Weer samen

image

Vanmorgen is mam om 5:17 overleden in het bijzijn van Remco en mij.
(En Frans, verpleegkundige).

Advertenties

Kerkgangers

Vanmorgen in de kerk werd er een meneer niet goed.
Rem had zojuist zijn wenkbrauwen gefronst omdat de pastor verkondigde dat ‘trots’ bij de zondes hoorde. Dat was nadat ze al twee keer met het bordje en mandje langs waren geweest om geld op te halen.

Opeens zei de pastor door de microfoon: ‘Ik moet heel even naar die meneer daar’.
Het was nogal een vreemde toestand.
Niemand maakte in eerste instantie aanstalten een ambulance te bellen.
Iedereen keek.
Ik pakte dus maar mijn telefoon, maar net op dat moment ging een vrijwilligster gelukkig zelf bellen.

Ik voelde een enorme lachkriebel opkomen. Ik kon er niets aan doen. Twee vrouwen ontfermde zich over de man.
En toen ging de pastor gewoon weer over tot de orde van de dag: het uitdelen van de hosties en de wijn.
Ik heb bedankt voor de eer.

De man achter ons vroeg tijdens het bidden na de hostie aan zijn buurman: ‘Kunnen ze hem nou niet heel even mee naar achter nemen?’
Na het bidden moesten we iedereen iets van ‘Christus met vrede’ wensen of zo.
De ambu liet behoorlijk op zich wachten.

Ik vermoedde dat de man een herseninfarct had. Of een hartinfarct.
Op gegeven moment begin hij over te geven.
Daarna werd dan toch nog zus haar naam omgeroepen.

Ik herinnerde mij opeens een zondagochtend dat zus en ik met ons vriendinnetje van het einde van onze galerij lopend naar de kerk waren gegaan. Het was begin jaren ’70. Ik zal een jaar of zeven geweest zijn, zij een jaar of negen of tien.
We hadden ons verveeld, en pap had gezegd: “Waarom gaan jullie niet naar de kerk?”

Gut. Hoe heette dat vriendinnetje nou toch ook al weer? Haar neef heette Ronald en haar zus Yvonne.
#Dat weet ik dan weer wel.

Het was de eerste en de laatste keer geweest dat wij vrijwillig naar de kerk waren geweest.
Vriendinnetje was een heiden.
Dat weer ik ook nog goed.
‘Je moet wel zachtjes praten hoor!’ had zus gezegd. ‘En niet zo met open mond kauwen’.
De kerkboekjes hadden toen nog op de hoeken van de banken gelegen, waren nog dik, lichtgroen, hadden ezelsoren en roken nog net zo muf als de pastoor zelf.

De pastor deed haar best ons bij de les te houden, maar was inmiddels zelf zo van slag dat ze het zomerprogramma boekje er even op na moest slaan om de tien geboden van Mozes op te zoeken. ‘Trots’ had ik goed onthouden.

We (lees: ze) deden nog een stukje samenzang tot het ambulance personeel met een brancard ten tonele verscheen. We keken allemaal toe hoe ze de arme meneer samen op de brancard tilden.
‘Hij moet een beetje hogerop liggen’.

Uiteindelijk breidde ze er maar een eind aan met de agenda voor de komende week. Een braderie geloof ik waarvan de opbrengst naar een mooi doel gaat, en de uitvaart van dorpsgek W. die ik 1 juli nog tegen was gekomen toen ik voor mam een nieuwe pyjama moest kopen op de markt.
Ik had gedacht dat de beste man allang al dood was.

Er was nog even onduidelijkheid over het exacte tijdstip van een en ander, maar toen mochten we via de Maria kapel het pand verlaten.

Ze zouden alleen nog even een keer met het mandje schudden bij de uitgang. Voor de nieuwe kaarsen, begrijpt u wel?

Wordt vervolgd.

Over een verjaardag, een geboortedag, een ‘verwekdag’ en mam

Lig sinds drie uur alweer klaar wakker. Wil niet steeds een slaappil nemen.
Dan maar wat blogjes lezen ( sorry mensen ik houd het even niet meer bij) en er eentje schrijven.

Straks, om tien uur is er een dienst (of hoe noem je dat? Een mis?) in de kerk voor zus.
Omdat deze dienst precies op de geboortedag van mijn vader valt heb ik al een half jaar geleden besloten er op deze dag heen te gaan.
Ik heb verder niet zo heel veel met de kerk.

