Maak je niet (bloed)druk

Ik heb besloten toch een scan te laten maken van mijn hoofd.
Mensen die hier nog niet zo lang lezen denken nu vast ‘hé, waar komt dat idee zo plots vandaan?’
Nou, onder andere hier.

Afgelopen februari in het nagesprek over Zus is erfelijkheid natuurlijk wel ter sprake gekomen. Toen besloot ik mijn eigen hoofd op dat moment (nog) niet verder te laten onderzoeken.

Anyway.
Afgelopen 29 september was het Red Dress Day. Toevallig werkte ik die dag, dus ik maakte graag gebruik van de gelegenheid om gratis en voor niets bij de poli cardiologie mijn bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol te laten meten, een prachtig initiatief voor alle vrouwelijke medewerkers.
Helaas was mijn bloeddruk wel wat aan de hoge kant, zodat ik geadviseerd werd om deze over te laten meten.
De volgende dag was hij weer hoog, dus toch dezelfde week maar even naar de huisarts gegaan.

En nu heb ik afgelopen donderdag een 24 uurs bloeddruk laten meten. Om de 20 minuten pompt de band om je arm zich automatisch op, en in de nacht om het uur. ’s Morgens was mijn bloeddruk wel oké, maar eind van de middag was hij weer erg hoog hoor. Als zo’n kastje niet liegt kwam mijn onderdruk af en toe boven de 100.
-Gek dat ik me af en toe niet zo tof voel?-

Zal allemaal de stress wel zijn van de afgelopen periode.
Of de stress van alleen al zo’n opgepompte stressband om je arm, waarvan je dan vanzelf weer nog meer stress krijgt als je de cijfertjes afleest, haha!

However, goed voor mijn vaten zal het zeker niet zijn, vandaar dat ik mijn hoofd nu dus toch ga laten onderzoeken.
En Becel.
Ik ga vanmiddag maar Becel kopen.
Van die hele dure.

En verder maak ik me vooralsnog maar niet druk.

Advertenties

Heb je mij weer

Ik had weer eens wat.

Vrijdag op zaterdagnacht werd ik rond vier uur wakker vanwege een hele nare pijn op mijn borst.
Links, op de plek waar je hart zit.
Je kent het vast wel, zo’n kramp die maakt dat je je niet meer durft te bewegen of diep in te ademen.
Ik heb het wel vaker. Als ik mijn schoenen aan trek bijvoorbeeld, of mijn teennagels lak, maar ook gewoon zomaar, opeens.

‘Ach, het trekt zo wel weer weg’ dacht ik. En als ik stil bleef liggen was het wel te doen.
Helaas trok het deze keer niet weg. Om elf uur uiteindelijk maar de dokterspost gebeld.
Nadat de huisarts mijn hart en longen had beluisterd en mijn bloeddruk en pols had gemeten zijn we enigszins gerustgesteld weer naar huis gegaan.
‘Maar als het erger wordt dan moet je bellen hoor’.

Vervolgens heb ik de hele dag op de bank gebivakkeerd. Als ik me rustig hield was het wel te doen, maar bij iedere beweging of kuchje ging ik zowat door de grond van de pijn.

Anyway, zaterdagnacht werd ik om kwart voor drie wakker. Voorzichtig ging ik op de rand van het bed zitten.
Rem werd ook wakker.
‘Gaat het Nar?’
Ik vertelde hem dat de pijn nu wél doortrok in mijn schouder en linkerarm.
‘Wat moet ik nou?
Ik heb weinig zin om met de ambulance hier opgehaald te worden’.
Het risico om niet te gaan was natuurlijk ook te groot.
‘Anders gaan we gewoon heen en dan bel je in de auto’.

Deze keer verwees de huisarts me wel door naar de cardioloog. Mijn bloeddruk was een stuk gestegen.
‘Ik geef u ook even een spray onder uw tong. Daar kunt u een beetje hoofdpijn van krijgen, en misschien trekken de klachten daarvan weg’.
Nou, hoofdpijn kreeg ik natuurlijk, maar de klachten bleven, wat alleen maar een heel goed teken was.

Op de Eerste Hulp werd meteen een hartfilmpje gemaakt, en er werd, naast de controles, bloed geprikt.
‘Het ziet er allemaal goed uit hoor, maar gezien de voorgeschiedenis van uw familie wil de arts-assistent u toch een paar uurtjes op de hartbewaking in de gaten houden’.

Nou, en daar lag ik dus even later, in een heel naargeestig kamertje aan de monitor. Het leek een beetje op het kamertje waar ze mijn zus hadden gelegd toen ze van de beademing werd gehaald.
‘Mag de deur alsjeblieft open blijven?’
Het mocht.
De arts-assistent kwam ook nog even luisteren naar mijn hart.
‘U heeft een klein ruisje, wist u dat?’

De volgende morgen kwam verpleegkundige Eric bloed prikken. Dat hadden ze op de Eerste Hulp ook al een keer gedaan. ‘Heeft u nog een beetje kunnen slapen?’
Dat had ik zowaar, het turen op zo’n beeldscherm naar je pols en je hartslag heeft een zeer geruststellende werking, geloof me.
Interessant ook, ik weet bijvoorbeeld nu dat mijn pols in rust rond de 60 slagen per minuut ligt.
‘Als deze uitslag ook goed is mag je straks weer lekker naar huis hoor. Voor de zekerheid maken we nog wel een keer een hartfilmpje’.
Ook dat zag er weer prachtig uit.
‘Ontbijtje maar?’
Ik wilde eigenlijk wel naar het toilet. ‘Ik mag je pas loskoppelen, als je bloeduitslagen binnen zijn, maar ik kan wel de po stoel voor je pakken?’
‘Nee, dank je de Koekkoek. Ik hou het nog wel even op’.

