Vis- tuig!

‘Hoi Narda,
Ik ben jullie niet vergeten hoor, sterker, jullie zijn nog steeds van harte welkom.
Het ziet er als volgt uit:
(Er volgt een dag vullend programma dat ik jullie verder zal besparen. De vereniging ‘Vis- tuig’ nam nog steeds geen halve maatregelen merkte ik).

‘Het lijkt ons leuk als jullie de huldiging van de kampioen van de viswedstrijd doen’. (!!)
‘Verder is er genoeg te drinken, wat zijn de wensen?’ (!)
‘We laten alles brengen dus geen probleem verder.’ (!)
‘Als jullie zo rond 16.00 bij de Pin Up Club kunnen zijn, eerder mag natuurlijk ook’ (!) ‘zou dat mooi zijn’. ‘Dan zijn jullie op tijd voor de huldiging en het eten’. (!)

Nou, hoe vind je dat?
Een uitnodiging om te komen huldigen, Chinees eten, drinken tot je er bij wijze van spreken bij neervalt, en daarbij een aantal oude jeugd vrienden weer eens zien.
Dat laatste alleen was ons al de 20 euro meer dan waard.

Gistermiddag stipt vier uur liepen wij – zeer vereerd- dus het bruggetje over van de ‘Pin-up club’, een schattig vervallen boerderijtje aan de andere kant van het spoor dat daar al sinds jaar en dag stond.
De kipjes tokkelden ons gastvrij tegemoet.
Sommige leden lachten toen ze ons herkenden.
(noot: als mij een subtropische verassing was beloofd en ik zag ons aankomen zou ik ook in de lach geschoten zijn. De laatste keer dat ze mij zagen is zo’n drie maten terug).

Desalniettemin werden we als prinsesjes onthaald door de heren.

De laatste vis was net gevangen.
Het eindsignaal werd weldra gegeven.
De sfeer zat er prima in.

S. en ik gingen al snel ieder ons weegs.
De rosé en het bier vloeide rijkelijk terwijl we met iedereen spraken.
(‘Zag je gisteren natuurlijk nog bij de Hema!’)
Jongens, wat was dit leuk.
Jongens, wat hebben sommigen het voor hun kiezen gekregen.

Onze kinderen werden besproken, maar ook onze ouders.
En natuurlijk werden er ook wat herinneringen opgehaald
‘Wij hebben vroeger het coma – zuipen uitgevonden’ zei ‘P’ die tegenwoordig netjes ‘V’ wordt genoemd toen we spraken over die keren in ’82 dat we de drank voorraden van onze ouders plunderden om te kunnen boeren.

V. is inmiddels jarenlang een alom gerespecteerd aardrijkskunde leraar.
Allemaal, stuk voor stuk zijn we toch nog redelijk opgedroogd.
Maar wat zullen sommige van onze ouders een zorgen hebben gehad destijds.
Onze kinderen doen het allemaal beter.
Slechts af en toe een pilsje.
‘Gelukkig’.

M. (zowel een ex van S. als van mij)
nam het woord voor de prijsuitreiking.
Het woord ‘bijzonder’ viel.
Meermaals.
Het was ook bijzonder.
Ik werd er even stil van.
Het regende zacht.

Daarna volgde de uitslagen in centimeters en meters.
S. en ik huldigden en strooiden met flessen Bokma alsof we nooit anders hadden gedaan.

Een toilet was er niet.
S. en ik plasten dus samen in een hoekje op het erf hierbij nieuwsgierig gadegeslagen door de schaapjes.
Onze billen veegden we af met zilverkleurige servetten van de cateraar.
Wat deed het me goed om haar weer even te zien.
De zon scheen inmiddels weer volop.

‘Een groepsfoto!’
Gelukkig dat iemand daar aan dacht.
Het werd een hele leuke foto.
Allemaal mannen, een stuk of 20.
Jarenlang bevriend met elkaar.
En daartussen drie vrouwen.
S. en T. breeduit lachend, fotogeniek
als ze zijn.
En, als je heel goed kijkt, zie je mij
-ergens in het midden
omringd door mooie mannen-
en 1001 mooie herinneringen in mijn hoofd.

Ik glimlach.

20130908-132941.jpg