat het zo ook wel voldoende was zo. Meer in dezelfde stijl zou gaan vervelen. Dit verhaal was eigenlijk deel 1 van 2 delen. Ik heb nog anderhalve week om eraan te klussen. Het verhaal wat ze laatst zo mooi vond hoort kan daar dan nog achteraan en is het werkelijke eind. Misschien ga ik als de cursus voorbij is wel proberen er een heel boek van te maken. En -als ik dan een begin heb- wil ik in september nog de cursus ‘Roman schrijven’ gaan volgen, maar die is zeer intensief, dus waar ik dan de tijd vandaan moet halen, geen idee. We zien wel. 
We hebben gister als groep Nicolien gevraagd of ze zin heeft om met ons op de datum van de reserveles af te spreken.
(Dacht ik bij het voorstel aan gezellig wijnen en bieren aan een lange tafel in de kroeg, mijn Bb-sjes denken hierbij aan een pittoresk restaurant en het bespreken van ‘het werk’ -de boeken dus- van Nicolien, en de wijze waarop dit zo tot stand is gekomen: -Zo-kan-het-dus-ook-Nar!-

Kyl is nu naar het gemeentehuis en gaat op de terugweg boodschappen doen. Volgens mij hadden we niets nodig, maar Kyl blieft vanavond niet graag bloemkool, aardappels en tartaar, dus nu gaat hij lekker koken. En dat maakt mij zo
blij:-D (Zelf had ik nl. ook weinig trek in die saaie hap).Vandaag zie ik hem trouwens voor het eerst weer deze week geloof ik. En na vandaag zie ik hem denk ik zondag pas weer, want dan gaan we gezellig samen carpoolen naar ons werk hebben we zojuist besloten. 

Rem heb ik ook amper gezien, maar ik geloof dat hij wel in zijn hum is met zijn nieuwe trekker.
Lijkt me ook wel wat hoor, vrachtwagenchauffeur. Lekker tussen de mannen, muziekje op, beetje naar buiten tureluren…
Rem is van origine trouwens botenbouwer. Maar het bloed kruipt hé: zoals zoveel chauffeurs doet hij gewoon wat hij het liefste doet, en daar wordt een mens uiteindelijk toch gewoon het gelukkigst van…

Gijpen

Soms heb je van die dagen waarin alles wel tegen lijkt te zitten. Van die dagen waarop je eigenlijk gewoon ’s morgens al weet dat je niet meer zou moeten doen dan de lade met de enkele sokken eens uitzoeken, en daarna snel met een dekentje, thee en een boek op de bank gaan liggen, maar waarop je uiteindelijk toch gewoon je dag maar weer vult met alles wat er nou eenmaal gedaan moet worden op zo’n dag.
Vrijdag was zo’n dag voor mij.

De afgelopen weken loop ik al met een brok in mijn keel. Van verdriet had ik ‘m al natuurlijk, die is de laatste jaren al standaard aanwezig -het valt me bijna niet eens meer op- maar nu dus ook van frustratie. Waarom kan ik nou niet net als de meeste mensen mij er gewoon bij neerleggen als iets in mijn ogen onredelijk is?
Waarom ben ik altijd weer degene die -uiteindelijk- opkomt voor dàt waar ik in geloof?
Niet omdat ìk juist zo principieel wil zijn maar juist omdat sommige mensen zo principieel zijn om bij het maken van keuzes de ratio te laten spreken waar een beslissing vanuit het hart meer op zijn plaats zou zijn geweest.
Ik voel me daardoor gekwetst, al zal dat echt niet de bedoeling zijn geweest.
Ach, wat schieten we er allemaal mee op? Zou de wereld er nou echt een haar beter van worden? Het zou mezelf uiteindelijk veel meer verdriet gaan doen als ik door mijn rancune hier iemand door zou benadelen ben ik bang.

Nou u ziet het:
Mijn hoofd is weer hartstikke ‘vol’.
Maar gelukkig ook leuke dingen gedaan: Rem had zomaar kaartjes voor deze knapperd gekocht:

image

Het was hartstikke leuk, mooi, en alles van dat. We waren nog nooit in het gebouw binnen geweest, dat alleen was al zeer de moeite waard. Rem is meestal wel van de klassieke muziek op de zondagochtend, hij heeft sowieso een brede muzieksmaak in tegenstelling tot mij. Bij mij moet het vooral rustig zijn. Ballads en de laatste tijd soms Julio Iglesias. Haha, dat zouden mijn ouders zo leuk vinden. Op de een of andere manier weet ik er troost uit te putten.