Het was wel een leukerd hoor, die Eric.
Beetje mijn leeftijd schat ik zo.
Hij gaf me twee paracetamol en pakte de afstandsbediening van het bed en net toen ik een slok water wilde nemen zakte mijn leuning ineens naar achter.
‘Wat doe jij nou?’
Bleek dat het bed gewoon defect was, op welk knopje hij ook drukte, hij kwam niet meer omhoog.
Vijf minuten later -na overleg met de TD vermoed ik- kwam hij terug. ‘Ik ga even onder je bed liggen hoor!’
Zo gemeen om mij steeds aan het lachen te maken.

Toen hij de stickers van het hartfilmpje verwijderde vroeg hij waar de pijn nou precies zat.
(Aan de onderkant van mijn linkerborst).
Hij drukte erop, dat ging best. Maar toen drukte hij dichter bij mijn borstbeen, en dat deed wel pijn. ‘Auww!’

Rond een uur of tien verscheen Eric met de cardioloog aan mijn bed. Ook de cardioloog luisterde nog even goed naar mijn hart.
‘Een heel klein ruisje, minimaal’.
Verder was alles helemaal in orde.
‘Als de pijn van uw hart had gekomen dan had de druk op uw ribben geen extra pijn gegeven’.
‘Is het dan evengoed nog nodig dat ik 20 april naar dr. S. ga?’
-Deze afspraak n.a.v. de familie voorgeschiedenis, hartfalen zus, overlijden ene neef (46) harttransplantatie ander neefje (38?)-
‘Ja, gaat u daar maar gewoon heen. Dan kunnen we nog even een echo maken en even horen hoe het met u gaat’.

‘Heeft u verder nog last van zuur?’
Het was de vierde keer al dat iemand dat aan me vroeg.
‘Niet meer of minder dan ieder ander denk ik’.
‘En hoe vaak denkt u dat ‘ieder ander’ dat dan heeft?’
-Weet ik veel?-
‘Een keer per half jaar of zo?’

Eric ging zich ermee bemoeien.
‘Een borrel maar dokter?’
‘Ja geef mevrouw nog maar een borreltje voor ze gaat’.

Zo kreeg ik even later nog een klein glaasje met wit bruisend spul. ‘Jakkes Eric, wat goor.’
‘Hé, ik had niet gezegd dat het lekker was hè?!’

Na de borrel moest ik nog een half uurtje wachten, maar toen kwam hij me ontdoen van alle plakplaatjes en mocht ik eindelijk echt -gerustgesteld- afscheid nemen van Eric.
‘Bedankt voor je straffe bed-actie!’

Jammer genoeg gong ik wel naar huis met wel nog evenveel pijn. Op de vraag wat het dan wel was had ik niet echt een antwoord gekregen.
‘Misschien is het gewoon een virus’.

De verjaardagsvisite voor Kyl maar afgezegd, koffie gedronken en een uurtje later naar bed gegaan.
Daar ben ik maar eens wat gaan googelen.
Op gegeven moment kwam ik bij informatie over Tietze Syndroom, een vorm van ontstekingsreuma.

Ik riep Rem en las het aan hem voor.
Ja, klinkt wel als wat jij hebt hè?’
Misschien heb ik geen zwelling onder aan mijn borstbeen, maar ik heb sinds een tijd wel altijd pijn als Bram of Spook op mijn borst gaan staan. Dat had ik vroeger nooit.
Later las ik dat ook niet iedereen zo’n zwelling heeft.

Naast de kramp in de borst kwam ik ook symptomen tegen als : nekklachten, pijn in de heup, schouderklachten, darmklachten, pijn in vingers, tintelingen, wee gevoel in de maag, kortom, het zou best eens zo kunnen zijn.

Maar misschien ook wel niet.
Laten we hopen van niet.
Op die Tietze zit niemand te wachten.
Laten we hopen dat het gewoon een virusje is.
Een eenmalige actie.
De pijn in mijn borst is wat afgenomen nu, maar ik heb er wel keelpijn voor in de plaats terug.
-Zie je wel? Virusje!-

Of alleen stress hè, dat kan ook.
Morgenmiddag zie ik dokter Spruitje bij mijn moeder.
Ik zal straks de assistente bellen om te vragen of hij dan ook heel even tijd heeft voor mij, want om nou voor morgen eerst voor mezelf een afspraak te maken op het spreekuur? Ik weet niet.
En vandaag is hij natuurlijk afscheid aan het nemen van zijn fans in het verpleeghuis.
Maar gezien mijn eigen voorgeschiedenis van de afgelopen twee jaar -met mijn ‘Verdenkingen van Reuma, Lyme, B12 tekort, etc.- wil ik dan toch graag nog even met hem daar over praten nu het nog kan.

Ik weet het gewoon even niet.
Ik voel me ondertussen ook net een hypochonder.
Maar ja.
Is dat dan weer zo raar als je familie bij bosjes neer valt?
En de pijn is echt, die verzin ik natuurlijk niet.

Al dat gekwaal.
Gek word je ervan.

En jullie vast ook.

Flarden

De eerste gedachte die ik had toen ik zojuist wakker werd was dat ik nog iets moet uitleggen hier.

