Vechten of vluchten?

Kom ik toch weer bij de coping strategieën en congruentie uit na het schrijven van mijn vorige blog:

Hoewel ik veel van mijn vader hield en hij in wezen het hart echt op de juiste plek had, was het vaak een moeilijke man in de omgang. Hij vertoonde -achteraf bezien -veel aan autisme verwante trekjes, misschien heeft Neef zijn PDD NOS ook wel niet van een vreemd.

Bij ons thuis was het de onbeschreven regel dat mijn vader gewoon altijd gelijk had, ook al beweerde hij dat pimpelpaars groen was, iets waar ik dan altijd weer tegenin ging.
‘Laat nou maar Nar’, zeiden mijn moeder en zus dan.

Om maar zo veel mogelijk weg te zijn van huis ging ik vijf keer per week naar de atletiektraining. (Ik had een superconditie;-)
Later was ik bij Sandra kind aan huis, ik sliep daar bijna ieder weekend. School interesseerde me verder ‘geen hol’, en op feestjes eindigde ik bijna altijd in tranen.
Echt zo’n vreselijke jankerd was ik dat mijn tranen nu gewoon op zijn;-)

Waarmee ik eigenlijk wil zeggen dat ik in ieder geval flink gepuberd heb, in tegenstelling tot mijn zus dus, die volgens mij pas op haar achtentwintigste ging puberen.

Mijn moeder was altijd de mildheid in eigen persoon. Een paar maanden voor haar overlijden hebben we (met Rem erbij) nog over vroeger thuis gesproken. Ik vroeg haar waarom ze het nooit voor me op had genomen.
Ze heeft toen alsnog haar excuses aangeboden. Ik ben nu heel blij dat we daarover gesproken hebben, al was het toen natuurlijk best een heel moeilijk gesprek.

Tot op de dag van vandaag vind ik het moeilijk om op een gepaste manier te reageren als ik het gevoel heb dat mij ‘onrecht’ word aangedaan. Òf ik reageer veel te mild, of ik reageer veel te fel. Ik heb moeite om een reactie daartussenin te geven. Dat felle reageren is voor mij gewoon een ingebakken coping strategie geworden.
En misschien was mijn vechtstrategie dan wel een veel betere dan de vluchtstrategie van mijn zus destijds, maar nu wordt het tijd voor wat verse strategieën.

Even voor de duidelijkheid hoor:
Nog steeds hou ik veel van mijn ouders en zus. Boven alles hielden wij van elkaar. We hadden alle vier onze eigen karaktertjes, maar bij niemand van ons was er sprake van kwade opzet om de ander verdriet te doen.
Onkunde misschien. Onmàcht. Autisme?

Ik hoop (ook voor jullie) dat ik er voorlopig even over uitgeschreven ben. Begrijpen doe ik het denk ik wel, maar dat neemt niet weg dat ik me soms een beetje boos voel.

-Boos omdat ik nu achter ben gebleven.
-Boos, op de zogenaamde vrienden van mijn zus.
-Boos, omdat ik alles maar kan regelen.
-Boos, om de moeilijke jeugd die Neef heeft gehad.
Enz.

Dat zal ook wel allemaal bij het verwerken horen en ik weet het ook heus wel te relativeren.

Maar vóelen mag ik het dus ook!!

‘Waar ga jij naar toe vandaag?’

Ergernissen in de trein.
Mishandeling van conducteurs.
Het is schering en inslag lijkt wel.
Niet dat ik hiervoor een excuus ga zoeken, er ìs namelijk geen excuus voor geweld, maar toch zijn er zo ontzettend veel ergernissen in de trein.

Het begint al met het instappen. Je weet niet wat je ziet.
Grote volwassen kerels die je gewoon opzij duwen.
Allemaal willen ze een plekje.
Allemaal zijn ze moe.
Allemaal op zoek naar een eigen plekje om even bij te komen na een lange dag.

Ik weet niet of u weleens in een Sprinter van de NS reist?
In dat geval zult u het met me eens zijn dat de voltallige pascommissie van de stoeltjes en wagonnetjes haast wel moet hebben bestaan uit Pichelmeetjes.
Ik zit namelijk altijd met mijn knieën tegen de knieën te bonken van degene die tegenover me zit.
Àls ik tenminste al kan zitten.

