De kip! (Narda legt nog ’n eitje)

Blijven er toch nog twee vragen over die ik nog onbeantwoord heb gelaten, maar wat veel mensen zich misschien nog steeds afvragen.
1) Had mijn moeder nou een eetstoornis of niet?

Jessica, de halfzus van Kyl kreeg omstreden haar dertiende anorexia nervosa. In die periode heeft ze een paar maanden bij haar vader gewoond. Op de dagen dat haar vader werkte was ik het die haar ‘AN streken’ moest zien te handelen en haar ’s morgens moest wegen. Ze was ongeveer 1.70 en woog iets van 40 kilo; nèt aan genoeg om uit het ziekenhuis te blijven. Ik weet dus van heel dichtbij wat AN is.

Mijn moeder had volgens mij geen AN.
Ze was totaal niet bezig met calorieën tellen, of voedingstoffen uitsluiten.

En nee, boulimia had ze denk ik ook niet.
Geen vreetbuien, geen spuugsessies, niets van dat al.
Ze gaf gewoon niet zoveel om eten, hoewel ze een palinkje op zijn tijd niet te versmaden vond.

Dus nee, geen eetstoornis als AN of boulimia vermoed ik, hoewel ze volgens twee tantes van mij heel vroeger wel een eetstoornis heeft gehad.

Ik denk gewoon dat eten -net als haar sherry’tje en sigaretje- voor haar gewoon iets was dat ‘helemaal van haar was’.
Niemand nam die controle van haar af. Dàt besliste ze zelf wel. In die zin was er dus misschien wel sprake van een eetstoornis. Daarnaast kreeg ze net als ik bij veel stress ook bijna geen hap meer door haar keel.

Zelf heb ik namelijk ook een periode gehad dat ik heel mager was. Toen ik in ’99 in Australië was woog ik nog maar 48 kilo. Jess -mollig destijds- zei altijd: ‘Owww, I wished I could be like you’, en ik kreeg maar niet uit dat koppie gepraat dat ik helemaal niet zo mager wilde zijn.
Bij mij was het gewoon pure stress, en ik vermoed dat dat ook een oorzaak is geweest van het ondergewicht van mijn moeder.

Later was de kanker er natuurlijk verantwoordelijk voor dat ze geen eetlust meer had. Zelf vond ze het echt niet leuk dat ze zo mager was geworden, ze deed echt wel haar best om wat te eten, en later om haar Nutridrink leeg te drinken.

Ach, nogmaals, dingen gaan soms helaas zo als ze gaan.
Voor mij vallen de puzzelstukjes nu wel op zijn plek.

2) De vraag of ze nu door een tia rond haar achtentwintigste dusdanig van karakter is veranderd dat ze drugs is gaan gebruiken kan ik nu ook wel beantwoorden:

Dat ze later zo ten nadele (mijn mening) is veranderd, kwam éérst door haar drugsgebruik en pas daarna mede door het zware herseninfarct op haar tweeënveertigste.
Ik denk dat ik door me steeds maar vast te klampen aan de gedachte dat mijn zus toen een tia heeft gehad, mij verder niet hoefde te verdiepen in andere oorzaken waarin ik zelf natuurlijk ook een grote rol heb gespeeld.

Als ik vroeger niet zo recalcitrant was geweest, mijn vader niet zo autoritair en onredelijk, en mijn moeder niet zo labiel en volgzaam had mijn zus niet zo haar best hoeven doen om voor iedereen in huis ‘te zorgen’. Ze was vroeger de wijste, stabielste, en -samen met mijn moeder- de liefste en zachtaardigste van ons vier.

Ik hoop dat ik haar nu een klein beetje recht heb kunnen doen door al mijn blogs over haar.

Nee, ik loop niet rond met een heel groot schuldgevoel nu.
Dingen gaan gewoon zoals ze gaan. Er was totaal geen kwade opzet in het spel, maar waarschijnlijk wel een stoornis uit het autisme spectrum bij mijn vader.
Daar raak ik naar mate ik er meer over lees steeds meer van overtuigd.

Pang!

Morgen is het alweer een jaar geleden. Een jaar geleden dat mijn zusje haar kwast neerlegde omdat ze nog even snel wat boodschappen moest doen bij de Lidl.
Niets bijzonders.
Shag. Kattenvoer. Lasagne.
Dat soort dingen.
Gewoon.
Wat boodschappen.
Even snel op de fiets.
Ik had het lijstje later nog in haar jaszak terug gevonden.
Bij haar zippo.
En wat Fishersman’s friends.

Ze had me een paar dagen eerder nog een sms gestuurd met een afbeelding van het schilderij waar ze aan werkte.
Ook naar haar zoon.

Ze had een goede dag gehad.
Ze was in een goed humeur geweest.
Eric was even bij haar langgeweest.
‘Ze was aan het schilderen’.

En toen ging ze boodschappen doen. Gewoon, een pakje shag, kattenvoer, even snel op de fiets.

Zo kunnen die dingen dus gaan.
Bij de vleeswaren bijvoorbeeld.

Gewoon: Pang. 

Of knap. 

image

Wat nog vooraf ging..

Vrijdagochtend.
Om negen uur gaat de telefoon al. Het is de poli neurochirurgie van het UMCG om een datum in te plannen met dr. G.
‘Is dat bij de neurochirurg die haar met spoed geopereerd heeft?’
Dat is het niet.
Ze gaat het nog even na of dat ook mogelijk is, en dan belt ze me in de loop van de dag even terug.

