Cursus voor mannen

Wat? Cursus voor mannen.

Welke man?: De gemiddelde man.

Wanneer: Vanwege de grote behoefte zal er voorlopig ieder weekend een tweedaagse cursus gegeven gaan worden.

Waar: Omdat de kosten van dergelijke externe cursussen dermate hoog zijn dat de gemiddelde man dit bedrag veel liever uitgeeft aan bier, de VI,
dan wel totaal overbodige boorsetjes zal deze cursus kosteloos door de eigen vrouw thuis worden gegeven.
Iedere vrouw is van nature prima geschikt om als cursusleider te fungeren.

Deel 1.
Hernieuwde kennismaking.
Tijdens dit eerste cursus onderdeel zal de man de vrouw opnieuw leren kennen door gebruik te leren maken van diverse zintuigen.
-Ogen: Hoe kun je bijvoorbeeld zien of je vrouw naar de kapper is geweest, of nieuwe kleren aan heeft?
-Neus: Waar moet je op letten als je een nieuw luchtje koopt voor je vrouw.
-Oren: Hoe kun je door middel van verschillende non- verbale communicatie technieken actief leren luisteren naar je vrouw.
-Smaak: Rond zes uur zal er een heerlijke proeverij ‘De stamppot voorbij’ geserveerd worden.
Noot voor de cursusleider: Uit ervaring weten we dat dit onderdeel voor enkele mannen zeer beangstigend zou kunnen zijn, dus we adviseren rustig aan te starten met enkele voedzame vlees-tapas geserveerd met patatas Brava’s ‘met’.
Voor de echte vikings die wel van een uitdaging houden adviseren wij Sushi.

Tijdens het diner zal in plaats van bier een goed glas wijn worden geserveerd.
De vrouw zal in deze gezellige uurtjes aan de sfeervol gedekte tafel de uitgebreide presentatie geven:
‘Het verschil tussen Gucci en de Schoenenreus’. Voor eens en voor altijd zal de man duidelijk wordt uitgelegd dat aan kwaliteit nou eenmaal een prijskaartje hangt. Het ‘zien’ en ‘voelen’ staan hierbij uiteraard centraal.

De dag wordt in bed afgesloten door de workshop ‘Effectief strelen, masseren en beminnen’, waarin de tastzin van de man als nooit tevoren zal worden uitgedaagd.

Zondag.
Het onderdeel ‘Uitslapen kun je leren’ zal worden gevolgd door de workshop ‘Het zesde zintuig’.
Na de uitleg van de vrouw zal de man net zo lang getraind worden tot de man de cruciale non- verbale communicatie technieken begrijpt.
Noot voor de cursusleider:
Neem hier de tijd voor. Gemiddeld neemt dit toch wel zo’n zes uur in beslag. Soms kan het nodig zijn om deze sessie eens per week te blijven herhalen.

Tussen 13:00 en 14:00 zal er een onderbreking zijn waarin de man zal worden uitgedaagd om met slechts enkele ingrediënten een gezonde lunch op tafel te toveren.

Rond vier uur zal het laatste onderdeel:’Man, durf te kiezen!’ beginnen.
De vrouw zal eerst een presentatie geven over de verschillende mogelijkheden om sportuitslagen terug te vinden op internet, teletekst of de krant.
Noot voor de cursusleider: om de volle aandacht van de man te krijgen adviseren wij om er af en toe wat Cruijffiaanse kreten door te gooien.
Verder zal ze u voor zover nodig bekent maken met de hedendaagse opname- en terugkijk mogelijkheden van uw digitale televisie.
Ook wordt er even geoefend om met de koptelefoon op naar Formule 1 te kijken.

Als afsluiting van deze tweedaagse cursus zal de man een prioriteitenlijstje maken met daarop drie sportprogramma’s die hij absoluut niet zou willen missen.

Er kan worden gekozen uit:
Eredivisie vrijdag
Eredivisie zaterdag
Eredivisie zondag
Ma VI
Dinsdag VI
Studio voetbal
Jupiler league
Champions league
Nederlands elftal.
Daarnaast mag naar keuze nog 1 andere sportprogramma per week gekozen worden.

Afsluiting.
Als bewijs van deelname zal de vrouw de man een leuke prent overhandigen met de symbolen van de zes zintuigen en zijn vier favoriete sportprogramma’s voor boven zijn bed.
Noot voor de cursist:
Er mag gezoend worden.
Gestreeld, en betast;-)

Stukkie lezen?

Vanaf maandag 16 december start de tweedaagse cursus ‘Een betere vrouw’. In twee dagsessies van acht uur kun je als vrouw leren hoe je een minder irritante echtgenote kunt zijn voor je man. Het programma bestaat uit praktijkvoorbeelden en rollenspellen.

De volledige cursus kost € 695 inclusief cursusmateriaal, certificaat en lunch. Voor mannen die dit hun vrouw cadeau willen doen (of zichzelf, het is maar hoe je het bekijkt), is er ook een speciale kerstaanbieding. Voor € 745 is een overnachting van de vrouw op locatie inbegrepen.

De inhoud van de cursus is als volgt:

DAG 1
Veel zeggen in weinig woorden (presentatie)
Iets uitleggen hoeft niet altijd in een tien minuten durende monoloog. Twee mannen zullen laten zien dat je ook in slechts een paar zinnen de essentie kunt overbrengen. Een truc die aangeleerd zal worden, is het weglaten van overbodige details. Ook volgt er een presentatie die laat…

View original post 515 woorden meer

Patat, bami en heel veel varkenshaasjes

‘Momentje hoor Narda’.
Mam rommelt aan de andere kant van de deur aan de sloten.
‘Schat ik krijg de onderste niet open’.
Ik zie het silhouet van mijn vader naast dat van mam verschijnen.

