12 minuten fietsen aan de Zaan

Mijn fysiotherapeute zit gevestigd op de eerste etage van het voormalig Gemeentehuis/politiebureau in Wormerveer, mijn geboortedorp.
Het fitnesszaaltje, daar op de eerste verdieping, kijkt uit over de Stationsstraat en de Zaanweg.
Links het Guisveld.

Als ik op de hometrainer zit, kijk ik uit over de Zaan die daar meestal zomaar zachtjes in zichzelf wat ligt te blikkeren in haar mooie bochtje.
Oneindig diep lijkt ze mij in gedachten, de spiegeling van de molens nog amper maar in haar diepten vervaagd.

Zachtjes hoor ik haar trots wat kabbelen over de kleine jongens die zij dezelfde wijze oude mannen zag worden.

-Wist ik wel dat Herman Gorter, naast haar geboren was?
Van Cor Bruijn, die zo vaak met haar op heeft gelopen, op zijn voettochten?
Van de losse ploegers?
Van de zaadsjouwers?
De kiepvrouwen?
De kerkgangers?
De loopjongens?
Ach, kwajongens!
Wist ik wel van Suze, het lieve witte paard dat de goederenwagons naar haar losstation trok.
Van die gemene Spanjaarden?
Haar vele molens.
Haar veer.
De Alkmaar Packet?
Haar fabrieken.
Haar grote krabben.
Haar koude Noorder.
Haar kermis
Haar Jonge Prins?
En
de keren dat zij zoveel plezier voor de kinderen bracht toen zij helemaal dicht gevroren was in de lange strenge winters?-

Zachtjes echoot ze de voetstapjes van mijn vaders klompjes in mijn hoofd.
Klompjes en een boezeroentje.
En handjes van kleinere broertjes.

En kijk nou!
Daar lopen wij:
Zus en ik.
Met onze boeken.
Een zoethout.
Vast op weg naar ballet in Ons Huis.
of de bieb.

En daar vis ik.
Daar zie je? Iets verder, over de Noord.
Daar zwem ik, op een zomerse dag bij de Stoel.
Daar fiets ik, naar San, of naar mijn werk.
Daar zingen we, met z’n allen.
En daar rij ik in een donkere nacht.
Alleen.
Met pap. En mam.

Nee. 12 minuten fietsen.
Het is net niks.