Heb je mij weer

Ik had weer eens wat.

Vrijdag op zaterdagnacht werd ik rond vier uur wakker vanwege een hele nare pijn op mijn borst.
Links, op de plek waar je hart zit.
Je kent het vast wel, zo’n kramp die maakt dat je je niet meer durft te bewegen of diep in te ademen.
Ik heb het wel vaker. Als ik mijn schoenen aan trek bijvoorbeeld, of mijn teennagels lak, maar ook gewoon zomaar, opeens.

‘Ach, het trekt zo wel weer weg’ dacht ik. En als ik stil bleef liggen was het wel te doen.
Helaas trok het deze keer niet weg. Om elf uur uiteindelijk maar de dokterspost gebeld.
Nadat de huisarts mijn hart en longen had beluisterd en mijn bloeddruk en pols had gemeten zijn we enigszins gerustgesteld weer naar huis gegaan.
‘Maar als het erger wordt dan moet je bellen hoor’.

Vervolgens heb ik de hele dag op de bank gebivakkeerd. Als ik me rustig hield was het wel te doen, maar bij iedere beweging of kuchje ging ik zowat door de grond van de pijn.

Anyway, zaterdagnacht werd ik om kwart voor drie wakker. Voorzichtig ging ik op de rand van het bed zitten.
Rem werd ook wakker.
‘Gaat het Nar?’
Ik vertelde hem dat de pijn nu wél doortrok in mijn schouder en linkerarm.
‘Wat moet ik nou?
Ik heb weinig zin om met de ambulance hier opgehaald te worden’.
Het risico om niet te gaan was natuurlijk ook te groot.
‘Anders gaan we gewoon heen en dan bel je in de auto’.

Deze keer verwees de huisarts me wel door naar de cardioloog. Mijn bloeddruk was een stuk gestegen.
‘Ik geef u ook even een spray onder uw tong. Daar kunt u een beetje hoofdpijn van krijgen, en misschien trekken de klachten daarvan weg’.
Nou, hoofdpijn kreeg ik natuurlijk, maar de klachten bleven, wat alleen maar een heel goed teken was.

Op de Eerste Hulp werd meteen een hartfilmpje gemaakt, en er werd, naast de controles, bloed geprikt.
‘Het ziet er allemaal goed uit hoor, maar gezien de voorgeschiedenis van uw familie wil de arts-assistent u toch een paar uurtjes op de hartbewaking in de gaten houden’.

Nou, en daar lag ik dus even later, in een heel naargeestig kamertje aan de monitor. Het leek een beetje op het kamertje waar ze mijn zus hadden gelegd toen ze van de beademing werd gehaald.
‘Mag de deur alsjeblieft open blijven?’
Het mocht.
De arts-assistent kwam ook nog even luisteren naar mijn hart.
‘U heeft een klein ruisje, wist u dat?’

De volgende morgen kwam verpleegkundige Eric bloed prikken. Dat hadden ze op de Eerste Hulp ook al een keer gedaan. ‘Heeft u nog een beetje kunnen slapen?’
Dat had ik zowaar, het turen op zo’n beeldscherm naar je pols en je hartslag heeft een zeer geruststellende werking, geloof me.
Interessant ook, ik weet bijvoorbeeld nu dat mijn pols in rust rond de 60 slagen per minuut ligt.
‘Als deze uitslag ook goed is mag je straks weer lekker naar huis hoor. Voor de zekerheid maken we nog wel een keer een hartfilmpje’.
Ook dat zag er weer prachtig uit.
‘Ontbijtje maar?’
Ik wilde eigenlijk wel naar het toilet. ‘Ik mag je pas loskoppelen, als je bloeduitslagen binnen zijn, maar ik kan wel de po stoel voor je pakken?’
‘Nee, dank je de Koekkoek. Ik hou het nog wel even op’.

Het was wel een leukerd hoor, die Eric.
Beetje mijn leeftijd schat ik zo.
Hij gaf me twee paracetamol en pakte de afstandsbediening van het bed en net toen ik een slok water wilde nemen zakte mijn leuning ineens naar achter.
‘Wat doe jij nou?’
Bleek dat het bed gewoon defect was, op welk knopje hij ook drukte, hij kwam niet meer omhoog.
Vijf minuten later -na overleg met de TD vermoed ik- kwam hij terug. ‘Ik ga even onder je bed liggen hoor!’
Zo gemeen om mij steeds aan het lachen te maken.

