De laatste dag

(10 Januari 2014)

Mijn vraag bleef vervolgens in de lucht hangen. Ik had hem luchtig gesteld, dacht ik, maar de stilte die er op volgde voelde ongemakkelijk voor ons allemaal.

Pap wilde opstaan. ‘Help me eens even’. Ik nam zijn grote handen in de mijne en trok hem omhoog.
Voorzichtig schuifelde hij met zijn magere lijf naar de tafel waar mam met trillende vingers haar sigaretjes probeerde te draaien en streelde haar zacht over het hoofd. Ze glimlachte dapper naar hem.
Het brak me.
Bijna.

Pap leunde met zijn handen op de tafel terwijl hij afscheid nam van zijn tuin. In plaats van de kille kale tuin hoopte ik dat hij zijn kippen weer zag scharrelen, zijn jonge meiden zag giebelen en zichzelf het vlees weer zag omdraaien op de bbq, terwijl de katten vanaf de schutting toekeken en mam in haar mooie zomerjurkje lachend met een kan Sangria uit de keuken kwam.
‘Iemand nog?’

Ik probeerde het infuus op zijn onderarm dat de de huisarts vanmorgen al was komen prikken te negeren. Opeens draaide hij zijn hoofd weg van het raam en keek me aan.
‘De allermooiste?’

Ik knikte.
‘Even denken hoor’.
Voorzichtig schuifelde pap weer bij de tafel vandaan richting de grote stoel. Hij zocht even steun tegen de deurpost van de keuken voor hij weer verder ging, in de richting van het raam aan de voorkant van het huis.
‘Ga toch eens zitten lieve schat’, zei mam.

Zelf dacht ik terug aan het strand. Pap, die onze zwembandjes opblies en met ons in het water ging.
‘Klim maar op mijn rug hoor meiden’. Kadetjes met gebakken omelet en zand.

Aan pap, de stoere brandweerman. Pap, die ons leerde vissen en wormen leerde zoeken, die ons leerde varen, en ons leerde hoe we onze banden moest plakken.
Ik dacht aan de vele vakanties met de Constructam.
En opeens ook aan zijn rieten hoedje met de veer. Het leek allemaal veel te kort geleden.

Vanmorgen had ik mijn vader voor het eerst in mijn leven moeten scheren.

Pap tikte op de barometer en draaide voor de laatste keer aan het wijzertje.
‘Al mijn herinneringen aan jullie zijn bijna allemaal even mooi’.
Hij keek tevreden naar zijn voortuintje en toen naar mij. ‘Gele violen hoor, dat zijn de sterkste!’
Ik knikte.

Toen draaide hij zich weer om, keek nog een keer zijn straatje in en riep alsof het de ijscoman betrof:
‘Daar komt de dokter!’

Advertenties

Bij de tijd…

Vrijdag
‘Wat voor dag is het nou?’
‘Zaterdag toch?’
Alledrie zijn we hondsmoe.
Mijn lijf voelt alsof ik een marathon heb gelopen – yeah, dream on- en daarna de kuur van Epke nog eens dunnetjes heb overgedaan.
Ik ga maar eens lekker in bad.

Om drie uur zijn we bij mam.
‘Ik heb een klein cadeautje voor je’. Dat vind ze leuk.
Met haar bevende handen pakt ze het uit. ‘Een agenda’ zeg ik.
Dat ziet ze zelf ook wel natuurlijk.
Marjolijn Bastin heeft kwistig met vrolijke vlindertjes en bonte bloemetjes gestrooid. ‘Wat een mooie’.
We schrijven direct de eerste afspraken er in. ‘Cv ketel wordt schoongemaakt’. ‘Narda koffie 16:00 uur’.

Zus gaat vanmiddag weer naar 220 km verderop. Ze is in een redelijk humeur gelukkig. Het is ook allemaal wat voor haar. Misschien moet ik haar voorstellen er binnenkort maar eens wat belletjes aan te gaan wagen. De oproep van het ziekenhuis duurt wel erg lang.
De planning voor het plaatsen van de stan was afgelopen februari. Haar nikkel allergie gooide roet in het eten. Dus nu wordt het waarschijnlijk Amsterdam, en geen UMCG.

Mam vind het niet erg om straks alleen te zijn. ‘Ga ik lekker de Voice kijken’.
We spreken af dat ik morgen samen met haar de boodschappen gaan doen.
‘Kan Rem dan morgen dat kruisje boven de deur ophangen?’