Om half elf belt dr. prof. G. mij zelf.
Ik praat wel zeker een dik kwartier met hem. Hij is de arts waar zus altijd onder controle was, maar niet degene die haar geopereerd heeft of supervisie had.
Hij heeft haar wel de meeste keren op de poli gezien. Daarom vindt hij zichzelf de meest aangewezen arts om met mij het gesprek in te gaan.
‘De arts-assistent die de operatie heeft uitgevoerd kan als u dat wenst dan ook aanwezig zijn’.

Het is een vriendelijk gesprek.
Hij hoort graag wat voor mij met name belangrijk is in het gesprek.
Ik vertel hem dat ik graag wil weten waarom het zo lang moest duren voor ze geopereerd zou worden. ‘We wisten toch al anderhalf jaar dat het risico om door te blijven lopen met het aneurysma inmiddels groter was dan het risico van de operatie?’
De discussie tussen verschillende neurochirurgen over -wel dan niet een clip of een stent- te plaatsen zorgde voor wat vertraging.
En haar hart was ook niet sterk.
Dat moest eerst goed onderzocht worden.
Hoe goed is míjn hart eigenlijk?
Ook speelde het feit dat ze haar afspraken niet altijd nakwam natuurlijk ook een rol.
-Dat geloof ik direct.
Ze kon zo moeilijk organiseren-.

Maar inmiddels had ze wel degelijk op de wachtlijst gestaan.
Ze had dan nog wel geen oproep thuis gekregen, maar hij dacht dat de operatie in de week na haar overlijden gepland stond.
Hoe cru!

We spreken af dat ik begin april langs kom, samen met Ex en Neef. Het lijkt hem inderdaad wel verstandig dat Neef mee komt, maar dan wel met zijn vader. Als ik nog meer vragen heb mag ik die mailen zodat hij tijd genoeg heeft om ze voor te bereiden.

Ik vraag hem wel gelijk over de eventuele erfelijke factor.
‘Bij uw zus is het bij toeval ontdekt.
Als ze zeven jaar geleden geen herseninfarct had gekregen, hadden we het waarschijnlijk nooit geweten’.

Een uitgangsscan kan natuurlijk altijd.
Maar dan?
Als je het weet?
-Net als zus-.
Als je dan weet dat er midden in je hoofd een tijdbommetje hebt?
Dat zomaar af kan gaan op je werk,’s nachts in je bed als je lekker ligt te slapen, of bijvoorbeeld in de supermarkt.
Wìl ik dat wel weten?

Vorige week overviel me ineens die gedachte.
Dat ook ìk zomaar neer kon vallen.
Zomaar opeens dood zou kunnen gaan.
Gewoon, dààr, voilà, in de Deka, voor de kassa.

Het zal allemaal vast wel een normale reactie zijn.
Die plotselinge hypochondrie.
Het gevoel van kwetsbaarheid, van broosheid.
Van angst, van paniek soms.

Ach.
Adem in, adem uit.

En gewoon dóór roeien.

IMG_6387

Het leed dat hersenbeschadiging heet: de foto’s van het huis van zus

Hoor je het spotje wel eens op de radio? Ik bedoel het spotje over karakter verandering na hersenletsel.
Vanmorgen schreef ik er al over dat ik de foto’s wil laten zien van zus haar huis vroeger, begin jaren ’90 en nu, om duidelijk proberen te maken hoe iemand daardoor kan veranderen.

Kijk, als je wilt, en probeer je voor te stellen dat de zus van toen in het huis van nu woonde.

IMG_6019-0.JPG
Hier wat foto’s van het huis van mijn zusje waar ze tot ongeveer haar 28-ste heeft gewoond. Ze spaarde beeldjes van eendjes en was de meest toegewijde dierenarts-assistente die je je voor kunt stellen. Het kanten kleedje (!) op tafel heeft de dierenarts voor haar gekocht op een vakantie in Oostenrijk. -Dat weet ik zo goed omdat ik het bijbehorende ansichtkaartje van hem afgelopen week in mijn handen had.-

IMG_6020-0.JPG

De sofa had ze opnieuw laten bekleden.

IMG_6021-0.JPG

Let vooral ook even op de zware velours gordijnen.
Vreselijk truttig vond ik het allemaal…
En schòòn dat ze was!

IMG_6022-0.JPG

De tegeltjes vond ze zelf ook niet mooi hoor, die zaten er al in. Check de boerenbonte suikerpot op de vensterbank.

Oké.
Dat was toen.
Nu komen een paar foto’s van de afgelopen weken.

IMG_5970.PNG

Keuken.

IMG_6024.PNG

Beetje slechte belichting maar dit is echt de schoorsteenmantel.

IMG_5971.PNG

Nu een lege schoorsteenmantel.

IMG_5981.PNG

Raamkozijn zus haar slaapkamer.

IMG_5976.PNG

Ze hield wel van een beetje kleur.

IMG_5957.JPG

Door het raampje wat boven de deur tussen hal en woonkamer zit, zie je nu het blauw van de hal.

IMG_5987.PNG

Dit is het zijraampje. Waar je doorheen kunt kijken heb ik een beetje schoon gemaakt.

IMG_5982-0.PNG

Gelukkig hebben we de foto’s nog;-)

IMG_5751.JPG

Lullen wat je wilt, Creatíef was ze wel.

Nou, dit was het dan.
Het huis van zus.
De inspecteur gaf ons een heel groot compliment.

Blij dat het achter de rug is.

Het huis van Zus

Zondag.
Winschoten, in het huis van zus.

