Ben nog steeds niet wat gezelliger

Half Nederland puft en zucht. Mensen, wat een zomerhitte.

Misschien zou je denken dat ik lekker naar het strand zou gaan, maar dat is me veel te druk.
Bovendien durf ik op het moment niet goed te rijden, ik ben bang dat ik dan ga hyperventileren.

Vorige week had ik wel met Karin mee gekund op de scooter maar dan voel ik me de hele tijd verplicht gezellig te doen, wat me niet zo goed lukt. En nee, natuurlijk verwacht ze dat heus niet van me, maar toch, de energie heb ik nu (nog) niet om lang onder andere mensen te zijn.

Het lijkt wel of al mijn energie naar denken gaat, tot op het obsessieve af (volgens Rem dan, en misschien heeft hij daarin ook wel gelijk). Hij laat me verder maar een beetje, weet dat het tijdelijk is, en zeurt gelukkig verder niet over huishoudelijke onbenulligheden als ramen lappen en dergelijke.

Maar goed.
Het geeft me allemaal wel te denken.

Ik bedoel: Stél dat mijn vader inderdaad autisme had?
Waar er één is zijn er meer zeggen ze toch?
En inderdaad:
de zoon van zijn broer (mijn neef) heeft ook ASS (begeleid wonen), en Neef, de zoon van zus heeft PDD NOS.

Ik weet het niet.
Van mezelf bedoel ik.
Ik ben echt wel gek op to do lijstjes en vind bla-bla gesprekken over niets best wel lastig, de associaties die ik tijdens het gesprek heb of krijg zijn soms een beetje vreemd voor anderen denk ik.
Daarentegen kan ik me volgens mij wel prima inleven in de gevoelens en beleving van anderen. Ook kan ik echt wel empathie tonen en voelen.

Mijn vader had dat echt niet. Ik weet nog goed dat ik drie jaar geleden zo ziek was (spieren, gewrichten) en dat ze gewoon niet even langskwamen
om me een hart onder de riem te steken.
Pas na een week of zes kwamen ze op zondagmorgen (uur of half twaalf) een leerboek van school brengen dat Kyl op de camping had laten liggen.
Nee. Ze konden echt geen kopje koffie drinken want het gras moest worden gemaaid. In het licht van autisme kan ik nu al die talloze vergelijkbare botte / ongevoelige / ongeïnteresseerde reacties wel plaatsen, maar vroeger kon ik er echt heel kwaad worden.
‘Dit ÌS niet normaal!’

Ik denk gewoon dat je als je maar lang genoeg met iemand samenleeft die autistisch is, je vanzelf bepaalde trekken overneemt.
Je wordt er mee opgevoed, nietwaar? Verder leer je daardoor stemmingen denk ik heel goed invoelen en erop in te spelen, iets wat mij in mijn pubertijd nog niet zo heel erg goed lukte;)
Gut, de zenuwtoestanden als mijn vader bijna thuis kwam. Zaten we alledrie verdiept in ons boek tot mijn moeder op de klok keek en riep, ‘Vlug meiden, je vader komt zo thuis. F. doe jij de badkamer, Narda doe jij de afwas dan pak ik de stofzuiger’.
En altijd moest de radio zacht.
-Een trekje dat ik zelf nu ook heb.-

Ik heb ontzettend veel bewondering voor mijn moeder, maar tegelijkertijd vond ik haar ‘laf’ door nooit genoeg voor zichzelf op te komen.
‘O kind, maar dat doe ik heus wel hoor’, zei ze dan.

En inderdaad kreeg ze met veel geduld mijn vader soms ook wel om. Het was haar toch maar mooi gelukt om hem die eerste keer mee te krijgen naar Spanje. (Vervolgens zouden ze daarna maar liefst nog 50 keer naar Spanje gaan;-)

Ik denk dat hij naarmate hij ouder werd meer problemen kreeg. Pas toen ik hem in het laatste halfjaar van zijn leven vaker zag heb ik hem gewoon benaderd alsòf hij autistisch was, ook al was er geen diagnose.

Ik accepteerde maar -als Rem erbij was- dat hij alleen met Rem praatte en mij gewoon volkomen negeerde in het gesprek. Als Rem dan zei:’ Klaas je dochter zegt wat’, zei hij:’ Ik kan niet horen wat ze zegt hoor’.
Of als ik de telefoon opnam. Nu moet ik daar wel om lachen, maar het is best wel bot om zonder verder enige plichtplegingen te roepen:
‘Nadda ik moet Remco hebben’.
Hij dacht er echt niet over na dat zulke dingen mij zou kunnen kwetsen.
Interesse in mijn school? Werk?
Hij had nagenoeg geen flauw idee wat ik dacht of wat ik deed, de gesprekken daarover waren zeer oppervlakkig. Toch heb ik ook wel van hem geleerd hoor. Deze wijze les bijvoorbeeld:
‘Je moet niet luisteren naar wat mensen zéggen, je moet kijken naar wat ze dóén’. Ik denk dat dat een van zijn manieren was om de wereld te begrijpen.
Ook een mooie waar ik hem dankbaar voor ben:
‘Zoals jij denkt dat het moet, zó is het goed’.

