Westenwind

Vanmiddag heerlijk uitgewaaid op strand Bakkum bij paal 45.
Mijn zus vliegerde daar altijd graag eind van de middag/ begin van de avond als ze bij mijn ouders op camping Bakkum logeerde.
Vorig jaar met Hemelvaartdag hebben Rem en ik daar ’s morgens heel vroeg een klein gedeelte van haar as gestrooid, op zus haar eigen verzoek. Ook een gedeelte van (Beau)Nino ligt daar ‘om haar te beschermen’. Daar hadden we zelfs nog met Zus grapjes over gemaakt toen we het erover hadden op de dag nadat mijn vader was gecremeerd.

Mijn moeder leefde natuurlijk nog toen ik de as van Zus uitstrooide, en toen ik vroeg of ik ook een beetje van haar en pap in Zus haar duinpan zou strooien vond ze het heel fijn als ik dit wilde doen, ‘maar niet als het teveel moeite kost hoor Kind, alleen het Guisveld is ook prima hoor’.
Ik grapte toen nog, ‘ach mam, als ik toch bezig ben…’
Mijn moeder was er namelijk erg op gebrand dat ik al Zus haar uitstrooi- wensen zou uitvoeren. ‘Doe maar een beetje hier.., een beetje daar….O, en daar natuurlijk…’
-Ze zou het vast prachtig gevonden hebben als ze had kunnen zien hoe druk ik er maar mee ben. (Maar ook blij hoor).

Tja. Wij waren altijd echte strandmensen, mijn ouders en zus nog veel meer dan ik. Ooit schreef ik dit gedicht. Mijn zus vond dat zo mooi dat ze het levensgroot op haar toiletdeur geschreven had. Vier regels uit dat gedicht hebben we na haar overlijden op de binnenzijde van haar rouwkaart laten drukken:
‘Maar als je luistert naar de golven,
voel je je weer even twee;
hetzelfde kleine meisje
aan dezelfde grote zee…’

Vandaag was het de perfecte dag om ook de belofte na te komen een klein gedeelte van mijn ouders daarbij te strooien.
Er stond een straffe westenwind, en het was niet al te koud, niet al te zonnig en dus zou het vermoedelijk niet al te druk zijn.

Op de heenweg kreeg ik ineens zin om een vlieger te kopen.
Zo gezegd zo dus ook gedaan.

Voor we naar paal 45 liepen natuurlijk eerst wat gedronken bij ‘Zeezicht’ de favoriete strandtent van mijn ouders. -Zoets doen we natuurlijk wel in stijl hè?!-

Daarna dus het doosje leeggegooid en dat voelde voor mij een beetje als ‘vrijheid’. Niet voor mij, maar voor hen.

Nadat ik dat gedaan had viel het me ineens op dat de hele lucht grijs en grauw was, er was alleen een klein stukje blauw boven hun duinpan zichtbaar. Grappig. Lief.

De volgende foto is trouwens ook wel grappig:
image
Het lijkt net alsof Rem drie of zelfs vier vliegers vasthoudt. Het is er echt maar eentje hoor. Zal wel aan mijn IPhone liggen, maar ik zie daar gewoon graag een lieve groet in.

Na een uurtje zijn we weer gegaan. Het helmgras wuifde me tevreden na.
Nog even wat gedronken bij Zeezicht en daarna een lekkerbekje gegeten op de camping, terwijl goedkeurende glimlachjes van mijn ouders en zus in mijn gedachten verschenen.

Weer een klus plat.(niet oneerbiedig bedoeld). 
Nu alleen nog ons boottochtje door het Guisveld om de rest van de as uit te strooien (de grootste hoeveelheid). Daarna zal ik alleen nog wat kleine emaille hartjes met as bewaren. 

Voorlopig vind ik het fijn dat ze nog een beetje dichtbij me zijn. Als de tijd er rijp voor is zal ik het gewoon weten.

Advertenties

Je leven op zijn kop…

Soms kan het me zo bij de keel grijpen allemaal, 2.
Niet alleen waar ik vanmorgen eerder over blogde, maar gewoon, de trieste kanten van het leven die ik -overigens zonder veel resultaat- steeds maar weer probeer te begrijpen.

De dood zet je leven op zijn kop.
Al de normen en waarden waarvan je ooit dacht had dat ze een stevige fundatie zouden zijn om de problemen en het verdriet in je leven het hoofd te bieden schudt hij meedogenloos door elkaar tot je trilt op je grondvesten en, murw vanwege de onrechtvaardigheid, om genade roept, en toegeeft je ogen te openen voor dàt wat leven daadwerkelijk ìs.

