Fijne Moederdag neef Xxx

2007.
Het was Moederdag.
Hij was dat weekend bij zijn vader geweest.
‘Wacht je even tot ze open doet?’
Negen was hij.
Kind van gescheiden ouders.
Met een cadeautje in zijn hand.
Ze deed niet open.

Zijn vader stapte uit.
Het rieten rolgordijn was dicht.
Ze zagen niets.
Geen beweging.

‘Kom, lopen we even achterom.’
Zoiets had zijn vader gezegd.
Ook daar ging de deur niet open.
Ze had vast de bezemsteel weer onder de klink gezet.
En hij liep maar met dat stomme cadeautje.

Ze gingen naar een vriendin.
Een vriendin met een sleutel.
Even verderop in de straat.
‘Wat gek’.
Ze liep wel even mee.

De deur ging open.
‘Mam, ben je daar?’
Gelukkig.
Daar zat ze.
Maar waarom sliep ze nou?
‘Mam?’
‘Hé, wordt eens wakker.
Je zoon is hier’.

De vriendin schudde.
Maar ze werd niet wakker.
Ze stonk.
Was dat plas?
En poep?
Waarom zag ze er zo raar uit?
Met haar mond zo scheef?
Hoe lang lag ze al zo?
Zijn vader ging bellen.
Met 112.
En hij stond daar maar
met zijn cadeautje
in zijn hand.

Opeens ging het snel.
Er kwam een echte ambulance.
Samen met zijn vader keek hij toe.
‘Dag mam’
zei hij zacht.
Maar niemand hoorde hem.

Het cadeautje liet hij maar achter op de trap.

Moederdag 2007
Nee.
Neef zal hem nooit meer vergeten.

Advertenties

Kerstverhaal: Andy’s kerstfeest

Eerste kerstdag 2013.
Het sneeuwde niet. Het was niet eens koud. Integendeel. Het regende wel. En niet zo’n beetje ook. De hele dag was het nog niet opgehouden. De zon hield zich pertinent schuil achter de dikke donkere wolken die snel werden voort geblazen door de harde wind. Zo’n dag was het.

Andy had de kerstboom lichtjes al de hele dag aan.
Een pannetje gluhwein stond zachtjes wat te pruttelen op het oude kleine petroleumstel dat vroeger van haar moeder was geweest. Die maakte er altijd haar stoofpeertjes op klaar met kerst. Deze kerst zou ze voor het eerst zonder haar ouders vieren. De geur van de petroleum maakte dat ze een klein beetje het gevoel had dat ze er toch een heel klein beetje bij waren. Andy zat aan haar kleine tafeltje en bekeek de foto albums van haar ouders, terwijl de kat langs haar benen schuurde, op zoek naar wat aandacht en genegenheid. Of misschien had hij gewoon al honger. Hij zou nog even moeten wachten op zijn kerstdiner.

Andy snoot haar neus nog maar een keer en schonk nog een gluhweintje in. Ze zat hier nog steeds in haar oude pyjama. Wat had het voor zin om je op te tutten als er toch niemand zou komen? Nee, dan maar liever zo. Straks zou ze de ovenschotel in de oven schuiven en de film over de Heineken ontvoering kijken die ze gisteravond opgenomen had. Bordje op schoot. En een Irisch Coffee toe. All you Need kon ze eventueel ook nog kijken. Alsof ze nog niet genoeg had gejankt vandaag zeg.
Nou ja, ze zou wel zien. Het was per slot van rekening kerst. Als ze nou eerst maar eens ophielden met het afsteken van dat illegale vuurwerk. Gek werd ze ervan.

Een voor een bekeek ze de foto’s. Vrolijke foto’s met lachende gezichten in de sneeuw, op het strand, aan een feestelijk gedekte tafel, in de tuin waarin pap altijd zoveel tijd doorbracht. Dat was ook wel te zien. Een tuintje. Wat zou dat weer zalig zijn, gewoon een eigen tuin voor zichzelf. Of een balkon, dat zou ook al fantastisch zijn. Ook voor de kat. Ze moest nou ook weer niet direct teveel willen.

De kat was op haar schoot gesprongen. Zonder dat ze er erg in had streelde ze zijn vacht en veegde ze een traan weg die kriebelend langs haar wang een weg naar beneden liep. Het was ook nog maar zo kort. Begin maart. Het ongeluk met de skilift. Dat waren zij geweest. Haar ouders. In 1 klap weg. Allebei. 55 jaar waren ze nog maar geweest.
De kranten hadden er vol mee gestaan.

