Westenwind

Vanmiddag heerlijk uitgewaaid op strand Bakkum bij paal 45.
Mijn zus vliegerde daar altijd graag eind van de middag/ begin van de avond als ze bij mijn ouders op camping Bakkum logeerde.
Vorig jaar met Hemelvaartdag hebben Rem en ik daar ’s morgens heel vroeg een klein gedeelte van haar as gestrooid, op zus haar eigen verzoek. Ook een gedeelte van (Beau)Nino ligt daar ‘om haar te beschermen’. Daar hadden we zelfs nog met Zus grapjes over gemaakt toen we het erover hadden op de dag nadat mijn vader was gecremeerd.

Mijn moeder leefde natuurlijk nog toen ik de as van Zus uitstrooide, en toen ik vroeg of ik ook een beetje van haar en pap in Zus haar duinpan zou strooien vond ze het heel fijn als ik dit wilde doen, ‘maar niet als het teveel moeite kost hoor Kind, alleen het Guisveld is ook prima hoor’.
Ik grapte toen nog, ‘ach mam, als ik toch bezig ben…’
Mijn moeder was er namelijk erg op gebrand dat ik al Zus haar uitstrooi- wensen zou uitvoeren. ‘Doe maar een beetje hier.., een beetje daar….O, en daar natuurlijk…’
-Ze zou het vast prachtig gevonden hebben als ze had kunnen zien hoe druk ik er maar mee ben. (Maar ook blij hoor).

Tja. Wij waren altijd echte strandmensen, mijn ouders en zus nog veel meer dan ik. Ooit schreef ik dit gedicht. Mijn zus vond dat zo mooi dat ze het levensgroot op haar toiletdeur geschreven had. Vier regels uit dat gedicht hebben we na haar overlijden op de binnenzijde van haar rouwkaart laten drukken:
‘Maar als je luistert naar de golven,
voel je je weer even twee;
hetzelfde kleine meisje
aan dezelfde grote zee…’

Vandaag was het de perfecte dag om ook de belofte na te komen een klein gedeelte van mijn ouders daarbij te strooien.
Er stond een straffe westenwind, en het was niet al te koud, niet al te zonnig en dus zou het vermoedelijk niet al te druk zijn.

Op de heenweg kreeg ik ineens zin om een vlieger te kopen.
Zo gezegd zo dus ook gedaan.

Voor we naar paal 45 liepen natuurlijk eerst wat gedronken bij ‘Zeezicht’ de favoriete strandtent van mijn ouders. -Zoets doen we natuurlijk wel in stijl hè?!-

Daarna dus het doosje leeggegooid en dat voelde voor mij een beetje als ‘vrijheid’. Niet voor mij, maar voor hen.

Nadat ik dat gedaan had viel het me ineens op dat de hele lucht grijs en grauw was, er was alleen een klein stukje blauw boven hun duinpan zichtbaar. Grappig. Lief.

De volgende foto is trouwens ook wel grappig:
image
Het lijkt net alsof Rem drie of zelfs vier vliegers vasthoudt. Het is er echt maar eentje hoor. Zal wel aan mijn IPhone liggen, maar ik zie daar gewoon graag een lieve groet in.

Na een uurtje zijn we weer gegaan. Het helmgras wuifde me tevreden na.
Nog even wat gedronken bij Zeezicht en daarna een lekkerbekje gegeten op de camping, terwijl goedkeurende glimlachjes van mijn ouders en zus in mijn gedachten verschenen.

Weer een klus plat.(niet oneerbiedig bedoeld). 
Nu alleen nog ons boottochtje door het Guisveld om de rest van de as uit te strooien (de grootste hoeveelheid). Daarna zal ik alleen nog wat kleine emaille hartjes met as bewaren. 

Voorlopig vind ik het fijn dat ze nog een beetje dichtbij me zijn. Als de tijd er rijp voor is zal ik het gewoon weten.

