Een jaar.

Hoi pap.
Het is een jaar nu pap.
Een jaar geleden.
Je douche-date!
Met Linda van de thuiszorg.
(Ik hoop dat jij nu heel af en toe een klein beetje haar engeltje zal zijn?)

Ik had karamels gekocht.
Daar was je zo gek op he?
Je nam er eentje. Ik denk voor mij. Maar halverwege spuugde je hem uit in de prullenbak. Het ging niet meer.
Eten.

Ik heb op tafel weer hyacinten staan pap. Net als die ik toen voor je kocht.
Ik zou ze bewaren, en planten voor mama in de tuin.
Maar Rem heeft ze bij het opruimen van de schuur weggegooid.
Sorry.

Er is zoveel gebeurd pap.
Het afgelopen jaar.
Nou ja, je hebt het misschien wel gehoord van Zus en tante Lies en tante Agnes allemaal.
Zeg maar tegen zus dat ik haar wel schrijf hoor.
Maar nu kan ik dat nog niet.
Nog niet.

Met mam gaat het wel hoor.
Nou ja, naar omstandigheden dan. Stukje bij stukje gaat ze achteruit.
Ook in conditie.
En ze hoest zo naar af en toe.
Ik wil eigenlijk een traplift voor haar aanvragen. Voor zo’n ding er is ben je denk ik zo een maand of wat verder. Ze wil het niet.
‘Kind, daar ben ik nog véél te goed voor hoor!’
-Nou ja.
Je kent haar.
Stront eigenwijs!-

En nu is haar jongste broer L. ook al zo ziek.
Ook kanker.
Slòkdarmkanker.
We hebben ze ondertussen zo’n beetje allemaal voorbij zien komen geloof ik.
Hopelijk kunnen ze met bestraling nog veel.
Weet je nog, wij samen toen?
Met die taxi’s naar de Vu?

Een jaar pap.
En ik sta nog steeds.
Ik denk dat je wel trots op me geweest zou zijn.
Dat zegt mam tenminste wel eens.

Er gebeuren ook best leuke dingen hoor.
Vorige week waren nicht C. met haar man en neef J. hier voor een nieuwjaarsborrel.
Natuurlijk wel over jullie gepraat, en over tante Agnes natuurlijk, maar
het was ook gewoon bere gezellig.
De erwtensoep was alleen heel vies.

Vanmiddag was nicht A. uit Zaandam met mij mee naar mam. Mam heeft toch niets meer aan haar nieuwe fiets, en zij kan hem goed gebruiken.
Ze ging -heel stoer- op de fiets terug naar Zaandam.
In de storm.
En het zadel was ook weer naar beneden gezakt.

Een jaar pap.
Morgen.
Wat was je stoer.
Ik weet niet of ik het wel zou durven.
Euthanasie.
Ik zie zus nog zo naast je zitten.
Ze hield je rechterhand vast.
Mam je linker.
Ik je linkervoet.
Ik zag je sterven
in een klein zuchtje was het gebeurd.
-Zus huilde zo-
En elf maanden later zag ik datzelfde zusje sterven.
Toen huilde ik zo.
Nou ja, dat weet je!

Soms denk ik dat ik hartstikke gek word pap.
Volgens Rem heb ik ze nog aardig goed op een rijtje.
-Tenminste, dat zegt hij-.
Kyl denkt er volgens mij heel anders over.

Een jaar pap.
Het was ook net na volle maan.
Of ervoor. Dat kan ook.
Windstil.
Hand in hand met zus keek ik toe hoe jij naar de lijkwagen werd gedragen pap.
Zo respectvol.
Rem had de lantaarn aangedaan.
De kinderen van de overburen stonden in hun slaapkamertje zachtjes te zwaaien.
Mam stond voor ons.
Ik hield mijn arm om haar heen.
Tenminste, dat geloof ik.
Ze bogen.
En terwijl de ene kraai stapvoets voor de lijkwagen uitliep, zagen we jou voor de laatste keer de straat uit gaan.
Onwezenlijk.
Maar ook mooi.
Daarna aten we soep.
Met stokbrood.
En dronken we port.