Gister kreeg ik een appje van Neef, de zoon van Zus.
‘Heb jij nog wat foto’s van mij en mijn moeder?’
Een hele doos vol heb ik. Zus had allemaal losse mapjes met foto’s. Ik heb neef beloofd een mooi fotoalbum voor hem te maken, maar ik heb het nog steeds niet gedaan:(

Zojuist kreeg ik een Appje van Ex, de vader van Neef.
Zijn vader zal binnenkort gaan sterven.

Opa Jaap, zoals wij hem sinds jaar en dag noemen, en mijn vader konden het prima vinden. ‘Klaas is mijn vriend’ zei hij altijd, en als hij mee kwam om Neef te brengen of te halen bracht hij ook altijd ook een bezoekje aan mijn ouders.
Opa Jaap was -doordat hij in de buurt woonde van Neef- net zo betrokken bij Neef als mijn ouders altijd bij Kylian waren. Opa Jaap was bijvoorbeeld ook degene die trouw iedere week met Neef naar zwemles ging omdat zijn eigen ouders dat niet op konden brengen.
Hij was bij de crematie van mijn vader en natuurlijk bij die van Zus. Kapot was hij daarvan.
Natuurlijk, begin tachtig is een ‘mooie’ leeftijd, daar zal je me niet over horen verder.
Maar mijn neef moet dus binnenkort weer iemand gaan verliezen waar hij veel van houdt.

En dát grijpt me gewoon enorm bij de keel.

Kanker op FB

Even over het verzoek op Facebook over het delen van een status over kanker. ‘Al is het maar voor een uur’:

Je hoeft niet zinloos toe te kijken. Misschien is het een beter idee om te kijken of je misschien iets kunt bedenken om het leven van deze mensen iets draaglijker te maken. Door even een bloemetje te brengen bij die zieke buurvrouw, of even een boodschap te doen voor je tante.
Wat dacht je van vrijwilligers werk?
Misschien als mantelzorger, vrijwilliger in een Hospice, of buddy?
Verder kun je natuurlijk ook gewoon wat geld doneren of als je daar niet genoeg van hebt een actie starten om geld in te zamelen voor de strijd tegen kanker. Iedereen heeft wel een talent. Ga kleedjes haken, viool spelen of armbanden rijgen, verzin wat, maar ga alsjeblieft niet steeds aan me vragen om een status over kanker op FB te delen.

Over een verjaardag, een geboortedag, een ‘verwekdag’ en mam

Lig sinds drie uur alweer klaar wakker. Wil niet steeds een slaappil nemen.
Dan maar wat blogjes lezen ( sorry mensen ik houd het even niet meer bij) en er eentje schrijven.

Straks, om tien uur is er een dienst (of hoe noem je dat? Een mis?) in de kerk voor zus.
Omdat deze dienst precies op de geboortedag van mijn vader valt heb ik al een half jaar geleden besloten er op deze dag heen te gaan.
Ik heb verder niet zo heel veel met de kerk.

Daarna ga ik een plantje brengen naar pap op de begraafplaats. Hij is toch een beetje jarig. 

Mam kan echt niet meer mee.

En dan ga ik kijken of mijn moeder al wakker is.

De verpleegkundige belde mij gister op mijn werk. Ze willen niet meer dat ze alleen is, er moet continue iemand bij haar zijn.
Mam wil niet dat ik bij haar slaap. De Schelp ligt op 400 meter van ons huis, dus als er wat is ben ik er zo. Ze bellen mij bij het minste geringste, zo heb ik met de verpleging afgesproken. En als ze zal komen te overlijden in haar slaap dan heeft dat gewoon zo moeten zijn, zegt mam.

Rem vertelde me gister dat Mam er niets van wilde horen toen hij voorstelde dat ze zich dan gewoon lekker niet zou opmaken. ‘Wie ziet je nou?’

Daar was geen sprake van natuurlijk. 

Ze heeft veel moeite om de stappen te herinneren.
‘Eerst je getinte dagcrème mam’.
‘O ja’.
Vervolgens blijft ze gewoon met de bruine stippen op haar gezicht voor de spiegel zitten als je niets zegt.
‘Je moet je crème nu eerst even uitsmeren’.
‘O ja’.
‘Zal ik het voor je doen?’
‘Nee’.

