Beveiligde berichten

Graag wil ik blijven schrijven wat en waarover ik wil.
Niet alleen omdat het een uitlaatklep voor me is, ook fungeert dit blog voor mij als een soort van dagboek.

Maar natuurlijk is het niet fair naar betrokkenen toe om hun hele ziel en zaligheid op internet te publiceren.

Vandaar dat ik sommige berichten alleen met een wachtwoord toegankelijk maak voor de mensen die ik vertrouw, en die oprecht geïnteresseerd zijn in het wel en wee van mij en mijn familie.

Mocht je jezelf tot deze groep rekenen, schroom niet, en stuur me even een mailtje.

Liefs, Narda

Advertenties

Als het doek valt

Vandaag moet ik steeds aan haar denken. De vrouw van wie ik vanmorgen bij mijn vriendin een foto op een flatscreen zag. Samen met haar zoontje poseerde ze op een bed van de thuiszorg.

Ik ken haar oppervlakkig. Via mijn vriendin. Leerde haar naam een jaar of wat geleden kennen toen er een nieuwe liefde kwam in het leven van haar broer. Hoorde in de loop der jaren dat ze samen een hotel hadden gekocht, hoorde dat ze gingen trouwen, dat mijn vriendin tante zou gaan worden. Was geworden.

Ontmoette haar uiteindelijk tijdens het vrijgezellenfeestje voor mijn vriendin. Paaldansworkshop. Gierend van de lach wurmden we ons in allerlei vreemde bochten in een sletterige outfit met nog sletteriger make- up. Enig!

De bruiloft van mijn vriendin vond een paar dagen later uiteraard plaats in het hotel van haar broer en schoonzus. We reden er in colonne heen toen de ringen waren uitgewisseld, de bruid was gekust en de duiven nog lang als twee witte puntjes zichtbaar bleven in een lucht die niet meer had kunnen passen bij de zonnebloemen op het plein dan juist die dag.

Bij het hotel werden we begroet door zalmroze stokrozen en de geur die een bloeiende Brugmansia bij de buren verspreidde. Een rambler met zo veel roze roosjes dat je zijn doorntjes haast niet zag omhelsde een oude druif die een klein pleintje voorzag van wat schaduw. Rieten setjes met ploffende, wattige kussens waren speels op een Michelangelo vloer neergezet. Je kon je een slechtere plek bedenken om de taart aan te snijden. Passerende toeristen in korte broeken zwaaiden met hun ijsjes verlegen naar het bruidspaar terwijl zilveren vorkjes zacht in het zonlicht weerkaatste en Toots tevreden zomaar traag wat tielde op de achtergrond.

Boven het hotel was een ruim, licht en modern ingericht appartement. Het was haar ook hier gelukt om de juiste sfeer te treffen. Mijn zoontje speelde daar met de hare samen in de zonnestralen op het blanke laminaat.
Blonde haren, witte broeken.
Ik geloof dat ze even snel wat poffertjes pofte. Of ijsblokjes hakte. Of wat in schonk. Zoiets. Ze lachte. En haar blonde krullen lachten mee.
Alles, maar dan ook alles was goed, alles was perfect.

Tot ze kanker kreeg.
Ik volgde via mijn vriendin de vele behandelingen, de hoop, het geloof en de teleurstellingen. Opnames, en weer naar huis. Het hotel moest worden verkocht. Een verhuizing naar elders, naar ‘dichterbij familie’ volgde.
Nieuwe behandelingsmogelijkheden? Gingen niet door.
En uiteindelijk het vonnis. ‘Gaat u maar naar huis, u bent uitbehandeld’.

Vandaag moet ik steeds aan haar denken. De vrouw van wie ik de laatste foto vanmorgen bij mijn vriendin op een flatscreen zag.

Daar, op het bed van de thuiszorg
leegt nu een slang direct alles wat er in haar maag komt.
Ja, natuurlijk is ze nu mager, wat had ik dan verwacht?
Al wat haar rest is afscheid nemen.
Vrienden en familie kwamen allemaal langs deze week. Haar begrafenis heeft ze met haar laptop op schoot zelf geregeld. De kleding is gekozen. De tekst is geschreven. Het album voor haar zoontje is af.
‘Ze hoopt dat ze zaterdag nog haalt’,

Al mijn woorden zijn vandaag voor haar. Voor iemand als ons, die nooit meer zal tutten in haar huis, en kan spelen met haar zoontje. Nooit meer kusjes zal geven, tranen kan drogen of een hoofdje strelen.

