De kip! (Narda legt nog ’n eitje)

Blijven er toch nog twee vragen over die ik nog onbeantwoord heb gelaten, maar wat veel mensen zich misschien nog steeds afvragen.
1) Had mijn moeder nou een eetstoornis of niet?

Jessica, de halfzus van Kyl kreeg omstreden haar dertiende anorexia nervosa. In die periode heeft ze een paar maanden bij haar vader gewoond. Op de dagen dat haar vader werkte was ik het die haar ‘AN streken’ moest zien te handelen en haar ’s morgens moest wegen. Ze was ongeveer 1.70 en woog iets van 40 kilo; nèt aan genoeg om uit het ziekenhuis te blijven. Ik weet dus van heel dichtbij wat AN is.

Mijn moeder had volgens mij geen AN.
Ze was totaal niet bezig met calorieën tellen, of voedingstoffen uitsluiten.

En nee, boulimia had ze denk ik ook niet.
Geen vreetbuien, geen spuugsessies, niets van dat al.
Ze gaf gewoon niet zoveel om eten, hoewel ze een palinkje op zijn tijd niet te versmaden vond.

Dus nee, geen eetstoornis als AN of boulimia vermoed ik, hoewel ze volgens twee tantes van mij heel vroeger wel een eetstoornis heeft gehad.

Ik denk gewoon dat eten -net als haar sherry’tje en sigaretje- voor haar gewoon iets was dat ‘helemaal van haar was’.
Niemand nam die controle van haar af. Dàt besliste ze zelf wel. In die zin was er dus misschien wel sprake van een eetstoornis. Daarnaast kreeg ze net als ik bij veel stress ook bijna geen hap meer door haar keel.

Zelf heb ik namelijk ook een periode gehad dat ik heel mager was. Toen ik in ’99 in Australië was woog ik nog maar 48 kilo. Jess -mollig destijds- zei altijd: ‘Owww, I wished I could be like you’, en ik kreeg maar niet uit dat koppie gepraat dat ik helemaal niet zo mager wilde zijn.
Bij mij was het gewoon pure stress, en ik vermoed dat dat ook een oorzaak is geweest van het ondergewicht van mijn moeder.

Later was de kanker er natuurlijk verantwoordelijk voor dat ze geen eetlust meer had. Zelf vond ze het echt niet leuk dat ze zo mager was geworden, ze deed echt wel haar best om wat te eten, en later om haar Nutridrink leeg te drinken.

Ach, nogmaals, dingen gaan soms helaas zo als ze gaan.
Voor mij vallen de puzzelstukjes nu wel op zijn plek.

2) De vraag of ze nu door een tia rond haar achtentwintigste dusdanig van karakter is veranderd dat ze drugs is gaan gebruiken kan ik nu ook wel beantwoorden:

Dat ze later zo ten nadele (mijn mening) is veranderd, kwam éérst door haar drugsgebruik en pas daarna mede door het zware herseninfarct op haar tweeënveertigste.
Ik denk dat ik door me steeds maar vast te klampen aan de gedachte dat mijn zus toen een tia heeft gehad, mij verder niet hoefde te verdiepen in andere oorzaken waarin ik zelf natuurlijk ook een grote rol heb gespeeld.

Als ik vroeger niet zo recalcitrant was geweest, mijn vader niet zo autoritair en onredelijk, en mijn moeder niet zo labiel en volgzaam had mijn zus niet zo haar best hoeven doen om voor iedereen in huis ‘te zorgen’. Ze was vroeger de wijste, stabielste, en -samen met mijn moeder- de liefste en zachtaardigste van ons vier.

Ik hoop dat ik haar nu een klein beetje recht heb kunnen doen door al mijn blogs over haar.

Nee, ik loop niet rond met een heel groot schuldgevoel nu.
Dingen gaan gewoon zoals ze gaan. Er was totaal geen kwade opzet in het spel, maar waarschijnlijk wel een stoornis uit het autisme spectrum bij mijn vader.
Daar raak ik naar mate ik er meer over lees steeds meer van overtuigd.

Advertenties

Vechten of vluchten?