Een jaar pap.
Je zal wel zeggen nu, als je me zo zou horen, dat ik daar niet zo bij stil moet staan allemaal.
‘Daar word je toch hartstikke gek van Nadda?’
Ach pap.
Dat valt wel mee hoor.
Weet je wie er pas gek worden?
-Ach, daar ga ik jou ook niet mee lastig vallen-.

Nou pap, alles helemaal goed dus hier. Zeg maar tegen zus dat ik gewoon door roei hoor.
En doe ze allemaal maar de groetjes daarboven.
-Ik geloof dat het daar zo langzamerhand gezelliger wordt dan hier beneden, of niet?
Nou, heel veel liefs, en x-jus voor zus.

Ps: Wat een leuke foto is dit hè? Het is de laatste van ons vier.
Eerste Kerstdag 2013.
Ik dacht: ik stuur hem even mee, beter mee verlegen dan om verlegen toch?!

Dag pap.
X

IMG_6187-1.PNG

Het leed dat hersenbeschadiging heet: de foto’s van het huis van zus

Hoor je het spotje wel eens op de radio? Ik bedoel het spotje over karakter verandering na hersenletsel.
Vanmorgen schreef ik er al over dat ik de foto’s wil laten zien van zus haar huis vroeger, begin jaren ’90 en nu, om duidelijk proberen te maken hoe iemand daardoor kan veranderen.

Kijk, als je wilt, en probeer je voor te stellen dat de zus van toen in het huis van nu woonde.

IMG_6019-0.JPG
Hier wat foto’s van het huis van mijn zusje waar ze tot ongeveer haar 28-ste heeft gewoond. Ze spaarde beeldjes van eendjes en was de meest toegewijde dierenarts-assistente die je je voor kunt stellen. Het kanten kleedje (!) op tafel heeft de dierenarts voor haar gekocht op een vakantie in Oostenrijk. -Dat weet ik zo goed omdat ik het bijbehorende ansichtkaartje van hem afgelopen week in mijn handen had.-

IMG_6020-0.JPG

De sofa had ze opnieuw laten bekleden.

IMG_6021-0.JPG

Let vooral ook even op de zware velours gordijnen.
Vreselijk truttig vond ik het allemaal…
En schòòn dat ze was!

IMG_6022-0.JPG

De tegeltjes vond ze zelf ook niet mooi hoor, die zaten er al in. Check de boerenbonte suikerpot op de vensterbank.

Oké.
Dat was toen.
Nu komen een paar foto’s van de afgelopen weken.

IMG_5970.PNG

Keuken.

IMG_6024.PNG

Beetje slechte belichting maar dit is echt de schoorsteenmantel.

IMG_5971.PNG

Nu een lege schoorsteenmantel.

IMG_5981.PNG

Raamkozijn zus haar slaapkamer.

IMG_5976.PNG

Ze hield wel van een beetje kleur.

IMG_5957.JPG

Door het raampje wat boven de deur tussen hal en woonkamer zit, zie je nu het blauw van de hal.

IMG_5987.PNG

Dit is het zijraampje. Waar je doorheen kunt kijken heb ik een beetje schoon gemaakt.

IMG_5982-0.PNG

Gelukkig hebben we de foto’s nog;-)

IMG_5751.JPG

Lullen wat je wilt, Creatíef was ze wel.

Nou, dit was het dan.
Het huis van zus.
De inspecteur gaf ons een heel groot compliment.

Blij dat het achter de rug is.

Het huis van Zus

Zondag.
Winschoten, in het huis van zus.