In mijn vorige blogje had ik nl. een link gezet naar een oud blogje, geschreven op 22-5-2013, de zeventigste verjaardag van mijn moeder: ‘We bellen’.
Ik ben die dag niet naar haar verjaardag geweest. Ik was boos. Boos omdat ze, sinds ik op 6 april opgenomen werd vanwege mijn nekklachten, niet eenmaal even waren langs gekomen. En ik was ziedend toen ze die zaterdagochtend Kyl zijn spulletjes kwamen terugbrengen niet even tien minuten tijd konden maken voor een kop koffie.
Ik was er helemaal klaar mee.
Pas op 2 juni kwamen mijn ouders bij mij langs. Op die dag hoorde ik pas van mijn vaders buikklachten.
‘Moet je horen Nadda, ik moet over twee weken naar de internist. Kan jij met me mee?’

Nee, mijn ouders waren niet van die hardlopers. Ik denk dat mijn moeder sinds die maandag 2 juni meer bij mij is langs geweest dan in al de jaren ervoor samen.
Mijn vader was zo iemand die eigenlijk nog het liefste zijn jas aan hield als hij langs kwam.
Als Rem er niet was deed hij dat ook gewoon hoor, want dan bleven ze toch niet lang.

Het gevolg is natuurlijk dat als jíj niet zo hard loopt voor andere mensen, deze mensen ook niet zo hard lopen voor jou.
En het gevolg dáárvan is weer dat de enige mensen die regelmatig bij mijn moeder langs gaan Lidy, Remco en ik zijn. En Yvonne -de h in de hhhh- natuurlijk op de dinsdagmiddag.
God, wat zijn we blij met haar!
Ik denk dat ze een van de beste ‘dingen’ is die ons de afgelopen anderhalf jaar zijn overkomen. Mam en ik kunnen er zelfs samen nog heerlijk van nagenieten als ze weer is geweest. ‘Weet je wat ze vandaag heeft gedaan? Dat ene kastje weet je wel?’ Iedere keer neemt ze wel even iets extra’s onder handen. Ik zou niet weten wat ik zonder haar had moeten beginnen.

Maar goed.
Voor de rest loopt het dus niet echt storm. En dat hoeft ook niet voor mijn moeder. Ze vindt het helemaal niet erg om alleen thuis te zijn. Mijn vader was ook het liefste gewoon thuis. Of met mam op de camping.
Het oude vertrouwde, daar hield hij van. En toen mam hem eindelijk mee naar Spanje kreeg, zijn ze ook alleen nog maar naar Spanje geweest.
Wel meer dan vijftig keer.
Tot het net zo vertrouwd was als hun eigen broekzak.

Pas toen mijn vader ziek werd zag ik duidelijk wat veranderingen met hem deden.
Ik nam zelfs de tv-gids mee naar het ziekenhuis, en andere ‘eigen’ dingetjes om het zo vertrouwd mogelijk voor hem te maken.

Ik zie hem nog zo liggen op die brancard op de eerste hulp, in die nacht waarin zelfs de Zaan zijn adem even in leek te houden. Hij had me gebeld. ‘Nadda, ik ben beneden maar ik voel me niet goed. Ik durf niet meer naar boven. En je moeder wordt maar niet wakker’.
Binnen tien minuten was ik daar.
‘Mam, wordt eens wakker? Niet schrikken, ik ben het, pap voelt zich niet zo lekker. We moeten van de dokter naar het ziekenhuis komen’.

Een klein uurtje na zijn telefoontje lag hij op dat brancard.
Zijn hoofd van links naar rechts, heen en weer, heen en weer. Zijn grote hand in de kleine van mam.
September 2013 was dat.
In februari 2014 zat ik er weer.
Toen met de zes gebroken ribben +sleutelbeen van mam.
‘Is het nou echt nodig dat ik opgenomen wordt dokter?’
Pas toen ik het op een akkoordje had gegooid met de chirurg dat we dezelfde avond om acht uur terug zouden komen ging ze akkoord.
Onder protest natuurlijk.
#Dat natuurlijk dan weer wel.

Ik vraag me af hoe lang mijn moeder zich nog zal weten te redden. Ze is weer een beetje afgevallen ook. Misschien moet ik vanmiddag maar weer eens voorzichtig bij haar opperen dat de dokter weer eens eventjes bij haar komt kijken.

En die stomme Nutridrink. Die moet ik nu ook echt nu gaan regelen. Ze had dan wel de Nutridrinks van haar zusje gekregen, maar dat zijn sinaasappel Nutridrinks zegt ze.
-Nu pas!-
En die blieft ze dus niet.
De Nutrisoep ook niet trouwens.
De puddinkjes, de chocoladedrank en bananendrank zijn het lekkerst volgens mam. Die met aardbei, vanille en caramel-smaak drinkt ze alleen als er niets anders is.

Haar apotheek heeft geen contract meer met de zorgverzekeraar voor wat betreft de bijvoeding, en de andere apotheek in de buurt wil wel leveren maar wil graag dat mijn moeder ook met haar andere medicatie overstapt. Bovendien schijnt Nutridrink volgens deze apotheker sinds begin dit jaar alleen gratis verstrekt te worden als een diëtiste het heeft voorgeschreven.
Ik heb weinig zin om mijn moeder mee te gaan slepen naar een diëtiste.
Nu weet de apotheker wel een diëtiste ( in hetzelfde pand als waar hij zit) die wel even een recept wil schrijven, maar dat lijkt me niet de juiste gang van zaken. Een gevoel, zeg maar.
Daar moet ik eerst maar eens mee aan de gang straks.
-Iemand nog Nutridrink in de kelder staan?-

En daarna gezellig met Kyl naar de kaakchirurg om zijn tweede en voorlopig laatste verstandskies te trekken.

