Van die dagen….

Zaterdag.
Rem heeft vrij.
Nou ja, vrij?
Hij ligt buiten onder de auto die op bokjes staat.
De motorkap staat open.
De uitlaat lekt.
Ik mis buurman Tijmen. Meestal komt hij altijd even ‘gezellig’ bij Rem staan als die bezig is. Vorige week zag ik buurman voor het laatst. Hij liep krom van de rugpijn, en is nog veel magerder dan hij al was.
Lang, mager, krom en bleek.
Dit is wat kanker met mensen doet.
-Ja, hou maar op.
Kappen nou.
Ik weet het nu wel.-

Op de fiets breng ik wat boodschapjes naar mam. Ze gaat straks met de scoot naar Lidy die haar verjaardag nog viert. Echt leuk voor haar.
Spreekt ze weer eens andere mensen.

Zondag
Om drie uur ben ik met collega Ilona bij het Lloyd in Amsterdam.
Vandaag is de prijsuitreiking van ‘Schrijvers uit Oost’ waarvoor ik een verhaal had ingestuurd. Herman Koch en ene Basje, een jonge schrijfster uit Zaandam worden geïnterviewd door ene Maaike, een jonge toneelscript schrijfster. Daarnaast lezen ze een kort verhaal voor. Best leuk, vooral Herman Koch natuurlijk. Leuke vent.
Ook Huub van der Lubbe van de Dijk zit in het publiek. Vorige keer werd hij geïnterviewd.
In totaal zit er denk ik een man of vijftig, zestig in de zaal.

Een jonge vrouw wint de wedstrijd. Ze heeft een prachtig verhaal geschreven, met prachtig in elkaar geflanste zinnen, die ze met verve voorleest. (Vraag me alleen niet waarover het ging).
‘Ben je nu teleurgesteld?’ grap ik naar Iloon terwijl ik half liggend half zittend op een lounge bank zo goed en zo kwaad als ik kan een slok van mijn wijn probeer te nemen.
‘Mijn verhaal had niet eens een titel’.
Was ik vergeten.
‘En het was een saai verhaal bovendien’.
Dat wreef Rem er thuis nog even zachtjes in toen ik een uurtje later met mijn mannen achter de bitterballen aan tafel zat.
Nou ja, het was eigenlijk ook wel zo.

Maandag.
Nadat ik thuis het nodige heb gedaan om het een beetje leefbaar te houden gaan Kyl en ik naar de tandarts.
Nou ja, Kyl gaat naar Jeroen, de tandarts dus, voor twee gaatjes, en ik naar Sandra, de mondhygiëniste. Ik maak me deze keer geen enkele zorgen. Als er iemand heeft lopen stoken de afgelopen maanden ben ik het.
Zul je net zien: Zijn het meestal de tandenstokers waarover ze loopt te zaniken, deze keer zijn het de ragertjes die ik in groen, rood en blauw dien aan te schaffen.

We gaan op de terugweg nog even langs bij mam.
Ondanks het lekkere weer zit ze binnen. ‘Het is koud hoor, en mijn haar is nog een beetje nat’.
Kyl gaat het gras maaien.
Ik draag de wasmand naar boven en hang de grote stukken vast even op.
‘O ja Narda. De apotheek is niet gekomen met die vette pleisters hoor, vrijdag’.
‘Heb je de wond wel verschoont dan?’
Dat heeft ze niet.
‘Mam, de graskanter doet het niet meer’.

Na een paar telefoontjes weet ik dat de vette pleisters ‘hoogstwaarschijnlijk vandaag’. nog bezorgt zullen worden.
‘Zal ik dan maar even snel je boodschapjes halen?’
In het Kruidvat haal ik gelijk wat vette gaasdoekjes en pleisters.
Ik wil die wond nog wel eens even zien.

Als ik de pleister eraf heb gehaald loopt er een straaltje bloed langs haar scheenbeen naar beneden. Verder ziet het er gelukkig wel goed uit volgens mij. Niet ontstoken tenminste.
Daarna moeten we echt gaan.
‘Kyl moet straks de vakken weer vullen’.
Gelukkig komt Yvon morgen weer. Die had vorige week trouwens flink haar best gedaan. ‘En ze had tijdens de koffie ook nog even mijn scoot bewonderd!’

Om vier uur maak ik een witte cadet met een gekookt eitje klaar en een klein bakje witte rijst. Het zal het laatste zijn wat ik voorlopig zal eten. Om zeven uur begin ik aan de eerste liter ‘Prep’.

20140930-074453-27893463.jpg
In een uur moet dat op zijn.
Tussen acht en half negen volgt een halve liter water.
Inmiddels doet het spul zijn werk, ik zit meer op het toilet dan op de bank. Tussen half negen en half tien drink ik de tweede liter. Het spul lijkt wel steeds viezer te worden. Hoe het smaakt?
Een beetje als bedorven oranje limonade met zout.
Zoiets.
Drinken terwijl je kokhalst is niet makkelijk.
Adem in, adem uit, en grote slokken. Zo lukt het dan toch.
Nu alleen nog maar die halve liter (minimaal) water, en weer een klus plat.
Poe hé!

Today is dus de dag.
Twee uur moet ik er zijn.
Geloof dat ik de assistente ook nog iets over een klysma hoorde mompelen. Jottem.
Ik hoop dat het roesje werkt, zodat ik er niets van merk, maar de vorige keer heb ik niets van de hele onderneming gemist. Ben ook wel een controlefreak natuurlijk, dat zal wel meegespeeld hebben. En dat geduw op mijn buik hielp ook al niet mee.