IMG_6781
Want soms zijn de treinen gewoon te vol. Lees: te klein.
En dan moet je staan.
-Weet u wat dat kost, zo’n enkel reisje?
Bijna vier euro!
En daar sta je dan.
Als je een beetje mazzel hebt nog naast een paal, waaraan je je samen met tien andere mensen krampachtig staande probeert te houden, en als haringen in een ton naar een beetje frisse lucht staat te happen op het moment dat de deuren even open gaan om nog meer mensen binnen te laten.
“Wil iedereen zoveel mogelijk doorlopen, er moeten nog meer mensen mee”, roept de conducteur dan.
Of, een andere conducteur weer op een andere keer:
“Dames en heren. We naderen zo direct de tunnel. Door de drukte in de trein kunnen wij helaas uw veiligheid niet garanderen”.

Een enkele keer wordt er op het Centraal station in Amsterdam al omgeroepen dat er ook plaats genomen mag worden in de eerste klas coupe’s.
Dat is wel aardig hè?
Maar alleen als het de NS uit komt hoor.
Denk erom!

Op een zomerdag in 2013 kwam ik met Kylian en Neef terug van Schiphol. Kylian was naar zijn vader in Engeland geweest.
Het was in de periode dat ik nog best ziek was. Ik kon amper lopen, en lang staan was helemaal een crime.
Helaas waren alle zitplaatsen bezet.
Ook op het balkon, waar ook de conducteur op een stoeltje zat.
En hij bleef daar ook zitten.
‘Vind u het goed als ik even in de Eerste klas coupé plaats neem, ik kan niet zo lang staan’.
Ik vroeg het aardig, en was er van overtuigd dat dit voor hem geen enkel probleem zou zijn.
Maar helaas.
Om een lang verhaal kort te maken, daar was geen sprake van. “Als u daar had willen zitten dan had u daar een kaartje voor moeten kopen”.
Hij maakte echt geen grapje hoor.
Ook stond hij niet op om zelf in de eerste klas coupe plaats te nemen.
Hij bleef gewoon zitten.

Nee.
Er is geen enkel excuus voor geweld.
Ook al haalt iemand expres het bloed onder je nagels vandaan, en geniet hij zichtbaar van zijn spelletje machtsvertoon.
Er is geen enkel excuus.

Dàt niet.
Nooit.

IMG_6783

Let’s Lente

Het is even rustig op mijn blog.
Druk, met werk.
Piekeren.
Mam.
Zorgen voor,
en zorgen òm.

Ik ben ontzettend licht ontvlambaar de laatste tijd.
De hele wereld heeft het fout, en doet op het moment enorm zijn best mij het leven zuur te maken.
Zo voelt het, maar zo is het natuurlijk niet.

Hoewel?
Een kind dat steeds door blijft drammen over alles en nog wat.
Een moeder die nog steeds meer rookt in ons huis dan me lief is en we afgesproken hebben.
Roosterperikelen op het werk.
Remco die ook niet helemaal top in zijn vel zit.
Die de bessensap vergeet, Brinta koopt in plaats van havermout en de hutspot vergeet.
It is all far to much!

Ja, er wordt dus wat af gemopperd de laatste weken in huize ‘Gelukkige vondst’

Het wordt gewoon tijd voor de lente denk ik.
Een nieuw begin.

Of liever:
Een eind aan al het gezeur en gedoe.

Een gezellig zeikblogje

Ik ben een beetje zenuwachtig.
Mijn kind ligt nu namelijk op de operatie tafel.
Niets ernstigs hoor, hij krijgt een oorcorrectie. -Ik maakte heus geen grapje toen ik laatst schreef dat hij nog op zijn ene flapoor lag-.

Je zal wel denken:
“Dat begint weer lekker.
Zìt ze weer in een ziekenhuis.
Heeft ze niets beters te doen op haar vrije dagen of zo?
Vertel eens iets nieuws!
Iets leuks!”

Oké. Oké.
Laat ik dan eens beginnen met iets leuks vandaag (anders komt er straks geen kip meer lezen;-).

Komt ‘ie hoor:
Had ik al verteld dat we afgelopen zaterdag gezellig hebben geborreld bij neef J. in Assendelft? Mam, Ton -de man van de tante die afgelopen december overleden is-, en mijn nichtje en haar man waren er ook. En alle pubers natuurlijk, behalve Kyl want die moest natuurlijk werken in het restaurant. -Valentijnsdag, weet u wel. De dag waarop de halve goegemeente ineens een dringende behoefte voelt om met elkaar uit eten te gaan-.
Direct na het eten heb ik mam naar huis gebracht en ook Ton ging bijtijds weg, maar wij zijn pas rond een uur of half twaalf huiswaarts gekeerd.
Komend voorjaar maar weer eens gezellig een neven- en nichtendag organiseren met z’n allen.

