Hulp troep!

‘Hoi mam!’
Het is even na twaalven als ik bij mijn moeder binnenstap. Ik kom net bij Alice vandaan. Lekker geknipt en ondertussen lekker een beetje bij gekletst.
Mam zit achter aan tafel.
‘Hé, schrok je?’
Als ik ga zitten zie ik dat haar handen beven.
‘Wat is er, ben je zo zenuwachtig?’
Mam knikt.
‘Stom hè?’
Verontschuldigend kijkt ze me aan.
‘Dat komt omdat ik je nog niet verwachtte’.
Ik pak haar hand.
‘Ik ben het toch maar mam?!’

Even later gaat het wel weer een beetje.
Lydie is inderdaad gistermiddag bij haar geweest.
Fijn voor mam.
Hoewel ik het Lydie natuurlijk van harte gun dat ze gewoon heel vaak lekker met Harm op de camping zit, is het toch stiekem wel fijn als ze straks weer wat vaker thuis -en dus dichtbij- zal zijn.

Terwijl mam zich op haar boodschappenlijstje concentreert ga ik vast boven zuigen.
Het blijft raar en vreemd als ik in de slaapkamer kom van mijn ouders.
Pap die mij vanaf zijn foto op het nachtkastje zo aankijkt.
Het bed.
Het geel geglazuurde hartje in dat mooie zwarte fluwelen doosje.

Nadat ik ook beneden gezogen en gedweild heb, schuif ik met een glas water bij mam aan tafel.
‘Zou je het nou niet fijn vinden mam? Gewoon, een beetje hulp voor een paar uur in de week?’
Ja, het lijkt haar nu toch wel wat.
De bakens worden verzet.
Ik ben er blij om, maar ook treurig.
‘En misschien is zo’n klein rood scootmobieltje toch eigenlijk ook wel een uitkomst voor me’.

Even later praten we over de afspraak bij de longarts volgende week.
‘Ach kind, kunnen we die niet gewoon afzeggen? Ik schiet er toch niets mee op. Hij vraagt alleen hoe het met me gaat, en het gaat nog steeds hetzelfde’.
Zelf zag ik er vanaf het begin al weinig heil in. ‘Maar dan meld ik dat ook even bij de huisarts hoor. Kan ik gelijk even vragen hoe dat ook al weer zit met de aanvraag voor huishoudelijke hulp, en of de dokter volgende maand een keertje langs komt’.
Misschien moeten er binnenkort toch ook eens wat serieuzer zaken besproken gaan worden.
Ik maak de afspraak voor de 26-ste, als hij weer terug is van vakantie.

‘Heb je er een beetje zin in morgen?’
Morgen komen er twee tantes van mij op visite.
Mam knikt.
‘Wel druk, maar wel leuk hoor’.
Haar iets oudere zus en een schoonzus.
Ik zet de theezakjes vast laag en de witte wijn maar vast koud.
‘Gezellig voor je mam’.

Ja, echt fijn voor haar.
Zoveel aanloop heeft ze niet.
‘Eigenlijk hadden ze zaterdag willen komen’.

Komende zaterdag had mijn vader jarig geweest, vandaar.
Maar komende zaterdag is Remco ook jarig.
Dit jaar voor het eerst sinds jaren geen olijke kiekjes van de twee jarige jobjes samen.

‘Raar hè?
Ik wou dat het maar vast voorbij was’.
Zij ook.
‘En ik wou maar dat zus weer eens kwam’.
Nu bijvoorbeeld.
Zus haar operatie zal toch pas na 1 november plaats gaan vinden.
En Mam betaald heus wel dat treinkaartje.
‘Nee, over langs komen heeft je zus niets gezegd’.
En er om vragen zal ze nooit, weet ik.

‘Nou dag hoor mam, tot zaterdag. Red je het zo?’
‘Ja hoor kind. Doe je Rem en Kyl de groeten?’

Mijn wegrijden voelt als een laffe vlucht.

Opstaan en weer doorgaan.

Ik baal er wel een beetje van.
Ging ik net zo lekker, krijg ik weer een darmontsteking.
En ik schreef gisteravond wel zo leuk over die hometrainer op de Stationstraat, maar
de waarheid is dat mijn billen alweer zo’n twee weken geen zadel hebben gezien.
Ben gister wel naar acupunctuur geweest voor oplaad sessie.
Loop even hard weer leeg, schijnt.
Lekker dan.

Moet zeggen dat je van zo’n ontsteking trouwens best wel lekker af valt.
In je gezicht dan.
Mijn buik is zo dik als tevoren:-(
Vraag me trouwens af in hoeverre mijn darmen bij mij invloed hebben op mijn pezen en gewrichten.
Wie weet ligt daar de oorzaak wel.
Zou er niet van opkijken.
Zal het eens in de groep bij dr. Spruitje gooien.
Als ik hem tenminste nog eens spreek.