Ze had gewoon nog even moeten wachten. Met een klap sloeg ze het album dicht en legde het boven op de kast.
Had ze nou maar een broer of een zus gehad, of desnoods een oude verre tante. Maar niets van dat al. Ze was helemaal verdomd alleen op die verdomde aardkloot nu.

Twee maanden na de begrafenis had ze het ouderlijk huis in Sneek verkocht en was ze verhuisd naar de Pijp. Onderhuur. Via via. Je kent het wel. Haar oude vrienden hadden vanmorgen nog even gebeld. En hoewel ze van harte welkom was geweest om bij hun prille gezinnetjes de kerst door te brengen had ze besloten alleen thuis kerst te vieren. Ze had het niet gekund. Nog niet.

De kat wilde naar buiten. ‘Over een uurtje gaan we eten hoor.’ Het was het eerste wat ze die middag zei. Haar stem moest duidelijk nog wat gesmeerd worden.

Voordat ze met haar wijntje op de bank plofte, schoof ze de kant en klare kalkoenfilet in de oven. De oudhollandse groenten zou ze er over een kwartiertje naast zetten. Ja, ze moest er toch wat van maken nietwaar? Het was per slot van rekening kerst. Hoewel de peertjes straks uit blik zouden komen was ze ze niet vergeten. Misschien moest ze toch maar even snel een douche pakken en wat leuks aandoen. Opnieuw schrok ze zich dood van een vuurwerkknal.

In haar letherlook tregging en de zachte mohair trui voelde ze zich gelijk wat meer mens.
Een beetje make-up deed natuurlijk ook wonderen, al zagen haar ogen nog steeds een beetje rood. Het eten was bijna klaar. Het rook lekker. Ook al zo naar vroeger. Ze maakte een blikje echte-mensentonijn open voor de kat. Zij een kerstdiner, hij ook een kerstdiner. ‘Poes poes, kom maar’.

Ze verwachtte hem pal achter de buitendeur maar hij stond er niet. Ze riep hem nog eens. Wat harder nu. ‘Poes poes, kom maar. Eten’.
De regen kwam nog steeds met bakken uit de lucht. Vreemd. Hij was nooit verder geweest dan het portiek. En hij had bovendien de pest aan regen. Hij zou toch niet ZO geschrokken zijn van het vuurwerk dat hij op de vlucht was geslagen? Wat stom dat ze daar nou niet aan gedacht had. Ze had hem binnen moeten laten.
Snel zette ze de oven uit en pakte ze haar sleutels en haar jas.

Zou ze rechts- of linksaf gaan? Ze gokte op rechts. En dan zou ze gewoon het hele blokje lopen. Zo ver zou hij niet zijn toch? ‘Poes poes?’

Toen ze de eerste zijstraat in liep zag ze een auto midden op de weg staan. De alarmlichten knipperden. Gelijk wist ze dat ze daar moest zijn. Het was de Dierenambulance.

Drie mannen zaten met gebogen hoofd boven de kat.
‘Is hij van u mevrouw?’
Ze knikte. De regen konden haar tranen niet verbloemen.
Ze wist niets te zeggen. Ze streelde het warme zachte kattenlijf tot de ambulance chauffeur het oppakte. Het kopje hing slap langs zijn arm.

‘Hey, het spijt me echt mevrouw, weet je. Hij stak zomaar de weg over’.
Bruine ogen keken haar vanonder een pet en een capuchon aan. Er blonken tranen in.
‘Echt. Ik zweer het u’.
‘Zullen wij hem maar voor u meenemen mevrouw?’

Ze knikte. ‘Is hij echt wel dood?’
De ambulance chauffeur knikte. ‘Het spijt me’.
Nadat ze haar gegevens had opgeschreven liep ze weer naar huis.

De kalkoenfilet was toch nog verbrand. Nou ja, ze had toch niet zo’n trek. Maar ze moest toch wel echt wat gaan eten nu. Ze deed wat peper en mayonaise door de tonijn van de kat, smeerde het op wat toastjes, schonk het laatste beetje gluhwein in haar glas en plofte daarna op de bank waar ze ‘All you need’ besloot te kijken. Janken deed ze toch al.

Straks zou ze nog wat peertjes nemen.
Het was per slot van rekening kerst.


-fictief- (godzijdank!)

Lieve collega bloggers: Ik wens jullie allemaal hele fijne warme dagen!

Dubieuze schimmelnagels, ramen lappen en belangrijker zaken….