Kom ik toch weer bij de coping strategieën en congruentie uit na het schrijven van mijn vorige blog:

Hoewel ik veel van mijn vader hield en hij in wezen het hart echt op de juiste plek had, was het vaak een moeilijke man in de omgang. Hij vertoonde -achteraf bezien -veel aan autisme verwante trekjes, misschien heeft Neef zijn PDD NOS ook wel niet van een vreemd.

Bij ons thuis was het de onbeschreven regel dat mijn vader gewoon altijd gelijk had, ook al beweerde hij dat pimpelpaars groen was, iets waar ik dan altijd weer tegenin ging.
‘Laat nou maar Nar’, zeiden mijn moeder en zus dan.

Om maar zo veel mogelijk weg te zijn van huis ging ik vijf keer per week naar de atletiektraining. (Ik had een superconditie;-)
Later was ik bij Sandra kind aan huis, ik sliep daar bijna ieder weekend. School interesseerde me verder ‘geen hol’, en op feestjes eindigde ik bijna altijd in tranen.
Echt zo’n vreselijke jankerd was ik dat mijn tranen nu gewoon op zijn;-)

Waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat ik in ieder geval flink gepuberd heb, in tegenstelling tot mijn zus dus, die volgens mij pas op haar achtentwintigste ging puberen.

Mijn moeder was altijd de mildheid in eigen persoon. Een paar maanden voor haar overlijden hebben we (met Rem erbij) nog over vroeger thuis gesproken. Ik vroeg haar waarom ze het nooit voor me op had genomen.
Ze heeft toen alsnog haar excuses aangeboden. Ik ben nu heel blij dat we daarover gesproken hebben, al was het toen natuurlijk best een heel moeilijk gesprek.

Tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk om op een gepaste manier te reageren als ik het gevoel heb dat mij ‘onrecht’ word aangedaan. Òf ik reageer veel te mild, of ik reageer veel te fel. Ik heb moeite om een reactie daartussenin te geven. Dat felle reageren is voor mij gewoon een ingebakken coping strategie geworden.
En misschien was mijn vechtstrategie dan wel een veel betere dan de vluchtstrategie van mijn zus destijds, maar nu wordt het tijd voor wat verse strategieën.

Even voor de duidelijkheid hoor:
Nog steeds hou ik veel van mijn ouders en zus. Boven alles hielden wij van elkaar. We hadden alle vier onze eigen karaktertjes, maar bij niemand van ons was er sprake van kwade opzet om de ander verdriet te doen.
Onkunde misschien. Onmàcht. Autisme?

Ik hoop (ook voor jullie) dat ik er voorlopig even over uitgeschreven ben. Begrijpen doe ik het denk ik wel, maar dat neemt niet weg dat ik me soms een beetje boos voel.

-Boos omdat ik nu achter ben gebleven.
-Boos, op de zogenaamde vrienden van mijn zus.
-Boos, omdat ik alles maar kan regelen.
-Boos, om de moeilijke jeugd die Neef heeft gehad.
Enz.

Dat zal ook wel allemaal bij het verwerken horen en ik weet het ook heus wel te relativeren.

Maar vóelen mag ik het dus ook!!

Zus / 1992

Nogmaals wat teksten van mijn zus gelezen. Ze was zo wijs voor haar 28 jaar maar ze was ook zo onzeker, depressief en zoekende, voelde zich nergens gewenst en kampte daarnaast met schuldgevoelens voor van alles en nog wat. Ze had besloten eindelijk haar hart te volgen.

Misschien was dus wel degelijk haar depressiviteit (en voor insiders: de return van Saturnus waar ze het zelf ook veel over heeft in de teksten) de onderliggende oorzaak en niet een TIA, zoals ik altijd zo graag wil geloven

Ze zocht het antwoord in droomanalvses, meditaties, regressietherapie, bachremedies, etc. Ze volgde een opleiding tot astrologe, werd handlijnkunde, kreeg Reiki inwijdingen en gaf consulten. Ze begon (weer) kleuren om mensen te zien, een gave die ze volgens eigen zeggen een poosje kwijt was geweest(!)

Natuurlijk heb ik niets tegen deze dingen (behalve op regressietherapie). Met mate zouden ze best een diepere betekenis kunnen geven aan het leven, zolang je de werkelijkheid en je aardse verplichtingen maar niet over het hoofd gaat zien, en je maar niet de antwoorden gaat proberen te vinden in de zogenaamde ‘geestverruimende middelen’.