Gister was Rem druk met zijn 35763 wieldoppen poetsen van ‘zijn’ oude vrachtwagen. (nou ja, 2,5 jaar) Hij heeft vandaag een spiksplinternieuwe XF ‘gekregen’. Ik was de hele middag zoet met deel 1 van mijn 2-delig verhaal van 4 blz met een ‘object’ en dialoog. Moet dus wel een symbolische waarde aanzitten. Vlag, erfenis, schat, dat soort dingen.
Nou, probeer die objecten van mij dan maar eens op 2 kantjes te proppen;-)

Vanmorgen even bij Dais op de koffie geweest. Ze had laatst al haar vader verloren en vorige week had ze een fietser op haar motorkap, erg geschrokken natuurlijk. Heerlijke bananensoezen gegeten. Knapt een mens van op soms.

Verder weinig te melden, morgen mijn eerste echte gesprek met de loopbaanfunctionaris. Ik ben benieuwd aan het eind van het traject te horen waar mijn ‘talenten’ nou eigenlijk liggen.

Ondertussen gewoon maar lekker doorroeien met de riemen die ik heb, al schiet dat natuurlijk voor geen meter op zo;-))

Roeien met Matt

Inmiddels al twee drukke werkdagen achter de rug. Twee te gaan, want ik heb zaterdag vrij genomen. Niet alleen druk in de zin van ‘veel te doen’, maar ook in de zin van complete families die de hele dag in de wachtkamer wachten tot hun dochter/moeder/zus/nicht/achternicht/tante eindelijk bevallen is. En denkt u alstublieft niet dat een en ander gepaard gaat met respect voor de werkende mens. Gastvrijheid voorop!

Gisteravond had ik weer schrijfcursus. Na het werk wilde ik deze keer eens niet naar de Bijenkorf dus zocht ik wat anders. Maar waar ik ook binnenkwam, niets zinde me. Als ik houten stoelen zie ben ik sowieso weg, en hetzelfde geldt eigenlijk voor muziek die iets te hard staat. Uiteindelijk belandde ik bij een kroeg tegenover de Westerkerk waar ze naast bitterballen en ossenworst niet veel te knagen hadden helaas.

We waren maar met ons zeventjes gister. Ik geloof dat mijn cursusgenoten wel een beetje onder de indruk waren van de wijze waarop ik ‘drama’ had verwoord in de laatste pagina van ‘een’ boek. -O nee roman-. (U bent natuurlijk inmiddels al gehard door alles wat u met mij meebeleefd hebt;-)
Anyway: Nicolien vond het mooi en had er, naast wat kleine opmerkingen, met grote letters ‘je bent een Kei’ onder geschreven. Waarop ik nu natuurlijk enorm trots ben. 😃

En nu twijfel ik weer of ik het moet plaatsen hier of niet. Ik moet mijn laatste bladzijde van natuurlijk in het echt nog meemaken over vijftien maanden. Dan raakt mijn blog -U!- chronologisch natuurlijk de draad kwijt.

Vanmorgen lekker geroeid. Ik had er Zus haar Uitvaart CD bij opgezet. Dit nummer van Matt kennen jullie vast:

“There is a place I’m going no one knows me..”

Toch?

Of misschien zeggen deze regels u meer?

“Everybody got their reason, everybody got their way…
We can tell eachother secrets and remember how to love…”

En zo is het maar net.
En nu weer aan het werk, hop-hop

Pompidompidom pidom.
Pom pom pom pom…

bijbabbel

Hoewel men mij anders wil doen geloven ademt de poli Esperanz voor mij slechts wanhoop.image

De frisgroene bekleding en de ‘Geef je leven kleur’ folders die quasi nonchalant naast de paarse violen op de tafeltjes liggen verspreid, weten de triestheid niet te verbergen. Kanker laat zich niet lang verloochenen: 
Weer is ‘ons’ tafeltje bezet. Op paps stoel hangt de leren jas over de leuning van de man die door de wachtruimte ijsbeert: van de folders naar de koffiemachine en weer terug, terwijl zijn vrouw op mams stoel haar opvliegers onder controle probeert te houden door met een oude Story voor haar gezicht te wapperen.
Ik ben even later weer de gelukkige die ongeschonden door mag naar de volgende ronde: ‘Tot volgend jaar’.