Als we weer in de auto zitten belt dr. Spruitje om te vragen hoe het gaat. Hij heeft zo even ook mam gebeld. Lief van hem.
Komende week is hij een weekje afwezig, zo meldt hij.
‘En heel erg bedankt voor de Hyacint’.

Kyl hangt gezellig met ons mee, al doet hij dat een etage hoger. Rem gaat de eitjes bakken.
‘Doe maar gewoon, 1 wit broodje, 1 bruin broodje, allebei met boter, dan een plakje ham, en daarop het ei: Hele dooier, een beetje zacht vanbinnen maar het wit moet wel goed gestold. Geen snot-ei! Je mag wel een heel klein beetje jonge kaas mee bakken. Daarnaast wil ik mijn tomaat in plakjes, en een augurkje en wat zuur on the side. Neem die nieuwe borden maar’.
Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Ik knap zowat uit mijn velletje als ik zie dat hij mijn ham heeft meegebakken en er pittige Italiaanse strooikaas overheen heeft gestrooid. ‘En mijn dooier is helemaal gestold en er zitten harde randjes aan mijn ei’.

‘Sorry Rem’.
‘Geeft niets’.

Als we even later gedachteloos naar ‘Nederland van boven’ kijken schiet me ineens weer iets te binnen.
‘Weet je nog vorige week vrijdag toen pap nog leefde en de telefoon ging?’
Het was de dokter geweest. Rem had opgenomen.
‘Nou dat weet ik niet precies hoor, ik geef u mijn vrouw wel even’, had deze gezegd.

Opnieuw had de dokter zijn vraag gesteld , maar nu aan mij.
‘Klaas dokter’
[…..]
‘Nee, alleen Klaas’.
[….]
‘Nee, echt alleen Klaas hoor’.

Toen ik de verbinding had verbroken had Rem gezegd:
‘Wilde hij nou weten of er meer liefhebbers waren voor euthanasie?’
‘Misschien krijgen we wel groepskorting’, zei ex.
Volgens pap was het gewoon een strikvraag:
‘En? Ben ik door naar de volgende ronde?’

Nieuwe plannen maken

Het is gebeurd.
Achter de rug.
Klaar.

De speech ging goed.
Dat wil zeggen:
Ik ben niet in snikken uitgebarsten / flauwgevallen, en het was goed te verstaan.

Weer was oudste neef er van mijn vaders kant.
En Essie Erwt, Sandra en Karin. Fijn.
En Cora, de jeugdvriendin van zus.
En heel veel lieve andere familie leden, vrienden en bekenden.

Had ik trouwens al verteld dat Linda van de thuiszorg er gister nog was?
Bij de condoleance. Topwijf is het. Nummer 8 van Nederland hoorde ik van een kennis. Dat moet een foutje zijn. Ik weet namelijk zeker dat ze de beste thuiszorgverpleegkundige is van Nederland.

De helft van de bloemen zijn op het strooiveld gelegd. Daar ligt mijn peetoom. De andere helft hebben we met nicht José en Kyl bij het grafje van haar zoon Rick gelegd die op tweeënhalf jarige leeftijd is overleden. Hij was een paar maandjes ouder dan Kyl.
Had mijn vader ook vast mooi gevonden.

Na afloop een borrel bij mam.
Ik zat om half drie al aan de wijn.
Zus wil ook een zaansgroene kist.
En later ook worden uitgestrooid bij pap en mam in het Guisveld.
Misschien alledrie tegelijk.
Ja. Natuurlijk. Nino mag er ook bij.
Of we het even regelen dan.
Mam verteld alvast de juiste lokatie aan Rem.
‘Bij dat bruggetje. Ziet er net zo uit als op de kaart’.
Ik zeg dat we dan wel getuigen moeten meenemen. Een broer en een zus.
Gezellig, wijntje erbij en een hapje op de boot. Zou er bijna zin in krijgen.
Mam doet gelijk een suggestie voor de getuigen.
‘We kunnen natuurlijk ook op de schaats. Allemaal een rugtasje. Wie weet zijn de leden van de GVB wel te porren.
Berenburgertje er bij.
Nou alleen de datum nog.
We lachen.
Om serious business.

