Geluksmomentjes op FB

Een oud collega was uitgenodigd om drie dagen lang iedere dag over drie geluksmomentjes op FB te schrijven.
Daarna mocht ze drie gelukkigen vragen hetzelfde te doen. – wat natuurlijk niet betekent dat je dat alleen op verzoek zou mogen doen, integendeel.
Je voelt hem vast al aankomen, dit waren vandaag drie van mijn geluksmomentjes:

1. Lekker in de tuin, pais ende vree. Soms klopt alles, zelfs gewoon de hoeveelheid mayonaise op je broodje gezond.

2. Gezellig gepraat met mijn tante op verjaardag van zoon van mijn neef. Zoveel respect voor haar.

3: Ondanks de irritaties om het achterlijke commentaar bij de wedstrijd hebben we gewonnen. Yee-haa!
Tranen in mijn ogen bij de mooie woorden van Kuyt. Toeval bestaat inderdaad niet!
Wat een wereldspeler. Respect. En wat dacht je van de blijdschap van Huntelaar.
Gewoon lekker genieten toch?!
-Zou het dan toch nog een keer als ’88 mogen zijn?-

First things first…

Maandagmiddag 23-6
Nadat we thuis weer wat zijn opgewarmd in het zonnetje met een lekker bak koffie ga ik met Kyl even bij mam langs om te vertellen hoe het was: Koud maar leuk. ‘Ben je nog op de camping geweest?’ Ze hangt zowat aan mijn lippen als ik haar vertel over poolshoogte en het Vlintenholt. ‘Ja, wat hadden we het altijd leuk daar hè? Weet je nog dat ome Fokko en pap zogenaamd ruzie hadden?’ vraagt ze. Ik weet het nog: Ze haalden om de beurt een haring uit elkaars voortent. Wij kinderen vonden het hilarisch. De volwassenen trouwens ook. Het was net cabaret tussen die twee. We hadden nooit veel nodig om gelukkig en blij te zijn.
Ik voel me een beetje schuldig dat ik haar na een half uurtje alweer alleen laat, maar ik moet nog zoveel doen en om zes uur speelt Nederland. Daarbij is mijn tankje gewoon leeg; verandering van omgeving kost me altijd veel energie, ook al doe ik niets. (Dat vind ik nou ook zo stom!)

Dinsdag haal ik mam direct uit mijn werk om kwart over vijf op. Het verkeer zit enorm tegen. Gelukkig kookt Rem.
Daar is mam ook blij om;-(

Woensdag zit ik alleen achter de balie. Het is ontzettend druk. En dan zit ik nog midden in een verbouwing ook. Probeer je maar eens op je werk te focussen met al die jonge kerels die op trapjes over je pc heen hangen om het plafond open te halen. Stoffige toestanden, bah! Om over de herrie nog maar niet te spreken.
Mijn leidinggevenden komen een taart bij me brengen. Gekregen van de bouw. ‘En we vinden dat jullie secretaressen die het meest toe komt’.
😀

Woensdagavond
Kyl belt om tien uur vanaf de AH. Hij is net klaar met werken.
‘Ze hebben mijn achterlichten van m’n scooter gestolen’.
Rem is er helemaal klaar mee. Eerst al die toestanden eind vorig jaar toen we voor 600 euro schade hadden toen hij omgewaaid was, daarna werd hij begin dit jaar scooter gestolen. Toen een nieuwe goede tweedehands gekocht – want hij moet natuurlijk toch 20 heen en 20 km terug naar school- Deze net een paar weken geleden een grote beurt laten geven, -kassa!- en nu dit weer. Er komt geen eind aan, en dan hebben we het alleen nog maar over de scooter. Vorig jaar was Rem zijn motor hier voor op straat omgegooid. De hele kuip was stuk.
Toen heeft hij -na lang zoeken, wikken en wegen voor een paar honderd euro een tweedehands kuip op de kop getikt.
Vandaar dat de keuken ook zo lekker op schiet hier, er is altijd wel weer iets wat er weer tussenkomt. Ik kan me er soms zo kwaad over maken, blijf gewoon toch van een ander zijn spullen af!
Kyl baalde natuurlijk nog het meeste.
Deze keer gaat hij het zelf proberen te regelen met de verzekering.

Donderdagochtend 26-6
Stukje schrijven over Poolshoogte en camping. Begin lekker vroeg, kwart over negen.
Zet het kwart voor twaalf online, en ben vervolgens tot kwart over twee nog bezig aanpassingen aan te brengen. Vind het zelf uiteindelijk erg mooi. Komt natuurlijk omdat het over mijzelf gaat. De liefde hing daar gewoon nog bijna tastbaar in de lucht. Onze energie.
Mijn vader zijn energie.
En dan dat hartje daar.

Gisteravond:
Weer een hele drukke dienst.
Vijf bevallingen waarvan twee sectio’s, dertien spoedconsulten, en de telefoon staat tot een uur of half zeven bijna niet stil.
-Haha, nu klinkt het net alsof ik dat allemaal zelf doe hè?-
Asjeblieft, alleen al aan de administratieve kanten van e.e.a. heb ik punten genoeg.
Ik ben soms zo blij dat ik geen verpleegkundige ben. Of verloskundige. Of arts-assistent. Of afdelingsassistent die ‘snel snel’, een verloskamer tot in de puntjes moet soppen en bijvullen voor de volgende barende die al weer onderweg is naar het ziekenhuis.

Vrijdagmorgen 27-7
Hoewel ik pas na twee uur sliep – na zo’n dienst val ik moeilijk in slaap- ben ik al om acht uur wakker.
Vandaag moet het huis maar weer eens gekuist worden
(een prachtig Vlaams woord dat ik graag eens wilde gebruiken;-)
Bij mam moet ook gezogen worden.
Verder wil ik met mam even naar de begraafplaats. Dat is alweer twee weken geleden.
Ik moet eigenlijk ook naar medisch fitness en dan de boodschappen nog voor mam en mij.
Nou, maar eens kijken hoe we dat allemaal weer in de dag gaan proppen.
Eerst maar eens koffie.

