Maak je niet (bloed)druk

Ik heb besloten toch een scan te laten maken van mijn hoofd.
Mensen die hier nog niet zo lang lezen denken nu vast ‘hé, waar komt dat idee zo plots vandaan?’
Nou, onder andere hier.

Afgelopen februari in het nagesprek over Zus is erfelijkheid natuurlijk wel ter sprake gekomen. Toen besloot ik mijn eigen hoofd op dat moment (nog) niet verder te laten onderzoeken.

Anyway.
Afgelopen 29 september was het Red Dress Day. Toevallig werkte ik die dag, dus ik maakte graag gebruik van de gelegenheid om gratis en voor niets bij de poli cardiologie mijn bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol te laten meten, een prachtig initiatief voor alle vrouwelijke medewerkers.
Helaas was mijn bloeddruk wel wat aan de hoge kant, zodat ik geadviseerd werd om deze over te laten meten.
De volgende dag was hij weer hoog, dus toch dezelfde week maar even naar de huisarts gegaan.

En nu heb ik afgelopen donderdag een 24 uurs bloeddruk laten meten. Om de 20 minuten pompt de band om je arm zich automatisch op, en in de nacht om het uur. ’s Morgens was mijn bloeddruk wel oké, maar eind van de middag was hij weer erg hoog hoor. Als zo’n kastje niet liegt kwam mijn onderdruk af en toe boven de 100.
-Gek dat ik me af en toe niet zo tof voel?-

Zal allemaal de stress wel zijn van de afgelopen periode.
Of de stress van alleen al zo’n opgepompte stressband om je arm, waarvan je dan vanzelf weer nog meer stress krijgt als je de cijfertjes afleest, haha!

However, goed voor mijn vaten zal het zeker niet zijn, vandaar dat ik mijn hoofd nu dus toch ga laten onderzoeken.
En Becel.
Ik ga vanmiddag maar Becel kopen.
Van die hele dure.

En verder maak ik me vooralsnog maar niet druk.

Advertenties

Heb je mij weer

Ik had weer eens wat.

Vrijdag op zaterdagnacht werd ik rond vier uur wakker vanwege een hele nare pijn op mijn borst.
Links, op de plek waar je hart zit.
Je kent het vast wel, zo’n kramp die maakt dat je je niet meer durft te bewegen of diep in te ademen.
Ik heb het wel vaker. Als ik mijn schoenen aan trek bijvoorbeeld, of mijn teennagels lak, maar ook gewoon zomaar, opeens.

‘Ach, het trekt zo wel weer weg’ dacht ik. En als ik stil bleef liggen was het wel te doen.
Helaas trok het deze keer niet weg. Om elf uur uiteindelijk maar de dokterspost gebeld.
Nadat de huisarts mijn hart en longen had beluisterd en mijn bloeddruk en pols had gemeten zijn we enigszins gerustgesteld weer naar huis gegaan.
‘Maar als het erger wordt dan moet je bellen hoor’.

Vervolgens heb ik de hele dag op de bank gebivakkeerd. Als ik me rustig hield was het wel te doen, maar bij iedere beweging of kuchje ging ik zowat door de grond van de pijn.

Anyway, zaterdagnacht werd ik om kwart voor drie wakker. Voorzichtig ging ik op de rand van het bed zitten.
Rem werd ook wakker.
‘Gaat het Nar?’
Ik vertelde hem dat de pijn nu wél doortrok in mijn schouder en linkerarm.
‘Wat moet ik nou?
Ik heb weinig zin om met de ambulance hier opgehaald te worden’.
Het risico om niet te gaan was natuurlijk ook te groot.
‘Anders gaan we gewoon heen en dan bel je in de auto’.

Deze keer verwees de huisarts me wel door naar de cardioloog. Mijn bloeddruk was een stuk gestegen.
‘Ik geef u ook even een spray onder uw tong. Daar kunt u een beetje hoofdpijn van krijgen, en misschien trekken de klachten daarvan weg’.
Nou, hoofdpijn kreeg ik natuurlijk, maar de klachten bleven, wat alleen maar een heel goed teken was.

Op de Eerste Hulp werd meteen een hartfilmpje gemaakt, en er werd, naast de controles, bloed geprikt.
‘Het ziet er allemaal goed uit hoor, maar gezien de voorgeschiedenis van uw familie wil de arts-assistent u toch een paar uurtjes op de hartbewaking in de gaten houden’.