Even later sta ik binnen.
‘Kijk eens, lekkere patatjes’.
Ik pak het bakje op het aanrecht uit het zakje en zet het op tafel.
‘Toe mam, neem ook een paar frietjes’.
Mam gaat aan de eettafel zitten.
Bij haar groene glaasje.
‘Nee hoor, ik lust geen patat, ik eet straks bami’.

Naast de patatjes heb ik slagroomvla meegenomen, donkere chocolademelk + kant en klaar
geklopte slagroom, en een lekkere banketstaaf.
‘Lekker hoor, dank je wel!’
Mam ruimt het gelijk op.

Pap voelt zich niet zo goed. Hij is maandag weer gestart met de chemo. Zijn bloed was prima.
Maar zijn gewicht begint een beetje zorgelijk te worden.
‘Neem jij maar hoor Nadda’.
Pap zit al vol.
‘Anders word ik misselijk’.

‘Ja, hij heeft gebeld’, zegt mam als ik vraag of ze nog van de dokter gehoord hebben.
‘Gisteravond rond zes uur. Ik had net het eten op tafel’.
Ze had gezegd dat het nu niet uit kwam toen hij vroeg of hij langs mocht komen.
Geen dr. Spruitje naast haar bord.
Jammer.
Wel leuk geprobeerd van hem.
Of misschien ook niet.
‘Nu komt hij vrijdag.
Tussen een en drie’.

‘Ga je nu al weer?’
‘Ja, ik moet naar de psycholoog weet je wel?’
Mam neemt ineens toch maar drie patatjes.
‘Niet teveel hoor, anders lust ik straks de bami niet meer’.

Ik ben een kwartier te vroeg.
De wachtkamer is van een ongekende luxe.

‘-Zorg dat u uw verwijskaart meeneemt.
-verzekeringspas
-ingevuld vragenformulier
-identiteitsbewijs
En denk er aan:
Minstens 48 uur van te voor doorgeven dat u verhinderd bent.
Tot 24 uur van te voren betaald u de helft van het consult.
Binnen 24 uur het volle pond.
84 euro.

Nadat ik de Jan, de Linda, de Flow en de Vt wonen van deze maand heb doorgebladerd staat ze voor me. Een jonge frisse Blom.
We vullen eerst het formulier in.
Die had ik zelf eigenlijk thuis moeten uitprinten.
En dat had ik ook wel gedaan als de pc van ons het bestand had kunnen openen.
Voor die 84 euro hadden ze dat toch ook wel even kunnen posten Nar. –
‘En hier heb ik nog een formulier voor de automatische incasso.
‘Maar die mag u ook de volgende keer ingevuld en ondertekend meenemen hoor’.
‘En een acceptgiro?’
Ik kon het niet laten.

Dan begint de intake.
Ik praat.
Blom schrijft.
Af en toe gooit ze er een vraag tegen aan. Ze is goed bij de les.
‘Het is ook wel veel hè?’ Vraag ik af en toe.
Volgens mij is dat haar tekst.

Dan kijkt ze steeds vaker quasi subtiel op haar horloge.
Ik doe net of mijn neus bloed.
Vrouwen gedoe. Bah!
‘Zullen we ehm..een datum prikken voor een tweede intake?’

9 december mag ik dus nogmaals drie kwartier in- taken.
‘Daarna krijgt de huisarts een verslag van deze gesprekken’.
Ik heb een donkerblauw vermoeden dat de ING sneller zal zijn.

Rem staat al lekker te koken als ik thuiskom.
Kyl is alweer naar zijn werk.
De hele dag in het hotel lopen poetsen en nu vult hij alweer de vakken bij. Kanjer!

‘Wijntje Nar?’
Ach vooruit dan maar.
Eentje.
‘Ga maar lekker zitten schat’.

Bram zit al klaar op de bank.
Zodra ik zit kruipt hij op mijn schoot.
We kopstoten een paar keer.
Ouwe jongens krentenbrood.
Dan ploft hij neer.
Zachtjes streel ik zijn vacht.
‘Weet je wel hoeveel varkenshaasjes vrouwtje daarvan voor Bram zou kunnen kopen? ‘ mompel ik.

We zuchten samen diep.
En dan nog maar een keer.
Heel diep.

Brief aan de Sint

(Uit de oude doos, 2007)

Lieve Sint,

Vertelt u nou eens eerlijk:

Heeft u werkelijk het vorig jaar al duizenden Ninento’s door de schoorstenen gekieperd?
En gaat u dit jaar echt kwistig strooien met Nintendo DS light’s in glanzend zwart en barbie-rose?? Volgens mijn zoon nl. “Eggh wel!!!”

Ik kan mij van u slechts kado’s als kriebelende gebreide truien, een taaie vrijer, sportenue-tjes, voetbalschoenen, stiften en een letter herinneren, maar misschien kunt u het voor de zekerheid nog even opzoeken in uw rode boek?

En hoe zit het met die surprises tegenwoordig Sint? Vroeger was het nog wel és lachen als je als kind op school een ontzettend smerige rollade mocht uitpakken, waarbij de meiden met je meegruwden en de jongens stonden te springen van pret!
Ook uw gedichten spraken voor zich, lekker ironisch, sarcastisch en soms ronduit gemeen. Was u het niet altijd die ons op onze tekortkomingen wees? Die ons genadeloos met scherpe woorden de pan in hakte, tot grote hilariteit van allen?

U wordt soft Sint! Kom op, u heeft die roetjes en die zakken toch niet voor niets? Wat is er met uw opvoedkundig inzicht gebeurd?