Woensdag:
Een Whatsap van Kylian tijdens mijn werk: ‘Mam, oma heeft je vannacht geprobeerd te bellen, opa was twee keer gevallen.’
Hij zit nu daar weet ik, om dat Kärcher raamlap-ding ( ja, dat bestaat, ik had er tot voor kort ook geen idee van) in elkaar te zetten die we maandag samen in Zaandam hadden gekocht, nadat we -natuurlijk!- eerst samen uitgebreid de massage stoelen hadden getest. Ik schrik me rot. Snel kijk ik bij mijn gemiste oproepen. Geen oma nummer te bekennen. Dan bel ik snel Kyl voor het hele verhaal.

Dokter is net weg zegt Kyl.
‘Ze had er niet aan gedacht je mobiel te bellen mam’. Het staat verdorie met koeienletters op het briefje met belangrijke nummers dat ze naast haar bed heeft liggen. ‘En F. , de overbuurvrouw, nam ook al niet op’. Arme mam. Gelukkig heeft ze wel de huisartsenpost te pakken gekregen die haar sommeerde 112 te bellen. Pap hoefde uiteindelijk gelukkig niet mee met de ambulance.

Thuis luister ik naar mijn moeder haar stem op het antwoordapparaat. Ze is niet te verstaan. Hoe lang kan dit nog zo doorgaan? ’s Avonds is dokter weer net geweest als ik bel. ‘Hij heeft een blaasontsteking’. We spreken af dat ik morgenochtend vroeg de medicijnen ophaal bij de apotheek. Samen met de nieuwe prikpen voor pap.

Maar eerst ga ik de volgende dag even naar de dermatoloog voor de uitslag van een stukje van mijn teennagel dat een paar maanden op kweek was gezet.
‘Het blijkt toch geen schimmel te zijn’ zegt ze. ‘Mag ik nog eens kijken naar je nagel?’ Ik neem plaats op het bed.
Omdat ik die vanmorgen net strak in de lak had gezet valt er niet veel aan te zien. Ze was zo overtuigd de vorige keer. ‘Ik heb nog wel de foto van hoe het was’. Die wil ze wel zien. Aandachtig bekijkt ze nogmaals de foto. ‘Het lijkt toch echt een schimmelnagel’.
Maar het is het dus niet, denk ik. ‘Dan toch psoriasis?’
Dat denkt ze niet. Maar ze weet het ook niet zeker. En een test om dat uit te zoeken bestaat niet. ‘ Over een half jaar wil ik je nog een keer zien’.
Met drie vraagtekens boven mijn hoofd stap ik even later in de auto. Nu even geen teennagel-gedoe!

Pap ligt in pyjama op de bank.
‘Blijf maar lekker liggen hoor’. Hij doet het niet. Bleek en mager kijkt hij me een beetje hol aan.
‘Hij heeft net een nieuwe morfine pleister op’, verklaart mam.

Als ik mijn koffie op heb lap ik toch maar even de ramen. ‘Eerst moeten de ramen schoon hoor, voordat ik het kerststalletje neer zet’.
Afgelopen zondag hadden Rem en ik al zo’n klein boompje van 60 cm met lichtjes gekocht op de kerstmarkt en later gelijk even opgetuigd.
De grote boom moest dit jaar maar op zolder blijven, vond mam. ‘Zo’n gedoe, mijn hoofd staat er helemaal niet naar’. Het stalletje had ik wel alvast in de logeerkamer gezet.

Na het lappen van zowel de binnen als de buitenboel drink ik nog wat met mam. ‘Red je het nog een beetje?’ Ik zeg dat ze de hulp moet gaan accepteren die de mensen aanbieden. ‘Ja maar ze vragen vaak alleen maar of ze een boodschap moeten doen, en dat doe ik liever zelf want dan ben ik er even uit’. Ik snap haar volkomen. ‘Maak anders een lijstje met dingetjes die moeten gebeuren maar die je zelf niet meer kan’. Dat weet ze wel uit haar hoofd hoor. Even later stof ik voor mam het kleine kastje boven de bank af terwijl mam het thee serviesje afwast wat daar sinds jaar en dag mooi staat te zijn.

