Start to Run les 1.1

IMG_6264

Je raadt nooit wat ik vanmorgen heb gedaan.
-Nou ja, eigenlijk heb ik het al verklapt in de titel natuurlijk-.
Ik heb vanmorgen mijn stoute loopschoenen maar weer eens aangetrokken.
Kreeg er ineens weer zo’n zin in.
Zou ik het gewoon eens gaan proberen?
Heel langzaam.
Heel voorzichtig.
Als ik nou eens gewoon alle lesjes drie keer herhaal voordat ik doorga met de volgende training?
Dus 1.1 de eerste keer les 1, 1.2 de tweede keer les 1 enz.

Dan loop ik niet in zes weken 3km zonder te stoppen, maar in 18 weken.
Ja, dat is traag.
Heel traag.

Maar wat wil ik?
Wat kan ik?
Met welk doel wil ik lopen?
Vijf km dik onder de dertig minuten gaat het nooit meer worden.
En dat hoeft ook helemaal niet.
Dat is ook helemaal niet goed voor mijn gewrichten (ik heb poly artrose).
Hardlopen is dus eigenlijk helemaal niet zo heel goed voor mij, fietsen of zwemmen (O, gruwel) is beter, maar het màg wel van de reumatoloog.
En ik vind het gewoon zo lekker.
Ik mis het zo ontzettend.
Het doet zoveel goed voor mijn geest.

Maar goed.
Vanmorgen dus mijn loopschoenen weer eens aangesjord en daar ging ik hoor in Kyl zijn kei-fijne ‘Superdry’ jasje. (Merkte hij toch niets van, hij lag nog op 1 flapoor).
Het schema?
5 minuten wandelen
1 minuut dribbelen
3 minuten wandelen
1minuut dribbelen
3 minuten wandelen
2 minuten dribbelen
en daarna het schema nogmaals herhalen.

Gek toch, hoe je je grenzen gaat verleggen als je lichaam je door wat dan ook in de steek heeft gelaten.
Dat ik dit nu vandaag weer zou kunnen volbrengen, daar heb ik heel lang
niet van durven dromen.
En daar ben ik heel, nee HÉÉL dankbaar voor.

De dag van gister.

IMG_6260

Maandagmiddag.
Ik heb niet alleen zitten janken hoor maandag. Ja, heel goed, inderdaad, ik was ook naar de Bieb geweest, maar dáárna kwam Esther van Memento Mori nog even langs. Niet onverwachts hoor, ze belde ’s morgens of ik tijd had. De rekening van de uitvaart was namelijk klaar.

Hoewel we door de pastor en Esther waren gewaarschuwd, vond ik het toch teleurstellend dat het crematorium 180 euro had gerekend voor slechts vijf minuten extra tijd in de aula. Na zus was er geen uitvaart meer, dus er zat (lag) niemand te wachten. Typisch gevalletje van ‘de één zijn brood’.

Van de rechtbank hebben we nog niets vernomen. Omdat zus door de Volkskredietbank haar geld liet beheren (halleluja) is het wachten daarop. Tot op heden is niemand gerechtigd haar geld op te nemen. Neef is minderjarig. Een klein gedeelte van zus haar uitvaartpolis wordt op haar bankrekening overgemaakt. Een groter gedeelte werd gelukkig rechtstreeks naar Esther uitgekeerd. Maar goed.
Of mam dus maar weer even een paar duizend voor wil schieten.
-En ja, ik zou kunnen bellen. Misschien zou ik eens móéten bellen, maar ik steek liever nog even een week mijn kop in het zand, en hoop van de week gewoon echt wat van de rechtbank te horen.
Ex ook.
Bizar!

Woensdag.
Kijk aan!
Een check van maar liefst 10! pond van de vader van Kyl die geen alimentatie -ook geen achterstallige!- meer hoeft te betalen van de rechtbank omdat hij geen inkomen heeft.
Een week na de uitspraak liet Kyl me zijn Facebook status zien: ‘Kan niet kiezen. Zal ik naar Griekenland of naar Londen’. Een paar weken later had meneer ineens weer een baan als anesthesie assistent.
Ik ben niet haatdragend.
Heus niet. Ik vergeef veel. Snel. Maar deze man is voor mij een person non grata.
Ging hij me op de dag van de euthanasie van mijn vader ineens bellen. En na de dood van zus ook. Lazer toch op.
Ik heb heel rustig en aardig gezegd: ‘Sorry, I do not want to speak with you, goodbye’ en vervolgens de verbinding verbroken.