Toen hij de stickers van het hartfilmpje verwijderde vroeg hij waar de pijn nou precies zat.
(Aan de onderkant van mijn linkerborst).
Hij drukte erop, dat ging best. Maar toen drukte hij dichter bij mijn borstbeen, en dat deed wel pijn. ‘Auww!’

Rond een uur of tien verscheen Eric met de cardioloog aan mijn bed. Ook de cardioloog luisterde nog even goed naar mijn hart.
‘Een heel klein ruisje, minimaal’.
Verder was alles helemaal in orde.
‘Als de pijn van uw hart had gekomen dan had de druk op uw ribben geen extra pijn gegeven’.
‘Is het dan evengoed nog nodig dat ik 20 april naar dr. S. ga?’
-Deze afspraak n.a.v. de familie voorgeschiedenis, hartfalen zus, overlijden ene neef (46) harttransplantatie ander neefje (38?)-
‘Ja, gaat u daar maar gewoon heen. Dan kunnen we nog even een echo maken en even horen hoe het met u gaat’.

‘Heeft u verder nog last van zuur?’
Het was de vierde keer al dat iemand dat aan me vroeg.
‘Niet meer of minder dan ieder ander denk ik’.
‘En hoe vaak denkt u dat ‘ieder ander’ dat dan heeft?’
-Weet ik veel?-
‘Een keer per half jaar of zo?’

Eric ging zich ermee bemoeien.
‘Een borrel maar dokter?’
‘Ja geef mevrouw nog maar een borreltje voor ze gaat’.

Zo kreeg ik even later nog een klein glaasje met wit bruisend spul. ‘Jakkes Eric, wat goor.’
‘Hé, ik had niet gezegd dat het lekker was hè?!’

Na de borrel moest ik nog een half uurtje wachten, maar toen kwam hij me ontdoen van alle plakplaatjes en mocht ik eindelijk echt -gerustgesteld- afscheid nemen van Eric.
‘Bedankt voor je straffe bed-actie!’

Jammer genoeg gong ik wel naar huis met wel nog evenveel pijn. Op de vraag wat het dan wel was had ik niet echt een antwoord gekregen.
‘Misschien is het gewoon een virus’.

De verjaardagsvisite voor Kyl maar afgezegd, koffie gedronken en een uurtje later naar bed gegaan.
Daar ben ik maar eens wat gaan googelen.
Op gegeven moment kwam ik bij informatie over Tietze Syndroom, een vorm van ontstekingsreuma.

Ik riep Rem en las het aan hem voor.
Ja, klinkt wel als wat jij hebt hè?’
Misschien heb ik geen zwelling onder aan mijn borstbeen, maar ik heb sinds een tijd wel altijd pijn als Bram of Spook op mijn borst gaan staan. Dat had ik vroeger nooit.
Later las ik dat ook niet iedereen zo’n zwelling heeft.

Naast de kramp in de borst kwam ik ook symptomen tegen als : nekklachten, pijn in de heup, schouderklachten, darmklachten, pijn in vingers, tintelingen, wee gevoel in de maag, kortom, het zou best eens zo kunnen zijn.

Maar misschien ook wel niet.
Laten we hopen van niet.
Op die Tietze zit niemand te wachten.
Laten we hopen dat het gewoon een virusje is.
Een eenmalige actie.
De pijn in mijn borst is wat afgenomen nu, maar ik heb er wel keelpijn voor in de plaats terug.
-Zie je wel? Virusje!-

Of alleen stress hè, dat kan ook.
Morgenmiddag zie ik dokter Spruitje bij mijn moeder.
Ik zal straks de assistente bellen om te vragen of hij dan ook heel even tijd heeft voor mij, want om nou voor morgen eerst voor mezelf een afspraak te maken op het spreekuur? Ik weet niet.
En vandaag is hij natuurlijk afscheid aan het nemen van zijn fans in het verpleeghuis.
Maar gezien mijn eigen voorgeschiedenis van de afgelopen twee jaar -met mijn ‘Verdenkingen van Reuma, Lyme, B12 tekort, etc.- wil ik dan toch graag nog even met hem daar over praten nu het nog kan.

Ik weet het gewoon even niet.
Ik voel me ondertussen ook net een hypochonder.
Maar ja.
Is dat dan weer zo raar als je familie bij bosjes neer valt?
En de pijn is echt, die verzin ik natuurlijk niet.

Al dat gekwaal.
Gek word je ervan.

En jullie vast ook.