Goed.
Meer leuks is er eigenlijk niet te melden, of wel?
Misschien moet ik ook maar zo’n positiviteitlijstje gaan maken.
Of dankbaarheidslijstje, net wat je wilt.
Daar zou dan opstaan dat het heerlijk weer was deze week.
-dank, dank!-
En dat ik een lekker stukje vlees had gebraden gister.
-dank, lekkere slager kiprol met kruidenkaas.
De trein reed trouwens ook op tijd.
-Dank?-
And so on.
-Iemand zet nu keihard muziek van THE Godfather aan. Raar volk hier in het Rode Kruis, Beverwijk.-

Met mijn oom in Beverwijk gaat het trouwens ook niet zo goed. Hij heeft slokdarmkanker en hij dreigt nu zijn spraak te verliezen.
Mam is gister langs geweest met Ton.

Over die trein nog even.
Dat was ook zowat. Woensdagochtend gewoon zitten suffen.
Hij blijft altijd minstens vijf minuten stil staan op CS Amsterdam.
Niet door hebben hè?
Niets, nada!
Zat ik ineens op het Muiderpoort.
En daar liep ik natuurlijk aan de verkeerde kant het station uit zodat ik verdwaalde.
Kwart over zeven.
En het miezerde.
Ik moet het ook niet eens zelf proberen.

Gister op het werk was het ook niet leuk.
Ik kreeg ik mijn rooster voor april.
Tot mijn schrik stonden er toch weer nachtdiensten op, ondanks dat de bedrijfsarts heeft geadviseerd dat ik de komende vier maanden geen nachtdiensten werk.
Verder stonden alleen maar dagdiensten, geen enkele avonddienst. (En dus ook geen onregelmatigheidstoeslag!)

Nu ben ik vanwege mijn gezondheid en de zorg voor mijn moeder tijdelijk -nl. voor een jaar- in juli van 32 naar 24 uur gegaan.
Ik vraag me ondertussen af wat ik daar zèlf eigenlijk mee gewonnen heb.

Goed, het is allemaal zo goed als opgelost.
Hoop ik.
Maar het doet wel heel veel met me. Ik maak me er kwaad om, voel me gefrustreerd, pieker, slaap slecht, hartkloppingen enz.
Dinsdag aanstaande een gesprek met de personeelsfunctionaris en leidinggevende.
-Nou ja, en die kiprol erna was dus best lekker.

Gisteravond laat belde Kylian.
Hij was van zijn werk op weg naar huis
gevallen met de scooter.
In de polder hè. Bijna het slootje in.
Knie open, enkel bezeerd en scooter beschadigd.
Gelukkig kon Rem de scooter wel naar huis rijden.
De gewonde ging met mij mee in de auto.

Gelukkig wel een goede timing hoor, de komende week kan hij toch geen kant op met zijn tulband;-)
Eindelijk weer eens Quality time met mijn zoon.
(Lees: een overdosis Gordon Ramsey -of hoe die gek mag heten- in de keuken, en Masterchef Australia).

Nou, ik ga eens kijken of de operatie geslaagd is.
En vanmiddag ga ik lekker gezellig jullie blogs lezen hoor, ik loop enorm achter.

Fijne dag allemaal!

De dag van gister.

IMG_6260

Maandagmiddag.
Ik heb niet alleen zitten janken hoor maandag. Ja, heel goed, inderdaad, ik was ook naar de Bieb geweest, maar dáárna kwam Esther van Memento Mori nog even langs. Niet onverwachts hoor, ze belde ’s morgens of ik tijd had. De rekening van de uitvaart was namelijk klaar.

Hoewel we door de pastor en Esther waren gewaarschuwd, vond ik het toch teleurstellend dat het crematorium 180 euro had gerekend voor slechts vijf minuten extra tijd in de aula. Na zus was er geen uitvaart meer, dus er zat (lag) niemand te wachten. Typisch gevalletje van ‘de één zijn brood’.

Van de rechtbank hebben we nog niets vernomen. Omdat zus door de Volkskredietbank haar geld liet beheren (halleluja) is het wachten daarop. Tot op heden is niemand gerechtigd haar geld op te nemen. Neef is minderjarig. Een klein gedeelte van zus haar uitvaartpolis wordt op haar bankrekening overgemaakt. Een groter gedeelte werd gelukkig rechtstreeks naar Esther uitgekeerd. Maar goed.
Of mam dus maar weer even een paar duizend voor wil schieten.
-En ja, ik zou kunnen bellen. Misschien zou ik eens móéten bellen, maar ik steek liever nog even een week mijn kop in het zand, en hoop van de week gewoon echt wat van de rechtbank te horen.
Ex ook.
Bizar!