Donderdag.
Kijk nou!
Nóg een check van de vader van Kyl.
Vandaag krijgen we 250 pond.
Wil zeker zijn schuldgevoel afkopen.
Nou, als dat zo doorgaat iedere dag, kom maar op hoor.
-Bij de veertienduizend geef ik wel een seintje oké?-
En dan ben ik nog soepel.

Vrijdag.
Wonderschone witte wereld.
Weet ik nog?
Van vroeger?
Met zus op de slee?
Mam trok.
Opeens stond ik op en rende plotseling naar de overkant.
Mam gilde.
Boem!
Een auto raakte mij frontaal.
Ik viel precies voor het wiel.
Gelukkig had ik een glad jasje aan. Ik gleed meters mee tot waar de auto tot stilstand kwam.

Ik weet het nog.
En over vijftig jaar zal ik het nog weten.

Als de dag van gister.

IMG_6261

IMG_6262

Blog inspiratie

Ik zit in een dipje.
Een blogdipje welteverstaan. Voor gister wist ik nog niet dat ik zoiets als een blog dip kon hebben, maar ik las het ‘Blogboek’ van Kelly van http://talesfromthecrib.be en voilà, een dip van hier tot Jericho.

Ik kwam het boek, toen ik gister eindelijk mijn tranen had gedroogd, toevallig tegen op het rek met de nieuwe aanwinsten van de Bieb (zo heet ‘ie echt hoor, ‘de Bieb van de Zaanstreek’. Geen spelfout;-)
‘Neem me mee, neem me mee’, riep het, en ik -O dom, dom, dom, kon de verleiding natuurlijk niet weerstaan.
-En ja, ik had het natuurlijk moeten kopen, en niet lenen. Sorry Kelly-.

De rest van de middag en avond zat ik natuurlijk met mijn neus in die blog bijbel.
Wat een leuke tips.
Wat een goede suggesties, Wat een fijne links.
Er ging een blog-wereld voor me open.

Er stonden echt zoveel leuke ideeën in.
Ik zou bijvoorbeeld de inhoud van mijn koelkast kunnen fotograferen.
Of van mijn tas.
Of wat dacht je van een prijsvraag?
Een leuke quote?
100 Geluksmomentjes dan?
Misschien zou ik jullie over het beste advies kunnen vertellen wat ik ooit heb gekregen?
Of zal ik een week lang bijhouden van wat ik eet of draag?
Wat denken jullie?
Misschien willen jullie liever wat horen over mijn beste aankoop ooit?
Of mijn ‘to-do’ lijstje lezen?
Iets testen?
En meer foto’s natuurlijk!
Véél meer foto’s.
Een blog zonder foto’s is namelijk als een aardappel zonder jus.
-Schijnt-

Maar goed.
Nu lukt het dus niet meer.
Bloggen.
Zelfs mijn openingszin is vandaag waardeloos.
En dan heb ik het nog niet eens over de titel.

Nou, laat maar weten lezers.
Ergens behoefte aan?
Moet het roer een beetje om?
Of zal ik toch maar gewoon liever mijn eigen dingetje blijven doen?

Gooi ik er af en toe wel een quote tegenaan;-)

IMG_6253.JPG

Zus

Jouw foto’s.
Alles
in één doos
in de hoek.
Zie je wel?
Met je agenda’s van geleefde jaren, bedremmeld ernaast.
En de tekeningen van jarenlang er bovenop.
Onder je schilderij het plastic doosje met je stem gevangen op een oud bandje in 1976.
Ik was erbij.

Je sieraden liggen netjes in de kast daar links, achter het glas, zie je wel?
Je telefoon -klaar voor gebruik-
naast je iPod op het kastje.

Dansend kom je voorbij op YouTube.
Gister werd je op Facebook getagt.
Je paardjes staan zolang maar even boven voor het raam.

Je energie
door een vlinder bewaakt
gevangen in een stille trom.

Ik heb je dr. Martens gedragen.