Daarna ga ik een plantje brengen naar pap op de begraafplaats. Hij is toch een beetje jarig. 

Mam kan echt niet meer mee.

En dan ga ik kijken of mijn moeder al wakker is.

De verpleegkundige belde mij gister op mijn werk. Ze willen niet meer dat ze alleen is, er moet continue iemand bij haar zijn.
Mam wil niet dat ik bij haar slaap. De Schelp ligt op 400 meter van ons huis, dus als er wat is ben ik er zo. Ze bellen mij bij het minste geringste, zo heb ik met de verpleging afgesproken. En als ze zal komen te overlijden in haar slaap dan heeft dat gewoon zo moeten zijn, zegt mam.

Rem vertelde me gister dat Mam er niets van wilde horen toen hij voorstelde dat ze zich dan gewoon lekker niet zou opmaken. ‘Wie ziet je nou?’

Daar was geen sprake van natuurlijk. 

Ze heeft veel moeite om de stappen te herinneren.
‘Eerst je getinte dagcrème mam’.
‘O ja’.
Vervolgens blijft ze gewoon met de bruine stippen op haar gezicht voor de spiegel zitten als je niets zegt.
‘Je moet je crème nu eerst even uitsmeren’.
‘O ja’.
‘Zal ik het voor je doen?’
‘Nee’.

Met haar haren mag ik sinds vrijdag wel helpen. Van de week had ik bij gebrek aan tijd de verkeerde haarlak gekocht. ‘Koop ik van de week je eigen merk haarlak wel weer’.
We zaten met nicht Anja en Kyl aan de houten tafel buiten.
Omdat Kyl toch naar de Etos moest vroeg ik hem ook de goede haarlak voor oma te kopen.
‘Die haarlak die je moeder heeft gekocht is voor lang blond haar!!’
‘Welnee. Het is gewoon volume hairspray hoor mam’.
‘Nee, echt niet. Haal die bus maar’.
Als we de bus van dichtbij bekijken zien we dat er een foto van Claudia Schiffer op staat.
‘Zie je nou wel? Voor lang blond haar’.
*Lol*

Gister is Lidy ook even geweest.
B. schoof ook even aan. Met zijn vrouw A. gaat het ook helemaal niet goed.
Het werd hem allemaal een beetje teveel.
-Ik nam toch maar even een wijntje-.

Kyl maakte thuis een salade met varkenshaas en bracht die naar ons in de Schelp.
Mam heeft over de hele dag maar 1 Nutridrink gedronken en een paar slokjes sherry.

Ze is zo sterk, dat kleine moedertje van mij. Zo stoer, zo dapper. Een van de verpleegkundigen had nog tegen Rem gezegd dat ze niet begreep waar mijn moeder de kracht nog vandaan haalde. Mijn moeder weegt denk ik ongeveer nog 32, hooguit 35 kilo schat ik.

Toen iedereen weg was heb ik nog een tijdje met haar gepraat.
Maar dat schrijf ik allemaal maar niet letterlijk op want dan moeten jullie allemaal weer janken en brokken weg slikken en dan heb ik er vandaag weer een dagtaak bij om al mijn lieve trouwe volgers te troosten;-).

‘Wil je zo niet gewoon liever lekker je bed in mam? Je móét niet onder je afdakje hè. Volgens mij ben je gewoon òp’.
Ze gaf toe, -eindelijk toe- dat ze dat eigenlijk wel heel graag zou willen.
‘En morgen zien we wel hoe he je voelt. Zodra ik in de kerk en bij de begraafplaats ben geweest kom ik naar jou. En als jij moe bent vieren we Remco’s verjaardag gewoon naast je bed’.

Want ja, Remco is vandaag óók jarig.
49 zomers alweer.

En als je een klein beetje kunt rekenen en weet dat ik op 31-5-1967 geboren ben, dan zie je dat ik gemaakt ben op de verjaardag van mijn vader, en de geboortedag van Rem.
Geinig hè!?
😉

‘Mag ik dan bij jou?’

Hoi Zus,

Hier even een berichtje van mij.

Het gaat niet best met mam hoor.
Ze zat gisteravond toen ik om negen uur uit mijn werk bij haar kwam nog haar eerste Nutridrink van de dag. In haar Nutripuddinkje had ze al helemaal geen trek.
De afgelopen dagen had ze tenminste nog een halve pudding gegeten.