Rond twaalf uur zijn we er.
Ik was er al bang voor.
Rem niet. Die kon het zich niet voorstellen dat iemand zo laag zou zijn om de geiser weg te halen. We hadden het nog zo gezegd tegen de buurman van nummer 10 die er op zat te azen en ook al in een onbewaakt ogenblik dat Rem en ik even in her stadje een broodje gingen halen de kachel had weggehaald. Ook tegen Corine en tegen Eric hadden we het nog zo gezegd ‘De geiser mag Niet Weg van de inspecteur van de woningbouw!’
Punt was dat de katten wel in de bijkeuken hun eten kregen. Bovendien hadden we daar wat slaapplekjes voor ze gecreëerd.
Eric hadden we de sleutel toevertrouwd van de achterdeur.
De deur tussen de bijkeuken en keuken hadden we vervolgens afgesloten met een hangslot.

Maar goed.
De geiser dus weg.
Sommige mensen gaan echt over lijken.
Dat wij nog warm water nodig zouden hebben om schoon te maken interesseert ze geen bal.
De sleutel van de achterdeur was trouwens ook in geen velden of wegen te bekennen.
Zwanet, die voor de katten zorgde wist van niets.
Ook niet wat de geiser betreft.
‘Ik loop wel even naar nummer 10 hoor’, zei ze.
Nummer tien zijn naam was Haas.

Eric en Marjan deden niet open. Eric nam niet op.
Aangifte doen?
Wat had het voor zin.

Met twee gieters vol warm water van Zwanet beginnen we aan de schoonmaak klus.
Verstand op nul en doorwerken. Zwanet ruimt ondertussen de bijkeuken leeg. Alle katten hebben inmiddels een nieuw huisje gelukkig.

Tot half vijf zijn we bezig met stickers verwijderen, spijkers verwijderen en schoonmaken.
7,5 jaar geleden hebben we deze klus ook al samen geklaard. Ik ben zo dankbaar dat Rem er is, dat ik dit niet alleen hoef door te maken allemaal, dat hij het allemaal begrijpt.

Een bakje koffie tussendoor had wel lekker geweest, maar het nieuwe Dolce Gusta apparaat van zus was ook foetsie.
Nou ja….we hadden toch geen water.
Zelfs geen koud water.
Gewoon doorwerken.

Voor we weggaan lopen we nog even bij Marjan langs.
Ze is druk bezig met de kerstspullen. ‘Let niet op de troep hoor’.
Marjan is ook verbijstert dat de geiser weg was.
‘Wie doet nou zo iets?’
Eric hebben we niet gezien.
Willem van Zwanet trouwens ook niet.
Jammer.

Half zes zijn we in het hotel. Eerst maar eens douchen.
Zelfs na het douchen voel ik me nog vies. Rem heeft hetzelfde.
Dan is het tijd voor een wijntje.
En een heerlijk diner, dat hadden we wel verdient.
Als ik Kylian bel zit hij gezellig even bij oma. Lief kind heb ik toch…
Hebben wìj toch;-)

We praten lang en veel.
‘Vind jij het raar als ik foto’s op mijn blog plaats van zus haar huis?’
Rem vindt van niet.
‘Het ligt er toch aan met welke reden je het doet’.
Volgens hem is mijn reden goed:
Ik wil ze plaatsen om duidelijk te maken wat hersenletsel met een mens kan doen.
Mensen die zus alleen van vroeger kenden, hebben een heel ander beeld van haar.
Zij begrijpen ook niet hoe hard ik heb geprobeerd om haar ‘te redden’.
Dachten misschien dat zus helemaal niet gered hoefde te worden.
Begrijpen misschien niet dat ik boos ben dat mijn ouders jarenlang Zus hebben gesponsord. Ook al begrijp ik het ook, en vind ik het vreselijk zielig, het is op zijn minst naïef. 100 euro per maand.
Twee keer een vakantie hebben ze verdorie betaald voor haar, terwijl ik -als alleenstaande moeder met een baantje van 24 uur als telefoniste- dat zelf op mocht hoesten. En we gingen samen hoor, zus en ik.
Ik zeg niet dat ik precies hetzelfde had moeten krijgen als mijn zus, dat had ik ook niet gewild, maar ik vind 20 euro per jaar voor mijn verjaardag wel ietwat karig in vergelijking, of mag ik daar soms niet even over klagen?
Goed, dat is er uit.
Ook tegen mam heb ik op plogdag mijn hart gelucht.
‘Kind, we wisten het niet. Dan had je er om moeten vragen!’
Gek.
Vroeger werden kindjes die vragen altijd over geslagen.
Maar nu hou ik daar voor altijd over op. Ik zou er alleen maar verbitterd door raken. Wat schiet ik er mee op?

Goed. Wat wil ik dan door die foto’s te plaatsen zul je je af vragen.
Geen medelijden.
Ik wil begrip.
Niet alleen voor mij.
Ook voor mijn zus.
Ik zal foto’s plaatsen van haar eerste huisje waar ze woonde voor ze de kolder in jaar kop kreeg en naar Groningen vertrok, en foto’s van nu.

En dan is de vraagstelling als volgt:
Hoe kan iemand die zo verantwoordelijk, en burgertrutterig was als mijn zus, zo veranderen.
Drugs?
Of heb ik gelijk en heeft ze gewoon een TIA gehad zonder dat iemand dat ooit gemerkt heeft?
De Zus van Vroeger raakte namelijk al volledig over haar toeren toen ze mij een keer een joint zag roken, eerlijk waar!

