We 300: Evenaren

IMG_6864
bron

fictief
Dit was haar.
Hij wist het meteen.
Zoals altijd.
Ze was voor hem gemaakt.
Alleen voor hem.
Ze wachtte voor hèm daar in het schijnsel van de maan.

Op hoge hakjes.
Haar blonde haren gevangen in een brutale knot.
Dapper en alleen.
Er kwam niemand.
Er stopte niemand.
Zie je wel?

Hoe lang keek hij nu al naar haar?
Twee sigaretten.
Twintig minuten dus.
Hij stapte uit zijn wagen en rekte zich even voor hij nonchalant op haar afliep.
‘Mag ik je misschien wat vragen?’

Ze keek een beetje schuchter naar hem op. Een klein spoortje mascara op haar wangen bevestigde een verpeste avond en maakte haar nog kwetsbaarder.
Onweerstaanbaarder.
Ze was jong.
Jonger dan hij van een afstandje had gedacht.
En mooier.
Nog veel mooier.

Nu kwam het erop aan.
‘Heb jij misschien mijn dochter gezien? Ik zou haar hier om half vier ophalen’.
Ze haalde haar schouders op.
‘Iedereen is denk ik al weg. Ik sta hier al een tijdje’.
Hij glimlachte haar geruststellend toe.
‘Dat zag ik ja.
Ik ook’.

Hij zweeg even om haar geur, prikkelend als de eerste bloesem in maart, zo diep mogelijk in te kunnen ademen.
‘Is er misschien ergens een afterparty?’
‘Misschien bij ‘De Zeven Zonden’.
Kent u die tent in het centrum?’

Hij schudde zijn hoofd.
‘We zijn nieuw hier in het dorp. Mijn dochter is met een ouder buurmeisje mee’.
Hij geloofde het bijna zelf.
‘Moet jij misschien ook naar het dorp?
Kan ik je een lift aanbieden?’
Weer haalde ze haar schouders op.
Hij glimlachte vaderlijk.
‘Je zou hier beter niet alleen staan meisje.
Kom, dan breng ik je even naar huis’.

Onnozel stapte ze in.
Het was weer makkelijker gegaan dan hij dacht.
Nog eentje hierna, eentje maar. En dan had hij er net zoveel als Ted.

————————————————————
Dit verhaal heb ik geschreven voor de maandelijkse schrijfuitdaging van Plato.
Het is de bedoeling dat je een verhaal van exact 300 woorden schrijft dat betrekking heeft op het door Plato opgegeven woord. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Deze maand is het woord: evenaren

Advertenties

WE300: De eerste klant

IMG_6568

fictief

Het was vroeg.
Er hing een klamme dauw over het dorp. Mijn billen waren steenkoud. Hier en daar brandde nog een vuurtje in een van de vele korven die gaandeweg in de nacht waren ontstoken. Het bier en de oranjebitter hadden inmiddels plaats gemaakt voor koppen sterke koffie.
Ik trok mijn dekentje nog maar wat op.

In de verte kwamen een man en een meisje aan lopen.
Vreemdelingen, zag ik toen ze me naderden.
‘Kijk dan pap!’
Het meisje rukte haar handje los, en huppelde naar mijn kleed waar ze zich plompverloren op haar knietjes liet vallen.
‘Deze wil ik!’
De man glimlachte en knikte me een beetje verlegen toe.

‘Hoeveel wilt u er voor hebben?’
‘Tien meneer’, zei ik.
‘Voor tien euries mag u hem zo mee nemen’.
Tien euro was echt níets!
De klant zette zijn benen iets uit elkaar en rechtte zijn rug.
Hij wiebelde een beetje van zijn ene naar zijn andere voet.
De handen hield hij in de zakken van zijn broek terwijl zijn ogen de mijne zochten.
‘Vijf’ zei hij, toen hij ze gevangen had.
Ik had het amper kunnen verstaan.
Zijn dochtertje draalde een beetje naast hem.
‘Toe pap?’

Ik zweeg.
Vijf was te weinig.
Ik wist het.
Maar hij toch ook?
Ik dacht na.

‘Ik heb nog twee zakken hooi in de schuur en voer wat u er gratis bij mag’.
De man aarzelde.
-Voor minder deed ik hem echt niet weg.-
Het meisje trok aan zijn arm.
‘Alsjeblieft pap, alsjeblieft?’

