Bloedmaan / ‘Quod bonum est’

Steeds meer merk ik dat ik door de afgelopen vijf jaren ben veranderd. Het doet gewoon wat met je als bepaalde ‘zekerheden’ zoals je ouderlijk huis, je ouders, je zus en je huwelijk binnen een paar jaar gewoon niet meer bestaan. Bovendien speelt de overgang daarin natuurlijk ook nog een niet te verwaarlozen rol.
Ik voelde mij vaak alsof ik in het midden was gegooid van een groot zwart meer en opnieuw moest leren zwemmen terwijl ik geen flauw idee had welke kant ik op moest. Je spartelt maar wat, gaat links als de beste stuurlui dat roepen, verdwijnt een paar keer met je kop onder water, komt proestend weer boven en dan eindelijk, eindelijk zie je land in zicht. Langzamerhand krijg je de slag te pakken en groeit het geloof dat je dat land kunt bereiken. Je leert zelfs een beetje te genieten van het zwemmen, en met elke slag voel je je kracht toenemen en je zelfvertrouwen groeien. Dichter en dichter zwem je niet alleen naar vaste grond onder je voeten, maar ook naar jezelf!
Je bent sterk.
Je bent oké.
Je kunt het!

‘Waar de ene deur sluit, opent een andere’. Ik vind dat een mooi gezegde, en het klopt ook.
Mijn leven is nu anders, maar niet slechter. Een paar jaar leven met de adem van de dood in je nek is dé manier om de bijzaken van de hoofdzaken te leren onderscheiden.
Mensen maken zich zo vaak druk om niets.
Ik heb ook meer lak aan dingen. Waarom zou ik niet gewoon ergens heen gaan als ik daar zin in heb? Wie mee wil, gaat mee, zo niet: Soit, ga ik toch lekker alleen.

Zo besloot ik gister na mijn dienst naar Zandvoort aan Zee te gaan om daar naar de bloedmaan te kijken.
Hoe fijn was het om met mijn rugzak om een beetje door de branding te slenteren, zonder plan, zonder doel een beetje mijn neus achterna. Net zoals kinderen dat doen, ach kinderen zijn zo wijs.
Ik schoot hier en daar wat foto’s. Aaide een paar Bordeauxdoggen, keek naar een jongetje dat speelde in het zand, naar het verlichte cruiseschip in de verte, de volle terrassen, naar de verliefde paartjes in zee, naar de schelpen, de ondergaande zon.  En alles, àlles waar ik naar keek was gewoon goed.
Het is heerlijk om te kunnen kijken zonder een verlangen dat het anders is, beter, meer of minder. Gewoon kijken naar wat er is zonder daar verdere gedachten over te hebben.

Met een wit wijntje keek ik even later hoe de zon de lucht rood kleurde en langzaam onderging.
Ik dacht aan mijn ouders en zusje die zoveel hadden gehouden van het strand en de zee en ik voelde me dankbaar dat ik hier mocht zijn, dit alles mocht zien en kon doen.
En op zo’n moment voel ik ze gewoon, veilig opgeborgen diep in mijn hart heel dicht bij mij. Alsof ze kijken door mijn ogen en voelen door mijn huid.

Later liep ik nogmaals naar de waterkant. Ik hoopte de bloedmaan aan de nu donker kleurende hemel te kunnen ontdekken, maar de bewolking verborg haar gezicht achter een sluier. Maar het was goed zoals het was.

‘Dat ik de maan niet kan zien, betekent natuurlijk niet dat hij er ook niet ìs!’ dacht ik.

En dàt vond ik best een mooie conclusie om de avond mee af te sluiten.

Foto’s: IPhone 7, geen filters of id.