Ook bij de neuroloog krijg ik vandaag goed nieuws: de CT scan van mijn hoofd was piekfijn in orde: geen aneurysma, of ander toekomstig leed in spé te zien, tot dusver.
Het deed me achteraf toch meer dan ik vooraf had verwacht.

Vandaag ga ik verder niet zoveel meer doen. Beetje wassen, lezen, roeien. Kyl slaapt nog. Hij kwam vanmorgen pas op zeven uur uit zijn werk. Gister was hij rond 15:00 begonnen. Schijnt allemaal vrij normaal te zijn als je stage loopt in de horeca. En nu heeft hij alweer een avonddienst.

Zelf vorige week ook weer twee nachten gewerkt. Zaterdagmiddag hebben Rem en ik tegels uitgezocht voor de tuin.
Dat gaat er dus eindelijk dit jaar echt van komen. Vorig jaar hadden we het vanwege mam natuurlijk uitgesteld.

Gister was het Valentijnsdag.  Ik heb er weinig mee, maar vond het stiekem natuurlijk wel leuk dat Rem een cadeautje had gekocht. Verder ben ik druk bezig geweest met mijn huiswerk voor de schrijfcursus. Mijn opdrachten van vorige week had ik niet zo goed gemaakt, al vonden ze het geloof ik wel ‘vlot lezen’, een compliment wat eigenlijk een non-compliment is in ‘de wereld van de literatuur’. (Hum).
Met een alwetende verteller werd geen auctoriale verteller bedoeld, -oeps- en ook mijn tweede opdracht liet wel wat te wensen over, maar goed mensen, ik léér.

De opdracht van deze week is drama, iets waar ik natuurlijk mijn hand niet voor omdraai;-)
We moesten nu de laatste bladzijde van een roman schrijven, in plaats van een eerste bladzijde. Nou-ik-ben-benieuwd!

Komende week werk ik vijf diensten dus de kans is groot dat ik dan weer een paar blogjes achter zal lopen, waarvoor op voorhand vast mijn welgemeende excuses.

 

Over gapers, een broodoorlog en een trouwjurk

Ik ben nog maar een uurtje wakker, maar Men-O-Men wat heb ik me alweer verbaasd en verwonderd over de berichten die ik zojuist her en der op de blogs en op FB las:

Het door een politieman op FB geschreven bericht bijvoorbeeld, waarin hij verteld over een 35 jarige vrouw die vlakbij de school van haar kinderen wordt neergestoken en vervolgens overlijdt. Dat op zich is al verschrikkelijk. Maar wat lees ik nog meer in datzelfde stukje?
Dat er mensen zijn, gapers noemt de schrijver ze-, die daar dan met hun neus bovenop gaan hangen. Een enkeling presteert het zelfs om een foto te maken van het slachtoffer. Why?

Bij mijn blogvriendinnetje Mirjam Kakelbont las ik vervolgens over de broodoorlog in de supermarkt. Even ultrakorte versie: Een man pakt het laatste Pain du Boulogne. Een vrouw die later arriveert wil dit brood ook terwijl er meer brood ligt. De man biedt aan het brood te delen, maar de vrouw zegt tegen de man dat ze het hele brood wil. Als u wilt weten hoe dit afliep moet u dat maar even bij Mirjam lezen; ze had er natuurlijk weer een heerlijk sappig verhaal van gemaakt.

Maar het is toch eigenlijk bij de konijnen af allemaal?
Hebben sommige mensen nou werkelijk geen greintje fatsoen in hun lijf?

Oké. Iets leuks dan. Had u al vernomen dat de Zee.man trouwjurken voor slechts 29,95 verkoopt? Schijnt een ware hype te zijn. Hartstikke leuke actie, met name voor de mensen die het financieel een stuk minder hebben.
Maar waar ik me dan weer over verbaas is dat er kennelijk mensen bestaan die dáár dan weer een slaatje uit willen slaan en deze trouwjurken op Marktplaats aanbieden. Natuurlijk staat het een ieder vrij om te bieden wat hij wil, maar toch…
Ik hou gewoon niet zo van die praktijken.

U wel?

Verwarring alom

Zaterdag
Bijna de hele dag bezig geweest met mijn huiswerkopdrachten.
Ging er natuurlijk totaal in op, dus het reuze gezellig voor Rem.
Ik hoor hem dan gewoon ook niet als hij wat zegt.
Gelukkig had hij ook wat te doen: de auto is weer heel;-D
Bericht uit Twisk: Lieke maakt het goed.