Maar goed, straks komt eerst Ex om tien uur nog een keer met de bus (die Sandra en Leo weer zo lief beschikbaar hebben gesteld;-)) de rest van de troep halen. De koelkast staat nog steeds in de achtertuin en ook ligt er nog veel hout dat de vorige keer zo gewenst was, maar nu toch rot blijkt te zijn (zoals Rem toen al zei), en dus gewoon is blijven liggen.
-Marjan zei dat Eric het vanmorgen wel zou komen halen, maar het risico dat het voor 13:00 niet weg is nemen we maar niet.-
Het ijs in de vriezer, wat bij zus gewoon 15 cm over de keukendeur door had gelopen, de vriezer kon niet meer dicht) was er trouwens nog niet uit.

Het schoonmaakwerk is ook nog niet klaar. Zie je hoe ik sta te popelen? Marjan had gister lief aangeboden me vandaag te komen helpen, maar die kampt nu met kiespijn.
‘Ik neem wel twee paracetamol en dan trek ik het wel hoor’. Nou, kiespijn is zo naar, dat wil ik haar ook niet aan doen.

Om 13:00 komt de inspecteur van de woningbouw vereniging.
Nou, ik ben benieuwd.
Wish us luck, want de kosten komen voor zus haar zoon van 17.
Maar dat doen we natuurlijk niet, dat begrijp je.
Drie maal raden wie het wel kan betalen.
Daarna eventueel nog aangifte van diefstal doen en dan mogen we gelukkig weer lekker naar ons eigen fijne gezellige huis.

Vanavond dus wat foto’s.
Als je ze niet wilt zien kijk je gewoon niet.

‘Jouw zwarte schaap, je grootste Fen’

Vrijdag
Ik heb het even helemaal gehad. Had ik gisteravond nog een mailtje gestuurd naar mijn leidinggevenden met de vraag of ik alsjeblieft komende week van mijn nachtdiensten af mag, vandaag besluit ik dat ik eigenlijk deze week beter eens helemaal niet kan gaan werken.
Gelukkig hebben ze begrip voor mijn situatie op het werk. Hoe vaak me de afgelopen dagen niet gevraagd is wat ik ‘hier eigenlijk nu al doe’, zegt al genoeg. Ik zat enorm tegen die nachten aan te hikken. Het gaat best redelijk met me, maar van die nachtdiensten wordt ik zonder al die opeenvolging van emotionele rollercoasters al labiel en malaiserig genoeg.

Na mijn grote Latte ga ik eerst maar eens opruimen.
Drie hoeken van de woonkamer liggen nog steeds vol met spullen en bakken papierwerk van zus. Ik maak er twee hoeken van, dat is alvast wat. In een papieren tas vind ik tussen de linten, het condoleance boek, nog wat kaarten, de muziek terug van de crematie.

Terwijl ik mijn huis beneden doorwerk en Bink op het aanrecht met de plantenspuit een douche geef luister ik naar de muziek, opnieuw en opnieuw, en huil bakken vol tranen.
Eindelijk.

On half vijf haal ik mam op. Dat was haar vroeg zat.
Na een paar uurtjes is ze gewoon al hartstikke moe.
Hoewel we niet echt Sinterklaas vieren halen we er wel herinneringen aan op.
Ik had nog een mooi notitieboekje gevonden waarin zus een aantal Sint gedichten heeft geschreven.
Ik lees er drie voor.
Het gedicht wat ze voor mij heeft geschreven gaat erover dat ik altijd maar achter de jongens aanrende (op atletiek), maar dat ik ondertussen niet mijn kamer moest laten versloffen.
Ik had een plumeau gekregen.
Met een bamboe steel en zwarte veren.
Nee, echt hoor!
Als Rem en Kyl er ook zijn gaan we snert eten.
Hij is heerlijk.

Zaterdag.
Rem heeft al een hoop gedaan als ik rond elf uur eindelijk mijn bed uit kom.
Hij stond er al om acht uur naast of zo, klaar voor actie.
In de veronderstelling dat we vanmiddag bij mijn schoonouders de verjaardag van mijn schoonmoeder Lies gaan vieren, belt hij haar even met de vraag voor hoeveel gasten ze ongeveer verwacht.
‘Het is morgen pas hoor!’
Maar goed dat ik had aangeboden een pan kippensoep mee te nemen, anders hadden we mooi voor nop daar op het stoepje gestaan.

We gaan eerst maar eens samen boodschappen doen. Ik kan me de dag niet eens heugen dat we dat voor het laatst samen hebben gedaan.
Meestal hoeft dat voor mij ook niet, hij maakt me alleen maar in de war.
Gelukkig hebben we vandaag samen lekker burgerlijk een lijstje gemaakt.
Daar zijn we goed in hoor, lijstjes.

Thuis bel ik mam en vertel over onze verjaardagsvergissing.
‘Zal ik je dan vanmiddag weer komen halen?’
Zondag wordt nu immers niets.
Het hoeft niet.
En de boodschapjes doet ze zelf wel even.
Bovendien heeft ze nog roerbakrijst, snert, boerenkool en preischotel in de vriezer.
‘Ik red me wel. Tante L. (het zusje wat in leeftijd net boven mijn moeder zit) heeft aangeboden om me morgen op te halen. Dinsdagavond is de condoleance pas, maar de zusters en broers mogen morgenmiddag even bij haar.
Ze zijn alleen van plan om te gaan lopen vanaf mijn neef zijn huis. Zou ik dat wel redden Narda? Het is misschien te ver voor mij.’
Dat denk ik ook.
En om nou mijn tante en nicht te vragen Scotty half te demonteren en ingeklapt in de achterbak te leggen is ook zo wat.
‘Bel nou maar gewoon terug dat je graag mee gaat hoor mam. Nicht H. is vast wel bereid om even met de auto te gaan met je’.
Dat weet ik bijna wel zeker.