Met haar haren mag ik sinds vrijdag wel helpen. Van de week had ik bij gebrek aan tijd de verkeerde haarlak gekocht. ‘Koop ik van de week je eigen merk haarlak wel weer’.
We zaten met nicht Anja en Kyl aan de houten tafel buiten.
Omdat Kyl toch naar de Etos moest vroeg ik hem ook de goede haarlak voor oma te kopen.
‘Die haarlak die je moeder heeft gekocht is voor lang blond haar!!’
‘Welnee. Het is gewoon volume hairspray hoor mam’.
‘Nee, echt niet. Haal die bus maar’.
Als we de bus van dichtbij bekijken zien we dat er een foto van Claudia Schiffer op staat.
‘Zie je nou wel? Voor lang blond haar’.
*Lol*

Gister is Lidy ook even geweest.
B. schoof ook even aan. Met zijn vrouw A. gaat het ook helemaal niet goed.
Het werd hem allemaal een beetje teveel.
-Ik nam toch maar even een wijntje-.

Kyl maakte thuis een salade met varkenshaas en bracht die naar ons in de Schelp.
Mam heeft over de hele dag maar 1 Nutridrink gedronken en een paar slokjes sherry.

Ze is zo sterk, dat kleine moedertje van mij. Zo stoer, zo dapper. Een van de verpleegkundigen had nog tegen Rem gezegd dat ze niet begreep waar mijn moeder de kracht nog vandaan haalde. Mijn moeder weegt denk ik ongeveer nog 32, hooguit 35 kilo schat ik.

Toen iedereen weg was heb ik nog een tijdje met haar gepraat.
Maar dat schrijf ik allemaal maar niet letterlijk op want dan moeten jullie allemaal weer janken en brokken weg slikken en dan heb ik er vandaag weer een dagtaak bij om al mijn lieve trouwe volgers te troosten;-).

‘Wil je zo niet gewoon liever lekker je bed in mam? Je móét niet onder je afdakje hè. Volgens mij ben je gewoon òp’.
Ze gaf toe, -eindelijk toe- dat ze dat eigenlijk wel heel graag zou willen.
‘En morgen zien we wel hoe he je voelt. Zodra ik in de kerk en bij de begraafplaats ben geweest kom ik naar jou. En als jij moe bent vieren we Remco’s verjaardag gewoon naast je bed’.

Want ja, Remco is vandaag óók jarig.
49 zomers alweer.

En als je een klein beetje kunt rekenen en weet dat ik op 31-5-1967 geboren ben, dan zie je dat ik gemaakt ben op de verjaardag van mijn vader, en de geboortedag van Rem.
Geinig hè!?
😉

‘Mag ik dan bij jou?’

Hoi Zus,

Hier even een berichtje van mij.

Het gaat niet best met mam hoor.
Ze zat gisteravond toen ik om negen uur uit mijn werk bij haar kwam nog haar eerste Nutridrink van de dag. In haar Nutripuddinkje had ze al helemaal geen trek.
De afgelopen dagen had ze tenminste nog een halve pudding gegeten.

Het lukt haar steeds minder goed om haar pijn te verbergen.
Praten en slikken doet pijn.
En zitten ook, als je het mij vraagt.
Maar je kent haar, ze geeft geen kik.
Vanmiddag komt de huisarts gelukkig weer even langs.

Ik wou soms zo ontzettend graag dat je hier was, maar als ik denk aan hoe verdrietig je was toen pap overleed ben ik ook wel weer blij dat je dit niet nog een keer mee hoeft te maken. Je wist je geen raad met je gevoelens, en kon je zo moeilijk uiten door je afasie.

Vorige week had ik het kaartje met de snoephartjes van jou weer in mijn hand, waarin je me schrijft dat je zo dankbaar bent dat ik zo goed voor pap en mam zorg.
En dat je zo blij was dat pap zijn verjaardag bij mij had mogen vieren.
Het was zijn laatste geweest.
Jij was daar toen niet bij.
Wat had ik die kaart destijds verfoeid. ‘Lekker makkelijk’.
Nu gaf het lezen van dezelfde tekst me het gevoel dat je vierkant achter me staat.
Ik heb hem maar naast je ‘blijven lachen’ kaart gezet, in de vitrinekast bij je andere spulletjes die ik van je koester. En af en toe, als het even niet meer gaat, dan kijk ik er naar. Had jij ooit gedacht dat het houten kruisje van lucifershoutjes dat je vroeger op de kleuterschool had gemaakt nog eens daar zou komen te liggen?
Het hing altijd in ons slaapkamertje, boven de deur, weet je nog?