‘Nog snel een glaasje water dan hoor’. Karin komt vanmiddag.
We hebben afgesproken om onder het genot van een gluhweintje de koudbuffetboodschappenlijst te maken voor tweede kerstdag.
‘Het is wel een fijne dokter hè?’
Het maakt me blij als ze dat zegt. ‘Pap ziet er wel slecht uit hoor mam’. Ze beaamt het. ‘Maar hij heeft nu koorts van die blaasontsteking hoor, dus als die weg is knapt hij vast verder op’. Dan vraag ik voorzichtig of ze er al over hebben nagedacht wat ze willen als het s’nachts niet meer gaat. ‘Toevallig begon dokter daar gistermiddag ook al een beetje over’, zegt mam. ‘Hij had het over een eventuele mogelijkheid van een hospice vlakbij als we dat zouden willen’.

Thuis kijk ik snel op internet terwijl ik een broodje naar binnen prop. Het hospice, lees ik, bevind zich precies tussen ons huis en dat van mijn ouders in. Wat mooi, wat knus. En zoveel vrijwilligers. Wel 60! Misschien is dit inderdaad wel een hele mooie uitkomst.
Dan lees ik dat ze ‘alleen voor uitbehandelde mensen een plekje hebben….’.Ik klap mijn laptop dicht. Karin staat voor de deur. Terwijl ik open doe komt de zin die er op volgde pas woord voor woord op volle kracht bij me binnen:
“Het moet duidelijk zijn dat de levensverwachting van de toekomstige bewoner korter is dan drie maanden”.

…met de garnalen, de kastanjes en een Bio kalkoen

Mijn oog valt op een foto van grote Spruit met kleine Spruit. Het hangt achter zijn brede rug tussen een stuk of wat andere canvas fotolijstjes aan de muur. Hij heeft dus warempel nog tijd gevonden om zijn hokje tussen al onze misère door nog even gezellig op te pimpen ook. Sterker, zo te zien heeft hij zelfs een zeker moment van quality time met kleine spruit mogen ervaren.

‘Het spijt me, ook in de brief heeft de reumatoloog het niet over een bacterie’. Dr. Spruitje draait zijn beeldscherm naar me toe. Samen lezen we mompelend de brief. Af en toe vertaald hij een woord voor me. Hij heeft gelijk. Ondanks dat ze daar het eerste kwartier zo stellig over had geklonken tijdens ons lange consult, wordt er in de brief naar dr. Spruitje met geen woord over gerept. Gelukkig maar dat Rem toen mee was, anders had ik nog aan mezelf gaan twijfelen ook.

Het irriteert me een beetje dat er steeds knetterharde bewijzen op tafel moeten komen voor andere diagnoses, maar dat ‘tegen burn-out aan’ en/of ‘begin overgang’ zonder blikken of blozen en enig-bewijs-What-So-Ever als ‘grote mogelijkheid’ op tafel wordt gegooid.
Alsof je verd… geen ziekte kan oplopen als je door een stressvolle periode gaat.
Alsof je direct in de overgang bent als je menstruatie in het afgelopen half jaar misschien een of twee keer een paar dagen eerder kwam dan normaal.
Tenminste dat denk ik. Dacht ik.
Alsof ik dat bij hou.
Alsof ik zeker niks anders te doen heb.

Maar goed- adem in, adem uit,- het zou natuurlijk -heel misschien, kleine kans- zo kunnen zijn. Ik moet niet gelijk zo negatief doen, ook al was er totaal geen sprake van stress op het moment dat ik begin april in het ziekenhuis belandde vanwege mijn nek.
2 juni hoorde ik pas dat het ‘niet zo goed’ ging met pap.

‘En nu? Heeft het zin om evengoed antibiotica te gaan slikken?’ We spreken af dat ik in januari bel voor een recept.
Stel dat het wel helpt? Dan neem ik een evt. blaasontsteking en/of andere narigheden wel voor lief!
Verder spreken we af dat ik in januari weer zal starten met fysiotherapie.
Voor mijn geestesoog zie ik mezelf al hardlopen op de band.
Mijn hoofd volgt mijn lijf nog steeds voor geen meter. Het maakt nog steeds de meest ‘wilde’ plannen voor mijn lijf.
Frustrerend.

‘Weet u dokter?
Ik ben zo zat van dit stomme lijf’.
Hij kan het zich voorstellen.
‘Misschien gaat het wel nooit meer over’.
‘Dat kan’.
Slik.

Goed. Iets anders.
Mijn vader.
Hij weet het al, hij heeft hem door de telefoon gesproken. ‘Acht januari weer bloedprikken en dan misschien weer chemo als hij tenminste aangesterkt is’, vat hij samen.
‘Nee. Hij hoeft geen bloed te prikken’. Spruitje kijkt me aan.
‘De oncoloog zal hem enkel op het zicht gaan beoordelen’.
We staan inmiddels bij de deur.
Hij schudt mijn hand.
‘Maak er maar hele mooie kerstdagen van samen’.
‘Komt goed dokter.
Mijn Bio-kalkoen en ik
zijn inmiddels allang al hele wilde plannen aan het smeden met de kastanjes en de Hollandse garnalen’.

