Kerkgangers

Vanmorgen in de kerk werd er een meneer niet goed.
Rem had zojuist zijn wenkbrauwen gefronst omdat de pastor verkondigde dat ‘trots’ bij de zondes hoorde. Dat was nadat ze al twee keer met het bordje en mandje langs waren geweest om geld op te halen.

Opeens zei de pastor door de microfoon: ‘Ik moet heel even naar die meneer daar’.
Het was nogal een vreemde toestand.
Niemand maakte in eerste instantie aanstalten een ambulance te bellen.
Iedereen keek.
Ik pakte dus maar mijn telefoon, maar net op dat moment ging een vrijwilligster gelukkig zelf bellen.

Ik voelde een enorme lachkriebel opkomen. Ik kon er niets aan doen. Twee vrouwen ontfermde zich over de man.
En toen ging de pastor gewoon weer over tot de orde van de dag: het uitdelen van de hosties en de wijn.
Ik heb bedankt voor de eer.

De man achter ons vroeg tijdens het bidden na de hostie aan zijn buurman: ‘Kunnen ze hem nou niet heel even mee naar achter nemen?’
Na het bidden moesten we iedereen iets van ‘Christus met vrede’ wensen of zo.
De ambu liet behoorlijk op zich wachten.

Ik vermoedde dat de man een herseninfarct had. Of een hartinfarct.
Op gegeven moment begin hij over te geven.
Daarna werd dan toch nog zus haar naam omgeroepen.

Ik herinnerde mij opeens een zondagochtend dat zus en ik met ons vriendinnetje van het einde van onze galerij lopend naar de kerk waren gegaan. Het was begin jaren ’70. Ik zal een jaar of zeven geweest zijn, zij een jaar of negen of tien.
We hadden ons verveeld, en pap had gezegd: “Waarom gaan jullie niet naar de kerk?”

Gut. Hoe heette dat vriendinnetje nou toch ook al weer? Haar neef heette Ronald en haar zus Yvonne.
#Dat weet ik dan weer wel.

Het was de eerste en de laatste keer geweest dat wij vrijwillig naar de kerk waren geweest.
Vriendinnetje was een heiden.
Dat weer ik ook nog goed.
‘Je moet wel zachtjes praten hoor!’ had zus gezegd. ‘En niet zo met open mond kauwen’.
De kerkboekjes hadden toen nog op de hoeken van de banken gelegen, waren nog dik, lichtgroen, hadden ezelsoren en roken nog net zo muf als de pastoor zelf.

De pastor deed haar best ons bij de les te houden, maar was inmiddels zelf zo van slag dat ze het zomerprogramma boekje er even op na moest slaan om de tien geboden van Mozes op te zoeken. ‘Trots’ had ik goed onthouden.

We (lees: ze) deden nog een stukje samenzang tot het ambulance personeel met een brancard ten tonele verscheen. We keken allemaal toe hoe ze de arme meneer samen op de brancard tilden.
‘Hij moet een beetje hogerop liggen’.

Uiteindelijk breidde ze er maar een eind aan met de agenda voor de komende week. Een braderie geloof ik waarvan de opbrengst naar een mooi doel gaat, en de uitvaart van dorpsgek W. die ik 1 juli nog tegen was gekomen toen ik voor mam een nieuwe pyjama moest kopen op de markt.
Ik had gedacht dat de beste man allang al dood was.

Er was nog even onduidelijkheid over het exacte tijdstip van een en ander, maar toen mochten we via de Maria kapel het pand verlaten.

Ze zouden alleen nog even een keer met het mandje schudden bij de uitgang. Voor de nieuwe kaarsen, begrijpt u wel?

Wordt vervolgd.

Over een verjaardag, een geboortedag, een ‘verwekdag’ en mam

Lig sinds drie uur alweer klaar wakker. Wil niet steeds een slaappil nemen.
Dan maar wat blogjes lezen ( sorry mensen ik houd het even niet meer bij) en er eentje schrijven.

Straks, om tien uur is er een dienst (of hoe noem je dat? Een mis?) in de kerk voor zus.
Omdat deze dienst precies op de geboortedag van mijn vader valt heb ik al een half jaar geleden besloten er op deze dag heen te gaan.
Ik heb verder niet zo heel veel met de kerk.