Jullie ook een fijne dag!

Een blokje om

Komende week ga ik iets doen waarvan ik nooit gedacht had dat ik zoiets ooit zou gaan doen.

Komende week ga ik iets doen waarvan ik inmiddels alweer bijna twee jaar geleden heb gezworen het te gaan doen, als ik het ooit eerst maar weer gewoon eens zou kùnnen doen.

Nee.

Ik ga niet parachute springen.

Of de Mont Ventoux beklimmen.

Komende week ga ik iets doen waar ik nu alweer bijna twee jaar geleden voor vreesde het nooit meer te kunnen doen, zonder bankjes onderweg, op een ‘normaal’ tempo en zonder pijn.

Het is nu zover.

Ja, Ìk werd gelukkig ‘beter’.

Het was geen reuma.

-Geen èchte reuma tenminste, als ze RA wel noemen. Ik heb poly artrose, waarvan je gewrichten ook van tijd tot tijd ontstoken kunnen raken-.

Maar sommige mensen worden nooit meer beter.

Sommige mensen moeten de rest van hun leven gewoon dealen met die vreselijke pijn die gewrichtsontstekingen je kunnen geven.

Ook kinderen!

Hèlse pijnen.

Die alleen maar iets dragelijk worden door het dagelijks slikken van zware medicijnen.

Nee.
Het spijt me:
De Ventoux kan ik niet beklimmen.

Noch zal ik uw waardering kunnen oogsten met een ander hoogstaand sportief staaltje.

Voor mij word het ‘slechts’ een wandeling door wat straten in mijn buurt.

Met zo’n groen busje, weet u wel?

En u wilt niet weten hoe blij en dankbaar ik ben dat ik dat gewoon weer kan!!!

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het Reumafonds kan dankzij het collectegeld werken aan een beter leven voor mensen met reuma. In Nederland hebben bijna 2 miljoen mensen een reumatische aandoening. Genezing is nog steeds niet mogelijk.

Help mee!

IMG_6796

Start to Run met Renate Wennemars 1.7. Zucht.

IMG_6482
“Hai.
Als het goed is heb je de afgelopen vijf minuten stevig doorgewandeld en zijn je spieren lekker warm geworden.
Een goede warming up is belangrijk dus doe dit de komende week iedere keer voor je met de training begint,”

IMG_6478

IMG_6484
“Vandaag gaan we beginnen met een minuut dribbelen. We dribbelen niet harder dan een flink wandeltempo. Na het dribbelen heb je drie minuten wandelpauze. Wel stevig doorwandelen he?

IMG_6486

IMG_6491

IMG_6494
“Na de pauze gaan we dan nog een keer een minuut dribbelen en drie minuten wandelen. We eindigen dag met twee minuten dribbelen. “

IMG_6496

IMG_6499

IMG_6501
“Deze serie herhalen we vandaag twee keer.”

IMG_6502

IMG_6503
“Hou goed in de gaten dat je niet te snel van start gaat. Het gaat er niet om hoe hàrd je gaat, maar dat je je training kunt volbrèngen.”

IMG_6506

IMG_6504

IMG_6509

IMG_6508
“En we gaan begìnnen.
Drie twee één Start!”

IMG_6511

IMG_6519
“Heb je een lekker tempo te pakken?”

IMG_6523

IMG_6524
“We zijn er bijna. Nog tien seconden, drie twee één en stop.
Je mag nu drie minuten stevig doorwandelen.”

IMG_6523-0

IMG_6524-0

IMG_6525
“Rustig beginnen is reuze belangrijk. Het helpt je lichaam om je conditie op zijn eigen tempo op te bouwen.
-bla bla-“

IMG_6526

“Ojee het wandelen zit er weer op. We gaan een minuut hardlopen. En we beginnen Nú!”

IMG_6528
“Niet te hard hè?”

IMG_6530

IMG_6532
“Je bent op de hèlft!”

IMG_6535
“Goed gedaan je mag weer drie minuten wandelen terwijl ik een muziekje opzet.”

IMG_6536
“Heeje ben je blij dat je begonnen bent met hardlopen? Hardlopen is een van de snelste manieren om je conditie op te bouwen. Je zult zien dat je snel weer in vorm bent. Andere positieve effecten zijn dat je je fitter voelt, energieker, strakker in je vel gaat zitten. Misschien nog niet vandaag, maar echt, het kòmt!
Wees geduldig!”

IMG_6537
“Ben je klaar om twee minuten te gaan dribbelen?
Oké, daar gaan we, drie twee één.
Zet ‘m op!”

IMG_6537-0
“Ook jíj kunt dit!!”

IMG_6538
“En de eerste minuut zit erop. Hou vol!”

IMG_6525-0

Ooo, nog maar dertig seconden!

IMG_6546
“Drie twee één nul
You did it!”

Je eerste training zit er op.
Gefeliciteerd.
Hartstikke knap gedaan.
Wandel nog even rustig uit en dan zie ik je bij de volgende training.
Tot dan!

IMG_6542

Start to Run les 1.1

IMG_6264

Je raadt nooit wat ik vanmorgen heb gedaan.
-Nou ja, eigenlijk heb ik het al verklapt in de titel natuurlijk-.
Ik heb vanmorgen mijn stoute loopschoenen maar weer eens aangetrokken.
Kreeg er ineens weer zo’n zin in.
Zou ik het gewoon eens gaan proberen?
Heel langzaam.
Heel voorzichtig.
Als ik nou eens gewoon alle lesjes drie keer herhaal voordat ik doorga met de volgende training?
Dus 1.1 de eerste keer les 1, 1.2 de tweede keer les 1 enz.