Vanmiddag weer voor het eerst een avonddienst.
Ja, het gaat best hoor, maar lang zitten is gewoon niet fijn.
Daarna ben ik weer fijn vijf dagen lekker vrij.

Kan ik het fietsen weer rustig aan gaan oppikken, hopelijk ook buiten.
En natuurlijk weer even lekker even naar de Zaan koekeloeren.
Misschien wel twee keer per week.
Ga San en Lins ook nog zien komende week.
En donderdag knippen bij Alice.
Lidy (de vriendin van mam) gaat waarschijnlijk vandaag even langs bij mam, en twee tantes vrijdag, dus dat scheelt voor mij weer een hoop tijd. Hoef ik alleen donderdag even de boodschappen te doen en de stofzuiger er even doorheen te knallen.
Als Lidy dat tenminste niet al gedaan heeft.

Nee.
Naar yoga ben ik nog steeds niet geweest.
Heel even wachten nog.
Anders wordt het weer zoveel.
Nou ja, teveel voor mij.
Of stel ik nu uit?
Misschien moet ik gewoon een planning maken. Een datum prikken. Eerst maar eens lid worden volgende week.
Nee. Niet volgende week. Vrijdag!
En dan maandagmorgen 09.45 heen.
Misschien wil Karin wel mee.
Tegen die tijd is ze misschien net klaar met haar fitnessrondje.
Dat had ze al een beetje gezegd.
Dat ze mee zou gaan.
En daarna naar de sauna.
En het Turks stoombad.
Gezellie!

Zie je wel:
Alles komt goed!

12 minuten fietsen aan de Zaan

Mijn fysiotherapeute zit gevestigd op de eerste etage van het voormalig Gemeentehuis/politiebureau in Wormerveer, mijn geboortedorp.
Het fitnesszaaltje, daar op de eerste verdieping, kijkt uit over de Stationsstraat en de Zaanweg.
Links het Guisveld.

Als ik op de hometrainer zit, kijk ik uit over de Zaan die daar meestal zomaar zachtjes in zichzelf wat ligt te blikkeren in haar mooie bochtje.
Oneindig diep lijkt ze mij in gedachten, de spiegeling van de molens nog amper maar in haar diepten vervaagd.

Zachtjes hoor ik haar trots wat kabbelen over de kleine jongens die zij dezelfde wijze oude mannen zag worden.

-Wist ik wel dat Herman Gorter, naast haar geboren was?
Van Cor Bruijn, die zo vaak met haar op heeft gelopen, op zijn voettochten?
Van de losse ploegers?
Van de zaadsjouwers?
De kiepvrouwen?
De kerkgangers?
De loopjongens?
Ach, kwajongens!
Wist ik wel van Suze, het lieve witte paard dat de goederenwagons naar haar losstation trok.
Van die gemene Spanjaarden?
Haar vele molens.
Haar veer.
De Alkmaar Packet?
Haar fabrieken.
Haar grote krabben.
Haar koude Noorder.
Haar kermis
Haar Jonge Prins?
En
de keren dat zij zoveel plezier voor de kinderen bracht toen zij helemaal dicht gevroren was in de lange strenge winters?-

Zachtjes echoot ze de voetstapjes van mijn vaders klompjes in mijn hoofd.
Klompjes en een boezeroentje.
En handjes van kleinere broertjes.

En kijk nou!
Daar lopen wij:
Zus en ik.
Met onze boeken.
Een zoethout.
Vast op weg naar ballet in Ons Huis.
of de bieb.

En daar vis ik.
Daar zie je? Iets verder, over de Noord.
Daar zwem ik, op een zomerse dag bij de Stoel.
Daar fiets ik, naar San, of naar mijn werk.
Daar zingen we, met z’n allen.
En daar rij ik in een donkere nacht.
Alleen.
Met pap. En mam.

Nee. 12 minuten fietsen.
Het is net niks.

Even showen hoor!

Nou, dit is ‘m dan geworden: Onze keuken na de make-over.
We zijn er zelf heel erg blij mee, al moeten de kastdeurtjes onder nog wel vervangen worden. Voorlopig vinden we het zo best.
Ben ook erg tevreden met de hang rekjes en de kruidenrekjes.
En natuurlijk de planken.
Je begrijpt nu natuurlijk ook waar ik het keukentrapje voor nodig heb.
Wat past ‘ie goed in onze keuken, het trapje bedoel ik.
Het is bijna jammer dat ik niet zo goed kan koken.