Eigenlijk vind ik de gedachte dat het nog maar zo kort geleden is dat mijn vader daar lag, op dezelfde tafel, dezelfde…nog het aller vervelendst.

Daar gaan we dus NIET aan denken vandaag.

Inez deel 7: over tapas en haren.

Inez zat in bad met haar hoofd vol schuim.
Het was nog dezelfde avond.
Ze hadden die middag heerlijk geshopt.
Wat zullen de meiden morgen blij zijn met de leuke tops.
Voor Kees had ze niets.
Wat had ze nou moeten kopen voor hem?
Nee, ze kon niets verzinnen.
Wilde niets verzinnen.
Zou dat nou het begin van het einde zijn?

Misschien moest ze even bellen straks.
Gewoon, even vragen hoe het ging.
Met de meiden.
Met hem.
Ze zouden nu vast naar de ‘Funniest’ kijken.
Lekker, met warme kaasbroodjes van de bakker op de bank.
Opeens sprongen haar ogen vol met tranen.
Kon het maar weer gewoon zijn zoals vroeger.
Met haar neus dichtgeknepen liet ze zich onder het warme water glijden.

Ze vonden een leuk tapas tentje niet ver van het hotel.
Lin hield van dezelfde tapas als Inez, dus het kiezen was snel gegaan en nu zaten ze achter een glas Spaanse rode wijn.
‘Kom, ontspan een beetje Ien’.
Zojuist had ze naar huis gebeld. Giebelend hadden de meiden haar te woord gestaan.
Alles ging goed. Ze waren met Kees naar de manege geweest en ze hadden met z’n drietjes de boodschappen gedaan. ‘Mag ik papa nog even aan de telefoon?’
Op dat moment hoorde ze een lichte aarzeling in Anouk haar stem. ‘O. Ehh….hij staat onder de douche mam’.
Direct had ze het koud en warm tegelijk gekregen. ‘Onder de douche? Gaat hij uit dan?’
Ze deed haar best om luchtig te klinken. ‘Ja, een paar uurtjes maar hoor mam. En weet je wie er dan op ons komt passen? Eric!’ De meiden waren gek op de jongste broer van Kees. Hij was nog maar net twintig.
‘Nou, wens je vader dan maar veel plezier hoor vanavond’.
Met moeite lukte het haar om argwaan in haar stem te verbergen voor Anouk.

‘Joh, wat zou jij doen dan als Kees een weekend weg was?’
Inez nam een slok.
‘Hetzelfde?’
‘Precies. Maak je toch niet zo druk schat. Omdat Peet met Manon het bed indook hoeft Kees dat toch nog niet te doen?’
De ober zette een schaaltje met broodjes en Aouli op het tafeltje.
‘Je begrijpt het niet Lin’.
De broodjes waren gloeiend heet. Snel legde Ien het nog even terug in het mandje.
‘Wat begrijp ik niet Ien? Van die haar op zijn colbert? Daar hebben we het toch al over gehad?’ Linda legde haar hand op die van Inez en kneep er zachtjes in.
‘Hij heeft die secretaresse gewoon getroost schat. Heel normaal toch? Haar man wordt met spoed opgenomen, Kees rijdt met haar naar het ziekenhuis, ze huilt, hij troost. Niks aan de hand. Relax!’
Inez zuchtte.
Waarom snapte Linda het nou niet?

‘Zijn secretaresse heeft kort zwart haar Lin’. Ze pauzeerde even terwijl de ober een plekje zocht voor de schaaltjes met Gamba’s Pil Pil.
‘En de haar op zijn colbert was Lang en Blond’.

Knettergek

Dinsdag
Om een uur of twee ’s middags wordt ik wakker. De nachtdiensten zitten er weer op. Op FB zie ik dat er best veel Zaankanters hebben gereageerd op het stukje dat ik geplaatst heb over het geld van mijn moeder dat ze in de automaat had laten zitten. De meeste mensen vinden het een laffe streek gelukkig, maar er zijn er ook die net als de vrouw in de roze jas het geld gewoon hadden meegenomen.

Woensdag.
Terwijl ik bezig ben om de woonkamer op te ruimen krijg ik een berichtje binnen via de FB Messenger. Het is van een zusje van een vroegere vriend van mij die al jaren in de supermarkt werkt waar mijn moeder boodschappen doet.
‘Hoi Narda, het geld van je moeder is terecht hoor, wil je de balie even bellen?’
Mijn moeder is zo blij, en eigenlijk niet eens zozeer om het geld.