Nou, en daar lag ik dus even later, in een heel naargeestig kamertje aan de monitor. Het leek een beetje op het kamertje waar ze mijn zus hadden gelegd toen ze van de beademing werd gehaald.
‘Mag de deur alsjeblieft open blijven?’
Het mocht.
De arts-assistent kwam ook nog even luisteren naar mijn hart.
‘U heeft een klein ruisje, wist u dat?’

De volgende morgen kwam verpleegkundige Eric bloed prikken. Dat hadden ze op de Eerste Hulp ook al een keer gedaan. ‘Heeft u nog een beetje kunnen slapen?’
Dat had ik zowaar, het turen op zo’n beeldscherm naar je pols en je hartslag heeft een zeer geruststellende werking, geloof me.
Interessant ook, ik weet bijvoorbeeld nu dat mijn pols in rust rond de 60 slagen per minuut ligt.
‘Als deze uitslag ook goed is mag je straks weer lekker naar huis hoor. Voor de zekerheid maken we nog wel een keer een hartfilmpje’.
Ook dat zag er weer prachtig uit.
‘Ontbijtje maar?’
Ik wilde eigenlijk wel naar het toilet. ‘Ik mag je pas loskoppelen, als je bloeduitslagen binnen zijn, maar ik kan wel de po stoel voor je pakken?’
‘Nee, dank je de Koekkoek. Ik hou het nog wel even op’.

Het was wel een leukerd hoor, die Eric.
Beetje mijn leeftijd schat ik zo.
Hij gaf me twee paracetamol en pakte de afstandsbediening van het bed en net toen ik een slok water wilde nemen zakte mijn leuning ineens naar achter.
‘Wat doe jij nou?’
Bleek dat het bed gewoon defect was, op welk knopje hij ook drukte, hij kwam niet meer omhoog.
Vijf minuten later -na overleg met de TD vermoed ik- kwam hij terug. ‘Ik ga even onder je bed liggen hoor!’
Zo gemeen om mij steeds aan het lachen te maken.

Toen hij de stickers van het hartfilmpje verwijderde vroeg hij waar de pijn nou precies zat.
(Aan de onderkant van mijn linkerborst).
Hij drukte erop, dat ging best. Maar toen drukte hij dichter bij mijn borstbeen, en dat deed wel pijn. ‘Auww!’

Rond een uur of tien verscheen Eric met de cardioloog aan mijn bed. Ook de cardioloog luisterde nog even goed naar mijn hart.
‘Een heel klein ruisje, minimaal’.
Verder was alles helemaal in orde.
‘Als de pijn van uw hart had gekomen dan had de druk op uw ribben geen extra pijn gegeven’.
‘Is het dan evengoed nog nodig dat ik 20 april naar dr. S. ga?’
-Deze afspraak n.a.v. de familie voorgeschiedenis, hartfalen zus, overlijden ene neef (46) harttransplantatie ander neefje (38?)-
‘Ja, gaat u daar maar gewoon heen. Dan kunnen we nog even een echo maken en even horen hoe het met u gaat’.

‘Heeft u verder nog last van zuur?’
Het was de vierde keer al dat iemand dat aan me vroeg.
‘Niet meer of minder dan ieder ander denk ik’.
‘En hoe vaak denkt u dat ‘ieder ander’ dat dan heeft?’
-Weet ik veel?-
‘Een keer per half jaar of zo?’

Eric ging zich ermee bemoeien.
‘Een borrel maar dokter?’
‘Ja geef mevrouw nog maar een borreltje voor ze gaat’.

Zo kreeg ik even later nog een klein glaasje met wit bruisend spul. ‘Jakkes Eric, wat goor.’
‘Hé, ik had niet gezegd dat het lekker was hè?!’

Na de borrel moest ik nog een half uurtje wachten, maar toen kwam hij me ontdoen van alle plakplaatjes en mocht ik eindelijk echt -gerustgesteld- afscheid nemen van Eric.
‘Bedankt voor je straffe bed-actie!’

Jammer genoeg gong ik wel naar huis met wel nog evenveel pijn. Op de vraag wat het dan wel was had ik niet echt een antwoord gekregen.
‘Misschien is het gewoon een virus’.