IMG_6246.JPG

IMG_6245.JPG

IMG_6247.PNG

Follow my blog with Bloglovin

Sjeem on me:-(

Vrijdag.
‘En dan mam?’
Nou, als je verdoving werkt dan snijden ze je kaak open en dan halen ze hem er zo uit. Het kraakt een beetje, maar verder voel je er niets van, heus’.
We zijn op weg naar de Heel.
‘Met een nijptang?’
‘Ja, met een nijptang Kyl.
En als het niet wil dan pakken ze gewoon de cirkelzaag er even bij.
Natuurlijk niet.
Gek!’

Terwijl Kyl in de behandelkamer zit, sterf ik duizend doden.
Mijn god wat duurt het lang.
Ik was toen toch zo klaar?
Hoor ik nou een gil?
Zal ik eens vragen aan de assistente waarom het zo Allejezus lang moet duren allemaal?

Na veertig (!) minuten komt het slachtoffer eindelijk weer naar buiten.
Nu alleen nog maar een oorcorrectie in februari en de andere verstandskies in maart.
Phiew.

’s Avonds.
Nadat ik mam naar huis heb gebracht kijken Rem en ik sinds tijden weer eens naar een film. ‘Marley and Me’.
Dacht dat het een comedy was.
Op het laatst zitten we in stereo te janken op de bank.
Rotfilm!

Wat is dat toch?
Wat zit de menselijke geest, nou ja, mijn geest dan toch zeker, toch raar in elkaar dat ik amper huil als mijn dierbaren ziek worden of overlijden, terwijl de dood of ziekte van een huisdier me echt ‘stuk’ krijgt.
Het lijkt wel alsof dat wèl in één keer binnenkomt, terwijl het verdriet van het verlies van mijn vader en zus maar heel gedoseerd bij mij binnen komt.
Af en toe word ik overweldigt door verdriet. En dan zet ik het op de een of andere manier weer opzij in mijn hoofd.
Niet bewust hoor.
Dat gaat vanzelf.
Ik denk dat het zelfbescherming is of zo.
Als het voor de volle 100% bij me binnen zou komen, zou ik niet meer kunnen functioneren denk ik.
Niet meer voor mijn moeder kunnen zorgen.
De natuur heeft het vast daarom zo bedacht.
Of zit het anders?
Wie het weet mag het zeggen.

Zaterdag.
Het is prachtig weer. Rem en ik besluiten de route te lopen naar het plekje waar we een klein gedeelte van de as van zus willen uitstrooien.
Het is voor een groot deel onverhard.
Glibberig.
Modderig.
Sommige stukken zijn echt geen doen voor Scotty (mams scootmobiel).
‘Dan moeten we voorstellen dat we het zonder haar gaan doen’.
Het zit me niet lekker.
‘Misschien kan ik hier zelf over een tijdje ook wel niet meer komen op eigen kracht’.
Het gaat nu best goed met mijn gewrichten maar voor hetzelfde geld zit ik (vanwege de poly artrose) over een jaar of wat in een rolstoel. Daar kun je je misschien niets bij voorstellen als je gezond bent, maar de herinnering aan de pijn in mijn lijf ben ik echt niet vergeten. Een jaar geleden had ik dit stuk echt niet kunnen wandelen. Pas tijdens de vakantie in april met zus en mam in Spanje ging het lopen ineens wat beter.
En dan? Stel je voor dat ik dan behoefte krijg om naar het plekje te gaan waar ik zus weet? Dan kan ik er niet eens heen.
We gaan op zoek naar een ander duin. Een duin waar mam en ik altijd dichtbij zullen kunnen komen, no matter what.

Na dit besluit drinken we koffie bij het haardvuur bij ‘de Deining’. Daarna een lekker rood wijntje. En nog eentje. Vooruit nog maar één. We hebben het beregezellig met een stel uit Zaandam.
Nog ééntje dan?

Zelfs zó gezellig dat ik niet eens gezien heb dat Kylian me probeert te bellen.
En zelf denk ik er eigenlijk ook niet aan om hem even te bellen.
-Zoiets vergeet je toch niet?-

Ik lig alweer een tijdje wakker als ik hem om half vijf thuis hoor komen.
‘Waarom nam je nou je telefoon niet op mam?’
Hij heeft helemaal gelijk.
Zo gaan we hier niet met elkaar om.
Wat is dit nou?
Ik voel me rot.
Wat ben ik nou voor moeder?
Sjeem, Sjeem, Sjeem on me!