Ik stel voor dat u ieder teer kinderzieltje dat op zijn verlanglijstje een ‘Nintento DS Light in glanzend zwart’ (of barbierose) durft te schrijven terstond mee neemt naar Madrid om het komend jaar pepernootjes te bakken voor de arme kindjes in Afrika.

Ons adres is u bekend.

Van wie en wat we nou eigenlijk leerden in de brugklas…

Vorige keer heb ik al wat geschreven over de eerste week in de brugklas. Het lijkt me leuk om vandaag wat over de leraren te schrijven, en dan met name wat ik van ze geleerd heb….

….De lessen duurde destijds maar 50 minuten. De eerste weken deed ik enorm mijn best, maar het duurde natuurlijk niet lang voor de sleur ook daar in trad.

Op een dag zaten we een beetje te klieren bij Biologie. Meester Daalder,
-zeg maar een soort kruisbestuiving van kabouter Plop en Griet Titulaer met geitenwollen sokken-, had die dag een paar kievietseieren mee. Een paar dagen eerder hadden we voor zijn lol al met onze knieën in de prut met een klein schepnetje vieze plantjes en enge beestjes moeten verzamelen in het Noorderpark, dat hadden we hem nog niet helemaal vergeven.
Wat we deden weet ik niet meer. Dat we voor straf in het lokaal werden opgesloten tijdens de pauze nog wel.

We waren met vier meiden.
‘Hij heeft hem echt op slot gedaan’.
‘Dat meen je niet!’
‘Gigantisch!’ (We noemden zo’n beetje alles gigantisch).
‘Hey Es, vangen!’
‘Vangen Marjan’.
Ik greep uiteindelijk mis. Het ei lag gebroken op de bruine vloerbedekking.
Het was een oud ei geweest.
Die dag leerde ik dat rotte eieren nog erger stonken dan stinkbommen.
‘Gigantisch, wat een meur’.
‘O jee’.
‘En nu?’
‘Het raam uit?’

Na de pauze kregen we Frans van mevrouw Bartstra die nogal gecharmeerd was van Essie. Toen begreep ik nog niet helemaal precies waarom, dat kwam pas later. (Na muziekles). Frans was saai. Ik had nog nooit zo’n burgerlijk zootje bij elkaar gezien als die familie Duval. Uiteindelijk heb ik vijf jaar met de hele familie opgescheept gezeten. En met juf Bartstra op de koop toe.
Het leek me een hele wijze les.
Ik besloot dat ik later nooit zo zou worden als de familie Duval. Of juf Bartstra.

Engels kregen we van Ellen.
Ellen pretendeerde ‘jong, wild en hip’ te zijn door het dragen van veelkleurige gebreide truitjes boven beige corduroy broeken en platte suède laarsjes met pompoentjes of kwastjes eraan.
Denk daarbij nog even twee smalle vlechtjes links en rechts naast haar oren in haar verder losse halflange haar, een indianenbandje om haar hoofd en je hebt het plaatje wel compleet. Bij Ellen mochten we op de tafel staan en spugen. ‘Th’….’Thhhhe!’
Door Ellen weet ik dat het in Londen altijd regent.
Ellen heeft bovendien alle coupletten van ‘On the first day of Christmass my truelove sent to me’ in mijn kop gestampt.

Geschiedenis kregen we van Chris Braaksma. Chris was een soort jonge blonde god met een absolute voorliefde voor Nikes en basketbal.
Daarbij was Chris Groot en Sterk.
Als ik niet lief was bij Chris, tilde hij me aan de schouders van mijn bodywarmer op en hing hij me aan een knaapje aan de deurpost.
Van Chris leerde ik dat ‘spitsroede lopen’ toch lastiger was dan ik dacht.

Eric Prins leerde mij de wereld in perspectief te bezien. Door het vierkant tussen mijn tegen elkaar gehouden wijsvingers en duimen heb ik wat afgestaard naar stillevens, klasgenoten, of -als het weer mee zat- naar de bomen aan het eind van het sportveld. Gezellig op onze jas in het zonnetje met onze rug tegen de muur van het gymlokaal.

Dat Gymlokaal was het domein van Cor Dorsman, onze kale coole gymleraar. Waar Cor vandaan kwam weet ik niet, maar hij had een beetje een Amerikaans dialect. Zou me niets verbazen als die man rechtstreeks uit de NBA was komen wandelen. Bij Cor moesten we ‘ alle ballen verzamelen’.
Van Cor heb ik mijn perfecte lay up shot geleerd.

Zijn we aanbeland bij wiskunde.
Van Laar heette hij geloof ik.
Er staat me nog weinig van Wiskundeles bij. Ik vond het maar vage toestanden en vertrouwde al die abacadabra voor geen cent.
Aan het eind van de eerste was ik het spoor al volledig bijster.
Dat E MC kwadraat was, begreep ik pas later van ‘Doe maar’.

Aardrijkskunde vond ik wel leuk, hoewel ik niet meer weet van wie ik daar in de eerste klas les van kreeg. Met mijn ‘Stop de neutronenbom’ badge naast mijn Madness badge op mijn spijkerjasje hield ik een spreekbeurt over de kerncentrale in Borssele
Voor het eerst in mijn leven hoorde ik over het ‘Broeikaseffect’ en maakte ik me zorgen over de aarde.

Hoewel mevrouw Lensen in het eerste jaar les gaf, zeg ik liever dat Hans Taat mijn leraar Nederlands was. Hans was een rasechte Amsterdammer. Bruin Corduroy colbertje, dito aktetas en een prachtige snor, die ik door de jaren heen zo vaak heb getekend dat ik er makkelijk een expositie mee zou kunnen houden.
Hans liet mij gedichten lezen van Hans Lodijzen. En de gevoelens van een oude beuk doorgronden die verliefd was geworden op de vijver. Hij zorgde dat de gedichten van Herman Gorter me raakten tot op het bot, en leerde me gelukkig wat ‘gigantisch’ nou eigenlijk precies betekende.