Voor iemand voor wie het doek genadeloos valt.
Vandaag?
Morgen?

Ik hoop dat ze mijn applaus zal kunnen horen.

Buurman en buurman

Gek eigenlijk, hoe je soms samen tot een oplossing kan komen, die eigenlijk niet zozeer voor de hand had geleken. Ik heb het over mijn buurman van tegenover ons huis. Hij vraagt mij keer op keer hem bij zijn voornaam te noemen, maar dat doe je toch niet bij een man van begin 80? Althans, dat schat ik zo, en zijn voornaam ben ik by the way ook steeds vergeten, iets fries, dat wel. Het is een tanige man, zijn vrouw kende ik nog niet om de simpele reden dat zij slechts buiten komt om de ramen te lappen, en weer binnen was eer ik mijn voornemens mijn jas aan te trekken om even kennis te maken kon uit voeren. Hij liep altijd met zijn hondje zijn rondje. Vaak berispte hij hierbij de schooljeugd die in de buurt liep te klieren, en zij pesten hem daarom altijd vreselijk. Meestal kwam ik hem tegen met die dappere zwabber die onze Bordeauxdog Nino -55 kg schoon aan de haak- wel even zou wegjagen. HA! Maar het dappere hondje is niet meer. Een paar maanden geleden hebben ze hem eensgezind in moeten laten slapen. Hij stond er verloren bij, zo alleen voor zijn tuintje. Zijn ‘kind’ verloren, en zijn rondje kwijt. De waterlanders stroomden zowat recht uit zijn hart en hij schaamde zich er niet voor. Nu de regelmaat, de orde van de dag, de nut en de zin, ontbrak, dreigde Buurman Tijmen in een depressie te vallen. Althans, dat vermoedde ik. Zijn vrouw sliep slecht, vertelde hij, en hij ook. En nee, voor een nieuw hondje voelde hij zich nu echt te oud.

We hadden er een paar weken over nagedacht, Rem en ik. De risico’s overwogen en vervolgens het volgende besluit genomen.
Op een goede vrijdagavond kwam buurman Tijmen op ons verzoek langs. Eerder die dag hadden we samen aangebeld, en na enig gemorrel met sloten had buurman zelf opengedaan. “We willen u iets vragen, maar dat willen we niet aan de deur doen, het is een serieuze vraag”.

Hij kwam alleen. Zijn vrouw is niet zo uithuizig, zo vertelde hij. We praatten over zijn hondje, en weer biggelden de tranen over zijn wangen. Misschien zou onze vraag te vroeg komen, misschien was het ronduit -Not Done!- deze man op dit moment onze vraag te stellen?Uiteindelijk kwamen wij toch maar ter zake. “We willen echt dat u er goed over nadenkt buurman, en uiteraard eerst een paar keer meegaat om Nino wat beter te leren kennen”

De zondag daarop gingen buurman en Remco samen naar het park achter ons huis. Nino trok buurman zowat de arm uit de kom. Er zou in ieder geval een langere riem komen, zo’n uit-rek-riem van 8 meter bedachten we een uurtje later we tijdens de koffie. Voor Nino was de zaak al lang beklonken. Zijn leiderstaak op het hondendagverblijf in het Twiske viel hem toch wel erg zwaar de laatste maanden.
We spraken af dat buurman met Nino ging oefenen op tijden dat ik thuis was zodat ik kon ingrijpen indien nodig.
Jazeker. Buurman had een mobiel. Met headset!

En nu zijn we een paar maanden verder. Iedere maandag, donderdag en zaterdag lopen de twee oudjes (buurman en buurman) samen hun rondje. Ook op de andere dagen haalt hij Nino op als hij zin heeft in een rondje. Financieel zijn zowel wij als buurman er 50 euro per maand op vooruit gegaan. Ook aan buurvrouw is gedacht: Twee weken geleden besloot onze oudste poes Nikita te verhuizen naar de overkant. Als prinses op de erwt zie ik haar in ’t voorbijgaan op een dik kussen naast buurvrouw op de bank liggen.
“Ik had altijd zo graag al een kat willen hebben, maar we zijn nu al zo oud…”

Misschien zijn er gewoon wel TE VEEL voorzieningen in ons land voor van alles en nog wat. Niemand wil meer afhankelijk zijn of worden van een ander. En bijna niemand durft meer te vragen…
En die vervelende schooljeugd die buurman altijd zo pest? Nee, geloof me, daarvan heeft Tijmen geen last meer…..