IMG_6235.JPG

Altijd, altijd, altijd, altijd, altijd, altijd….

Mam staat al klaar voor het raam als ik haar op kom halen. ‘Hoi mam.
Gaat het een beetje?’
Het gaat.
Een béétje.
Even later rijden we de straat uit, op weg naar het crematorium, beiden verzonken in onze eigen gedachten.
Wie zal er de volgende keer met me mee gaan?
Zal dat Kyl zijn, achter het stuur?
Ik besluit ter plekje dat ik alleen zal gaan.
Of met Rem.
Kyl niet.

Buiten is het grauw en koud.
De zon laat het wel uit zijn hoofd om vandaag te durven schijnen.
Het is rustig op de weg.
Alle stoplichten zitten mee.

Voor ik het weet naderen we het stoplicht bij ‘Boer Geert’, waar we linksaf moeten.
Ik tref het niet, het springt net op rood.
Rood duurt altijd lang daar bij Boer Geert.
Tik-tak, tik-tak.
Idioot lang.
Lang genoeg om bijna in paniek te raken, omdat ik bang ben op die weg daar over de Den Uijlbrug in paniek te raken.
-Heb je hem nog?-

Kan ik misschien toch nog rechtdoor?
Wisselen van baan.
Ik kijk voorzichtig naar rechts.
Nope!
Ik sta klemvast.
‘Tik-tak’
In de val.
Het zweet breekt me uit.
‘Tik-tak’
Mam mag niets merken.
Ik voel mijn hart in mijn borstkas bonken.
Ik laat het raam een stukje zakken en doe de radio aan.

Such a good feeling
That’s where I wanna be (Yeah)
Locked in your prison
Of total extacy (All right, all right)
You’re so strong and you’re so together (Baby)
Next you there is nothing better

Ik zet hem harder.

Mam houdt wijselijk haar mond.

Always there (To please you)
Always there (When I need you)
Always there (To love you)
Always there (Thinkin’ of you)

Rustig blijven ademen.

Groen!

Langzaam laat ik de koppeling opkomen en geef wat gas.

And if you wanna
If you wanna do it too
There’s nothing better than being here with you
‘Cause your love is a precious treasure (Baby)
Only you can bring me joy and pleasure

Soepel draai ik vervolgens de weg naar de brug op, the point of no return. Vanaf nu kan ik niets anders dan doorrijden. Maar kijk eens even hoe goed dat gaat.

Always there (To please you)
Always there (When I need you)
Always there (To love you)
Always there (Thinkin’ of you)

Niets aan het handje. Zie je wel? Hoezo zou je niet kunnen stoppen als je voelt dat je flauw gaat vallen? Gewoon de alarmlampjes uit en op de rem. Ze stoppen heus wel.

Always there
Always there (Yeah, yeah, yeah, yeah)
Always there
Always there (Yeah, yeah, yeah, yeah)

Kijk, daar rechts, in die muur van Hedera. Zie je dat? Er zit zelfs een nooduitgang.

Always there (To please you)
Always there (When I need you)
Always there (To love you)
Always there (Thinkin’ of you)

Voor ik het weet staan we alweer bij het volgende stoplicht. ‘Mag hij nu weer wat zachter kind?’

Als we binnen komen staat Petra al op ons te wachten. ‘Daar zijn we weer’, zeg ik, enthousiaster dan in mijn bedoeling ligt. Ze herkent ons direct.

Deze keer nemen mam en ik wél de lift naar beneden. Als we de asuitgiftekamer binnenkomen draai ik me gelijk om naar het kastje waar de vorige keer de as van mijn vader op stond.

Ze is er.