Gelukkig heb ik twee keien van keukenprinsen;-)

image

 

 

image image image image image image image

Het mooiste krukje ooit…

‘Ja hoor, dat mag wel. Hij staat in de schuur. Ik kan hem toch niet meer tillen’.

Met het oude Brabantia keukentrapje onder mijn arm verlaat ik vorige week het huis van mam. Het voelt een beetje alsof ik uit ben op haar spullen. ‘Wel raar mam. Weet je het wel zeker?’
Ze kijkt een beetje weemoedig. ‘Ik had het al voor ons trouwen’.
‘Weet je nog dat zus en ik er altijd op zaten tijdens de afwas vroeger?’ Nou ja meestal zat ik. Zus was ouder, die mocht helpen. ‘Wat zal ik veel gezongen hebben op dit krukje, weet je nog?’
Mam knikt.
Er komen meer beelden voorbij.
1001 Peertjes koken van onze perenboom.
Mijn grote stoere zus van vier of vijf die via het trapje op het aanrecht klimt om dropjes te pikken.
‘Weet je nog dat we vaak boterkoekjes bakten?’
Ik weet het nog. Met mijn knietjes op de kruk
versierde ik de deegballetjes met een natte vork.
Daarna mochten we met onze vinger de kom uit likken.
‘Niet teveel hoor, daar krijg je wormen van!’
Nog meer herinneringen.
Mam die een pleister plakt, de zoveelste, op mijn kapotte knie. ‘Kusje erop, over!’
‘Weet je nog dat ik droog paardrijles op de kruk kreeg van zus?’

Mam ziet de beelden ook voor zich.
‘Neef en Kylian hadden er ook zo’n lol van. Weet je nog dat je vader met een gladde plank er een glijbaan van had gemaakt voor de jongens?’
Ik zat dan vast te buffelen op het werk. ‘Nee, dat weet ik niet’.
Mam vertelt lachend dat ze dan zo -ploeps!- in het schelpbadje met water gleden.
‘En een lol dat ze dan hadden!’
Zachtjes laat ze haar hand nog even over het krukje gaan.
‘Dank je wel mam. Ik zal er heel erg goed op passen’.

Rem is bijna klaar met de keuken als ik met het krukje thuis kom.
‘Ga je hem schilderen?’
Ik bekijk het krukje aandachtig.
Hier zit wat rode verf, dezelfde kleur als waar pap de mooie zwarte gietijzeren potten ooit mee heeft verknald.
Daar wat groen.
Groen van zijn boot.
Van de stoepen.
Een druppeltje bloed.
Wat wit, van wat later op het bovenste treetje.
Roest.
1000 krassen.
En 1001 herinneringen.
‘Nee. Natuurlijk niet’.

Kijk hem eens mooi zijn!

20140823-160821-58101225.jpg

Ziekenhuisavonturen en andere beslommeringen

Maandag
‘En waar zit de buikpijn precies?’
Dr. Spruitje is er nooit op maandag dus even later klopt beluistert en onderzoekt 1 van zijn vele collega’s mijn plofbuik dat het een lieve lust is. Je neemt waar, of je neemt waar, nietwaar? Als hij klaar is vertelt hij dat ik nog even bloed moet laten prikken. De assistente van het lab blijft zelfs even op mij wachten. ‘Dan bel ik u even tussen vier en vijf met de uitslag’.

Even na tweeën belt hij me wakker. ‘Uw bloed bevestigd dat er een ontsteking zit ergens, het is misschien toch verstandig dat u even langs de eerste hulp gaat. Ze weten dat u komt’.

In de wachtkamer is het aardig druk. Na een dik uur mag ik eindelijk op een bedje liggen.
De verpleegkundige brengt me twee voorverwarmde dekens.
Wat heb ik het koud.
Gelukkig hoef ik niet lang op de chirurg te wachten. ‘Waarschijnlijk heeft u divertuculitis, een ontsteking aan een uitstulping in uw dikke darm, maar het kan ook uw blinde darm zijn’. Mijn hele onderbuik is pijnlijk. Ja, raad dan maar eens waar het vandaan komt. ‘U wordt straks opgehaald voor een echo’.

De radioloog houdt ook niet van half werk. Secuur gaat hij mijn hele buik af. Voor mijn gevoel duurt het wel een half uur voor hij klaar is. ‘Ik denk dat de chirurg vanavond of morgen nog een ct scan zal willen laten maken’, zegt de radioloog.

