Hulp troep!

‘Hoi mam!’
Het is even na twaalven als ik bij mijn moeder binnenstap. Ik kom net bij Alice vandaan. Lekker geknipt en ondertussen lekker een beetje bij gekletst.
Mam zit achter aan tafel.
‘Hé, schrok je?’
Als ik ga zitten zie ik dat haar handen beven.
‘Wat is er, ben je zo zenuwachtig?’
Mam knikt.
‘Stom hè?’
Verontschuldigend kijkt ze me aan.
‘Dat komt omdat ik je nog niet verwachtte’.
Ik pak haar hand.
‘Ik ben het toch maar mam?!’

Even later gaat het wel weer een beetje.
Lydie is inderdaad gistermiddag bij haar geweest.
Fijn voor mam.
Hoewel ik het Lydie natuurlijk van harte gun dat ze gewoon heel vaak lekker met Harm op de camping zit, is het toch stiekem wel fijn als ze straks weer wat vaker thuis -en dus dichtbij- zal zijn.

Terwijl mam zich op haar boodschappenlijstje concentreert ga ik vast boven zuigen.
Het blijft raar en vreemd als ik in de slaapkamer kom van mijn ouders.
Pap die mij vanaf zijn foto op het nachtkastje zo aankijkt.
Het bed.
Het geel geglazuurde hartje in dat mooie zwarte fluwelen doosje.

Nadat ik ook beneden gezogen en gedweild heb, schuif ik met een glas water bij mam aan tafel.
‘Zou je het nou niet fijn vinden mam? Gewoon, een beetje hulp voor een paar uur in de week?’
Ja, het lijkt haar nu toch wel wat.
De bakens worden verzet.
Ik ben er blij om, maar ook treurig.
‘En misschien is zo’n klein rood scootmobieltje toch eigenlijk ook wel een uitkomst voor me’.

Even later praten we over de afspraak bij de longarts volgende week.
‘Ach kind, kunnen we die niet gewoon afzeggen? Ik schiet er toch niets mee op. Hij vraagt alleen hoe het met me gaat, en het gaat nog steeds hetzelfde’.
Zelf zag ik er vanaf het begin al weinig heil in. ‘Maar dan meld ik dat ook even bij de huisarts hoor. Kan ik gelijk even vragen hoe dat ook al weer zit met de aanvraag voor huishoudelijke hulp, en of de dokter volgende maand een keertje langs komt’.
Misschien moeten er binnenkort toch ook eens wat serieuzer zaken besproken gaan worden.
Ik maak de afspraak voor de 26-ste, als hij weer terug is van vakantie.

‘Heb je er een beetje zin in morgen?’
Morgen komen er twee tantes van mij op visite.
Mam knikt.
‘Wel druk, maar wel leuk hoor’.
Haar iets oudere zus en een schoonzus.
Ik zet de theezakjes vast laag en de witte wijn maar vast koud.
‘Gezellig voor je mam’.

Ja, echt fijn voor haar.
Zoveel aanloop heeft ze niet.
‘Eigenlijk hadden ze zaterdag willen komen’.

Komende zaterdag had mijn vader jarig geweest, vandaar.
Maar komende zaterdag is Remco ook jarig.
Dit jaar voor het eerst sinds jaren geen olijke kiekjes van de twee jarige jobjes samen.

‘Raar hè?
Ik wou dat het maar vast voorbij was’.
Zij ook.
‘En ik wou maar dat zus weer eens kwam’.
Nu bijvoorbeeld.
Zus haar operatie zal toch pas na 1 november plaats gaan vinden.
En Mam betaald heus wel dat treinkaartje.
‘Nee, over langs komen heeft je zus niets gezegd’.
En er om vragen zal ze nooit, weet ik.

‘Nou dag hoor mam, tot zaterdag. Red je het zo?’
‘Ja hoor kind. Doe je Rem en Kyl de groeten?’

Mijn wegrijden voelt als een laffe vlucht.