Weer keek de man me recht in mijn ogen aan.
Er was iets.

‘Vijf’, herhaalde hij, zelfs nog zachter dan even daarvoor met een oprechtheid die me tot diep in mijn ziel raakte.

Even later gingen ze weer verder.
De vreemde man, het huppelende meisje
en de kooi van Hammie.

Ik heb ze nooit meer gezien.

—————––———————-

Dit verhaal heb ik geschreven voor de schrijfuitdaging van Plato.
Iedere maand is het weer een uitdaging om in precies 300 woorden een verhaal te schrijven waarin het woord dat Plato opgeeft niet mag voorkomen. Het verhaal moet wel over het woord gaan.
Deze maand was het woord: afdingen.

Kijk voor meer verhalen even bij
http://platoonline.wordpress.com

Foto 2003: van links naar rechts: Narda, Kylian (net 6), Neef (5) en (Beau)Nino.

Het slooppand

fictief

Het waren de stemmen die het eerst vaag tot haar door waren gedrongen. Veraf, hol, alsof ze zich onder water bevond. Daarna was het de pijn geweest.
De verschrikkelijke pijn die bezit had genomen van haar hele lijf.
En de angst.
-Ze wist het weer.-

Ze lag op haar rug.
Hoe lang lag ze al daar?
Haar handen waren vastgebonden aan het frame van het bedspiraal.
Haar benen waren wel los.

Ze beefde.
Haar broek was tot aan haar knieën nat.
De stank van haar eigen urine vermengd met de bedompte lucht in het vertrek maakte haar misselijk.
Ze kokhalsde een beetje.
Even verderop hoorde ze met regelmaat een druppel in een plasje water vallen.
Er schuifelde iets onder haar bed.
Een rat!
In paniek bewoog ze haar zere heupen op en neer op het piepende matras. Was hij weg? Ze hoorde het slepende geluid van zijn staart door de gang langzaam verstommen.

Voorzichtig probeerde ze of ze haar ogen open kon doen.
Haar linkeroog zat helemaal dicht. Het klopte en bonkte. Haar rechteroog ging wel een stukje open, net genoeg om het kleine brandende peertje aan het plafond te ontwaren.

Voorzichtig tilde ze haar hoofd een stukje op.
Gelukkig.
Niemand.
En nu?
Opeens zag ze het groene verlichte bordje.
Nooduitgang.
Ze was in ieder geval in een gebouw.
Of liever ònder een gebouw.
En betekende gebouwen niet: mensen?
Mensen die haar zouden komen bevrijden.
Een ambulance zouden bellen en de politie.
Zíj waren nu vast wel weg.
De sukkels hadden haar niet eens geblinddoekt.
Of monddood gemaakt.

In een reflex begon ze te gillen.
Ze negeerde haar pijn en trapte zo hard als ze kon zijwaarts tegen de kale muur naast haar ijzeren matras.
Dat móésten de mensen toch wel horen?

Het duurde niet lang.
Hooguit twintig seconden,
voor ze bij haar waren.

-Verder was er niemand.-

————————————————————–

Iedere maand verzint Plato een nieuwe schrijfuitdaging.
Het is de bedoeling dat je in precies 300 woorden een verhaal schrijft waarin het door Plato opgegeven woord niet in de tekst zelf mag voorkomen. Deze maand is het woord: ‘Waarnemen’. Het verhaal wat ik gisteren geplaatst heb was eigenlijk ook bedoeld voor deze uitdaging, maar ik zat ver over de 500 woorden.
Vandaar dus hier mijn tweede poging.
Voor meer verhalen, of als je mee wilt doen, kun je kijken bij:
http://platoonline.wordpress.com

WE300: kwaliteit

Vervolg op de We 300 van september: ‘renoveren’:
———————————————–
Peter en Linda stonden samen op het balkon van de verwaarloosde flat.
Zijn armen om haar heen irriteerden haar opeens mateloos. Abrupt draaide ze zich van hem af.
‘Nou, zeg eens eerlijk, denk jij dan werkelijk dat hier nog iets moois uit voort kan komen?’
Peet zuchtte diep.
‘En jij? Denk jij dan werkelijk dat jij hier gelukkig zult kunnen zijn met een goedkoop Gamma laminaatje op de vloer en een bankje van Leen Bakker?’
Ach kom. Laat me niet lachen’.

