De laatste dag

(10 Januari 2014)

Mijn vraag bleef vervolgens in de lucht hangen. Ik had hem luchtig gesteld, dacht ik, maar de stilte die er op volgde voelde ongemakkelijk voor ons allemaal.

Pap wilde opstaan. ‘Help me eens even’. Ik nam zijn grote handen in de mijne en trok hem omhoog.
Voorzichtig schuifelde hij met zijn magere lijf naar de tafel waar mam met trillende vingers haar sigaretjes probeerde te draaien en streelde haar zacht over het hoofd. Ze glimlachte dapper naar hem.
Het brak me.
Bijna.

Pap leunde met zijn handen op de tafel terwijl hij afscheid nam van zijn tuin. In plaats van de kille kale tuin hoopte ik dat hij zijn kippen weer zag scharrelen, zijn jonge meiden zag giebelen en zichzelf het vlees weer zag omdraaien op de bbq, terwijl de katten vanaf de schutting toekeken en mam in haar mooie zomerjurkje lachend met een kan Sangria uit de keuken kwam.
‘Iemand nog?’

Ik probeerde het infuus op zijn onderarm dat de de huisarts vanmorgen al was komen prikken te negeren. Opeens draaide hij zijn hoofd weg van het raam en keek me aan.
‘De allermooiste?’

Ik knikte.
‘Even denken hoor’.
Voorzichtig schuifelde pap weer bij de tafel vandaan richting de grote stoel. Hij zocht even steun tegen de deurpost van de keuken voor hij weer verder ging, in de richting van het raam aan de voorkant van het huis.
‘Ga toch eens zitten lieve schat’, zei mam.

Zelf dacht ik terug aan het strand. Pap, die onze zwembandjes opblies en met ons in het water ging.
‘Klim maar op mijn rug hoor meiden’. Kadetjes met gebakken omelet en zand.

Aan pap, de stoere brandweerman. Pap, die ons leerde vissen en wormen leerde zoeken, die ons leerde varen, en ons leerde hoe we onze banden moest plakken.
Ik dacht aan de vele vakanties met de Constructam.
En opeens ook aan zijn rieten hoedje met de veer. Het leek allemaal veel te kort geleden.

Vanmorgen had ik mijn vader voor het eerst in mijn leven moeten scheren.

Pap tikte op de barometer en draaide voor de laatste keer aan het wijzertje.
‘Al mijn herinneringen aan jullie zijn bijna allemaal even mooi’.
Hij keek tevreden naar zijn voortuintje en toen naar mij. ‘Gele violen hoor, dat zijn de sterkste!’
Ik knikte.

Toen draaide hij zich weer om, keek nog een keer zijn straatje in en riep alsof het de ijscoman betrof:
‘Daar komt de dokter!’

Bij de tijd…

Vrijdag
‘Wat voor dag is het nou?’
‘Zaterdag toch?’
Alledrie zijn we hondsmoe.
Mijn lijf voelt alsof ik een marathon heb gelopen – yeah, dream on- en daarna de kuur van Epke nog eens dunnetjes heb overgedaan.
Ik ga maar eens lekker in bad.

Om drie uur zijn we bij mam.
‘Ik heb een klein cadeautje voor je’. Dat vind ze leuk.
Met haar bevende handen pakt ze het uit. ‘Een agenda’ zeg ik.
Dat ziet ze zelf ook wel natuurlijk.
Marjolijn Bastin heeft kwistig met vrolijke vlindertjes en bonte bloemetjes gestrooid. ‘Wat een mooie’.
We schrijven direct de eerste afspraken er in. ‘Cv ketel wordt schoongemaakt’. ‘Narda koffie 16:00 uur’.

Zus gaat vanmiddag weer naar 220 km verderop. Ze is in een redelijk humeur gelukkig. Het is ook allemaal wat voor haar. Misschien moet ik haar voorstellen er binnenkort maar eens wat belletjes aan te gaan wagen. De oproep van het ziekenhuis duurt wel erg lang.
De planning voor het plaatsen van de stan was afgelopen februari. Haar nikkel allergie gooide roet in het eten. Dus nu wordt het waarschijnlijk Amsterdam, en geen UMCG.

Mam vind het niet erg om straks alleen te zijn. ‘Ga ik lekker de Voice kijken’.
We spreken af dat ik morgen samen met haar de boodschappen gaan doen.
‘Kan Rem dan morgen dat kruisje boven de deur ophangen?’

Als we weer in de auto zitten belt dr. Spruitje om te vragen hoe het gaat. Hij heeft zo even ook mam gebeld. Lief van hem.
Komende week is hij een weekje afwezig, zo meldt hij.
‘En heel erg bedankt voor de Hyacint’.

Kyl hangt gezellig met ons mee, al doet hij dat een etage hoger. Rem gaat de eitjes bakken.
‘Doe maar gewoon, 1 wit broodje, 1 bruin broodje, allebei met boter, dan een plakje ham, en daarop het ei: Hele dooier, een beetje zacht vanbinnen maar het wit moet wel goed gestold. Geen snot-ei! Je mag wel een heel klein beetje jonge kaas mee bakken. Daarnaast wil ik mijn tomaat in plakjes, en een augurkje en wat zuur on the side. Neem die nieuwe borden maar’.
Zo moeilijk kan dat toch niet zijn? Ik knap zowat uit mijn velletje als ik zie dat hij mijn ham heeft meegebakken en er pittige Italiaanse strooikaas overheen heeft gestrooid. ‘En mijn dooier is helemaal gestold en er zitten harde randjes aan mijn ei’.

‘Sorry Rem’.
‘Geeft niets’.

Als we even later gedachteloos naar ‘Nederland van boven’ kijken schiet me ineens weer iets te binnen.
‘Weet je nog vorige week vrijdag toen pap nog leefde en de telefoon ging?’
Het was de dokter geweest. Rem had opgenomen.
‘Nou dat weet ik niet precies hoor, ik geef u mijn vrouw wel even’, had deze gezegd.

Opnieuw had de dokter zijn vraag gesteld , maar nu aan mij.
‘Klaas dokter’
[…..]
‘Nee, alleen Klaas’.
[….]
‘Nee, echt alleen Klaas hoor’.

Toen ik de verbinding had verbroken had Rem gezegd:
‘Wilde hij nou weten of er meer liefhebbers waren voor euthanasie?’
‘Misschien krijgen we wel groepskorting’, zei ex.
Volgens pap was het gewoon een strikvraag:
‘En? Ben ik door naar de volgende ronde?’

Nieuwe plannen maken

Het is gebeurd.
Achter de rug.
Klaar.

De speech ging goed.
Dat wil zeggen:
Ik ben niet in snikken uitgebarsten / flauwgevallen, en het was goed te verstaan.

Weer was oudste neef er van mijn vaders kant.
En Essie Erwt, Sandra en Karin. Fijn.
En Cora, de jeugdvriendin van zus.
En heel veel lieve andere familie leden, vrienden en bekenden.

Had ik trouwens al verteld dat Linda van de thuiszorg er gister nog was?
Bij de condoleance. Topwijf is het. Nummer 8 van Nederland hoorde ik van een kennis. Dat moet een foutje zijn. Ik weet namelijk zeker dat ze de beste thuiszorgverpleegkundige is van Nederland.