Rond twaalf uur zijn we er.
Ik was er al bang voor.
Rem niet. Die kon het zich niet voorstellen dat iemand zo laag zou zijn om de geiser weg te halen. We hadden het nog zo gezegd tegen de buurman van nummer 10 die er op zat te azen en ook al in een onbewaakt ogenblik dat Rem en ik even in her stadje een broodje gingen halen de kachel had weggehaald. Ook tegen Corine en tegen Eric hadden we het nog zo gezegd ‘De geiser mag Niet Weg van de inspecteur van de woningbouw!’
Punt was dat de katten wel in de bijkeuken hun eten kregen. Bovendien hadden we daar wat slaapplekjes voor ze gecreëerd.
Eric hadden we de sleutel toevertrouwd van de achterdeur.
De deur tussen de bijkeuken en keuken hadden we vervolgens afgesloten met een hangslot.

Maar goed.
De geiser dus weg.
Sommige mensen gaan echt over lijken.
Dat wij nog warm water nodig zouden hebben om schoon te maken interesseert ze geen bal.
De sleutel van de achterdeur was trouwens ook in geen velden of wegen te bekennen.
Zwanet, die voor de katten zorgde wist van niets.
Ook niet wat de geiser betreft.
‘Ik loop wel even naar nummer 10 hoor’, zei ze.
Nummer tien zijn naam was Haas.

Eric en Marjan deden niet open. Eric nam niet op.
Aangifte doen?
Wat had het voor zin.

Met twee gieters vol warm water van Zwanet beginnen we aan de schoonmaak klus.
Verstand op nul en doorwerken. Zwanet ruimt ondertussen de bijkeuken leeg. Alle katten hebben inmiddels een nieuw huisje gelukkig.

Tot half vijf zijn we bezig met stickers verwijderen, spijkers verwijderen en schoonmaken.
7,5 jaar geleden hebben we deze klus ook al samen geklaard. Ik ben zo dankbaar dat Rem er is, dat ik dit niet alleen hoef door te maken allemaal, dat hij het allemaal begrijpt.

Een bakje koffie tussendoor had wel lekker geweest, maar het nieuwe Dolce Gusta apparaat van zus was ook foetsie.
Nou ja….we hadden toch geen water.
Zelfs geen koud water.
Gewoon doorwerken.

Voor we weggaan lopen we nog even bij Marjan langs.
Ze is druk bezig met de kerstspullen. ‘Let niet op de troep hoor’.
Marjan is ook verbijstert dat de geiser weg was.
‘Wie doet nou zo iets?’
Eric hebben we niet gezien.
Willem van Zwanet trouwens ook niet.
Jammer.

Half zes zijn we in het hotel. Eerst maar eens douchen.
Zelfs na het douchen voel ik me nog vies. Rem heeft hetzelfde.
Dan is het tijd voor een wijntje.
En een heerlijk diner, dat hadden we wel verdient.
Als ik Kylian bel zit hij gezellig even bij oma. Lief kind heb ik toch…
Hebben wìj toch;-)

We praten lang en veel.
‘Vind jij het raar als ik foto’s op mijn blog plaats van zus haar huis?’
Rem vindt van niet.
‘Het ligt er toch aan met welke reden je het doet’.
Volgens hem is mijn reden goed:
Ik wil ze plaatsen om duidelijk te maken wat hersenletsel met een mens kan doen.
Mensen die zus alleen van vroeger kenden, hebben een heel ander beeld van haar.
Zij begrijpen ook niet hoe hard ik heb geprobeerd om haar ‘te redden’.
Dachten misschien dat zus helemaal niet gered hoefde te worden.
Begrijpen misschien niet dat ik boos ben dat mijn ouders jarenlang Zus hebben gesponsord. Ook al begrijp ik het ook, en vind ik het vreselijk zielig, het is op zijn minst naïef. 100 euro per maand.
Twee keer een vakantie hebben ze verdorie betaald voor haar, terwijl ik -als alleenstaande moeder met een baantje van 24 uur als telefoniste- dat zelf op mocht hoesten. En we gingen samen hoor, zus en ik.
Ik zeg niet dat ik precies hetzelfde had moeten krijgen als mijn zus, dat had ik ook niet gewild, maar ik vind 20 euro per jaar voor mijn verjaardag wel ietwat karig in vergelijking, of mag ik daar soms niet even over klagen?
Goed, dat is er uit.
Ook tegen mam heb ik op plogdag mijn hart gelucht.
‘Kind, we wisten het niet. Dan had je er om moeten vragen!’
Gek.
Vroeger werden kindjes die vragen altijd over geslagen.
Maar nu hou ik daar voor altijd over op. Ik zou er alleen maar verbitterd door raken. Wat schiet ik er mee op?