Inderdaad. Ik moet blijven.
Even voor zeven wordt ik opgehaald en naar 4 zuid gereden. ‘Hoe krijgen we het voor elkaar. In september lag mijn vader hier, in februari mijn moeder en nu ik’. Ik wil alleen niet graag in de kamer waar mijn vader lag, zeg ik. Ze vraagt welke kamer dat was.
‘Nee hoor, je komt op een vierpersoonskamer. Er ligt nu alleen nog maar een wat oudere heer’.

Op de kamer ligt inderdaad een man.
Een oude man.
Stokoud als je het mij vraagt.
Hij laat ongegeneerd scheten.
En hoest alsof zijn laatste uur geslagen heeft.
Een heer zou ik het niet willen noemen.
‘Mag mijn bedgordijn misschien dicht?’
Ik wil liever niet naar hem kijken.

Na een halfuurtje komen Rem en Kyl. Ze zijn op de motor. De auto staat bij de Mac Donalds waar ik hem vanmiddag heb geparkeerd. ‘Lekker laten staan lief, ik kijk straks wel even’.
Kyl heeft bijna alles van het lijstje in mijn tas gedaan.
Behalve dan mijn slippers en mijn oplader. (Grrr…)
‘Dank je wel schat. Nee, het geeft niet hoor’.
Het is hem zo te zien prima gelukt om mijn alleroudste slips bij elkaar te scharrelen voor deze gelegenheid.
Eigen schuld, moet ik die zooi ook maar eens weggooien.

Rem heeft er die dag al twaalf uur opzitten. ‘Gaan jullie maar hoor, ik red me wel’. Ze moeten nog eten ook. Stakkers!
Even later krijg ik een nieuwe overbuurvrouw erbij.
Naast stokoud
is ze ook nog eens stokdoof.
‘Hèèèèè, Wat-zejjenouuuw?’
‘U krijgt straks van mij een Klys-Ma’.
‘Hèèèè?’
‘EEN KLYSMA schat’
Mij noemt ze geen schat.
Gelukkig.
‘Hèèè? O ja? Wasdaddan?’
De buurman laat weer een scheet. Voor de gezelligheid rochelt hij nog een beetje na.
Vergeefs zoek ik naar mijn oordopjes in mijn tas.
-This must be hell-
‘Nu moet u op uw zij gaan liggen, zo ja Schat…en dan gaan we zo heel snel naar het toilet samen.’
Mijn toilet bedoelt ze.
Straks maar niet vergeten mijn Birkenstocks aan te doen als ik ga poetsen.
Ik lig met mijn kop onder de dekens en mijn vingers in mijn oren te kokhalzen. En ik was al zo misselijk voordat ik aan die liter drank voor die ct- scan begon.
Men, wat trek ik dit slecht.

De volgende morgen wordt ik al vroeg opgehaald voor de ct-scan. Als ik weer terug op zaal ben mag ik nog steeds niets te eten. Stomme vraag natuurlijk ook. In plaats van een ontbijt krijg ik ‘Klysma part two’ voor mijn kiezen.
‘Hèèèè? Alweer??’
Ze haalt me de woorden uit de mond. De verpleegkundige is onverbiddelijk. ‘Ik leg hier allemaal matjes op de grond en in bed en dan zetten we de po stoel hier naast het bed’. Het klinkt alsof ze een dagje Efteling voorstelt.
Naarstig zoek ik wederom in mijn tas naar Iets, Iets, of Iets.
Net op het moment dat ik overweeg gewoon maar die hele tas leeg te schudden en over mijn kop te trekken, vind ik een deo roller in het verste hoekje. Snel duik ik met mijn deo onder de dekens. Als mijn buurman een smerige boer laat besef ik pas dat
ik mijn oordopjes ben vergeten.

‘Mevrouw X? Hallo??’
Even later verteld de chirurg me dat ik nog een nachtje moet blijven. ‘Als alle controles en uw bloed morgen goed zijn mag u naar huis. Dan zien we u over een paar weken op de poli voor controle. Ook willen we nog een coloscopie maken’.
Omdat de darm eerst ontsteking vrij moet zijn duurt dat nog wel een week of zes gelukkig. Twee jaar geleden heb ik ook al een coloscopie gehad. Behalve een poliepje en heel veel scherpe bochten was daar toen verder niets op te zien. ‘Ook geen divertikels’.
Prikkelbaar Darm Syndroom was de conclusie.

‘Om een uur of twaalf wordt u opgehaald. Dan brengen we u naar afdeling Gynaecologie en Verloskunde’.
De hemel zij geprezen.
‘Wil u nu wat eten misschien?’
Neuh. Ik wacht nog wel even.