Gisteren dichtbij / kamperen zomervakanties begin jaren ’80 Odoorn

Datum: 21 juni 2014
Plaats: Odoorn
Lokatie: Poolshoogte

Nadat we de motor hebben geparkeerd lopen we het kleine stukje naar het terras van theehuis ‘de Poolshoogte’, vernoemd naar de grote berg er naast met een toren er boven op. ‘Of wil je eerst naar boven ?’ Rem wil liever eerst wat eten gelukkig.
Ik heb alweer trek.

Het theehuis van vroeger is verdwenen. In plaats van op een oude stoel aan een gammel tafeltje onder een oude rieten kap, nemen we plaats in een van de zwarte moderne stoelen op een met grote antraciet tegels bedekt terras onder het nieuwe rieten dak van Poolshoogte versie 2009. Het oude theehuis is in 2005 volledig afgebrand, lees ik even later in de menukaart.
Het uitzicht is gelukkig hetzelfde gebleven. Zelfs de contouren van het ‘zwembadje ‘ zijn nog duidelijk te zien.

Datum: zomer ’77
Lokatie: Poolshoogte
We hebben de wandeling afgelegd van de camping naar ‘Poolshoogte’. Ik ren achter zus aan naar het theehuis over het gras. Even later smullen we van onze allereerste sorbet ooit, nadat we met pap natuurlijk eerst even boven poolshoogte hebben genomen. ‘Weten jullie waarom ze deze toren gebouwd hebben meiden?’

Het begint flink te regenen als de ober een uitsmijter hamkaas en een tosti met ananas komt brengen. We verdelen de buit eerlijk. ‘Kijk, wat een mooi vogeltje’. Rem wijst naar een vogeltje waarvan ik de naam niet ken. Rem ook niet.

Kijk meiden, daar zit een…’ Mijn vader wist altijd veel over bomen, vogels, vissen te vertellen.
‘Stil eens…Hoor je dat?’
Natuurlijk liepen we altijd langs de visvijver terug naar de caravan. ‘Kijk… karrupurs!’

We zijn klaar met eten. ‘Zal ik nu dan even naar boven?’
Even later zie ik Rem al zwaaien in de eerste slingerende bocht omhoog.

Tijd: Zomervakantie ’79
Ergens tussen vier en vijf uur ’s nachts-
Lokatie: Poolshoogte.
Wat vooraf ging:
Heel zachtjes opende zus de rits van ons tentje nadat we muisstil onze kleren hadden aangetrokken over onze pyjama’s. Het was drie uur. Midden in de nacht welteverstaan. En doodstil.
Zelfs geen vogel liet van zich horen. ‘Ssst…zachtjes nou!’
Eindelijk waren we buiten.
Zus had de zaklantaarn in haar hand. Hij was uit. Het grote veld waar wij stonden werd net genoeg belicht door het flauwe schijnsel van de maan om de contouren van onze vrienden Costiaan en Christian te ontwaren, twee neven. Net zou oud als ons.
Via het pad langs de kantine gingen we op weg naar Poolshoogte.
Costiaan en zus waren rustig.
Chris kletste als altijd de oren van ons hoofd. We hadden elkaar voetballend op het veld leren kennen. Het was Feijenoord voor en Feijenoord na. Vanaf het moment dat ik wist dat hij het niet kon verkroppen dat AZ landskampioen was geworden, droeg ik te pas en te onpas mijn AZ zweetbandjes om mijn pols, of had ik mijn AZ hoofdband om. En als hij heel erg vervelend was allebei, en trok ik mijn rood-witte gaatjes t-shirt met ’67 op de achterkant op de koop toe aan.
‘Jan Peters is nou eenmaal the best Chris!’

We kenden de weg. Hadden hier met onze ouders al zo vaak gewandeld. Voor verdwalen was ik niet bang. Voor wilde zwijnen, vossen en enge mensen evenmin. Wat kon me immers gebeuren? Zus was toch bij mij?

Het werd al voorzichtig een beetje licht toen we bij de Poolshoogte kwamen.
Het grasveld voor het theehuis was nat van de dauw. De eerste vogels begonnen voorzichtig te fluiten toen we plaats namen op de stenen rand van het ‘zwembadje’ om wat uit te rusten. De konijntjes huppelden vrolijk over het veld.
In de verte kraaide een haantje vol ontzag over de geboorte van een nieuwe dag. Tenminste, zo leek het.
Voor ons alle vier denk ik.
Zelfs Chris had twee volle tellen zijn mond gehouden.
‘Zullen we de toren op?’
Zijn stem had even over geslagen.

Daar komt Rem alweer. Hij laat me de foto ’s zien. ‘Maar goed dat je niet mee bent gegaan hoor, dat had je nooit gered’. We rekenen af.
‘Wil je nog kijken op die camping waar jullie vroeger stonden?’ Rem wist dat ik al twee dagen twijfelde. Was het heel soms gewoon niet beter om de beelden in je herinnering te laten voor wat ze zijn?
‘Ja. Ik moet daar echt even heen Rem’.

Nog geen kwartier later zijn we bij camping ’t Vlintenholt. Er is een bruiloft aan de gang onder een grote tent. Ik moet me even oriënteren. ‘Volgens mij was het veld daar’. Ik wijs naar links.

Ik heb gelijk. Maar is dit het goede veld wel? Het was toch veel groter? Ik loop naar de hoek waar mijn vader onze caravan had neergezet.

tijd: zomervakantie ’77
Lokatie: Vlintenholt.
Terwijl pap de caravan los maakte van de auto ontdekten zus en ik twee schommels achter een tent even verderop. Er waren vreemde mensen onze ouders komen helpen met de voortent opzetten. Wat aardig. Nu hoefden we zelf niet te helpen.
‘Kom Nar, we gaan een groot kookvuur bouwen naast onze tent. Eerst drie grote takken zoeken!’

In het midden van het veld staat nu een trampoline. Nog wat speel attributen.