De helft van de bloemen zijn op het strooiveld gelegd. Daar ligt mijn peetoom. De andere helft hebben we met nicht José en Kyl bij het grafje van haar zoon Rick gelegd die op tweeënhalf jarige leeftijd is overleden. Hij was een paar maandjes ouder dan Kyl.
Had mijn vader ook vast mooi gevonden.

Na afloop een borrel bij mam.
Ik zat om half drie al aan de wijn.
Zus wil ook een zaansgroene kist.
En later ook worden uitgestrooid bij pap en mam in het Guisveld.
Misschien alledrie tegelijk.
Ja. Natuurlijk. Nino mag er ook bij.
Of we het even regelen dan.
Mam verteld alvast de juiste lokatie aan Rem.
‘Bij dat bruggetje. Ziet er net zo uit als op de kaart’.
Ik zeg dat we dan wel getuigen moeten meenemen. Een broer en een zus.
Gezellig, wijntje erbij en een hapje op de boot. Zou er bijna zin in krijgen.
Mam doet gelijk een suggestie voor de getuigen.
‘We kunnen natuurlijk ook op de schaats. Allemaal een rugtasje. Wie weet zijn de leden van de GVB wel te porren.
Berenburgertje er bij.
Nou alleen de datum nog.
We lachen.
Om serious business.

Als zus zegt dat ze wel eens eerder aan de beurt kan zijn als mam, begin ik over een wilsverklaring.
‘Misschien handig als we dat voor je operatie aan je hoofd doen’.
Ze wil heel graag een wilsverklaring.
Coma is ook net niks natuurlijk.
‘Wil jij dat regelen?’
Ook voor mam.
Natuurlijk.
Doen we.

Wat moet ik verder nog zeggen?
Zus was engelachtig vandaag.
Blij met mijn speech.
Kreeg heel veel complimenten trouwens over mijn speech.
Wist ook niet dat ik het in me had.

Later op de dag zijn Rem, Kyl en ik naar de Krokodil geweest.
Een Spaans restaurant.
Mam houdt niet zo van uit eten.
En terwijl Julio weer ‘la Carretera’ zong,
verslond ik massa’s tapas.

Mijn vader zou tevreden zijn geweest.

20140117-030716.jpg

Pap. 30-08-1935 – 10-01-2014

Speech:

Graag wil ik namens mam, Zus Remco, Kylian en Neef iedereen welkom heten.
Fijn dat jullie er zijn.

Mijn zus had graag hier zelf als oudste het woord genomen, maar vanwege haar afasie is dat helaas niet meer mogelijk.

Vandaag nemen we definitief afscheid van mijn vader die door ziekte veel eerder gestorven is dan hij voor ogen had. Zijn ziekte was een oneerlijke strijd die hij bij voorbaat al had verloren.

Behalve een periode van angst, verdriet en machteloosheid was het afgelopen half jaar ook een periode van liefde. Hoe gek het misschien klinkt: Ik ben dankbaar dat ik deze periode van zo dichtbij heb mogen meemaken.

Als mijn vader namelijk IETS vervelend vond was het wel hulp van anderen te moeten aanvaarden. Veel liever bood hij zelf de helpende hand.
‘Is het niet lastig voor je Nadda? Heb je wel tijd?’
En dan zei ik:
‘Weet je nog hoe vaak jij op Kylian heb gepast, of hem weer eens voor me uit het kinderdagverblijf ophaalde als ik het net niet redde?’
Ook voor Zus stond hij altijd klaar.

Hoewel de vele ziekenhuisbezoeken vervelend waren, maakten we er maar het beste van. Vaak zaten we in onze eigen gedachten in stilte in de auto of de taxi, maar soms kwamen de oude herinneringen boven als we Wormerveer weer naderden.

‘Kijk Nadda, in dat slootje viste ik altijd’. Hij wees dan naar de Ruijsdaalkade aan de rand van het Guisveld. ‘En daar was vroeger een bloemenwinkel’.

Mijn vader is in wormerveer Zuid geboren op de Delistraat.
Een paar weken geleden zijn we er samen nog doorheen gereden, en wees hij de plek waar hij vroeger woonde.
Iedere dag liep hij over de wandelweg en de Zaanweg naar school, zo vertelde hij.
Hij was de oudste zoon van elf kinderen, wat in die tijd zoveel betekende als werken voor de kost. De meeste jongere broers gingen doorleren. Dat was gewoon in die tijd vaak zo.

Gelukkig stak hij graag zijn handen uit de mouwen, dus Ja, de ambachtsschool, dat was wel wat voor hem. Later heeft hij in de avonduren nog een aantal diploma’s gehaald. Gebroeders Klinkenberg, Gova, fa. Duijn.
Hij hield van het werk wat hij deed.

Na zijn diensttijd leerde mijn vader mijn moeder kennen in het Wapen van Assendelft. Zij was nog maar een meisje van 15 jaar oud. In april 1964 zijn mijn ouders getrouwd in Assendelft. Uiteraard werd dit gevierd in het Wapen.
Jaren later heeft in dezelfde zaal waar zij elkaar ooit voor het eerst ontmoeten de huwelijksvoltrekking van Remco en mij plaatsgevonden. Mijn vader was zo trots als een pauw toen ik aan zijn arm de zaal binnen liep.
En ik ook.

In 1964 werd mijn zus geboren.
Twee en half jaar later volgde ik, en waren we voortaan: ‘Klaas, Adri en de meiden’.

We waren zeer gelukkig met ons viertjes op de flat in de Herman Gorterstraat.
Het was er misschien wat klein, maar altijd was het er knus en gezellig.
Pap was onze held.
We gymden wat af op zijn benen.
Pap wist alles.
Pap kon alles.
Zelfs buikpijn wegwrijven, en in toedekken was hij onovertrefbaar.

En ALS hij het eens niet wist, verzon hij er wel wat op met een ti-rippie hier, of een klinknageltje daar.
Hij was zeer vindingrijk.

Pap gooide ook niets weg wat nog goed was. Alles werd keurig netjes, voorzien van de juiste labels, bewaard op de zolder of in de schuur. Zo 1 keer in het jaar werd door pap de schoenenzak weer te voorschijn gehaald. ‘Kijk nou meiden wat een mooie gouden laarzen. En nog helemaal goed’. Zuinig op zijn spullen was hij zeker. Bij iemand in het krijt staan wilde hij niet.

Toen ik een jaar of drie was kochten mijn ouders een caravan. Camping Travaille, de Oude Boomgaard, Geversduin en later Bakkum waren de campings waar we een staanplaats hadden.

Maar ook trokken we zomers vaak met de caravan door het hele land. Dat zijn mooie herinneringen. We hadden het er vorige week nog even over.
Net als over biljarten, maar daar verteld mijn oom straks vast wel wat meer over. En vissen natuurlijk, ook een grote hobby van mijn vader.

Zijn stalen roeiboot had hij zelf gemaakt.
Avonden aaneen ging hij naar de werkplaats. Het was een donkergroen bootje, met vrolijke halfronde oranje zitvlakjes op de plankjes geschilderd. We gingen er vaak mee varen in het Noorderveld en Guisveld.

In strenge winters ging het bootje op de kant en schaatste mijn vader kilometers met mam door dezelfde polders. Soms vergezeld door de leden van de ‘GVB’ het gezellige ‘Goed voor Berenburg familie-schaatsclubje.