Daarna ga ik een plantje brengen naar pap op de begraafplaats. Hij is toch een beetje jarig. 

Mam kan echt niet meer mee.

En dan ga ik kijken of mijn moeder al wakker is.

De verpleegkundige belde mij gister op mijn werk. Ze willen niet meer dat ze alleen is, er moet continue iemand bij haar zijn.
Mam wil niet dat ik bij haar slaap. De Schelp ligt op 400 meter van ons huis, dus als er wat is ben ik er zo. Ze bellen mij bij het minste geringste, zo heb ik met de verpleging afgesproken. En als ze zal komen te overlijden in haar slaap dan heeft dat gewoon zo moeten zijn, zegt mam.

Rem vertelde me gister dat Mam er niets van wilde horen toen hij voorstelde dat ze zich dan gewoon lekker niet zou opmaken. ‘Wie ziet je nou?’

Daar was geen sprake van natuurlijk. 

Ze heeft veel moeite om de stappen te herinneren.
‘Eerst je getinte dagcrème mam’.
‘O ja’.
Vervolgens blijft ze gewoon met de bruine stippen op haar gezicht voor de spiegel zitten als je niets zegt.
‘Je moet je crème nu eerst even uitsmeren’.
‘O ja’.
‘Zal ik het voor je doen?’
‘Nee’.

Met haar haren mag ik sinds vrijdag wel helpen. Van de week had ik bij gebrek aan tijd de verkeerde haarlak gekocht. ‘Koop ik van de week je eigen merk haarlak wel weer’.
We zaten met nicht Anja en Kyl aan de houten tafel buiten.
Omdat Kyl toch naar de Etos moest vroeg ik hem ook de goede haarlak voor oma te kopen.
‘Die haarlak die je moeder heeft gekocht is voor lang blond haar!!’
‘Welnee. Het is gewoon volume hairspray hoor mam’.
‘Nee, echt niet. Haal die bus maar’.
Als we de bus van dichtbij bekijken zien we dat er een foto van Claudia Schiffer op staat.
‘Zie je nou wel? Voor lang blond haar’.
*Lol*

Gister is Lidy ook even geweest.
B. schoof ook even aan. Met zijn vrouw A. gaat het ook helemaal niet goed.
Het werd hem allemaal een beetje teveel.
-Ik nam toch maar even een wijntje-.

Kyl maakte thuis een salade met varkenshaas en bracht die naar ons in de Schelp.
Mam heeft over de hele dag maar 1 Nutridrink gedronken en een paar slokjes sherry.

Ze is zo sterk, dat kleine moedertje van mij. Zo stoer, zo dapper. Een van de verpleegkundigen had nog tegen Rem gezegd dat ze niet begreep waar mijn moeder de kracht nog vandaan haalde. Mijn moeder weegt denk ik ongeveer nog 32, hooguit 35 kilo schat ik.

Toen iedereen weg was heb ik nog een tijdje met haar gepraat.
Maar dat schrijf ik allemaal maar niet letterlijk op want dan moeten jullie allemaal weer janken en brokken weg slikken en dan heb ik er vandaag weer een dagtaak bij om al mijn lieve trouwe volgers te troosten;-).

‘Wil je zo niet gewoon liever lekker je bed in mam? Je móét niet onder je afdakje hè. Volgens mij ben je gewoon òp’.
Ze gaf toe, -eindelijk toe- dat ze dat eigenlijk wel heel graag zou willen.
‘En morgen zien we wel hoe he je voelt. Zodra ik in de kerk en bij de begraafplaats ben geweest kom ik naar jou. En als jij moe bent vieren we Remco’s verjaardag gewoon naast je bed’.

Want ja, Remco is vandaag óók jarig.
49 zomers alweer.

En als je een klein beetje kunt rekenen en weet dat ik op 31-5-1967 geboren ben, dan zie je dat ik gemaakt ben op de verjaardag van mijn vader, en de geboortedag van Rem.
Geinig hè!?
😉

‘Mag ik dan bij jou?’