Rem en ik gaan thuis maar weer eens aan de gang.
Eigenlijk hebben we allebei veel meer zin in een strandwandeling met dit mooie weer, maar we willen toch ook wel weer eens wat orde hebben.
Onze zolder heeft alleen zo’n enge vlizo trap, dus daar heb ik Rem echt wel bij nodig.
Punt is alleen dat er eerst dingen àf moeten voor er weer dingen òp kunnen, want ons kleine zoldertje staat al bommetje vol.

Zevenenhalf jaar geleden, toen zus haar herseninfarct had, hebben Rem en ik ook haar huis opgeruimd. In totaal heb ik toen in etappes 14 volle vuilniszakken kleding van mijn zus en mijn neefje die her en der door het huis slingerden meegenomen en hier thuis gewassen en op zolder gestald, met de bedoeling dit samen met haar later te sorteren. Nu staat er gelukkig nog maar 1 grote sporttas vol. Wel staat er nog 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van neef’, 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van Kylian en neef’, en 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van zus, mij, Kyl en neef’. Droeg ik hetzelfde baby truitje als zus vroeger, neef droeg vaak dat van Kyl.
Ik laat ze even voor wat ze zijn.
Ik ben verheugd als Rem opeens een linnen tas omhoog houdt.
Ik weet meteen dat het de brieven en andere correspondentie is uit haar infarct tijd.
Een paar jaar terug had zus ze voor me meegenomen.
Ik wilde toen een boek over haar en mij schrijven.
Een boek over het leed wat CVA heet.
Dat wilde ze wel.
-Eigenlijk wordt dit blog zo langzamerhand dat boek geloof ik –

Als het kruidenrekje, de poffertjespan en ‘de Trommelaar’ hangen (zie voor de laatste het blogje hiervoor) en de dozen die ik nog door moet werken inmiddels samen nog maar 1 hoek in beslag nemen, sorteer ik de laatste kleding van zus.
Er zit weinig voor me bij.
Haar stond alles.
-Zelfs het paasstukje dat ik ooit maakte in haar haar-
En ze was nergens te oud voor.
Te bleek.
Of te dik.
Een paar kledingstukken zijn zo karakteristiek voor zus dat ik besluit ze te bewaren voor neef later.
De rest mag weg.

Daarna loop ik de mand met neef zijn tekeningen door.
Onderop vind ik de navelklem, zijn baby boekje, een heel kunstig gemaakte kaart van mijn moeder.
Tekeningen en kleurplaten waar alleen een paar krassen op staan gooi ik weg.
De rest stop ik weer netjes terug.

Rem zit inmiddels tegenover me.
‘Vind je het vervelend als ik zus haar cd opzet?’
Hij vind het best.
Laat me.
Ook nog een keer.
En weer.
Nog maar eens.
Ik lees de brieven terug die ik aan zus schreef in haar infarct tijd.
Ik wilde haar zo graag helpen, wilde haar redden.
Ze wilde niet gered worden.
Hòefde niet gered te worden.

“Laat me, O, laat me,
Ik heb het altijd zo gedaan.”

Ik speel hem over en over.
Het is net of ik haar zelf steeds weer hoor.

IMG_5546.JPG

Inspecteur Vlijmscherp

Woensdag
Kyl hoeft pas laat naar school. Niet dat ik daar in de ochtend veel gezelligheid aan heb hoor, tegenwoordig is het een proteïne shake en hup, weg is meneer. ‘Wil jij de poort achter me dicht doen mam?’

Als hij weg is hang ik de meegebrachte kleding (meest jassen) van zus bij het kippenhok onder het afdak bij de schuur om te luchten. De wasmand met spulletjes die ik mee heb genomen voor Cora, en zus haar eerste verloofde waar ze elf jaar mee is samen geweest, leg ik op de veranda.
Eerst maar eens een klein beetje opruimen en schoonmaken.
Ook in de keuken.

Terwijl ik mijn eerste koffie drink lees ik het blog wat ik eerder die morgen geplaatst heb over:
‘Op zoek naar zus’.
Ik word onzeker.
Komt het wel zo over, zoals ik het bedoel?
Lijkt het nu niet net of ik uit louter nieuwsgierigheid in haar spullen zit te neuzen?
Zullen ze wel begrijpen dat ik
voor mezelf , maar vooral ook voor Neef aannemelijk wil maken dat ‘iets’ of ‘iemand’ schuld heeft aan de significante karakterverandering rond haar zesentwintigste?
Dat ik kan zeggen:
‘Lieverd, kijk, zie je wel?
Dit was je moeder Echt.
Een steun voor oma, een voorbeeld voor mij.
Een liefdevolle partner voor haar verloofde.
Een rots in de branding in de praktijk’.
Waarschijnlijk heeft ze een TIA gehad rond haar 26-ste.
Er zijn toen ook een paar weken geweest dat ze veel hoofdpijn geeft gehad.
Juist de karakterveranderingen die hierdoor kunnen plaats vinden, maken hersenletsel tot zo’n afschuwelijke ziekte.
Je ‘Zelf’ wordt aangetast.
Vanmorgen heb ik een mail gehad van een broer van mijn vader. Zijn vrouw (mijn tante dus) heeft zondagavond na het dansen een TIA gehad.
Het houdt maar niet op.
Laatst is er ook nog een broer van pap gedotterd. Heb ik het niet eens over gehad.
Genoeg over ziekten!!