’s Middags komen de jongste broer van mijn moeder en zijn dochter op visite. Omdat dat voor mam veel te veel gedoe is komen ze lekker bij mij. Deze oom is een jaar of vijf (schat ik) ouder dan mijn moeder. Ook hij zit nogal in de lappenmand.
Een paar maandjes terug is hij flink gevallen met zijn scootmobiel. Sinds vorige week is officieel bekend dat hij een beginnende vasculair dementie heeft. Zoiets vermoedden we al. De afgelopen weken heeft hij mam bijna dagelijks gebeld met de volgende vraag: ‘Hé zus, wat hoor ik nou? Krijg jij ook een scootmobiel?’ (Hoewel het heel erg is moesten we er ook samen wel om lachen natuurlijk. ‘Wat denk je kind? Belde mijn jongste broer weer vanmorgen. Kon ik weer van voren af aan beginnen…’)
Broer, ervaringsdeskundige pur sang, strooide natuurlijk ook kwistig met talloze goede adviezen en andere bangmakerijen. ‘Doodmoe word ik ervan’.
Terwijl ik de eerste wijntjes (familie:-) en sherry-tje in schonk hoorde ik mam dus trots verkondigen: ‘Nou broer, ik heb mijn scoot hoor!’
‘Ja zus, dat weet ik toch?!’
Het was een reuze gezellige middag.

Donderdag.
Gekkenhuis op het werk. De telefoon staat roodgloeiend.
Veel spoed patiënten die tussendoor (waar tussendoor in Godesnaam?) nog even gezien moeten worden op de shortcare. Gelukkig laat de verloskundige die dienst heeft op de shortcare zich niet gek maken, dat scheelt enorm.
Ook op de verloskamers is het volle bak. Door de drukte wordt er onderling niet goed gecommuniceerd, waardoor ik niet weet wie er inmiddels bevallen zijn, overgeplaatst etc. Het gebeurd me niet vaak en niet snel maar ik ben het overzicht grotendeels kwijt.
Ondertussen werk ik een nieuwe vaste collega in.
Nu maar hopen dat ze nog wil blijven. Je moet een soort van olifantenhuid hebben en heel goed tegen de stress kunnen om dit werk te kunnen doen. Misschien moet je er ook wel een beetje (knetter)gek voor zijn eigenlijk om het nog leuk te vinden bovendien.

Om kwart over vijf lig ik voor Pampus op de bank.
Weet niet eens meer wat ik in elkaar heb geflanst. Geloof dat Rem iets heeft gemaakt. O ja, Andijviestampot. Daarna ging Rem met mam en een bos bloemen naar Wormer om het geld van mam op te halen. Het mens loog natuurlijk alles bij elkaar. Mijn moeder is veel te netjes om daar verder op in te gaan, maar tegen mij deed mam even later door de telefoon hevig verontwaardigd haar verslag.
‘Ze is gek. Ze stond notabene achter me te wachten op de video’.
‘Ben je vandaag nog met de scoot weggeweest?’
Dat was ze. ‘Ik kon alleen niet genoeg kracht zetten op het knopje bij het stoplicht met mijn linkerhand dus toen moest ik even draaien’. En tijdens die manoeuvre bezeerde ze haar scheenbeen. ‘Schaafwondje maar hoor’.

Vrijdag.
Om een uur stipt ben ik bij mam. Vandaag komt dr. Spruitje op bezoek.
‘Hoe zal hij vandaag komen?’
is zo’n beetje de meest prangende vraag van het moment. Je zou het niet verwachten.
‘Ik denk op de fiets mam, en jij?’
‘Op de motor. Wedden?!’

Het valt me reuze mee dat hij op tijd is. Om tien voor drie stapt hij binnen. Hij gaat keurig op de stoel zitten waar mam twee uur eerder over zei: ‘Nee, niet je tas op die stoel neerleggen hoor, daar zit de dokter!’

Vriendelijk als altijd steekt hij direct van wal.
‘Hoe gaat het met u?’
‘Goed hoor dokter, wel erg snel moe’.
‘Hoe is het met de pijn?’
‘Gaat wel hoor dokter’.
‘Kunt u nog lekker slapen ’s nachts?’
‘Wel hoor dokter, meestal neem ik lekker even een wijntje voor ik ga slapen’.
-Ik zeg niks-
‘Ik heb nu een karretje dokter’.
‘Een karretje?’
‘Ze bedoelt een scootmobieltje (en nu moet ik heel snel zijn) trouwens dokter, wiltumisschienevensnelnaarhaarscheenbeen kijken, ze heeft zich gister een beetje bezeerd.
‘Ach, dat hoeft echt niet hoor Narda, het is maar een schaafwondje’.
Gelukkig weet dr. Spruitje inmiddels ook wat voor vlees hij in de kuip heeft.
‘Laat maar eens zien’.
Onder een lap pleister van minstens tien cm loopt een straaltje wondvocht met bloed naar beneden.
Spruitje zoekt naarstig in zijn koffer, terwijl ik boven een washand en een rode handdoek scoor.
‘Vanmiddag laat ik vet verband bezorgen door de apotheek en dan moet u dat voorlopig iedere dag vervangen hoor. Volgende week kom ik weer langs om de wond te controleren’.