Maar de vrienden die ze op haar zoektocht naar zichzelf tegenkwam brachten haar dus wèl in contact met drugs. Eerst nog tamelijk onschuldig met spacecake en wiet, maar al in ’92 gebruikte ze dus ook al coke lees ik.

Deze mensen hebben haar gewoon (ik noem het) gehersenspoeld onder het mom van zelfontplooiing. ‘Nu jij!’, ‘Volg je intuïtie’, ‘Je hebt echt bijzondere helderziende gaven’ etc.

Ik kan en zal natuurlijk niet al haar teksten overnemen maar de onderstaande teksten verduidelijken veel voor mij, en hopelijk kunnen deze teksten ook andere mensen ervan overtuigen dat ze gewoon een kwetsbaar meisje was, dat uiteindelijk niet veel meer verlangde van het leven dan liefde geven en zichzelf kunnen en mogen zijn, vrij van schuldgevoel.

image

image

image

image

image

Dichtbij

Neef is hier.
Vrijdag heeft hij voor het eerst alleen zelf de trein naar ons toe genomen. Om vijf uur vertrok hij en om half acht pikten Rem en Kyl hem achter het CS Amsterdam op.

Zaterdagochtend waren neef en ik beiden vroeg op. ‘Zullen we nu de foto’s uitzoeken?’
‘O mij best hoor’, zei Neef, en ik pakte vervolgens de doos uit de kast.

De volgende twee uur waren we samen druk bezig met het sorteren van de foto’s. Één stapeltjes met foto’s voor Ex, eentje met de ‘vage foto’s’, waarop mensen stonden die we niet kenden enzo, een stapeltje ‘kunst’ en een flinke stapel met foto’s waaruit we voor Neef een selectie gaan maken voor zijn fotoboek.

-Het was een heel goed idee om dit met hem samen te gaan doen (Riet).

Het zusje van vroeger -tot een jaar of 30- had een heel andere uitstraling dan de foto’s die in de jaren daarna genomen waren.

‘Zie je hoe anders je moeder hier kijkt?’ ‘Ja, veel rustiger, ontspannen. Ze ziet er daar veel gelukkiger uit’, zag ook Neef.
Het gaf me weer de mogelijkheid om Neef uit te leggen dat de moeder zoals hij deze heeft gekend niet altijd zo is geweest, maar dat er echt ‘iets’ gebeurd moet zijn, waardoor ze zo veranderd is.
En omdat Ex, zijn familie en de vrienden van Zus díe F. niet kennen, evenals Rem en Kyl rust die raak nu (behoorlijk zwaar) alleen op mijn schouders.

Misschien ben ik voor mezelf dit weekend wel weer een stukje dichter bij het antwoord ‘WAARDOOR?’ gekomen: onder in de doos vond ik een schrift van haar met wat dagboekaantekeningen, droomduidingen en zo uit de periode dat ze op het punt stond om M1 te verlaten en naar 230 km verderop te verhuizen: het grote omslagpunt in haar leven dus.
Ik denk dat ik dat schrift vorig jaar expres in die doos heb gestopt omdat ik wist dat als ik eraan toe zou zijn om de foto’s uit te zoeken ik er ook aan toe zou zijn om haar schriftje te lezen.
(Mijn *conclusie wordt vervolgd, ik ben er nog heel erg over aan het nadenken).

Met mij gaat het iets beter.
Ik was afgelopen vrijdag bij de bedrijfsarts en daarna bij mijn (opper) leidinggevende en had met beiden een open gesprek dat voor mij gewoon goed voelde, en me ook weer ‘dingen’ gaf om over na te denken en/ of mee verder te kunnen. Vooralsnog ga ik twee keer drie uur per week aan de slag in met wat ‘Back-office taken’ die ik fijn vind om te doen en waarbij ik niet al teveel prikkels om me heen zal hebben.