O Fen, ik wou soms zo ontzettend graag dat je bij me zou kunnen zijn.
Bij me zou kunnen zijn als de grote zus die je vroeger voor me was.
De wijze sterke zus die overal wel raad op wist.
De zus waar ik gewoon nog het vrolijke, onbezonnen, en onverantwoordelijke kleine zusje bij kon zijn.
Omdat jij alles wel zou regelen, sus-sus.

Ik denk dat jij en pap maar een klein beetje in de buurt moeten blijven nu.

Kan dat?

Ik kan geloof ik wel wat hulp gebruiken.

XXX

P.s. Ken je dit liedje nog?
Mam had het uitgezocht voor je crematie.
‘Mag ik dan bij jou?’

Dag stoere W.

Donderdag.
Mam gaat met Scotty mee maar de condoleance van ome Joop in Zaandam.
Zo knap.

Vrijdag.
Voor ik naar de crematieplechtigheid ga breng ik een fles sherry en sigaretten naar mam. Daarna werk ik snel het huis een beetje bij.
Als ik om één uur in het crematorium aankom hoor ik dat het al om half één begonnen was, ik ben nog net op tijd voor een minuut stilte.
Hoe kon ik me nou zo vergissen?
Ik kan mezelf wel voor mijn kop slaan.

Tijdens het condoleren staan de naasten bij elkaar in de hoek. De rest van de familie – die inmiddels voor het grootste deel uit neven en nichten bestaat- staat gezellig bij elkaar.
‘Ik vertik het, ik ga niet nog een keer zo in een hoek staan’, zeg ik tegen neef Creon en zijn vrouw Astrid.
Ik ga gewoon bij mijn familie staan. Of in ieder geval vlak bij mam, en niet aan de andere kant van de zaal.
Als ik de zoon van mijn nicht opbiecht dat ik me vergist heb en te laat was drukt hij me spontaan zijn toespraak in handen.

’s Middags komt Yvon een bakkie op de veranda doen, gezellig. Yvon is een oude vriendin van mij uit de tijd dat ik nog met Martin samen woonde. (Het is alweer 22 jaar geleden dat we uit elkaar gingen). Ook daarna nog best lang contact gehad hoor, maar de laatste jaren was het er bij ingeschoten.
Zo gaan die dingen gewoon.
Druk-druk-druk.

Als ik bij mam kom lees ik de toespraak van Jesper voor.
‘O, wat mooi, wat lief’.
José stuurt nog een filmpje van haar dochter. Die kan zo prachtig zingen, en heeft dat dan ook voor haar opa gedaan.
Mam heeft het gevoel dat ze er toch een klein beetje bij is geweest.
-En ik ook-.

Als ik even na negen uur thuis kom kijken we nog vier afleveringen Penoza seizoen 2, we lopen al aardig in.

Zaterdag.
Rem moet gewoon om vijf uur uit de veren. Bikkeltje hoor, die vent van mij.
Ik ga in de tuin aan de gang met het rooster, eigenlijk had ik dat allang af willen hebben.

Om vier uur ben ik bij de Schelp.
Ben, de man van gast Ingrid zit aan de tafel in de woonkamer.
Gek, maar op den duur krijg je toch een band met de andere gasten en hun familieleden. ’s Avonds kon het best gezellig zijn daar onder het afdak. Vaak schoven W. en/ of haar maatje dan ook even aan.
‘Had je het al gehoord Narda?’
‘Wat Ben?’

Dan hoor ik dat W. vanmorgen is overleden.
Ik schrik me rot, dit had ik echt niet verwacht.
‘Dat meen je niet’.
De vrijwilligster komt bij ons staan en verteld dat ze vanmorgen om half acht in bijzijn van haar zus en maatje is overleden.

Mam zit buiten in de tuin aan de houten tafel.
Ze is erg ontdaan door de dood van W.
‘Ik hoorde wel wat maar ik dacht dat ze jarig was, en dat haar visite daarom zo vroeg was’.