Dan komen we eindelijk ter zaken.
‘U wilde over euthanasie praten?’
‘Ja dokter. Ik wil euthanasie. Net als mijn man’
Het komt er zo overtuigend uit dat de volgende vraag van de dokter helemaal niet zo raar is.
‘Bedoelt u nu?’
‘Mam schrikt. Nee, ik ben nog veel te goed toch?
‘Ja hoor natuurlijk, maar sommige mensen hebben het geestelijk gewoon heel erg zwaar, dat gebeurt’.
‘Nou ja, stel dat ik straks misschien in de war ga raken, dan gelooft u me misschien niet meer’.
We spreken af dat mam een brief gaat schrijven waarin ze duidelijk laat blijken waarom ze euthanasie zou willen.
‘Hoe staan de andere huisartsen in de praktijk er eigenlijk tegenover?’ vraag ik. ‘Stel dat u dan een andere baan krijgt, of ziek wordt?’
-Het afgelopen jaar heb ik wel geleerd dat actieve euthanasie heel wat voeten in de aarde heeft. Er kan van tussen komen. En wat ik kan voorkomen, probeer ik dus ook gewoon op voorhand te voorkomen. Noem me maar een doemdenker die verschrikkelijk op de feiten vooruit loopt. Soit!-
‘Slechts 1 van de huisartsen in de praktijk helpt niet bij actieve euthanasie’, antwoord dr. Spruitje. ‘Maar dat hoeft echt geen probleem voor u te worden hoor’.
Natuurlijk schrijft hij alles netjes in mam haar status.
-Hoezo ben ik een controlefreakje?-

Even later neemt hij weer afscheid.
‘Bent u met de motor dokter?’
‘Ja, het is er heerlijk weer voor’.
Mam en ik schieten tot zijn verbazing in de lach.
‘Nou, dan heb jij gewonnen mam!’
‘Wat, hadden jullie een weddenschap dan?’
Ik zie hem denken terwijl hij zich met motorjack en hutkoffer een weg maar buiten probeert te banen door het smalle halletje van mam: Knettergek.

‘Nou, ging goed toch mam, ben je opgelucht?’
Er vormt zich langzaam een lach op haar mond.
‘Nu. Of ik nu euthanasie wilde!
Ik heb nog maar net mijn mooie scootmobiel’.
Even later schateren we het samen uit.

Ik zei het al….

Het G.B.L.Onderzoek: De voorlopige resultaten.

Afgelopen zondag zette ik het Groot Beaunino Lezers Onderzoek online en vandaag wil ik de voorlopige resultaten even snel met jullie delen.

Allereerst:
Ik heb nog nooit zoveel views op 1 dag gehad. Mijn record stond op 189. Zondag waren dit er 259. Een absoluut record voor mij. Significant!
Maar goed, dit waren de views, niet de bezoekers. Dat waren er 55.
En ik heb 66 volgers.
Vraagje aan de slimmerds onder ons: Hoe zit dit nu precies? Wat en wie wordt er nou eigenlijk geteld?

Maar goed.
Laten we verder gaan:
Wat mogen en kunnen wij hier nou uit af leiden?
-Dergelijke onderzoekjes zijn best interessant.
-Mensen zijn zeer nieuwsgierig naar (de antwoorden van?) andere mensen.
Iemand nog andere ideeën hierover?

Over nu naar de reacties op het onderzoek.
-De meeste reacties kwamen van andere bloggers.
-Er kwamen twee reacties van mensen waarvan ik al wist dat zij mij volgden.
-Er kwam 1 reactie binnen van iemand die nooit eerder heeft gereageerd, en waarvan ik ook niet wist dat ze mee las:
Welkom Marianne uit Ridderkerk, en nogmaals hartelijk dank voor je bijdrage aan dit onderzoek!
-Er kwam niet 1 reactie per mail binnen.

Wat we hier uit kunnen afleiden is:
-dat ik misschien verder helemaal geen spannende anonieme lezers heb.
-deze spannende anonieme lezers graag anoniem willen blijven.

Wat zou nu de reden van hun anonimiteit nou kunnen zijn?
-Ze schamen zich te pletter voor hun onbedwingbare nieuwsgierigheid naar mijn wel en wee.
-Ze zijn bang dat ik niet meer spontaan mezelf zal kunnen zijn zodra ik weet dat hij of zij mee leest. Denk aan: Maxima, mijn leidinggevenden, een succesvolle uitgever, die leuke schrijver die ik op vakantie in Spanje had ontmoet, je kunt het zo gek niet bedenken….(Yeah Sure, Dream on Narda…)
-Ze willen niet dat anderen weten dat ze hier lezen.
-Noot: een combinatie van twee of drie redenen hier boven is ook niet ondenkbaar.
-Internet achterdocht.
-Iemand nog suggesties voor andere opties?

Tot zover mijn voorlopige resultaten.
Dan wil ik verder alle lezers graag nog de gelegenheid geven om opmerkingen, toevoegingen of wat dan ook, hieronder te plaatsen.

Verder ben ik van mening dat dit onderzoek op een veel te kleine schaal is uitgevoerd om er eind conclusies aan te mogen en kunnen verbinden.

Bij deze wil ik Marion van http://mijnkladblog.wordpress.com -die altijd wel te porren is voor zoiets geloof ik, en daarnaast veel meer lezers heeft dan mij- van harte uitnodigen deze uitdaging aan te gaan.

Tot zover de voorlopige resultaten.

Goed.
Genoeg flauwekul.
En dan gaan we nu de ramen lappen.
:-((

De blonde dief in de roze jas

‘En mam, hoe ging het?’
Ik heb vandaag als een blok geslapen en sta alweer bijna op het punt om te vertrekken voor de volgende nachtdienst.
Mijn moeder zou vandaag voor het eerst alleen met haar scootmobiel naar de supermarkt gaan.
Hartstikke spannend natuurlijk, vandaar dat ik even bel om te vragen hoe het gegaan was.