De verjaardagsvisite voor Kyl maar afgezegd, koffie gedronken en een uurtje later naar bed gegaan.
Daar ben ik maar eens wat gaan googelen.
Op gegeven moment kwam ik bij informatie over Tietze Syndroom, een vorm van ontstekingsreuma.

Ik riep Rem en las het aan hem voor.
Ja, klinkt wel als wat jij hebt hè?’
Misschien heb ik geen zwelling onder aan mijn borstbeen, maar ik heb sinds een tijd wel altijd pijn als Bram of Spook op mijn borst gaan staan. Dat had ik vroeger nooit.
Later las ik dat ook niet iedereen zo’n zwelling heeft.

Naast de kramp in de borst kwam ik ook symptomen tegen als : nekklachten, pijn in de heup, schouderklachten, darmklachten, pijn in vingers, tintelingen, wee gevoel in de maag, kortom, het zou best eens zo kunnen zijn.

Maar misschien ook wel niet.
Laten we hopen van niet.
Op die Tietze zit niemand te wachten.
Laten we hopen dat het gewoon een virusje is.
Een eenmalige actie.
De pijn in mijn borst is wat afgenomen nu, maar ik heb er wel keelpijn voor in de plaats terug.
-Zie je wel? Virusje!-

Of alleen stress hè, dat kan ook.
Morgenmiddag zie ik dokter Spruitje bij mijn moeder.
Ik zal straks de assistente bellen om te vragen of hij dan ook heel even tijd heeft voor mij, want om nou voor morgen eerst voor mezelf een afspraak te maken op het spreekuur? Ik weet niet.
En vandaag is hij natuurlijk afscheid aan het nemen van zijn fans in het verpleeghuis.
Maar gezien mijn eigen voorgeschiedenis van de afgelopen twee jaar -met mijn ‘Verdenkingen van Reuma, Lyme, B12 tekort, etc.- wil ik dan toch graag nog even met hem daar over praten nu het nog kan.

Ik weet het gewoon even niet.
Ik voel me ondertussen ook net een hypochonder.
Maar ja.
Is dat dan weer zo raar als je familie bij bosjes neer valt?
En de pijn is echt, die verzin ik natuurlijk niet.

Al dat gekwaal.
Gek word je ervan.

En jullie vast ook.

Flarden

De eerste gedachte die ik had toen ik zojuist wakker werd was dat ik nog iets moet uitleggen hier.

In mijn vorige blogje had ik nl. een link gezet naar een oud blogje, geschreven op 22-5-2013, de zeventigste verjaardag van mijn moeder: ‘We bellen’.
Ik ben die dag niet naar haar verjaardag geweest. Ik was boos. Boos omdat ze, sinds ik op 6 april opgenomen werd vanwege mijn nekklachten, niet eenmaal even waren langs gekomen. En ik was ziedend toen ze die zaterdagochtend Kyl zijn spulletjes kwamen terugbrengen niet even tien minuten tijd konden maken voor een kop koffie.
Ik was er helemaal klaar mee.
Pas op 2 juni kwamen mijn ouders bij mij langs. Op die dag hoorde ik pas van mijn vaders buikklachten.
‘Moet je horen Nadda, ik moet over twee weken naar de internist. Kan jij met me mee?’

Nee, mijn ouders waren niet van die hardlopers. Ik denk dat mijn moeder sinds die maandag 2 juni meer bij mij is langs geweest dan in al de jaren ervoor samen.
Mijn vader was zo iemand die eigenlijk nog het liefste zijn jas aan hield als hij langs kwam.
Als Rem er niet was deed hij dat ook gewoon hoor, want dan bleven ze toch niet lang.

Het gevolg is natuurlijk dat als jíj niet zo hard loopt voor andere mensen, deze mensen ook niet zo hard lopen voor jou.
En het gevolg dáárvan is weer dat de enige mensen die regelmatig bij mijn moeder langs gaan Lidy, Remco en ik zijn. En Yvonne -de h in de hhhh- natuurlijk op de dinsdagmiddag.
God, wat zijn we blij met haar!
Ik denk dat ze een van de beste ‘dingen’ is die ons de afgelopen anderhalf jaar zijn overkomen. Mam en ik kunnen er zelfs samen nog heerlijk van nagenieten als ze weer is geweest. ‘Weet je wat ze vandaag heeft gedaan? Dat ene kastje weet je wel?’ Iedere keer neemt ze wel even iets extra’s onder handen. Ik zou niet weten wat ik zonder haar had moeten beginnen.