Zondag
Het irriteert me als ik tijdens het vouwen van de was zie dat de paardjes van Zus niet meer met hun hoofden bij elkaar staan.
Iemand heeft ze per ongeluk een beetje verzet. Ik verbaas me erover dat zoiets onbenulligs me boos maakt.
Terwijl ik even later mijn kast opruim zie ik de trouwfoto van Rem en mij staan. Mijn ouders hadden een identieke foto in de hal staan.
Trouwfoto’s, baby foto’s, kinderfoto’s. Ik besef ineens dat er nu niemand meer is die ze van mij ooit nog aan de wand zou willen hangen…
Ik ga snel naar beneden als Rem roept: 
‘Maestro’ begint.

Daarna kijken we Divorce’, een van de weinige series die ik volg. Heerlijke actie weer van Tamar. Je zou haar d’r nek toch omdraaien?

Maandag.
Als ik op mijn werk kom hoor ik dat de zus van een collega is overleden, en ik schrik daar heel erg van. Verschrikkelijk.
Ook veel te jong, zevenenvijftig of zo geloof ik.
Een collega zegt daarover:’ Zij had ook zó’n goede band met haar zus’.
Die opmerking doet van alles met me.
-Maakt dat haar verdriet dan groter dan dat van mij?-
Niemand suggereert dat, het is slechts mijn eigen invulling die ik daar aan geef.

De cursus Excel voor beginners blijkt nog best pittig te zijn. Al mijn cursusgenoten weten er al best veel van, dus het gaat in sneltreinvaart. Ik zie nog steeds van die rastertjes voor mijn ogen, men wat ging dat snel. Hopelijk is er toch genoeg blijven hangen. Morgen maar eens proberen te roosteren in Excel.

In de metro denk ik terug aan vanmorgen, aan wat er nou precies met me gebeurde toen mijn collega dat zei.
Waarom gebeurde dat nou?
Maakte het zoveel los omdat het voor mij gewoon niet meer mogelijk was om een goede band met mijn zus te hebben na haar eerste infarct toen jaar geleden?
Ik hád verd.. een goede band net mijn zus. Ook al verschilden we hemelsbreed van karakter. We gingen toch niet voor niets een paar keer samen op vakantie?
Ben ik dáár boos om?
Die verloren gegaan bezoedelde jaren?
Ben ik boos omdat deze opmerking mij het het gevoel gaf dat men kennelijk niet snapt hoeveel ik van mijn zusje hield?
Niet snapt hoe verschrikkelijk groot mijn verdriet al is geweest toen ik haar kwijt raakte door dat stomme infarct?
Ik heb de foto’s gezien van haar hoofd. Het hele linkergedeelte van haar hersenen kreeg niet genoeg zuurstof omdat die ader in haar nek heel erg vernauwd was. Het wàs niet alleen een infarct en een bloeding.
Het wáren niet (alleen) de drugs.
-Dat maakte het dus allemaal bij me los.-

Goed.
Ik ga een wijntje drinken, even de verhalen lezen van mijn collega cursisten en dan is het al weer tijd om te koken.
Yvon is geweest, dus we hebben een heerlijke schone keuken😀

 

Krijgmans dag

fictief

 Bron foto: internet

Dat Jan Krijgsman zijn leven na die dag nooit meer hetzelfde zou zijn had hij onmogelijk kunnen vermoeden toen hij in de vroege morgen zo vlug hij kon zijn ribcord over zijn lange onderbroek aantrok en met drie treden tegelijk de trap af spurtte om de rinkelende telefoon in de hal op te nemen. Een spoedgeval! 
Direct maakte hij zijn neef Paul wakker. Misschien zou hij wel  een extra paar handen kunnen gebruiken straks.  Hij trok snel zijn dikke jagersjas aan, griste zijn gleufhoed van de kapstok en pakte zijn tas die zoals altijd bij de achterdeur klaar stond op. 
‘Ik zie je zo bij de auto Paul’.