Als zus zegt dat ze wel eens eerder aan de beurt kan zijn als mam, begin ik over een wilsverklaring.
‘Misschien handig als we dat voor je operatie aan je hoofd doen’.
Ze wil heel graag een wilsverklaring.
Coma is ook net niks natuurlijk.
‘Wil jij dat regelen?’
Ook voor mam.
Natuurlijk.
Doen we.

Wat moet ik verder nog zeggen?
Zus was engelachtig vandaag.
Blij met mijn speech.
Kreeg heel veel complimenten trouwens over mijn speech.
Wist ook niet dat ik het in me had.

Later op de dag zijn Rem, Kyl en ik naar de Krokodil geweest.
Een Spaans restaurant.
Mam houdt niet zo van uit eten.
En terwijl Julio weer ‘la Carretera’ zong,
verslond ik massa’s tapas.

Mijn vader zou tevreden zijn geweest.

20140117-030716.jpg

Pap. 30-08-1935 – 10-01-2014

Speech:

Graag wil ik namens mam, Zus Remco, Kylian en Neef iedereen welkom heten.
Fijn dat jullie er zijn.

Mijn zus had graag hier zelf als oudste het woord genomen, maar vanwege haar afasie is dat helaas niet meer mogelijk.

Vandaag nemen we definitief afscheid van mijn vader die door ziekte veel eerder gestorven is dan hij voor ogen had. Zijn ziekte was een oneerlijke strijd die hij bij voorbaat al had verloren.

Behalve een periode van angst, verdriet en machteloosheid was het afgelopen half jaar ook een periode van liefde. Hoe gek het misschien klinkt: Ik ben dankbaar dat ik deze periode van zo dichtbij heb mogen meemaken.

Als mijn vader namelijk IETS vervelend vond was het wel hulp van anderen te moeten aanvaarden. Veel liever bood hij zelf de helpende hand.
‘Is het niet lastig voor je Nadda? Heb je wel tijd?’
En dan zei ik:
‘Weet je nog hoe vaak jij op Kylian heb gepast, of hem weer eens voor me uit het kinderdagverblijf ophaalde als ik het net niet redde?’
Ook voor Zus stond hij altijd klaar.

Hoewel de vele ziekenhuisbezoeken vervelend waren, maakten we er maar het beste van. Vaak zaten we in onze eigen gedachten in stilte in de auto of de taxi, maar soms kwamen de oude herinneringen boven als we Wormerveer weer naderden.

‘Kijk Nadda, in dat slootje viste ik altijd’. Hij wees dan naar de Ruijsdaalkade aan de rand van het Guisveld. ‘En daar was vroeger een bloemenwinkel’.

Mijn vader is in wormerveer Zuid geboren op de Delistraat.
Een paar weken geleden zijn we er samen nog doorheen gereden, en wees hij de plek waar hij vroeger woonde.
Iedere dag liep hij over de wandelweg en de Zaanweg naar school, zo vertelde hij.
Hij was de oudste zoon van elf kinderen, wat in die tijd zoveel betekende als werken voor de kost. De meeste jongere broers gingen doorleren. Dat was gewoon in die tijd vaak zo.

Gelukkig stak hij graag zijn handen uit de mouwen, dus Ja, de ambachtsschool, dat was wel wat voor hem. Later heeft hij in de avonduren nog een aantal diploma’s gehaald. Gebroeders Klinkenberg, Gova, fa. Duijn.
Hij hield van het werk wat hij deed.

Na zijn diensttijd leerde mijn vader mijn moeder kennen in het Wapen van Assendelft. Zij was nog maar een meisje van 15 jaar oud. In april 1964 zijn mijn ouders getrouwd in Assendelft. Uiteraard werd dit gevierd in het Wapen.
Jaren later heeft in dezelfde zaal waar zij elkaar ooit voor het eerst ontmoeten de huwelijksvoltrekking van Remco en mij plaatsgevonden. Mijn vader was zo trots als een pauw toen ik aan zijn arm de zaal binnen liep.
En ik ook.

In 1964 werd mijn zus geboren.
Twee en half jaar later volgde ik, en waren we voortaan: ‘Klaas, Adri en de meiden’.

We waren zeer gelukkig met ons viertjes op de flat in de Herman Gorterstraat.
Het was er misschien wat klein, maar altijd was het er knus en gezellig.
Pap was onze held.
We gymden wat af op zijn benen.
Pap wist alles.
Pap kon alles.
Zelfs buikpijn wegwrijven, en in toedekken was hij onovertrefbaar.