Boven kom ik weer op een vierpersoons. Er ligt slechts 1 vrouw bij het raam. Het gordijn is dicht. Ze mormelt een beetje in haar slaap.
Na een uurtje trekt ze het gordijn een stukje opzij. ‘Zullen we het open houden? Veel gezelliger toch?’
Hoewel ze een jaar of zestig moet zijn heeft ze een guitige kop. ‘Ik ben Agaath, zeg maar Gaat, en jij?’
Gaat is die ochtend geopereerd. Ze hadden al een keer een verzakking verholpen, toen hebben ze haar baarmoeder verwijderd. Nu zat er een bal darm in de weg. Ze verteld het allemaal luchtig.

Gaat en ik keuvelen tussen de visites door de hele middag en avond door. Naast Rem en Kyl (met oplader en slippers!) was ook Dais even gezellig langs geweest. Kijk, zo is het best uit te houden. Het infuus mag er alleen nog steeds niet uit.
Ik heb een rot infuus. Of hij gaat zo langzaam / not dat mijn bloed terug stroomt, of hij loopt zo snel door dat het nog net geen straal is. Drup-drup-drup. ‘Hoe snel gaat jouwe nou Gaat?’
‘Drup—drup—drup’, doet Gaat.
‘Zie je nou?’

De volgende ochtend voel ik me echt niet top. Veel minder dan gister. En ik wil nog wel naar huis. Ik heb hoofdpijn. Als de verpleegkundige (lieve Else) mijn controles komt doen heb ik een pols van zestig en een bloeddruk van 75 over 140.
Niet verontrustend maar
dat zijn niet echt ‘mijn’ controles.
Ik ben meer van de pols van 80 en een bloeddruk van 120 / 70.
Ze rommelt weer wat aan het infuus en erkent dat hij wel erg hard loopt. ‘Ik denk dat je je straks wel wat beter voelt’.

Gaat mag vandaag de postoel proberen nadat haar catheter en tampon zijn verwijderd.
Ze weet van mijn gruwel van de afgelopen dagen. ‘Ik ga wel even een blokje om hoor Gaat, trek je van mij niets aan’.

Om een uur of 1 komt de arts assistent chirurgie langs. Het is dezelfde arts assistent die voor mam zorgde.
Ik was later nog een beetje boos op haar, omdat ze in het ontslaggesprekje met geen woord had gerept over een ct-scan van de longen van mam. Die uitnodiging viel toen zonder enige uitleg op de mat. Slordig.

Ik begin er niet over. Wat heeft het voor zin? Maar ik heb nog wel een paar vragen voor haar.
Ze legt me vervolgens uit dat je op een ct scan wel aan de buitenkant kunt zien dat de darm ontstoken is, maar niet wat de exacte oorzaak daarvan is. ‘Gezien ook de voorgeschiedenis van je vader nemen we geen enkel risico’.
Ze is wel op de hoogte moet ik zeggen.
‘Als uw temperatuur boven de 38 komt moet u bellen hoor’.

Om half twee neem ik afscheid van mijn lieve gezellige buuf
‘T ga je goed Gaat, zet ‘em op hè?! Nu effe lekker poepen op die stoel en dan mag je morgen naar huis!’

Mijn auto staat nog keurig op het terrein van de Mac Donalds. Net als ik weg wil rijden gaat mijn voicemail. Het is Else. ‘Je hebt je tassen vergeten!’ Wat stom zeg.
Even later vergeet ik helemaal dat ik beloofd heb om niet over de provinciale weg terug te rijden maar binnendoor. Ik keer de auto.
Afspraak is afspraak.

Ik ben blij als ik thuis op de bank lig.
Van zus een sms.
‘Lag jij in het ziekenhuis?’
Zeker van haar buurvrouw Marjan gehoord, een FB-vriendje van mij.
Zus heeft al weken niet gebeld naar mijn moeder. En als mijn moeder haar belt neemt ze niet op. Ik ben boos op haar en laat haar dat weten.

Ook vrijdag lig ik bijna de hele dag op de bank.
Kyl en Rem gaan steeds om beurten even bij mam langs.
Ik bel haar om te vragen wat ze nodig heeft zodat Rem dat even langs kan brengen.
Het is noodweer.
Mam heeft alleen mentholshag nodig en sherry.
Vandaag geen yagultjes of cakejes met gele room.

Het gewone leven neemt zijn keer.
Tja. Wat doe je daar nou tegen?

Even vanuit mijn lappenmandje

Ik ben gister opgenomen in het ziekenhuis. Niet schrikken hoor, het is niets ernstigs. Ik heb een ontsteking in mijn darm. Het heet diverticulitis of zo.
Morgen mag ik hoogstwaarschijnlijk weer lekker naar huis. Tenminste, als mijn temp en ontstekingswaarden niet omhoog zijn gegaan.
Vandaar dus even tijdelijk geen reacties.
Veel liefs allemaal.