Het indigoblauw emaille hartje voor neef ligt voor ons op tafel.
Nee. We willen geen koffie of geen thee.
Ja, we weten alles al.
Heus.
-Mam asjeblieft, begin nou weer niet over waar die as allemaal uitgestrooid moet worden ik kan er niet meer tegen-.
‘Ik geloof dat uw dochter wel zorgt dat het goed komt hoor’.
Kijk, hier is mijn rijbewijs.
Mogen we nu weg?
Weg? Weg?
Graag ja, stuur de rekening maar op.
Ja, ze was veel te jong.
Ja, wij hopen ook dat het nog heel lang duurt nu voor we je weer zien.
-Voor Ìk je weer zie, bedoel je-

Met mijn zus in mijn ene arm en mam gehaakt in mijn andere schuifelen we met opgeheven hoofden weg, langs de mensen die staan te wachten op een volgende crematie.
Mijn Zus in de bordeauxrode urn.
De urn in een bordeauxrode doos.
Schuchtere blikken.
Nieuwsgíerige blikken.

Ja. Kijk maar goed.
Zo gaat dat nou.
Over twee maanden loop jij hier misschien met je vader, je moeder, -of erger- onder je arm naar buiten.

Ik heb zin om te roepen.

Te schreeuwen.

Nee mensen. Dit is niet mijn vader. Dit is mijn zus.

Mijn zùs! En weet je hoe oud ze was?

Vijftig.

Net vijftig Godverdomme!

Met de urn tussen mams benen en het hartje in een mooi tasje op haar schoot rijden we weer naar huis.

De Den Uijlbrug is opeens weer een peuleschil.

Het slooppand

fictief

Het waren de stemmen die het eerst vaag tot haar door waren gedrongen. Veraf, hol, alsof ze zich onder water bevond. Daarna was het de pijn geweest.
De verschrikkelijke pijn die bezit had genomen van haar hele lijf.
En de angst.
-Ze wist het weer.-

Ze lag op haar rug.
Hoe lang lag ze al daar?
Haar handen waren vastgebonden aan het frame van het bedspiraal.
Haar benen waren wel los.

Ze beefde.
Haar broek was tot aan haar knieën nat.
De stank van haar eigen urine vermengd met de bedompte lucht in het vertrek maakte haar misselijk.
Ze kokhalsde een beetje.
Even verderop hoorde ze met regelmaat een druppel in een plasje water vallen.
Er schuifelde iets onder haar bed.
Een rat!
In paniek bewoog ze haar zere heupen op en neer op het piepende matras. Was hij weg? Ze hoorde het slepende geluid van zijn staart door de gang langzaam verstommen.

Voorzichtig probeerde ze of ze haar ogen open kon doen.
Haar linkeroog zat helemaal dicht. Het klopte en bonkte. Haar rechteroog ging wel een stukje open, net genoeg om het kleine brandende peertje aan het plafond te ontwaren.

Voorzichtig tilde ze haar hoofd een stukje op.
Gelukkig.
Niemand.
En nu?
Opeens zag ze het groene verlichte bordje.
Nooduitgang.
Ze was in ieder geval in een gebouw.
Of liever ònder een gebouw.
En betekende gebouwen niet: mensen?
Mensen die haar zouden komen bevrijden.
Een ambulance zouden bellen en de politie.
Zíj waren nu vast wel weg.
De sukkels hadden haar niet eens geblinddoekt.
Of monddood gemaakt.

In een reflex begon ze te gillen.
Ze negeerde haar pijn en trapte zo hard als ze kon zijwaarts tegen de kale muur naast haar ijzeren matras.
Dat móésten de mensen toch wel horen?

Het duurde niet lang.
Hooguit twintig seconden,
voor ze bij haar waren.

-Verder was er niemand.-

————————————————————–

Iedere maand verzint Plato een nieuwe schrijfuitdaging.
Het is de bedoeling dat je in precies 300 woorden een verhaal schrijft waarin het door Plato opgegeven woord niet in de tekst zelf mag voorkomen. Deze maand is het woord: ‘Waarnemen’. Het verhaal wat ik gisteren geplaatst heb was eigenlijk ook bedoeld voor deze uitdaging, maar ik zat ver over de 500 woorden.
Vandaar dus hier mijn tweede poging.
Voor meer verhalen, of als je mee wilt doen, kun je kijken bij:
http://platoonline.wordpress.com

De badmeester

-fictief-

Ze zeggen dat ik alles zie.
Dat is ook zo. Er is maar weinig wat mij nog ontgaat na al die jaren. Soms is dat niet leuk. Soms zou ik het gewoon eens níet willen zien of horen. Van die dikke natte bleke dijbenen met spataders bijvoorbeeld, die bij iedere stap tegen elkaar sompen en een kleverig spoor achterlaten op mijn droog getrokken vloer. Of lege, afgelebberde borsten die als een paar verschrompelde theezakjes zowat tot aan de navel reiken.
Die zie ik liever niet.
Ik hoor ze trouwens ook liever niet.
Maar ze schreeuwen allemaal deze vrouwen. Tegen hun kinderen die nooit naar haar luisteren. Tegen hun mannen die in hun ogen nooit iets goed kunnen doen.