Dan loop ik niet in zes weken 3km zonder te stoppen, maar in 18 weken.
Ja, dat is traag.
Heel traag.

Maar wat wil ik?
Wat kan ik?
Met welk doel wil ik lopen?
Vijf km dik onder de dertig minuten gaat het nooit meer worden.
En dat hoeft ook helemaal niet.
Dat is ook helemaal niet goed voor mijn gewrichten (ik heb poly artrose).
Hardlopen is dus eigenlijk helemaal niet zo heel goed voor mij, fietsen of zwemmen (O, gruwel) is beter, maar het màg wel van de reumatoloog.
En ik vind het gewoon zo lekker.
Ik mis het zo ontzettend.
Het doet zoveel goed voor mijn geest.

Maar goed.
Vanmorgen dus mijn loopschoenen weer eens aangesjord en daar ging ik hoor in Kyl zijn kei-fijne ‘Superdry’ jasje. (Merkte hij toch niets van, hij lag nog op 1 flapoor).
Het schema?
5 minuten wandelen
1 minuut dribbelen
3 minuten wandelen
1minuut dribbelen
3 minuten wandelen
2 minuten dribbelen
en daarna het schema nogmaals herhalen.

Gek toch, hoe je je grenzen gaat verleggen als je lichaam je door wat dan ook in de steek heeft gelaten.
Dat ik dit nu vandaag weer zou kunnen volbrengen, daar heb ik heel lang
niet van durven dromen.
En daar ben ik heel, nee HÉÉL dankbaar voor.

Over een fotowandje, gele koeken, nachtdiensten en wat spelfouten

Woensdag.
Door het onderste gedeelte van het raam in de deur tussen de wachtruimte en de lange hal die voert naar de vele spreekkamers herken ik de laarzen die naderen uit duizenden.
De deur gaat open.
Het met een vragend gezicht in het rond kijken en mijn naam roepen slaat hij al lang over.
Hij wéét wie ik ben.
‘Gaat u mee?’
-Nog steeds een ‘u’.
Of weer een u?
We moeten maar eens wat consequenter worden met de ‘je’s.

‘Neem plaats. Hoe gaat het?’
Ik vertel.
Over de slapeloosheid.
De angsten.
De zorgen.
Míjn angsten en zorgen welteverstaan.
‘Weet je dokter, het is gewoon zoveel’.
Hij is het er mee eens.
‘Je krijgt het ook wel voor je kiezen’.
Ik weet niet hoe het komt, maar dat soort zinnen zijn de laatste tijd funest voor mijn façade van ‘ik kan de hele wereld aan, en heb alles, àlles onder controle.
Nee.
Ik huil niet.
Ik kijk stoïcijns naar de muur waarop het onbezorgde leventje van Dr. Spruitje op vierkante fotodoekjes tentoon wordt gespreid.
Bij ieder bezoek heeft hij er meer.
Misschien ook wel meer kinderen?
In gedachten zie ik hem op een zaterdagmiddag met een hamer en een spijker op een krukje staan. Zijn dochtertje (zoontje?) dralend om hem heen. “Wat is het saai hier pap”
“Ja, hier werkt papa nou. En daarom hangt papa allemaal vrolijke foto’s van ons samen op”.
“Het is hier nog veel kleiner dan in mijn slaapkamertje. En zit jij dan hier, en al die vervelende zeurende mensen dan op deze stoel?”
Een spiertje trekt vervelend op en neer onder mijn linkeroog.
Hij ziet het, en ik weet dat hij het gezien heeft:
Mijn moment van zwakte.
Ik kijk hem recht aan.
Dan komen we ter zake.
-De bejaarden wachten-.

Even later stap ik met een goed gevoel de deur uit.
Misschien had ik al eerder met hem moeten praten, maar ik hoopte het zelf te kunnen oplossen, zonder te hoeven leunen op zijn woorden, zijn mening, zijn steun.
Voorlopig hoef ik in iedere geval even geen nachtdiensten meer te werken. Dat nachtdiensten energie van me vragen die ik nu gewoon niet in huis hèb, is voor hem wel duidelijk.

Op weg naar mam haal ik wat medicijnen voor haar op. Ze zit aan haar koek met gele pudding aan de tafel. ‘Wil je ook een koek? Toe, dat is goed voor je’. Het stoort me als ze dit soort dingen zegt.
‘Koeken zijn niet goed voor je mam. Een sneetje fijn volkorenbrood, dát is goed voor je’.
Ze weet het ook wel. Het is al zeker een dik jaar geleden dat ze een sneetje brood heeft gegeten. Ze zucht.
‘Ik krijg het gewoon niet weg kind’.
Ik heb direct al weer spijt van wat ik zei.
‘Weet ik toch mam. Voor jou zijn die koeken juist wèl goed hoor, eet jij maar lekker je koeken’.

Nadat ik nog wat kleine boodschapjes heb gehaald, ga ik er weer vandoor. Het is niks voor haar, nu buiten met dat weer.
‘Kom ik je morgen na het werk halen oké?’