Over drie boeken en hun invloed op mijn leven

‘Waarom ik wel?
Waarom zij niet?’
Het zoeken naar dat antwoord is de drijfveer, het thema van dit blog.
En dan bedoel ik niet alleen dit stukje, maar het hele Beauninoblog.

Meestal is het andersom.
Zeurt je moeder.
Bij ons niet.
Bij ons is het zo om dat ik degene ben die het meeste zeurt.
Ik zeurde al vanaf de tijd dat ik kon praten denk ik.
‘Mam, stop nou met roken’.
‘Pap, mam, het stinkt zo als jullie in de auto roken’.
En toen ik wat ouder werd:
‘Mam, drink nou niet zoveel’.

Ik trainde vanaf mijn dertiende zelf vijf keer in de week.
Een keer in het krachthonk, drie keer op de baan en op zondagmorgen in de duinen van Wijk aan Zee.
Ik kon best aardig hardlopen.
Hield van hardlopen.
Mijn ouders kwamen nooit kijken.
Het interesseerde ze gewoon niet bovenmatig.
Mij ook niet.
Dat ze niet kwamen.

Toen ik vijftien was stopte ik abrupt met atletiek, wilde ik op voetbal en rookte ik zelf.
Nee.
Natuurlijk mocht ik niet roken van mijn ouders.
Mijn vader was notabene net een jaar gestopt.
Maar op mijn zeventiende rookte ik thuis.
Samen met mijn moeder en mijn zus.
En onze vriendjes.
Mijn vader heeft weleens uit protest met een gasmasker opgezeten binnen.
Niet dat dat hielp.

Toen ik vijftien was dronk ik ook zelf.
Pisang Ambon.
Puur.
Stiekem natuurlijk.
Met Lins in het bos
-waarover later meer-
of in het toilet bij de kantine.
Nee, natuurlijk mocht dit niet.
Op mijn zeventiende mocht ik thuis drinken.

Want op mijn zeventiende was het ineens gezellig dat ik rookte en gezellig dat ik een glaasje mee dronk.
Mensen die geen van beiden deden waren maar ‘saaie Pieten’. Ik kan me de irritaties van mijn moeder nog goed herinneren toen ze voor de eerste keer bij een tante een sticker met ‘Verboden te roken’ op de voordeur zag. In de jaren ’70 werd zoiets gewoon nog als heel ongastvrij gezien.
‘Nou jaaaa zeg!!!’

Op mijn zeventiende
was ik ‘volwassen’.
Was ik ‘klaar’ met school.
Had ik ‘serieuze verkering’, en
ging ik iedere zondagavond bij s.v. achterop de brommer naar dansles in Heemskerk.
Ik werkte 40 uur per week bij de warme bakker in ons dorp.
Van het geld wat ik verdiende spaarde ik linnengoed bij de Walra en nam ik later rijlessen.

Het was de bedoeling dat s.v. en ik zouden gaan samen wonen tussen al onze koperen en messing toeters en bellen die we in de jaren op de Zwarte Markt hadden aangeschaft.
Ergens op een flat in Velsen-noord of IJmuiden.

Ik geloof wel degelijk dat het lezen van boeken heeft bijgedragen aan de keuzes die ik heb gemaakt in mijn leven.
En nu vraag je je natuurlijk af ‘Welke boeken Nar?’
Allereerst was daar de ‘Niet morgen maar nu’ van Wayne Dyer die mij een heel andere kijk gaf op dingen.
Af en toe las ik passages voor aan mijn moeder.
‘Ach kind, allemaal onzin. Nee hoor hou maar op, ik hoef het niet te horen’.

Op mijn negentiende maakte ik het uit met s.v.
Ik kreeg alleen al maagpijn als ik aan de toekomst dacht. Dat kon toch niet goed zijn?
‘Iedereen’ was er kapot van, terwijl ik zakelijk op mijn knieën op zolder onze goudkleurige kerstballen zat te verdelen.
‘Het ga je goed en de mazzel’.
O ja hoor, ik hield best wel van hem.
Maar gelukkig het meest van mezelf!

Ik stopte met roken. Ging weer wat sporten.
‘Doe nou maar geen moeite kind, dat lukt jou toch niet’, zei mijn moeder dan.
En natuurlijk kreeg ze gelijk.
Keer op keer.
‘Zie je wel. Nou, zo ben je veel gezelliger hoor!’
Ze bedoelde het goed.