De mensen die geholpen hebben zijn erg aardig. De man die wij ome Fokko mogen noemen is de organisator van alle activiteiten op de camping. ‘Kom op man, voetballen!’
De volgende ochtend kon mijn vader niet meer lopen van de spierpijn.

Als ik op het midden van het veld sta kan ik de stemmen van toen bijna nog lijflijk horen.
Ik zie mezelf rennen.
In ’79
In ’81.
Sprintwedstrijden. Georganiseerd door ome Fokko. Lisa, het zusje van Costiaan won altijd.
Zie me badmintonnen.
Tennissen.
Balletje trap.
Ja.
Vooral veel balletje trap deden we.
Met mijn ouders achter een rood emaille koffiepotje op een lichtje voor de caravan op de achtergrond. Of een pilsje. Na twaalven.

‘Kom meiden, gaan jullie ook mee naar de Kibbelkoele?’
Het was vast de spierpijndag van pap geweest. Ome Fokko stopte met zijn gele bestelbusje langs onze caravan. Ik was verdiept in mijn oude ‘Joop ter Heul’,
-tweede druk-die ik een dag eerder op een vlooienmarkt gekocht had.
‘Ja kom op, ga mee!’ riep Chris, als altijd even enthousiast.
Zus en ik mochten bij Lisa op de achterbank. Chris, Cos en Paultje zaten op en over elkaar in de kleine kattenbak.
Een paar dagen later nam mijn vader ons op dezelfde wijze mee naar Exloo. Voor een softijsje en een potje biljart in een café.

Rem staat een beetje wortel te schieten. We lopen naar de andere kant van het veld. ‘De laatste vakantie stonden we hier. Chris en Costiaan stonden daar. Ik wijs op een plekje slechts 20 meter verderop. ‘Hier stond ooit een draaimolen’.

’81
Zus en ik zaten in onze pyama in de draaimolen. Het was een uur of elf, twaalf. We waren naar het grote kampvuur in het oude stenen openlucht theatertje waar we die avond oud Hollandse liedjes hadden gezongen met ons allen. Chris en ik hadden tegen elkaar aan gelegen. Costiaan en zus ook. Nu zongen we nog even door in die draaimolen naast de tent. Zo melig als wat.
Een beetje verliefd van Hazes denk ik. Dat zongen we tenminste vaak.
Chris en Cos kwamen bij ons.
‘Zullen we vannacht naar jullie tent komen?’

‘Kom Nar, ik heb het wel gezien hier’. Hij heeft gelijk. Er is niets te zien verder. Geen mens, geen tent, geen caravan.
‘Volgens mij loopt daar het paadje naar het kampvuur Rem’. Het paadje is wat heuvelachtig en kronkelt een klein beetje. Het ruikt nog precies zoals het vroeger rook: Naar bos.

’79
‘I’m Jumping Jack’. Ken je die Narda?’ riep Chris me toe vanaf zijn fiets in zijn onvervalst Rotjeknors. Behalve groot fan van Feijenoord was Chris ook idolaat van Jack Middelburg.

Hier moet toch echt ergens die vuurplaats zijn. Inmiddels hebben alle bruiloftsgasten zich verzameld onder de grote tent voor de ceremonie. Stil kijken we even vanaf een afstandje toe. We zien alleen voeten. Af en toe geklap. Dan wordt er gejuicht.
Wij zijn vandaag precies 9 jaar geleden getrouwd.
Opeens zie ik het . ‘Kijk dan Rem, die stenen. Die tent is gewoon over de vuurplaats heen neergezet!’
Zou het bruidspaar daar soms ook verliefd naast elkaar over ‘een meisje loos’ gezongen hebben?

Dan lopen we richting de motor.
‘O wat leuk. Dat is de kantine. Even kijken hoor!’ Hij is nog precies zoals ik me hem herinner. Hij is dicht. Wat jammer. Binnen blaft een grote Berner Senner. Ik gluur even naar binnen.

’79
Trots neemt pap de slagroomtaart in ontvangst. Die wordt morgen natuurlijk met iedereen gedeeld bij de koffie.
We hebben de nachtelijke dropping gewonnen. Uren hebben we gelopen van de plek waar ome Fokko ons zijn bus had uit gepleurd. Pap wist de weg. Altijd. ‘Nee, deze kant’. Hij had gewoon een soort van standaard kompas in zijn hoofd zitten.

‘Kom schat we gaan’.
We lopen terug naar de motor. Voor de laatste keer draai ik me om naar het pad dat naar Poolshoogte leidt.

’79
Cos en zus staan stil op het pad.
We zijn weer bijna bij de kantine.
Het moet een uur of half zes zijn. Het is al licht.
Cos heeft zijn arm om zus heen geslagen. ‘Kom eens’.
Chris en ik kijken toe terwijl ze zoenen.
‘Wil jij ook zoenen Nar?’

‘Nar? Kom je?’
Vlak voor ik achterop stap zie ik bij de ingang wat hartjes aan een paal gespijkerd. ‘Wacht nog heel eventjes Rem’.

In stilte lees ik de boodschap.
In tranen ga ik weg.

20140626-113857.jpg

Aardappelvelden, weerberichten en terreurkonijnen

20140625-054631.jpg

Vrijdag (vervolg)
Achter op motor was koud.
Had gelukkig nog wel legging aan onder mijn broek.
In Kampen bij C&A trui gescoord voor zes euro. Moesten er toch zijn: Rems witte overhemd smeulde nogal tijdens strijkbeurt.
Wist toen jammer genoeg nog niet dat ik zwarte driekwart legging had mee gegrist uit kast ipv corrigerend ondergoed voor onder strakke galajurk.

Chalet bleek van plastic.
Moesten eerst aan de hand van formulier inboedel nalopen op schade, elektrische apparaten op storingen, servies en bestek tellen en bedden opmaken.

Kwamen zodoende pas na voorgerecht aan bij bruiloft.
Nichtje en aangetrouwd neefje zagen er uit om door een ringetje te halen.
Kindjes ook. Niemand zei wat over mijn buik.
Ben schijnbaar veel te oud om minstens vijf maanden zwanger te kunnen zijn.
Vroeg me af wat erger was?