Nou ja, daar denk ik dus allemaal aan. Dat soort gedachten. Dat soort twijfels. Spijt, verdriet, toch ook heimwee, melancholie.

Hebben jullie trouwens zomergasten nog gezien zondag met Griet op de Beeck? Deed me goed om te zien dat er meer mensen zich kwetsbaar op durven te stellen, kennelijk ben ik dus niet de enige idioot;-D
Dapper van haar hoor. Ik heb (bewust) nog geen een boek van haar gelezen, maar toen ik eergisteren in de bieb was waren ze allemaal uitgeleend. Weet ook eigenlijk niet of haar boeken een goed idee zijn voor mij op dit moment.

Anyways, ik heb jullie weer genoeg verveeld met al mijn kronkels. Ik wou maar dat er weer wat ruimte in mijn hoofd was voor een beetje fantasie, het is gewoon (nog steeds) even niet anders.

Ik moet nu echt wat gaan doen.
Een beetje actie in de tent hier gooien. Voel me een stukje rustiger nu ik alles weer even opgeschreven heb. Maar het is nog maar zo’n klein beetje.
Een to do lijstje in mijn hoofd maken is niet zo moeilijk:
Fietsen, winde plukken, wasje draaien. Alleen aan de uitvoering schort nog even het een en ander;-D

Advertenties

De kip! (Narda legt nog ’n eitje)

Blijven er toch nog twee vragen over die ik nog onbeantwoord heb gelaten, maar wat veel mensen zich misschien nog steeds afvragen.
1) Had mijn moeder nou een eetstoornis of niet?

Jessica, de halfzus van Kyl kreeg omstreden haar dertiende anorexia nervosa. In die periode heeft ze een paar maanden bij haar vader gewoond. Op de dagen dat haar vader werkte was ik het die haar ‘AN streken’ moest zien te handelen en haar ’s morgens moest wegen. Ze was ongeveer 1.70 en woog iets van 40 kilo; nèt aan genoeg om uit het ziekenhuis te blijven. Ik weet dus van heel dichtbij wat AN is.

Mijn moeder had volgens mij geen AN.
Ze was totaal niet bezig met calorieën tellen, of voedingstoffen uitsluiten.

En nee, boulimia had ze denk ik ook niet.
Geen vreetbuien, geen spuugsessies, niets van dat al.
Ze gaf gewoon niet zoveel om eten, hoewel ze een palinkje op zijn tijd niet te versmaden vond.

Dus nee, geen eetstoornis als AN of boulimia vermoed ik, hoewel ze volgens twee tantes van mij heel vroeger wel een eetstoornis heeft gehad.

Ik denk gewoon dat eten -net als haar sherry’tje en sigaretje- voor haar gewoon iets was dat ‘helemaal van haar was’.
Niemand nam die controle van haar af. Dàt besliste ze zelf wel. In die zin was er dus misschien wel sprake van een eetstoornis. Daarnaast kreeg ze net als ik bij veel stress ook bijna geen hap meer door haar keel.

Zelf heb ik namelijk ook een periode gehad dat ik heel mager was. Toen ik in ’99 in Australië was woog ik nog maar 48 kilo. Jess -mollig destijds- zei altijd: ‘Owww, I wished I could be like you’, en ik kreeg maar niet uit dat koppie gepraat dat ik helemaal niet zo mager wilde zijn.
Bij mij was het gewoon pure stress, en ik vermoed dat dat ook een oorzaak is geweest van het ondergewicht van mijn moeder.

Later was de kanker er natuurlijk verantwoordelijk voor dat ze geen eetlust meer had. Zelf vond ze het echt niet leuk dat ze zo mager was geworden, ze deed echt wel haar best om wat te eten, en later om haar Nutridrink leeg te drinken.

Ach, nogmaals, dingen gaan soms helaas zo als ze gaan.
Voor mij vallen de puzzelstukjes nu wel op zijn plek.

2) De vraag of ze nu door een tia rond haar achtentwintigste dusdanig van karakter is veranderd dat ze drugs is gaan gebruiken kan ik nu ook wel beantwoorden:

Dat ze later zo ten nadele (mijn mening) is veranderd, kwam éérst door haar drugsgebruik en pas daarna mede door het zware herseninfarct op haar tweeënveertigste.
Ik denk dat ik door me steeds maar vast te klampen aan de gedachte dat mijn zus toen een tia heeft gehad, mij verder niet hoefde te verdiepen in andere oorzaken waarin ik zelf natuurlijk ook een grote rol heb gespeeld.