Maar natuurlijk was er ook die andere GVB, de vrijwillige brandweer waar hij lid van was. Zijn broek en laarzen stonden waar hij ook was, klaar om er meteen in te springen zodra de pieper ging. Bretels omhoog en weg was pap. Nou ja, eerst een snelle kus voor mam natuurlijk.

Begin jaren ’70 heeft hij zich mede ingezet om de Wormerveerse Stoomspuit op te knappen. Avond aan avond was hij ermee bezig. De jaren daarna gaf de Stoomspuit acte de présence op diverse evenementen. Als stoker stond mijn vader op zo’n dag uren naast de hete ketel. 2 bar, 3 bar, prachtig vond hij dat. Het waren mooie, oergezellige tijden.

Begin van de crisisjaren ’80 maakten we als gezin een paar moeilijke jaren mee. Zowel financieel als emotioneel.
Twee pubers en een vader in de midlifecrisis leeftijd.
Dat ging natuurlijk niet altijd even goed samen.

Maar we hadden we het ook nog steeds gezellig hoor, tussen de buien door scheen altijd de zon. In die periode ging pap ook kippen fokken. Iedere dag keerde hij tweemaal daags de eieren op zolder. En als de kuikentjes uitkwamen, mochten ze de eerste weken in een piepschuim doos op het dressoir.
Typisch iets voor mijn vader om daar een raampje in te maken zodat de kuikens naar buiten konden kijken.

Toen mijn zus en ik weer wat ouder waren gingen mijn ouders voor het eerst naar Spanje. Dat beviel ze zo goed dat ze daarna nog 50 keer zijn geweest. Dat weet ik van mijn zoon die dat vorig jaar samen met opa toevallig eens heeft zitten tellen, met de vele foto’s erbij.
Strand, dansen, een borrel. Ja, het ideale paar van Sirocco hield wel van een feestje.

Op de dag dat ik een moeder werd, werd mijn vader een Opa.
En wat voor 1! Hij was zeer nauw betrokken bij Kylian doordat ik in die periode een alleenstaande werkende moeder was. En hoewel we het soms niet helemaal eens waren over de opvoeding van Kyl – hij verwende hem gruwelijk- zal ik daar altijd heel dankbaar voor blijven.

Ook zijn tweede kleinzoon werd datzelfde jaar geboren. Neef.
Twee kleinzoons!
Hij kon zijn vreugde niet op.
Zodra de jongens een jaar of drie, vier waren moesten ze natuurlijk mee kamperen. Er kwam een vaste sta-plek op Bakkum waar ze lieve mensen leerden kennen en hele fijne jaren beleefden met Kylian en Neef.

Nee, het buitenland hoefde niet meer zonodig voor pap.
De camping was prima, hij kende er de weg, hield van de omgeving, de duinen, het strand.
Uit eten was ook niet zo besteed aan hem. Het liefst at hij gewoon lekker bij mam thuis. Wie kon er immers nou beter koken dan mijn moeder?

En met een weekendje weg maakte je hem ook niet echt gelukkig. Nee hoor, mijn vader vond het het fijnst als hij gewoon met mam in het zonnetje voor de tent kon zitten. De kleinkinderen liefst in de buurt.

Ja. Mijn vader hield van rust, reinheid en regelmaat.
Hij kon geweldig orde scheppen. Niet alleen als vrijwilliger op de oude begraafplaats, maar ook kon hij als geen ander helderheid scheppen in mijn hoofd als dat soms nodig was. En dat was wel bijzonder.
Mijn vader stond namelijk niet direct bekent om zijn verbale begaafdheid.
Maar wel was hij altijd eerlijk en direct.
Hij had het talent in een paar woorden helder te verwoorden waar het eigenlijk allemaal om draaide. En vaak kwam dat uit een onverwachte hoek.

Pap hield er ook niet zo van om zijn emoties te tonen. Hij wist daar niet zo goed raad mee. 1 keer heb ik in mijn jeugd mijn vader echt zien huilen.
Die ene keer, toen hij onze poes Porrek begroef in de tuin, heeft me zeer diep geraakt.
Maar natuurlijk heeft mijn vader zes jaar geleden heel veel verdriet gehad toen mijn zus een herseninfarct kreeg, en zich sindsdien niet meer goed verbaal kan verwoorden

Tijdens zijn eigen ziekte heeft hij nooit zijn tranen getoond, hoewel zijn verdriet duidelijk voelbaar was. Hij wilde gewoon niet dat ons verdriet daardoor nog groter zou worden, dacht, dat het alles alleen maar moeilijker zou maken.

Het feit dat hij zelf in augustus zijn uitvaart met Esther van Memento mori heeft geregeld zegt veel over mijn vader. De muziek van Julio Iglesias is zijn keuze.

Mijn vader was kleurenblind.
Wat voor ons bruin is, was voor hem groen en vice versa. Soms ging dat wel eens mis natuurlijk. Hadden we opeens groene stoepen voor het huis.
Of zo.

Maar je kist is prachtig pap!
precies dezelfde kleur als de boot: Zaans bruin.

Dag lieve pap. Ga jij nou maar kijken of het daarboven een beetje op orde is. En lekker gaan vissen hoor, als dat kan. Dan zorgen wij hier beneden wel voor mama.

Beloofd is beloofd.
Afspraak is afspraak.

Vrijdag 10 januari.

Vrijdag
Om half twaalf zijn we bij mijn ouders. Ex en neef komen ook net aan. Ik schenk voor iedereen wat in.
Wat fijn dat de zon schijnt.

Er bellen twee zussen.
Ook vanmorgen belde een zus.
Ik geef alle berichten door. Inclusief de knuffels.
De zo’n schijnt nog steeds.

Even na enen komt de dokter.
We kijken met ons allen toe hoe hij het infuus aanlegt.
Om drie uur komt hij terug, zegt hij.

Ex gaat met de jongens een frisse neus halen.
We praten af en toe wat.
Over het trekken met de caravan door Nederland.
‘Vijf weken lang’.
En de vele vakanties naar Spanje die ze samen hebben gemaakt.
Bijvoorbeeld.

We eten broodjes.
Pap eet zijn soep.
Daar zijn de jongens alweer.

Mam en ik wisselen elkaar een beetje af naast pap.
Zijn blik naar mam raakt me.
Hij ligt op zijn zij naar haar te kijken terwijl ze sigaretjes draait.
Zoveel liefde ligt er in zijn blik.
Oneindig veel.
Kl. Ziekte.
Ik streel zijn voet.

‘Alle nichten, neven, tantes en ooms zullen een kaarsje branden pap’.
Een paar nichten gaan naar hun moeder toe om daar samen een kaarsje te branden.
Pap vindt dat een fijne gedachte. Hij glimlacht.

Pap wil de gids.
‘Eens even kijken wat er vanavond komt’.
Mam gaat naast hem zitten en houdt zijn hand vast.
‘Schat, vanavond ben je hier toch niet meer?’
Hij wilde alleen even kijken voor mam.
‘De foois’ komt vanavond Adri’.