Goed. Wat wil ik dan door die foto’s te plaatsen zul je je af vragen.
Geen medelijden.
Ik wil begrip.
Niet alleen voor mij.
Ook voor mijn zus.
Ik zal foto’s plaatsen van haar eerste huisje waar ze woonde voor ze de kolder in jaar kop kreeg en naar Groningen vertrok, en foto’s van nu.

En dan is de vraagstelling als volgt:
Hoe kan iemand die zo verantwoordelijk, en burgertrutterig was als mijn zus, zo veranderen.
Drugs?
Of heb ik gelijk en heeft ze gewoon een TIA gehad zonder dat iemand dat ooit gemerkt heeft?
De Zus van Vroeger raakte namelijk al volledig over haar toeren toen ze mij een keer een joint zag roken, eerlijk waar!

Maar goed, straks komt eerst Ex om tien uur nog een keer met de bus (die Sandra en Leo weer zo lief beschikbaar hebben gesteld;-)) de rest van de troep halen. De koelkast staat nog steeds in de achtertuin en ook ligt er nog veel hout dat de vorige keer zo gewenst was, maar nu toch rot blijkt te zijn (zoals Rem toen al zei), en dus gewoon is blijven liggen.
-Marjan zei dat Eric het vanmorgen wel zou komen halen, maar het risico dat het voor 13:00 niet weg is nemen we maar niet.-
Het ijs in de vriezer, wat bij zus gewoon 15 cm over de keukendeur door had gelopen, de vriezer kon niet meer dicht) was er trouwens nog niet uit.

Het schoonmaakwerk is ook nog niet klaar. Zie je hoe ik sta te popelen? Marjan had gister lief aangeboden me vandaag te komen helpen, maar die kampt nu met kiespijn.
‘Ik neem wel twee paracetamol en dan trek ik het wel hoor’. Nou, kiespijn is zo naar, dat wil ik haar ook niet aan doen.

Om 13:00 komt de inspecteur van de woningbouw vereniging.
Nou, ik ben benieuwd.
Wish us luck, want de kosten komen voor zus haar zoon van 17.
Maar dat doen we natuurlijk niet, dat begrijp je.
Drie maal raden wie het wel kan betalen.
Daarna eventueel nog aangifte van diefstal doen en dan mogen we gelukkig weer lekker naar ons eigen fijne gezellige huis.

Vanavond dus wat foto’s.
Als je ze niet wilt zien kijk je gewoon niet.

‘Jouw zwarte schaap, je grootste Fen’

Vrijdag
Ik heb het even helemaal gehad. Had ik gisteravond nog een mailtje gestuurd naar mijn leidinggevenden met de vraag of ik alsjeblieft komende week van mijn nachtdiensten af mag, vandaag besluit ik dat ik eigenlijk deze week beter eens helemaal niet kan gaan werken.
Gelukkig hebben ze begrip voor mijn situatie op het werk. Hoe vaak me de afgelopen dagen niet gevraagd is wat ik ‘hier eigenlijk nu al doe’, zegt al genoeg. Ik zat enorm tegen die nachten aan te hikken. Het gaat best redelijk met me, maar van die nachtdiensten wordt ik zonder al die opeenvolging van emotionele rollercoasters al labiel en malaiserig genoeg.

Na mijn grote Latte ga ik eerst maar eens opruimen.
Drie hoeken van de woonkamer liggen nog steeds vol met spullen en bakken papierwerk van zus. Ik maak er twee hoeken van, dat is alvast wat. In een papieren tas vind ik tussen de linten, het condoleance boek, nog wat kaarten, de muziek terug van de crematie.