Hij had gelijk.
Ze zou het hier vreselijk vinden.
Ze zou haar mooie grote huis zo missen.
Haar mooie spulletjes die ze zo met zorg had uitgezocht.
Uren was ze erop uit geweest in haar mooie Porsche cabrio-tje.
En nu stond ze hier op dit stomme balkon.
Ze dacht aan haar dakterras met de grote platanen in potten die zo subtiel hun welkome schaduw over de zondagse lunch konden werpen.
Ze kon bijna het zilver van het bestek zachtjes in hun geruststellende regelmaat horen tikken op de mooie borden, en de champagne belletjes zien in haar kristallen glas.
Nou ja. Haar?
Eigenlijk was er niets van haar. Eigenlijk was het allemaal van Peet.
Eigenlijk was ze zelf niets meer dan slechts een collectors item.
Was ze maar met hem getrouwd geweest, of had ze maar op zijn minst een samenleef contract met hem gehad.
Verdomme!

‘Kom schatje, je stelt je aan.
Laten we het alsjeblieft vergeten’.
Zachtjes streelde Peet haar wang.
Troostend.
Ze liet hem.
Soms kon hij zo lief zijn.
‘Lin, er kan niemand aan jou tippen. Jij hebt klasse!’.
Voor op straat waren wat jongens gaan voetballen.
De bal raakte het ijzeren hek dat het fabrieksterreintje omsloot.
Het rammelde troosteloos.
Linda huiverde.
Leen Bakker.
Gamma.

Ze zou niet eens weten hoe ze er moest komen.

Geschreven voor Plato’s schrijfuitdaging voor de maand oktober: ‘Schrijf een verhaal in precies 300 woorden. Het onderwerp is deze maand ‘kwaliteit‘. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen:
http://platoonline.wordpress.com

We 300: Renoveren

Het beloofde een mooie dag te worden maar de mist was nog maar nauwelijks verdwenen op dit vroege uur in september. Linda had haar adem net niet lang genoeg in kunnen houden toen de lift hen naar boven bracht. Ze nam een diepe teug lucht. Dat was beter. Ze huiverde een beetje en sloeg haar vest wat dichter om haar lijf. ‘Gaat het?’
Ze keek Peter niet aan.
Ze zei niks.
Haalde kort haar schouders op.
Wat moest ze zeggen?

De galerij op de zevende echode naargeestig toen ze samen naar de woning liepen. Dus hier zou ze dan voortaan lopen. Met haar boodschappen. Nou ja, zoveel had ze straks natuurlijk niet meer nodig.
‘Zal ik?’
Peter opende de deur.
Binnen wachtte een donkere bedompte hal. Linda aarzelde even voor ze over de drempel stapte.

De keuken lag aan de galerij.
Hij was oud. Muf. Vet.
De woningbouwvereniging had al gezegd dat er nog het nodige aan de woning zal worden opgeknapt.
‘Nog aardig ruim Lin, daar valt best wat van te maken toch?’
Linda liep door naar de badkamer. ‘Mijn hemel, ik wist niet dat dit nog bestond?’
Ze keek naar het oude lavet waarboven een oude douchekop hing.
Ze dacht aan haar stoomdouchecabine in de luxueuze badkamer thuis die Peter en zij zelf ontworpen hadden.
De cabine waarin Peter en Manon……Notabene haar een na beste vriendin!
‘Lin, je hoeft niet!’
Ze liep verder. Aan de grote slaapkamer grensde een klein balkon.
Ze opende de deur en leunde over de balustrade. Door een waas van tranen keek ze toe hoe de eerste zonnestralen het industrieterrein van zijn grauw verloste.
Ze voelde hoe Peter achter haar kwam staan. Voorzichtig sloot hij haar in zijn armen.
‘Lieverd, blijf alsjeblieft bij me’.
Ze zuchtte diep.
‘Denk jij dat hier nog best wat moois uit kan komen?’