Ik neem mijn moeder mee naar huis. De eetkamerstoel met wieltjes staat al klaar bij de voordeur. Met twee handen trek ik haar het opstapje bij de voordeur op. Dan rij ik haar door de huiskamer naar de tuindeuren achter. ‘Verder kan ik niet mam, de rest moet je lopen’.
Met haar handen in de mijne loop ik achterwaarts naar haar stoel.
Dan schenk ik een glas sherry in waarvan ik de helft over twee uurtjes weer terug zal mogen gieten in de fles. ‘Niet weggooien hoor!’

De kippen keutelen wat in het voorbijgaan.
Bram slaapt.
De blauwe regen is in zijn tweede bloei.
Maria staat weer op haar plekje onder de boom.
Een appel valt.
En de vliegtuigen vliegen
schaamteloos over
onze stilte heen.

Regendagen

Maandag
Nadat ik met de huisarts heel even over mam heb gesproken onderzoekt ze mijn buik.
Hoewel het nog voor negen uur ’s morgens is voelt deze al ongemakkelijk. ’s Avonds lijk ik wel zeven maanden zwanger’.
Ze schrijft medicijnen voor en nieuwe slaaptabletten. Niet dat ik die dagelijks slik, maar als ik de volgende dag moet werken is het toch wel een uitkomst.
‘Gaan we over twee weken even kijken hoe het nu gaat met je maag’. Met een ‘tot vanmiddag’ neem ik afscheid.
Rond elf uur meld ik mij ziek op het werk voor dinsdag.
De rek is er nu echt een beetje uit. Naast maagklachten ben ik soms weer aan het hyperventileren. En mèn, de stoom komt zowat uit mijn oren af en toe, zo geërgerd ik af en toe ben. Een kleuter op een schuivende olifant in de wachtkamer kan me al bijna tot waanzin drijven.

Even na twee uur schuift de huisarts aan onder het afdakje bij de Schelp.
Ze geeft mam een complimentje.
Mam glundert er een beetje van.
Het is een fijn en open gesprek.
‘Wil je niet even alleen zijn met de dokter?’
Het hoeft niet.
Ook de huisarts zelf vindt het prima zo.
‘Kom ik volgende week weer even bij u kijken’.

Vlak nadat ze is vertrokken komt W. even bij ons zitten. (Ik vind W. toch aardiger klinken dan ‘Wee’).
Ze is net als ons een beetje stil.
Het is ook weer om stil van te worden; het regent aan een stuk door. Het is wel druk binnen in de het Hospice. Met de mevrouw in kamer ‘Golf’ (of was het nou ‘Zee’? ) gaat het helemaal niet goed. De hele familie zit bedrukt bij elkaar in de huiskamer. Af en toe komt er iemand even een sigaretje bij ons roken, net als B. de man van de vierde vrouwelijke gast. Hij logeert al een paar dagen op zolder.

Maandagavond beginnen Rem en ik aan onze inhaalslag van ‘Penoza’ serie 1. Best ontspannend om te zien dat een andere vrouw (een fictieve andere vrouw welteverstaan) nog dieper in de shit zit dan jezelf.
Als Kylian terug komt van zijn bezoek aan mam blijkt dat het kind het gewoon ‘hartstikke druk’ heeft gehad. De vrijwilligsters en verpleegkundige waren bezig geweest met de bedlegerige dames en hun gasten, dus Kyl had zich maar een beetje
bekommerd over mam en W.
‘Had ik een puddinkje uit haar kamer gehaald, wilde ze geen chocola. Moest ik weer die huiskamer met al die mensen door. Ik schaamde me dood’.
We lachen. ‘En toen moest ik natuurlijk nog slagroom zoeken ook’.
‘Goed gedaan hoor Kyl’.
‘Nou en wat denk je? Toen wilde W. naar haar kamer. Zegt oma doodleuk: ‘O, dan brengt Kylian je wel naar bed hoor!’
Ik zie Kyls gezicht helemaal voor me en moet vreselijk lachen. Arme jongen. ‘En toen, wat heb je toen gedaan?’
‘Nou, toen moest ik natuurlijk in die volle huiskamer gaan vragen wie er vrijwilligster was. Ja, weet ik veel wie dat zijn’.

Dinsdag lig ik tot een uur of twee met een boek op de bank. Behalve twee wassen doe ik niet veel. Even na drie uur ben ik bij mam. Ze zit nog achter haar kaptafeltje. ‘Ik was zo moe van het douchen. Maar ik heb nìet op mijn bed gelegen hoor!’
-Alsof dat een schande zou zijn-.
‘Zal ik dan eerst even het dorp in?’
Mam vindt dat een prima idee.
‘Doe maar rustig aan hoor mam, dan zie ik je straks wel onder het afdak.’
Als ik door de gang loop zie ik dat de kaars brandt; de mevrouw is dus overleden.