Je leven op zijn kop…

Soms kan het me zo bij de keel grijpen allemaal, 2.
Niet alleen waar ik vanmorgen eerder over blogde, maar gewoon, de trieste kanten van het leven die ik -overigens zonder veel resultaat- steeds maar weer probeer te begrijpen.

De dood zet je leven op zijn kop.
Al de normen en waarden waarvan je ooit dacht had dat ze een stevige fundatie zouden zijn om de problemen en het verdriet in je leven het hoofd te bieden schudt hij meedogenloos door elkaar tot je trilt op je grondvesten en, murw vanwege de onrechtvaardigheid, om genade roept, en toegeeft je ogen te openen voor dàt wat leven daadwerkelijk ìs.

Gister kreeg ik een appje van Neef, de zoon van Zus.
‘Heb jij nog wat foto’s van mij en mijn moeder?’
Een hele doos vol heb ik. Zus had allemaal losse mapjes met foto’s. Ik heb neef beloofd een mooi fotoalbum voor hem te maken, maar ik heb het nog steeds niet gedaan:(

Zojuist kreeg ik een Appje van Ex, de vader van Neef.
Zijn vader zal binnenkort gaan sterven.

Opa Jaap, zoals wij hem sinds jaar en dag noemen, en mijn vader konden het prima vinden. ‘Klaas is mijn vriend’ zei hij altijd, en als hij mee kwam om Neef te brengen of te halen bracht hij ook altijd ook een bezoekje aan mijn ouders.
Opa Jaap was -doordat hij in de buurt woonde van Neef- net zo betrokken bij Neef als mijn ouders altijd bij Kylian waren. Opa Jaap was bijvoorbeeld ook degene die trouw iedere week met Neef naar zwemles ging omdat zijn eigen ouders dat niet op konden brengen.
Hij was bij de crematie van mijn vader en natuurlijk bij die van Zus. Kapot was hij daarvan.
Natuurlijk, begin tachtig is een ‘mooie’ leeftijd, daar zal je me niet over horen verder.
Maar mijn neef moet dus binnenkort weer iemand gaan verliezen waar hij veel van houdt.

En dát grijpt me gewoon enorm bij de keel.

Erger dingen…

Het was een prachtige uitvaart.
-En ik kan het weten-
De kleinkinderen hadden de kist mooi gemaakt met tekeningen.
Mijn tante sprak, mijn neef, een nicht en mijn ome Gerard. Die schudt zoiets altijd ter plekje uit zijn mouw. Ook iemand van het bedrijf sprak.
Ja, zo veel lovende woorden, zo veel mooie verhalen en zo veel mooie foto’s die ook weer allemaal hun eigen mooie verhaal vertelden. Er was zelfs een heel koor uitgerukt om mijn oom de laatste eer te bewijzen. Het kan allemaal. 

-Misschien ga ik wel een paar blogjes schrijven over (het regelen van) uitvaarten. Wie weet zijn mijn ervaringen zodoende dan nog van enig nut.-

Ik mocht met mijn nicht meerijden. Annemieke zag ik vroeger best vaak, ze was precies tien dagen ouder dan mijn zus, en ze trokken heel veel met elkaar op. (En mijn rol was natuurlijk die van ‘het vervelende zusje’).
Het was voor het eerst in mijn leven dat ik als volwassen vrouw een gesprek langer dan vijf minuten met haar heb gevoerd.
En dat was fijn.
We hebben zeker drie uur lang gepraat in de auto. Over Zus, onze moeders (mijn tante Lies was een oudere zus van mijn vader), onze jeugdherinneringen en over haar broertje natuurlijk, die maar een paar dagen in leeftijd scheelde met mij. Drie jaar geleden was hij zomaar overleden in zijn slaap. 46 jaar.
Het fijnst vond ik denk ik wel toen ze zei: ‘Nee, de Fenna zoals ik die kende zou nooit drugs gebruikt hebben’. Ze deelde mijn mening dat er ‘gewoon iets’ gebeurd moet zijn in haar hoofd.
Dat zal ook goed zijn voor Neef als ik hem dat vertel. Ik wil dat hij zijn moeder ziet als slachtoffer van een hersenbeschadiging, en niet als een egoïstische junk.
Hoe moeilijk dat ook is.

