We 300: Evenaren

IMG_6864
bron

fictief
Dit was haar.
Hij wist het meteen.
Zoals altijd.
Ze was voor hem gemaakt.
Alleen voor hem.
Ze wachtte voor hèm daar in het schijnsel van de maan.

Op hoge hakjes.
Haar blonde haren gevangen in een brutale knot.
Dapper en alleen.
Er kwam niemand.
Er stopte niemand.
Zie je wel?

Hoe lang keek hij nu al naar haar?
Twee sigaretten.
Twintig minuten dus.
Hij stapte uit zijn wagen en rekte zich even voor hij nonchalant op haar afliep.
‘Mag ik je misschien wat vragen?’

Ze keek een beetje schuchter naar hem op. Een klein spoortje mascara op haar wangen bevestigde een verpeste avond en maakte haar nog kwetsbaarder.
Onweerstaanbaarder.
Ze was jong.
Jonger dan hij van een afstandje had gedacht.
En mooier.
Nog veel mooier.

Nu kwam het erop aan.
‘Heb jij misschien mijn dochter gezien? Ik zou haar hier om half vier ophalen’.
Ze haalde haar schouders op.
‘Iedereen is denk ik al weg. Ik sta hier al een tijdje’.
Hij glimlachte haar geruststellend toe.
‘Dat zag ik ja.
Ik ook’.

Hij zweeg even om haar geur, prikkelend als de eerste bloesem in maart, zo diep mogelijk in te kunnen ademen.
‘Is er misschien ergens een afterparty?’
‘Misschien bij ‘De Zeven Zonden’.
Kent u die tent in het centrum?’

Hij schudde zijn hoofd.
‘We zijn nieuw hier in het dorp. Mijn dochter is met een ouder buurmeisje mee’.
Hij geloofde het bijna zelf.
‘Moet jij misschien ook naar het dorp?
Kan ik je een lift aanbieden?’
Weer haalde ze haar schouders op.
Hij glimlachte vaderlijk.
‘Je zou hier beter niet alleen staan meisje.
Kom, dan breng ik je even naar huis’.

Onnozel stapte ze in.
Het was weer makkelijker gegaan dan hij dacht.
Nog eentje hierna, eentje maar. En dan had hij er net zoveel als Ted.

————————————————————
Dit verhaal heb ik geschreven voor de maandelijkse schrijfuitdaging van Plato.
Het is de bedoeling dat je een verhaal van exact 300 woorden schrijft dat betrekking heeft op het door Plato opgegeven woord. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Deze maand is het woord: evenaren

Advertenties

WE300: De eerste klant

IMG_6568

fictief

Het was vroeg.
Er hing een klamme dauw over het dorp. Mijn billen waren steenkoud. Hier en daar brandde nog een vuurtje in een van de vele korven die gaandeweg in de nacht waren ontstoken. Het bier en de oranjebitter hadden inmiddels plaats gemaakt voor koppen sterke koffie.
Ik trok mijn dekentje nog maar wat op.

In de verte kwamen een man en een meisje aan lopen.
Vreemdelingen, zag ik toen ze me naderden.
‘Kijk dan pap!’
Het meisje rukte haar handje los, en huppelde naar mijn kleed waar ze zich plompverloren op haar knietjes liet vallen.
‘Deze wil ik!’
De man glimlachte en knikte me een beetje verlegen toe.

‘Hoeveel wilt u er voor hebben?’
‘Tien meneer’, zei ik.
‘Voor tien euries mag u hem zo mee nemen’.
Tien euro was echt níets!
De klant zette zijn benen iets uit elkaar en rechtte zijn rug.
Hij wiebelde een beetje van zijn ene naar zijn andere voet.
De handen hield hij in de zakken van zijn broek terwijl zijn ogen de mijne zochten.
‘Vijf’ zei hij, toen hij ze gevangen had.
Ik had het amper kunnen verstaan.
Zijn dochtertje draalde een beetje naast hem.
‘Toe pap?’

Ik zweeg.
Vijf was te weinig.
Ik wist het.
Maar hij toch ook?
Ik dacht na.

‘Ik heb nog twee zakken hooi in de schuur en voer wat u er gratis bij mag’.
De man aarzelde.
-Voor minder deed ik hem echt niet weg.-
Het meisje trok aan zijn arm.
‘Alsjeblieft pap, alsjeblieft?’