Een ander boek wat heel veel invloed op mijn denk- en leefwijze heeft gehad is het boek ‘Sterrentekens’ van Linda Goodman. In dit boek is Linda volgens mij al zo’n dertig jaar vooruit op de spirituele schrijvers van nu.
Dat vind ik trouwens ook van dr. Dyer. Zoveel boeken die na NietmoMaarnu zijn geschreven zijn gebaseerd op dit boek.
Hoewel Linda astrologe is, gaat dit boek veel verder dan dat. (Zie de inhoudsopgave op de foto’s hieronder). Ik heb drie boeken van haar in mijn kast die me zeer dierbaar zijn.

Later, toen Kylian nog een peuter was, las ik nog een boek dat heel veel invloed heeft gehad op mijn leven.
Het heet ‘Als liefde pijn doet, en je weet niet waarom’ van Susan Forward.
Na het lezen van dit boek begreep ik wat er mis was in de relatie met de vader van Kylian en mij. En door dat ik eindelijk doorzag wat hij met mij deed (wat ik liet gebeuren) kon ik daar een einde aan maken.

Natuurlijk zijn er veel meer boeken geweest.
Inspirerende romans.
Boeken over communicatie, over NLP, droomduidingen, wat niet?
Ik lees over alles wat me maar net op dat moment maar interesseert.

Misschien….Nee.
Waarschijnlijk, als ik nooit was gaan lezen, had ik nog wel op die flat gewoond, gewoon
met s.v. en twee of drie ‘koters’ tussen al onze koperen toeters en bellen.

Welk boek heeft de meeste invloed op jullie leven gehad?

20140815-093148-34308613.jpg

20140815-093159-34319728.jpg

TaDa….een Bucketlist

Jawel hoor! ‘Zij van Beaunino’ heeft ook een Bucketlist gemaakt.
Hij is alleen wel wat saai.
Komt ook omdat ik lichamelijk niet meer zoveel kan als vroeger.
Lijkt me een strak plan om dus maar te beginnen om mijn lenigheid en conditie wat op te vijzelen.
Het zou ook alleen al tof zijn om weer zonder pijn in een doorsnee tempo te kunnen doorwandelen, zodat ik misschien ooit nog een de Nijmeegse vierdaagse zou kunnen lopen, of het Pieterpad, of -leuk!- de strandzesdaagse.

Nu zag ik dat er zoiets als therapie yogales wordt gegeven in de sportschool waar ook Rem en Kyl trainen lid van zijn.
Ik heb daar drie jaar geleden ook gefitnesst. Het is een fijne sportschool met een sauna en een Turks stoombad, erg prettig. Misschien dan toch maar weer een abonnement.
Kan ik daar gelijk 1 keer per week fitnessen.
Vooral veel wandelen dan op de loopband, roeien en de oefeningen die ik bij de fysio heb geleerd. Als ik het dan heel voorzichtig op bouw kan ik misschien zelfs wel weer meedoen met de Start to Run groep in het komende voorjaar.
Wat was het altijd leuk om op dinsdagavond en zaterdagmorgen rond te rennen door de duinen.
Hardlopen misschien nooit meer nog niet dit jaar maar fietsen kan ik buiten natuurlijk Wel. Dus: 1 keer per week minstens een kilometer of tien. ‘T is net niks die afstand, ik weet het, maar het gaat bij mij om de smering van mijn gewrichten i.v.m. de polyartrose.

Als ik dat allemaal doe val ik vanzelf wel weer een beetje af. Twee, drie kilo zou leuk zijn.
Wil ook wel weer wat gezonder gaan eten:
-Nog meer biologisch.
-meer fruit, vooral blauwe bessen, ananas
-gember, lijnzaad, knoflook, peterselie
-nog minder koffie, en nog vaker groene thee, bessensap, groentensap, water, sojamelk.
Verder laat ik de kroketten op het werk voorlopig even voor wat ze zijn, evenals de ‘kant en klaar’ geklopte slagroom.
Komt vast helemaal goed dus!

En verder?
Nou ja, ik beleef nog steeds heel veel plezier aan mijn blog, dus daar ga ik mee door natuurlijk.
Het schenkt me zo veel:
vriendschap, rust, helderheid in mijn hoofd, een uitlaatklep.
Wel wil ik wat meer fantasieverhalen gaan schrijven. Maar dat is zo moeilijk als je kop zo vol zit met andere dingen.