Was grappig trouwens om te ontdekken dat Annemieke en ik best wel een aantal raakvlakken hebben. Karaktertrekjes bedoel ik, om precies te zijn: licht autistische trekjes;-)
Kwam er vandaag trouwens ook achter dat mijn neef J. Asperger heeft. Nooit geweten. Mijn tante C. , zijn moeder vertelde het me zelf.
Was ook fijn om gewoon mijn familie weer te zien, al was de reden hiervoor natuurlijk te triest voor woorden.

Verder heb ik even niets te liegen. Foto update van de tuin volgt zondag wel. Het is zo fijn nu, zo heerlijk om op blote voeten naar buiten te kunnen. Hoewel: terwijl ik net de houtskool resten van ons vuurtje gisteravond stond op te vegen trapte ik in een kooltje met daarin een verroeste spijker. Duurde even voor ik doorhad dat er nog wat in mijn voet stak. En moest nog flink trekken om m eruit te halen. Alle tuintegels onder de bloedspetters natuurlijk. Moest ik wel meteen weghalen, mèn wat een gedoe weer. Valt trouwens nog helemaal niet mee om met een teil soda op 1 been naar de tuin te hinken.
Ben eerlijk gezegd wel heel hard toe aan een rosé, maar het is zo’n fuck*ing end lopen naar de fridge vanaf mijn zonnebedje.

Gister met Rem voor het eerst ge(bb)kud. (Geef ze een paar stukken vlees, een gasbbq en een knijptang van de Action;-)
Was lekker en gezellig.
Kyl moest bier verkopen op het festival in Haarlem. Daar schijnt hij talent voor te hebben.

En nu dus home alone.
Niemand om de bbq aan te steken.
Kyl in z’n hotel, en Rem nog onderweg.
En dus %**%^*£!>>£++ ook nog steeds Pas de Glas rosé.

Ach.
Er zijn erger dingen.

Leef!

De vanzelfsprekendheid is er nu wel een beetje af.
Van het leven bedoel ik.

Een broertje van mijn vader is overleden. Mijn oom heette niet alleen Fer, hij woonde er ook.
Lang heb ik als kind zijn naam geassocieerd met de afstand.
Net 68 was hij nog maar. En tot zijn ziekte hem belette (kanker, what else?) heeft hij na zijn pensioengerechtigde leeftijd nog drie dagen per week gewerkt. Gewoon, omdat hij van zijn werk hield.
Maar nog meer hield hij van zijn gezin.

Nee, veel contact had ik niet meer met mijn oom, maar op hoogtijdagen als onze bruiloft en dergelijke was hij er wel. Zo ook op de laatste verjaardag van mijn vader die we hier bij ons vierden. 29 augustus alweer drie jaar geleden.
‘Wat ben ik blij dat je dit doet’ zei hij toen hij lekker in het hoekje van zijn wijntje zat te nippen. Zijn eigen vrouw was nog maar amper borstkankervrij, en zelf was hij die dag nog kerngezond, evenals mijn moeder, tante Agnes, ome Joop en ome Leo. We proostten wat af met de Sangria. Zelfs tante Lies leefde toen nog, hoewel te ziek (ja) om te komen. En mijn zusje. Nu zijn ze allemaal dood. 

Tja.
De vanzelfsprekendheid is er nu wel een beetje af.
En eerlijk is het ook al niet.
-Verre van-
Je kunt gezond leven en mild en vredelievend zijn wat je wilt, het maakt de dood geen flikker uit.
Je geld en je bezittingen kunnen hem gestolen worden als hij eenmaal zijn zinnen op je heeft gezet, evenals je naïeve geloof en hoop op herstel.

Niemand ontkomt aan de dood.
Uiteindelijk.