‘Nou kind, het ging wel hoor…’
Er klinkt een duidelijke ‘maar’ door in haar stem.
‘Maar?’
‘Nou, ik kom daar aan en
parkeer hem netjes in op het daarvoor bestemde plekje in de winkel….’
Ik wacht geduldig tot ze verder verteld.
‘Ik moest nog even geld pinnen…’
Ik voel hem al een beetje aankomen.
‘Nou ja, en toen pakte ik een boodschappenwagentje en haalde mijn dingetjes.
Maar toen ik bij de sigarettenbalie ging afrekenen zag ik dat ik het geld in de automaat had laten zitten….’
‘Ach, nee toch?
En, was het er nog?’
‘Nee’.
‘Ach, wat gemeen.
Of hadden ze het bij de balie gebracht?’
‘Nee hoor, niets’.
‘En toen?’
‘Nou, toen mocht ik met het meisje van de bakker en de groenteboer mee naar boven om de beelden van de video te bekijken’.
‘En zag je wat?’
‘Ja hoor. Eerst zie je mij aan komen rijden en heel netjes achteruit inparkeren. Dat ging heel goed. Daarna zie je dat ik geld pin en vlak daarna komt er een blonde vrouw in een roze jas van een jaar of veertig, vijftig bij de automaat, haalt het geld er uit en loopt er zo mee weg. Je ziet mij dan nog in beeld er achter bij de winkelkarretjes staan’.
Wat gemeen!
‘En toen mam? Hebben ze de politie gebeld?’
Ze zucht.
‘Ach kind, ze wilden dat ik persoonlijk langs kwam om aangifte te doen’.
Dat is ook zo.
Gedoe tegenwoordig. Moet je helemaal naar Zaandijk.
‘Nou ja. En jij moest natuurlijk slapen Nar. En Rem was aan het werk’.
In haar mini-scoot kan ze er natuurlijk ook niet heen.
‘Laat maar zitten hoor kind’.
Zonde is het wel ja.
‘Nou ja mam, ze zal het misschien wel enorm hard nodig gehad hebben’.
‘Ja, dat zeg ik ook maar tegen mezelf…’
Ze is er helemaal een beetje down van.

Als ik even later in de trein zit ben ik nog steeds boos.
Wat bezielt zo’n mens? Denkt ze dat een stommigheid van de rechtmatige eigenaar haar diefstal rechtvaardigt of zo?

Ik besluit er een berichtje op FB aan te wagen en plaats hem ook maar meteen op de FB pagina van de streek.
Binnen een uurtje zijn er al heel veel verontwaardigde reacties binnen. Iemand raadt zelfs aan de beelden op te vragen en op FB te zetten.
Natuurlijk doe ik dat niet, maar ik kon het niet nalaten daar onder te schrijven dat ik dat een heel goed idee vond;-))
En nu maar hopen dat de ‘Blonde vrouw, van middelbare leeftijd in een roze jas’ FB heeft!
O, wat hoop ik dat.
En dan slapeloze nachten.
Minstens tien!

Het Groot Beaunino Lezers Onderzoek

In het kader van : ‘Help Narda de komende twee nachtdiensten door’ gaan we het eens heel anders doen.
‘Anders Narda? Ehh…hoe bedoel je?’

Nou, het wordt steeds drukker hier op Beaunino. Dat kan ik zien op de ‘stats’. Dit hier is een totaal overzichtje van de afgelopen maanden:

20140921-084528-31528412.jpg

Echt hartstikke leuk dat er een stijgende lijn zit in het aantal bezoekers. Daar is het me in eerste instantie helemaal niet om te doen geweest, maar het is wel erg leuk als je ziet dat mensen de moeite en de tijd nemen om je schrijfsels te komen lezen.
En daarvoor wil ik jullie natuurlijk hartelijk voor bedanken.
Top!

Maar nou dacht ik dat het voor een keertje wel leuk zou zijn als jullie -de meelezers, dus niet de andere bloggers die al regelmatig een reactie geven- ook eens een piepklein stukje tekst voor mij zouden schrijven.
Ik hoor jullie al zeggen:
‘Ho, ehh…Narda…
Ik weet het niet hoor, ik ben niet zo’n schrijver’.

Nee….
Ik bedoel niet dat je me nu op een verhaal of zo moet gaan trakteren.
Gewoon, simpel.
Alleen je naam, leeftijd, geslacht.
-Slik-
‘Mijn naam?
Ja maarreh… Ik durf dat echt niet hoor, zomaar ineens uit de anonimiteit’.

Heus, dat valt best wel mee.
Of ken ik je misschien persoonlijk en wil je misschien liever niet dat ik weet dat je hier leest?
-Of dat anderen dat dan weer lezen?-
Ik vind het juist erg leuk dat je me hier komt bezoeken.
Tenminste, als je intenties goed zijn.
En dat zijn ze toch?
Nou dan!

Je kunt me trouwens ook via mijn brievenbus een mailtje sturen als je anoniem wilt blijven voor de rest van de wereld.
‘Je brievenbus?’
Ja, kijk maar even in de zwarte balk bovenaan.
Zie je?

Wat ik trouwens ook heel erg interessant zou vinden is als je verteld in welk land je woont als je vanuit het buitenland leest.
‘Sjezus Beaunino, moet je me pincode ook nog hebben of zo?’
Ik voel me heel erg vereerd hoor. Zo leuk. Kijk eens in hoeveel landen mijn blog gelezen wordt:

20140921-084919-31759401.jpg

Kijk aan, we zijn alweer bij de laatste vraag:
Welke categorieën spreken je het meeste aan, en waarom is dat zo?