Natuurlijk wil ik ook een soort van bucketlijst maken met en voor mijn moeder. En afhandelen.
Ze heeft niet zo heel veel spectaculaire wensen hoor. Ik vroeg haar er laatst al over na te denken. Haar wensen liggen meer in de trant van: naar Johanna’s hof, naar de camping oude vrienden opzoeken. Terrasjes pikken.
Maar daar liggen natuurlijk dus ook voorlopig nog mijn eigen prioriteiten.
En dat ik steeds gezellig een glaasje meedrink?! Het zij maar zo.
Geldt ook voor Rem natuurlijk.
Die keuken komt heus wel eens af, hoewel ik de status inmiddels toch wel wat zorgwekkend begin te vinden en dat terras betegelen we wel een andere keer. (Oei, met dat terras raak ik nu een twistpuntje;-)

Tussen al die bedrijvigheid -en mijn werk- door wil ik dit jaar ook tijd maken om op het stage adres van Kylian wat te gaan eten. Jongstleden januari overleed mijn vader. Dat viel midden in zijn stageperiode in het hotel.
Ook wil ik weer eens met al mijn vriendinnetjes van vroeger afspreken. Esther heb ik natuurlijk vorige week nog gezien, dus ik hoop binnenkort weer eens wat af te spreken met Linda. Naar Dais kan ik wel weer eens op de fiets.
Joyce zie ik binnenkort. En San hopelijk ook weer snel. Ik ben zo’n knurft wat vriendschappen betreft.
Zal trouwens aan Karin vragen of ze mee wil naar een paranormaal beurs. Volgens mij is ze ooit eerder geweest, ik nog nooit. Rem vindt dat maar niks. Rem gaat vast liever met me naar de schouwburg komende herfst of winter.

Dat was het wel zo’n beetje.
Op mijn bescheiden vakantieplannen na dan:
Robin opzoeken in West-Australië.
Bij Robin heb ik vijftien jaar geleden vier weken gelogeerd.
Het is een hele bijzondere vriend waarmee ik jaren lang heb gemaild. Vooral in de periode dat ik alleen was met Kylian. Inmiddels is hij een paar keer al bij ons komen logeren en ieder jaar vraagt hij weer wanneer wij nu eens komen. Ik hoop het zo, over twee jaar.
Naar Curaçao lijkt me ook te gek. Petra die ik al virtueel ken sinds onze Picasa tijd heeft daar een eigen landhuis. En daarnaast staat een heel mooi appartement wat ze verhuurt. Het heet Landhuis Siberië.
(Ze staat ook bij mijn favoriete blogs mocht je een kijkje willen nemen).
Met een kleine camper door Zuid Europa lijkt me ook fantastisch. Gewoon, met Rem. Op de bonnefooi. Hengeltje mee, bbq mee, fietsen achterop. Zalig!
Of met de motor door Spanje.
Een jeugdvriend van me heeft daar een B&B in Alfarnatejo
‘El Aguila Libre’. Hij en zijn vriendin Denise organiseren ook wandelroutes meen ik. Van B&B naar B&B of zo. Enig toch?! Of met San samen een paar dagen daarheen.
Ach, een mens moet wat te dromen hebben.
Misschien eerst maar eens een keertje een nachtje naar Terschelling. Daar ben ik echt nog nooit geweest. En het moet er zo leuk zijn. Of gewoon weer eens een paar dagen naar de Ardennen. Altijd leuk. Vooral als de zo’n schijnt.
Of met Kyl en Rem een paar dagen naar Parijs.
Geloof alleen dat Rem daar niet zo veel oren naar heeft.
Mijn moeder trouwens ook niet.
Nou ja, dan ga ik toch alleen met de bus met Kyl.
Lijkt me sowieso leuk om eens alleen met hem op pad te gaan.
Kan Rem intussen mooi aan de keuken verder.

Zomerochtendoverpeinzingen…

De week was er 1 van vele vrije dagen.
Veel gelezen.
Beetje gehangen.
Gezellig op de Dam geborreld met Esther, mijn jeugdvriendinnerje.
Verjaardag gehad van Karin.
De bakken in mams tuin gevuld met verse potgrond en massa’s vrolijke bloeiende plantjes die ik samen met mijn moeder eerst heb uitgezocht.
Bbq-tje.
Gefietst.
Nou ja, al dat soort burgertrutten dingen die een mens zo gelukkig kunnen maken.

Door dat lezen schoten de blogs, ook de mijne, er wel een beetje bij in.

Vandaag dus weer aan het werk.
Daarna haal ik direct mijn moeder weer op voor het eten.
Wat afleiding betreft komt het wel heel erg op Rem, Kyl en mij aan.
Maar zelf was ze natuurlijk ook nooit zo’n hardloper wat op visite gaan betreft, dus wat had ik dan verwacht?

Gister kwam er gelukkig een overbuurvrouw even langs, zodat ze toch niet de hele dag alleen was.
Volgens mij heb ik het daar zelf moeilijker mee dan haar zelf.

Ik hoop maar dat het nog heel lang zomer blijft.

20140805-065207-24727671.jpg