Net als de voorgaande drie dagen en nachten dwarrelden grote vlokken vanuit de hemel neer op het dikke witte tapijt waarmee de omringende weilanden inmiddels waren bedekt; een metamorfose die Jan maar matig zinde. Weldra zou het al lammerentijd zijn en het was nog veel te koud voor die beestjes.
Het goedje knerpte onder zijn laarzen terwijl hij met een zachte bezem voorzichtig zijn auto schoon veegde.
Daar was Paul al.
‘Zal ik de kar rijden oom? U hoef toch niet bekommer wees?’
Sinds zijn neef Paul een maand geleden zijn studentenwoningen nabij het Krugerpark tijdelijk had verlaten om een half jaar bij hem in de praktijk zijn stage te komen lopen had hij er al om lopen zeuren. ‘Asseblief oom?’
Jan was zeer trots en zuinig op zijn gloednieuwe zwarte Kever cabrio die als een van de eerste van de band was gerold. Hij vond het vervelend het jong wederom teleur te moeten stellen; hij hield van hem als van zijn eigen zoon. En ook al kòn de nog maar net volwassen jongen goed rijden, een wettelijk erkent bewijs daarvan had hij niet.
‘Wat denk je Paul? Zin om over twee maandjes met me mee te gaan naar de opening van de nieuwe dierentuin in Emmen?’ Sinds hij de aankondiging op het Polygoonjournaal had gezien had het idee daar met Paul heen te gaan door zijn hoofd gespeeld.
Wie weet zou de dierentuin hem wel overhalen zich voorgoed in Nederland te vestigen zodra hij zijn studie diergeneeskunde afgerond had. 
Meer familie dan elkaar hadden ze beiden niet meer nadat de vader van Paul, Jans broer, was verongelukt en op een vrouw -laat staan kinderen- durfde Jan allang niet meer te hopen. De gedachte ooit eenzaam en alleen oud te moeten worden maakte hem zoals gewoonlijk een beetje triest. 

Ja, er was slechts één telefoontje voor nodig geweest om het leven van Jan voorgoed een andere wending te geven. 
Of was dit alles soms toch door de hoogzwangere teef veroorzaakt die een paar uur later zo roekeloos tegen de ‘karbuffer’ van de auto was gelopen, zoals Paul later verklaarde aan de mooie  vrouw die vorige maand plotseling in het dorp was komen wonen.  ‘Een jóódse vrouw’, had de kolenboer al in de eerste week rond gefluisterd. ‘Gevlucht uit Duitsland!’ Alsof dàt in deze tijd een schande was!

Even later parkeerde Jan de zwarte kever op het erf van Zwart. Zwijgend stapten de beide mannen uit. Vanuit de verte hoorden ze  de kerkklok  vier keer slaan. De slagen klonken anders. Milder. Voorzichtiger had Jan bijna willen zeggen. Verder was het doodstil, op hun ademhaling en het geknisper onder hun voeten na.

Een brandend peertje leidde de mannen naar de stal. Binnen hoorden ze de boer sussend tegen de koe praten. Jan taxeerde ogenblikkelijk de paniek in de ogen van de koe en haar opgezwollen buik. Vermoedelijk stond ze ‘aan de wind’: een pens vol met gas dat niet naar buiten kon. ‘Zo Krijgsman, ben je daar eindelijk?’ Jan antwoordde niet maar opende direct zijn lederen dokterstas en hing de stethoscoop om zijn nek. ‘Heb je een oude handdoek Zwart?’
Terwijl Jan met zijn oor tegen de flank van het beest leunde om naar het hart en longen te luisteren gaf hij Paul de opdracht om de sonde uit de tas te pakken. Als hij niet snel zou handelen zou het dier waarschijnlijk spoedig overlijden.
Een halfuurtje later was de klus gelukkig geklaard.
‘Jonkie dan maar?’
Jan haalde zijn schouders op. ‘Waarom ook niet Zwart’. Paul schudde zijn hoofd. ‘Ik blijf nog wel even bij die koei’.

Zwart schonk twee glaasjes tot de rand toe vol en zette de fles jenever voor het gemak tussen hen in op het morsige kleed.
‘Proost Krijgsman. Mooi werk’.
‘Proost Zwart’.

Nee beste lezers, misschien was het wel nìet het telefoontje dat Jan zijn leven later zo had veranderd.
Misschien waren het ook niet de zieke koe of de domme teef waardoor Jan zijn leven na deze dag nooit meer hetzelfde zou zijn als voorheen. 
Welnee.
Misschien waren gewoon de vele jonkies op die vroege morgen de oorzaak dat de toekomst ná die gedenkwaardige  hectische dag er ineens toch weer wat hoopvoller uit leek te zien voor onze Jan.

——————-

De opdracht:

Schrijf de eerste bladzijde van een roman vanuit een alwetende verteller. De volgende woorden mogen niet letterlijk in het verhaal staan, maar moeten wel allemaal in het verhaal voorkomen: sneeuw, 1935, landweg, Zuid Afrika, dierenarts. Het verhaal:

Terwijl de neef die geen rijbewijs heeft de auto bestuurt rijden ze een hond aan.