Hoi Zus,

Hier even een berichtje van mij.

Het gaat niet best met mam hoor.
Ze zat gisteravond toen ik om negen uur uit mijn werk bij haar kwam nog haar eerste Nutridrink van de dag. In haar Nutripuddinkje had ze al helemaal geen trek.
De afgelopen dagen had ze tenminste nog een halve pudding gegeten.

Het lukt haar steeds minder goed om haar pijn te verbergen.
Praten en slikken doet pijn.
En zitten ook, als je het mij vraagt.
Maar je kent haar, ze geeft geen kik.
Vanmiddag komt de huisarts gelukkig weer even langs.

Ik wou soms zo ontzettend graag dat je hier was, maar als ik denk aan hoe verdrietig je was toen pap overleed ben ik ook wel weer blij dat je dit niet nog een keer mee hoeft te maken. Je wist je geen raad met je gevoelens, en kon je zo moeilijk uiten door je afasie.

Vorige week had ik het kaartje met de snoephartjes van jou weer in mijn hand, waarin je me schrijft dat je zo dankbaar bent dat ik zo goed voor pap en mam zorg.
En dat je zo blij was dat pap zijn verjaardag bij mij had mogen vieren.
Het was zijn laatste geweest.
Jij was daar toen niet bij.
Wat had ik die kaart destijds verfoeid. ‘Lekker makkelijk’.
Nu gaf het lezen van dezelfde tekst me het gevoel dat je vierkant achter me staat.
Ik heb hem maar naast je ‘blijven lachen’ kaart gezet, in de vitrinekast bij je andere spulletjes die ik van je koester. En af en toe, als het even niet meer gaat, dan kijk ik er naar. Had jij ooit gedacht dat het houten kruisje van lucifershoutjes dat je vroeger op de kleuterschool had gemaakt nog eens daar zou komen te liggen?
Het hing altijd in ons slaapkamertje, boven de deur, weet je nog?

O Fen, ik wou soms zo ontzettend graag dat je bij me zou kunnen zijn.
Bij me zou kunnen zijn als de grote zus die je vroeger voor me was.
De wijze sterke zus die overal wel raad op wist.
De zus waar ik gewoon nog het vrolijke, onbezonnen, en onverantwoordelijke kleine zusje bij kon zijn.
Omdat jij alles wel zou regelen, sus-sus.

Ik denk dat jij en pap maar een klein beetje in de buurt moeten blijven nu.

Kan dat?

Ik kan geloof ik wel wat hulp gebruiken.

XXX

P.s. Ken je dit liedje nog?
Mam had het uitgezocht voor je crematie.
‘Mag ik dan bij jou?’

Voor W. 

‘Hoi mam’
‘Hallo kind’
‘Gaat het een beetje?’
‘Wel hoor.
Een beetje’.

Ik neem tegenover haar plaats aan het tafeltje onder het afdakje. Ik zie al een paar donkere wolken aankomen.

‘Het gaat straks flink stormen hoor mam, moet je kijken wat eraan komt’.
Ik laat haar het satellietbeeld van Weeronline zien.
‘Nou zeg!’

B. komt ook even naar buiten om te roken.
‘Hoe gaat het met je vrouw?’
Het gaat.
‘Morgen komt ze vast weer even haar bed uit, zegt ze’.

We kijken in stilte naar de donkere wolken die ons naderen.

‘Heb jij misschien nog iets gehoord van de vriend van W. B?’
Ik had gister een kaartje voor hem achter gelaten om hem sterkte te wensen met het overlijden van W, zijn maatje.
Net als B. was D.  hier kind aan huis.
‘Hij was vandaag even hier’.
Mam neemt voorzichtig een slokje sherry.
‘Ging het een beetje met hem?’
‘Wat denk je? Nee natuurlijk niet’.
Mam slikt de sherry van schrik in een keer door.
‘Nee, natuurlijk niet. Sorry’.

B. neemt een diepe haal van zijn sigaret.
‘Hij moet vanavond uit eten met haar familie’.
‘O?’
‘Dat is bij hun gebruikelijk op de dag van de uitvaart’.

Opeens weet ik aan wie B.  me doet denken: Maarten van Rossem.