‘Denk aan mij terug
hoe ik was toen ik alles nog kon
Denk aan mij terug
in de tuin, genietend van de zon’

Dat zal ik doen hoor ome Fer.
Dàt, en het leven verdomme lief hebben tot ik erbij neerval:

Leven is het enige juiste antwoord op de dood. 

Lumpiedumpie en w.v.t.t.k.

imageLaten we maar beginnen met het slechte nieuws: onze haan Lummel heeft het loodje gelegd. Rem vond hem in het nachthok, de vleugels gespreid, zijn bekje een beetje open. En uurtje eerder had hij nog kwiek rechtop zijn stokje gezeten, een mooiere dood kun je je nauwelijks wensen. De plechtigheid heeft gister plaatsgevonden in wel heel besloten kring: Remco en Bram.
Wat overigens allerminst een afspiegeling was van zijn populariteit, het was een toffe haan. Nee, het was vanwege de kou en de nog steeds vroeg invallende duisternis dat een en ander voor ik thuis kon zijn plaats moest vinden.
-Kyl sloeg even over.-

Natuurlijk rees dezelfde avond van zijn overlijden de vraag wat we nu met manke Lieke aanmoesten. Alleen is ook maar zo alleen, en een verder gezonde kip afmaken is ook weer zowat. Uiteindelijk besloot ik maar een contactadvertentie op FB te plaatsen, en wat denkt u?
Het is bijna te mooi om waar te zijn, maar er is iemand -een oud jeugdvriendje- die haar wel wil adopteren. Ze komt op een prachtige boerderij met vijf andere hennetjes en veel vrijheid.
5 februari brengen we haar ‘ s avonds heen. Ineens wist ik gewoon weer dat je zo’n nieuweling het best ’s avonds op de stok bij de anderen kon zetten. -Net of pap me dat influisterde. Onzin natuurlijk, die kennis kwam gewoon weer boven toen ik het nodig had.-
We hebben daar in de buurt van de boerderij namelijk een bruiloft van Rems neef. Hopelijk houdt Lieke het dus nog even vol in haar upje.
-Zo sneu ook met die kou.-

Verder rommelt het allemaal wel wat aan hier. Rem is weer op dieet. Dat is hij altijd in de eerste maanden van het jaar, maar vorig jaar strookte het zo weinig met het volle kookroom-dieet van mam dat hij het alweer snel opgaf en voor de gezelligheid maar met een koud pilsje aanschoof. Mam vond het maar saai en nergens voor nodig dat dieet van Rem.
-De vis en roerbakgroenten komen Kyl en mij nu al onze neus uit, maar we blijven – in zicht van Rem- natuurlijk solidair!

Vandaag ben ik lekker vrij. Gister had ik een eerste gesprekje met de loopbaanfunctionaris.mijn werk vind ik leuk, alleen zijn de nachtdiensten te zwaar voor me, vandaar. Dat traject gaat wel een maand of vier, vijf duren geloof ik. Ook al komt er geen passende nieuwe baan voor me uitrollen, ik denk dat het sowieso zeer welbestede tijd zal zijn.
-Is het u trouwens wel eens opgevallen dat ik dat woord sowieso te pas en te onpas gebruik?-

Nu eerst maar de verhalen van de andere cursisten lezen en daar wat van gaan vinden.
Killiewillie is pas vanavond laat weer thuis vanwege school+werk. Bikkeltje;-)
Zaterdag gaan we trouwens naar een open dag op een HBO (Vastgoed en makelaardij) in Rotjeknor: Maken we er natuurlijk meteen een leuk dagje van.
Mijn agenda zit weer behoorlijk vol deze dagen:
Morgen van 7:30 tot 16:00 werken, 16:30 met Joyce wat drinken / eten in de stad, 19:00 tot 22:00 cursus. 23:30 slapen, 05:30 weer op, 7:30 werken
Vrijdag heb ik de scan en ga ik uit eten met Alice, Yvonne en Jaqueline, oude vriendinnen die ik ken van mijn negentiende of zo.
Daar heb ik enorm veel zin in.

Hebben jullie ook zo’n drukke agenda deze week?