Als ik terug kom met pleisters en memoblaadjes voor de Schelp, een korte broek voor Rem en vers brood van de bakker op de hoek, is ze nog steeds niet klaar.
W. en haar maatje komen wel naar buiten. ‘Leuke zoon heb je’.
Even later schuift mam dan eindelijk ook aan.
Ik geef haar de kaart van ome Joop. Hij komt ook al uit dezelfde collectie als die van Pap (polder), zus (duin met zee) , tante Agnes (bos) en ome Leo (polder2).
Mam leest hem zeer aandachtig door. Donderdag wil ze wel mee naar de condoleance.
‘We kijken eerst hoe het dan gaat hoor mam’.
Pfff…wat is ze toch moedig.

Even voor vijf uur ga ik naar huis waar ik enorm mijn best doe om een gezonde warme maaltijd op tafel te zetten van kipfilet, geroerbakte spinazie met pijnboompitten en tomaat, paddestoelen en aardappeltjes.
Het klinkt helaas beter dan het smaakt.
Alleen de pijnboompitten zijn gelukt. Zelfs Bram haalt vandaag zijn neus op voor mijn kipfilet, zodat ze uiteindelijk nog bij onze kannibaaltjes in de tuin belanden. 
   Gelukkig kunnen we er alledrie wèl smakelijk om lachen. Dat dan weer wel. Voorlopig was het geloof ik ook even de laatste maaltijd met Kyl want school begint morgen weer voor hem en na schooltijd  zal hij de hele week in touw zijn vanwege ‘Sail’. Het restaurant waar hij werkt gaat op locatie. En ook voor (hotel)school moet hij er geloof ik deze week wat doen.  
Leuk voor hem.

Nadat we bij mam zijn geweest kijken we weer Penoza.
-Geinig om te zien dat ik niet de enige ben die met urnen as loopt te zeulen.-

En nu lig ik dus weer wakker.
Lag al een uurtje te draaien voor ik besloot om maar wat te schrijven. Ruimt weer een beetje op in mijn hoofd.

Morgen maar eens kijken of ik de ramen even kan lappen beneden, want ik kan amper nog naar buiten kijken. Zit nog zo’n vieze bruine vogelvledder ook pal voor de gootsteen. Nu heb ik wel half en half afgesproken dat Yvon (de hulp van mam) hier binnenkort schoon komt maken, maar dan wil ik wel eerst dat het schoon ìs natuurlijk.

Mam krijgt vanmiddag visite, dus ik heb de middag voor mezelf. Ik moet alleen even wat boodschapjes naar haar brengen.
Waarschijnlijk is het weer vanmiddag goed genoeg opgeknapt voor de tuin.
Ga ik misschien lekker lezen.
-En andere dingen
niet doen-.

Maar eerst draai ik me nog maar even om. Kan ik natuurlijk wel weer een pilletje nemen, maar voor ik het weet ben ik verslaafd aan die dingen, dus als ik niet hoef te werken doe ik het gewoon niet.

Ik ga wel blogjes lezen.
😉

De laatste dag

(10 Januari 2014)

Mijn vraag bleef vervolgens in de lucht hangen. Ik had hem luchtig gesteld, dacht ik, maar de stilte die er op volgde voelde ongemakkelijk voor ons allemaal.

Pap wilde opstaan. ‘Help me eens even’. Ik nam zijn grote handen in de mijne en trok hem omhoog.
Voorzichtig schuifelde hij met zijn magere lijf naar de tafel waar mam met trillende vingers haar sigaretjes probeerde te draaien en streelde haar zacht over het hoofd. Ze glimlachte dapper naar hem.
Het brak me.
Bijna.

Pap leunde met zijn handen op de tafel terwijl hij afscheid nam van zijn tuin. In plaats van de kille kale tuin hoopte ik dat hij zijn kippen weer zag scharrelen, zijn jonge meiden zag giebelen en zichzelf het vlees weer zag omdraaien op de bbq, terwijl de katten vanaf de schutting toekeken en mam in haar mooie zomerjurkje lachend met een kan Sangria uit de keuken kwam.
‘Iemand nog?’