Woensdag.
Kijk aan!
Een check van maar liefst 10! pond van de vader van Kyl die geen alimentatie -ook geen achterstallige!- meer hoeft te betalen van de rechtbank omdat hij geen inkomen heeft.
Een week na de uitspraak liet Kyl me zijn Facebook status zien: ‘Kan niet kiezen. Zal ik naar Griekenland of naar Londen’. Een paar weken later had meneer ineens weer een baan als anesthesie assistent.
Ik ben niet haatdragend.
Heus niet. Ik vergeef veel. Snel. Maar deze man is voor mij een person non grata.
Ging hij me op de dag van de euthanasie van mijn vader ineens bellen. En na de dood van zus ook. Lazer toch op.
Ik heb heel rustig en aardig gezegd: ‘Sorry, I do not want to speak with you, goodbye’ en vervolgens de verbinding verbroken.

Donderdag.
Kijk nou!
Nóg een check van de vader van Kyl.
Vandaag krijgen we 250 pond.
Wil zeker zijn schuldgevoel afkopen.
Nou, als dat zo doorgaat iedere dag, kom maar op hoor.
-Bij de veertienduizend geef ik wel een seintje oké?-
En dan ben ik nog soepel.

Vrijdag.
Wonderschone witte wereld.
Weet ik nog?
Van vroeger?
Met zus op de slee?
Mam trok.
Opeens stond ik op en rende plotseling naar de overkant.
Mam gilde.
Boem!
Een auto raakte mij frontaal.
Ik viel precies voor het wiel.
Gelukkig had ik een glad jasje aan. Ik gleed meters mee tot waar de auto tot stilstand kwam.

Ik weet het nog.
En over vijftig jaar zal ik het nog weten.

Als de dag van gister.

IMG_6261

IMG_6262

Met je kop in de schoorsteen

pietimagesSoms vind ik de wereld zo gek.
Neem nou bijvoorbeeld die hele Zwarte Pieten discussie. En dan bedoel ik niet eens de discussie op zich. Welnee!
Ik bedoel nu dat ik het idioot vind om te zien hoe belachelijk veel mensen hierover een mening hebben, hierover praten, schrijven, en /of discussiëren in praatprogramma’s op tv, de
kranten of Social Media.
Zelfs in het acht uur nieuws komt hij regelmatig voorbij:
‘De Zwarte Pieten Discussie’

Ja, eerlijk.
Ik vind dat gek.
En misschien is gek niet eens het juiste woord.
Misschien vind ik het zelfs namelijk wel best eng.

Er is namelijk zoveel mis in de wereld.
Oorlogen, massamoorden, verkrachtingen, Ebola, plofkippen, ander dierenleed, noem het maar op.
En dat is veel enger.
En heel veel erger.
In mijn ogen wel tenminste.

Maar ik snap het wel:
De Zwarte Pieten discussie is gewoon een heel veilig alternatief om over te discussiëren.
Het is behapbaar.
Veilig.
Zwart-wit.
Je bent ‘Voor’, of je bent ‘Tegen’.
Of je bent stroopwafel.
Dat kan tegenwoordig ook.

Discriminatie…
Discriminatie…
Hou toch op, schei toch uit.
Weet je wie er echt gediscrimineerd worden?
-De meisjes die wereldwijd verkracht worden.
-De mensen die in landen leven waar het een grote doffe ellende is op het moment, door oorlogen, door ziekte.
De plofkippen voor mij part.

Want zeg nou zelf, zijn deze onderwerpen het stuk voor stuk niet veel meer waard om eens langer bij stil te staan dan de tijd dat de beelden op tv voorbij aan ons voorbij gaan?
Zijn ze het niet veel meer waard om met elkaar
-maandenlang!-over te discussiëren en foto’s, video’s en petities om er wat aan te proberen te doen massaal te delen op Social Media?
Maar dat willen we helemaal niet weten. Bah, hou op, schei uit. Nee. Daar willen we helemaal niet aan denken, hier in ons veilige wereldje van de lullige verzekeringetjes en de rijdende rechter. Laat staan bij stil staan of discussiëren met elkaar op de Social Media, een spaarzame enkeling dan uitgezonderd, waarop direct spontaan een nieuwe FB actie wordt gelanceerd om massaal foto’s van bloemen te gaan delen.
Niet eens om het leed van deze mensen te verzachten met een virtueel bloemetje. Dat had nog wel aardig geweest.
Naïef, maar aardig.
Nee, het zit zo. Ik citeer: ‘Het is de bedoeling om met beelden van bloemen de negatieve beelden op FB te doorbreken’.
Verbloemen noem ik dat gewoon.