Ik heb zus haar kleine rode dagboekje ook gevonden.
‘Afblijven!!!’ staat erop geschreven, met dikke zwarte stift.
Dat was voor mij bedoeld.
Nu, negenendertig jaar later, mag het vast.
Herinneringen die ik zelf was vergeten komen weer boven.
Ik ben weer even terug in de tijd.
Dicht bij haar.
De vakantie in de zomer in ’76 staat erin beschreven. De volgorde en de meeste plaatsnamen waar we met de caravan kortstondig bleven overnachten was ik vergeten. Zij heeft ze keurig opgeschreven.
Zus was net zo gek op Odoorn als ik.
Misschien neem ik er stukken tekst uit over voor hier, op mijn blog.
Alleen stukjes van haar basisschool tijd bedoel ik, het geeft zo’n mooi beeld van de jaren ’70.
En van haar.
‘Vandaag voor het eerst gevonduut’.
‘De Tina voor het eerst in de bus’.
‘Ik mag op paardrijden’.

Ook lees ik de uitgebreide geboorte horoscoop die ik vond.
Voorop staat de tekening.
Wat veel driehoeken. Zo herinner ik mij zus haar horoscoop helemaal niet.
Zelf heeft ze het casettebandje keurig uitgetypt, haar eigen tekst met rood balpen.
Ook daar vind ik mijn zus terug.
Ik zal over deze horoscoop nog eens een apart blog gaan wijden, want dat interesseert maar bar weinig mensen denk ik.
Wat ik er nog wel over wil zeggen:
Als ik de transits van de planeten -op 14 november jl, haar sterfdag- op zoek op internet, zie ik heel andere aspecten op haar geboortehoroscoop dan de astroloog had getekend.
Vierkanten!
Waar de astroloog dus gedacht heeft dat het allemaal wel van een leien dakje zou gaan (driehoeken), bleek ze hier juist veel ‘tegenwerking’ te ondervinden.
Ga er nog wel eens nader op in.
Zus was de astroloog.
Ik weet er slechts een klein beetje van.

Rem is lekker vroeg.
Kwart over vijf al.
Ik maak boerenkool.
Makkelijk, voedzaam en lekker.
We kijken wat achterstallig beeld, eten wat toostjes, drinken een Portje en gaan om elf uur naar bed.

Vandaag ga ik maar weer eens werken.

Dag lieve zus…

Als we in het ziekenhuis komen blijkt dat zus er nog een tweede grote bloeding overheen heeft gekregen.

Ze reageert niet.
Op niets.
Ik wil het zelf zien.
-Wil dat mam dat ziet-
Dat mag.
Samen kijken we toe wat de intensivist doet.
Best veel.
Maar Zus doet
Niks.
Nada.
Nop.

Ze is hersendood.

Mam, neef, rem, ex, Eric de beste vriend van zus, Kyl en San, de lieve zus van ex en haar man, en de broer van ex zijn er.

Gesprekken.
Donor?
Niemand weet het, behalve haar zoon van net 17.
Neef weet nl. zeker dat ze dat niet wil.
Heeft daar vroeger eens over gesproken.
Duidelijk.

Het is een absoluut onomkeerbaar coma.
Op de grond liggen twee zakjes waarin het bloed van uit de drains uit haar hoofd loopt.
Niemand twijfelt.
-Hoe je blij kunt zijn met een wilsbeschikking-

Om tien voor drie overlijdt mijn zusje in het bijzijn van mam, ex, neef en mij.
Neef en ik houden samen haar linker hand vast en mam en ex zitten rechts van haar.

De anderen staan dicht bij.
Achter de deur.

We zijn overal bij geweest.
Ik heb niets aan het toeval overgelaten:
Er is geen uitweg uit deze hel.
Geen nooduitgang.

Huilen.
Bellen.
Regelen. (Rem)
Eten.
Hotel regelen. (Rem)

s’ Avonds kies ik met Marian kleding uit.
Rem zoekt met Eric naar de papieren.

Het is netjes bij zus.
De eerste papieren die je nodig hebt liggen voor de grijp.
Alsof ze het wist.

Vandaag gaat zus naar Wormerveer.
Toen pap net overleden was zei ze dat ze het ook zo wilde.
Het had me verbaasd.
‘Wil je naar Wormerveer?’
Ja.
En ook een groene kist.
En ook naar het Guisveld, samen met pap, mam en Nino.
Ik geloof dat ik het hier ook ergens opgeschreven heb, op dit blog.

Dit blog is ook niet alleen voor ‘de leuk’.
Dit blog is ook gewoon bittere noodzaak.
Ik schrijf niet alleen voor mezelf, maar ook voor neef, en voor Kyl die straks ook alleen nog maar mij heeft.
En Rem natuurlijk maar dat is niet zijn biologische vader, hoewel dat voor beiden niet zo voelt: Rem IS gewoon zijn vader.
En mijn tantes, neven en nichten natuurlijk.
Gelukkig heeft neef een liefdevolle vader en familie hier in Groningen.
Sandra is een top tante.
Ik schrijf om het te vertellen.
Uit te leggen.

’s avonds spreek ik de ouders van zus haar jeugd vriendin.
Spreek ik Marcel 1, met wie ze elf jaar is geweest.