Ik probeerde het infuus op zijn onderarm dat de de huisarts vanmorgen al was komen prikken te negeren. Opeens draaide hij zijn hoofd weg van het raam en keek me aan.
‘De allermooiste?’

Ik knikte.
‘Even denken hoor’.
Voorzichtig schuifelde pap weer bij de tafel vandaan richting de grote stoel. Hij zocht even steun tegen de deurpost van de keuken voor hij weer verder ging, in de richting van het raam aan de voorkant van het huis.
‘Ga toch eens zitten lieve schat’, zei mam.

Zelf dacht ik terug aan het strand. Pap, die onze zwembandjes opblies en met ons in het water ging.
‘Klim maar op mijn rug hoor meiden’. Kadetjes met gebakken omelet en zand.

Aan pap, de stoere brandweerman. Pap, die ons leerde vissen en wormen leerde zoeken, die ons leerde varen, en ons leerde hoe we onze banden moest plakken.
Ik dacht aan de vele vakanties met de Constructam.
En opeens ook aan zijn rieten hoedje met de veer. Het leek allemaal veel te kort geleden.

Vanmorgen had ik mijn vader voor het eerst in mijn leven moeten scheren.

Pap tikte op de barometer en draaide voor de laatste keer aan het wijzertje.
‘Al mijn herinneringen aan jullie zijn bijna allemaal even mooi’.
Hij keek tevreden naar zijn voortuintje en toen naar mij. ‘Gele violen hoor, dat zijn de sterkste!’
Ik knikte.

Toen draaide hij zich weer om, keek nog een keer zijn straatje in en riep alsof het de ijscoman betrof:
‘Daar komt de dokter!’

Wee

Maandag

Ik kijk naar haar,
rechtop in een rolstoel
aan de roestvrijstalen tafel,
-veilig
in de Schelp-.
Ze rookt.

‘Hoi, jou ken ik nog niet’.
Mam komt ondertussen met Scotty in standje ‘schildpad’ naar me toe scooten.
‘Hoi mam’, en een flauwe grap:
‘Er is nog zo’n dikkerd nu hier als jij zie ik’.
Handen schuddend stel ik me voor.
Ze heet W.
‘Vandaag aangekomen’,
en hoopt dat ze een beetje zal kunnen slapen vannacht.
Íedere nacht.
-Onder Andere-.

Ik vind haar direct aardig.
Kletsen nog wat.
‘Wat heb jij dan?’
Ze legt het uit.
En dan gaan wij weg.
Even naar ons huis.
-Gezellig nutricreme eten-.

-En zo-.

‘We zien elkaar vast nog wel!’

’s Avonds, als we terug zijn in het Hospice komt Wee even bij ons zitten.
-Kacheltje aan-.
‘Gezellig’.
‘Ja, best te doen’.

We praten.
Openhartig.
-Kanker kent geen gène,
geen tijd voor futiliteit,
of andere namen
voor de akelige beestjes om ons heen-.

‘Jij ook zo moe, na het douchen?’

Zij,
de lotgenoten,
en ik:
de bevoorrechte,
de mazzelaar.

Meer dan 1000 woorden roepen schreeuwend om haar heen.

Misschien zal ik vragen of ik ze ooit zal mogen vangen.

Voor haar:
Wee,
45 jaar.

Beetje aanrommelen

En weer zijn de dagen vanzelf overgegaan in weer nieuwe nachten, nieuwe ochtenden, en nieuwe dagen. Morgen is mam drie weken in de Schelp.

Vorige week het nare bericht gekregen dat nu ook de andere broer van mam kanker heeft. Longkanker, met uitzaaiingen naar de onderrug, waarschijnlijk krijgt hij eenmalig een palliatieve bestraling om de pijn wat draaglijker te maken. Hij was al zo mager ook, op de verjaardag van mijn moeder in mei.

De oudere meneer van in de negentig is inmiddels ook overleden. Mam deelt het Hospice nu met twee vrouwen, waarvan de één waarschijnlijk totaal bedlegerig is. Toch geeft het wat meer reuring voor mam, al is het maar door de aanloop van het bezoek voor beide dames. De kinderen van één van de dames heb ik toevallig al leren kennen via FB.
Rare wereld is het toch.

Eigenlijk werken er best nog heel wat ‘bekenden’ van mij in de Schelp. Alice natuurlijk, maar ook een hele goede vriendin van mijn nicht, de moeder van een klasgenootje van Kylians basisschool, de moeder van een meisje waar Kyl een jaar mee op de havo zat, een mavo-jaargenootje van mezelf, en misschien nog wel meer hoor.