Het lukt haar steeds minder goed om haar pijn te verbergen.
Praten en slikken doet pijn.
En zitten ook, als je het mij vraagt.
Maar je kent haar, ze geeft geen kik.
Vanmiddag komt de huisarts gelukkig weer even langs.

Ik wou soms zo ontzettend graag dat je hier was, maar als ik denk aan hoe verdrietig je was toen pap overleed ben ik ook wel weer blij dat je dit niet nog een keer mee hoeft te maken. Je wist je geen raad met je gevoelens, en kon je zo moeilijk uiten door je afasie.

Vorige week had ik het kaartje met de snoephartjes van jou weer in mijn hand, waarin je me schrijft dat je zo dankbaar bent dat ik zo goed voor pap en mam zorg.
En dat je zo blij was dat pap zijn verjaardag bij mij had mogen vieren.
Het was zijn laatste geweest.
Jij was daar toen niet bij.
Wat had ik die kaart destijds verfoeid. ‘Lekker makkelijk’.
Nu gaf het lezen van dezelfde tekst me het gevoel dat je vierkant achter me staat.
Ik heb hem maar naast je ‘blijven lachen’ kaart gezet, in de vitrinekast bij je andere spulletjes die ik van je koester. En af en toe, als het even niet meer gaat, dan kijk ik er naar. Had jij ooit gedacht dat het houten kruisje van lucifershoutjes dat je vroeger op de kleuterschool had gemaakt nog eens daar zou komen te liggen?
Het hing altijd in ons slaapkamertje, boven de deur, weet je nog?

O Fen, ik wou soms zo ontzettend graag dat je bij me zou kunnen zijn.
Bij me zou kunnen zijn als de grote zus die je vroeger voor me was.
De wijze sterke zus die overal wel raad op wist.
De zus waar ik gewoon nog het vrolijke, onbezonnen, en onverantwoordelijke kleine zusje bij kon zijn.
Omdat jij alles wel zou regelen, sus-sus.

Ik denk dat jij en pap maar een klein beetje in de buurt moeten blijven nu.

Kan dat?

Ik kan geloof ik wel wat hulp gebruiken.

XXX

P.s. Ken je dit liedje nog?
Mam had het uitgezocht voor je crematie.
‘Mag ik dan bij jou?’

Voor W. 

‘Hoi mam’
‘Hallo kind’
‘Gaat het een beetje?’
‘Wel hoor.
Een beetje’.

Ik neem tegenover haar plaats aan het tafeltje onder het afdakje. Ik zie al een paar donkere wolken aankomen.

‘Het gaat straks flink stormen hoor mam, moet je kijken wat eraan komt’.
Ik laat haar het satellietbeeld van Weeronline zien.
‘Nou zeg!’

B. komt ook even naar buiten om te roken.
‘Hoe gaat het met je vrouw?’
Het gaat.
‘Morgen komt ze vast weer even haar bed uit, zegt ze’.

We kijken in stilte naar de donkere wolken die ons naderen.

‘Heb jij misschien nog iets gehoord van de vriend van W. B?’
Ik had gister een kaartje voor hem achter gelaten om hem sterkte te wensen met het overlijden van W, zijn maatje.
Net als B. was D.  hier kind aan huis.
‘Hij was vandaag even hier’.
Mam neemt voorzichtig een slokje sherry.
‘Ging het een beetje met hem?’
‘Wat denk je? Nee natuurlijk niet’.
Mam slikt de sherry van schrik in een keer door.
‘Nee, natuurlijk niet. Sorry’.

B. neemt een diepe haal van zijn sigaret.
‘Hij moet vanavond uit eten met haar familie’.
‘O?’
‘Dat is bij hun gebruikelijk op de dag van de uitvaart’.

Opeens weet ik aan wie B.  me doet denken: Maarten van Rossem.

‘Is ze nu al gecremeerd dan?’ B. knikt. ‘Door de gemeente’.
Vorige week was haar broer nog langs geweest om alles te bespreken. W. had jarenlang in het buitenland gewerkt en geen volledige uitvaartpolis meer kunnen regelen toen ze eenmaal ziek was.
‘En ze was nog wel zo opgelucht geweest toen ze vertelde  dat haar familie alles zou regelen !’

‘Ja ik weet het’.
De verbazing moet van mijn gezicht te lezen zijn.
‘De gemeente heeft haar besloten gecremeerd. D. mocht daar ook niet bij zijn’.
B. neemt een laatste haal en drukt zijn peuk uit.

Dan breekt het noodweer boven ons los.