*Conclusies zouden altijd voorlopig moeten zijn vind ik.
Er kan immers toch altijd nog informatie verschijnen die weer een ander licht op een zaak zal kunnen laten schijnen?
-Maar kunnen we het dan nog wel conclusies noemen?-

Westenwind

Vanmiddag heerlijk uitgewaaid op strand Bakkum bij paal 45.
Mijn zus vliegerde daar altijd graag eind van de middag/ begin van de avond als ze bij mijn ouders op camping Bakkum logeerde.
Vorig jaar met Hemelvaartdag hebben Rem en ik daar ’s morgens heel vroeg een klein gedeelte van haar as gestrooid, op zus haar eigen verzoek. Ook een gedeelte van (Beau)Nino ligt daar ‘om haar te beschermen’. Daar hadden we zelfs nog met Zus grapjes over gemaakt toen we het erover hadden op de dag nadat mijn vader was gecremeerd.

Mijn moeder leefde natuurlijk nog toen ik de as van Zus uitstrooide, en toen ik vroeg of ik ook een beetje van haar en pap in Zus haar duinpan zou strooien vond ze het heel fijn als ik dit wilde doen, ‘maar niet als het teveel moeite kost hoor Kind, alleen het Guisveld is ook prima hoor’.
Ik grapte toen nog, ‘ach mam, als ik toch bezig ben…’
Mijn moeder was er namelijk erg op gebrand dat ik al Zus haar uitstrooi- wensen zou uitvoeren. ‘Doe maar een beetje hier.., een beetje daar….O, en daar natuurlijk…’
-Ze zou het vast prachtig gevonden hebben als ze had kunnen zien hoe druk ik er maar mee ben. (Maar ook blij hoor).

Tja. Wij waren altijd echte strandmensen, mijn ouders en zus nog veel meer dan ik. Ooit schreef ik dit gedicht. Mijn zus vond dat zo mooi dat ze het levensgroot op haar toiletdeur geschreven had. Vier regels uit dat gedicht hebben we na haar overlijden op de binnenzijde van haar rouwkaart laten drukken:
‘Maar als je luistert naar de golven,
voel je je weer even twee;
hetzelfde kleine meisje
aan dezelfde grote zee…’

Vandaag was het de perfecte dag om ook de belofte na te komen een klein gedeelte van mijn ouders daarbij te strooien.
Er stond een straffe westenwind, en het was niet al te koud, niet al te zonnig en dus zou het vermoedelijk niet al te druk zijn.

Op de heenweg kreeg ik ineens zin om een vlieger te kopen.
Zo gezegd zo dus ook gedaan.

Voor we naar paal 45 liepen natuurlijk eerst wat gedronken bij ‘Zeezicht’ de favoriete strandtent van mijn ouders. -Zoets doen we natuurlijk wel in stijl hè?!-

Daarna dus het doosje leeggegooid en dat voelde voor mij een beetje als ‘vrijheid’. Niet voor mij, maar voor hen.

Nadat ik dat gedaan had viel het me ineens op dat de hele lucht grijs en grauw was, er was alleen een klein stukje blauw boven hun duinpan zichtbaar. Grappig. Lief.

De volgende foto is trouwens ook wel grappig:
image
Het lijkt net alsof Rem drie of zelfs vier vliegers vasthoudt. Het is er echt maar eentje hoor. Zal wel aan mijn IPhone liggen, maar ik zie daar gewoon graag een lieve groet in.

Na een uurtje zijn we weer gegaan. Het helmgras wuifde me tevreden na.
Nog even wat gedronken bij Zeezicht en daarna een lekkerbekje gegeten op de camping, terwijl goedkeurende glimlachjes van mijn ouders en zus in mijn gedachten verschenen.

Weer een klus plat.(niet oneerbiedig bedoeld). 
Nu alleen nog ons boottochtje door het Guisveld om de rest van de as uit te strooien (de grootste hoeveelheid). Daarna zal ik alleen nog wat kleine emaille hartjes met as bewaren. 

Voorlopig vind ik het fijn dat ze nog een beetje dichtbij me zijn. Als de tijd er rijp voor is zal ik het gewoon weten.

Frankrijk ’94…’Eggwelltofff;-D’

Tijd voor de Thomas Pannenkoek- challenge: Vakantie foto met verhaal.

Het was geloof ik 1994 toen ik met Zus samen op vakantie ging. Zij was 29 en ik net 27. Zowel haar relatie als de mijne was in de winter daarvoor beëindigd.