Hoewel Mavo ’t Veer zich graag associeerde met alles wat bruin, oranje, jong en hip was, kregen de meisjes handwerkles en de jongens niet. Geen flauw idee eigenlijk wat die deden. Misschien hadden ze wel een tussenuur?
En omdat we met zo weinig waren mochten we ‘gezellig’
in de lerarenkamer onze Zaanse huisjes in verschillende steekjes op een lapje borduren.
‘Zeg maar Lenny’ was ook al jong, knap, wild en modern. Daar werden de nieuwe leraren geloof ik een beetje op geselecteerd om de gemiddelde leeftijd van de leraren een beetje naar beneden bij te stellen. De heer Mantel, meneer de Vrieze, juf Bartstra en Lifman leken rechtstreeks uit de mottenballenbak te komen. Hoewel meester de Vrieze altijd een keurig au de cologne op zijn satijnen shawltje sprenkelde om dat enigszins te verdoezelen. Van de eerste twee leraren heb ik nooit les gekregen, maar van horen zeggen weet ik dat het gedreven en aardige leraren waren. De lessen van Lifman werd onze tere brugklas-zieltjes nog even bespaard.

Lenny was aardig. Van Lenny heb ik geleerd dat ik beter heel ver weg kan blijven van, knotten wol, borduurpatronen en naaimachines. Door Lenny weet ik dat ik het beste de naalden kan kopen met van die hele grote ogen. ‘Als het dan echt niet anders kan Narda’.

Kom ik uiteindelijk bij Jos Schaap, op wiens naam ik maar niet kon komen vorige week
(Dank Arend).
Wat hij droeg staat me ook niet bij. Hij was niet bijzonder hip, bijzonder jong, of bijzonder knap.
Wie was Jos dan wel?

Deze Jos met zijn liefde voor de synthesizer waarop hij ons de tonen van ‘School’ van Supertramp liet horen?
Die ons uit volle borst ‘Michelle’, ‘Yesterday’ en ‘When I’m 64’ van de Beatles liet zingen.
En ‘I don’t like Mondays’ op maandag.
Jos, die ons op piano begeleidde
bij ‘Baggy trousers’ en ‘Our house’ van Madness.
Jos die ons ongemerkt Engels, maatschappijleer en Geschiedenisles gaf.
Jos, die huilde in de les om de dood van Lennon.

Jos, die door Roxanne’ van de Police, en ‘Lola’ van de Kinks en zoveel andere liedjes mij een glimp van de wereld liet zien in toonaarden waarvan ik nog nooit had gehoord.
Dat was Jos.
Ik was zijn naam vergeten en zijn gezicht ben ik kwijt, maar zijn lessen blijven me voor altijd bij.

Jos.

Weegmomentje

‘Nou, de thuiszorg is net weg Nadda’, zegt pap terwijl hij de voordeur voor me open doet.
Jammer, maar wel fijn natuurlijk dat ze vandaag zo mooi op tijd waren.
Ik geef mam een zoen.
‘Weet jij waar het lab formulier is?’ vraagt ze direct. Ik pak het uit de kaft van het mapje van de oncologie waar ik het de vorige keer had opgeborgen.
‘Ik heb zo gezocht gisteravond, ik kon er niet van slapen vannacht’.
‘Maar waarom bel je me dan niet even mam?’
‘Ach kind, het was al tien uur, dan bel ik niet meer hoor’.

‘Hoe gaat het nou met je?’
Niet zo heel lekker, antwoord ze.
En als mijn moeder zegt dat het ‘niet zo heel lekker’ gaat, dan is er wat aan de hand. Meestal is ze namelijk niet zo gediend van bemoeienissen omtrent haar gezondheid.
‘Nog even naar het toilet hoor Nadda’.

‘Wat is er dan mam?’
‘Gewoon, een beetje trillerig’.
Ik pak haar hand.
‘Het is ook allemaal wat hè?’
Als ik haar voorzichtig een knuffel geef voel ik hoe haar lijfje beeft.
‘Slik je de effexor nog wel mam?’
Vanmorgen heeft ze net de laatste genomen. ‘Heb je nieuwe gevraagd? ‘
Dat heeft ze niet. ‘Moet ik die pillen blijven slikken dan?’

Pap komt van het toilet.
‘Blijf jij maar lekker thuis hoor mam, het is toch alleen maar bloed prikken’. Ik zie dat ze blij is dat ze niet mee hoeft.
‘Zullen we vanmiddag anders. samen even naar de huisarts?’
Dat wil ze niet. ‘Zal ik voor je bellen voor een herhaal recept en misschien iets anders erbij waarvan je een beetje rustig wordt, of bel je liever zelf?’

‘Zwaai even pap’
‘Waar is ze dan?’
Het hoofd van mam komt maar net boven het valletje uit.
‘Ze zegt ook niks hè, tegen mij’.
Ik doe de radio wat zachter.
‘Ze eet bijna niks’.

Het voorste parkeerterrein is afgesloten. ‘Zal ik eerst een rolstoel halen?’
Dat wil pap niet. ‘Geef me je hand maar, dan hou ik een beetje mijn evenwicht’.

Even ben ik ineens weer dat kleine meisje dat met haar papa in de branding staat op het strand van Bakkum met haar handje veilig in papa’s hand.
‘Waterkou pap. Bah!’