Maar nu nog even niet

Vandaag is het precies twee jaar geleden dat ik samen met mijn moeder en zus afscheid nam van mijn vader. Soms heb ik nog steeds het idee dat het allemaal maar een boze droom was. Dat morgen de bel gaat en ze voor de deur staan. ‘Surprise!!’
-Of, realistischer: Pap, die belt en met de deur in huis valt. ‘Nadda, mag ik Rem even?’
Zus die sms’t dat ze het toch niet gaat redden vandaag, en mam die gewoon weer gezellig achter haar sherry-tje hier aan tafel zit.-
En nee, natuurlijk besef ik het heus hoor, ze komen niet terug. Ik zie ze nooit meer. Zal hun stem nooit meer horen, behalve dan in mijn hoofd. Daar hoor ik ze nog dagelijks.

Vandaag dus weer zo’n dag. Misschien moet ik er gewoon geen aandacht aan besteden. Ik kan wel aan de gang blijven:
10 januari sterfdag pap
6 april trouwdag ouders
8 mei moederdag
22 mei verjaardag mam
31 mei mijn verjaardag
19 juni vaderdag
21 juni trouwdag
30 augustus verjaardag pap (en Remco)
31 augustus sterfdag mam
Allerzielen
1 november verjaardag zus
13 november hersenbloeding zus
14 november sterfdag zus
Sinterklaas
Kerst
Oud en nieuw

Het zal vast wel een beetje slijten. Er zal heus wel een dag komen dat ik zal vergeten er even stil bij te staan.

Alleen nu nog even niet.

Verguisd, vergeeld en vergeten

Vorige week, in de auto, op weg naar het crematorium, in Wormerveer op de half opgebroken Provinciale weg ter hoogte van het Guisveld tussen Fortuna en Saenden wist ik dat er èrgens een keer een eind aan mijn zoektocht zal moeten komen.
Tegelijk met dat besef brak de zon door het wolkendek, wat voor mij zoveel betekende als een zegen voor deze gedachte uit het hiernamaals.
-Whatever that may be-.

En niet alleen wist ik dàt er een eind moest komen aan mijn poging de ultieme waarheid aan het licht te brengen, ook exact wanneer het zo ver zal zijn stond mij opeens helder voor ogen; op de dag dat ik mijn ouders, zus en onze Bordeauxdog (Beau)Nino in het Guisveld zal verstrooien wil ik voor eens en altijd een eind maken aan mijn zoektocht naar het antwoord op mijn Grote Vraag ‘Waarom?’
Of ik het antwoord gevonden zal hebben betwijfel ik, maar misschien dat deze deadline -o, hoe toepasselijk-, mij daarna wat rust in mijn hoofd zal gunnen.

Ja.
Zo zal ik het gaan doen.
Mits er tussentijds andere lumineuze ideeën van zich doen spreken uiteraard. Voor goede, betere ideeën is het immers nooit te laat.

Misschien ga ik mijn blog daarna nog herschrijven.
Misschien ga ik het ook zo, met alle spel-en stijlfouten wel gewoon uitgeven in eigen beheer.
Gewoon, voor Kylian.
Voor neef.
-op zolder later-
Voor mezelf.
En voor ieder die het verder lezen wil,
weten wil, wat ìk nou eigenlijk denk wat het antwoord is op de zinloosheid van het bestaan.
Want is dát niet exact wat ik zoek?
En waar iedereen van tijd tot tijd naar op zoek is?
Ik ben alleen bang dat ik uiteindelijk ook geen antwoord zal hebben.
Wie heeft immers het antwoord op de dood?
Laat staan op een vroegtijdige dood, zonder afscheid, pats-boem.
Of op de zinloosheid van het bestaan.
Een antwoord op: waarom de dingen gewoon gaan, zoals ze gaan.

Het zal uiteindelijk maar bar weinig mensen ook echt interesseren.
Heus.
Uiteindelijk zal ook ons verhaal gewoon verstoffen, ergens op een zolder:
Verguisd, vergeeld en vergeten. 