Ik ben erg benieuwd of ik jullie heb kunnen overtuigen van de tijd waarin het verhaal speelt.

 

 

 

Over een band, drie hazen, een kip en een bruiloft

Het was me weer het weekje wel.-Zo’n week waarin er in het hele huis geen velletje toiletpapier meer te vinden is en je fijnste sokken kennelijk allemaal in de wasmand liggen.. Kyl werkte de avonddiensten in het hotel en ik had vier dagdiensten, dus die heb ik amper gezien. Nou ja, maandag dan, want toen waren we beiden vrij.

Was ook nog wat hoor maandag, want Rem had geregeld dat er een nieuwe energiemeter kwam. Ik zat om acht uur dus al gepikt en gedreven in de woonkamer.
Ik was er trouwens nog net op tijd achter gekomen dat het om een energiemeter ging, en niet om de verwarmingsketel boven ging, zoals ik tot de avond ervoor had gedacht. Zou toch wel grappig geweest zijn: ‘Ja komt u maar mee hoor, hij staat boven’.
Dat de stekkers van de tv en het Nespresso apparaat eruit moesten, de cv op 6 graden gezet moest worden en een ander zo’n drie uur zou duren, daar kwam ik op de ochtend zelf pas achter.
Maar goed, alles voor de groene stroom natuurlijk. Het had weinig gescheeld of ik was deze week nog eigenaar van een windmolen geworden ook. Heb hem gelukkig bijtijds kunnen overtuigen dat een nieuwe wasdroger nog vééél groener zal zijn;-). De huidige stamt nog uit de tijd met zijn ex en die was toen al een jaar of drie, dus nu ongeveer zestien jaar oud.
Rem was helemaal in zijn nopjes.
Nou ja, tot donderdag dan…

Ik reed namelijk net de straat uit, ging linksaf de bocht in en toen hoorde ik me toch een knàl. Mijn allereerste klapband was een feit. Hij was nog geen jaar oud! Ik was zo in shock door alles dat ik een stief kwartiertje later een plek voor mijn fiets zocht op de autoparkeerplaats in plaats van in de fietsenstalling.
Het was de rest van de dag trouwens ook niet meer goed gekomen.

Rem is er natuurlijk weer zoet mee. Het bleek dat de schokdemper rechts voor was afgebroken. Er was zelfs een stuk tussenuit. Iemand moet keihard de stoep opgereden zijn. Nu kom ik doorgaans niet verder dan het station, het crematorium en de ondergrondse parkeerplaats van de supermarkt, dus mijn naam is natuurlijk haas. Rem rijdt sowieso bijna nooit, nou ja, alleen als er benzine of een nieuwe band gekocht moet worden, en bovendien is hij getrouwd met mij dus zijn naam is ook Haas.
En sinds donderdag is Kyl zijn naam dus kennelijk ook Haas.
Zijn we ineens toch nog eens een èchte familie geworden.
En dat alleen maar door die band.

Anyway.
Gister heeft Rem op een sloop ergens in Limburg twee ‘nieuwe’ schokdempers gekocht en die gaat hij er dit weekend onder zetten. Eentje geloof ik. Hebben we er mooi nog een voor de breek achter de hand, altijd handig.

Gister mochten we gelukkig een busje lenen dus konden we tòch nog naar de bruiloft in Twisk.
Een paar kilometer van de feest lokatie woont Mike met zijn vrouw. Mike is een oude jeugdvriend van Lins en mij op de camping. Ik denk dat we elkaar 32 jaar niet hadden gezien maar het is nog steeds een toffe gast: hij is namelijk degene die op de contactadvertentie die ik voor kip Lieke op FB had gezet had gereageerd. Even uitleggen: een kip is namelijk een sociaal beestje dat erg ongelukkig wordt zonder andere kippenvriendjes.

Het voelde gelijk helemaal goed. Mike en zijn vrouw wonen op een prachtige boerderij met een groot nachthok en een stukje land voor de kippen en twee varkentjes. Lieke mocht eerst even op de keukentafel begroet worden en ze was allerminst bang van de grote hond en de kat, en liet zich lekker aaien. Ook toen we haar in het hok bij de andere kippen zetten reageerde ze nieuwsgierig. De kippen ook naar haar. Zowel de grote kippen als de kriel lagen lekker bij elkaar in een ketel met hooi of zo.
Ja volgens mij gaat dit helemaal goed komen. Hopelijk heeft ze nog een mooie zomer daar. En mocht het toch niet goed gaan dan brengt Mike haar weer terug.De vrouw van Mike zou me een beetje op de hoogte houden, en een fotootje sturen, dus dat houdt u van me tegoed. 