Zaterdag.
Op weg naar Subtropisch zwemparadijs rot geschrokken van zwaaiend uit krachten gegroeid konijn. Moest eerst terug zwaaien voor ik verder mocht. Hoefde gelukkig geen dansje te doen. Of -gruwel!- te zingen over ‘Oepsie Daisy’

Daarna gaan motor rijden door plaatselijke Bush-Bush.
Is het niet die vervelende paashaas, dan staat die slagboom je wel naar het leven.
Heb maar als dolle gezwaaid.
Had zelfde kleding aan als gister. Zou vandaag namelijk warmer zijn.
Plaatsen waar ik vroeger kwam met ouders en zus opgezocht.
Moet ik later nog eens over schrijven.

Weet nu dat in Drente veel paarden wonen.
En aardappelboeren.
Kon geen aardappelveld meer zien. Wel mazzel dat ze allemaal in bloei stonden.
Voor de afwisseling wat zandpaden door eerdergenoemde Bush genomen.
Begrijp nu ook idee van boomtoppenpad; onderkanten zijn helemaal kaal.

Weer terug in blokhut pasta gemaakt, en met verwarming op 23 graden onder flut dekbedje op plastic bank gelegen tot ik weer beetje normale kleur had.
Voetbal gekeken met de gordijnen dicht.
Zijn niet gewend aan inkijk.

Zondag.
Extra t-shirt aangedaan.
Zou namelijk nog warmer worden.
Een acht, zeiden ze.
Buiten ontbeten onder parasol met afbeelding van k#tkonijn.
-Heb namelijk voor gekozen huisje zelf schoon te maken maandag voor vertrek-
Het regende maar een klein beetje.

Nadat Rem zowel Konijn als slagboom slim ontweek beetje rond getoerd. Zou prachtige dag worden.
Voor de zekerheid toch nog maar extra t-shirt aangetrokken
onder ander t- shirt, sweatshirt, C&A trui en motorjack.
Ook extra sokken.
Vandaag soort van Brintaveld tour gereden. Als de zon had geschenen, de lucht blauw was geweest en de koeien bruine vlekken hadden gehad in plaats van zwarte had ik me heus eerlijk waar in Frankrijk kunnen wanen.
Het schapenscheerderfeest in Exlo was gister.
De jaarmarkt in Valthermond pas volgende week, en in de barakken van Westerbork ben je ook zomaar niet.

Van pure ellende maar naar subtropisch zwemparadijs gegaan om in sauna ontdooien.
Had alleen niet gereserveerd.
Daar moet je natuurlijk bij dat klote konijn natuurlijk niet mee aankomen. Rem ging soort van baantjes trekken terwijl ik paniekaanval bedwong tussen spetterende pubers in bubbelbad.

Zaten om vijf uur aan het diner in bruin café annex pizzeria, annex snackbar, annex pannenkoekenrestaurant.
Gelukkig mochten de twee tv’s waar ik tussen zat uiteindelijk wel op dezelfde zender.
Ober hield veel meer van Metallica.
Kreeg weer paniekaanval.
Koos konijn maakte het er ook niet beter op.

Zaten half zes in onze caravan herinneringen op te halen aan thuis tot het voetbal begon.
Wist niet goed wat nou harder was: mijn bed of plastic bank.

Maandag.
Waren kwart over zeven op.
Moesten voor tien uur schoonmaak ‘To Do’ lijst van terreurhaas afwerken.
Geeneens naar weerberichten gekeken.
Alles gewoon over elkaar aangetrokken.
Ook driekwart legging.

Waren half twee thuis.
Huis stond nog.
Bewoners verder ook allemaal nog in tact.
Zelfs koffiemachine deed het nog.
En in de tuin scheen zelfs de zon;-))

Het waren topdagen!!

Over de brug, bloedsuikerperikelen en de poetsweek van Kyl

Dinsdag
‘Waarom rij je nou zo?’
Mam is scherp. Doorgaans heeft ze geen flauw benul hoe je ergens moet komen. Zelfs in de Heel ziet ze kans nog hopeloos te verdwalen. We zijn op weg naar het crematorium.
We zien er tegenop.
‘Het zal in dezelfde zaal zijn mam’. Boven crematies. Beneden begrafenissen. Ik ken mijn pappenheimers.
“Jullie moeten niet overal zo diep over nadenken”, hoor ik paps stem. ‘Weet je wat pap vast gezegd zou hebben mam?’

Ik rij via de Heel binnendoor.
‘dan hoef je namelijk die den Uijlbrug helemaal niet over schat!’ , had Rem me uitgelegd.
Wat andere mensen met spinnen hebben, of liften, (of enge assistentes bellen;-) heb ik met sommige wegen.
Vooral als ik ietwat gestrest ben. Omdat ik even as moet ophalen of zo, of naar een crematie moet, zoals vandaag.
Alleen op het kruispunt waar ik rechtdoor moet (‘en dan ben je er al schat’) kan ik helemaal niet rechtdoor. Ik zie alleen links of rechts, geen baan voor rechtdoor. (Help)
Na twee keer de Den Uijlbrug over gekard te zijn, ben ik zo blij dat we er zijn dat ik uit puur enthousiasme de voorbumper (heet dat zo?) in het parkeervak over zo’n ho-halt steen schraap. Waarvoor ze die dingen hebben neergelegd is me een raadsel; een muurtje lijkt me ho-halt genoeg.
Mam houdt wijselijk haar mond.

Esther van Memento Mori komt naar ons toe als ze ons ziet. ‘He, hoe is het? Even zoenen met jullie hoor’. Ze leidt de uitvaart.
Dezelfde zaal.
Hetzelfde blauwe raam.
De kist op dezelfde plaats.
Alleen ligt mijn tante nu daar.
Vorige keer zat ze links in de zaal.
Nu lacht ze me toe vanaf een foto voor de kist, terwijl ze haar glas heft.