Maar goed.
Voor de rest loopt het dus niet echt storm. En dat hoeft ook niet voor mijn moeder. Ze vindt het helemaal niet erg om alleen thuis te zijn. Mijn vader was ook het liefste gewoon thuis. Of met mam op de camping.
Het oude vertrouwde, daar hield hij van. En toen mam hem eindelijk mee naar Spanje kreeg, zijn ze ook alleen nog maar naar Spanje geweest.
Wel meer dan vijftig keer.
Tot het net zo vertrouwd was als hun eigen broekzak.

Pas toen mijn vader ziek werd zag ik duidelijk wat veranderingen met hem deden.
Ik nam zelfs de tv-gids mee naar het ziekenhuis, en andere ‘eigen’ dingetjes om het zo vertrouwd mogelijk voor hem te maken.

Ik zie hem nog zo liggen op die brancard op de eerste hulp, in die nacht waarin zelfs de Zaan zijn adem even in leek te houden. Hij had me gebeld. ‘Nadda, ik ben beneden maar ik voel me niet goed. Ik durf niet meer naar boven. En je moeder wordt maar niet wakker’.
Binnen tien minuten was ik daar.
‘Mam, wordt eens wakker? Niet schrikken, ik ben het, pap voelt zich niet zo lekker. We moeten van de dokter naar het ziekenhuis komen’.

Een klein uurtje na zijn telefoontje lag hij op dat brancard.
Zijn hoofd van links naar rechts, heen en weer, heen en weer. Zijn grote hand in de kleine van mam.
September 2013 was dat.
In februari 2014 zat ik er weer.
Toen met de zes gebroken ribben +sleutelbeen van mam.
‘Is het nou echt nodig dat ik opgenomen wordt dokter?’
Pas toen ik het op een akkoordje had gegooid met de chirurg dat we dezelfde avond om acht uur terug zouden komen ging ze akkoord.
Onder protest natuurlijk.
#Dat natuurlijk dan weer wel.

Ik vraag me af hoe lang mijn moeder zich nog zal weten te redden. Ze is weer een beetje afgevallen ook. Misschien moet ik vanmiddag maar weer eens voorzichtig bij haar opperen dat de dokter weer eens eventjes bij haar komt kijken.

En die stomme Nutridrink. Die moet ik nu ook echt nu gaan regelen. Ze had dan wel de Nutridrinks van haar zusje gekregen, maar dat zijn sinaasappel Nutridrinks zegt ze.
-Nu pas!-
En die blieft ze dus niet.
De Nutrisoep ook niet trouwens.
De puddinkjes, de chocoladedrank en bananendrank zijn het lekkerst volgens mam. Die met aardbei, vanille en caramel-smaak drinkt ze alleen als er niets anders is.

Haar apotheek heeft geen contract meer met de zorgverzekeraar voor wat betreft de bijvoeding, en de andere apotheek in de buurt wil wel leveren maar wil graag dat mijn moeder ook met haar andere medicatie overstapt. Bovendien schijnt Nutridrink volgens deze apotheker sinds begin dit jaar alleen gratis verstrekt te worden als een diëtiste het heeft voorgeschreven.
Ik heb weinig zin om mijn moeder mee te gaan slepen naar een diëtiste.
Nu weet de apotheker wel een diëtiste ( in hetzelfde pand als waar hij zit) die wel even een recept wil schrijven, maar dat lijkt me niet de juiste gang van zaken. Een gevoel, zeg maar.
Daar moet ik eerst maar eens mee aan de gang straks.
-Iemand nog Nutridrink in de kelder staan?-

En daarna gezellig met Kyl naar de kaakchirurg om zijn tweede en voorlopig laatste verstandskies te trekken.

Jullie ook een fijne dag!

Een blokje om

Komende week ga ik iets doen waarvan ik nooit gedacht had dat ik zoiets ooit zou gaan doen.

Komende week ga ik iets doen waarvan ik inmiddels alweer bijna twee jaar geleden heb gezworen het te gaan doen, als ik het ooit eerst maar weer gewoon eens zou kùnnen doen.

Nee.

Ik ga niet parachute springen.

Of de Mont Ventoux beklimmen.

Komende week ga ik iets doen waar ik nu alweer bijna twee jaar geleden voor vreesde het nooit meer te kunnen doen, zonder bankjes onderweg, op een ‘normaal’ tempo en zonder pijn.