Missie mam

Nou.
Dat hebben we ook weer gehad.
Ging helemaal goed.
Zelfs bij het stoplicht bij boer Geert.
Zelfs op de brug.
Zo zie je maar…

Petra was er niet.
Deze keer hielp M. mij.
Ze hadden de uitgifte ruimte eens flink gepimpt zag ik.
Ik keek natuurlijk gelijk bij binnenkomst of ik de urn zag staan op het tafeltje om de hoek.
Nope.

M. was trouwens ook even weg.
Waar was hij nou?
O ja, thee halen voor me natuurlijk.
Ik nam sterrenmunt.
Dat leek me wel toepasselijk.

Ik ging maar niet op de stoel zitten waar mam altijd zat.
Nee. Gewoon maar weer op mijn eigen plek.
M. ging loos.
De papieren waren trouwens ook even loos, maar dat was later pas.
Dat er geen lief wit emaille hartje was, dat wist ik al, daar was ik over gebeld.
Het contract met de hartjes firma was namelijk verbroken.
Ze hadden wél
‘kleine urntjes,
mooie knuffelsteentjes, waxinelichthoudertjes,
grote urnen,
kleinere urnen,
nou ja, heel veel keuze’,
zei M.
‘Mijn moeder wil gewoon in een simpel klein wit emaille hartje M’.
Daar had hij niet van terug.
-Dat was geloof ik ook het moment waarop M. even de papieren loos was.-

Van Petra had ik al gehoord dat je de as niet op een openbaar voetbalveld of gewoon op straat mocht strooien.
M. voegde daar vandaag voor de zekerheid portieken en vijvers aan toe.
Waar zien ze me voor aan daar?

Toen werd het wel eens tijd om mam tevoorschijn te toveren.
Tegenwoordig laten ze de as netjes in de kast, vertelde M.
Volgens M. is dat namelijk minder confronterend.
Ik wist het zo net niet.
‘Nu staan er hele mooie lampjes op dat tafeltje waar je óók as in kunt doen’.
Die M. moest maar eens snel ophouden met zijn verkooppraatjes.

Mam zat niet in een mooie bordeauxrode bus met een gouden randje.
Mam zat in een zwarte bus.
‘Dit is een strooibus, en die heb ik niet besteld’.
Marcel vertelde dat ze geen bordeauxrode-met-gouden-randjesbussen meer als standaard bussen leveren.
-Ik vermoed dat die te mooi zijn.
Dat wil de nieuwe urnenleverancier natuurlijk niet.
Vast een contractdingetje.
Flauw.-
En nu werd ik zomaar met een zwarte strooibus geconfronteerd.
Dat dus weer gewoon wel.
Mam wilde vast niet dat ik moeilijk zou doen nu.
‘Kind alsjeblieft, schiet op ik wil naar huis’.

Ik zag dat het crematienummer op het steentje begon met de datum waarop ik geboren ben: 3105. Daar dan nog een 0 achter.
Ik kan het nu al uit mijn hoofd.
Het moest mam wel zijn, dit kon niet missen.

Toen ik genoeg krabbels had gezet mocht ik haar meenemen.
Marcel droeg haar tot de deur.
Dat vond mam vast ook niet zo leuk.
-Je bent zo weerloos hé, in zo’n bus.-
Bij de deur kreeg ik mam.
Ze was zo licht als een veertje.
Nee dit kon niet missen.
Marcel hoopte me voorlopig niet meer te zien.
Ik hem ook niet.
Het kwam er misschien iets te gemeend uit.

Thuis zette ik mam bij zus en pap in de kast.
Mam lachte me toe vanaf de foto.
Gister lachte ze me ook toe, maar vandaag was ze echt blij.
Tenminste, zo voelde het.