Nou, dit was het.
Ik ben heel erg benieuwd naar jullie reacties.
Liefs zo uitgebreid mogelijk natuurlijk, want je hebt geen idee hoe lang zo’n nachtdienst kan duren.

Alvast heel erg bedankt en een fijne zondag allemaal.

May I introduce you: De ‘747’

image

‘Zus heeft gebeld’.
We zitten achter een sherry’tje en een rose-tje in onze tuin.
Ik kijk mam aan.
‘Echt?’
Ze knikt voldaan.

Het moet minstens twee maanden geleden zijn dat zus heeft gebeld of gewoon even haar telefoon heeft opgenomen.
Zoiets vreet.
Aan mam.
Aan mij.
Aan Rem.

‘Hoe ging het?’
Mam probeert tegelijkertijd een slokje te nemen en Spook van haar schoot af te duwen.
Spook is beledigd.
Oma houdt namelijk niet van dikke witte katers op tuintafeltjes waar haar sherry’tje op staat.
En nu is hij zo te zien niet van plan ook nog eens haar schoot te moeten verlaten.
-Iets met een groot kater ego-
Snel pak ik hem op.
‘Kom op Spook, opzouten!’

‘Het ging wel hoor.
Eind van de maand moet ze een hele dag naar het UMCG om haar hart te laten onderzoeken’.
-Zo zo.
Een hele dag?-
Mam prikt wat in een knoflook olijfje.
‘O, en ze is heel erg blij dat ik 1x per week hulp krijg hoor.
Ze vond het zo rot dat jij dat moest doen’.
Nou ja.
Zoveel deed ik nou ook weer niet.
Zuigen, dweilen, samen bed verschonen, boodschappen, en de tuinplanten.
‘Gelukkig maar’.
Mijn moeder lijkt tevreden. Opgelucht.
‘En ze vindt het zo fijn dat ik nu een scootmobiel heb!’

Het ding is vanmorgen bezorgd en staat pontificaal in mijn woonkamer.
Er is een gebruiksaanwijzing bijgeleverd.
‘Die ga ik morgenochtend wel op mijn gemak thuis lezen hoor, niet nu’.
Kyl heeft vanmorgen al zo’n twintig, dertig rondjes in ‘haas’ om de tafel gereden.
Ik maar tien.
Hij doet het best.

Mam vindt hem prachtig.
Maar moest zich eerst even voorbereiden op de proefrit.
‘Kom, is je sigaretje op, dan gaan we hem proberen’.
Ze is bloedje nerveus.
Ik pak haar hand.
‘Het is echt niet eng mam’.

‘Kijk, hiermee kun je hem op het slakke-standje zetten, of op tempo ‘haas’.
Op tempo ‘slak’ maak ik een rondje door de kamer.
‘Nu jij mam’.

Het gaat best.
Nee, pijn doet het ook niet.
Ze kan haar arm lekker laten rusten op de leuning.
‘En nu ietsjes harder Narda’.

Als Rem thuis is mag hij het koetsje ook even bewonderen.
Trots staat mam er naast.
We hebben hem de 747 gedoopt, naar de cijfers in zijn kenteken plaatje.
Samen tillen Rem en ik hem even later naar buiten om even wat op het schoolplein te oefenen.
Wat gaat dat fijn zeg.
‘Staat je goed mam!’
Ze lacht.
Ze zwaait.
Rem versteld nog wat en zorgt dat de rechterleuning wat soepeler omhoog kan.
Dat ging zo zwaar dat ze daar gewoon de kracht niet voor had.

Voldaan zitten we even later weer in de tuin.
O, ze is er zo blij mee.
‘Maar de braderie morgen met dat ding, dat durf ik nog niet hoor’.
Rem haalt haar over.
‘Het is maar een klein stukje braderie hoor, dan ben je al bij het terras’.
De braderie an sich vindt ze maar niets.
En vooral niet met mij.
‘Jij hebt altijd zo lang werk’.
Het gaat haar gewoon om de gezelligheid er om heen.
‘Dan wacht jij daar op het terrasje en dan doe ik snel even een rondje’.
Ja. Dat lijkt haar wel wat.
Terrasje, zonnetje, sherry-tje, mensen om haar heen.

‘Maar niet te vroeg hoor Nar, ik moet eerst mijn theorie nog leren!’

20140920-095659-35819364.jpg

Over vijftig tinten en een Iced Coffee

De chirurg knikt even terwijl hij de behandelkamer waar ik zit te wachten voorbij loopt.
‘Mw. X?’ hoor ik hem vragen aan de dame in de kamer naast de mijne. (Mw. X, dat ben ik).
Even later is hij terug.
‘Ah, dus u bent toch mevrouw X?’.
Ik vraag me af hoe de gemiddelde patiënt met darmklachten er dan uit hoort te zien. Zo te merken niet met zongebruinde benen in strass-slippertjes onder een korte spijkerbroek en een flutty zwart met rood gebloemd hemdje met spaghetti bandjes daarboven en wen zonnebril op haar knar in ieder geval.
Zoveel is me duidelijk.

De chirurg verteld me na ons voorstel rondje alles wat ik allang al zelf aan den lijve heb ondervonden.
Nu weet ik niet hoe dat met jullie zit, maar zelf wordt ik daar altijd knap ongeduldig van.
‘Eens even kijken…U bent in augustus drie dagen bij ons opgenomen geweest vanwege buikklachten?’