Rem leest de laatste kaarten voor aan pap. Glimlachend luistert hij ernaar.
Dan wil hij even overeind.
Even voor het raam naar buiten kijken.
De straat. Het tuintje.
Hij doet het lampje in de hoek bij de deur aan, en tikt wat op de barometer.
Dan wil hij rechtop aan tafel zitten.

Dr. Spruitje is te laat.
‘Het is een beste dokter maar hij komt altijd te laat’ zegt pap.
Even na drie uur belt hij, dat hij het niet redt.
Rond kwart voor vier stapt hij binnen.
Nogmaals legt hij de procedure uit.
‘Neem jullie tijd’.
‘Nog even naar het toilet hoor’, zegt pap.

Huilend neemt Kyl afscheid van zijn lieve opa. Mijn hart breekt, scheurt, bloedt, maar ik verrek geen spier.
Neef en ex hebben het ook moeilijk.
Rem en pap omarmen elkaar en zoenen. De laatste woorden worden gezegd.

Dan gaan de dokter en pap eerst even samen naar boven.
Na een minuutje voegen mam, zus en ik ons erbij. Ik zet de rozen van Linda zo neer dat pap ze kan zien.

Mam buigt zo lief en zorgzaam over pap. Ik streel zachtjes zijn voet en houdt de hand van mam vast als het gebeuren gaat.
Zus heeft paps andere hand vast.

Dan nemen we afscheid.

Even later is pap uit zijn lijden verlost.
Heel snel ging het.
Daar waren we op voorbereid.
Maar toch.
Zus huilt.
Ze wil naar beneden.
Even later gaat dokter ook.
‘Wil je even alleen zijn met pap mam?’
Liever niet.

Later komt de dokter weer boven. Samen met mam leggen we pap mooi en dekken hem toe.

Beneden condoleer ik mijn kind dat zoveel van zijn opa hield.
Waanzinnig veel.
Hij heeft zoveel tijd met ze doorgebracht.
Ik hou hem stevig vast.
‘Je mag bij opa kijken lieverd, maar alleen als je dat zelf wilt’.

Regelen. Koffie. Bellen.
‘Heb je wel je pijnstiller genomen?’ vraagt de dokter.
Rem is druk met de Uitvaartverzorging in gesprek’.
Data’s moeten zo snel mogelijk worden besproken zodat mijn oom en tante in Spanje hun terugreis kunnen regelen.
De sfeer is bijzonder.
Warm, intens, verdrietig en mooi.
Berusting. Opluchting.
Tranen en een lach.

Kylian gaat toch naar pap.
Hij wil alleen. Later gaan we nog eens samen.
Dan komt de schouwarts.
Alles is in orde.
Rond zes, half zeven gaat ook dokter naar huis.
Ex en neef zijn dan al weer op de terugreis naar 200 km verderop.

We eten soep met kaasjes en stokbrood aan tafel.
Champion. Lekker.
Kyl is naar huis. ‘Ik moet even alleen zijn mam’.
Kind van zijn moeder.
Mam eet het halve kommetje gelukkig leeg.

Om een uur of half negen komen twee heren in het zwart pap halen.
Wat zijn ze netjes en aardig.
‘Natuurlijk mogen de bloemen mee’.

Samen dragen ze even later pap het huis uit. Met ons viertjes staan we naast elkaar. Ik hou mam vast.

Buiten komt er over de brancard nog een mooie zwarte hoes. Als het lichaam van pap in de auto ligt sluiten ze de deur en buigen ze.
Rem heeft de buitenlantaarn aangedaan.
Met mijn armen om mam heen kijk naar de maan.
Dan zie ik een moeder met twee meiden aan de overkant boven voor het raam staan.
Ik zwaai naar ze. Ze zwaaien terug.

Dan stapt een van de twee in de auto.
De ander gaat voor de auto staan. Wat gaat hij nou doen?
Plechtig loopt hij voor de auto uit. De kinderen zwaaien nog steeds.

Samen kijken we toe tot pap stapvoets de bocht om gaat.

Het afscheid had niet mooier en waardiger kunnen zijn.

T is goed zo

Even een klein berichtje,

Hoewel het gister een intens verdrietige dag was, was het ook een intens mooie dag.

Met ons allemaal gaat het redelijk.
Mam houdt zich boven verwachting.

Straks wordt alles doorgesproken.
Tenminste, dat wat mijn vader zelf nog al niet doorgesproken had;-)

Alles komt goed.
Dank voor jullie steun en lieve woordjes.
Blogland is mooi.

De klok, wat maagden en een douche-date

Donderdag
Zoals afgesproken zijn we om half twaalf bij mijn ouders. Stipt.
Eenmaal aan de koffie vertel ik wie er gebeld heeft, en wat ik aan pap en mam mag doorgeven.
Mooie boodschappen, begrip en hele dikke warme knuffels.
‘Je broer J zit in Spanje, hij komt terug’.
Pap reageert zoals ik verwacht.
‘Ach dat hoeft toch helemaal niet?’

Waar de maagden nauwlettend de details in de gaten houden, en ervoor zorgen dat alles tot in de puntjes verzorgd wordt, vervult de Tweelingen (ik zei de gek) de verbindende factor. Meestal gaat dat prima, zolang we maar niet in elkaars vaarwater gaan zitten.
-Had ik al verteld dat mijn ascendant Maagd is?-

Om half twee belt dokter Spruitje. Hij is beredruk.
‘Kan ik misschien aan het eind van de middag langskomen?’

We gaan even naar huis.
Rem regelt het een en ander terwijl ik op de bank lig onder mijn dekentje. Kylian brengt me twee paracetamol. Van pap mocht ik al een maagtabletje.
Hij had er natuurlijk toch zat. Spanningen of een buikgriepje. Heb ik weer.

Rem draait ballen en kookt hutspot. Na een uurtje ben ik weer redelijk opgekalefaterd en ga ik de boodschappen doen voor mam en ons zelf.
In plaats van anderhalve liter melk staat er vandaag maar 1 liter op het lijstje. Misschien heeft pap nog wel zin in zoete mandarijnen partjes, caramel of asperges uit blik bedenk ik. Ik flikker het zonder pardon in de kar. Voor morgen heeft mam voor ons allen 1 blik maaltijdkippensoep in gedachten. Ze zweert tegenwoordig bij maaltijdsoepen. Liefst flink doorgekookt. Zelf kom ik ook niet verder dan er twee blikken champ-soep bij te doen.

Om half vijf precies zijn we weer terug. ‘Rem, even iets belangrijks’. Pap legt uit hoe Rem de klok op moet winden.
Eigenlijk doet hij het liefst nog even zelf. ‘Nee Klaas, niet op de bank staan’.
-Alsof ik na 40 jaar niet weet hoe dat moet.-

Zus zit net in de trein nu.
Ze had zich verslapen, smeste ze.
‘Om TIEN uur is zus hier’, zeg ik duidelijk. Ik geef haar een hele ruime marge.
Mam zit naast pap, en streelt zijn handen. En als ze rookt wissel ik haar even af.
Hij heeft koude handen, koude voeten. Af en toe doezelt hij.
‘Even oefenen’, noemt hij dat sinds eergister.