Thuis doe ik gezellig de kerstboom lichtjes aan. Ik ben nog bezig om de boodschappen op te ruimen als Rem al thuis komt. We drinken wat aan de bar en eten stokbrood met Franse kaasjes terwijl we een beetje bijkletsen.
Even later komt Kyl binnen. Koud, moe en chagrijnig van het sinaasappels persen in de koelcel van het hotel. Hij ploft op de bank.
Zijn pak heeft hij nog aan.
Rem maakt nog een gluhweintje warm en opent een biertje.
Op de radio speelt ‘Thank God it’s Christmas’.
Bink thankt dapper een beetje mee met Queen.
Spook wast zijn witte kleed.
Bram springt op mijn schoot.
De kippen zijn allang op stok.
De kaarsjes flakkeren alsof het een lieve lust is.

Home sweet home#alles komt goed….

20131214-130530.jpg

Een weekje wel

En weer een week voorbij!

Een week waarin ik zeker wist dat Sint alleen even snel twee shawls zou droppen voor de heren (en mij met zijn Sint-stemmetje vriendelijk heeft verzocht om zelf even een nieuwe spijkerbroek te kopen op zijn kosten), maar waarin ik minder zeker was van een behouden thuiskomst van mijn mannen.
Kyl had die ochtend van mij zijn scooter moeten laten staan, en Rem reed met een grote lege kastentrailer door de storm van Groningen terug naar Noord-Holland.

Een week waarin de treinen weer eens niet meer reden vanwege het barre weer. Waarin Kylian om vier uur dus maar moest zien hoe hij thuis kwam. Gelukkig reden de bussen nog wel, dus na twee en half uur reizen kon ik hem heelhuids op het station in onze woonplaats in mijn armen sluiten en half doodknuffelen oppikken. Op zulke momenten baal ik weer zo dat ik de snelweg niet op durf met de auto, hij is potdorie nog maar 16 hoor! (Dat ik op zijn leeftijd allang al alleen op vakantie was geweest met veertien jongens en twee meiden laat ik voor het gemak hier even achterwege;-)

Het was ook een week waarin
er weer een bezoek aan de bedrijfsarts stond gepland.
‘Narda, als jij je niet prettig voelt bij de psycholoog dan zal niemand van je verwachten dat je daar heen blijft gaan.’
En:’Jawel, het kan soms wel degelijk schaden Narda’.

Een week waarin Essie Erwt me belde en we met een pot thee heerlijk een beetje hebben bijgekletst. Binnenkort gaat ze voor me koken. Hoe leuk is dat?!

Een week waarin Rem het kippenhok verhuisde. Nu staat het meer beschut onder het afdakje bij de schuur. Dat ik Rem nu gezellige kerstlichtjes langs hun dakje kan hangen is natuurlijk een prettige bijkomstigheid.

Een week waarin ik de kerstboom weer gezellig neerzette, en de guirlande weer door de trapspijlen trok, terwijl Kylian 25 km verderop dezelfde tijd nodig had om een verstopping en overstroming van drie urinoirs het hoofd te bieden. Na de perikelen van vorige week met de ‘stofzuigerslang die tussen de liftdeuren bleef hangen’ en het ‘Verloren wiel van de volle roomservice kar’, heeft hij het voorlopig wel een beetje gehad met de house-keeping van het hotel geloof ik.
Gister heeft hij tenminste de hele dag met zijn hoofd onder zijn dekbed gelegen, de ziel.

Een week waarin we verhuist zijn naar onze nieuwe receptie die zo lang is dat we er met zijn tweeën in de lengte makkelijk een tukje onder zouden kunnen gaan doen in de nachtdienst.

Een week ook van de post van pap, waarmee hij ineens niet meer zo goed raad wist.
Al een tijdje niet, zo bleek.
Een week dus dat Rem de administratie nu helemaal over heeft genomen.

En een week waarin we bewust besloten extra (vet!) te gaan koken voor pap en mam ‘omdat dat toch lekker makkelijk is mam?’

Ja.
Het was me weer een weekje wel.

Kerst-Miss

-fictief-

Ze had er wel eens oude prenten van gezien op school. Amsterdam.