Kort en bondig stel ik hem op de hoogte van de huidige stand van zaken.
‘Nee, geen pijn.
Gewoon ongemakkelijk…vervelend’.
Hij snapt het.
Ik niet.
‘Kunt u me misschien vertellen waar de ontsteking nou precies zat dokter?’
De arts-assistent was namelijk behoorlijk vaag geweest toen ik haar hetzelfde had gevraagd vier weken terug.

De chirurg begint te tekenen op de papierrol die op de brancard ligt uitgerold.
‘Kijk, hier, waar de dunne darm over gaat in de dikke darm, daar zat een ontsteking’.
Ik let heel goed op.
‘Maar meestal zit een ontsteking van een divertikel in de linkerkant van de buik’, vervolgt hij zijn uitleg.
Ik vraag hem waarom deze divertikels dan niet zijn ontdekt op de scopie van twee jaar terug. ‘Ontstaan die dan zo snel?’
Wederom pakt hij zijn pen.
‘Kijk, de ingangen van de divertikels kunnen zo klein zijn dat je ze niet tijdens een scopie kunt zien’. Voor me op het papier tekent hij uitstulpingen die als druppels aan weerszijden van de darmwand hangen. ‘Op de ct scan zie je dat veel beter’.
Ik snap er nu nog minder van.
‘Maar dat was toch de reden dat ik weer een coloscopie moet? Ze konden het op de ct-scan niet goed zien toch?!’

‘Kom, dan laat ik u even de ct-scan zien’. Ik volg de chirurg naar zijn kantoor. ‘Kijk, hier loopt uw darm…’
Ik kijk aandachtig naar het beeldscherm dat voortdurend veranderd van beeld.
(?)
Dokter kijkt ook.
Hij mompelt wat.
‘Nee….
Nu ik het beter bekijk…
(?)
Kijk….
Ziet u dit?’
(?)
Hij wijst een vage grijze vlek ergens in het midden aan.
‘Hier. Ziet u dit grijze gebied in dit gedeelte?’
Geïnteresseerd buig ik naar voren.
(?)
‘Van dat gebiedje, dit hier in dit gedeelte van uw dikke darm dat pal boven uw blaas ligt, willen we weten wat het precies is’.
Weer knik ik.
‘Maar u hoeft zich niet ongerust te maken hoor, we willen gewoon uitsluiten dat het niet iets kwaad aardigs is’.
Juist.
‘Dus ik stel voor dat we toch weer een coloscopie in gaan plannen’.
‘Ja graag’.
Ik hoor het mezelf zeggen.
‘Nou ja, graag…? Ik bedoel ehh…’
Hij lacht.
‘Loopt u maar vast naar de assistente voor de afspraak. Dag hoor mevrouw X’.

De eerstvolgende mogelijkheid is 30 september al om half drie.
-Nou ja, je kan zulks maar beter snel achter de rug hebben-.
De uitslag volgt dan een dikke week later. ‘Misschien moet er eerst wat onderzocht worden op het lab, dat duurt een week ongeveer’, legt de assistente vriendelijk uit.
Alsof ik dat nog niet allang al weet.
‘De uitslag krijgt u dan van een andere chirurg, dokter G.’

Dokter G…
Dokter G….
La-me-even-denken….
Is dat niet die dokter die pap zijn darmtumor op dertig cm. afstand van zijn rectum tekende, terwijl mijn vader een tumor van vijf cm. in zijn endeldarm had?
Hoe moeilijk kan het zijn?

Mijn auto staat -gratis en voor niets- geparkeerd bij de Mac Donalds, zoals het een rasechte Zaankanter betaamd.
Maar misschien wel zo sportief om even zo’n lekkere Iced Coffee te kopen voor ik ga.

20140918-233452-84892672.jpg
Als ik aan een tafeltje buiten zit
weet ik niet wat ik er allemaal maar van vinden moet.
Gedoe weer.
Die troep drinken.
Twee liter geloof ik.
Bah!
Heb je het wel eens gedronken?
Het smaakt echt goor hoor.
Maar het werkt wel, sure it does!

Ach.
Het is vast allemaal niets.
Gewoon.
Weet ik veel wat.
Een ontsteking.
Natuurlijk nemen ze het zekere voor het onzekere.
Zeker nu mijn vader…
Maar toch:
Het schept niet veel vertrouwen als de chirurg niet eens weet waar het precies zit.
Aan de andere kant: Hij maakt zich er kennelijk niet al te druk over, dus dat heeft ook wel weer iets geruststellendst.

Ja, daar hou ik het op.
De wereld is namelijk op het moment al gecompliceerd genoeg.

Inez deel 6: een soapochtendje in Maastricht

(Als je wit weten wat vooraf ging:Zie categorie ‘Inez’)

De volgende morgen werd Inez wakker van een geur die ze normaal gesproken best lekker vond.
‘Sjeezus Lin, moet dat nu?’
Met een theatraal gebaar trok ze het dekbed over haar heen.
Wat stonk die nagellak.
Ze hoorde hoe Linda de balkondeur opende.
‘Kijk eens naast je Ien’.