Mam is in shock.
Automatische piloot.
Terwijl ik bakken vol huil, zit zij verdoofd naast me.

Terug in het hotel zit de manager bij mam buiten.
We hadden haar ingelicht.
Mijn moeder wilde ook graag even alleen zijn.

We lezen berichtjes, en halen zo veel troost uit dat stomme FB.
We stimuleren neef dit ook op zijn manier te delen.
Ik denk dat we alle steun hard kunnen gebruiken, hij helemaal.

Om twaalf uur gaan we naar bed. En om half zes ben ik wakker. Zoek naar het bericht op FB dat de wildvreemde vrouw die al de tijd bij zus in de Aldi is gebleven heeft geplaatst.
De gedachte dat ze niet alleen was is zo ontzettend troostrijk….

Hersenbloeding

Zus.

Het is gebeurd.
Het aneurysma in zus haar hoofd is geknapt.
Ik geloof in de Lidl.

Het ambulance personeel heeft een buisje in haar luchtpijp geplaatst.

UMCG
Scan
Hersenbloeding
Operatie
De Wilsbeschikking
waar ik zo op heb aangedrongen.

Mam
In shock.
Net of we niets is gebeurd
‘Slaap maar thuis Nar, anders kan ik helemaal niet slapen’.

Operatiekamer.
Open schedel.
Whats app.
Ex is daar.
Met zijn zus S. en neef, de zoon van mijn zus, net 17.
Whatsap, app, app enz.
Enz.
Heen en weer.

Lijstjes gemaakt voor mam.
‘Dit moet mee:’
Scotti.
Medicijnen.
Zonnebril.
En nog zoveel meer.
Volgens mij is ze in shock.
Ik huil een beetje.
Zij niet.
We schetsen scenario’s.

Wilsbeschikking.
Niet vergeten
‘Ex, meld je dit alsjeblieft?’

Rem haalt vrachtwagen leeg.
We tanken vast.
Ex belt.
De Operatie achter de rug.
Anesthesist is nog bezig.
Haar hart niet 100%.
Geen reacties van zus at all.
‘7 uur stopt de slaap medicatie’.
Kyl komt thuis.
Kyl gaat mee morgen.
(Buurtwacht ingeschakeld).

Operatie geslaagd, meldt ex.
Wij zijn hier.
200 km verderop.
‘Maar geen respons van zus’.
Ik zoek de wilsbeschikking.
Vind hem.
Lees hem.
Slapen.
Pakken.
Rijden.

‘Om 7.00 stoppen ze de slaapmedicatie’ zegt ex.
Ex is vannacht contactpersoon.
Na 7.00 ben ik het.
– DejaVu-
Als ze de slaapmedicatie niet meer krijgt moeten we afwachten of ze nog hersenactiviteit heeft.

01:15
Bericht van ex.
Ze ligt op ICU.
Situatie is zorgelijk.
Het staat er slecht voor.
‘Dat wordt steeds gezegd’.

Wij zitten aan tafel.
Zijn niet daar.
Kunnen moet daar zijn.
Dat weet zus ook.

Morgen zal ik er weer zijn.
Op de ICU.
Deze keer niet alleen.
Hopelijk kan ik haar weer aanraken.
Net als zeven jaar terug;
Een beetje schoonmaken.
Haar gezichtje strelen.
En hopelijk zal ik weer denken: He zus, je ligt dan wel in coma maar Ik Zie JE!
Luidt en duidelijk!

Je blijft mijn zusje.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd. Altijd. Altijd. Altijd. …,…,,,..,,.,.,,,

Decadente dinsdag en andere puntjes

Vrijdag (vervolg)
Van alles wat ik van plan ben komt maar de helft terecht.
Wat heeft het voor zin? Waarschijnlijk kost het meer dan dat het uiteindelijk zal opbrengen.
‘Kind, dan zie ik je morgen toch, blijf maar lekker thuis hoor, ik red me wel’.

Zaterdag.
Gister al lekker het huis schoongemaakt en de boodschappen gedaan, zodat ik vandaag vroeg bij mijn moeder ben. Snel zuig ik de benedenverdieping en haal een wisser over de plavuizen.
Behalve de vloer, de zware boodschappen, de ramen en het bed verschonen houdt ze het zelf nog keurig bij.

‘Zullen we eerst langs de begraafplaats en dan met Rem ergens in de buurt wat drinken?’ Dat vindt ze wel wat.
Als we met aardbeien en verse slagroom de tuin in komen zijn
Rem en Kyl nog druk bezig met de nieuwe verlichting voor Kylian zijn scooter.
‘Bijna klaar hoor!’

Een uurtje later wandelen we binnen bij een Grand café in het dorp waar ze vorig jaar een nieuw terras gemaakt hebben.
Kyl heeft daar afgelopen jaar ook nog een avond gewerkt. Voor nop. Ze zouden hem bellen om verdere afspraken te maken, en dan zou hij in 1 keer betaald krijgen. Ze hadden nooit meer gebeld. Zo gaat dat kennelijk.
Er zijn daar meer jongens ‘op proef’ geweest.

Het terras is groot maar erg kaal en ongezellig. Er is geen plantje of zo te bekennen op de tafels, en op steigerhouten banken liggen alleen een paar kleine kussentjes. Op twee meiden na die in een serieus gesprek verwikkeld zijn, is er verder niemand. ‘Nou, gezellig hoor, dacht ik lekker even onder de mensen te zijn zit ik tegen een lelijke kale muur aan te kijken’, grapt mam.
Ze heeft gelijk. Na 1 drankje houden we het voor gezien.