Terwijl ik mijn huis beneden doorwerk en Bink op het aanrecht met de plantenspuit een douche geef luister ik naar de muziek, opnieuw en opnieuw, en huil bakken vol tranen.
Eindelijk.

On half vijf haal ik mam op. Dat was haar vroeg zat.
Na een paar uurtjes is ze gewoon al hartstikke moe.
Hoewel we niet echt Sinterklaas vieren halen we er wel herinneringen aan op.
Ik had nog een mooi notitieboekje gevonden waarin zus een aantal Sint gedichten heeft geschreven.
Ik lees er drie voor.
Het gedicht wat ze voor mij heeft geschreven gaat erover dat ik altijd maar achter de jongens aanrende (op atletiek), maar dat ik ondertussen niet mijn kamer moest laten versloffen.
Ik had een plumeau gekregen.
Met een bamboe steel en zwarte veren.
Nee, echt hoor!
Als Rem en Kyl er ook zijn gaan we snert eten.
Hij is heerlijk.

Zaterdag.
Rem heeft al een hoop gedaan als ik rond elf uur eindelijk mijn bed uit kom.
Hij stond er al om acht uur naast of zo, klaar voor actie.
In de veronderstelling dat we vanmiddag bij mijn schoonouders de verjaardag van mijn schoonmoeder Lies gaan vieren, belt hij haar even met de vraag voor hoeveel gasten ze ongeveer verwacht.
‘Het is morgen pas hoor!’
Maar goed dat ik had aangeboden een pan kippensoep mee te nemen, anders hadden we mooi voor nop daar op het stoepje gestaan.

We gaan eerst maar eens samen boodschappen doen. Ik kan me de dag niet eens heugen dat we dat voor het laatst samen hebben gedaan.
Meestal hoeft dat voor mij ook niet, hij maakt me alleen maar in de war.
Gelukkig hebben we vandaag samen lekker burgerlijk een lijstje gemaakt.
Daar zijn we goed in hoor, lijstjes.

Thuis bel ik mam en vertel over onze verjaardagsvergissing.
‘Zal ik je dan vanmiddag weer komen halen?’
Zondag wordt nu immers niets.
Het hoeft niet.
En de boodschapjes doet ze zelf wel even.
Bovendien heeft ze nog roerbakrijst, snert, boerenkool en preischotel in de vriezer.
‘Ik red me wel. Tante L. (het zusje wat in leeftijd net boven mijn moeder zit) heeft aangeboden om me morgen op te halen. Dinsdagavond is de condoleance pas, maar de zusters en broers mogen morgenmiddag even bij haar.
Ze zijn alleen van plan om te gaan lopen vanaf mijn neef zijn huis. Zou ik dat wel redden Narda? Het is misschien te ver voor mij.’
Dat denk ik ook.
En om nou mijn tante en nicht te vragen Scotty half te demonteren en ingeklapt in de achterbak te leggen is ook zo wat.
‘Bel nou maar gewoon terug dat je graag mee gaat hoor mam. Nicht H. is vast wel bereid om even met de auto te gaan met je’.
Dat weet ik bijna wel zeker.

Rem en ik gaan thuis maar weer eens aan de gang.
Eigenlijk hebben we allebei veel meer zin in een strandwandeling met dit mooie weer, maar we willen toch ook wel weer eens wat orde hebben.
Onze zolder heeft alleen zo’n enge vlizo trap, dus daar heb ik Rem echt wel bij nodig.
Punt is alleen dat er eerst dingen àf moeten voor er weer dingen òp kunnen, want ons kleine zoldertje staat al bommetje vol.