Het is nu zover.

Ja, Ìk werd gelukkig ‘beter’.

Het was geen reuma.

-Geen èchte reuma tenminste, als ze RA wel noemen. Ik heb poly artrose, waarvan je gewrichten ook van tijd tot tijd ontstoken kunnen raken-.

Maar sommige mensen worden nooit meer beter.

Sommige mensen moeten de rest van hun leven gewoon dealen met die vreselijke pijn die gewrichtsontstekingen je kunnen geven.

Ook kinderen!

Hèlse pijnen.

Die alleen maar iets dragelijk worden door het dagelijks slikken van zware medicijnen.

Nee.
Het spijt me:
De Ventoux kan ik niet beklimmen.

Noch zal ik uw waardering kunnen oogsten met een ander hoogstaand sportief staaltje.

Voor mij word het ‘slechts’ een wandeling door wat straten in mijn buurt.

Met zo’n groen busje, weet u wel?

En u wilt niet weten hoe blij en dankbaar ik ben dat ik dat gewoon weer kan!!!

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Het Reumafonds kan dankzij het collectegeld werken aan een beter leven voor mensen met reuma. In Nederland hebben bijna 2 miljoen mensen een reumatische aandoening. Genezing is nog steeds niet mogelijk.

Help mee!

IMG_6796

Start to Run met Renate Wennemars 1.7. Zucht.

IMG_6482
“Hai.
Als het goed is heb je de afgelopen vijf minuten stevig doorgewandeld en zijn je spieren lekker warm geworden.
Een goede warming up is belangrijk dus doe dit de komende week iedere keer voor je met de training begint,”

IMG_6478

IMG_6484
“Vandaag gaan we beginnen met een minuut dribbelen. We dribbelen niet harder dan een flink wandeltempo. Na het dribbelen heb je drie minuten wandelpauze. Wel stevig doorwandelen he?

IMG_6486

IMG_6491

IMG_6494
“Na de pauze gaan we dan nog een keer een minuut dribbelen en drie minuten wandelen. We eindigen dag met twee minuten dribbelen. “

IMG_6496

IMG_6499

IMG_6501
“Deze serie herhalen we vandaag twee keer.”

IMG_6502

IMG_6503
“Hou goed in de gaten dat je niet te snel van start gaat. Het gaat er niet om hoe hàrd je gaat, maar dat je je training kunt volbrèngen.”

IMG_6506

IMG_6504

IMG_6509

IMG_6508
“En we gaan begìnnen.
Drie twee één Start!”

IMG_6511

IMG_6519
“Heb je een lekker tempo te pakken?”

IMG_6523

IMG_6524
“We zijn er bijna. Nog tien seconden, drie twee één en stop.
Je mag nu drie minuten stevig doorwandelen.”

IMG_6523-0

IMG_6524-0

IMG_6525
“Rustig beginnen is reuze belangrijk. Het helpt je lichaam om je conditie op zijn eigen tempo op te bouwen.
-bla bla-“

IMG_6526

“Ojee het wandelen zit er weer op. We gaan een minuut hardlopen. En we beginnen Nú!”

IMG_6528
“Niet te hard hè?”

IMG_6530

IMG_6532
“Je bent op de hèlft!”

IMG_6535
“Goed gedaan je mag weer drie minuten wandelen terwijl ik een muziekje opzet.”

IMG_6536
“Heeje ben je blij dat je begonnen bent met hardlopen? Hardlopen is een van de snelste manieren om je conditie op te bouwen. Je zult zien dat je snel weer in vorm bent. Andere positieve effecten zijn dat je je fitter voelt, energieker, strakker in je vel gaat zitten. Misschien nog niet vandaag, maar echt, het kòmt!
Wees geduldig!”

IMG_6537
“Ben je klaar om twee minuten te gaan dribbelen?
Oké, daar gaan we, drie twee één.
Zet ‘m op!”

IMG_6537-0
“Ook jíj kunt dit!!”

IMG_6538
“En de eerste minuut zit erop. Hou vol!”

IMG_6525-0

Ooo, nog maar dertig seconden!

IMG_6546
“Drie twee één nul
You did it!”

Je eerste training zit er op.
Gefeliciteerd.
Hartstikke knap gedaan.
Wandel nog even rustig uit en dan zie ik je bij de volgende training.
Tot dan!

IMG_6542