Omdat we allebei niet veel te besteden hadden besloten we gewoon maar de goedkoopste reis die we konden vinden te boeken; een busreis naar Zuid-Frankrijk in juni, inclusief tent en toebehoren, èn entertainment.

De melige toon van de vakantie werd gelijk al op station Wormerveer gezet toen bleek dat mijn koffer te zwaar voor me was om te tillen. De enige optie was dat Zus mijn koffer droeg met haar grote rugzak in haar andere hand om maar een beetje in evenwicht te houden. Heel lullig, maar het was zo’n ontzettend grappig gezicht dat ik steeds bijna in mijn broek pieste van het lachen als ik haar zo zag lopen.
En zo zagen onze hosts ons dus ook arriveren.

Bij aankomst bleek dat wij samen met twee jongens van zeventien de enige gasten waren in het tentengedeelte van de camping. Wel waren er een stuk of twintig hosts -jongens tussen de twintig en vijfentwintig- druk bezig met het opzetten van de tenten. Er waren verschillende reisorganisaties actief op de camping, de meeste kwamen uit Engeland.
Wij waren tussen al dat manvolk het enige vrouwvolk.
Dat vonden wij uiteraard ‘wel tof’.

image
Onze (privé;)hosts heetten Walter (links) en Patrick (rechts naast Zus), en vooral met Walter konden we het prima vinden. Hij had een paar dagen voor wij aankwamen een herderspup gevonden die niet van zijn zijde week. Helaas zat het beestje wel onder de teken en vlooien, dus Zus (dierenarstassistente) was gelijk de eerste middag zoet met het verwijderen van de teken.

Onze hosts waren net als alle andere hosts druk met het opzetten van alle tenten die voor de zaterdag aanbrak allemaal moesten staan, dus moesten we onszelf overdag vermaken op het verder nagenoeg verlaten strand. ’s Avonds lieten wij ons entertainen door de hosts, of schoven we doodleuk bij onze buurjochies aan met een grijns op ons gezicht: ‘Wat eten we?’
We waren best wel ‘gemeen’, en ze waren nog wel zo superlief. Ze verblikten noch verbloosden als Zus of ik weer in hun hangmatje lagen, en het kwam gewoon ook echt niet in hun hoofd op om te weigeren als we ze vroegen de volgende dag pannenkoeken voor ons te bakken of zo.
We waren dól op onze buurjongens.
‘Egggwelll!!!’

Er was naast Walter en Patrick nog een Nederlandse host. Zijn naam ben ik – waarschijnlijk opzettelijk- vergeten. Het was net een strontvlieg, niet weg te slaan.
Op een middag kwam hij met een 6-pack halve liters bij ons aan en stopte het zonder ook maar wat te vragen in ons koelkastje. We zouden die avond met de hele groep in Perpignan gaan stappen. ‘Voor als we terugkomen’, verklaarde hij met een hele enge knipoog.
Hij had zijn hielen nog niet gelicht of Zus vroeg: ”Egggwelllltoffff….Biertje Nar?’

Ja. ‘Toffff wellll’ en ‘Egggwelllltoffff’ waren zo’n beetje de meest gesproken woorden in die vakantie. Ik heb nooit meer zo veel gelachen als toen in die melige vakantie. Ik kon dan ook om / met niemand zo vreselijk lachen als met mijn zus. We konden ruzie maken, o jee ja!, maar wat hebben we samen ook vreselijk veel lol gehad.
‘Ab- Fab’ lol noem ik het maar.
Ik weet nog wel dat ze me een keer belde en vertelde dat er zo’n leuke nieuwe serie op de buis was. Toen ze vertelde waar het over ging kregen we al vreselijk de slappe lach.

Zus kreeg later nog iets met een van die Engelse jongens. (Rechts op de foto). Hij was een kop kleiner dan haar, en ik kreeg ‘iets’ met Walter. Smoorverliefd was ik op die jongen, maar hij had al een serieuze relatie met een meisje in Engeland. Bij hun tent hadden ze een grote hangmat met een tweepersoons matras erin, waar ik vaak met hem lag om wat te kletsen terwijl we naar de sterren keken en we naar Barbra Streisand luisterden, zijn favoriete cd. Ondanks dat er tussen ons niet heel veel meer gebeurde dan dat ik in zijn armen lag en ik af en toe een zoen op mijn mond kreeg vond ik het über- romantisch!