Vannacht had ze datzelfde Kerkplein langzaam zien veranderden in die sprookjesprent van weleer, hoewel de koetsen en de hoge hoeden van de heren natuurlijk ontbraken.
Het sneeuwde nu niet meer zo hard, en het werd al een beetje licht. Op het plein was het rustig.

De mannen zouden lekker warm in bed liggen, of maakten misschien het kerstontbijt klaar, terwijl hun kinderen op hun knietjes onder de kerstboom de cadeautjes telden. ‘Even wachten tot mama beneden is jongens’. Zoiets zouden ze zeggen. Ja, vast.

Ze had speciaal die nacht een rood setje aangetrokken, afgezet met wit bont. Aan haar voeten sierden de rode pumps met hoge hakken die haar vorig jaar nog prima hadden gepast. Ze voelde zich net een kerstbonbon.
‘Ik kom straks van je snoepen hoor schatje’. De flauwe opmerkingen waren niet van de lucht geweest.
Nou ja, als dat het ergste was?
Waren ze ook maar binnen gekomen, dan kon ze nu tenminste lekker weg. Nog eentje. In ieder geval nog eentje. Onder de vijf hoefde ze echt niet aan te komen.

Na een half uur had ze beet. ‘Hoeveel?’
Ze noemde het bedrag. ‘Je doet het toch niet tegen je zin hè?’ Ze lachte hem geruststellend toe. Nu kwam het er op aan. ‘Natuurlijk niet!’

Even later dacht ze aan haar moeder en broertjes thuis. Ze hoorde de eerste kerkklokken boven zijn gekreun uit komen. Straks kon ze wel even naar de Oude kerk gaan. Er was wel geen mis nu, maar ze kon misschien haar hand even tegen de muur houden en even wat bidden voor thuis?
Ja, dat zou ze doen.
God zou haar wel begrijpen.

Als hij nou eerst maar eens klaar was.

Dit verhaal heb ik geschreven voor de WE300 schrijfuitdaging van Platoonline@wordpress.com
Het is de bedoeling om met 300 woorden of minder een verhaal te schrijven waarin het woord van de maand zelf niet word gebruikt. Het woord van deze maand is ‘Kerstpiekeren’.

UO /WE 300 wat was er eerder het kip, het ei, of kerstpiekeren?

Het was niet groot, maar het dak was heel, zag Jozef. Een os stond naast een boom te grazen. Er scharrelde zelfs wat schaapjes en kippen rond het stalletje.
‘Kom Maria, laten we hier de nacht doorbrengen’. Hij pakte haar met beide handen bij haar heupen vast. Maria liet zich voorzichtig van het ezeltje afglijden. ‘Misschien hebben ze wel een eitje voor ons gelegd’, zei Maria. Ze klonk opgelucht, nu er voor even een eind was gekomen aan de lange reis.

‘Wat denk jij trouwens wat er het eerst was Jozef, het kip of het ei?’ Hij haalde zijn schouders op. ‘Geen idee. Maar kom, rust jij wat uit , dan zal ik eens kijken of ik zo’n lekker vers eitje voor je kan vinden.’

Het was al een beetje gaan schemeren toen Jozef terug kwam. De os lag naast Maria in het hooi. Ook de schaapjes en de ezel hadden hun weg gevonden naar de stal. Maria haar hoofd rustte heerlijk zacht op een warm wollen lijfje. ‘Kijk eens wat ik gevonden heb?’ Trots hield Jozef twee eitjes omhoog.
‘Ik heb er nog eens over nagedacht’, zei Maria.
Jozef keek haar vragend aan.
‘Zit je nou nog steeds aan die kip en dat ei te denken?’
Hij schudde lachend zijn hoofd.
‘Ja weet je’, vervolgde Maria, ‘ik denk dat het allemaal uit 1 en dezelfde oerbron komt en ik denk dat dat…’
‘Ssst…’
Jozef knielde bij haar neer. Pakte voorzichtig een verdwaalde haar van haar wang die bijna in haar oog verdween. ‘Ssst…je moet niet alles willen beredeneren.’ Met zijn lippen beroerde hij zachtjes haar wangen, haar kin, haar mond.
Zijn hand streelde zacht haar voorhoofd, haar blonde lokken.
‘Au!’

De os zuchtte diep, en de haan kraaide al even
toen een nieuwe UO de volgende morgen het levenslicht zag.

Geschreven uitdaging voor http://platoonline.wordpress.com
UO en WE 300 tdecember 2013