Op het nachtkastje lag paracetamol en een vitaminepilletje klaar naast een glas water en een kop koffie.
‘Je bent een schat’.
Het maakte trouwens nooit uit hoeveel Lin de vorige avond gedronken had.
Na vier, vijf uurtjes slaap was ze weer helemaal hersteld.
Inez niet.
Dat duurde nog wel even.
‘Was het laat geworden Ien?’

Gut ja, dat was ook zo.
Ze was het even helemaal vergeten.
Het restaurant.
De koffie.
George.
Mijn god, George.
‘Ien…Je glimlacht. Kom op, vertel. Was het gezellig?’
En of het gezellig was geweest.
Ze hadden heerlijk gekletst.
Nou ja, zelf had ze niet zoveel te vertellen gehad.
‘Gewoon…getrouwd, twee meiden’.
Ze had liever naar hem geluisterd.
Eerst met een koffie.
Later hadden ze nog een wijntje gedronken.
Rood.
En nog een.
‘Ken je George nog?’
Linda dacht even na.
‘Die vent waar je jaren geleden zo verliefd op was? Was het geen schrijver?’
Ze knikte.
‘Die ja. Zullen we nu eerst de stad in gaan? Ik moet nu echt eerst wat eten hoor!’

Even later zaten ze op een terrasje op het Onze Lieve Vrouwe Plein.
‘Zit George ook in ons hotel dan?’
Ien veegde wat kruimeltjes van haar croissant van haar lip.
‘Hij is vanmorgen alweer vertrokken, tegenwoordig werkt hij als sommelier voor verschillende hotels’.
Ja, dat wist ze nog.
Vandaar ook dat wijntje na de koffie nog.
‘Proef deze rode eens Inez’.
Bescheiden had ze een heel klein slokje genomen en liet de wijn even rondgaan in haar mond.
Zo deed je dat toch?
‘Hij is net zo zacht als jouw huid’.
Het had niet eens flirtend geklonken.
Eerder lief.
Even hadden hun ogen elkaars blik vast gehouden.
Grijs.
Ze waren grijs.
Grijs en diep.
Daarna had zich wat naar voren gebogen en haar handen gepakt.
‘Je bent nog steeds een mooie vrouw Inez’.
Ze voelde hoe ze weer rood kleurde toen ze er aan dacht.

‘En toen?’
Lin zat op het puntje van haar stoel.
‘Nou. Niets natuurlijk!’
‘Niets?’
‘Nee. Niets. Kom op Lin, ik ben getrouwd weet je nog?’
Ze stond op.
‘Even naar het toilet’.
Jeetje.
Wat een gezeur.
Moest er nou overal direct wat achter gezocht worden?
Echt om niets.
Nou ja.
Hij had haar een kus op haar mond gegeven.
Per ongeluk.
Het ging ook zo onhandig.
Ze draaide toevallig net haar hoofd.
‘Mag ik je nummer?’
Ze had het hem zonder aarzelen gegeven.
Het zou inderdaad best leuk zijn om eens samen koffie te drinken als hij eens in de buurt was.

Toen ze weer het terras op liep zag ze dat Lin net klaar was met bellen.
‘Peet?’
Lin knikte.
‘Hetzelfde liedje.
Spijt, spijt en nog eens spijt’.
Ze zuchtte.
‘Wat moet ik nou?’
Stel hem voor dat hij zelf in die flat gaat wonen Lin. Hij moet weg.
Niet jij!’

Wordt vervolgd….

10 kilo lichter en zo lek als een mandje

Er zit Schot in de Zaak.

Vanmorgen waren er nog een aantal reacties binnen gekomen op het schoonmaak-jobje bij mam.
Eentje sprong er direct uit, en wel in positieve zin.
Eigenlijk kreeg ik direct zo’n goed gevoel bij haar dat ik haar ook voor vanmiddag had uitgenodigd voor een kennismakingsgesprekje.

En hoewel Maya inderdaad een zeer bezige bij leek, ging onze voorkeur toch duidelijk uit naar Yvon. Iets bescheidener, en zonder Maya’s grootse plannen om het gasfornuis en de koelkast en de wasmachine ‘eens even lekker’ van hun plek te halen, maar met hele lieve warme handen.
‘Wat voelen uw handen koud!’

Vandaag ook maar weer even achter de scootmobiel aan gegaan. Even ter info: Ze hoeft geen rijexamentje te doen. Als ze er eentje gratis leent van de Gemeente dan wel. Dan moet ze eerst naar de ergo therapeute.
Deze gratis scoots mag je alleen niet mee naar huis nemen, die kun je per keer lenen bij het bejaardencentrum.
Niks voor mam dus, want dat is net zo ver als de winkel.
Wel met de ergotherapeut afgesproken dat ik mag bellen als ze eerst met hen zou willen oefenen. ‘Welnee kind!’
Mijn moeder is niet zo van gedoe.
En net werd ik terug gebeld door de scootmobiel leverancier.
Vrijdagochtend komen ze de scoot bij mij thuis brengen tussen 09:30 en 13:00.
Met mandje.
Waarvan acte.

En dinsdagmiddag komt Yvon dus.
Ja, het voelt goed met Yvon.
Voor haar ook best wel wat om hier aan te gaan beginnen.
‘Dat besef je toch wel hè?!’
Ze beseft het.
Heeft erover nagedacht.
‘En als ik een boodschapje moet doen voor ik kom, dan belt ze maar hoor, dan neem ik dat meteen toch even mee’.

Tja.
En toen ze dat zei…