‘Ga jij vast zitten hoor, dan bel ik om de hoek even voor mam naar de huisarts’.
Het is rustig. Als ik de assistente verteld heb over mam, vraag ik direct of ze Dr. Spruitje wil vragen of een antibiotica kuur eventueel nog zinvol kan zijn voor mij. Wie weet.
‘Hij belt u tussen vier en vijf wel even’.
Als ik de verbinding verbreek is pap net klaar.
We zijn vandaag zo snel dat we niet eens parkeergeld hoeven te betalen.

‘Waar heb jij nou eigenlijk precies gewoond op de Zuid pap?’
Samen gaan we er even snel kijken. Het is maar een klein stukje om.
‘Waar nu nummer elf zit Nadda’.
Het is raar, om in de buurt te zijn waar pap als klein jongetje in de oorlog woonde. Misschien was het toch niet zo’n goed idee.

Mam heeft al een broodje gesmeerd. Voor pap dan.
‘Ik neem straks Havermoutpap hoor’.
Straks. Altijd straks.
Ik word een beetje boos.
‘Mam, dat zeg je altijd, maar ik zie je nooit eten’.
Zenuwachtig steekt ze een sigaret op. ‘Hoeveel weeg je nu?’ Ze noemt het gewicht.
‘Maar het was veel minder hoor, ik ben al heel veel aangekomen’.
Ik vraag of ik het mag zien.
Ze wordt een beetje boos.
‘Dan geloof ik het niet mam’.
‘Straks’, zegt ze.
Straks zal ze het me laten zien.

Ik vertel over Kylian zijn stage ervaringen. ‘Gister heeft hij vier uur sinaasappels moeten persen’. Mam en ik lachen.
Pap verstaat het niet.
Hij ligt op de bank.
‘En iedere dag om kwart voor zes op de scooter hoor’.
Hij moet met het pontje naar Amsterdam.
We vinden hem unaniem een bikkel. Mam staat op.
Ik volg haar naar de keuken.
‘Zullen we gelijk even wegen dan?’
Ze volgt me zowaar naar boven.

Het klopt. Hoewel ze haar kleren en schoenen aan houdt. En dan nog zou het tien kilo meer moeten zijn. Na haar ga ik op de Weegschaal. 66 kilo. Vijftien jaar geleden woog ik maar 48 kilo.
‘I want to be just like you Narda’,
had ‘Yaja’ gezegd toen we in Australië waren. Yaya is de grote halfzus van mijn zoon.
Ik was er allerminst trots op geweest.

Snel zuig ik nog even de trap.
‘Nee hoor, ik doe zelf wel mijn boodschappen straks. Ga jij nou maar’.

Thuis ga ik voor ik wat ga eten eerst op de weegschaal. Laatst was ik toch maar 63 kilo? Vorige maand of zo?
Ik ben verbaast maar ook blij als ik zie dat onze weegschaal ook 66 kilo en geen 63 kilo aangeeft.
Met kleren en schoenen, maar toch.
Het maakt me in een keer met stip de zwaarste van ons vier.

Dr. Spruitje belt keurig op tijd.
Ja de reumatoloog heeft inmiddels gebeld.
Volgende week maken ‘we’ een ‘Plan de campagne’.
Voor pap, voor mam en voor mij;-)

Het is dat we ze gister al hebben gegeten….

WE 300 Verhalen

Iedere maand verzint Plato (http://platoonline.wordpress.com)
een schrijf uitdaging. Het is de bedoeling is dat je in precies 300 woorden een verhaal schrijft waarin het betreffende woord dat Plato heeft gekozen niet mag voorkomen.
Het woord van deze maand is ‘verhalen’.

-Fictief:

‘Die geloof je toch zeker niet?’
Erna kneep zachtjes in de hand van haar vriendin.
‘En toch gaat het als een lopend vuurtje rond’.
Ze schaamde zich er bijna voor om het te zeggen.
Maar iemand moest dat toch doen? Iemand moest toch ingrijpen?

Ze dronken in stilte van hun thee terwijl ze naar de regendruppels keken die langs het raam naar beneden gleden. Voor wijn vonden ze het nog net een beetje te vroeg. Ondanks hun dikke truien hadden ze het koud.
Zelfs van de Valk voelde de crisis waarschijnlijk in zijn portemonnee.
‘We hadden er een beetje rum in moeten vragen’.

‘Je moet hem bellen.
Gewoon mee confronteren’, zei Erna.
‘Denk je?’

Het was allemaal gewoon onzin.
Hij deed zoiets niet.
Lulkoek.
Het was allemaal gewoon gezogen uit de dikke duim van een grote fantast.

De mobiel ging over. Een keer. Twee keer. Haar hartslag bonkte hinderlijk in haar keel. Drie keer.
Moest ze dit echt nou wel doen?
Vier keer. Ze schrok toch toen ze zijn stem op de voicemail hoorde na de vijfde keer.
Snel verbrak ze de verbinding.

Op dat moment wees Erna naar buiten. Krijg nou wat. Daar liep hij. Met haar.
Gewoon hier op de parkeerplaats.
Als een echte heer hield hij een paraplu voor haar op terwijl zij in de auto stapte.
Links instapte.
Zijn eigen auto stond maar een klein stukje verder op zag ze nu.
Ze lette nooit zo op auto’s.
Wist over haar eigen auto nog net te vertellen dat het een rode was. ‘Zo’n kleintje’.

Ze keken net zo lang tot de auto’s bij de grote weg kwamen. De vrouw ging linksaf.
En hij rechtsaf. Richting huis.
Waar haar hoogzwangere schoondochter waarschijnlijk blij zou zijn dat hij zo lekker vroeg thuis was gekomen op deze miezerige maandag.