Na Esther krijgt oudste nicht het woord. Ze staat waar ik stond. Esther staat waar Esther stond. Nicht doet het heel mooi, heel knap. Ga d’r maar eens aan staan weet ik. Het is een mooie uitvaart. Leerzaam ook. De oom die ook zo mooi over boezeroentjes sprak bij mijn vader, verteld tussen neus en lippen door dat zijn oudste zus verwekt is in het Wilhelminapark.
Tttt.
Mam verrekt de hele dienst geen spier.
Ik ook niet.
Als de dienst voorbij is en mam en ik voor de kist stil staan kijk ik naar de foto. Stil zeg ik mijn tante gedag in mijn hoofd.
Opeens doet mam een klein stapje naar voren. Ik zie toe hoe ze voorzichtig haar kleine hand op de kist legt. Haar breekbaarheid raakt me diep.
Zo fragiel, zo kwetsbaar.
Als een klein gewond vogeltje.

Voor we de koffiezaal bereiken heb ik de tranen die zoeven over mijn wangen stroomden weer onder controle gekregen.
Dat condoleances best gezellig kunnen zijn weet ik inmiddels ook. Het lijkt meer op een reünie, ik zie neven en nichten die ik al jaren niet heb gezien. Tante wilde geen bloemen. Er staat een collectebus voor het kankerfonds. We praten over ‘Alpe ‘D HuZes. ‘Rem gaat ‘m’ misschien fietsen volgend jaar’.
Lezende tante (;-)) lijkt het misschien wel wat ‘m’ te gaan bewandelen. Dat kan natuurlijk ook.

Dan wil mam naar huis. Na nogmaals drie zoenen van Esther vertrekken we.
Over de Den Uijlbrug. Dat gezeik moet ook maar eens over zijn.

‘Zullen we gelijk maar langs de fietsenwinkel?’
Mams hoofd staat er natuurlijk helemaal niet naar. Maar de komende dagen moet ik toch echt werken, dus we gaan toch maar even snel.
De fiets is er nog helemaal niet. Wat flauw. De man geeft zijn collega de schuld. -Nooit doen!!- ‘Maar weet u wat? Als hij er is geef ik u wel even een belletje’. Hij kijkt ons amper aan. Ik verander in soort van heks. ‘Ik had liever dat u me een belletje had gegeven om te zeggen dat de fiets er nog niet is meneer’.
Hij begint weer over zijn collega. ‘Meneer, ik heb hier een vrije dag voor opgenomen’. Ik lieg natuurlijk dat ik barst. Beleeft zeg ik hem dat hij ons niet meer hoeft te bellen.
Mam houdt wijselijk haar mond.
‘Ik denk dat ik zo eerst maar beter even iets kan eten’, zeg ik even later in de auto. Ik had een broodje moeten nemen in het crematorium.
-Bloedsuikerspiegeldingetje!-

Woensdag. Werk.
Wat leuk toch weer dat Oranje wint van de Aussies. Robin, een vriend uit Perth feliciteert me hartelijk met de winst. ‘I didn’t really mean it when I said good luck!’
Te laat. In the pocket.

Donderdag.
Kyl heeft nog steeds toetsweek.
-Ik dacht vorige week echt dat hij ‘Poetsweek’ zei, dus dat was even klein tegenvallertje-
Na het werk haal ik mam op voor het eten. Ze is zenuwachtig. ‘De apotheek is nog niet geweest’. Ze komen eens in de zoveel tijd een voorraad Nutridrink, -soep en toetjes afleveren. ‘Geen paniek mam, dan doe ik eerst de boodschappen. Een beetje gezond maar. Rem en ik gaan het hele weekend weg naar Drente dus veel verse vitamines zullen er bij Kyl (en mam!) vast niet in komen. Andijvie maar. Met een lekkere bal.

Als ik thuis wil gaan koken blijkt dat ik de gehaktkruiden ben vergeten. Het gehakt trouwens ook. En omdat niemand is te porren voor saté uit de vriezer met andijvie bestellen we een broodje Donner. Voor mam een halve van mij. ‘Dat vind je vast wel lekker’.
‘Broodje Dunner?
Maar ik moet juist dikker worden’.

Vrijdag.
Ik zit stomme verhaaltjes te tikken op mijn phone.
Vijf over acht.
Ik moet het douchen, mijn tas inpakken en het huis nog schoonmaken.
Om tien uur heb ik nog een afspraak bij de fysio ( beetje last van mijn nek trouwens, als dat maar goed gaat op de motor). Daarvandaan gaan we rechtstreeks naar Drente. Vanavond bruiloft en de rest van de dagen beetje toeren en zo. Roseetje. Biertje.

(Vrees trouwens voor Kyl dat het uiteindelijk toch nog ‘Poetsweek ‘wordt, want dat red ik natuurlijk nooit;-))

Fietsplannen, parasollenlol en een goed idee

Donderdag
Goedemorgen mevrouw X, vertel, hoe gaat het met u?’
We zitten na drie maanden weer bij de longarts. Mam was al een paar dagen bloed nerveus, ondanks dat ik haar had uitgelegd dat we de afspraak best mochten uitstellen. Immers, haar klachten waren -volgens haar- niet verergerd, ze had geen vragen, wilde geen scan om te zien of de tumor gegroeid was.
Wat heeft een afspraak dan voor zin?
Bestralen of chemo wil ze toch niet.
‘Je zou er alleen maar bang van worden’.
Maar afspraak is afspraak.
En die zeg je niet zomaar af.
‘Nou goed hoor dokter. We zijn heerlijk op vakantie geweest in Spanje. Carihuela’.
Met het advies om vooral heel veel leuke dingen te doen en over drie maanden maar weer terug te komen nemen we afscheid.

Eindelijk heb ik mam zo ver dat we langs de fietsenwinkel op Plein 13 gaan. Pap wilde ook zo graag dat ze een nieuwe fiets kocht. ‘We gaan gewoon even kijken’. Mam vind het allemaal maar zonde van haar geld. ‘Ik ga er toch alleen maar mee naar het Marktplein’. Dat ze bijna niet meer vooruit komt op haar zware oude fiets, en dan moet lopen naast haar fiets vergeet ze voor het gemak maar even.
Er staat wel een hele mooie.
Donkerblauw met zilver.
Ook niet zo heel duur.
Mams ogen beginnen voorzichtig een beetje te glimmen. ‘Deze vindt ik wel mooi’.
De fiets is veel te groot voor haar.
‘Weet u wat, ik laat een 51 inch naar de winkel komen en dan komt u volgende week even terug om te kijken of hij prettig fietst. Zonder verdere verplichtingen’.