Ja, was een goed plan geweest om haar daar te brengen. Nou ja.
tot ik een uurtje later tijdens de bruiloft mijn laarzen op het toilet zag dan;-)

Het feest was hartstikke gezellig.de bruid en gom (Rems oomzegger) zagen er prachtig uit.
Mijn schoonmoeder Lies had weer helemaal van Bussum naar Blokker gereden. Tachtig is ze hè!! Ik vind het knap. Mijn schoonvader Geert ziet nog maar heel weinig en is sinds een jaar een beetje in de war jammer genoeg, maar hij had het reuze naar zijn zin. Om een uur of tien gingen ze met de taxi naar het huis van Karla en Ruud, (Rems’ zus en zwager) waar ze zouden blijven slapen, evenals mijn schoonzuster Ellie en haar dochter en schoonzoon. Zij wonen in Emmen, dus ook niet echt in de buurt.
Ja, was een mooi feest. Er werd goed gedanst en de bediening was helemaal top!

Maar nu moet ik dus aan de slag met mijn huiswerk. Ik moet voor morgen 24:00 uur twee verhalen schrijven. De opdracht over de aangereden hond en de dierenarts weten jullie al maar ik moet ook nog de volgende opdracht schrijven:

A ontmoet B. Zij praten:
A loopt even weg.
C komt langs praat met B, en loopt dan weg.
Door het laatste gesprek is er een voorsprong /voorspelling tav A ontstaan.
A komt terug en praat met B. De sfeer is veranderd.
-of je ook nog de V van verrassing wil toevoegen mag je zelf weten.
En het mag niet over vreemdgaan gaan
!

Waarover het dan wel moet gaan, ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik denk dat ik me nu eerst maar in die dierenarts vastbijt.
En tegen de tijd dat ik daarmee klaar ben staan er in de reacties hieronder misschien wel een paar leuke ideetjes van jullie;-D

Fijn weekend allemaal.

Over troost

Door Myriam ben ik uitgenodigd om de volgende tag in te vullen.
De tag komt van Zinderen, een Vlaams blog. Het was eigenlijk wel goed voor me om even over haar vragen na te denken.
Ik heb ze niet allemaal beantwoord, deze vond ik genoeg.
Wees gerust ik ga niemand taggen, maar voel je vrij om hem eventueel over te nemen, graag met vermelding van de link naar  Zinderen

Goed, kom maar op:

Wat is troost eigenlijk?

Een goede vraag. Het kan zoveel vormen aannemen: een moeder die haar kindje sust, een arm om je heen, een hand op je schouder, of je liefste die je stevig vasthoud in de ellenlange nachten die nooit voorbij lijken te gaan. Aanwezigheid, een blik, een kaartje, een kus, de tijd nemen om te luisteren. Een hond die je blij begroet, je kat die niet van je zijde wijkt als hij voelt dat je verdriet hebt…Soms een fles wijn, of een beker anijsmelk. Dat soort dingen.

Heeft iedereen recht op troost?
Kinderen altijd. Verder ligt het er aan vind ik.

Word je zonder troost hard en kil?
Hm. Daar zit misschien wel wat in. Daarom denk ik ook dat kinderen altijd troost (hoort bij liefdevolle opvoeding) moeten krijgen als ze dat nodig hebben. Ik loste vroeger in mijn pubertijd mijn verdriet zèlf wel op thuis. Ben ik hard? Nee, ik geloof het niet. Kil? Ook niet. Maar ik kan het absoluut wel zijn als de situatie daarom vraagt. Voor mezelf zeker, maar ook voor anderen. Maar voordat het zover komt ben ik een ei.

Ben jij een goede trooster?
Voor mijn kind en man geloof ik wel. Niet dat dat veel nodig is gelukkig. Voor de rest doe ik mijn best. Ik vind het wel makkelijker om een man te troosten. Ik kan misschien soms wat rechtstreeks en oplossingsgericht troosten, zeg maar.