Geschreven voor Plato’s schrijfuitdaging voor de maand september: ‘Schrijf een verhaal in precies 300 woorden. Het onderwerp is deze maand ‘renoveren‘. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen:
http://platoonline.wordpress.com

WE300: Maandagmorgen

Iedere maand kun je meedoen aan de WE 300 van Plato. Het is de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin je het WE woord niet vermeld.
Deze maand is het woord ‘Gedenken’
Voor meer WE 300 verhalen zie:
http://platoonline.wordpress.com

Maandagmorgen

“Er is een meisje…”

met vast een staartje
in haar haar,
een kettinkje,
stralend als haar lach
gekregen op haar verjaardag
van een oma uit Wassenaar…

Met duizend vrienden,
een leuke klas.
Soms humeurig
vaak in haar sas.
Vast een sporttas -stand-by-in een hoek
en zo’n klein slotje,
op haar dagboek
Met natuurlijk een eigen wil,
dus al een tijdje aan de pil
en een baantje,
in een restaurant,

Ouders.
Een broertje.
En
Een fiets.

Slechts 1 vermelding in de krant
en dan heeft ze helemaal
niets.

“Er is een meisje
dood gereden
17 jaar”

Ik ken haar
niet.

Begin jaren ’90 heb ik dit gedichtje geschreven over een meisje van 17 die in ons dorp op haar fiets is aangereden door een automobilist. Ze is hierbij overleden aan haar verwondingen.

De Vliegende Hollander

Vandaag moest het gebeuren.
Vrijdag de dertiende.
Er waren geen excuses.
-Hij had geen blessures.
Was in topconditie.
Scherp.
Hij kon het-
Had inmiddels toch wel bewezen dat hij het kon?

Uiterlijk koel betrad hij het veld.
Hier ging het om.
Draaide het om.
Zijn taak
was het doel.
Oké.
Dit was dan een poulewedstrijd.
Onvergelijkbaar.
Geen wraak.
Maar toch.

Hij moest gewoon zijn ding doen.
Hij speelde niet voor niets zijn 86ste interland voor Oranje? Had toch niet voor niets al 44 doelpunten voor Oranje op zijn naam?

Spanje speelde duidelijk beter.
Oranje stond inmiddels met 1-0 achter.
Hij voelde zich nog wel fit.
Rook wel de kansen.
-2 gemiste al-
Maar hij had er een neus voor.
Altijd gehad.
Daar moest hij op vertrouwen

44ste minuut.
Blind had de bal.
Robin stak zijn arm omhoog.
Blind schoot.
Dit was het.
Hij wist het,
voelde het.
Als in slowmotion liep hij richting het doel terwijl zijn ogen de bal bleven volgen
die in een waas van oranje naderde.
Uiterste concentratie.
Toen werd het stil om hem heen.
Slechts hij was daar, alleen met de bal.
In een nano seconde overwoog hij zijn kansen.
Met kracht zette hij zich af van de mat.
Hoog.
Hoger.
De bal kwam dichter en dichterbij tot hij hem
precies op het hoogtepunt van zijn vlucht met net genoeg effect in de juiste graad en de juiste snelheid weg kopte.
Tenminste, dat hoopte hij.
Daarna strekte hij zijn armen om zijn val te breken.
Het gras kwam onomkeerbaar dichterbij tot hij zijn ogen sloot. Heel even verloor hij de bal uit het zicht, een fractie maar, op het moment dat zijn kin de groene mat raakte.
Toen hief zijn hoofd.
Zat ‘ie?

In 1 vloeiende beweging stond hij weer op en rende naar zijn coach.
Zijn arm in euforie geheven.

Hij zat.

Geschreven voor de uitdaging van Plato. De opdracht van juni: schrijf een verhaal in 300 woorden over ‘Scoren’.
Het woord scoren zelf mag niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen: http://platoonline.wordpress.com/we300

We 300: Twisten. (Inez deel 2)

fictief
Het was inmiddels tien uur.
De meiden waren al naar boven.
Tandenpoetsen.
En dan slapen.
Kees was er nog steeds niet.
Overwerken.
Ja ja.
Zeker samen met die nieuwe secretaresse.
Inez was het meer dan zat.
Ze schonk nog maar een glaasje in.
Mocht zij ook eens wat?

Met haar voeten onder haar benen plofte ze weer op de bank.
In haar eigen hoekje.
Het zijne was leeg.
En koud.
Akelig leeg.
En koud.

Zal ze hem een berichtje sturen?
Gewoon:
Vragen of hij zo kwam.
Of misschien een spannend berichtje.
Net als vroeger.
Als ze daar nog aan dacht!

Misschien was dat het wel.
Misschien was ze gewoon saai.
Te saai voor hem.
Met haar wasgoed.
Haar aardappels
en haar stomme staartje.
Inez pakte de spiegel uit de hal.
Ze was nog maar een schim.
Bleek.
Hol.
Kleurloos.
Seksloos.