Erna bestelde twee wijntjes.

Oliebollen Hemaworst en spruitjes

‘En? Heeft ze u gister gebeld?’
Ik loop koud en natgeregend achter Dr. Spruitje aan naar zijn spreekkamer. Straks eerst maar eens een muts en handschoenen kopen.

‘Gaat u zitten’. Nee. Ze had nog niet gebeld. ‘Op maandag ben ik er nooit. Maar vertel. Hoe ging het?’
Terwijl ik mijn shawl af doe vertel ik over de second opinion die ik afgelopen donderdag bij de reumatoloog in de St. Maartenskliniek had.
‘Goed. Ze had zeker
een uur tijd voor me uitgetrokken’.
Rem was die dag met me mee geweest.

‘Ze vond het prettig dat u haar alles van te voren al gestuurd had’. Ik zie dat hij dat leuk vindt om te horen.
‘Zo hoort dat toch’.

Er was eerst een gesprek geweest waarin alles wel zo’n beetje aan de orde was gekomen. Mijn heftige nekpijn, mijn heup, pezen, arm, been, maar ook de bijkomende stress vanwege de situatie van mijn ouders en zusje. En laten we natuurlijk vooral de extreme vermoeidheid / malaise niet onvermeld laten.

Nadat we daarna ook gezellig mijn fotocollages met vocht-knieën-, dikke pezen-, en andere gekke bultjes/ botjes/nagel op mijn IPhone schermpje hadden bekeken, mijn lichamelijke klachten die ik op 3 A4-tjes papier had gezet en ze mij daarna nog aan lichamelijk had onderzocht, had ze uiteindelijk haar mening uitgesproken.

Dr. Spruitje buigt geïnteresseerd naar voren.
‘Het kan zijn dat het een bacterie is die dit allemaal veroorzaakt. Vooral omdat het zo plotseling is begonnen met die nek.
Ook kan het zijn dat de heftige pijn van de nek iets heeft getriggerd, waardoor mijn hele lijf een beetje op hol is geslagen. Het kan zelfs dat ik (daardoor vervroegd) in de overgang ben gekomen’
Ik pauzeer even voor ik verder ga.
‘En stress kan ook nog een rol spelen’. -O ja, die verwijskaart voor de psycholoog niet vergeten te vragen zo.-
‘Ik hoop dat ik het nu goed zeg, maar zo heb ik het dus een beetje begrepen’.

Spruitje zit geïnteresseerd naar me te luisteren. Hij legt me wat uit over die evt. bacterie. ‘Komt nog weinig voor tegenwoordig’. Bloedprikken om te bepalen of ik in de overgang ben kan pas achteraf legt hij uit. Lijkt me een tamelijk zinloze actie. Achteraf. ‘Mijn moeder kwam pas laat in de overgang’.
Ik weet niet zo goed wat ik daar mee moet. Met die overgang. Volgens mij gelooft hij daar ook niet zo erg in.

‘Verder zei ze dat een half jaar niets is’.
Geduld, geduld, geduld.
‘En ze stelde voor dat als het over een half jaar nog niet is verbetert, ik naar een internist ga’. Verder had ze het nog over fysiotherapie gehad, maar dat zou ze met Spruitje bespreken. Dat vertel ik hem ook.

Ik geloof dat hij zich er wel in kan vinden. Ik ook. Maar ik kan me ondertussen overal wel in vinden. Er zijn ook zoveel verschillende ziektebeelden die mijn klachten kunnen veroorzaken. Reumatoïde Artritis is het in ieder geval niet. Ik heb wel wat meer rust in mijn hoofd nu. Rem ook.
Het is natuurlijk ook angstig voor hem geweest allemaal. En tussen bang zijn dat je vrouw misschien in een rolstoel komt te zitten of te horen krijgen dat het zelfs misschien met de tijd wel helemaal over kan gaan, daarin zit natuurlijk wel een wereld van verschil.
‘Geef je lijf de tijd om te herstellen’ had ze gezegd.
‘Je wilt veel te snel’.

Dan vertel ik Spruitje dat de bedrijfsarts graag ziet dat ik met ‘iemand’ ga praten. Helemaal niet zo’n slecht idee eigenlijk. Wie weet wat ik er van op steek.
‘Weet je zelf iemand?’
Ik heb geen flauw idee. Een man lijkt me wel prettig, zeg ik. Ik voel me over het algemeen meer op mijn gemak bij mannen. ‘Maar niet zo’n zweverig typje hoor’.
Mannen kent dr. Spruitje niet in de psychologie branche, hij heeft wel een stuk of wat vrouwelijke exemplaren op de zolder zitten – het is een groot gebouw- die volgens hem wel een praktische inslag hebben.
‘Doe maar wat’.

Hij begint te typen. Op zijn spruitjes raast hij met drie vingers over zijn toetsenbord.
‘Ik wil nog even zeggen dat ik het fijn vond dat je gelijk mijn ouders had gebeld toen u terug kwam van het congres’.
Ja, dat was echt wel tof van hem geweest. ’s Nachts was hij terug gekomen, en om half negen had hij gebeld.
‘Het gaat nu redelijk hè, met de chemo?’
Beter dan we allebei hadden verwacht, merk ik.
‘En je moeder?’
Ik vertel dat ze nog veel te weinig eet.
‘Ik ga zo even een bakkie bij ze doen’. Ik trek mijn jas vast aan.
Alles op zijn elvendertigst tegenwoordig, zelfs de jas.
Hij geeft me de envelop met de verwijskaart. ‘Wacht, dan zal ik nog even de naam van de praktijk er voor je op zetten.
Je, u, je, u.
‘We’ zijn er zo te horen nog steeds niet helemaal uit.