Weer keek de man me recht in mijn ogen aan.
Er was iets.

‘Vijf’, herhaalde hij, zelfs nog zachter dan even daarvoor met een oprechtheid die me tot diep in mijn ziel raakte.

Even later gingen ze weer verder.
De vreemde man, het huppelende meisje
en de kooi van Hammie.

Ik heb ze nooit meer gezien.

—————––———————-

Dit verhaal heb ik geschreven voor de schrijfuitdaging van Plato.
Iedere maand is het weer een uitdaging om in precies 300 woorden een verhaal te schrijven waarin het woord dat Plato opgeeft niet mag voorkomen. Het verhaal moet wel over het woord gaan.
Deze maand was het woord: afdingen.

Kijk voor meer verhalen even bij
http://platoonline.wordpress.com

Foto 2003: van links naar rechts: Narda, Kylian (net 6), Neef (5) en (Beau)Nino.

Het slooppand

fictief

Het waren de stemmen die het eerst vaag tot haar door waren gedrongen. Veraf, hol, alsof ze zich onder water bevond. Daarna was het de pijn geweest.
De verschrikkelijke pijn die bezit had genomen van haar hele lijf.
En de angst.
-Ze wist het weer.-

Ze lag op haar rug.
Hoe lang lag ze al daar?
Haar handen waren vastgebonden aan het frame van het bedspiraal.
Haar benen waren wel los.

Ze beefde.
Haar broek was tot aan haar knieën nat.
De stank van haar eigen urine vermengd met de bedompte lucht in het vertrek maakte haar misselijk.
Ze kokhalsde een beetje.
Even verderop hoorde ze met regelmaat een druppel in een plasje water vallen.
Er schuifelde iets onder haar bed.
Een rat!
In paniek bewoog ze haar zere heupen op en neer op het piepende matras. Was hij weg? Ze hoorde het slepende geluid van zijn staart door de gang langzaam verstommen.

Voorzichtig probeerde ze of ze haar ogen open kon doen.
Haar linkeroog zat helemaal dicht. Het klopte en bonkte. Haar rechteroog ging wel een stukje open, net genoeg om het kleine brandende peertje aan het plafond te ontwaren.

Voorzichtig tilde ze haar hoofd een stukje op.
Gelukkig.
Niemand.
En nu?
Opeens zag ze het groene verlichte bordje.
Nooduitgang.
Ze was in ieder geval in een gebouw.
Of liever ònder een gebouw.
En betekende gebouwen niet: mensen?
Mensen die haar zouden komen bevrijden.
Een ambulance zouden bellen en de politie.
Zíj waren nu vast wel weg.
De sukkels hadden haar niet eens geblinddoekt.
Of monddood gemaakt.

In een reflex begon ze te gillen.
Ze negeerde haar pijn en trapte zo hard als ze kon zijwaarts tegen de kale muur naast haar ijzeren matras.
Dat móésten de mensen toch wel horen?

Het duurde niet lang.
Hooguit twintig seconden,
voor ze bij haar waren.

-Verder was er niemand.-

————————————————————–

Iedere maand verzint Plato een nieuwe schrijfuitdaging.
Het is de bedoeling dat je in precies 300 woorden een verhaal schrijft waarin het door Plato opgegeven woord niet in de tekst zelf mag voorkomen. Deze maand is het woord: ‘Waarnemen’. Het verhaal wat ik gisteren geplaatst heb was eigenlijk ook bedoeld voor deze uitdaging, maar ik zat ver over de 500 woorden.
Vandaar dus hier mijn tweede poging.
Voor meer verhalen, of als je mee wilt doen, kun je kijken bij:
http://platoonline.wordpress.com

WE300: kwaliteit

Vervolg op de We 300 van september: ‘renoveren’:
———————————————–
Peter en Linda stonden samen op het balkon van de verwaarloosde flat.
Zijn armen om haar heen irriteerden haar opeens mateloos. Abrupt draaide ze zich van hem af.
‘Nou, zeg eens eerlijk, denk jij dan werkelijk dat hier nog iets moois uit voort kan komen?’
Peet zuchtte diep.
‘En jij? Denk jij dan werkelijk dat jij hier gelukkig zult kunnen zijn met een goedkoop Gamma laminaatje op de vloer en een bankje van Leen Bakker?’
Ach kom. Laat me niet lachen’.

