Andy’s kerstfeest 2 ( de happy end versie)

Kerstverhaal:

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst buiten maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden zocht. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. De kat van haar ouders had ze meegenomen. Ze was dan wel nooit echt een katten mens was geweest, maar ze had het niet over haar hart kunnen verkrijgen het beestje terug naar een asiel te brengen.
Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar strakke zwarte broek en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten houden.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Twee mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist even niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijfje tot de ambulance chauffeur het oppakte en in de doos legde die achterin de ambulance stond.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Misschien valt het mee. We zullen wij hem eerst maar eens laten nakijken door de dierenarts. Wilt u mee mevrouw?’

Ze keek verbaasd op. ‘Kan dat dan?’
De ambulance chauffeur en hield het portier al voor haar open. ‘Normaal niet’.

Samen reden ze door de natte straten van Amsterdam. Het was rustig op straat. Iedereen zat natuurlijk lekker met het hele gezin te gourmetten of aan de kalkoen.
‘Vind u het niet vervelend om te werken met kerst?’ Vroeg Andy. ‘Zeg maar je hoor, ik ben Chris’. Zijdelings keek ze hem aan. Hij hield zijn blik strak op de weg. Leuke vent eigenlijk.
‘En nee, ik vind het niet erg.
Mijn kinderen komen pas de tweede vakantieweek bij mij, dus ik was toch maar alleen.
Tja, en om nou om je eentje aan de kalkoen te zitten…’
Ze begreep hem precies.
‘Ik had stoofpeertjes. En kalkoen. Wel kant en klaar hoor. Zo’n schotel, weet je wel?’ Hij knikte. ‘Ik ben trouwens Andy’.

‘Hoe heet je kat eigenlijk?’
Ze had geen idee. Haar moeder had het haar wel verteld, maar ze was de naam weer vergeten. ‘Mijn ouders hadden hem nog maar een weekje voor ze in februari verongelukten’.
Hij keek haar even geschrokken aan voor hij zijn blik weer op de weg richtte. ‘Jee. Wat erg. Wat moet dit een rot kerst voor je zijn’.

Ze waren er. Voorzichtig tilde de chauffeur de kat uit de auto en bracht hem naar de behandelkamer waar de dierenarts al stond te wachten bij de tafel. ‘Zo, laten we eens even kijken’. Andy hield haar adem in terwijl de arts de kat voorzichtig onderzocht. ‘Hij is zo te zien bewusteloos van de klap. Niets gebroken zo te voelen’. Andy haalde opgelucht adem. ‘Ik hou hem een nachtje ter observatie. Ik denk dat hij morgen wel weer bij is hoor. Hij komt er waarschijnlijk wel met de schrik vanaf’.

Zachtjes aaide Andy de kat nog even. ‘Zet ‘m op hè jongen.’ Daarna schudde ze de hand van de dierenarts. ‘Dank u wel’.
‘Kom, dan geef ik je een lift naar huis. Mijn dienst zit er toch op’.

‘Heb je misschien zin om een hapje mee te eten?’ Het kwam vast door de kerst. Normaal had ze dit nooit durven vragen. ‘Gewoon…’
‘Heel erg graag Andy. Weet je het zeker?’

Haar huis rook naar een heerlijke mengeling van de kalkoen en de gluhwein. Gelukkig was de kalkoenschotel nog niet verbrand. Samen met de vergeten Hollandse groenten warmde ze het op terwijl ze de peertjes in een mooi schaaltje deed.
Chris haalde voor de gezelligheid nog even een flesje champagne beneden bij de avondwinkel.
Het was per slot van rekening kerst.
Hun eerste kerst.
Chris opende de fles terwijl Andy de glazen ophield.

Opeens schoot de naam van de kat haar weer te binnen. ‘Ik weet het weer. Hij heet Faith!’ Blij keek ze Chris aan.
Hij hief zijn glas.
‘Op Faith’.
‘Faith’

-fictief-

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!