Als we na de boodschappen net aan een bakje koffie zitten belt mijn nicht me op mijn mobiel om te vertellen dat haar moeder is overleden. Klonk ik ook zo koel? Zo berustend? Ik denk dat ik precies weet hoe ze zich voelt. Het was maar een kort gesprekje.
Mam is een beetje geschrokken. We weten niet goed wat we moeten zeggen.
We laten geen traan.
We laten nooit een traan.
Maar zijn wel verdrietig.
Voorzichtig leg ik mijn arm om haar heen en geef haar een zoen op haar wang. ‘Wat fijn dat je er vorige maand toch nog even bent geweest hè?’
Dan stofzuig ik -verwoed- het huis van onder tot boven. K#tkanker!
Mam hangt gelaten een wasje op.

Even later zoek ik de parasol. De zonwering krijgt ze wel naar beneden, maar ’s avonds niet meer omhoog. De onderste stang van de parasol is helemaal door geroest.
‘Ik kom straks terug hoor mam’.

Nadat ik Brams voer heb gehaald, het LBIO heb gebeld, Roel heb gefeliciteerd met zijn slagen, en kaarten heb gekocht voor neef die – YeeeHaa!- ook is geslaagd kom ik met een nieuwe parasol en een zware gietijzeren parasol voet van ons weer bij mam.
Ze wil liever haar oude parasol met witte sliertjes boven de tafel. Dat kan. Alleen heeft pap door het gaatje een soort beugeltje gewroet zodat de parasol niet lager kan. Dat moet ik er eerst even uit zien te krijgen.

In de nette schuur van pap kijk ik om me heen. Ik zie niet direct een gereedschapskist staan.
Ik zoek lukraak wat in een bakje. ‘Nee, andere kant Nadda’, klinkt opeens paps stem in mijn hoofd.
Fictief natuurlijk. Ik draai me om. Dan zie ik een rood houten dienblaadje. Daar moet ik zijn! Er ligt wat gereedschap op. Ik pak de nijptang. ‘Nee, niet die Druppel, je moet dat andere tangetje hebben’. O ja, deze.
Dat woord gebruikte hij echt niet vaak: Druppel.
Mam moet er ook hartelijk om lachen als ik het haar vertel als we even later onder de parasol zitten. ‘Net of hij dan tegen me praat mam’. Ze heeft het ook wel eens. ‘Stom hè!?’

Vrijdag.
Nederland wint met 1-5
Wat een tweede helft, ongelofelijk. Genieten.

Zaterdag.
Ik voel me niet zo top.
We kijken lekker op de bank naar de hockey dames finale en voetbal.

Zondag.
Rem gaat verder met de keuken. Ik begin het ook wel zat te worden nu.
Ik zou blij zijn als die planken hangen, maar dat duurt nog wel even. Er komt gewoon steeds wat tussendoor. Andere spoedklussen, of leuke dingen doen. Ja, dat is ook belangrijk natuurlijk.
Nadat ik vijf wassen heb opgevouwen en de badkamer heb schoongemaakt spring ik op mijn fiets om even mijn rondje te doen. Ik moet dat echt onderhouden voor mijn gewrichten. (poly artrose).

Daarna pik ik mam op.
Op de begraafplaats is het druk. Ik weet nog steeds niet wat ik ervan moet vinden: mijn vader daar in die urn.
Als ik wegga om het plantje water te geven dringen de beelden zich aan me op. Pap die met ons in de zee zwemt met mij op zijn rug. Ik, zwevend aan de sterke handen van mijn vader. Rond en rond. Ik denk aan vaderdagen. ‘Doe dan maar een kammetje’. Ieder jaar weer. Tot hij kaal was. Toen gaf ik maar een plantje voor de tuin.
Ondanks dat hij nooit iets wilde. Hij had niet veel nodig.

Even later zitten we in de tuin.
Rem kijkt tv. We hebben het over de koffers die bij mam nog naar zolder moeten.
‘Wie weet ga ik nog wel een keer op vakantie hoor. Ik ben nog lang niet van plan om dood te gaan’. Dat geloof ik.
Gelukkig maar. Opeens heb ik een idee. ‘Waarom ga je eigenlijk niet met me mee mam als zus geopereerd moet worden. Nemen we toch gewoon een hotel in Groningen vlak bij het ziekenhuis? Lukt dat je denk je, zolang in de trein?’
Ze denkt er even over na.
En dan zegt ze: ‘Ja, waarom eigenlijk ook niet?’

De Vliegende Hollander

Vandaag moest het gebeuren.
Vrijdag de dertiende.
Er waren geen excuses.
-Hij had geen blessures.
Was in topconditie.
Scherp.
Hij kon het-
Had inmiddels toch wel bewezen dat hij het kon?

Uiterlijk koel betrad hij het veld.
Hier ging het om.
Draaide het om.
Zijn taak
was het doel.
Oké.
Dit was dan een poulewedstrijd.
Onvergelijkbaar.
Geen wraak.
Maar toch.

Hij moest gewoon zijn ding doen.
Hij speelde niet voor niets zijn 86ste interland voor Oranje? Had toch niet voor niets al 44 doelpunten voor Oranje op zijn naam?