Man wat had ik een verdriet toen ik weer thuis was in Nederland.
Het nam zelfs zulke extreme vormen aan dat Zus een brief naar ‘Wally’ had geschreven. Ik kwam de brief tegen toen ik na haar overlijden haar papieren uitzocht:
‘Gaat niet goed met Narda hoor. Ze wil alleen nog maar naar Barbra Streisand luisterden. Eggniettoffff’

Of ze hem ooit heeft opgestuurd?
Vermoedelijk wel.
Ik kwam namelijk bij het uitzoeken van de foto’s een foto tegen van een slapende Wally op zus haar bank in Winschoten. 

Misschien heeft ze me er ooit wel over verteld en ben ik het gewoon vergeten. Het is immers al heel lang geleden.

Kon ik het haar nog maar vragen…

Uit de kast

Soms open ik de kast.

Zet ik gewoon de deuren open en sta ik ervoor.
Kijk naar wat foto’s.
Raak gewoon wat dingetjes aan.
Een oorbel.
Een knoop van een brandweerjas.
Een oud portemonneetje.

En soms dan pak ik wat.
Een boekje bijvoorbeeld.
Zoals ik vandaag dit boekje pakte dat ik ooit aan mijn zus gegeven heb.
En dan kijk ik er wat in.
En ben ik blij dat ik haar ooit heb laten weten hoeveel ze voor mij betekende.
image

image

image

Er is een periode geweest in mijn pubertijd geweest dat mijn zus meer een moeder voor mij was dan mijn moeder zelf. Mijn moeder was in die periode nogal labiel, mijn vader nogal autoritair en ik nogal recalcitrant. De enige stabiele factor was mijn zusje die maar steeds weer probeerde de vrede te bewaren…

image

Me Gustas tu

Het is alweer een tijdje geleden dat ik iets op mijn blog geschreven heb, soms gaan die dingen gewoon zo.
Niet alleen bij mij, kennelijk ook bij anderen. Bij mij heeft dat niet echt een reden. Maar om Mirjam begin ik me een beetje zorgen te maken. Heeft iemand nog iets van haar gelezen of gehoord?

De dagen gaan hier gewoon zijn gangetje. De tuin is eindelijk betegeld. Wat een klus was dat voor die mannen. Afgelopen maandag zijn ze weer met z’n tweeën van acht uur tot 19:00 bezig geweest. Gelukkig hadden we een vaste prijs afgesproken. De foto’s volgen nog wel als het er buiten weer wat vrolijker uitziet. Wat een guur weer toch hè mensen?!

Verder rommelen we gewoon lekker door hier. Ik droom de laatste tijd trouwens wel veel. Met name over mijn zus, maar ook over mijn moeder. En zo echt lijkt het soms. Gisternacht vroeg ik aan mijn zus of ik haar kon aanraken en een knuffel kon geven en dat kon gewoon. Terwijl ik in mijn droom wist dat ze in mijn droom was, zo bizar.

Nog zoiets bijzonders: toen we in Zwolle waren had ik mijn neef ( de zoon van zus) op het hart gedrukt dat als hij iets wilde weten of iets van haar wilde hebben wat bij ons op zolder ligt hij het echt tegen me moest zeggen. Een paar daagjes later vertelde hij dat hij al een een paar dagen zocht naar een liedje waar mijn zus vaak naar luisterde. ‘Spaans, met een radio erdoor’, en nog wat van die vage aanwijzingen.
Mèn, we zijn hier de hele avond onder de pannen geweest, hij vraagt nooit zoiets dus dit was zo belangrijk voor hem.
En voor mij dus als tante.
Uiteindelijk begon er bij een vriendin van mijn zus een lampje te branden, en de volgende morgen schreef ze me het antwoord. 
Neef was er zo blij mee!

Grappig- of toevallig- maar een paar dagen later Appte neef me dat Manu Chou in Zwolle op zou treden op Koningsdag.
Helaas moest ik werken…

En drie maal raden waar ik in de trein naar luisterde😎

For Good Old times sake…

Morgen is M1 jarig.
M1 was ooit de verloofde van zus en heeft dezelfde voornaam als ‘Ex’, de ex van zus, vader van Neef.
Vandaar M1 en M2.