Zevenenhalf jaar geleden, toen zus haar herseninfarct had, hebben Rem en ik ook haar huis opgeruimd. In totaal heb ik toen in etappes 14 volle vuilniszakken kleding van mijn zus en mijn neefje die her en der door het huis slingerden meegenomen en hier thuis gewassen en op zolder gestald, met de bedoeling dit samen met haar later te sorteren. Nu staat er gelukkig nog maar 1 grote sporttas vol. Wel staat er nog 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van neef’, 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van Kylian en neef’, en 1 vuilniszak met ‘de mooiste babykleertjes van zus, mij, Kyl en neef’. Droeg ik hetzelfde baby truitje als zus vroeger, neef droeg vaak dat van Kyl.
Ik laat ze even voor wat ze zijn.
Ik ben verheugd als Rem opeens een linnen tas omhoog houdt.
Ik weet meteen dat het de brieven en andere correspondentie is uit haar infarct tijd.
Een paar jaar terug had zus ze voor me meegenomen.
Ik wilde toen een boek over haar en mij schrijven.
Een boek over het leed wat CVA heet.
Dat wilde ze wel.
-Eigenlijk wordt dit blog zo langzamerhand dat boek geloof ik –

Als het kruidenrekje, de poffertjespan en ‘de Trommelaar’ hangen (zie voor de laatste het blogje hiervoor) en de dozen die ik nog door moet werken inmiddels samen nog maar 1 hoek in beslag nemen, sorteer ik de laatste kleding van zus.
Er zit weinig voor me bij.
Haar stond alles.
-Zelfs het paasstukje dat ik ooit maakte in haar haar-
En ze was nergens te oud voor.
Te bleek.
Of te dik.
Een paar kledingstukken zijn zo karakteristiek voor zus dat ik besluit ze te bewaren voor neef later.
De rest mag weg.

Daarna loop ik de mand met neef zijn tekeningen door.
Onderop vind ik de navelklem, zijn baby boekje, een heel kunstig gemaakte kaart van mijn moeder.
Tekeningen en kleurplaten waar alleen een paar krassen op staan gooi ik weg.
De rest stop ik weer netjes terug.

Rem zit inmiddels tegenover me.
‘Vind je het vervelend als ik zus haar cd opzet?’
Hij vind het best.
Laat me.
Ook nog een keer.
En weer.
Nog maar eens.
Ik lees de brieven terug die ik aan zus schreef in haar infarct tijd.
Ik wilde haar zo graag helpen, wilde haar redden.
Ze wilde niet gered worden.
Hòefde niet gered te worden.

“Laat me, O, laat me,
Ik heb het altijd zo gedaan.”

Ik speel hem over en over.
Het is net of ik haar zelf steeds weer hoor.

IMG_5546.JPG

Dag lieve zus…

Als we in het ziekenhuis komen blijkt dat zus er nog een tweede grote bloeding overheen heeft gekregen.

Ze reageert niet.
Op niets.
Ik wil het zelf zien.
-Wil dat mam dat ziet-
Dat mag.
Samen kijken we toe wat de intensivist doet.
Best veel.
Maar Zus doet
Niks.
Nada.
Nop.

Ze is hersendood.

Mam, neef, rem, ex, Eric de beste vriend van zus, Kyl en San, de lieve zus van ex en haar man, en de broer van ex zijn er.

Gesprekken.
Donor?
Niemand weet het, behalve haar zoon van net 17.
Neef weet nl. zeker dat ze dat niet wil.
Heeft daar vroeger eens over gesproken.
Duidelijk.

Het is een absoluut onomkeerbaar coma.
Op de grond liggen twee zakjes waarin het bloed van uit de drains uit haar hoofd loopt.
Niemand twijfelt.
-Hoe je blij kunt zijn met een wilsbeschikking-

Om tien voor drie overlijdt mijn zusje in het bijzijn van mam, ex, neef en mij.
Neef en ik houden samen haar linker hand vast en mam en ex zitten rechts van haar.

De anderen staan dicht bij.
Achter de deur.

We zijn overal bij geweest.
Ik heb niets aan het toeval overgelaten:
Er is geen uitweg uit deze hel.
Geen nooduitgang.

Huilen.
Bellen.
Regelen. (Rem)
Eten.
Hotel regelen. (Rem)

s’ Avonds kies ik met Marian kleding uit.
Rem zoekt met Eric naar de papieren.