Als ik vroeger niet zo recalcitrant was geweest, mijn vader niet zo autoritair en onredelijk, en mijn moeder niet zo labiel en volgzaam had mijn zus niet zo haar best hoeven doen om voor iedereen in huis ‘te zorgen’. Ze was vroeger de wijste, stabielste, en -samen met mijn moeder- de liefste en zachtaardigste van ons vier.

Ik hoop dat ik haar nu een klein beetje recht heb kunnen doen door al mijn blogs over haar.

Nee, ik loop niet rond met een heel groot schuldgevoel nu.
Dingen gaan gewoon zoals ze gaan. Er was totaal geen kwade opzet in het spel, maar waarschijnlijk wel een stoornis uit het autisme spectrum bij mijn vader.
Daar raak ik naar mate ik er meer over lees steeds meer van overtuigd.

Vechten of vluchten?

Kom ik toch weer bij de coping strategieën en congruentie uit na het schrijven van mijn vorige blog:

Hoewel ik veel van mijn vader hield en hij in wezen het hart echt op de juiste plek had, was het vaak een moeilijke man in de omgang. Hij vertoonde -achteraf bezien -veel aan autisme verwante trekjes, misschien heeft Neef zijn PDD NOS ook wel niet van een vreemd.

Bij ons thuis was het de onbeschreven regel dat mijn vader gewoon altijd gelijk had, ook al beweerde hij dat pimpelpaars groen was, iets waar ik dan altijd weer tegenin ging.
‘Laat nou maar Nar’, zeiden mijn moeder en zus dan.

Om maar zo veel mogelijk weg te zijn van huis ging ik vijf keer per week naar de atletiektraining. (Ik had een superconditie;-)
Later was ik bij Sandra kind aan huis, ik sliep daar bijna ieder weekend. School interesseerde me verder ‘geen hol’, en op feestjes eindigde ik bijna altijd in tranen.
Echt zo’n vreselijke jankerd was ik dat mijn tranen nu gewoon op zijn;-)

Waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat ik in ieder geval flink gepuberd heb, in tegenstelling tot mijn zus dus, die volgens mij pas op haar achtentwintigste ging puberen.

Mijn moeder was altijd de mildheid in eigen persoon. Een paar maanden voor haar overlijden hebben we (met Rem erbij) nog over vroeger thuis gesproken. Ik vroeg haar waarom ze het nooit voor me op had genomen.
Ze heeft toen alsnog haar excuses aangeboden. Ik ben nu heel blij dat we daarover gesproken hebben, al was het toen natuurlijk best een heel moeilijk gesprek.

Tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk om op een gepaste manier te reageren als ik het gevoel heb dat mij ‘onrecht’ word aangedaan. Òf ik reageer veel te mild, of ik reageer veel te fel. Ik heb moeite om een reactie daartussenin te geven. Dat felle reageren is voor mij gewoon een ingebakken coping strategie geworden.
En misschien was mijn vechtstrategie dan wel een veel betere dan de vluchtstrategie van mijn zus destijds, maar nu wordt het tijd voor wat verse strategieën.

Even voor de duidelijkheid hoor:
Nog steeds hou ik veel van mijn ouders en zus. Boven alles hielden wij van elkaar. We hadden alle vier onze eigen karaktertjes, maar bij niemand van ons was er sprake van kwade opzet om de ander verdriet te doen.
Onkunde misschien. Onmàcht. Autisme?

Ik hoop (ook voor jullie) dat ik er voorlopig even over uitgeschreven ben. Begrijpen doe ik het denk ik wel, maar dat neemt niet weg dat ik me soms een beetje boos voel.

-Boos omdat ik nu achter ben gebleven.
-Boos, op de zogenaamde vrienden van mijn zus.
-Boos, omdat ik alles maar kan regelen.
-Boos, om de moeilijke jeugd die Neef heeft gehad.
Enz.

Dat zal ook wel allemaal bij het verwerken horen en ik weet het ook heus wel te relativeren.

Maar vóelen mag ik het dus ook!!

Westenwind

Vanmiddag heerlijk uitgewaaid op strand Bakkum bij paal 45.
Mijn zus vliegerde daar altijd graag eind van de middag/ begin van de avond als ze bij mijn ouders op camping Bakkum logeerde.
Vorig jaar met Hemelvaartdag hebben Rem en ik daar ’s morgens heel vroeg een klein gedeelte van haar as gestrooid, op zus haar eigen verzoek. Ook een gedeelte van (Beau)Nino ligt daar ‘om haar te beschermen’. Daar hadden we zelfs nog met Zus grapjes over gemaakt toen we het erover hadden op de dag nadat mijn vader was gecremeerd.