Inez hing de spiegel terug en liep naar boven.
De meiden waren stil.
Ze deed haar kast open.
Ergens moest ze nog dat setje hebben liggen.
Ze had het nooit gedragen.
Het was haar te ordinair.
Maar voor vanavond was het ideaal.
Misschien zou het setje haar huwelijk wel redden.
Kijk, daar is het.
En het paste ook nog.

Nadat ze haar haar had bevrijd van het elastiekje en zich zwaar had opgemaakt ging Inez weer naar beneden.
Kwart voor elf.
Hij zou nu echt zo wel komen.
Best spannend.
Ze pakte vast een extra glas en schonk het hare nog eens vol.
Misschien kon ze vast een muziekje uitkiezen…

…Om half drie schoot Inez overeind.
Ze moest in slaap gevallen zijn.
Heel zachtjes hoorde ze de buitendeur dichtvallen.
Daar zul je hem hebben.
Kees.
Eindelijk.

Inez stond op en sloeg haar armen voor haar buik.
‘Zo. Lekker overgewerkt Kees?’

Geschreven voor de schrijfuitdaging van Plato.
Zie voor meer verhalen:
http://Platoonline.wordpress.com/2014/04/25/we-twisten

Paaskronkels op Goede Vrijdag: hoe het nou eigenlijk zit met die haas en dat ei

Het is vandaag Goede Vrijdag.
Ach, het Geloof.
Ik heb er niets mee.
Niets met het Christendom, Jodendom, Islam of met welk ander geloof dan ook.
Maar goed, ieder zijn ding natuurlijk, en zolang je niemand daarbij kwaad doet?
Een geloof stimuleert natuurlijk wel groeps-vorming, wat op zich weer garant staat voor conflicten met andere groepen, zo zit de menselijke natuur in elkaar als je het mij vraagt. Mensen zoeken veiligheid, geborgenheid, ze willen ergens bij horen. Onze groep is goed, de andere groep is fout. Mijn schoolbijbel stond vol met dit soort voorbeelden van indoctrinatie.
En wat is het gevolg?

Waar of wat ik dan wel geloof?
Ik geloof dat energie de bron is van alles.
Yin Yang, zwaartekracht, aantrekkingskracht, en vooral de energie die liefde voortbrengt.
Energie kun je opwekken door beweging. Maar ook met je gedachten, of gewoon een mantra. Daarom is het volgens mij belangrijk om positief proberen te denken.
Gebeden zijn eigenlijk ook een soort van mantra’s. Samen bidden kan mensen natuurlijk troost geven. Ook in je eentje kan het uitspreken van je gedachten -bidden, als je het zo wilt noemen- je veel goed doen. Maar dat komt dan volgens mij door de energie die je zelf daarmee in beweging brengt, en niet door e.o.a. god.
Rituelen zijn een manier om je gedachten te kunnen concentreren op iets, en nooit een doel op zich.

Wat zijn er trouwens veel goden en godinnen. Ik zie ze niet als wezens, maar als karaktereigenschappen die in ieder van ons gewoon aanwezig zijn. Door deze godinnen in gedachten aan te roepen kun je dus de eigenschappen die je op dat moment nodig hebt in jezelf naar boven halen.
Zoiets denk ik.
Er zijn goden en godinnen voor van alles en nog wat.
Altijd handig, gewoon even googelen.

Waar geloof ik nog meer wel in?
De kracht van edelstenen, jazeker.
En de vibraties van de verschillende kleuren natuurlijk.
In kruiden, acupunctuur, astrologie. Daar heb ik het laatst al over gehad. Ook weer die energie hè!? Alleen al de maan. Wist je dat sommige boeren rekening houden met de maanstanden? Dat is ook logisch, want de stand van het grondwater wordt beïnvloed door de maanstanden.
En wanneer vieren we Pasen?
Pasen valt altijd op de zondag en maandag na de eerste volle maan in de lente, dus de eerste volle maan na 21 maart.
En dus niet op de dag waarop Jezus herrezen is. Dat hebben ze er later van gemaakt.

De naam Pasen komt gewoon van de godin Easter. Ze was de godin van het voorjaar en van de herrijzende natuur. Een andere naam van deze godin is Ostara. In het Duits is het woord voor Pasen ‘Ostern’.