En ALS hij het eens niet wist, verzon hij er wel wat op met een ti-rippie hier, of een klinknageltje daar.
Hij was zeer vindingrijk.

Pap gooide ook niets weg wat nog goed was. Alles werd keurig netjes, voorzien van de juiste labels, bewaard op de zolder of in de schuur. Zo 1 keer in het jaar werd door pap de schoenenzak weer te voorschijn gehaald. ‘Kijk nou meiden wat een mooie gouden laarzen. En nog helemaal goed’. Zuinig op zijn spullen was hij zeker. Bij iemand in het krijt staan wilde hij niet.

Toen ik een jaar of drie was kochten mijn ouders een caravan. Camping Travaille, de Oude Boomgaard, Geversduin en later Bakkum waren de campings waar we een staanplaats hadden.

Maar ook trokken we zomers vaak met de caravan door het hele land. Dat zijn mooie herinneringen. We hadden het er vorige week nog even over.
Net als over biljarten, maar daar verteld mijn oom straks vast wel wat meer over. En vissen natuurlijk, ook een grote hobby van mijn vader.

Zijn stalen roeiboot had hij zelf gemaakt.
Avonden aaneen ging hij naar de werkplaats. Het was een donkergroen bootje, met vrolijke halfronde oranje zitvlakjes op de plankjes geschilderd. We gingen er vaak mee varen in het Noorderveld en Guisveld.

In strenge winters ging het bootje op de kant en schaatste mijn vader kilometers met mam door dezelfde polders. Soms vergezeld door de leden van de ‘GVB’ het gezellige ‘Goed voor Berenburg familie-schaatsclubje.

Maar natuurlijk was er ook die andere GVB, de vrijwillige brandweer waar hij lid van was. Zijn broek en laarzen stonden waar hij ook was, klaar om er meteen in te springen zodra de pieper ging. Bretels omhoog en weg was pap. Nou ja, eerst een snelle kus voor mam natuurlijk.

Begin jaren ’70 heeft hij zich mede ingezet om de Wormerveerse Stoomspuit op te knappen. Avond aan avond was hij ermee bezig. De jaren daarna gaf de Stoomspuit acte de présence op diverse evenementen. Als stoker stond mijn vader op zo’n dag uren naast de hete ketel. 2 bar, 3 bar, prachtig vond hij dat. Het waren mooie, oergezellige tijden.

Begin van de crisisjaren ’80 maakten we als gezin een paar moeilijke jaren mee. Zowel financieel als emotioneel.
Twee pubers en een vader in de midlifecrisis leeftijd.
Dat ging natuurlijk niet altijd even goed samen.

Maar we hadden we het ook nog steeds gezellig hoor, tussen de buien door scheen altijd de zon. In die periode ging pap ook kippen fokken. Iedere dag keerde hij tweemaal daags de eieren op zolder. En als de kuikentjes uitkwamen, mochten ze de eerste weken in een piepschuim doos op het dressoir.
Typisch iets voor mijn vader om daar een raampje in te maken zodat de kuikens naar buiten konden kijken.

Toen mijn zus en ik weer wat ouder waren gingen mijn ouders voor het eerst naar Spanje. Dat beviel ze zo goed dat ze daarna nog 50 keer zijn geweest. Dat weet ik van mijn zoon die dat vorig jaar samen met opa toevallig eens heeft zitten tellen, met de vele foto’s erbij.
Strand, dansen, een borrel. Ja, het ideale paar van Sirocco hield wel van een feestje.

Op de dag dat ik een moeder werd, werd mijn vader een Opa.
En wat voor 1! Hij was zeer nauw betrokken bij Kylian doordat ik in die periode een alleenstaande werkende moeder was. En hoewel we het soms niet helemaal eens waren over de opvoeding van Kyl – hij verwende hem gruwelijk- zal ik daar altijd heel dankbaar voor blijven.

Ook zijn tweede kleinzoon werd datzelfde jaar geboren. Neef.
Twee kleinzoons!
Hij kon zijn vreugde niet op.
Zodra de jongens een jaar of drie, vier waren moesten ze natuurlijk mee kamperen. Er kwam een vaste sta-plek op Bakkum waar ze lieve mensen leerden kennen en hele fijne jaren beleefden met Kylian en Neef.