Ik ken M1 sinds ik een meisje van veertien, vijftien ben.
Ik plaagde hem om zijn oren en trok met een pincet zijn beenhaar uit, wat hij me grootmoedig toestond. M1 was als een broer voor mij.

M1 over de vloer kwam de sfeer thuis zeer ten goede. Hij was altijd even bedaard, geduldig en weloverwogen. ‘Laat je nou niet gek maken Nar’, zei hij wel eens.
Ik hield van M1 als van een broer. Nee, Sint gedichten voorlezen kon hij niet, maar als de Risk legers om de oren vlogen was hij je man!

Na elf jaar verbrak mijn zus de relatie. M1 heeft nog een weekje bij Mart en mij gelogeerd. Hij was er kapot van, at niet meer, sliep niet meer.
Ik maakte me zorgen.
Was woest op mijn zus.
Hoe kòn ze?
Later heeft mijn moeder me meer verteld waardoor ik het heb kunnen begrijpen, maar ik was er evengoed ontzettend verdrietig over. Zoals gezegd: Hij was als een broer voor me.

Toen zus in 2007 haar herseninfarct kreeg heb ik hem gebeld. Hij kwam. Hij was erbij toen ik zus – met geweld (onmacht) – over probeerde te halen naar de Zaanstreek te verhuizen. Na die avond heb ik mijn zus een beetje los kunnen laten. -Dat moest ik ook van Remco, anders zou ik er zelf aan onderdoor gegaan zijn-.
M1 bezocht haar, in Heliomare, later, toen ze thuis was bij haar thuis, en nog weer later op de camping waar hij met mijn zus, ouders, Kyl en neef tot in de vroege uurtjes ‘eenendertig’ speelde.

M1 is altijd van mijn zus blijven houden denk ik.

Op de dag van haar overlijden heb ik hem gebeld.
Hij was met zijn ouders op de condoleance en de crematie.
Hoewel we amper spraken wist ik dat hij er kapot van was.

Morgen wordt hij 51.
M1.
Kennen jullie het filmpje van A-HA?
Dat was de M1 look-a-like! Hij was zo ontzettend knap.
Nee, op de crematie van mijn moeder was hij niet. Zijn ouders waren er wel. 
Ik maak me vaak zorgen om hem.
Met zijn broertje (mijn leeftijdsgenoot met wie ik een jaar MBO heb gedaan) heb ik af en toe contact via LinkedIn.
Hij ziet zijn broer ook niet vaak en maakt zich ook best zorgen. 

Boven staat sinds december 2015 een tasje klaar met wat spullen van zus voor hem.
Eendjes.
Een boek.
Brieven.
Echt antiek Boerenbond waarvan ik nog weet dat het bij zijn oma vandaan komt, dat soort dingen.
Ik denk dat hij het te moeilijk vindt. Gewoon, de confrontatie met die spullen van hem en mijn zus.

Mijn zus was ook zo intens.
Op iedereen die haar gekend heeft liet ze een onuitwisbare indruk na, zeker op de mannen. Gut ze heeft wat harten gebroken. Ik zal nooit vergeten dat Heiko, een speler van Schalke ’04, een heel weekend lang in zijn oranje kever onder haar slaapkamerraam ‘You are my special Angel’ draaide.
Zo zielig was dat…

Ik hoop dat het ooit nog goed zal komen tussen M1 en mij.
De tijd zal het leren.
-Je hoeft mensen niet dicht bij je te hebben om van ze houden.-

Lieve M1,
Deze is voor jou:

For Good Old Times Sake XXX

Over troost

Door Myriam ben ik uitgenodigd om de volgende tag in te vullen.
De tag komt van Zinderen, een Vlaams blog. Het was eigenlijk wel goed voor me om even over haar vragen na te denken.
Ik heb ze niet allemaal beantwoord, deze vond ik genoeg.
Wees gerust ik ga niemand taggen, maar voel je vrij om hem eventueel over te nemen, graag met vermelding van de link naar  Zinderen

Goed, kom maar op:

Wat is troost eigenlijk?