Wanneer heb jij troost nodig?
Ik kan mezelf aardig goed troosten. Ik huil niet zo snel en niet zo vaak. Maar soms… Als een naaste overlijdt bijvoorbeeld. Dan heb je echt alle steun wel nodig van elkaar. Ook toen onze Bordeauxdog (Beau)Nino overleed was ik daar kappot van, en dat zal ik ook zeker zijn als Bram (of Spook) zal komen te overlijden. Verder kan de combinatie van volle maan, harde wind en mezelf niet lekker voelen er nog wel eens voor zorgen dat ik een beetje labiel word en even een avondje heel erg veel troost en aandacht nodig heb. Dan kruip ik lekker weg bij Remco.

Wat biedt jou troost?
Vooral aanraking, maar ook begrip. Of het geduld wanneer ik weer eens even het verschil vergeten ben tussen de emoties boosheid en verdriet. En wat ik hierboven bij de eerste vraag al schreef allemaal.
Misschien moet ik het aanvullen met:

Mensen die even zomaar vragen hoe het met me gaat, ook al heb ik geen zin om erover te praten. Of die laten weten dat ze weten dat het het vast ‘een moeilijke dag zal zijn vandaag’. Fotoboeken, mooie spulletjes op de plank in de kast die nog een beetje naar ze ruiken.  Hun stem in mijn hoofd alsof ze naast me staan. Een oude fijne handdoek van mam waar ik mijn rug mee droog wrijf. Een cd van pap. En zijn lichtblauw sweatshirt. Mams laarsjes en rok in mijn kast. Zus’ jas. Casettebandjes. Oude boeken waarin zij lazen, of de waarheid meenden te vinden. Mijn blog waarin ik over ze terug kan lezen en waarin ik over ze kan schrijven om ze levend te houden: de vele herinneringen; soms ineens weer zo een waarvan je niet besefte dat je hem nog had. Oude brieven die mijn ouders elkaar schreven.Hun ringen om mijn vinger. Het kruisje om mijn nek dat mijn vader voor mijn moeder kocht toen mijn zus was geboren.  Dagboeken. Schilderijen. Rituelen en ‘gekke’ gewoonten. De verhalen over hen, die ik nog niet kende, die mij verteld worden door anderen. De gesprekken die we nog konden hebben om alles nog te zeggen (helaas niet bij Zus). Mijn tantes en ooms, nichten en neven. Blogmaatjes, vrienden en vriendinnen. En bovenal mijn kind en het hare, waarin ik ze zo herken. Maar ook: De zon in mijn gezicht. Sneeuwklokjes die net boven de grond komen piepen. Frisse lucht in mijn longen. Bomen die weer bloesem krijgen. Een blaffende hond. 

Momenten van stille berusting en aanvaarding.

Het aanbreken van weer een nieuwe dag
en de zekerheid van de dood.

Vreemde praktijken

Ik heb nou toch zoiets leuks in handen.
Voor mijn nieuwe huiswerkopdracht ben ik een beetje informatie aan het verzamelen. (Verder heb ik nog geen flauw idee hoe ik het aan ga pakken).

image
Nu heb ik u weleens verteld dat mijn zusje 16 jaar lang de assistente was van dierenarts Krijger, in de Zaanstreek destijds een begrip. Behalve kleine huisdieren ‘deed’ hij ook het vee, met name in Uitgeest, Assendelft en Krommeniedijk waar de boeren nog gewoon boers waren, zeker door de telefoon.
Het was een stille man geloof ik, maar mijn zus en hij konden het prima vinden samen en waren goed op elkaar ingespeeld.

Nadat ik een tijdje op het internet had zitten grasduinen herinnerde ik mij opeens dat ik het  (zijn?) oude handboek diergeneeskunde van Zus hier in de kast heb staan. Vanavond keek ik er eigenlijk voor het eerst met wat meer aandacht naar, het is reuze interessant.
image
Wist u bijvoorbeeld hoe ze in 1873 vlooien bestreden?
Nou zo:
image

Voor een simpele verkoudheid raden ze tóen al aromatische dampbaden en ‘salomoniac’ aan:

image

En dit heeft u natuurlijk ook altijd al willen weten: 

 Precies, daar komt het woord bandeloosheid dus vandaan;-)

Wat een prachtig, dierbaar boekje. En dan te bedenken dat dit vast jarenlang mee ‘de boer op ging’, en voor menig dier het leed heeft verzacht.

Later wordt het natuurlijk van Neef, dat spreekt.
Maar tot die tijd zet ik het weer keurig in de kast, naast het oude kookboekje van mam waarin precies beschreven staat hoe ik een varken slacht, verwerk en bewaar, en de meteorologie boeken van mijn vader.
-Mocht de oorlog uitbreken: Ik red me wel-.