Nee jongens.
Laten we het gezellig houden. Vooral niet bij stil staan.
Al die ellende.
Je kunt er toch niets aan doen toch?
Gewoon geen tijd aan besteden.
En boycotten die handel op Facebook.
Geen aandacht aan geven.
Negeren.
Verbloemen.
Veel te eng.
Te triest.
Te dichtbij.

Nee.
Laten we gewoon maar lekker met z’n allen onze kop in de schoorsteen blijven steken.

Ziekenhuisavonturen en andere beslommeringen

Maandag
‘En waar zit de buikpijn precies?’
Dr. Spruitje is er nooit op maandag dus even later klopt beluistert en onderzoekt 1 van zijn vele collega’s mijn plofbuik dat het een lieve lust is. Je neemt waar, of je neemt waar, nietwaar? Als hij klaar is vertelt hij dat ik nog even bloed moet laten prikken. De assistente van het lab blijft zelfs even op mij wachten. ‘Dan bel ik u even tussen vier en vijf met de uitslag’.

Even na tweeën belt hij me wakker. ‘Uw bloed bevestigd dat er een ontsteking zit ergens, het is misschien toch verstandig dat u even langs de eerste hulp gaat. Ze weten dat u komt’.

In de wachtkamer is het aardig druk. Na een dik uur mag ik eindelijk op een bedje liggen.
De verpleegkundige brengt me twee voorverwarmde dekens.
Wat heb ik het koud.
Gelukkig hoef ik niet lang op de chirurg te wachten. ‘Waarschijnlijk heeft u divertuculitis, een ontsteking aan een uitstulping in uw dikke darm, maar het kan ook uw blinde darm zijn’. Mijn hele onderbuik is pijnlijk. Ja, raad dan maar eens waar het vandaan komt. ‘U wordt straks opgehaald voor een echo’.

De radioloog houdt ook niet van half werk. Secuur gaat hij mijn hele buik af. Voor mijn gevoel duurt het wel een half uur voor hij klaar is. ‘Ik denk dat de chirurg vanavond of morgen nog een ct scan zal willen laten maken’, zegt de radioloog.

Inderdaad. Ik moet blijven.
Even voor zeven wordt ik opgehaald en naar 4 zuid gereden. ‘Hoe krijgen we het voor elkaar. In september lag mijn vader hier, in februari mijn moeder en nu ik’. Ik wil alleen niet graag in de kamer waar mijn vader lag, zeg ik. Ze vraagt welke kamer dat was.
‘Nee hoor, je komt op een vierpersoonskamer. Er ligt nu alleen nog maar een wat oudere heer’.

Op de kamer ligt inderdaad een man.
Een oude man.
Stokoud als je het mij vraagt.
Hij laat ongegeneerd scheten.
En hoest alsof zijn laatste uur geslagen heeft.
Een heer zou ik het niet willen noemen.
‘Mag mijn bedgordijn misschien dicht?’
Ik wil liever niet naar hem kijken.

Na een halfuurtje komen Rem en Kyl. Ze zijn op de motor. De auto staat bij de Mac Donalds waar ik hem vanmiddag heb geparkeerd. ‘Lekker laten staan lief, ik kijk straks wel even’.
Kyl heeft bijna alles van het lijstje in mijn tas gedaan.
Behalve dan mijn slippers en mijn oplader. (Grrr…)
‘Dank je wel schat. Nee, het geeft niet hoor’.
Het is hem zo te zien prima gelukt om mijn alleroudste slips bij elkaar te scharrelen voor deze gelegenheid.
Eigen schuld, moet ik die zooi ook maar eens weggooien.

Rem heeft er die dag al twaalf uur opzitten. ‘Gaan jullie maar hoor, ik red me wel’. Ze moeten nog eten ook. Stakkers!
Even later krijg ik een nieuwe overbuurvrouw erbij.
Naast stokoud
is ze ook nog eens stokdoof.
‘Hèèèèè, Wat-zejjenouuuw?’
‘U krijgt straks van mij een Klys-Ma’.
‘Hèèèè?’
‘EEN KLYSMA schat’
Mij noemt ze geen schat.
Gelukkig.
‘Hèèè? O ja? Wasdaddan?’
De buurman laat weer een scheet. Voor de gezelligheid rochelt hij nog een beetje na.
Vergeefs zoek ik naar mijn oordopjes in mijn tas.
-This must be hell-
‘Nu moet u op uw zij gaan liggen, zo ja Schat…en dan gaan we zo heel snel naar het toilet samen.’
Mijn toilet bedoelt ze.
Straks maar niet vergeten mijn Birkenstocks aan te doen als ik ga poetsen.
Ik lig met mijn kop onder de dekens en mijn vingers in mijn oren te kokhalzen. En ik was al zo misselijk voordat ik aan die liter drank voor die ct- scan begon.
Men, wat trek ik dit slecht.