Een goede vraag. Het kan zoveel vormen aannemen: een moeder die haar kindje sust, een arm om je heen, een hand op je schouder, of je liefste die je stevig vasthoud in de ellenlange nachten die nooit voorbij lijken te gaan. Aanwezigheid, een blik, een kaartje, een kus, de tijd nemen om te luisteren. Een hond die je blij begroet, je kat die niet van je zijde wijkt als hij voelt dat je verdriet hebt…Soms een fles wijn, of een beker anijsmelk. Dat soort dingen.

Heeft iedereen recht op troost?
Kinderen altijd. Verder ligt het er aan vind ik.

Word je zonder troost hard en kil?
Hm. Daar zit misschien wel wat in. Daarom denk ik ook dat kinderen altijd troost (hoort bij liefdevolle opvoeding) moeten krijgen als ze dat nodig hebben. Ik loste vroeger in mijn pubertijd mijn verdriet zèlf wel op thuis. Ben ik hard? Nee, ik geloof het niet. Kil? Ook niet. Maar ik kan het absoluut wel zijn als de situatie daarom vraagt. Voor mezelf zeker, maar ook voor anderen. Maar voordat het zover komt ben ik een ei.

Ben jij een goede trooster?
Voor mijn kind en man geloof ik wel. Niet dat dat veel nodig is gelukkig. Voor de rest doe ik mijn best. Ik vind het wel makkelijker om een man te troosten. Ik kan misschien soms wat rechtstreeks en oplossingsgericht troosten, zeg maar.

Wanneer heb jij troost nodig?
Ik kan mezelf aardig goed troosten. Ik huil niet zo snel en niet zo vaak. Maar soms… Als een naaste overlijdt bijvoorbeeld. Dan heb je echt alle steun wel nodig van elkaar. Ook toen onze Bordeauxdog (Beau)Nino overleed was ik daar kappot van, en dat zal ik ook zeker zijn als Bram (of Spook) zal komen te overlijden. Verder kan de combinatie van volle maan, harde wind en mezelf niet lekker voelen er nog wel eens voor zorgen dat ik een beetje labiel word en even een avondje heel erg veel troost en aandacht nodig heb. Dan kruip ik lekker weg bij Remco.

Wat biedt jou troost?
Vooral aanraking, maar ook begrip. Of het geduld wanneer ik weer eens even het verschil vergeten ben tussen de emoties boosheid en verdriet. En wat ik hierboven bij de eerste vraag al schreef allemaal.
Misschien moet ik het aanvullen met:

Mensen die even zomaar vragen hoe het met me gaat, ook al heb ik geen zin om erover te praten. Of die laten weten dat ze weten dat het het vast ‘een moeilijke dag zal zijn vandaag’. Fotoboeken, mooie spulletjes op de plank in de kast die nog een beetje naar ze ruiken.  Hun stem in mijn hoofd alsof ze naast me staan. Een oude fijne handdoek van mam waar ik mijn rug mee droog wrijf. Een cd van pap. En zijn lichtblauw sweatshirt. Mams laarsjes en rok in mijn kast. Zus’ jas. Casettebandjes. Oude boeken waarin zij lazen, of de waarheid meenden te vinden. Mijn blog waarin ik over ze terug kan lezen en waarin ik over ze kan schrijven om ze levend te houden: de vele herinneringen; soms ineens weer zo een waarvan je niet besefte dat je hem nog had. Oude brieven die mijn ouders elkaar schreven.Hun ringen om mijn vinger. Het kruisje om mijn nek dat mijn vader voor mijn moeder kocht toen mijn zus was geboren.  Dagboeken. Schilderijen. Rituelen en ‘gekke’ gewoonten. De verhalen over hen, die ik nog niet kende, die mij verteld worden door anderen. De gesprekken die we nog konden hebben om alles nog te zeggen (helaas niet bij Zus). Mijn tantes en ooms, nichten en neven. Blogmaatjes, vrienden en vriendinnen. En bovenal mijn kind en het hare, waarin ik ze zo herken. Maar ook: De zon in mijn gezicht. Sneeuwklokjes die net boven de grond komen piepen. Frisse lucht in mijn longen. Bomen die weer bloesem krijgen. Een blaffende hond. 

Momenten van stille berusting en aanvaarding.

Het aanbreken van weer een nieuwe dag
en de zekerheid van de dood.