‘Is ze nu al gecremeerd dan?’ B. knikt. ‘Door de gemeente’.
Vorige week was haar broer nog langs geweest om alles te bespreken. W. had jarenlang in het buitenland gewerkt en geen volledige uitvaartpolis meer kunnen regelen toen ze eenmaal ziek was.
‘En ze was nog wel zo opgelucht geweest toen ze vertelde  dat haar familie alles zou regelen !’

‘Ja ik weet het’.
De verbazing moet van mijn gezicht te lezen zijn.
‘De gemeente heeft haar besloten gecremeerd. D. mocht daar ook niet bij zijn’.
B. neemt een laatste haal en drukt zijn peuk uit.

Dan breekt het noodweer boven ons los.

‘Op zoek naar geluk’

image

image

imageEigenlijk best arrogant om te denken dat wij mensen recht hebben op geluk.

Als je al wat je hebt nou eens weg zou denken, je huis, vrienden, familie, je baan, je auto, je geld en je zou gedropt worden in een land waar je de gewoonten niet kent en de taal niet spreekt, zou je je dan (nog) gelukkig voelen?

Wie zou je dan dicht bij je willen hebben?

En wat zou je gaan doen?

Terug naar het land, het leven waar je vandaan komt?
Of zou het je lukken om je in het nieuwe onbekende land gelukkig te voelen?

Een goede vraag om te ontdekken of jouw geluk afhankelijk is van externe omstandigheden, of dat het in jezelf zit, ergens als een vonkje gewoon in je binnenste, altijd stand-by om je eigen pad en dat van de mensen die je tegenkomt te verlichten.

Het is een vraag die ik mezelf gewoon van tijd tot tijd stel.
Ik wil niet pretenderen dat het voor iedereen de juiste vraag is, maar het helpt mij dingen helder te krijgen.
Dingen veranderen.
Gevoelens veranderen.
Mensen veranderen.
Verandering betekent groei.
En als je groeit, dan betekent dat dat je leeft.

Nee, ik voel me heus niet altijd gelukkig.
Maar wel gelukkig genoeg om in de trieste dingen die de laatste jaren om mij heen gebeuren het mooie te kunnen blijven zien.

Juist door de dalen leer je de toppen waarderen.

Wat een gezemel toch hé?
‘Heb je Nar weer met haar levensvragen’.

Op welke wijze gaan jullie bij jezelf na of jullie ‘nog wel gelukkig’ zijn?

Voor wie er geen genoeg van kan krijgen: Nòg meer bootjes /?Sail out!

Vanmiddag twee uurtjes met Rem op de motor naar de Achtersluispolder geweest om toch nog wat mee te krijgen van Sail.

Kylian was er maar druk mee het hele weekend.
Vrijdag moest hij met de hapjes rond in een of andere chique witte tent ter hoogte van de Coentunnel, gisteravond zat hij op een luxe jacht met de halve quote 500, en vandaag weer in de tent.
Vanmorgen liet hij mij filmpjes zien van het feest en het vuurwerk gisteravond.
Zo leuk voor hem.

Voor de liefhebbers plaats ik nog maar wat foto’s.

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Dag stoere W.

Donderdag.
Mam gaat met Scotty mee maar de condoleance van ome Joop in Zaandam.
Zo knap.

Vrijdag.
Voor ik naar de crematieplechtigheid ga breng ik een fles sherry en sigaretten naar mam. Daarna werk ik snel het huis een beetje bij.
Als ik om één uur in het crematorium aankom hoor ik dat het al om half één begonnen was, ik ben nog net op tijd voor een minuut stilte.
Hoe kon ik me nou zo vergissen?
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.

Tijdens het condoleren staan de naasten bij elkaar in de hoek. De rest van de familie – die inmiddels voor het grootste deel uit neven en nichten bestaat- staat gezellig bij elkaar.
‘Ik vertik het, ik ga niet nog een keer zo in een hoek staan’, zeg ik tegen neef Creon en zijn vrouw Astrid.
Ik ga gewoon bij mijn familie staan. Of in ieder geval vlak bij mam, en niet aan de andere kant van de zaal.
Als ik de zoon van mijn nicht opbiecht dat ik me vergist heb en te laat was drukt hij me spontaan zijn toespraak in handen.