De volgende morgen wordt ik al vroeg opgehaald voor de ct-scan. Als ik weer terug op zaal ben mag ik nog steeds niets te eten. Stomme vraag natuurlijk ook. In plaats van een ontbijt krijg ik ‘Klysma part two’ voor mijn kiezen.
‘Hèèèè? Alweer??’
Ze haalt me de woorden uit de mond. De verpleegkundige is onverbiddelijk. ‘Ik leg hier allemaal matjes op de grond en in bed en dan zetten we de po stoel hier naast het bed’. Het klinkt alsof ze een dagje Efteling voorstelt.
Naarstig zoek ik wederom in mijn tas naar Iets, Iets, of Iets.
Net op het moment dat ik overweeg gewoon maar die hele tas leeg te schudden en over mijn kop te trekken, vind ik een deo roller in het verste hoekje. Snel duik ik met mijn deo onder de dekens. Als mijn buurman een smerige boer laat besef ik pas dat
ik mijn oordopjes ben vergeten.

‘Mevrouw X? Hallo??’
Even later verteld de chirurg me dat ik nog een nachtje moet blijven. ‘Als alle controles en uw bloed morgen goed zijn mag u naar huis. Dan zien we u over een paar weken op de poli voor controle. Ook willen we nog een coloscopie maken’.
Omdat de darm eerst ontsteking vrij moet zijn duurt dat nog wel een week of zes gelukkig. Twee jaar geleden heb ik ook al een coloscopie gehad. Behalve een poliepje en heel veel scherpe bochten was daar toen verder niets op te zien. ‘Ook geen divertikels’.
Prikkelbaar Darm Syndroom was de conclusie.

‘Om een uur of twaalf wordt u opgehaald. Dan brengen we u naar afdeling Gynaecologie en Verloskunde’.
De hemel zij geprezen.
‘Wil u nu wat eten misschien?’
Neuh. Ik wacht nog wel even.

Boven kom ik weer op een vierpersoons. Er ligt slechts 1 vrouw bij het raam. Het gordijn is dicht. Ze mormelt een beetje in haar slaap.
Na een uurtje trekt ze het gordijn een stukje opzij. ‘Zullen we het open houden? Veel gezelliger toch?’
Hoewel ze een jaar of zestig moet zijn heeft ze een guitige kop. ‘Ik ben Agaath, zeg maar Gaat, en jij?’
Gaat is die ochtend geopereerd. Ze hadden al een keer een verzakking verholpen, toen hebben ze haar baarmoeder verwijderd. Nu zat er een bal darm in de weg. Ze verteld het allemaal luchtig.

Gaat en ik keuvelen tussen de visites door de hele middag en avond door. Naast Rem en Kyl (met oplader en slippers!) was ook Dais even gezellig langs geweest. Kijk, zo is het best uit te houden. Het infuus mag er alleen nog steeds niet uit.
Ik heb een rot infuus. Of hij gaat zo langzaam / not dat mijn bloed terug stroomt, of hij loopt zo snel door dat het nog net geen straal is. Drup-drup-drup. ‘Hoe snel gaat jouwe nou Gaat?’
‘Drup—drup—drup’, doet Gaat.
‘Zie je nou?’

De volgende ochtend voel ik me echt niet top. Veel minder dan gister. En ik wil nog wel naar huis. Ik heb hoofdpijn. Als de verpleegkundige (lieve Else) mijn controles komt doen heb ik een pols van zestig en een bloeddruk van 75 over 140.
Niet verontrustend maar
dat zijn niet echt ‘mijn’ controles.
Ik ben meer van de pols van 80 en een bloeddruk van 120 / 70.
Ze rommelt weer wat aan het infuus en erkent dat hij wel erg hard loopt. ‘Ik denk dat je je straks wel wat beter voelt’.

Gaat mag vandaag de postoel proberen nadat haar catheter en tampon zijn verwijderd.
Ze weet van mijn gruwel van de afgelopen dagen. ‘Ik ga wel even een blokje om hoor Gaat, trek je van mij niets aan’.

Om een uur of 1 komt de arts assistent chirurgie langs. Het is dezelfde arts assistent die voor mam zorgde.
Ik was later nog een beetje boos op haar, omdat ze in het ontslaggesprekje met geen woord had gerept over een ct-scan van de longen van mam. Die uitnodiging viel toen zonder enige uitleg op de mat. Slordig.