Op het Marktplein koop ik een muts en handschoenen. Daarna haal ik snel een pak koffie en filters. Onze Synthia houdt het , ondanks onze dreigementen dat we haar op transport zouden zetten naar de Wehkamp, nu ook verder bijna helemaal voor gezien.

‘Ik heb een lekker oliebolletje meegenomen’.
‘Met suiker Nadda?’
Sugar on the Side.
Pap ziet er weer wat slechter uit.
Vrijdag vond ik hem juist zo goed. Kleur op zijn gezicht, en bij de tijd. Maar nu…

‘Ik neem hem later wel hoor kind, ik heb nog niet zo’n trek’, zegt mam.
Ik vertel waar ik vandaan kom.
‘Hij belde direct hoor, bijna meteen nadat hij geland was’.
‘Ja, mam zei het al van de week’.
Ze zijn zo blij met hem.
Wat kan een beetje begrip en aandacht toch veel doen. Het lost de zaken niet op, maar het maakt het allemaal zoveel draaglijker.

Mam bewonderd mijn muts.
‘Doe hem eens op’ bemoeit pap zich er mee.
‘Leuk hoor!’
‘Nadda, vergeet je niet dat we vrijdag moeten prikken?’
O ja. Glad vergeten.
‘En maandag naar de oncoloog hè?!’ Chemo deel 2 zit er bijna op.
‘Dat is goed pap. Ben ik hier rond elf uur’. Zie ik de thuiszorg ook nog even.

‘O mam, ik heb nog een Hema worst gekocht. Wil jij ook een stukje?’
Ik weet dat ze dat wel lekker vindt.
‘Zet maar op het aanrecht. Lekker hoor….Voor straks’.

Met mijn nieuwe muts en handschoenen stap ik even later weer op mijn fiets. Pap kijkt verontrust als ik met mijn wiel per ongeluk door een plant heen rij. Ik wijs er naar en sla mijn hand voor mijn mond. Sorry.

Dan laat ik ze zwaaiend voor het raam achter. Samen met ‘de halve worst en de oliebol.
Voor ‘Straks’.

Gelukkig regent het.

Pinkeltje en Zwarte Piet…

Vanmorgen zag ik het boek weer liggen naast de magnetron.
O ja. Daar moesten we nog wat mee…

Vorige week had Kylian het in de trein gevonden. En natuurlijk had hij zijn nieuwsgierigheid niet kunnen bedwingen en het snel in zijn rugtas gepropt.
Eenmaal thuis kwam hij het daar weer tegen.

‘Kijk eens mam, wat ik nou gevonden heb in de trein.’
Het was de bedoeling dat hij van zichzelf en het gevonden boek op de vindplaats een foto maakte, en deze naar het Noord-hollands Dagblad stuurde.
‘Ja, zie je het voor je mam? Ik dacht het even niet!’

Nee. De boel bedonderen en net doen alsof ik het had gevonden wilden we ook niet.
Ondanks dat er een prijs aan vast zat die tegen inlevering van het boek op 23 november op het Dick Laanplein zal worden uitgereikt.
Dus vanmorgen even snel een Sint gedichtje in elkaar geflanst, het boek weer ingepakt en het op de Padlaan bij het standbeeld van de Kameleon neergezet.
‘Voor de eerlijke vinder. Groet, Piet’

We zullen het misschien binnenkort lezen in de krant.
‘Vinder Pinkeltje
-wint nieuwste Lambourgini.
-wint wereldreis
-wint…’

Of misschien ook maar liever niet…

20131118-144914.jpg

20131118-144929.jpg

20131118-144948.jpg

20131118-145011.jpg

20131118-151437.jpg

Brugpieperen

…Eind augustus 1979 mochten Es en ik eindelijk naar mavo ’t Veer.
De school was ergens in de jaren ’70 opgebouwd uit grijs betonsteen. Het had geen verdiepingen -wat later meer dan eens van pas is gekomen-, een nogal grillige omtrek en stond tussen de Kerkstraat en de Noorderbegraafplaats in op slechts een steenworp afstand van de Esso, wat ook erg handig was. Dat laatste dan.

Uiteraard had ook dit gebouw de voor die tijd gebruikelijke donkerbruine kozijnen en was de vloer bedekt met donkerbruin linoleum. Als ik me niet vergis lag er zelfs in een gedeelte bruine vloerbedekking. In de aula hing een groot veelkleurig abstract schilderij. Verder waren de muren opgeleukt met talloze ‘Stop de neutronenbom’ affiches, de Venus van Milo en een poster met een tekst die ik misschien ietwat te letterlijk had genomen in de loop der jaren. *** Het was een moderne, sfeervolle en overzichtelijke school.

Zus ging daar inmiddels al naar de derde klas dus met de namen van de meeste leraren en hun bijbehorende eigenaardigheden waren we al een beetje bekend, maar toch zochten we die eerste dag giechelend en verlegen als echte brugpiepers het lokaal waar we onze boeken moest halen. Er waren drie eerste klassen. Wij zaten in 1C.

We droegen die dag allebei een ribbroek met een witte bies aan de zijkant. Zij een roze, ik een paarse. En net als alle andere meiden droegen we daar een dikke gewatteerde bodywarmer boven over een pastelkleurig t-shirt. Je had ze in allerlei kleuren variërend van baby blauw tot zuurstokroze. Heel vrouwelijk Nederland had zo’n bodywarmer.
Die dag zag onze nieuwe klas dan ook overwegend baby- tot zuurstokroze, slechts hier en daar dapper afgewisseld door een spijkerjasje met een Rolling Stones tong op de rug, en een leren jack met PLO shawl. Eerstgenoemde met zijn zwarte klompen daar onder en
laatstgenoemde natuurlijk met een groene pukkel en ‘Stop de neutronenbom’ kreet.
Het waren duidelijk zittenblijvers.
De rest van ons had een krakend nieuw lederen schooltas.