Spanje speelde duidelijk beter.
Oranje stond inmiddels met 1-0 achter.
Hij voelde zich nog wel fit.
Rook wel de kansen.
-2 gemiste al-
Maar hij had er een neus voor.
Altijd gehad.
Daar moest hij op vertrouwen

44ste minuut.
Blind had de bal.
Robin stak zijn arm omhoog.
Blind schoot.
Dit was het.
Hij wist het,
voelde het.
Als in slowmotion liep hij richting het doel terwijl zijn ogen de bal bleven volgen
die in een waas van oranje naderde.
Uiterste concentratie.
Toen werd het stil om hem heen.
Slechts hij was daar, alleen met de bal.
In een nano seconde overwoog hij zijn kansen.
Met kracht zette hij zich af van de mat.
Hoog.
Hoger.
De bal kwam dichter en dichterbij tot hij hem
precies op het hoogtepunt van zijn vlucht met net genoeg effect in de juiste graad en de juiste snelheid weg kopte.
Tenminste, dat hoopte hij.
Daarna strekte hij zijn armen om zijn val te breken.
Het gras kwam onomkeerbaar dichterbij tot hij zijn ogen sloot. Heel even verloor hij de bal uit het zicht, een fractie maar, op het moment dat zijn kin de groene mat raakte.
Toen hief zijn hoofd.
Zat ‘ie?

In 1 vloeiende beweging stond hij weer op en rende naar zijn coach.
Zijn arm in euforie geheven.

Hij zat.

Geschreven voor de uitdaging van Plato. De opdracht van juni: schrijf een verhaal in 300 woorden over ‘Scoren’.
Het woord scoren zelf mag niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen: http://platoonline.wordpress.com/we300

Over en uit.

Ze was al een hele tijd ziek.
De oudste zus van mijn vader.
Borstkanker.
Ze streed dapper.
Maar zo wil ik me haar helemaal niet herinneren.
Als een zieke.
Nee.
Liever herinner ik me haar als een gezonde sportieve vrouw.
Met een gezonde levensstijl.
Nordick walking.
Door andere landen.
Maar ook hier, door de Kennemerduinen.
Met familie.
Met haar zoon.

Haar zoon, mijn neef dus die vorig jaar rond deze tijd overleed aan een hartstilstand.
Een paar dagen jonger als mij.
Zomaar.
Opeens.
Dood.
Dat mag toch niet.

Nee.
Liever wil ik me haar herinneren als de tante waar we blindemannetje speelden boven.
Waar een vijvertje was.
Toffifee’s.
Een luie beige bank van corduroy waar de zon altijd op scheen.
Waterschildpadjes op het dressoir.

Ik was er nog met pap langs geweest.
-Om de laatste morfinestanden door te nemen-.
Daarvoor was ik er ook al, in mei toen ik ziek thuis zat.
De jaren daarvoor zag ik haar slechts op de verjaardagen van mijn ouders.
Zo gaat dat.

‘Liever nu, dan ‘dan’ toch?’
Dat vond ze ook.
Wat heb je ‘dan’ immers nog te melden?
Ze was zo nuchter als de pest.
Ik ook.
Door kanker leer je de beestjes ook wel bij de naam noemen.

En in januari was ik nog even bij haar.
Ze had om 1 of andere reden geen rouwkaart gekregen.
Ik bracht hem zelf direct even langs, want dat kon natuurlijk niet.
We hadden foto’s gekeken, met nog een tante en een oom. Net als die eerste keer in mei.
‘Pak dat boek eens even voor me Narda’.
Gewoon, gezellig.
Ondanks
-ziek
terminaal
en de dood van haar jongste-
gewoon gezellig op de bank.
Met thee en een bonbonnetje.
-Niet dat het verdriet er natuurlijk minder om was-.

Maar nu is het dus echt voorbij.
Over.
En uit.
‘Precies zoals mam het had gewild’, zei mijn nicht.
Dat klinkt altijd zo mooi.
Maar ik denk dat ze toch liever nog wat tochtjes had gemaakt met haar jongste.
Voor de zekerheid.

Tsja.
Zo ben je er.
En zo ben je weg.
Zo leef je.
En zo ben je
dood.

Ik weet het.
Ik weet het.
Maar het dringt maar niet tot me door.
Want
de zon schijnt
de rozen bloeien
en de vogels fluiten.
Het zal gewoon vannacht weer nacht worden
en morgen gewoon weer dag.

Over en uit.

Ik wil liever geen reacties.
Zo close waren we nou ook weer niet, al was ze een lieve tante. Steunbetuigingen zouden hier gewoon niet op zijn plaats zijn.

Getver!

Net als ik de deur uit moet :
Brief op de mat van een advocaat van ex.
In het Nederlands.
Kijk aan!
Dat is handig.
Ik loop met de brief naar de tafel.
Onder de tafel zit Bram ineens heel zielig te doen.
Hij miauwt.
Nou ja, hij ‘Oowt’ meer.
Dat klinkt niet goed.
Dat klinkt als ouwe katerkwaal.
Even voelen.
Ik voel geen bal.
Dat is goed nieuws.
Een blaasbal is foute boel.
‘Ooiooiowwww’.

Ik open de brief.
Getver:
‘Of hij niet meer hoeft te betalen’.
?
Hij betaalt al jaren niets.
Hij heeft namelijk geen geld.
Nou ja.
Wel korte citytrips natuurlijk.
En voor cadeautjes:
Als:
Een elektrische gitaar.
Boxen.
Een trompet.
Tamelijk nutteloos als je als zoon zo muzikaal is als een doordeweekse stoeptegel.
O ja: en een metalen met de hand vervaardigde Viking helm op zijn twaalfde.
‘Leuk hoor pap:-(‘
Laat ik de gave gadgets en een ‘iets’ waardoor je zelfs midden in het Lake District een internetverbinding hebt niet vergeten.
And so on.

En nu dus voor een advocaat.
Wat zou dat kosten?
Ik moet echt weg.
Mijn collega was alleen vandaag.
Ik kan echt niet later gaan komen.
Ik bel Rem.
Hij popelt natuurlijk nu al om naar huis te komen.
-Brief.
Dierenarts.
Nasi van de AH-
‘Laat je de auto dan staan Nar?’

Getver.
Nu moet ik ineens op de fiets.
Echt weg nu.
Anders mis ik de trein.
Zelfs geen tijd om mijn slippers om te wisselen voor mijn gympen.
Ik gris nog snel een vestje van het haakje.
Getverdegetver.
Baasje komt zo Bram.