Even na zessen komt dr. Spruitje binnen. Rem kent hem nog niet. Alles wordt nogmaals rustig uitgelegd. Fijn, want ik had het toch niet helemaal goed onthouden merk ik.
Ik vraag of hij echt om half twaalf komt voor dat infuus.
‘Dat kan wel een beetje later worden’, zegt de dokter.
‘Zo tussen half een en een uur, denk ik’.
Voor pap houden we het op 1 uur. Hij houdt niet zo van mensen die te laat komen.
‘Afspraak is afspraak’.
Hij zou er bij wijze van spreken de euthanasie om door laten gaan.

‘Zijn er nog vragen?’
Geen vragen.
Nou ja, eentje dan.
Een beetje rare.
Over mijn maag.
Zijn collega klaagde er ook al over. ‘Ik hoop het niet voor u’.
Mam heeft ook een vraag.
‘Wilt u voor mij nieuwe bloeddrukpillen regelen?’
Mam propt de lege verpakkingen in zijn hand.
‘Ik heb nu nog genoeg hoor, voor acht dagen’.
Het is geen enkel probleem voor de dokter.
Rem grapt dat hij nu ook maar wat moet verzinnen.
‘Gaat u maar naar de keuken en kleedt u maar vast uit dan’, grapt de dokter terug.
We lachen.
Wat moet je dan nog vragen?
Alles is gezegd. En morgen legt hij het nog een keer van voren af aan uit.

‘Heeft u nog plannen voor vanavond meneer?’
We schieten in de lach. Pap glundert.
‘Ja, hij heeft een douche- date’, verklaart Rem.
De dokter lacht mee.
‘Oja, met Linda van de thuiszorg toch?’

Dan warmen we de hutspot op.
‘Niet zoveel hoor’, piept mam.
‘Welke datum is het morgen?’
‘De tiende’, roepen we in koor.
‘Je vader overleed ook op de tiende pap, weet je nog?’
Dat weet hij. ‘En mijn opa ook!’
Nou? Is dat nou niet mooi/ toevallig/etc?
Pap ligt volgens mij te rekenen. De dertiende is je broertje jarig, help ik hem.

Even voor half negen sprankelt de douche date van pap binnen. Op haar arm draagt ze een grote bos gele rozen.
‘Ik had gehoord dat u die zo mooi vindt’. Ik schiet vol. Die mag u bij u houden.
Wat ontzettend lief.

Na de suikers is het tijd voor actie.
Aan Linda haar arm verdwijnt pap naar boven. Rem zet in de keuken de rozen in het water.
Hij komt lachend binnen.
‘Klaas zit op te scheppen dat hij op voetbal zat, korfbal, basketbal en handbal’.
Het eerste klopt wel.

Fris en fruitig komt hij weer beneden. Hij heeft vandaag nog meer pijn dan gister. Kyl had vanmorgen al lief over zijn rug gewreven. ‘Steken’.
Af en toe houden ze wel twee minuten aan. We lachen nog wat. Pas na de koffie gaat ze weg. Haar jas hangt over de stoel waar Rem op zit. ‘Dacht je dat ze jou ook kwam halen voor de douche?’
‘Nee, ik dacht dat ik ook een zoen kreeg, antwoord Rem.
‘Nou, die kan je krijgen hoor!’
Een voor een wenst ze ons sterkte en geeft ze ons een zien op de wrang. Dan neemt ze afscheid van pap.
‘Je bent echt een engel’, zegt deze. Ze houdt hem even stevig vast.
‘Wil je het weten?’ Vraag ik.
Dat zou ze fijn vinden. Ze schrijft haar nummer voor me in de map. Niet vergeten.
‘Daaag Linda’ jubelen we.
We klinken steeds beter synchroon samen. Oefening baart kunst.

Pap wil wel een caramel.
‘Heerlijk!’
Hij krijgt hem niet weg. Even later smaakt het ook niet meer. Hij spuugt hem in de keuken uit.
Even later staat hij op.
‘Ik ga naar bed. Welterusten allemaal!’

Een Whatsapp van Ex. Ik had afgesproken neef even te bellen. Hij wil toch graag hier zijn morgen, zegt hij. Daar heeft hij heel goed over nagedacht.
Fijn. Voor ons allemaal maar met name voor Kyl.
Ex kan dan eventueel wanneer ze maar willen met de jongens naar ons huis.

Even voor tienen vertrekken we. Zus wil liever wat lopen langs de Zaan, schreef ze.
‘Ga nou maar, ik vind het echt niet erg’. Mam draait sigaretjes.
Meer bezigheidstherapie. De helft verdwijnt in de prullenbak.

Nadat ik een paar uurtjes geslapen heb, word ik al weer wakker. Het is half drie.
Ik lees wat FB berichten en wat blogjes. De wereld draait door, alles gaat gewoon door. Zo gek.
Dat zei ik vanmiddag ook nog tegen pap.
‘Ja. Zo gaat dat Nadda. ‘

De onze zal vandaag alleen even stil komen te staan vandaag.

Tik-tak, tik-tak.

Opluchtingsdag en de zoen van de thuiszorg

Woensdag
Voor ik weg ga bedenk ik me dat de vuile was van mam nog in de auto staat. Snel zet ik nog even de wasmachine aan. Kyl zal het straks in de droger doen belooft hij.

Even voor half elf ben ik bij mijn ouders. Ze zijn nog niet helemaal klaar. ‘Zal ik even een vers bakkie zetten dan?’
Dat willen ze wel. ‘En wil je gelijk een halve krentenbol voor je vader smeren!’ Ik hoor mam ondertussen een paar keer zeggen dat ik het ben die beneden is.

Treetje voor treetje komt pap naar beneden. ‘Hallo Nadda’.
Hij wil ook graag koffie bij zijn krentenbol. ‘Hij is nog niet in stukjes’. Met zijn mes ga ik naast hem zitten en ik snij de halve bol in dezelfde gelijke stukjes als hij vroeger mijn broodje sneed. Niet van die grote stukken, nee, mooie gelijke stukjes van anderhalve cm elk. ‘Waar is mijn vork nou?’

Terwijl mam nog aan het tutten is probeer ik of hij een serieuzer gesprek wil. ‘Niet over praten Nadda’. Voor de tweede keer deze week bewonderd hij mijn laarzen.
Hij heeft trouwens heerlijk geslapen. Dat merk ik ook wel, hij is een stukje scherper dan gister. Pap scheert zich zelf, maar valt halverwege even in slaap. ‘Zal ik het even voor je afmaken pap?’ Dat hoeft niet.
De sfeer is fijn. Ik zou bijna zeggen, alsof het zomerzonnetje naar binnen schijnt. Ook als mam even later tiptop naar beneden komt. Ze ziet er niet anders uit dan anders. We hebben alledrie nog niet gehuild. ‘Dat komt of dat komt niet’, zegt pap. Zo is dat.
Ik lees de lieve berichtjes voor die mijn neven en nichten gister op de Messenger schreven.
Ze vinden dat heel lief en fijn, die betrokkenheid. ‘En ze branden vrijdag middag allemaal een kaarsje voor je pap’. Als ze thuis zijn dan. Dat dan weer wel.

‘De thuiszorg heeft nog een heel stuk geschreven’. Ik pak de map. Linda is gisteravond wel anderhalf uur gebleven.
‘Je vader heeft zelf met haar gezoend’. In keurige letters staat er geschreven: Morgenavond kom ik weer om te prikken en ik heb afgesproken met meneer dat ik hem donderdagavond kom helpen douchen’. Wat een schat. ‘Fijn pap’.