Ik begin er niet over. Wat heeft het voor zin? Maar ik heb nog wel een paar vragen voor haar.
Ze legt me vervolgens uit dat je op een ct scan wel aan de buitenkant kunt zien dat de darm ontstoken is, maar niet wat de exacte oorzaak daarvan is. ‘Gezien ook de voorgeschiedenis van je vader nemen we geen enkel risico’.
Ze is wel op de hoogte moet ik zeggen.
‘Als uw temperatuur boven de 38 komt moet u bellen hoor’.

Om half twee neem ik afscheid van mijn lieve gezellige buuf
‘T ga je goed Gaat, zet ‘em op hè?! Nu effe lekker poepen op die stoel en dan mag je morgen naar huis!’

Mijn auto staat nog keurig op het terrein van de Mac Donalds. Net als ik weg wil rijden gaat mijn voicemail. Het is Else. ‘Je hebt je tassen vergeten!’ Wat stom zeg.
Even later vergeet ik helemaal dat ik beloofd heb om niet over de provinciale weg terug te rijden maar binnendoor. Ik keer de auto.
Afspraak is afspraak.

Ik ben blij als ik thuis op de bank lig.
Van zus een sms.
‘Lag jij in het ziekenhuis?’
Zeker van haar buurvrouw Marjan gehoord, een FB-vriendje van mij.
Zus heeft al weken niet gebeld naar mijn moeder. En als mijn moeder haar belt neemt ze niet op. Ik ben boos op haar en laat haar dat weten.

Ook vrijdag lig ik bijna de hele dag op de bank.
Kyl en Rem gaan steeds om beurten even bij mam langs.
Ik bel haar om te vragen wat ze nodig heeft zodat Rem dat even langs kan brengen.
Het is noodweer.
Mam heeft alleen mentholshag nodig en sherry.
Vandaag geen yagultjes of cakejes met gele room.

Het gewone leven neemt zijn keer.
Tja. Wat doe je daar nou tegen?

Gedachten over de wereld vandaag de dag

We doen zo ons best om alles om ons heen te organiseren.
Ons leven
Onze vrije tijd.
Onze normen en waarden.

Alles netjes
Zoals het hoort.
Het huis
de tuin
de caravan
of de boot.

We hebben dokters.
Een tandarts.
Een ziektenkostenverzekering.
En de veronicagids op de dinsdag op de mat.

Als het donker wordt
doen we het licht aan.
Als het koud is
de verwarming.
Als we iets omhoog gooien
komt het weer neer.
En het recht,
ja
het Recht zal altijd zegevieren.

Zo hebben we het afgesproken.
En daarom, alleen daarom werkt het.
We hebben onze wereld samen gecreëerd.
Onze wereld vol zekerheden.
Vol schijn zekerheden.
Want dat zijn het natuurlijk.
Al wilden we het liefst nog heel lang onze ogen blijven sluiten.

En nu het onze ‘eigen’ doden zijn weten we het ineens niet meer.
Ineens staat onze wereld op zijn kop.
Chaos!
Ineens zien we onze zekerheden voor onze ogen verdwijnen in het drijfzand.
Onze normen
Onze waarden.
Onze afspraken.
We raken in de war.
Roepen maar wat om de schijn van controle op te houden.
Voor elkaar.
Voor onszelf.
Roepen om actie
om redelijkheid
om eerlijkheid
om recht.
-Dachten we dan werkelijk?
Werkelijk
dat onze wereld in het echt ook bestond?-

Snappen we het dan niet?
Het is nog steeds dezelfde wereld als vorige week waarin we leven.
Die wereld was altijd al verdomde echt.
Maar nu zijn WIJ geraakt.
En wel tot in het diepst in de ziel van onze samenleving.

Ik ben bang
voor voorbarige conclusies
en ondoordachte daden
Bang voor censuur.
Bang voor paniek
en voor hetzes.

Wordt wakker!
Niet zij,
maar
wij waren het!
Wij,
die in een door ons zelf gecreëerde droomwereld leefden.

Ja.
Heus.
Werkelijk.
Moet ik je knijpen?

Deze nachtmerrie bestaat echt.

Snappen jullie het nog?

Het was niet mijn beste week.
Wat mijn hum betreft dan.
Soms kun je dat wel eens hebben.
Gewoon:
Dat je niets kunt hebben.
Dat je boos bent, omdat je boos bent.
Boos op zus.
En dus:
Boos op mezelf.
‘Ze kan er niets aan doen.
Zo was ze nooit’.

Dat je het gevoel heb dat ‘iedereen’ maar wat van je wil.
Dat je ‘alles’ maar altijd moet regelen.