Thuis is er natuurlijk voetbal op de buis. Mam schuift gezellig op de bank naast Rem en Kyl terwijl ik de roerbakgroenten met rijst en varkenshaas maak die ik eigenlijk voor morgen had gepland. ‘Burrito’s? Is dat met zo’n plak-pannekoek? Nee hoor, dat moet ik niet!’

De tuindeuren staan wijd open zodat mam een sigaretje binnen kan roken. Ondanks dat ze het eten erg lekker vindt laat ze de helft staan. Ze heeft het een beetje koud. ‘Ja, doe maar een vestje van jou, maar niet die zwarte met die kattenharen er op’. Als ik haar na de wedstrijd heb thuis gebracht lachen Rem en ik er samen om. ‘Wat krijgt ze een noten op haar zang hè?!’

Zondag.
Het is zalig weer.
Na een paar uurtjes lezen, rommelen en TT -uitzending gemist!-kijken is het al weer tijd om een borrel bij neef te halen. (Zie vorig blogje).

Maandag.
En weer hoor ik vandaag dat iemand in mijn omgeving kanker heeft. Houdt het dan gvd nooit op?
De geluksmomentjes op FB laat ik vandaag even voor wat ze zijn. Gelukkig lijkt het goed te behandelen. ’s Avonds krijg ik mail van mijn tante (met borstkanker) dat zij binnenkort met 15 bestralingen gaat beginnen.
Even ervoor lief berichtje van tante A. (Mijn tante met alvleesklierkanker). Ik was mijn vestje gister bij neef vergeten, maar ze is vanmiddag bij mijn moeder langs geweest op haar nieuwe fiets met motortje.
‘Was gezellig hoor. Ik was zo weer thuis’.
Gezellig.
Gezellig.
Raar toch dat het ondanks de gespreksonderwerpen het toch een soort van gezellig kan zijn?
Gemeden wordt het echt niet hoor.
Maar de hoofdrol krijgt het ook niet.
Ik denk dat mijn tante net als mam en mij het vertikt om die k#tkanker ook op de koop toe nog de sfeer te laten verpesten.
-No way, dat neemt het ons niet ook nog eens af, de mooie gezellige momenten-
Maar misschien heb ik dat mis.
Rem besteld tussen de wedstrijden door de fiets voor mam die ik haar zaterdag op internet had laten zien:
‘Geen terugtraprem, niet zo veel versnellingen, niet zo duur, niet zo’n zware, geen motortje, en niet zo’n grote!’

Dinsdag.
Ik drink koffie in de tuin en lees wat reacties op eerder geschreven blogs.
Wat leuk, twee mooie complimenten van Plato en Oneandtwohalfman. De eerste is natuurlijk een vrij bekende blogger voor de meesten, maar bij de laatste blogger lezen volgens mij nog niet zoveel mensen terwijl hij retegoed schrijft.

Nadat ik het huis van boven tot onder aan kant heb ga ik naar mam.
‘Zullen we anders even bij ‘bar Linksaf’ wat drinken op het terras?’ oppert mam.
Bar linksaf is al jaren een Argentijns restaurant of zo.
Maar goed, er is nog steeds een terras.
‘Wat een goed idee’.

Ik zet een stoel voor mam precies in het hoekje naast de deur zodat ze lekker uit de wind zit. Het is er heerlijk. Samen sturen we een berichtje naar zus dat we op haar opname dag al zullen proberen te komen. Ze heeft nog steeds geen opnamedatum. Wat duurt dat toch lang.
Gisteravond heb ik al een beetje rond gekeken op het www naar de hotels in de buurt van het ziekenhuis.
Ik laat ze zien.
Die aan de Grote Markt lijkt mam ook wel wat. Maar die is wel 600 meter van het ziekenhuis. Een voordeel is dat het s’avonds op het terras vast gezellig is. Kacheltje erbij! In geen van de hotels mag ze roken. ‘Desnoods nemen we gewoon een taxi naar het ziekenhuis mam!’
We zitten zo lekker dat we er nog maar eentje nemen, heerlijk decadent zo, op de doordeweekse dinsdag.
De overbuurvrouwtjes van mam lopen voor bij.
‘Lekker van genieten hoor!’
We maken plannen voor donderdag. Mam wil dan even naar de camping. Gewoon even op de bonnefooi kijken wie er zijn.
De uitbater zet wat stoelen recht. Inmiddels heeft er ook een stel plaats genomen.

‘Eigenlijk kunnen we toch best nog een keer samen weg mam?’
Valkenburg lijkt mam wel wat.
‘Daar heb ik het zo leuk gehad met je vader in onze verkering tijd’.
Eerst maar ‘zus’, besluiten we.
‘En als we met de trein naar Groningen kunnen, redden we Valkenburg ook wel!’

Na de boodschappen zet ik mam thuis af. We verdelen de tartaartjes en de meloen. Kyl is al thuis. ‘Ik ben over!’ Meer dan de helft van de klas blijft zitten of moet in augustus toetsen over maken. ‘Het is ook echt allemaal niet zo makkelijk als jij denkt hoor mam’.

Ik heb nog een half uurtje voor ik aan het eten moet beginnen.
Misschien dan toch maar even snel die drie gelukspuntjes op mijn Facebook schrijven?

Voor ik er erg in heb heb ik natuurlijk gewoon weer een veel te lang verhaal van gebakken.
-Story of my life!-

Ach nou ja, de hoogtepunten vissen jullie er vast zelf wel even uit toch?!