Ziekenhuisavonturen en andere beslommeringen

Maandag
‘En waar zit de buikpijn precies?’
Dr. Spruitje is er nooit op maandag dus even later klopt beluistert en onderzoekt 1 van zijn vele collega’s mijn plofbuik dat het een lieve lust is. Je neemt waar, of je neemt waar, nietwaar? Als hij klaar is vertelt hij dat ik nog even bloed moet laten prikken. De assistente van het lab blijft zelfs even op mij wachten. ‘Dan bel ik u even tussen vier en vijf met de uitslag’.

Even na tweeën belt hij me wakker. ‘Uw bloed bevestigd dat er een ontsteking zit ergens, het is misschien toch verstandig dat u even langs de eerste hulp gaat. Ze weten dat u komt’.

In de wachtkamer is het aardig druk. Na een dik uur mag ik eindelijk op een bedje liggen.
De verpleegkundige brengt me twee voorverwarmde dekens.
Wat heb ik het koud.
Gelukkig hoef ik niet lang op de chirurg te wachten. ‘Waarschijnlijk heeft u divertuculitis, een ontsteking aan een uitstulping in uw dikke darm, maar het kan ook uw blinde darm zijn’. Mijn hele onderbuik is pijnlijk. Ja, raad dan maar eens waar het vandaan komt. ‘U wordt straks opgehaald voor een echo’.

De radioloog houdt ook niet van half werk. Secuur gaat hij mijn hele buik af. Voor mijn gevoel duurt het wel een half uur voor hij klaar is. ‘Ik denk dat de chirurg vanavond of morgen nog een ct scan zal willen laten maken’, zegt de radioloog.

Inderdaad. Ik moet blijven.
Even voor zeven wordt ik opgehaald en naar 4 zuid gereden. ‘Hoe krijgen we het voor elkaar. In september lag mijn vader hier, in februari mijn moeder en nu ik’. Ik wil alleen niet graag in de kamer waar mijn vader lag, zeg ik. Ze vraagt welke kamer dat was.
‘Nee hoor, je komt op een vierpersoonskamer. Er ligt nu alleen nog maar een wat oudere heer’.

Op de kamer ligt inderdaad een man.
Een oude man.
Stokoud als je het mij vraagt.
Hij laat ongegeneerd scheten.
En hoest alsof zijn laatste uur geslagen heeft.
Een heer zou ik het niet willen noemen.
‘Mag mijn bedgordijn misschien dicht?’
Ik wil liever niet naar hem kijken.

Na een halfuurtje komen Rem en Kyl. Ze zijn op de motor. De auto staat bij de Mac Donalds waar ik hem vanmiddag heb geparkeerd. ‘Lekker laten staan lief, ik kijk straks wel even’.
Kyl heeft bijna alles van het lijstje in mijn tas gedaan.
Behalve dan mijn slippers en mijn oplader. (Grrr…)
‘Dank je wel schat. Nee, het geeft niet hoor’.
Het is hem zo te zien prima gelukt om mijn alleroudste slips bij elkaar te scharrelen voor deze gelegenheid.
Eigen schuld, moet ik die zooi ook maar eens weggooien.

Rem heeft er die dag al twaalf uur opzitten. ‘Gaan jullie maar hoor, ik red me wel’. Ze moeten nog eten ook. Stakkers!
Even later krijg ik een nieuwe overbuurvrouw erbij.
Naast stokoud
is ze ook nog eens stokdoof.
‘Hèèèèè, Wat-zejjenouuuw?’
‘U krijgt straks van mij een Klys-Ma’.
‘Hèèèè?’
‘EEN KLYSMA schat’
Mij noemt ze geen schat.
Gelukkig.
‘Hèèè? O ja? Wasdaddan?’
De buurman laat weer een scheet. Voor de gezelligheid rochelt hij nog een beetje na.
Vergeefs zoek ik naar mijn oordopjes in mijn tas.
-This must be hell-
‘Nu moet u op uw zij gaan liggen, zo ja Schat…en dan gaan we zo heel snel naar het toilet samen.’
Mijn toilet bedoelt ze.
Straks maar niet vergeten mijn Birkenstocks aan te doen als ik ga poetsen.
Ik lig met mijn kop onder de dekens en mijn vingers in mijn oren te kokhalzen. En ik was al zo misselijk voordat ik aan die liter drank voor die ct- scan begon.
Men, wat trek ik dit slecht.

De volgende morgen wordt ik al vroeg opgehaald voor de ct-scan. Als ik weer terug op zaal ben mag ik nog steeds niets te eten. Stomme vraag natuurlijk ook. In plaats van een ontbijt krijg ik ‘Klysma part two’ voor mijn kiezen.
‘Hèèèè? Alweer??’
Ze haalt me de woorden uit de mond. De verpleegkundige is onverbiddelijk. ‘Ik leg hier allemaal matjes op de grond en in bed en dan zetten we de po stoel hier naast het bed’. Het klinkt alsof ze een dagje Efteling voorstelt.
Naarstig zoek ik wederom in mijn tas naar Iets, Iets, of Iets.
Net op het moment dat ik overweeg gewoon maar die hele tas leeg te schudden en over mijn kop te trekken, vind ik een deo roller in het verste hoekje. Snel duik ik met mijn deo onder de dekens. Als mijn buurman een smerige boer laat besef ik pas dat
ik mijn oordopjes ben vergeten.