Mam gaat iedere dag wel een ietsje pietsje achteruit, dat is ook te verwachten natuurlijk, maar toch vind ik dat best moeilijk om te accepteren.
Soms hoest ze zo erg.
Het lopen, en in- en uitstappen in de auto gaat steeds moeilijker.
Een heel klein beetje in de war soms.
Gelukkig heeft ze nog wel haar humor.
Gister hebben we nadat we haar ‘thuis’ brachten best een gezellige avond gehad daar, onder het straalkacheltje. 
Oude herinneringen opgehaald.
Maar ook veel gepraat over zus, en over wat zus overkomen is.
Meestal gaan we rond negen uur, half tien dan weer naar huis.
Beetje Tour de Jour kijken, of oude afleveringen van ‘Ik vertrek’.
(Lijkt me trouwens best leuk om de tune van ‘Ik vertrek’ op mijn crematie te laten horen. Beetje humor heeft nog nooit een mens kwaad gedaan;-)

Zou ook best weleens echt willen vertrekken hoor. Wie weet, doen we dat ook nog wel eens. Als het aan mij ligt wèl. Rem is veel realistischer, en laten we wel zijn: het meeste zou natuurlijk op zijn schouders terecht komen, lichamelijk stel ik natuurlijk niet heel veel voor, door de polyartrose.
Maar goed, dromen mag altijd toch? Zeker als er iemand is die mij met beide benen weer op de grond zet.
-Het is vluchtgedrag natuurlijk, ik weet het.-
Soms wil ik gewoon heel hard wegrennen van alles, of net als vroeger met mijn hoofd onder de dekens duiken en dan hopen dat, zodra ik mijn ogen weer opendoe alles een boze droom blijkt te zijn: Pap is gewoon het kippenhok aan het verschonen, Zus geeft de katten hun vlooiendruppels en mam komt met de boodschappen de poort binnen.
-Wat wordt ze toch dik-.

Helaas pindakaas.

Kyl gaat ook niet echt lekker op dit moment.
Hij werkt heel veel. Gisteren is hij met al zijn collega’s naar Amsterdam geweest, en had hij Veel te Veel gedronken.
Ècht teveel bedoel ik.
Nu is hij over het algemeen wel een redelijk rustige puber, maar op dit moment heb ik grote twijfels of het wel wijs is om hem volgende week nog naar Lloret te laten gaan.
Zeker ook met het oog op de gezondheid van mijn moeder. Zorgen om hem kan ik er niet bij hebben nu, ik moet hem blindelings kunnen vertrouwen, en op hem kunnen varen als hij onverhoopt naar huis zal moeten komen.
Mensen, wat is wijsheid?

Of er nog leuke dingen zijn?
Ach, heus.
Spook heeft ‘de plek van de week’ van vorige week gelukkig achter zich gelaten. Dat was de afzuigkap. De plek van deze week is de poort.
Puntje is alleen dat meneer een beetje hoogtevrees heeft.
image

Rem heeft zijn racefiets weer uit het vet gehaald en is nu lekker weer een beetje aan het fietsen. Eigenlijk zou ik dat ook best kunnen doen, gewoon even een rondje Krommeniedijk straks, goed plan.

Vanmiddag misschien even op de motor weg richting West-Friesland, want daar blijft de zon wel schijnen volgens de weerberichten.
Zaterdag zijn we even met de motor naar Zantvoort en Haarlem geweest.
image

image

image

image

image
Alleen maar twee lekkere Franse worstjes gekocht op de markt, en twee palinkjes voor bij mam.

image
Best handig hoor, een motor. Nooit gedoe met parkeren of zo. Op dit oude ding hebben we samen heel Frankrijk doorgekart in 2011. Toen waren de kuipdelen nog wit, er zitten nu andere kuipdelen op nadat hij in een nacht zomaar ‘omgevallen’ was.
Misschien is hij oud, maar hij doet het altijd, en we hebben er al hele mooie en gezellige tochtjes op gemaakt samen.

image
Zoekplaatje

Gisterochtend, tijdens de buien, heb ik de keukenlades lekker uitgemest en is Rem weer verder gegaan met de schuur. We moeten wel, anders hebben we geen plek voor de spullen van mijn ouders straks.
-zo gaan die dingen, een goed plan is maar àlles deze dagen.-

Ach, zo rommelen we maar wat aan.