De meeste vrouwen zijn trouwens niet mooi wist je dat? Negentig procent is gewoon lelijk. Vaak lijkt het nog wat, maar dat is gewoon nep. Sommige vrouwen dragen gewoon de juiste kleding, de juiste make-up.
Maar hier zijn ze allemaal naakt. Nou ja, op hun zwarte badpak na dan.
En ze zijn allemaal even lelijk.
Behalve Zij.

Zij is er tegenwoordig bijna altijd op zondagochtend. Haar twee jongens rennen dan direct op de glijbaan af. Die redden zich prima zelf. A, B en C. Ja, een tweeling heeft ze.
En dán nog zo’n figuurtje!
Ik geloof dat ze gescheiden is.

Met een handdoek over haar schouder gaat Zij dan richting het vijftig meter bad om haar baantjes te trekken in haar rode bikini met de touwtjes en de franjetjes. Het is de mooiste die ze heeft, vind ik.

Het doet me altijd deugd om te zien hoe de mannen haar nakijken. Een man blijft een man blijft een man, ook al heeft hij vijf kinderen die om hem heen jengelen en zo’n dikke lelijke zeekoe die hem lens zou slaan als ze het zou merken.
Ze zijn allemaal hetzelfde.

Straks, als ze klaar is met haar baantjes zal Ze wat hijgerig het trapje afdalen van het warme bubbelbad. Ze zal ze vriendelijk begroeten en naar ze glimlachen.
Haar borsten zullen nog nèt boven het water uitsteken als Ze haar armen zal spreiden, haar hoofd achterover zal laten leunen, en haar lange blonde haren zal laten uitwaaieren over de rand.
Er is er altijd wel één die even kon ontsnappen aan de ijzeren greep van het gezin.

Ik weet niet precies hóe ze het iedere keer weer doet.
Ik weet wel dàt ze het iedere keer weer doet.
Maar bijna nooit met dezelfde.

Eerst gebruikte ze gewoon een pashokje. Dat vond ik niet oké. Voor de kinderen begrijp je? Niet erg hygiënisch bovendien. Tegenwoordig laat ik voor haar gewoon het hok open. Daar is het lekker warm, en er staat een stapel met van die grote gele drijfplanken. Ze maakt er dankbaar gebruik van.

Zo wordt het toch iedere keer maar mooi weer drukker op de zondag. Vorig jaar dreigde het zwembad nog failliet te gaan.
Tegenwoordig moet ik gewoon weer ogen in mijn achterhoofd hebben.
-Wacht even. Wat zegt u mevrouw? Uw man?
Volgens mij zag ik hem zojuist bij de glijbaan.-
Ja, ik zie van alles.
Maar daar praat je gewoon niet altijd over toch?
Sommige zaken vallen nou eenmaal onder mijn beroepsgeheim.

Over een fotowandje, gele koeken, nachtdiensten en wat spelfouten

Woensdag.
Door het onderste gedeelte van het raam in de deur tussen de wachtruimte en de lange hal die voert naar de vele spreekkamers herken ik de laarzen die naderen uit duizenden.
De deur gaat open.
Het met een vragend gezicht in het rond kijken en mijn naam roepen slaat hij al lang over.
Hij wéét wie ik ben.
‘Gaat u mee?’
-Nog steeds een ‘u’.
Of weer een u?
We moeten maar eens wat consequenter worden met de ‘je’s.