‘Mevrouw X? Hallo??’
Even later verteld de chirurg me dat ik nog een nachtje moet blijven. ‘Als alle controles en uw bloed morgen goed zijn mag u naar huis. Dan zien we u over een paar weken op de poli voor controle. Ook willen we nog een coloscopie maken’.
Omdat de darm eerst ontsteking vrij moet zijn duurt dat nog wel een week of zes gelukkig. Twee jaar geleden heb ik ook al een coloscopie gehad. Behalve een poliepje en heel veel scherpe bochten was daar toen verder niets op te zien. ‘Ook geen divertikels’.
Prikkelbaar Darm Syndroom was de conclusie.

‘Om een uur of twaalf wordt u opgehaald. Dan brengen we u naar afdeling Gynaecologie en Verloskunde’.
De hemel zij geprezen.
‘Wil u nu wat eten misschien?’
Neuh. Ik wacht nog wel even.

Boven kom ik weer op een vierpersoons. Er ligt slechts 1 vrouw bij het raam. Het gordijn is dicht. Ze mormelt een beetje in haar slaap.
Na een uurtje trekt ze het gordijn een stukje opzij. ‘Zullen we het open houden? Veel gezelliger toch?’
Hoewel ze een jaar of zestig moet zijn heeft ze een guitige kop. ‘Ik ben Agaath, zeg maar Gaat, en jij?’
Gaat is die ochtend geopereerd. Ze hadden al een keer een verzakking verholpen, toen hebben ze haar baarmoeder verwijderd. Nu zat er een bal darm in de weg. Ze verteld het allemaal luchtig.

Gaat en ik keuvelen tussen de visites door de hele middag en avond door. Naast Rem en Kyl (met oplader en slippers!) was ook Dais even gezellig langs geweest. Kijk, zo is het best uit te houden. Het infuus mag er alleen nog steeds niet uit.
Ik heb een rot infuus. Of hij gaat zo langzaam / not dat mijn bloed terug stroomt, of hij loopt zo snel door dat het nog net geen straal is. Drup-drup-drup. ‘Hoe snel gaat jouwe nou Gaat?’
‘Drup—drup—drup’, doet Gaat.
‘Zie je nou?’

De volgende ochtend voel ik me echt niet top. Veel minder dan gister. En ik wil nog wel naar huis. Ik heb hoofdpijn. Als de verpleegkundige (lieve Else) mijn controles komt doen heb ik een pols van zestig en een bloeddruk van 75 over 140.
Niet verontrustend maar
dat zijn niet echt ‘mijn’ controles.
Ik ben meer van de pols van 80 en een bloeddruk van 120 / 70.
Ze rommelt weer wat aan het infuus en erkent dat hij wel erg hard loopt. ‘Ik denk dat je je straks wel wat beter voelt’.

Gaat mag vandaag de postoel proberen nadat haar catheter en tampon zijn verwijderd.
Ze weet van mijn gruwel van de afgelopen dagen. ‘Ik ga wel even een blokje om hoor Gaat, trek je van mij niets aan’.

Om een uur of 1 komt de arts assistent chirurgie langs. Het is dezelfde arts assistent die voor mam zorgde.
Ik was later nog een beetje boos op haar, omdat ze in het ontslaggesprekje met geen woord had gerept over een ct-scan van de longen van mam. Die uitnodiging viel toen zonder enige uitleg op de mat. Slordig.

Ik begin er niet over. Wat heeft het voor zin? Maar ik heb nog wel een paar vragen voor haar.
Ze legt me vervolgens uit dat je op een ct scan wel aan de buitenkant kunt zien dat de darm ontstoken is, maar niet wat de exacte oorzaak daarvan is. ‘Gezien ook de voorgeschiedenis van je vader nemen we geen enkel risico’.
Ze is wel op de hoogte moet ik zeggen.
‘Als uw temperatuur boven de 38 komt moet u bellen hoor’.

Om half twee neem ik afscheid van mijn lieve gezellige buuf
‘T ga je goed Gaat, zet ‘em op hè?! Nu effe lekker poepen op die stoel en dan mag je morgen naar huis!’

Mijn auto staat nog keurig op het terrein van de Mac Donalds. Net als ik weg wil rijden gaat mijn voicemail. Het is Else. ‘Je hebt je tassen vergeten!’ Wat stom zeg.
Even later vergeet ik helemaal dat ik beloofd heb om niet over de provinciale weg terug te rijden maar binnendoor. Ik keer de auto.
Afspraak is afspraak.

Ik ben blij als ik thuis op de bank lig.
Van zus een sms.
‘Lag jij in het ziekenhuis?’
Zeker van haar buurvrouw Marjan gehoord, een FB-vriendje van mij.
Zus heeft al weken niet gebeld naar mijn moeder. En als mijn moeder haar belt neemt ze niet op. Ik ben boos op haar en laat haar dat weten.

Ook vrijdag lig ik bijna de hele dag op de bank.
Kyl en Rem gaan steeds om beurten even bij mam langs.
Ik bel haar om te vragen wat ze nodig heeft zodat Rem dat even langs kan brengen.
Het is noodweer.
Mam heeft alleen mentholshag nodig en sherry.
Vandaag geen yagultjes of cakejes met gele room.

Het gewone leven neemt zijn keer.
Tja. Wat doe je daar nou tegen?