’s Middags doe ik een spontaan bakkie bij Yvonne, een oude vriendin van me die ik die ’s morgens in de supermarkt tegen kwam.
Ze was ook bij de condoleance van zus langs geweest. Samen met Alice en Tineke, een oude vriendin van mijn zus.
Het is gezellig om weer eens samen te kletsen. En ook is het leuk om haar man even later nog even te zien. ‘Minstens tien kilo geleden Nar!’ En dat geldt niet zozeer voor hem:-(

Donderdag.
Weer maar twee uurtjes geslapen. Collega Irene zit ook niet bijzonder goed in haar vel.
Heb ìk nog de zorg voor mijn moedertje die altijd vrolijk is en nooit zeurt, háár valt de eer om voor haar vader te zorgen, die door zijn ervaringen in het verleden, beduidend minder prettig in de omgang is.
Nadat ik in de ochtend een fijn gesprek heb gehad met mijn leidinggevende volgt er een heerlijke high-tea achtige lunch, ter ere van weer een andere secretaresse die vandaag 25 jaar in dienst is.

Vrijdag
Redelijk geslapen.
Wel zes uur!
Ik voel me dus iets prettiger als ik met mijn spinazie sapje achter de balie plaats neem.
Ondanks dat er niet veel spoedpatiënten worden aangemeld, hebben we het aardig druk.

Als ik om half zes thuis ben maak ik een avocado salade à la Saladetuin op pistoletjes voor Rem en mij. Kyl heeft praktijkles op school.
We drinken vandaag maar eens geen bier of wijn en gaan op tijd slapen.
-Zo word mijn blog wel heel erg saai hè?-

Zaterdag.
Rem is al vroeg de deur uit om wat te klussen op zijn werk.
Kyl niet.
Kyl had een feestje, weet je wel?
En ik?
Ik ben gewoon moe.
-Of lui, wat je wilt.-

Zo meteen eerst maar eens wat weekendboodschappen doen.
Mam halen.
En dan zien we wel verder.
Misschien ga ik ook even snel een boek halen in de bieb over spelling. Ik begin namelijk een beetje nerveus te worden van alle bloggers die zich daaraan -terecht hoor- storen.
Krijg er ondertussen een beetje faalangst van.
Maar mijn spelling moet voor mezelf ook weer niet te zwaar gaan wegen. In eerste instantie is dit blog namelijk bedoelt voor mezelf als uitlaatklep, hoe fijn ik het ook vind om volgers te hebben.
Ik heb al best veel aan mijn hoofd, als ik me nu ook nog druk ga maken over mijn spelfouten, weet ik wel zeker dat ik straks regelrecht op een burn-out afsteven.
Dus neem alsjeblieft mijn fouten nog even voor lief, of wijs me er even op in een reactie.
-Als je er de puf voor hebt dan-.
Daar kan ik toch alleen maar van leren?
Doen hoor!

Fijn weekend!

Lege accu tips?

In het kader van ‘Een gezonde geest in een gezond lichaam’ heb ik mezelf gister maar eens flink bij de kladden gepakt.
Energie!!!
Dàt is wat ik nodig heb.
En drie van die ‘R’s:
Rust, Reinheid en Regelmaat.
En dan kunnen we wel met onze duffe kop op de bank gaan hangen hè? Maar daar zal het allemaal niet beter van worden, denk je wel?
En van dat bleke smoeltje en die grijze uitgroei worden we ook al niet veel vrolijker.
Of wel soms?

Kortom:
De eerste gezonde groenten- en fruitshakes zijn inmiddels achter de kiezen, de haartjes zitten weer strak in de verf, de zonnebank hebben we vanmorgen weer onder het stof vandaan gehaald en de koekjes voeren we voorlopig maar even aan de kippen.

Zometeen ga ik eerst even naar de drogist voor een nieuwe lippenstift en omega 3-6 capsules en dan ga ik gelijk maar even boodschappen doen.
Er staan allemaal gezonde, lekkere dingen op mijn lijstje als studentenhaver, fruit, dadels, avocado’s, noem maar op. Ik zeg: hamsteren!
Die energie en rust in mijn lijf gaat dan vanzelf wel weer komen.
Hoop ik tenminste, want ik klink wel lekker energiek, maar klinken en voelen zijn natuurlijk wel twee verschillende dingen.
Maar je moet ergens beginnen nietwaar?

Voor de afspraak met dr. Spruitje was trouwens niet eerder plek dan morgen. Hij heeft het maar druk met al zijn bejaarden.

Weet je wat ik vanavond weer eens ga eten trouwens?
Kapucijners. Met uitgebakken spekjes en piccalilly.
Salade erbij, klaar!

Hoe lossen jullie het eigenlijk op als je accu zowat helemaal leeg is?
Ik ben eigenlijk wel benieuwd, misschien hebben jullie nog wat tips voor mij?

Bedpraat

-Welkom nieuwe lezers, leuk dat je me volgt. Nou ja, leuk?-

Om heel eerlijk te zijn gaat het namelijk eventjes niet zo heel tof met me. Ik ging de nachtdiensten maandag al niet superfit in. Voorslapen lukte weer eens niet, en van zondag op maandag had ik ook al niet veel meer geslapen dan vijf uurtjes, wat trouwens tegenwoordig eerder regel is, dan uitzondering.