‘Neem plaats. Hoe gaat het?’
Ik vertel.
Over de slapeloosheid.
De angsten.
De zorgen.
Míjn angsten en zorgen welteverstaan.
‘Weet je dokter, het is gewoon zoveel’.
Hij is het er mee eens.
‘Je krijgt het ook wel voor je kiezen’.
Ik weet niet hoe het komt, maar dat soort zinnen zijn de laatste tijd funest voor mijn façade van ‘ik kan de hele wereld aan, en heb alles, àlles onder controle.
Nee.
Ik huil niet.
Ik kijk stoïcijns naar de muur waarop het onbezorgde leventje van Dr. Spruitje op vierkante fotodoekjes tentoon wordt gespreid.
Bij ieder bezoek heeft hij er meer.
Misschien ook wel meer kinderen?
In gedachten zie ik hem op een zaterdagmiddag met een hamer en een spijker op een krukje staan. Zijn dochtertje (zoontje?) dralend om hem heen. “Wat is het saai hier pap”
“Ja, hier werkt papa nou. En daarom hangt papa allemaal vrolijke foto’s van ons samen op”.
“Het is hier nog veel kleiner dan in mijn slaapkamertje. En zit jij dan hier, en al die vervelende zeurende mensen dan op deze stoel?”
Een spiertje trekt vervelend op en neer onder mijn linkeroog.
Hij ziet het, en ik weet dat hij het gezien heeft:
Mijn moment van zwakte.
Ik kijk hem recht aan.
Dan komen we ter zake.
-De bejaarden wachten-.

Even later stap ik met een goed gevoel de deur uit.
Misschien had ik al eerder met hem moeten praten, maar ik hoopte het zelf te kunnen oplossen, zonder te hoeven leunen op zijn woorden, zijn mening, zijn steun.
Voorlopig hoef ik in iedere geval even geen nachtdiensten meer te werken. Dat nachtdiensten energie van me vragen die ik nu gewoon niet in huis hèb, is voor hem wel duidelijk.

Op weg naar mam haal ik wat medicijnen voor haar op. Ze zit aan haar koek met gele pudding aan de tafel. ‘Wil je ook een koek? Toe, dat is goed voor je’. Het stoort me als ze dit soort dingen zegt.
‘Koeken zijn niet goed voor je mam. Een sneetje fijn volkorenbrood, dát is goed voor je’.
Ze weet het ook wel. Het is al zeker een dik jaar geleden dat ze een sneetje brood heeft gegeten. Ze zucht.
‘Ik krijg het gewoon niet weg kind’.
Ik heb direct al weer spijt van wat ik zei.
‘Weet ik toch mam. Voor jou zijn die koeken juist wèl goed hoor, eet jij maar lekker je koeken’.

Nadat ik nog wat kleine boodschapjes heb gehaald, ga ik er weer vandoor. Het is niks voor haar, nu buiten met dat weer.
‘Kom ik je morgen na het werk halen oké?’

’s Middags doe ik een spontaan bakkie bij Yvonne, een oude vriendin van me die ik die ’s morgens in de supermarkt tegen kwam.
Ze was ook bij de condoleance van zus langs geweest. Samen met Alice en Tineke, een oude vriendin van mijn zus.
Het is gezellig om weer eens samen te kletsen. En ook is het leuk om haar man even later nog even te zien. ‘Minstens tien kilo geleden Nar!’ En dat geldt niet zozeer voor hem:-(

Donderdag.
Weer maar twee uurtjes geslapen. Collega Irene zit ook niet bijzonder goed in haar vel.
Heb ìk nog de zorg voor mijn moedertje die altijd vrolijk is en nooit zeurt, háár valt de eer om voor haar vader te zorgen, die door zijn ervaringen in het verleden, beduidend minder prettig in de omgang is.
Nadat ik in de ochtend een fijn gesprek heb gehad met mijn leidinggevende volgt er een heerlijke high-tea achtige lunch, ter ere van weer een andere secretaresse die vandaag 25 jaar in dienst is.

Vrijdag
Redelijk geslapen.
Wel zes uur!
Ik voel me dus iets prettiger als ik met mijn spinazie sapje achter de balie plaats neem.
Ondanks dat er niet veel spoedpatiënten worden aangemeld, hebben we het aardig druk.