’s Middags komt Yvon een bakkie op de veranda doen, gezellig. Yvon is een oude vriendin van mij uit de tijd dat ik nog met Martin samen woonde. (Het is alweer 22 jaar geleden dat we uit elkaar gingen). Ook daarna nog best lang contact gehad hoor, maar de laatste jaren was het er bij ingeschoten.
Zo gaan die dingen gewoon.
Druk-druk-druk.

Als ik bij mam kom lees ik de toespraak van Jesper voor.
‘O, wat mooi, wat lief’.
José stuurt nog een filmpje van haar dochter. Die kan zo prachtig zingen, en heeft dat dan ook voor haar opa gedaan.
Mam heeft het gevoel dat ze er toch een klein beetje bij is geweest.
-En ik ook-.

Als ik even na negen uur thuis kom kijken we nog vier afleveringen Penoza seizoen 2, we lopen al aardig in.

Zaterdag.
Rem moet gewoon om vijf uur uit de veren. Bikkeltje hoor, die vent van mij.
Ik ga in de tuin aan de gang met het rooster, eigenlijk had ik dat allang af willen hebben.

Om vier uur ben ik bij de Schelp.
Ben, de man van gast Ingrid zit aan de tafel in de woonkamer.
Gek, maar op den duur krijg je toch een band met de andere gasten en hun familieleden. ’s Avonds kon het best gezellig zijn daar onder het afdak. Vaak schoven W. en/ of haar maatje dan ook even aan.
‘Had je het al gehoord Narda?’
‘Wat Ben?’

Dan hoor ik dat W. vanmorgen is overleden.
Ik schrik me rot, dit had ik echt niet verwacht.
‘Dat meen je niet’.
De vrijwilligster komt bij ons staan en verteld dat ze vanmorgen om half acht in bijzijn van haar zus en maatje is overleden.

Mam zit buiten in de tuin aan de houten tafel.
Ze is erg ontdaan door de dood van W.
‘Ik hoorde wel wat maar ik dacht dat ze jarig was, en dat haar visite daarom zo vroeg was’.

Ik neem mijn moeder mee naar huis. De eetkamerstoel met wieltjes staat al klaar bij de voordeur. Met twee handen trek ik haar het opstapje bij de voordeur op. Dan rij ik haar door de huiskamer naar de tuindeuren achter. ‘Verder kan ik niet mam, de rest moet je lopen’.
Met haar handen in de mijne loop ik achterwaarts naar haar stoel.
Dan schenk ik een glas sherry in waarvan ik de helft over twee uurtjes weer terug zal mogen gieten in de fles. ‘Niet weggooien hoor!’

De kippen keutelen wat in het voorbijgaan.
Bram slaapt.
De blauwe regen is in zijn tweede bloei.
Maria staat weer op haar plekje onder de boom.
Een appel valt.
En de vliegtuigen vliegen
schaamteloos over
onze stilte heen.

Overpeinzingen op de zaterdag 1

Soms denk ik
We zijn eigenlijk met niets anders bezig dan ons leven proberen te structureren in een schamele poging de dood te ontkennen.
We wassen ons.
We kleden ons netjes aan.
Leren.
Maken afspraken,
die we nakomen of niet.
En noemen dat beschaving.

Het biedt ons houvast.
Geeft ons het idee grip te hebben op ons leven.
Alles onder controle.
Het gras gemaaid, de auto gepoetst, de nageltjes in de lak.

We verwachten antwoorden
op al onze vragen.
Verwachten gerechtigheid, want
het leven moet toch eerlijk zijn?
Bouwen een mooi pensioen op
voor later.
Want dat later mensen, dàt hebben we verdiend.

We zoeken een geloof wat bij ons past, of ons op wordt gedrongen.
Zoeken aansluiting bij gelijkgestemden.
Horen erbij.
Waarbij dan ook.
Net zoals alle andere kuddedieren dat doen.

We sluiten ons af van het leed in de wereld. We zien het wel, maar doorvoelen het niet meer.
Gruwelijke beelden op het journaal raken ons amper.
Wat we eten zijn we voor het gemak maar even vergeten.