En nu ga ik maar even naar pap.
Even vertellen.
Plastic bloemetje neerzetten.
En even naar de Esso om naar een lampje te laten kijken.
-Mijn man wil dat graag, dus dan doe ik dat gewoon.-

Vorige week vroeg iemand aan mij of we iets bijzonders gingen doen omdat het zus haar sterfdag was.
Dat gingen we niet.
Ik had voor de gelegenheid wel tweeënhalf fles rood achterover geslagen.
Was niet zo’n best idee geweest.Achteraf. Zit nu te denken aan snert eten.Of misschien gourmetten? Maar misschien is dat meer iets voor morgen. Morgen is het zus haar crematiedag.

Nee. Mam hield helemaal niet van eten.
Mam hield gewoon van een sherry’tje drinken.
En van Rem dan gezellig een pilsje en ik een lekker wijntje.

Tsja.

.

Narda las een boek: ‘Vrouw in de rouw’

Uiteindelijk trok het boek ‘Vrouw in de rouw’ mij toch het meeste; ik heb het gisteravond in een adem uitgelezen. Sommige stukken waren zo ontzettend herkenbaar dat ik het zelf geschreven zou kunnen hebben. Sterker: het zou me niet verbazen als lezers mij zouden verdenken van plagiaat.
-Heus, ik had het nooit eerder gelezen-.

Neem bijvoorbeeld dit stukje waarin ze zichzelf vergelijkt met een open zenuw. In een paar blogs terug was het precies dìt wat ik duidelijk probeerde te maken.
  
Of dit stukje wat ik zelf gewoon geschreven zou kunnen hebben:
image
En hoevaak heb ik onze schuur zelf ook niet vergeleken met die van Malle Pietje? 

 
En dan het besef: dit is wat er overblijft. Zelf schreef ik vorige week: ‘Over honderd jaar ben je niet meer dan een naam in een boek, en een vergeelde foto, ergens op een zolder’. 

 
 
De slapeloosheid:
image

En hoe het gaat ná de eerste rouwperiode. Dan komt de periode dat mensen al snel denken dat het wel goed met je gaat, omdat je lacht, leuke dingen doet, en er goed uitziet.
De periode waarin je jezelf de leugen hoort verkopen dat ‘eigenlijk best goed gaat hoor’, want -eerlijk- niemand zit erop te wachten dat je vertelt over de nachten waarin je het gezicht van je zus weer van haar voorhoofd naar haar kin wit weg ziet trekken terwijl ze sterft. Niemand wil van je horen hoe de geluiden van je stervende moeder in je hoofd je nacht na nacht wakker houden uit je slaap.
En zelf wil je daar ook niet nog eens over praten als je daar al de halve nacht mee bezig ben geweest.
En aan ‘het missen van’ kunnen we samen ook al niet zoveel doen.
image

Tja.
Een herkenbaar boek dus.
Eerlijk en onversneden, zonder verdere poespas en opsmuk.
Ik vind het een echte aanrader.
Mocht je het willen lezen, het is geschreven door Petra Possel, en uitgegeven door Podium.
ISBN: 978-90-5759-3

Rijmen

Soms gaat het gewoon even nìet.
Nu bijvoorbeeld.
Vandaag.
Het is teveel.
De aanslagen in Parijs.
Zus haar sterfdag.
-en gewoon alles wat daar nog een keer bij komt-

Het lukt me gewoon niet om me af te sluiten, of te dempen.
Alles komt keihard bij me binnen.
Rauw.
Ongecensureerd.

Zo lach ik en kan ik met twee handen op mijn rug de hele wereld aan, en zo kan ik het gewoon niet opbrengen om de boodschappen te doen, of schoon te maken, en lig ik apathisch op de bank te vegeteren.
Het lijkt allemaal zo volstrekt zinloos soms.
Alles.
Waarom?
Waarom?

Ik lijk mijn gedachten maar niet te kunnen stoppen.
Het lijkt wel een flipperkast in mijn hoofd.
Steeds sneller, nog sneller.
En met steeds meer ballen in het spel.
Zo voelt het een beetje.

Parijs.
Sinterklaas.
Zus.

Ik kan het gewoon allemaal even niet meer rijmen vandaag.