Maandag overdag gelukkig wel goed geslapen. Ik had nog één normisonnetje over van de tien die ik na het overlijden van zus van dr. Spruitje had gekregen.
Woensdag, toen ik alweer uit de nacht kwam kon ik de slaap niet vatten, en in de nacht die volgde sliep ik ook maar vijf uurtjes, evenals donderdagnacht.
Vrijdagnacht lag ik om vier uur nog wakker. Ik had een dagdienst en kon niet slapen.
Zo ontzettend moe, en nìet kunnen slapen.
Ik meldde mij ziek.
Gelukkig begrepen ze het wel hoor. Toen ik eind van de ochtend de leidinggevende van de dagdienst belde om te melden dat ik er zondag tijdens mijn avonddienst wel weer zou zijn, vertelde ze mij dat het ze beter voor me leek als ik zondag ook nog even thuis zou blijven, en maandag even zou bellen. Dat luchtte me kennelijk meer op dan ik zelf vermoedde want ik begon direct weer te lekken.
Bah, al dat gejank!

Het breekt je op.
Slapeloosheid.
Het is zo’n vervelend gevoel, om je bloed door je aderen te voelen suizen.
En je hart die dan af en toe van die gekke huppeltjes maakt. Niets om je zorgen te maken, maar het voelt wel heel vervelend.
En die heup voel ik dan natuurlijk ook.
En die linkerarm/schouder.
Je gaat gewoon overal op letten.
Mijn ademhaling is inmiddels ook niet echt je-van-hèt meer, de Den Uijlbrug ga ik bij wijze van spreken vandaag echt niet over, en dan weet je het wel.
Bovendien word ik er zo labiel van als de pest allemaal.
En vatbaar.
Kribbig.
Wat niet?
Het put me gewoon uit.

Dinsdag maar eens kijken wat Good Old dr. Spruitje allemaal voor briljante oplossingen heeft.
-‘Dìnsdag Narda?’
‘Ja, dinsdag mensen. Op maandag zit hij toch altijd in het verpleeghuis? Niet steeds vergeten hoor!’-
Het wordt ook wel weer eens tijd om dr. Spruitje weer eens op te voeren op mijn blog. Jullie zijn vast ook zeer benieuwd hoe het met hem gaat en of hij inmiddels al een keer nieuwe cowboylaarzen heeft.
Toch?

Als ‘ie nou maar niet aankomt met een vage online slaaptherapie of zo.
Neuh….
Aan dat soort onzin doet ‘ie vast niet.
Hoop ik.
Ik weet het heus wel hoor, hoe je in theorie de slaap moet vatten:
-Lichaamsbeweging overdag.
-Blokje om ’s avonds.
-Warme anijsmelk of
1 glaasje Pleegzusterbloedwijn.
-Een dik uur voor je gaat slapen geen laptop, geen mobiele telefoon, geen cryptogrammen, heftige discussies of schokkende tv programma’s.
-Een goed schoon bed.
-Een lekker frisse kamer.
Nou ja, de rest Google je zelf maar even als je om meer tips verlegen zit.
Bij mij is inmiddels alles ‘check’ tot en met de homeopatische pilletjes en nachtelijke apneu-test bij Rem in het ziekenhuis aan toe.

Maar goed.
Wat gaan we vandaag dàn doen?
Niets geks natuurlijk, ben je gek.
Iets luchtigs ontspannends dacht ik zo.
De spullen van zus blijven dus nog even onder de pluchen deken in de hoek.
Ik had trouwens gister over haar gedroomd in de drie uurtjes die ik uiteindelijk nog sliep.
Het kwam allemaal heel realistisch op me over. Ze praatte weer normaal, zoals vroeger voor ze afasie kreeg.
We waren ontzettend melig en vervelend samen.
Er stond een jongen met een enorme bos zwart kroes haar naast ons. Zus gooide haar kauwgom weg en dat werd in de lucht zo’n een lange sliert die zich zo om het haar van de jongen slingerde, die vervolgens helemaal in paniek schreeuwde ‘Mijn haar, mijn haar’.
Als ik het zo vertel is het natuurlijk helemaal niet grappig, maar je had erbij moeten zijn, de tranen rolden over onze wangen.
Heb nog even gezocht in mijn dromenboek of ‘kauwgom’ er in stond, maar helaas droomt er verder kennelijk niemand over kauwgom.

Ik dwaal af. De vraag was wat ik dan wèl ga doen.
Piekeren heeft geen zin.
Mam is gister al geweest, en de twee dagen daarvoor heb ik haar ook al gezien, dus die redt zichzelf maar even. Vindt ze ook helemaal niet erg.
Ik denk dat ik misschien een foto ga maken van een beeld hier in het dorp.
-Nu gaan jullie je natuurlijk helemaal zorgen maken zeker?
Nergens voor nodig, je zult zien.-
Misschien kan ik dan gelijk een klein stukje fietsen:-)

Wat ik ook kan doen is verder gaan met mijn jeugdherinneringen opschrijven uit de jaren ’80. Met de jaren ’70 ben ik inmiddels wel een beetje klaar.
De beginjaren ’80 kan ik eigenlijk verdelen in twee gedeelten, namelijk op de camping met Linda (Lins) en mijn (het) leventje toen in Wormerveer.

Eerst koffie.
En de blogs lezen van de afgelopen dagen.
De laatste dagen kan ik me gewoon zo slecht op andere dingen concentreren, maar vandaag gaat het wel weer.
Wat een gezeur hè?
Nou, jullie zien vanzelf wel wat het geworden is.

Fijne zondag!
En slaap lekker vanavond;-)

Laten we hopen dat die miljoen wandelaars die in Parijs een blokje om gaan, vanavond ook gewoon weer lekker kunnen slapen.
Ik vind het maar eng allemaal.

En dan nu (in het kader van de trauma verwerking): De endoscopie (hè ja, gezellig Nar!)