En als er eens iets gebeurd wat ons laat realiseren dat onze zekerheden slechts op los zand zijn gebouwd zoeken we samen zo snel mogelijk de structuur weer op in ons wereldje van schijnveiligheid.
Zo snel mogelijk proberen we weer alles binnen de lijntjes te krijgen, in begrijpelijke hapklare brokken, in een poging elkaar gerust te stellen.
Onze wonden te likken.
Het onaanvaardbare aanvaardbaar te maken.
Door ons geloof, of op welke wijze dan ook.

Gezond zijn en leven is niet zo vanzelfsprekend.
Leven is een groot geschenk, dat je zomaar zonder pardon weer afgenomen kan worden.
Roep maar, schreeuw maar dat je dat onrechtvaardig vind tot je een ons weegt.
Voor je het weet lig je te creperen, schieten de kankerbulten als paddestoelen uit je lijf en moet je je kont laten afvegen door je liefste, met de gordijnen dicht.
-Want we willen het niet zien-.

Open je ogen.
Uiteindelijk ontsnapt niemand aan de dood.
Ook jij niet.

Maar je leven,
wat ga je daarmee doen?

Regendagen

Maandag
Nadat ik met de huisarts heel even over mam heb gesproken onderzoekt ze mijn buik.
Hoewel het nog voor negen uur ’s morgens is voelt deze al ongemakkelijk. ’s Avonds lijk ik wel zeven maanden zwanger’.
Ze schrijft medicijnen voor en nieuwe slaaptabletten. Niet dat ik die dagelijks slik, maar als ik de volgende dag moet werken is het toch wel een uitkomst.
‘Gaan we over twee weken even kijken hoe het nu gaat met je maag’. Met een ‘tot vanmiddag’ neem ik afscheid.
Rond elf uur meld ik mij ziek op het werk voor dinsdag.
De rek is er nu echt een beetje uit. Naast maagklachten ben ik soms weer aan het hyperventileren. En mèn, de stoom komt zowat uit mijn oren af en toe, zo geërgerd ik af en toe ben. Een kleuter op een schuivende olifant in de wachtkamer kan me al bijna tot waanzin drijven.

Even na twee uur schuift de huisarts aan onder het afdakje bij de Schelp.
Ze geeft mam een complimentje.
Mam glundert er een beetje van.
Het is een fijn en open gesprek.
‘Wil je niet even alleen zijn met de dokter?’
Het hoeft niet.
Ook de huisarts zelf vindt het prima zo.
‘Kom ik volgende week weer even bij u kijken’.

Vlak nadat ze is vertrokken komt W. even bij ons zitten. (Ik vind W. toch aardiger klinken dan ‘Wee’).
Ze is net als ons een beetje stil.
Het is ook weer om stil van te worden; het regent aan een stuk door. Het is wel druk binnen in de het Hospice. Met de mevrouw in kamer ‘Golf’ (of was het nou ‘Zee’? ) gaat het helemaal niet goed. De hele familie zit bedrukt bij elkaar in de huiskamer. Af en toe komt er iemand even een sigaretje bij ons roken, net als B. de man van de vierde vrouwelijke gast. Hij logeert al een paar dagen op zolder.

Maandagavond beginnen Rem en ik aan onze inhaalslag van ‘Penoza’ serie 1. Best ontspannend om te zien dat een andere vrouw (een fictieve andere vrouw welteverstaan) nog dieper in de shit zit dan jezelf.
Als Kylian terug komt van zijn bezoek aan mam blijkt dat het kind het gewoon ‘hartstikke druk’ heeft gehad. De vrijwilligsters en verpleegkundige waren bezig geweest met de bedlegerige dames en hun gasten, dus Kyl had zich maar een beetje
bekommerd over mam en W.
‘Had ik een puddinkje uit haar kamer gehaald, wilde ze geen chocola. Moest ik weer die huiskamer met al die mensen door. Ik schaamde me dood’.
We lachen. ‘En toen moest ik natuurlijk nog slagroom zoeken ook’.
‘Goed gedaan hoor Kyl’.
‘Nou en wat denk je? Toen wilde W. naar haar kamer. Zegt oma doodleuk: ‘O, dan brengt Kylian je wel naar bed hoor!’
Ik zie Kyls gezicht helemaal voor me en moet vreselijk lachen. Arme jongen. ‘En toen, wat heb je toen gedaan?’
‘Nou, toen moest ik natuurlijk in die volle huiskamer gaan vragen wie er vrijwilligster was. Ja, weet ik veel wie dat zijn’.