Easter, of Ostern werd al gevierd ver voordat Jezus ook maar gekruisigd werd. We vierden dus in eerste instantie allemaal de wederopstanding van de natuur voor het geloof zich ermee ging bemoeien.

Hoe dat dan met die eieren zit?
In vroeger tijden legden de kippen geen eieren in de winter omdat het daar simpelweg niet lang genoeg licht voor was.
Als de kippen weer gingen leggen moest er eerst gezocht worden naar de nieuwe legplekjes, want kippen zoeken graag hun eigen favoriete plekje uit om te gaan broeden.
Eieren zijn natuurlijk ook het symbool van vruchtbaarheid. Misschien waren ze wel een offer.
Door het kleuren van de eieren gaf men er gewoon een beetje extra energie aan door middel van de kracht van de verschillende vibraties die kleuren geven.
-Best lekker hoor, eitjes schilderen. Verstand op nul, erg ‘Mindful’-, en gewoon ook een simpel ritueel.

En de Paashaas?
Nou, dat heb ik ook even opgezocht:
De haas, een zeer vruchtbaar dier, was gewoon aan godin Easter gewijd.
En waarom hij nou met dat mandje eieren rond zeult?
Een oud hazeleger was natuurlijk heel erg geschikt voor de kip om haar eitjes in te leggen. Het leek dus gewoon alsof de haas wat eitjes had gelegd.
Wisten zij veel!
Ja, daar geloof ik heilig in.

Misschien toch maar even een choco Paashaasje kopen om te offeren.
Aan de Easter in mezelf.
Een beetje vernieuwing en groei kan immers nooit kwaad;-)

Wat en hoe jij het ook gaat vieren: Ik wens je vast hele fijne Paasdagen!

Manipuleren We 300

Zomer 2013. Ergens in het grote Lake District…

Hij dacht aan zijn moeder terwijl ze boven op de berg stonden. Eindelijk. Ze hadden twee uur geklommen.
Had ze hem niet vooraf gewaarschuwd? En nu liep hij hier in de godsgruwelijke hitte langs dezelfde berg naar beneden, maar dan aan de andere kant. Ergens in het Lake District. En hij voelde zich eenzamer dan ooit. Had hij maar geluisterd.
Maar wat had hij kunnen beginnen?
Het was de zomer van 2013.

Gister was er al het gedoe in die kutbus. ‘Even snel, come ‘on, no probleem Kyl, your not à pussy, are you?’ had zijn vader gezegd in een ongeloofwaardige mix van slang en clog’s.
De realiteit was dat ze vier uur boven in een dubbeldekker hadden gezeten op weg naar een -‘you’re gonna love it!’ view, wat achteraf natuurlijk geen ene fuck voorstelde.
Stom dat hij zelf niet aan een fles water had gedacht.
Mam had het nog zogezegd.
‘Doe niets wat je zelf niet wilt, beloofd?’

‘Come on Kyl’, zijn vader stapte stevig door.
‘Are you sure dad?’
Absoluut. Nog even een ‘klain stoektje doorwandelen en dan stappen wie aan de andere kant van de berg Zo weer op de boes naar de weg teroeg.’
‘Are you sure dad? ‘
__________________________________

Mijn mobiel piept in de fietsmand op de Krommeniedijk. Het is drie uur. Ik ben bijna thuis.
‘Mam, wil je me aub bellen. Nu?!’
Rem kijkt naar de Tour als ik Kyl spreek. Hoe heet die berg nou?
Mont Ventoux! Dat is ‘m!
‘Ik loop al uren mam. Acht uur gingen we weg. Ik ben bijna in een ravijn gevallen. We zijn verdwaald.
Er is hier geen pad. Geen water. Geen mens, ik ben bijna verdronken in drijfzand. Kon er echt niet meer alleen uit komen.
Zelfs de schapen vluchten hier. Dit is niet normaal hoor!’

‘Zodra je mensen ziet vraag je om hulp. En om water. Die twee!
Beloofd?’
Beloofd!
En gezworen.
Rem kijkt Ventoux.
En Ik zweet
peentjes.

Alweer.
Nog steeds krijgt hij het voor elkaar.

De Klootzak!

PlatoOnline’s WE-300 schrijfuitdaging: schrijf een verhaal van exact 300 woorden, waarin het thema-woord niet voorkomt! Themawoord voor maart 2014= Manipuleren.