Nee, het buitenland hoefde niet meer zonodig voor pap.
De camping was prima, hij kende er de weg, hield van de omgeving, de duinen, het strand.
Uit eten was ook niet zo besteed aan hem. Het liefst at hij gewoon lekker bij mam thuis. Wie kon er immers nou beter koken dan mijn moeder?

En met een weekendje weg maakte je hem ook niet echt gelukkig. Nee hoor, mijn vader vond het het fijnst als hij gewoon met mam in het zonnetje voor de tent kon zitten. De kleinkinderen liefst in de buurt.

Ja. Mijn vader hield van rust, reinheid en regelmaat.
Hij kon geweldig orde scheppen. Niet alleen als vrijwilliger op de oude begraafplaats, maar ook kon hij als geen ander helderheid scheppen in mijn hoofd als dat soms nodig was. En dat was wel bijzonder.
Mijn vader stond namelijk niet direct bekent om zijn verbale begaafdheid.
Maar wel was hij altijd eerlijk en direct.
Hij had het talent in een paar woorden helder te verwoorden waar het eigenlijk allemaal om draaide. En vaak kwam dat uit een onverwachte hoek.

Pap hield er ook niet zo van om zijn emoties te tonen. Hij wist daar niet zo goed raad mee. 1 keer heb ik in mijn jeugd mijn vader echt zien huilen.
Die ene keer, toen hij onze poes Porrek begroef in de tuin, heeft me zeer diep geraakt.
Maar natuurlijk heeft mijn vader zes jaar geleden heel veel verdriet gehad toen mijn zus een herseninfarct kreeg, en zich sindsdien niet meer goed verbaal kan verwoorden

Tijdens zijn eigen ziekte heeft hij nooit zijn tranen getoond, hoewel zijn verdriet duidelijk voelbaar was. Hij wilde gewoon niet dat ons verdriet daardoor nog groter zou worden, dacht, dat het alles alleen maar moeilijker zou maken.

Het feit dat hij zelf in augustus zijn uitvaart met Esther van Memento mori heeft geregeld zegt veel over mijn vader. De muziek van Julio Iglesias is zijn keuze.

Mijn vader was kleurenblind.
Wat voor ons bruin is, was voor hem groen en vice versa. Soms ging dat wel eens mis natuurlijk. Hadden we opeens groene stoepen voor het huis.
Of zo.

Maar je kist is prachtig pap!
precies dezelfde kleur als de boot: Zaans bruin.

Dag lieve pap. Ga jij nou maar kijken of het daarboven een beetje op orde is. En lekker gaan vissen hoor, als dat kan. Dan zorgen wij hier beneden wel voor mama.

Beloofd is beloofd.
Afspraak is afspraak.

Vrijdag 10 januari.

Vrijdag
Om half twaalf zijn we bij mijn ouders. Ex en neef komen ook net aan. Ik schenk voor iedereen wat in.
Wat fijn dat de zon schijnt.

Er bellen twee zussen.
Ook vanmorgen belde een zus.
Ik geef alle berichten door. Inclusief de knuffels.
De zo’n schijnt nog steeds.

Even na enen komt de dokter.
We kijken met ons allen toe hoe hij het infuus aanlegt.
Om drie uur komt hij terug, zegt hij.

Ex gaat met de jongens een frisse neus halen.
We praten af en toe wat.
Over het trekken met de caravan door Nederland.
‘Vijf weken lang’.
En de vele vakanties naar Spanje die ze samen hebben gemaakt.
Bijvoorbeeld.

We eten broodjes.
Pap eet zijn soep.
Daar zijn de jongens alweer.

Mam en ik wisselen elkaar een beetje af naast pap.
Zijn blik naar mam raakt me.
Hij ligt op zijn zij naar haar te kijken terwijl ze sigaretjes draait.
Zoveel liefde ligt er in zijn blik.
Oneindig veel.
Kl. Ziekte.
Ik streel zijn voet.

‘Alle nichten, neven, tantes en ooms zullen een kaarsje branden pap’.
Een paar nichten gaan naar hun moeder toe om daar samen een kaarsje te branden.
Pap vindt dat een fijne gedachte. Hij glimlacht.

