Herinneringen 2007, CVA van zus / Heliomare

Vervolg van Cva zus, de avond zelf,  deel 1 en deel 2

Zus en ik werden naar haar kamer gebracht. En was een prachtige eenpersoonskamer aan het einde van de gang. Het raam keek uit op duinpannen waarin we verscheidene konijntjes zagen ronddartelen. 

Samen pakten we haar tassen uit. Wat had ze veel mee. Zelfs haar skates en haar vlieger. Toen we net de vele kaarten weer netjes hadden opgehangen kwam de verpleegkundige nader kennis maken. Hij legde alles heel geduldig uit. Er kwam een schriftje op het bureautje, er kwam een rooster aan de muur. 

Daarna was het tijd voor een gezamenlijke lunch met de andere patiënten op de afdeling. Zus kon zelf alweer redelijk eten hoewel alles wel ‘verdikt’ gemaakt moest worden. 
De dagen en weken die volgden vulden zich van ’s morgens acht tot ’s middags vijf met activiteiten. Naast fysiotherapie, logopedie, en ergotherapie was er ook ruimte voor schilderen en sporten. Als ik haar ’s avonds op kwam zoeken stond ze al bij de parkeerplaats op me te wachten tussen de andere (rokende) patiënten. Ze viel direct op door haar verschijning. Ze droeg in tegenstelling tot mij altijd graag kleding in de kleuren oranje, geel, paars, rood. Denk daarbij haar bruine tint en lange krullende donkerbruine haar en je ziet het plaatje vast wel voor je. 

  Een oude foto van ons samen in Lloret. Zij 21, ik net 19

Meestal namen we eerst haar dag door. ‘Heb Jip en Janken gelezen’. Dat was dan bij de logopediste, een wat oudere vrouw waar ze goed contact mee had. -Ze hebben zelfs nog een tijdje gecorrespondeerd toen mijn zus weer thuis was-.Alles moest ze daar weer bijna opnieuw leren. Ze was bang dat ze nooit meer zou kunnen schilderen. Ze deed veel sporten om haar hand- oog coördinatie te verbeteren. Schieten vond ze erg leuk. Met pijl en boog maar ook gewoon met een geweer volgens mij. Ik heb tenminste wel een stuk of 50 schotvellen gevonden in de Heliomare-tas. 
Meestal gingen we naar het ‘standtentje’. Daar kwam ze uiteindelijk zo vaak dat ze bevriend raakte met de eigenaar. Daar dronken we dan een ‘Tuttertje‘. Mam ook, als ze mee was. 
Op een goede maandag was het familiedag in Heliomare. Ik ging met neef (haar zoon van 9) heen. Ik wist al dat ze populair was onder het personeel en haar mede patiënten, maar voor mijn neefje was dat heel fijn om te zien. Ze waren zo lief ook voor hem. 
Na een week of vier mocht ze verhuizen naar een andere kamer. Daar moest ze weer echt op eigen benen leren staan. Soms had ze pannenkoeken gebakken, dan weer gestreken of boodschappen gedaan. Ik ging nog steeds bijna iedere avond heen. In het weekend mocht ze vaak met verlof. Dan ging ze naar mijn ouders op Bakkum. Toen de vakantie aanbrak waren Neef en Kylian ook daar. 

Het ging hartstikke goed. Mijn zus gedijde heel goed op de rust, reinheid en regelmaat. Niemand had verwacht dat ze er nog zo genadig van af zou komen. 
Ondertussen zocht ik thuis voor een woning voor haar in de Zaanstreek. Je hoefde toen nog niet 1x per jaar betaald te verlengen dus ze stond nog steeds (al een jaar of 10;-) ingeschreven. 
Ik geloof dat Wil, haar ‘vriend’ ook nog een weekend is geweest. Of dat hij zóú komen en niet is geweest. Ze zouden in ieder geval een weekend samen gaan kamperen. Of ze dat nou echt nog gedaan hebben, of dat hij niet op kwam dagen dat weet ik dus niet meer. Wel dat ik er totaal geen vertrouwen in had. 
Op een avond, ik meen een donderdag, hadden we zelfs feest in Heliomare vanwege het 75-jarig bestaan. Ik zie ons nog zo tutten voor de spiegel. Wat waren we toch weer ineens een stel bakvissen. Vreselijk gelachen die avond, en heel veel sjans gehad. Met name mijn zus dus;-)

Aan het eind van de zomervakantie mocht ze met ontslag. Ze heeft toen nog een week bij mijn ouders gekampeerd. Veel gevliegerd. Veel naar (voorbij) paal 45. 
Op een avond kwam ze nog een avond bij ons slapen. Haar ex verloofde was er ook. Ik hoopte dat we haar konden overtuigen terug te keren naar de Zaanstreek. 
Als ze immers terug zou gaan naar Winschoten dan zou ze weer geconfronteerd worden met drank en drugs. Dan kun je nog denken dat je sterk bent maar als al je vrienden zo leven? De hele godganse straat? De hele godganse week? 
Ik liet haar een paar woningen zien. ‘Als je terug gaat raak je je zoon uiteindelijk kwijt zus’. 

Ik preekte. 

Smeekte. 

Huilde. 

Rem praatte ook op haar in. Van mijn ouders kreeg ik hierin niet veel steun. Zij hadden er alle vertrouwen in dat het goed zou gaan in Winschoten. 

Uiteindelijk ging ze heel boos naar bed. Ik ben achter haar aangegaan, bovenop haar gaan zitten en heb haar door elkaar geschud. 

‘Je móét hierheen komen!’

Het eindigde bijna in een vechtpartij. 
Ik voelde me zo machteloos. 

De volgende dag er nogmaals over gesproken. 

Mijn excuses aangeboden. 

Ze wilde persé terug. 
Toen heb ik ook gezegd dat ik mijn handen verder van haar af zou trekken. Natuurlijk zou ik haar nog wel af en toe helpen maar niet met alles.  Niet zoals nu. Anders zou ik er zelf aan onderdoor gaan. Remco verlangde dat ook van mij.

Die dag besefte ik dat ik mijn zus niet meer zou kunnen redden. 
Het vervolg ken je misschien? Eenmaal thuis ging ze na een paar keer niet meer naar de logopedie. De maatschappelijk werkers liet ze meestal op de stoep staan. Mijn ouders maakten iedere maand 100 euro over en stuurden per post geld als het niet genoeg was. Neef was meestal buiten, en werd meestentijds aan zijn lot overgelaten. 
Toen zijn vader zijn leven weer op orde had is hij daar gelukkig gaan wonen. Hij was toen net klaar met de basisschool. 
En mocht je je nog illusies maken: ja, ze gebruikte nog drugs. Blowde veel. Maakte zelf pop die ze hoogstwaarschijnlijk weer doorverkocht. Ik kom althans notities in agenda’s tegen als ‘nieuwe pop maken’. (Bron: Wikipedia) En lijstjes van mensen waar zij geld van kreeg of die zij weer geld verschuldigd was. 


Aan mij heeft het in ieder geval niet gelegen.