‘Ooowoowoow’.
-Dat was ik-

Dansen in de regen…

20140609-172453.jpg
Vrijdag.
Het is prachtig weer.
Zal ik:
A) Me weer ontzettend gaan uitsloven bij medisch fitness?
B) De ochtend spenderen aan de weekendboodschappen en de stofzuiger zodat ik vanmiddag met mam een borrel kan halen bij Schippersrijk?

Het is ’s middags zalig op het terras aan het Uitgeestermeer. Er zijn net genoeg mensen om het gezellig te maken. We treffen het, in de hoek is nog een tafeltje vrij.
Mam neemt een rode port.
Ik hou het bij een rosé met ijs.
‘Heb je gister ook nog gekeken naar Alpe d’ HuZes?’
Dat heeft ze.
‘Wat ontroerend hè?’
Weer verbaas ik me over mijn moeder. Hoe kan ze het in godsnaam?
‘Rem denkt erover om volgend jaar ook mee te gaan fietsen mam’.

Zaterdag
We gaan al vroeg met Beautje door het sluisje.
Echt warm is het niet.
Op het Uitgeestermeer zetten we zelfs de kap even op.
De zon laat even later ook verstek gaan.
Als we aanleggen bij ’t Kombof begint het zelfs te regenen.
Hup, alles onder de kap, en snel het terras op, onder de luifel.
Om drie uur zijn we al weer thuis. Als we nog maar net zitten breekt de zon weer door. Zul je net zien.

Zondag
Vandaag gaan we eindelijk paps bordje ophangen.
De eerste versie was mislukt.
Ondanks dat mam en ik samen met onze boven het briefje hadden gehangen stond er toch een verkeerde geboortedatum op.
Dertien augustus in plaats van dertig.
‘Ach, het scheelt maar zeventien dagen mam’.
Mam was onverbiddelijk. En terecht. ‘Maar goed dat het geen grafsteen was Narda’.
Mijn vader was een maagd; punctueel tot aan zijn dood.
” De dokter is weer eens te laat!”
Mam en ik kijken toe hoe Rem het bordje insmeert met lijm.
‘Wel netjes in het midden hè schat!’
Schat is ook een maagd.
Ik durf er mijn leven om te verwedden dat er aan de linkerkant net zoveel millimetertjes zitten als aan de rechter.
Als het hangt doen we tegelijkertijd een stap achteruit.
‘Mooi hoor’.
Mam kijkt tevreden naar het plastic bordje van afzichtelijk groen.
Ze heeft gelijk: mijn vader had het vast mooi (lees: warm bruin -hij was kleurenblind-) gevonden.
Als mam het kaarsje van het engeltje aansteekt ga ik de plantjes water geven.
‘Loop je mee Rem?’
We hebben zo ons eigen ritueeltje ontwikkeld: als we terugkomen met de plantjes zit mam volgens ‘protocol’ op het bankje haar sigaretje al te roken, het kleine blikken asbakje in haar hand.

Het terras bij de Krokodil zit helemaal vol op het door ons gereserveerde tafeltje na.
Kylian zal later aanschuiven, hij is nog aan het varen met wat vrienden. ‘Is het niet te heet in de zon mam?’ Zelfs ik brand zowat weg. ‘Nee hoor, ik zit heerlijk hier’. Gelukkig zit ik met mijn rug in de zon. Rem zit gedeeltelijk in de schaduw.
‘Alleen die stoelen zijn zo hard’.
Ons etentje hebben we nog een beetje aan mijn vader te danken. Ik heb 200 euro gekregen omdat ik mantelzorger was. Leuk compliment hè?! Mam was natuurlijk 100 keer meer mantelzorger dan ik, als er iemand een compliment verdiend is zij het wel.
Tegelijk met de eerste tapas komt ook Kyl op zijn scooter aan. ‘Kijk eens oma, kussentjes!’ Waar Whatsap toch al niet goed voor is.
Het eten is zalig. Mam geniet zichtbaar van haar sherry’tje en de ieniemienie hapjes die ik op haar bordje leg. ‘Nee, niet zo veel hoor!’

20140609-174014.jpg
Als we mam thuis af zetten nemen we gelijk een mand hout mee. Het is hetzelfde hout dat ik afgelopen winter met Kyl voor pap bij de Gamma haalde. Zes zakken. Hij hield zo van zijn open haard. Mam ook.

Thuis steekt Rem er gelijk lekker de fik er in tot volle tevredenheid van Spook.
Her en der plaats ik wat kaarsen in de tuin. Roel komt, en even later komen er ook nog vier meiden. Ze hebben zelfs Marshmellows mee. In een kring zitten we om het vuur. Zo gezellig. Meiden kunnen zo open zijn soms.
Pap had het vast een hele mooie bestemming voor zijn hout gevonden. Hier, nu, vandaag.

20140609-174148.jpg
Maandag.
We hebben geen zin om te varen. Geen zin om te fietsen, geen zin in wat dan ook.
We hebben gewoon zin in een lange dag ‘niks’ in de tuin.
Ik maak een uitgebreide lunch klaar. Warme beenham, een salade (beiden kant- en klaar van de supermarkt, het kan ook te gek hè!) vers ongesneden witbrood met Camembert, aardbeien met slagroom, het kan niet op.
Letterlijk. Als de boel weer aan kant is, mag ik Kyl zijn haar doen met de tondeuse. Zo leuk. (Diep in mijn hart heb ik altijd een kapster willen zijn. Oké. Of journaliste/ schrijver). Rem kijkt tv. Wielrennen. Formule 1. Dat laatste is waarschijnlijker denk ik; hij heeft zijn koptelefoon op.
Dan douche ik Bink.
Lees wat, pluk hier en daar een onkruidje weg. Voer een druifje aan de kipjes en kijk wat naar de merels die mijn krentenboompje plukken.

20140609-174541.jpg
Het onweer hangt al een klein beetje in de lucht.
Er ligt inmiddels een handdoek klaar op de veranda.
Ik denk namelijk dat ik straks misschien ga dansen.
In de regen.
Gewoon.
Omdat het kan.