Dinsdag lig ik tot een uur of twee met een boek op de bank. Behalve twee wassen doe ik niet veel. Even na drie uur ben ik bij mam. Ze zit nog achter haar kaptafeltje. ‘Ik was zo moe van het douchen. Maar ik heb nìet op mijn bed gelegen hoor!’
-Alsof dat een schande zou zijn-.
‘Zal ik dan eerst even het dorp in?’
Mam vindt dat een prima idee.
‘Doe maar rustig aan hoor mam, dan zie ik je straks wel onder het afdak.’
Als ik door de gang loop zie ik dat de kaars brandt; de mevrouw is dus overleden.

Als ik terug kom met pleisters en memoblaadjes voor de Schelp, een korte broek voor Rem en vers brood van de bakker op de hoek, is ze nog steeds niet klaar.
W. en haar maatje komen wel naar buiten. ‘Leuke zoon heb je’.
Even later schuift mam dan eindelijk ook aan.
Ik geef haar de kaart van ome Joop. Hij komt ook al uit dezelfde collectie als die van Pap (polder), zus (duin met zee) , tante Agnes (bos) en ome Leo (polder2).
Mam leest hem zeer aandachtig door. Donderdag wil ze wel mee naar de condoleance.
‘We kijken eerst hoe het dan gaat hoor mam’.
Pfff…wat is ze toch moedig.

Even voor vijf uur ga ik naar huis waar ik enorm mijn best doe om een gezonde warme maaltijd op tafel te zetten van kipfilet, geroerbakte spinazie met pijnboompitten en tomaat, paddestoelen en aardappeltjes.
Het klinkt helaas beter dan het smaakt.
Alleen de pijnboompitten zijn gelukt. Zelfs Bram haalt vandaag zijn neus op voor mijn kipfilet, zodat ze uiteindelijk nog bij onze kannibaaltjes in de tuin belanden. 
   Gelukkig kunnen we er alledrie wèl smakelijk om lachen. Dat dan weer wel. Voorlopig was het geloof ik ook even de laatste maaltijd met Kyl want school begint morgen weer voor hem en na schooltijd  zal hij de hele week in touw zijn vanwege ‘Sail’. Het restaurant waar hij werkt gaat op locatie. En ook voor (hotel)school moet hij er geloof ik deze week wat doen.  
Leuk voor hem.

Nadat we bij mam zijn geweest kijken we weer Penoza.
-Geinig om te zien dat ik niet de enige ben die met urnen as loopt te zeulen.-

En nu lig ik dus weer wakker.
Lag al een uurtje te draaien voor ik besloot om maar wat te schrijven. Ruimt weer een beetje op in mijn hoofd.

Morgen maar eens kijken of ik de ramen even kan lappen beneden, want ik kan amper nog naar buiten kijken. Zit nog zo’n vieze bruine vogelvledder ook pal voor de gootsteen. Nu heb ik wel half en half afgesproken dat Yvon (de hulp van mam) hier binnenkort schoon komt maken, maar dan wil ik wel eerst dat het schoon ìs natuurlijk.

Mam krijgt vanmiddag visite, dus ik heb de middag voor mezelf. Ik moet alleen even wat boodschapjes naar haar brengen.
Waarschijnlijk is het weer vanmiddag goed genoeg opgeknapt voor de tuin.
Ga ik misschien lekker lezen.
-En andere dingen
niet doen-.

Maar eerst draai ik me nog maar even om. Kan ik natuurlijk wel weer een pilletje nemen, maar voor ik het weet ben ik verslaafd aan die dingen, dus als ik niet hoef te werken doe ik het gewoon niet.

Ik ga wel blogjes lezen.
😉