De eerste week waren er behalve ‘boeken halen’ lukraak onder de noemer ‘Werkweek’ wat activiteiten op het programma gezet, die weinig tot niets met elkaar van doen hadden maar slechts bedoeld waren om elkaar te leren kennen. Zo flansten we bijvoorbeeld gezellig in de aula wat zelf ontworpen anti kernwapens badges in elkaar, beleefden we ‘De dag van je leven’ terwijl we de oefenkoeien molken ‘in de Flevohof’, leerden we achterin de bus de teksten van de liedjes van Gruppo Sportivo uit ons hoofd en bombardeerde we -eensgezind als we inmiddels waren- Rita op de laatste dag tot de boze stiefmoeder van het sprookje dat we ze ter afsluiting van de week moesten opvoeren.

Het toneel werd die vrijdagmiddag in een poep en een zucht van grote met groen en oranje vloerbedekking bedekte kubussen in elkaar geflanst.
Je kon van alles en nog wat met die dingen doen, maar meestal propten we alleen onze korstjes door de handvaten en veegden we onze chocolade pennywafel-handjes er even snel aan af. Voor meer inspiratie verwijs ik je graag naar de talloze klassenfoto’s die door de jaren heen op, naast, voor onder en achter de kubussen zijn gemaakt.

Maar goed, meestal stonden ze dus keurig in het gelid pontificaal in het midden van de school, ergens daar waar de aula overging in de grote open ruimte waar de meeste lokalen omheen lagen. In de aula stonden de bruine formica tafels met ieder vier oranje plastic stoelen in lange rijen van drie opgesteld.

Links was het keukentje van meneer Baartse.
Wat hij behalve colaflesjes en pennywafels nog meer verkocht kan ik me niet zo goed herinneren. Naast het keukentje stond een koffie automaat die voor twee kwartjes een bekertje vulde met warm chocoladewater.
Een luxe die we ons van tijd tot tijd veroorloofden. Naast de catering en allerlei andere hand- en spandiensten was meneer Baartse er ook verantwoordelijk voor dat je je straf onderging.
Meestal was de straf voor te laat komen dat je de volgende ochtend het schoolplein moest vegen. Om kwart voor acht stond hij je dan al op te wachten met de bezem in zijn hand, en o wee je gebeente als je dan niet op kwam dagen.

Na vijf jaar Mavo had ik het vegen redelijk onder de knie…

Wordt vervolgd…

***
Hoe meer ik leer
Hoe meer ik weet
Hoe meer ik weet
Des te meer ik vergeet
Des te meer ik vergeet
Des te minder ik weet
Dus waarom zou ik leren?

Luisterende oortjes

‘Zo Narda, hoe gaat het ermee?’
Ik vertel de bedrijfsarts dat ik sinds vorige week maandag ziek thuis zit.
‘Het werd me allemaal een beetje teveel’.
Ze vond het logisch.
Ik krijg ook zoveel op mijn bordje. Misschien is het toch een goed idee dat ik met iemand ga praten, zei ze.
Een professional. Bedoelde ze.
Ik dacht zelf meer aan mijn kater Bram.
Die heeft echt een luisterend oor.
Zowel links als rechts.
Groot ook.
Alleen zijn adviezen blijven een beetje achterwege.
Da’s wel een puntje natuurlijk.

Vorige keer had ik haar op de drempel valreep nog even snel in 1 adem van de familieperikelen op de hoogte gebracht: ‘O ja, en mijn vader heeft kanker, mijn moeder weegt nog maar 44 kilo en mijn zusje moet binnenkort aan haar hoofd worden geholpen’.
Zij had op haar beurt me een folder in mijn hand gedrukt over psycho- sociale hulpverlening binnen het bedrijf.

Maar goed, dit keer kwam ik er niet zo makkelijk af.
‘Het is ook wel veel hoor’, zei ze.
En dan had ik haar nog niet eens verteld van de whats-appies die buurman mij van de eergister midden in de nacht had gestuurd vanuit het ziekenhuis. Hij was inmiddels geopereerd. De volgende dag hoorde ik van buuf dat hij helemaal in de war was geweest en boos zijn infuus er uit had getrokken. En zo.

Mijn stem die toch al ergens ter hoogte van mijn oren zat, liet me nu helemaal in de steek.
De tissues stonden al uitnodigend voor de grijp.
‘En dat stomme lijf ben ik ook meer dan zat!’ snifte ik er achteraan.

En nu moet ik eerst even wat meer tijd nemen voor mezelf.
Even op kwart- kracht werken, twee halve dagen.
En praten dus. Intern of extern, als het maar een prof is.
‘Vrijdag komt Spr…. mijn huisarts terug, snufte ik’.
Opeens besefte ik dat ik hem miste.
Het moest verd…. toch niet gekker worden!

Wat ik deed om te ontspannen vroeg ze toen.
‘Schrijven’, zei ik.
Ik geloof dat ze dat wel oké vond.
Ze zweeg. Leunde met haar hoofd op haar handen en keek me daarbij doordringend aan.
‘Maar ook praten hoor!’

Eigenlijk moet ik mijn ouders bellen.
En even langs bij buuf om te vragen hoe het gaat.
En even mijn zieke buurvrouw bedanken, die vanmiddag het pakket voor de Wehkamp voor me retour heeft gegeven.

Ben ik zo minstens weer een uur onder de pannen. Als het mee zit.
Gespreksstof voor tien.

Zij wel.