Om een uur of twaalf komt dr. Spruitje. Hij steekt zijn hand al op als hij me voor het raam ziet staan. Deze keer is hij op de fiets. Zeker 1 van zijn goede voornemens voor dit jaar.

Pap zegt dat hij meer pijn heeft. Rechts in zijn buik, maar ook in zijn rug. Nee, niet in zijn schouder. Dr. wil de fentanyl nu liever niet nog meer ophogen voor het gesprek met de scanarts geweest is. ‘Hij zal straks contact met u opnemen, ik heb hem al gesproken’.
Nogmaals vraagt hij of pap of wij misschien nog vragen hebben. Ik vertel het van de thuiszorg. Ook dr. Spruitje vindt het leuk dat hij een zoen gekregen heeft.
‘Morgen kom ik weer even langs hoor, tussen half twaalf en twee. Alles komt goed’.
Nou, is dat nou niet fijn? Gelukkig kunnen we er alledrie een beetje om lachen. Pap had het niet verstaan.

Rond enen komt Kyl. Hij heeft op mijn verzoek het bakje met hyacinten meegenomen van tafel. Ze staan al in bloei, vandaar. ‘Heerlijk’, zegt pap. Net als mij is hij gek op de geur. ‘In maart zal ik met Kyl de bakken vullen met violen hoor pap’. Hij zegt dat ik de gele moet nemen. ‘Dubbele, die zijn het sterkst’. Ik zeg dat ik mijn best zal doen de tuin wel een beetje bij te houden, maar dat ik dat natuurlijk nooit precies zo kan doen zoals hij dat altijd gedaan heeft. Dat hoeft gelukkig ook niet.
‘Die hyacintbollen moet je laten drogen in de schuur. Dan kun je ze in het najaar weer in de grond zetten’.

De scanarts belt om een tijd af te spreken. ‘Komt tussen vijf en kwart over vijf u uit?’ Ik gooi het in de groep. ‘Pap, kan de scanarts tussen vijf en half zes komen?’ De scanarts zal wel denken. Mijn vader heeft namelijk een gruwelijke hekel aan mensen die te laat komen.
Net nadat ik de verbinding verbreek belt een van mijn nichtjes ook even. Lief.

Even voor tweeën ga ik de boodschappen doen voor mam en voor mij. Als in het Marktplein nader zie ik dat het vol staat met kramen. Ik besluit de boodschappen in Krommenie te gaan doen en ze later weer mee te nemen.
Mam vindt dat niet erg. Even rust in de tent. ‘Kan je vader even slapen’.

Thuis ga ik een uurtje op de bank liggen. ‘Roel mag weer naar huis gelukkig’. Kyl is opgelucht. Ik ook. Dan bel ik de Uitvaartverzorging. ‘Uw vader heeft alles al keurig doorgesproken afgelopen zomer.
Dat weet ik. Regelaar. Maagd.
Ik besef dat ik precies hetzelfde ben. Hang ik immers nu zelf ook niet al aan de lijn?

Voor ik naar mam ga zet ik de aardappels en de sperziebonen klaar op het fornuis. Even voor vijven stap ik binnen met het weer schone beddengoed en de boodschappen.
Pap slaapt op de bank. Zijn ademhaling is onregelmatig. Af en toe lijkt die wel stil te staan.
Samen met mam vouw ik weer de lakens, net als vroeger. Eerst naar links, dan weer rechts.

Om half zes is de scanarts er. Ook al zo ’n aardige man. Hij merkt snel dat pap slecht hoort en gaat pal naast hem zitten op de bank. ‘Welk oor is het beste?’ Ze wisselen van plaats, maar nog steeds zit de dokter knusjes zij aan zij met pap.

‘Kunt u mij een beetje vertellen wat er het afgelopen half jaar allemaal gebeurd is?’
Met een heel klein beetje hulp van mij en mam doet hij zijn relaas. ‘Ze dacht steeds dat het mijn prostaat was’.
Nog steeds word ik een beetje triest als ik bedenk dat we hier niet hadden gezeten als mijn vader direct was doorgestuurd.
Maar zelf was hij natuurlijk ook niet zo snel, hij heeft veel te lang gewacht. Ach, ze heeft het niet expres gedaan. Het zij zo.

Pap maakt heel goed duidelijk dat hij niet meer wil. Ik vind het prettig om hem nog een keer zo zeker van zijn zaak daarover te horen praten. Mam ook, begrijp ik later. ‘Meneer, u HOEFT ook niet meer’.
Ik zie de last van de schouders van mijn vader vallen waar ik bij zit.

Op de terugweg koop ik een ‘oprechte deelnemingskaart’ voor de zwager van Lyd. Netjes schrijf ik : ‘Klaas en Adri’ in het hoekje. Precies zoals mam me gevraagd heeft.

Thuis is het eten al bijna klaar. Ik bel mijn oom. ‘Wilt u zeggen dat ik na negen uur weer thuis ben?’ Iedereen mag me bellen.

Kyl blijft lekker thuis. Misschien komt Roel nog even straks.
Pap is blij als hij ziet dat Rem mee is. Weer is het gewoon gezellig. Samen zijn ze nog bezig met de administratie als Linda van de thuiszorg binnenkomt. Met ons allen lachen we even later weer om de kus die zo ongeveer nu zijn eigen leven is gaan leiden.
Pap showt zijn benen. ‘Bruin hè?’ Als Rem wat bespreekt met mam aan tafel heb ik even een onderonsje met haar over mam. ‘Dokter zit er volgens mij ook boven op hoor’.
We lachen wat af. Bizar dat de sfeer nu zo prettig kan zijn.
‘U ziet er beter uit als gister meneer’.
Pap beaamt het. ‘Vandaag is het opluchtingsdag’. Dat woord bevalt hem schijnbaar wel, hij zegt het een paar keer.
Even later kom ik er achter dat pap helemaal geen 58 kilo meer weegt, maar 51. Ik schrik er van. Hij woog altijd 73. Of meer soms. Bij 1.83. Hij had altijd een prachtig figuur, een sterk lijf.

Dan vertel ik pap dat ik de Uitvaartmensen al gesproken heb. ‘Die E. , waarmee je ook alles doorgesproken hebt komt je halen vrijdag’.
Een ander wil het hoogstwaarschijnlijk niet weten, mijn vader stelt het gewoon gerust. Hij weet dingen graag van te voren, geen verrassingen alsjeblieft!

Als Linda weg is – met weer een zoen- wil pap graag dat we nog even blijven.
‘Gezellig’. Fijn dat hij dat vind.
Maar dan wil hij even later toch naar bed. Rem vraagt wat pap nou precies met de caravan wil. ‘Naar zus? Neeh!? Heb ik dat gezegd? Echt waar? Nee hoor, niet doen hoor Rem, daar krijgt ze alleen maar ellende van’.
Ik ben blij dat we daar nog even met ons drieën notie van hebben mogen nemen.