Als ik om half zes thuis ben maak ik een avocado salade à la Saladetuin op pistoletjes voor Rem en mij. Kyl heeft praktijkles op school.
We drinken vandaag maar eens geen bier of wijn en gaan op tijd slapen.
-Zo word mijn blog wel heel erg saai hè?-

Zaterdag.
Rem is al vroeg de deur uit om wat te klussen op zijn werk.
Kyl niet.
Kyl had een feestje, weet je wel?
En ik?
Ik ben gewoon moe.
-Of lui, wat je wilt.-

Zo meteen eerst maar eens wat weekendboodschappen doen.
Mam halen.
En dan zien we wel verder.
Misschien ga ik ook even snel een boek halen in de bieb over spelling. Ik begin namelijk een beetje nerveus te worden van alle bloggers die zich daaraan -terecht hoor- storen.
Krijg er ondertussen een beetje faalangst van.
Maar mijn spelling moet voor mezelf ook weer niet te zwaar gaan wegen. In eerste instantie is dit blog namelijk bedoelt voor mezelf als uitlaatklep, hoe fijn ik het ook vind om volgers te hebben.
Ik heb al best veel aan mijn hoofd, als ik me nu ook nog druk ga maken over mijn spelfouten, weet ik wel zeker dat ik straks regelrecht op een burn-out afsteven.
Dus neem alsjeblieft mijn fouten nog even voor lief, of wijs me er even op in een reactie.
-Als je er de puf voor hebt dan-.
Daar kan ik toch alleen maar van leren?
Doen hoor!

Fijn weekend!

Ook weer geregeld

Dinsdag, laat in de middag.
‘Sherry’tje mam?’
‘Ja lekker kind’.
Terwijl ik een asbak voor haar pak, schuift mam gezellig naast Kyl aan tafel.
‘Volgende donderdag mag ik het as van zus ophalen’.
Afgelopen maandagmiddag had ik ze zelf maar eens even gebeld. Het duurde zo lang, maar het emaille hartje wat we besteld hebben voor neef was er nog niet. Dat kwam dezelfde middag. (Zus en ik hebben altijd al een lijntje gehad;-)
‘Ga je dan mee mam?’
Tuurlijk gaat mam mee.

Kyl is druk bezig met zijn huiswerk. Hij moet een fictieve brief schrijven naar een sollicitant om te vertellen dat hij of zij is aangenomen, en komt er niet uit.
‘Kun je niet beter bellen dan?’
opperen mam en ik.
*Niet grappig*

‘Dan moeten we binnenkort als het mooi weer is en als het niet zo hard waait maar even naar het strand kind’.
Het is voor mams gemoedsrust zo belangrijk dat het allemaal precies zal gebeuren zoals zus het haar ooit gevraagd heeft.
‘Natuurlijk mam’.
Ik heb er al een tijdje over een plek nagedacht en wil het liefst dat zus dáár wordt uitgestrooid. Het is een duin bij de strandopgang vlak bij de camping. Er staat een bankje, en ik kan er altijd heen om even te zitten.
Het liefst zou ik daar ook wat van Nino, pap en haar later samen uitstrooien. Een beker vol, net als bij zus.
‘Zou je dat goed vinden mam?’
Mam vindt het best.
Dan hebben we het nog even over zo’n hartje voor mam.
Ik zeg dat ik daarover twijfel. ‘Aan de ene kant vind ik dat wel fijn mam, een hartje van jou, en eentje van pap. Maar stel dat mij nou later iets gebeurt? Dan zadelen we Kyl met die hartjes op’.
Kyl kijkt op van zijn laptop.
‘O, dat geeft niet hoor, die bewaar ik dan wel’.
Rem komt thuis en gaat gelijk naar boven, onder de douche.
‘Ik weet niet hoor lieverd, daar zit je toekomstige partner later vast ook niet om te springen’.
Mam bemoeit zich ermee.
‘Nou, dan begraaf je die hartjes toch ook op dat duin?’
Kyl haalt zijn schouders op. ‘Ja, dat kan ik altijd nog doen’.
-Moeilijk gedoe van die vrouwen altijd!-
‘Ja maar dan gaan er misschien kinderen of honden graven en dan vinden ze die hartjes’.
Dat lijkt me nou ook net niks.
‘Weet je wat Kyl, dan graaf je eerst maar een kuil en dan schudt je ze éérst leeg, dàn leg je de hartjes er samen boven op, en daarna maak je de kuil weer dicht.
‘Goed hoor oma’.

‘Gaan we al eten mam? Ik heb honger!’
‘Mag ik nog een sherry’tje kind?’

‘Túúrlijk’.