Hij had gelijk.
Ze zou het hier vreselijk vinden.
Ze zou haar mooie grote huis zo missen.
Haar mooie spulletjes die ze zo met zorg had uitgezocht.
Uren was ze erop uit geweest in haar mooie Porsche cabrio-tje.
En nu stond ze hier op dit stomme balkon.
Ze dacht aan haar dakterras met de grote platanen in potten die zo subtiel hun welkome schaduw over de zondagse lunch konden werpen.
Ze kon bijna het zilver van het bestek zachtjes in hun geruststellende regelmaat horen tikken op de mooie borden, en de champagne belletjes zien in haar kristallen glas.
Nou ja. Haar?
Eigenlijk was er niets van haar. Eigenlijk was het allemaal van Peet.
Eigenlijk was ze zelf niets meer dan slechts een collectors item.
Was ze maar met hem getrouwd geweest, of had ze maar op zijn minst een samenleef contract met hem gehad.
Verdomme!

‘Kom schatje, je stelt je aan.
Laten we het alsjeblieft vergeten’.
Zachtjes streelde Peet haar wang.
Troostend.
Ze liet hem.
Soms kon hij zo lief zijn.
‘Lin, er kan niemand aan jou tippen. Jij hebt klasse!’.
Voor op straat waren wat jongens gaan voetballen.
De bal raakte het ijzeren hek dat het fabrieksterreintje omsloot.
Het rammelde troosteloos.
Linda huiverde.
Leen Bakker.
Gamma.

Ze zou niet eens weten hoe ze er moest komen.

Geschreven voor Plato’s schrijfuitdaging voor de maand oktober: ‘Schrijf een verhaal in precies 300 woorden. Het onderwerp is deze maand ‘kwaliteit‘. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen:
http://platoonline.wordpress.com

We 300: Renoveren

Het beloofde een mooie dag te worden maar de mist was nog maar nauwelijks verdwenen op dit vroege uur in september. Linda had haar adem net niet lang genoeg in kunnen houden toen de lift hen naar boven bracht. Ze nam een diepe teug lucht. Dat was beter. Ze huiverde een beetje en sloeg haar vest wat dichter om haar lijf. ‘Gaat het?’
Ze keek Peter niet aan.
Ze zei niks.
Haalde kort haar schouders op.
Wat moest ze zeggen?

De galerij op de zevende echode naargeestig toen ze samen naar de woning liepen. Dus hier zou ze dan voortaan lopen. Met haar boodschappen. Nou ja, zoveel had ze straks natuurlijk niet meer nodig.
‘Zal ik?’
Peter opende de deur.
Binnen wachtte een donkere bedompte hal. Linda aarzelde even voor ze over de drempel stapte.

De keuken lag aan de galerij.
Hij was oud. Muf. Vet.
De woningbouwvereniging had al gezegd dat er nog het nodige aan de woning zal worden opgeknapt.
‘Nog aardig ruim Lin, daar valt best wat van te maken toch?’
Linda liep door naar de badkamer. ‘Mijn hemel, ik wist niet dat dit nog bestond?’
Ze keek naar het oude lavet waarboven een oude douchekop hing.
Ze dacht aan haar stoomdouchecabine in de luxueuze badkamer thuis die Peter en zij zelf ontworpen hadden.
De cabine waarin Peter en Manon……Notabene haar een na beste vriendin!
‘Lin, je hoeft niet!’
Ze liep verder. Aan de grote slaapkamer grensde een klein balkon.
Ze opende de deur en leunde over de balustrade. Door een waas van tranen keek ze toe hoe de eerste zonnestralen het industrieterrein van zijn grauw verloste.
Ze voelde hoe Peter achter haar kwam staan. Voorzichtig sloot hij haar in zijn armen.
‘Lieverd, blijf alsjeblieft bij me’.
Ze zuchtte diep.
‘Denk jij dat hier nog best wat moois uit kan komen?’

Geschreven voor Plato’s schrijfuitdaging voor de maand september: ‘Schrijf een verhaal in precies 300 woorden. Het onderwerp is deze maand ‘renoveren‘. Dit woord mag zelf niet in de tekst voorkomen. Zie voor meer verhalen:
http://platoonline.wordpress.com