Thuis bel ik een oom terug.
Volgens mij vinden ze het allemaal heel erg dat ze geen afscheid kunnen nemen. Naast het feit dat ze natuurlijk heel erg verdrietig zijn. Iedereen is begripvol en blij met zijn keuze.
‘Moet ik nog wat zeggen namens jou pap? Dat je van ze houdt?’ Had ik eerder nog gevraagd.
‘Ja, zeg dat maar, en bedank ze maar hartelijk voor de steun van de afgelopen periode’.
Ik zeg het nu tegen mijn oom. Hij vraagt of ze verder nog iets kunnen doen. En of het wenselijk is of ze van het weekend langs komen.
Ik beloof het morgen te bespreken. Zelf denk ik dat het goed is voor iedereen. Inclusief mam. Ik geloof ook zeker niet dat het afscheid voor hen er makkelijker op gaat worden na verloop van tijd.

Daarna spreek iknog met Lyd en ex (van zus).
Neef heeft het er erg moeilijk mee. Misschien komt ex vrijdag met neef om toch nog afscheid te nemen van opa.

Weer iets om te bespreken.
Rem heeft een heel lijstje gemaakt.
Keurig netjes, punt voor punt.
Had ik al verteld dat hij net als mijn vader op 30 augustus geboren?

Hopjesvla, kaarsjes en er kan nog meer bij

Dinsdag
‘Kom op nou Kyl, opschieten!’
Het is al twaalf uur, we moeten de scooter nog naar Minus brengen, zijn gestoomde kostuum ophalen bij de Deka, ik wil nog even een lentebakje voor op tafel halen voor mijn ouders, en tussen 1 en 3 komt Dr. Spruitje natuurlijk.

Als ik om kwart over twaalf voor het stoplicht Krommenie-Wormerveer sta voel, ik hem ineens langzaam opkomen.
Steeds sneller begint mijn hart te kloppen. Nu moeten mijn handen niet ook nog eens gaan tintelen. Ik let op mijn ademhaling. Foute boel. Ik moet ook niet op mijn lijf gaan letten, vetdories. Voor dit soort gezeik heb ik helemaal geen tijd nu. Ik zet mijn richtingaanwijzer uit, en rij als het eindelijk groen is rechtdoor, de Kerkstraat in. Daar keer ik in de zijstraat. Vervolgens rij ik binnendoor over de Industrieweg naar Minus.
‘Wat duurde dat lang mam?’
Kyl staat al met de helm in zijn hand te wachten. Voorlopig even scooterloos.

Terug gaat beter. Ik kan niet anders dan over de grote weg nu, de Industrieweg is eenrichtingverkeer. Het gaat helemaal goed. Zie je wel? Niets aan de hand.
Doos!

Bij mam staat de soep op.
‘Zal ik even je was ophangen?’
Ik wil het al uit de machine trekken. ‘Nee, ho, dat moet op volgorde van groot naar klein’.
O ja.
‘Het ging vannacht niet goed hoor, met je vader’
Mam verteld dat ze hem vanmorgen heeft moeten helpen met aankleden.
‘Ik wil echt niet dat er iemand van de thuiszorg komt slapen hoor’. Wat een dilemma.
‘Mam, ik vind dit niet oké. Het spijt me, maar ik ga het wel tegen de dokter zeggen straks als dat nodig is. Het gaat niet alleen om pap’.

Even later hang ik de was op zoals ik dat jaren geleden heb geleerd: de sokken netjes bij elkaar, de zakdoeken op een rij.
Als ik het dekbed in een schone hoes aan het stippen ben, zie ik dat de slaapkamer ook al een tijdje geen stofdoek heeft gezien. Nadat ik het afwasje heb gedaan doe ik het gelijk even terwijl mam het toilet schoonmaakt. Ze wil het allemaal nog zo graag schoon, maar ze ziet en ze kan het gewoon niet meer, zeker niet nu.

Als we weer zitten komt Lydie onverwachts langs, de beste vriendin van mijn moeder.
Ze brengt nog meer slecht nieuws: haar zwager is overleden. Pap komt er heel even bij de tafel staan om haar te condoleren. Dan geeft Lyd hem een arm en zegt ‘Komop Klaas, geef me een arm’. Voetje voor voetje schuifelt hij terug naar de bank.
Lydie is expert op kankergebied. Toen ik dertien was verloor zij haar man binnen drie wegen na de diagnose aan een hersentumor.
Als ze weg gaat zit pap nog steeds op het toilet.
Ze staat al tien minuten met haar jas aan. ‘Ga maar gewoon hoor’, zegt mam. Dan bonkt Lydie nog wat op de wc-deur:’Het allerbeste hè Klaas’
‘Joeh’ hoor ik mijn vader.

De assistente had om drie uur al gebeld dat het later zou worden dan vier uur. ‘Hij wil echt even de tijd voor u nemen’.
Pap vindt het maar niks, ook al leg ik uit dat er nog meer patiënten zijn, net als hij.
‘Tijd is tijd’.
‘Neem nog een slokje water Klaas’, zegt mam.
‘Jullie altijd met je gezeur over eten. Ik HOEF niet’.
Even later heeft hij het over ijs en hopjesvla. ‘Zal ik dat lekker voor je halen zo?’ vraag ik. Hij zucht diep. Snappen we het nou echt niet?
‘Ik zeg toch: ik HOEF niet’.

Om half vijf zie ik door het raam Dr. Spruit aan komen. Eindelijk. Snel open ik de voordeur. Het is hondenweer.

‘En hoe gaat het met u meneer?
Pap zit rechtop.
Hij weet dat het heel erg belangrijk is dat hij dit nu zelf zegt tegen de dokter, en niet alleen tegen mam en mij.

‘Dokter, ik wil niet meer….’

Als ik eindelijk thuis kom om half zeven staat Rem te koken.
Kyl zit bij hem aan de bar. Van allebei krijg ik een hele dikke knuffel.
Als ik het hele verhaal heb gedaan zegt Kyl: ‘Nou, ik heb nog meer slecht nieuws mam. ‘Roel ligt op de hartbewaking’.
We wisten dat Roel een hartkwaal heeft. Toen Kyl van de zomer met Roel een weekje in de caravan van opa en oma ging, was hij net gedotterd.
Ze waren er achter gekomen tijdens de tests voor het Cios vorig jaar.
Ik moet mijn kind maar even heel goed in de gaten houden nu.

Zus is overstuur. Neef erg ontdaan. Via de Messenger zoek ik contact met de buuf van zus. Zij gaat even heen met E, haar man die altijd met zus meegaat naar de poli bezoeken. Ik maak 50 euro over naar haar, zodat zus straks geld heeft voor de trein. Ze komt donderdag.
Dan bel ik tantes, een oom.
Werk. Van mij, en de AH en het hotel waar Kyl werkt. Alom begrip.

Er zullen kaarsjes branden.

Scheren, bellen, en maar koffieleuten

Zondag.
Rem belt met de receptie van camping Bakkum en legt de situatie uit. Nadat hij uitvoerig bedankt heeft, verbreekt hij de verbinding. ‘Geen probleem Nar, ze krijgen zelfs de borg gewoon terug’.
Waren we eerst van plan het hele spul in het voorjaar weer op te zetten en te verkopen, nu zien we er, in overleg met mijn ouders, toch van af. Zoveel werk, en mam zegt al maanden dat ze echt niet van plan is om daar in haar eentje nog heen te gaan. ‘Nee, daar kun je best over ophouden, ik doe het niet’.
Punt.