Pap wil de gids.
‘Eens even kijken wat er vanavond komt’.
Mam gaat naast hem zitten en houdt zijn hand vast.
‘Schat, vanavond ben je hier toch niet meer?’
Hij wilde alleen even kijken voor mam.
‘De foois’ komt vanavond Adri’.

Rem leest de laatste kaarten voor aan pap. Glimlachend luistert hij ernaar.
Dan wil hij even overeind.
Even voor het raam naar buiten kijken.
De straat. Het tuintje.
Hij doet het lampje in de hoek bij de deur aan, en tikt wat op de barometer.
Dan wil hij rechtop aan tafel zitten.

Dr. Spruitje is te laat.
‘Het is een beste dokter maar hij komt altijd te laat’ zegt pap.
Even na drie uur belt hij, dat hij het niet redt.
Rond kwart voor vier stapt hij binnen.
Nogmaals legt hij de procedure uit.
‘Neem jullie tijd’.
‘Nog even naar het toilet hoor’, zegt pap.

Huilend neemt Kyl afscheid van zijn lieve opa. Mijn hart breekt, scheurt, bloedt, maar ik verrek geen spier.
Neef en ex hebben het ook moeilijk.
Rem en pap omarmen elkaar en zoenen. De laatste woorden worden gezegd.

Dan gaan de dokter en pap eerst even samen naar boven.
Na een minuutje voegen mam, zus en ik ons erbij. Ik zet de rozen van Linda zo neer dat pap ze kan zien.

Mam buigt zo lief en zorgzaam over pap. Ik streel zachtjes zijn voet en houdt de hand van mam vast als het gebeuren gaat.
Zus heeft paps andere hand vast.

Dan nemen we afscheid.

Even later is pap uit zijn lijden verlost.
Heel snel ging het.
Daar waren we op voorbereid.
Maar toch.
Zus huilt.
Ze wil naar beneden.
Even later gaat dokter ook.
‘Wil je even alleen zijn met pap mam?’
Liever niet.

Later komt de dokter weer boven. Samen met mam leggen we pap mooi en dekken hem toe.

Beneden condoleer ik mijn kind dat zoveel van zijn opa hield.
Waanzinnig veel.
Hij heeft zoveel tijd met ze doorgebracht.
Ik hou hem stevig vast.
‘Je mag bij opa kijken lieverd, maar alleen als je dat zelf wilt’.

Regelen. Koffie. Bellen.
‘Heb je wel je pijnstiller genomen?’ vraagt de dokter.
Rem is druk met de Uitvaartverzorging in gesprek’.
Data’s moeten zo snel mogelijk worden besproken zodat mijn oom en tante in Spanje hun terugreis kunnen regelen.
De sfeer is bijzonder.
Warm, intens, verdrietig en mooi.
Berusting. Opluchting.
Tranen en een lach.

Kylian gaat toch naar pap.
Hij wil alleen. Later gaan we nog eens samen.
Dan komt de schouwarts.
Alles is in orde.
Rond zes, half zeven gaat ook dokter naar huis.
Ex en neef zijn dan al weer op de terugreis naar 200 km verderop.

We eten soep met kaasjes en stokbrood aan tafel.
Champion. Lekker.
Kyl is naar huis. ‘Ik moet even alleen zijn mam’.
Kind van zijn moeder.
Mam eet het halve kommetje gelukkig leeg.

Om een uur of half negen komen twee heren in het zwart pap halen.
Wat zijn ze netjes en aardig.
‘Natuurlijk mogen de bloemen mee’.

Samen dragen ze even later pap het huis uit. Met ons viertjes staan we naast elkaar. Ik hou mam vast.

Buiten komt er over de brancard nog een mooie zwarte hoes. Als het lichaam van pap in de auto ligt sluiten ze de deur en buigen ze.
Rem heeft de buitenlantaarn aangedaan.
Met mijn armen om mam heen kijk naar de maan.
Dan zie ik een moeder met twee meiden aan de overkant boven voor het raam staan.
Ik zwaai naar ze. Ze zwaaien terug.

Dan stapt een van de twee in de auto.
De ander gaat voor de auto staan. Wat gaat hij nou doen?
Plechtig loopt hij voor de auto uit. De kinderen zwaaien nog steeds.

Samen kijken we toe tot pap stapvoets de bocht om gaat.

Het afscheid had niet mooier en waardiger kunnen zijn.