Mijn moeder leefde natuurlijk nog toen ik de as van Zus uitstrooide, en toen ik vroeg of ik ook een beetje van haar en pap in Zus haar duinpan zou strooien vond ze het heel fijn als ik dit wilde doen, ‘maar niet als het teveel moeite kost hoor Kind, alleen het Guisveld is ook prima hoor’.
Ik grapte toen nog, ‘ach mam, als ik toch bezig ben…’
Mijn moeder was er namelijk erg op gebrand dat ik al Zus haar uitstrooi- wensen zou uitvoeren. ‘Doe maar een beetje hier.., een beetje daar….O, en daar natuurlijk…’
-Ze zou het vast prachtig gevonden hebben als ze had kunnen zien hoe druk ik er maar mee ben. (Maar ook blij hoor).

Tja. Wij waren altijd echte strandmensen, mijn ouders en zus nog veel meer dan ik. Ooit schreef ik dit gedicht. Mijn zus vond dat zo mooi dat ze het levensgroot op haar toiletdeur geschreven had. Vier regels uit dat gedicht hebben we na haar overlijden op de binnenzijde van haar rouwkaart laten drukken:
‘Maar als je luistert naar de golven,
voel je je weer even twee;
hetzelfde kleine meisje
aan dezelfde grote zee…’

Vandaag was het de perfecte dag om ook de belofte na te komen een klein gedeelte van mijn ouders daarbij te strooien.
Er stond een straffe westenwind, en het was niet al te koud, niet al te zonnig en dus zou het vermoedelijk niet al te druk zijn.

Op de heenweg kreeg ik ineens zin om een vlieger te kopen.
Zo gezegd zo dus ook gedaan.

Voor we naar paal 45 liepen natuurlijk eerst wat gedronken bij ‘Zeezicht’ de favoriete strandtent van mijn ouders. -Zoets doen we natuurlijk wel in stijl hè?!-

Daarna dus het doosje leeggegooid en dat voelde voor mij een beetje als ‘vrijheid’. Niet voor mij, maar voor hen.

Nadat ik dat gedaan had viel het me ineens op dat de hele lucht grijs en grauw was, er was alleen een klein stukje blauw boven hun duinpan zichtbaar. Grappig. Lief.

De volgende foto is trouwens ook wel grappig:
image
Het lijkt net alsof Rem drie of zelfs vier vliegers vasthoudt. Het is er echt maar eentje hoor. Zal wel aan mijn IPhone liggen, maar ik zie daar gewoon graag een lieve groet in.

Na een uurtje zijn we weer gegaan. Het helmgras wuifde me tevreden na.
Nog even wat gedronken bij Zeezicht en daarna een lekkerbekje gegeten op de camping, terwijl goedkeurende glimlachjes van mijn ouders en zus in mijn gedachten verschenen.

Weer een klus plat.(niet oneerbiedig bedoeld). 
Nu alleen nog ons boottochtje door het Guisveld om de rest van de as uit te strooien (de grootste hoeveelheid). Daarna zal ik alleen nog wat kleine emaille hartjes met as bewaren. 

Voorlopig vind ik het fijn dat ze nog een beetje dichtbij me zijn. Als de tijd er rijp voor is zal ik het gewoon weten.

Soms zijn de lijntjes kort…

Gedachten

Soms speelt er al een tijdje een idee ver ergens op de achtergrond door je hoofd.
-Kent u dat?-

Zo ben ik natuurlijk heus ook bezig in mijn hoofd met de as van mijn ouders en zus die ik nog uit moet strooien. Rem begon er van de week over. ‘Zullen we binnenkort…?’
Voor mijn gevoel was het daar nog niet de juiste tijd voor. Ik vind het nog zo fijn dat ze op deze manier een beetje dichtbij me zijn.
En als ik dat dan zeg tegen Rem hoor ik ook de stem van mijn vader weer in mijn hoofd echoën:
‘Zoals jij denkt dat het moet Nadda, zó is het goed’.
Stervenden kunnen op die manier, door dat soort woorden, het verlies zoveel makkelijker te verwerken maken…

Maar goed, ik wilde het over hun trouwringen hebben. Het zijn twee hele gewone rechttoe rechtaan gouden trouwringen; een hele kleine, en een hele grote.
En ze liggen daar maar, samen met het gouden kinderkopje dat mijn moeder van mijn vader kreeg toen ik geboren werd, in een doosje te wachten tot ik zou weten wat ik er mee zou gaan doen:
‘It Will come to me sooner or later…’
Ofwel: dat soort beslissingen moet je nooit forceren, op een dag wordt het je gewoon duidelijk.

En vandaag is zo’n dag:
Ik weet opeens helemaal zeker dat ik van de twee ringen één ring moet laten maken.

En toen me daarna opeens ‘ingefluisterd werd’ dat die ring dan een cadeautje voor mijn vijftigste verjaardag zal zijn, begon ik spontaan te huilen…