Terwijl Rem verder werkt aan zijn motor in de schuur, ga ik nog even langs mijn ouders en vertel ze over de borg. ‘Jullie zijn altijd zulke nette gasten geweest, zeiden ze’.
Dat vinden ze leuk om te horen. Dan doezelt pap weer weg.
‘Je vader wil de caravan aan zus geven’.
‘O?’
Ik vind dat allerminst een goed idee. Mam is er ook niet erg enthousiast over zo te zien.
‘Waar gaat ze hem neerzetten dan?’
Mam haalt haar schouders op.
‘Heb je trek in een stukje paling?’
Dat heb ik wel.

Pap wordt weer wakker.
‘Moet je horen Nadda, die caravan wil ik aan zus geven’.
Nogmaals vraag ik waar ze hem neer zou moeten zetten.
‘Gewoon, op het veldje achter haar huis’.
Ik zeg dat dat van de gemeente is. ‘Dat kan niet zomaar pap, dat weet je toch?’
‘Hij kan ook best in haar tuin hoor’.
Mijn god, wat heeft hij zich nou weer in zijn hoofd gehaald?
Ik begin maar snel over wat anders.

‘Weet je nog van die dag dat we gingen vissen pap?’
Gedeelde herinneringen verbroederen, ik weet het nu zeker.

Als ik thuis kom drinken we gezellig een wijntje aan tafel.
Er valt genoeg te bespreken.
Kylian schuift een uurtje later ook aan. Hij is met Roel en twee meiden naar Zaandam geweest. ‘Gaan we nog uit eten?’ We hebben daar alledrie eigenlijk niet zo’n zin in. Rem en ik halen Indisch.

Net als Boer zoekt Vrouw is afgelopen gaat de telefoon.
Ik schrik me de tandjes.
Het is pap. Zoals altijd komt hij zonder enige plichtplegingen direct ter zake: ‘Nadda geef me Remco even’.
Geduldig legt Rem het nog een keer uit. ‘Klaas, er is niemand die nog geld van je krijgt, de camping niet, de stalling niet, helemaal niemand. Het is allemaal geregeld, echt waar!’
Gerustgesteld (voor het moment) legt pap weer neer.

Ik heb hem laatst gezegd nadat de dokter weg was dat hij dan voor ons maar vast de hele boel ‘daar boven’ moest gaan inspecteren voordat wij later zouden komen. ‘Dan kom je daarna maar weer eens terug als het tijd is om mam te halen?’
Hij glimlachte even toen hij snapte wat ik bedoelde.
‘En over mama hoef je je echt niet druk te maken, daar zorg ik wel voor, dat beloof ik je’. Ik slik wat weg.
‘Misschien neem ik haar wel lekker mee op vakantie ‘.

Toen mam op dat moment van het toilet was gekomen riep pap gelijk:’ Adri, kom eens zitten’. Hij klopte op de bank naast hem.
‘Nadda wil je meenemen op vakantie met de jongens. Dat moet je doen hoor. Tenminste, als je dat natuurlijk zelf wilt’.

Maandag.
In de trein op weg naar huis bel ik mijn ouders. Pap neemt op. Dus is mam even snel naar de winkel, weet ik.
Ik hou het kort. ‘Ik kom zo even snel een bakkie doen hoor’.

Ik ga achterom naar binnen. ‘Hoi pap’.
Na een kus zet ik de koffie aan.
Nee, hij hoeft niet.

Mam komt thuis. Verwaaid.
‘Eerst even een sigaretje hoor’.
Ze heeft het druk gehad vanmorgen. De apotheek gebeld, en nog wat andere service verlenende bedrijven.
‘Ik heb wel een uur in de wacht gestaan’.
Ze heeft daar een gruwelijke hekel aan.
Ik heb dat niet van een vreemd.
‘En daarna heb ik de kerstboom weggehaald’.
Tjonge jonge. Ik glimlach.
‘Hij staat op de logeerkamer’.
Nee, het stalletje doet ze liever zelf. Op haar gemak.
‘Daar moet je echt even rustig voor gaan zitten hoor, anders breken de beeldjes’.
Ik snap het. Ze is het nog niet vergeten.
‘Kylian komt vanavond de kliko voorzetten, dan kan hij het mooi allemaal even voor je naar boven brengen’.

Dan verteld ze wie er allemaal gebeld hebben en gevraagd hebben of ze langs mochten komen. ‘Het is zo druk Nar, je vader wil het niet’.

Zus heeft ook gebeld. Het is voor het eerst sinds de kerst dat mam zus weer spreekt.
Zus en ik smessen wel als er nieuws is, maar contact met pap en mam heeft zus weinig.

Net als ik weg wil en mijn vader een kus geef, vraagt hij:
‘Wanneer ga je me haar nu doen?’ De afgelopen dagen wilde hij het niet.
‘Zal ik dat nu nog even doen dan?’
Dat wil hij wel.
‘Waar ligt de tondeuse pap?’
Pap denkt na.
‘Klaas, waar is de tondeuse?’
‘Stil nou, ik denk na’.
(…)
‘Kan hij soms op het kastje in de badkamer liggen?’
Ja. Dat is het. Ik zie het aan zijn gezicht.
‘Ja, kijk daar maar even Nadda’.

Even later scheer ik voor het eerst in mijn leven mijn vaders hoofd in modelletje ‘Helemaal kaal, lekker glad’.
‘Weet je het zeker pap?’
Stomme vraag.
Voor de zekerheid kijk ik toch mam nog even aan.

‘Zal ik je gelijk nog even scheren? Is dat ook maar mooi weer gebeurd’. Zo gezegd, zo gedaan. Ik word er al een beetje handig in.

Als ik aan het stofzuigen ben belt mijn oom J. Het is de jongste broer van mijn vader.
Mam is vrij vaag aan de telefoon. Moeilijk ook, nu mijn vader meeluistert.
‘Wil je je broer J. zien?’
Nee, schudt pap.
‘Zal ik hem anders morgenavond even bellen?’
Dat wil hij wel. Iedereen die mijn ouders belt gaat altijd automatisch op de intercom.
Dat je het weet.
‘Zo, dat is dan 19 euro 95’ grap ik als de boel weer aan kant is, en mijn jas aan trek.

Als ik thuis ben bel ik mijn oom gelijk even terug. ‘U zult wel met een aantal vraagtekens boven uw hoofd lopen nu’. Dat deed hij inderdaad. Op een toon alsof ik over de melkboer spreek, leg ik de stand van zaken aan hem voor.
‘Morgenmiddag komt dokter. Daarna weet ik dus wat meer, dan bel ik u terug’.
‘Misschien een kaart sturen, dat vindt hij leuk’, zeg ik als mijn oom vraagt wat hij kan doen.
Mijn vader heeft de afgelopen maanden veel kaarten gehad. Soms met wat leuke korte luchtige verhaaltjes of een foto van een nieuw huis.
Dat vond hij erg leuk. ‘Kijk eens, van mijn zus’. Of: ‘Kijk, eens, van mijn broer G. uit Zweden’.
Hij is op zijn eigen manier een trotse broer van al zijn zussen en broertjes.
De oudste zoon van elf kinderen.
‘Sterkte Narda’, zegt de jongste daarvan nu tegen mij.
Morgen zal ik het zusje van mijn moeder ook even bellen, besluit ik.

De jongsten regelen het toch maar weer mooi allemaal;-)