Om half twee rammelt Rem wat met de sleutels. ‘Ben je nou klaar?’
Ik grom.
‘Wil je me weg hebben of zo?’
22 uur geen koffie en geen eten hebben mij verandert in een soort gemene giftige heks.
Even ervoor heeft Kyl ook al de volle laag gehad.
‘Je weet toch dat ik niets mag, en dan ga jij hier tosti’s staan bakken!’
Hij was volgens mij blij dat de lesauto voor de deur stond.

‘Je gaat toch wel mee naar binnen?’
‘Mee? Ik zou je toch alleen nu afzetten, naar je moeder gaan om de graskanter te repareren en dan…?’
Ik ben woest.
‘Laat je me dan zomaar alleen naar de afdeling zoeken?’
Ik ben onredelijk en ik weet het.
‘Ik wil ook best mee hoor..’
‘Ja. Nou Hoeft Het Niet Meer!’

Als de verpleegkundige van de functie afdeling mij komt ophalen neem ik afscheid van Rem. Dan loop ik achter haar aan naar een soort van voorbereiding en uitslaapkamertje ineen. De laatste keer dat ik hier, in deze ruimte was bracht ik mijn vader voor dit onderzoek. Hij was zo nerveus. ‘Ken ik je ergens van, je komt me zo bekend voor’.

Als ik mijn onder kleding heb uitgedaan, mijn bezittingen keurig in het kratje, en onder de lakens ligt komt ze een infuusje plaatsen. Het zit nog maar net of twee verpleegkundigen komen een oudere heer terug brengen.
‘En dit is mevrouw X?’

In de behandelruimte zijn drie verpleegkundigen aanwezig.
We praten over mijn vorige scopie. ‘Ik geloof dat ik nogal veel lastige bochten heb’. Ook vertel ik dat ik nog veel van het duwen op mijn buik van de vorige keer weet.
‘Ga maar vast op je linkerzij liggen, de dokter komt zo’.

Het is een aardige dokter.
Ook hij maakt eerst een praatje over mijn ziekenhuisopname van laatst en de ontsteking in mijn darm. Terwijl we praten geeft hij me een roesje. Omdat ik nog zoveel van de vorige keer weet krijg ik nu wat meer van dat spul toegediend. Ik moet even later moeite doen om er bij te blijven. ‘Ga maar slapen’, hoor ik de verpleegkundige nog zeggen.

Ik slaap niet.
Ik slaap wel.
Rechts van me hangt de monitor.
Mijn darmen zien gelig en grijs.
‘Je doet het hartstikke goed hoor’, zegt de verpleegkundige.
Het doet pijn, ik knijp flink in haar hand.
Dan komen we bij een bocht in mijn darm.
Het lukt niet om de slang er langs te krijgen.
De dokter duwt.
‘Au, au!’
‘Het moet even’.
Dan moet ik op mijn rug.
Hij probeert het nog een keer.
‘Even doorzetten nu’.
Ik knijp de hand bijna fijn.
Weer lukt het niet.
Dan houden de twee verpleegkundigen allebei een been vast.
Het meisje van wie ik de hand mag fijnknijpen legt haar handen nu op mijn buik.
‘Duwen’ zegt de dokter.
‘Ja, daar!’
En terwijl het meisje op mijn buik duwt om de slang in mijn darm in de juiste richting te duwen probeert de dokter nog eens de bocht te nemen.
Het doet vreselijk veel pijn.
‘Nog even, even doorzetten’ sussen ze met zijn viertjes.
‘Kappen nou, stoppen nu!’
Ik heb het helemaal gehad.
Straks prikt hij nog door die wand.
Dan is de bocht genomen.
‘Goed zo, wat een rot bocht hè? Nu heb je het ergste gehad hoor!’
Even later is het eindelijk voorbij.
‘Het was echt een hele lastige coloscopie voor je hoor, je hebt het hartstikke goed gedaan!’
Op de kleine uitslaapkamer val ik als een blok in slaap.

Om tien voor vier wordt ik wakker. ‘Hé, je bent wakker hoor ik’.
De verpleegkundige staat naast me.
‘Hoe voel je je?’
Ik zeg haar dat dit de laatste keer was dat ik dit heb gedaan.
‘Ja, het ging moeizaam hè?
Maar ze hebben niets gevonden om op kweek te zetten. Dat is goed nieuws hè?’
Dat is het zeker. Echt bang was ik er niet voor, maar je weet het maar nooit.

Net als ik een kopje thee met een broodje kaas op heb is Rem er al weer. ‘Nou, rustig aan doen hoor, lekker op de bank straks. De afspraak op de poli heb je al hè?’

Thuis ga ik inderdaad lekker op de bank. Ik lees wat blogjes, kijk wat tv.

Rem mag dezelfde avond weer naar het ziekenhuis, nu naar de orthopeed met Kylian. Hij heeft weer zo veel rugpijn de laatste tijd. De orthopeed besluit dat hij een MRI scan wil laten maken van Kylian zijn onderrug. ‘Je wordt morgen door de radiologie gebeld mam’.

Vandaag blijf ik nog een dagje thuis. De vorige keer (na dezelfde scopie) ging ik direct de dag erna weer gewoon aan de slag. Nu heb ik veel meer napijn. Vooral in die rot bocht.
Misschien is die ontsteking gewoon nog niet helemaal weg.

Dus nog even een beetje bank hangen. Wat lezen, wat schrijven. Via, via wat nieuwe leuke blogs ontdekken.
En mijn wonden likken.