Ondertussen regelt Rem zeker de helft.
In stilte.
Op de achtergrond.
-Hij mag dan van een pilsje houden, ik zou hem voor geen goud willen ruilen.
No. way!-

Zo heeft hij vandaag
-de stang van de draaier van mams zonnescherm zo verbouwd dat ze hem nu zelf weer kan bedienen.
Lasje hier, dingetje daar.
Waar heb ik dat toch meer gezien;-)

-Kyls boeken voor het tweede jaar besteld.

-Rustig en vriendelijk weer in orde gemaakt dat de Wehkamp de bestelde wasmachine voor zus Nu morgen Wel 200 km verderop zal bezorgen.
(Boy was I mad aan de telefoon toen die vrouw zei dat ik dan maar gewoon een ander merk moest bestellen, want deze was nu uitverkocht. Hij reed notabene net de straat uit. We wisten zeker dat wij SAMEN het goede bezorg adres hadden ingevuld)

Nou ja, je kent ze vast wel dat soort dagen.
Ze horen erbij.
Gelukkig waren er ook leuke dingen:
Kyl is in 1 keer geslaagd voor zijn theorie (auto). Zo fijn voor hem.
Hij heeft vandaag lekker gevaren met Roel en een vriendin. Heerlijk dat ze daar zo van kunnen genieten. Funtube mee, en lekker zwemmen in de Ham. Leuk.

Zelf heb ik vandaag het vogelbadje bij mijn moeder weer in ere hersteld. Ben er wel een stief uurtje mee bezig geweest maar het gaf me een heel goed gevoel. Blijft raar om de klusjes te doen die mijn vader altijd deed. Mijn moeder heeft daar helemaal geen benul van hoe hij dat soort dingen deed.
Vaak wordt het het me gaandeweg op een of andere manier wel duidelijk. Ik heb dezelfde logica als hem denk ik. Daarna nog even samen met mam en een rosé in stilte genoten van het gekabbel van het water.
Brood voor de vogeltjes had ze natuurlijk niet.

Ach,
Van die dagen.
Gewoon.
Dat je er niets meer van snapt.
Van ziekte.
Van dood.
Van oorlog.
Van wat er allemaal in de wereld gebeurt.

Thuis Binkje maar gedoucht.
Beetje getuttelt bij de beestjes.
Wat moet je anders?
Huilen?
Maaltijd salade gemaakt.
Morgen komt Rem uit de nacht.
Gaan we samen lekker varen.
De boodschapjes zijn al gedaan.

Weet je?
Misschien is het wel helemaal geen woede.
Misschien is het wel gewoon verdriet.
Die twee haal ik weleens door elkaar.

Net zoals zoveel andere mensen nu. Op dit moment.
Op deze aarde.

20140718-224620.jpg

20140718-224650.jpg

20140718-224741.jpg

Getver!

Net als ik de deur uit moet :
Brief op de mat van een advocaat van ex.
In het Nederlands.
Kijk aan!
Dat is handig.
Ik loop met de brief naar de tafel.
Onder de tafel zit Bram ineens heel zielig te doen.
Hij miauwt.
Nou ja, hij ‘Oowt’ meer.
Dat klinkt niet goed.
Dat klinkt als ouwe katerkwaal.
Even voelen.
Ik voel geen bal.
Dat is goed nieuws.
Een blaasbal is foute boel.
‘Ooiooiowwww’.

Ik open de brief.
Getver:
‘Of hij niet meer hoeft te betalen’.
?
Hij betaalt al jaren niets.
Hij heeft namelijk geen geld.
Nou ja.
Wel korte citytrips natuurlijk.
En voor cadeautjes:
Als:
Een elektrische gitaar.
Boxen.
Een trompet.
Tamelijk nutteloos als je als zoon zo muzikaal is als een doordeweekse stoeptegel.
O ja: en een metalen met de hand vervaardigde Viking helm op zijn twaalfde.
‘Leuk hoor pap:-(‘
Laat ik de gave gadgets en een ‘iets’ waardoor je zelfs midden in het Lake District een internetverbinding hebt niet vergeten.
And so on.

En nu dus voor een advocaat.
Wat zou dat kosten?
Ik moet echt weg.
Mijn collega was alleen vandaag.
Ik kan echt niet later gaan komen.
Ik bel Rem.
Hij popelt natuurlijk nu al om naar huis te komen.
-Brief.
Dierenarts.
Nasi van de AH-
‘Laat je de auto dan staan Nar?’

Getver.
Nu moet ik ineens op de fiets.
Echt weg nu.
Anders mis ik de trein.
Zelfs geen tijd om mijn slippers om te wisselen voor mijn gympen.
Ik gris nog snel een vestje van het haakje.
Getverdegetver.
Baasje komt zo Bram.

‘Ooowoowoow’.
-Dat was ik-