Het is netjes bij zus.
De eerste papieren die je nodig hebt liggen voor de grijp.
Alsof ze het wist.

Vandaag gaat zus naar Wormerveer.
Toen pap net overleden was zei ze dat ze het ook zo wilde.
Het had me verbaasd.
‘Wil je naar Wormerveer?’
Ja.
En ook een groene kist.
En ook naar het Guisveld, samen met pap, mam en Nino.
Ik geloof dat ik het hier ook ergens opgeschreven heb, op dit blog.

Dit blog is ook niet alleen voor ‘de leuk’.
Dit blog is ook gewoon bittere noodzaak.
Ik schrijf niet alleen voor mezelf, maar ook voor neef, en voor Kyl die straks ook alleen nog maar mij heeft.
En Rem natuurlijk maar dat is niet zijn biologische vader, hoewel dat voor beiden niet zo voelt: Rem IS gewoon zijn vader.
En mijn tantes, neven en nichten natuurlijk.
Gelukkig heeft neef een liefdevolle vader en familie hier in Groningen.
Sandra is een top tante.
Ik schrijf om het te vertellen.
Uit te leggen.

’s avonds spreek ik de ouders van zus haar jeugd vriendin.
Spreek ik Marcel 1, met wie ze elf jaar is geweest.

Mam is in shock.
Automatische piloot.
Terwijl ik bakken vol huil, zit zij verdoofd naast me.

Terug in het hotel zit de manager bij mam buiten.
We hadden haar ingelicht.
Mijn moeder wilde ook graag even alleen zijn.

We lezen berichtjes, en halen zo veel troost uit dat stomme FB.
We stimuleren neef dit ook op zijn manier te delen.
Ik denk dat we alle steun hard kunnen gebruiken, hij helemaal.

Om twaalf uur gaan we naar bed. En om half zes ben ik wakker. Zoek naar het bericht op FB dat de wildvreemde vrouw die al de tijd bij zus in de Aldi is gebleven heeft geplaatst.
De gedachte dat ze niet alleen was is zo ontzettend troostrijk….

Hersenbloeding

Zus.

Het is gebeurd.
Het aneurysma in zus haar hoofd is geknapt.
Ik geloof in de Lidl.

Het ambulance personeel heeft een buisje in haar luchtpijp geplaatst.

UMCG
Scan
Hersenbloeding
Operatie
De Wilsbeschikking
waar ik zo op heb aangedrongen.

Mam
In shock.
Net of we niets is gebeurd
‘Slaap maar thuis Nar, anders kan ik helemaal niet slapen’.

Operatiekamer.
Open schedel.
Whats app.
Ex is daar.
Met zijn zus S. en neef, de zoon van mijn zus, net 17.
Whatsap, app, app enz.
Enz.
Heen en weer.

Lijstjes gemaakt voor mam.
‘Dit moet mee:’
Scotti.
Medicijnen.
Zonnebril.
En nog zoveel meer.
Volgens mij is ze in shock.
Ik huil een beetje.
Zij niet.
We schetsen scenario’s.

Wilsbeschikking.
Niet vergeten
‘Ex, meld je dit alsjeblieft?’

Rem haalt vrachtwagen leeg.
We tanken vast.
Ex belt.
De Operatie achter de rug.
Anesthesist is nog bezig.
Haar hart niet 100%.
Geen reacties van zus at all.
‘7 uur stopt de slaap medicatie’.
Kyl komt thuis.
Kyl gaat mee morgen.
(Buurtwacht ingeschakeld).

Operatie geslaagd, meldt ex.
Wij zijn hier.
200 km verderop.
‘Maar geen respons van zus’.
Ik zoek de wilsbeschikking.
Vind hem.
Lees hem.
Slapen.
Pakken.
Rijden.

‘Om 7.00 stoppen ze de slaapmedicatie’ zegt ex.
Ex is vannacht contactpersoon.
Na 7.00 ben ik het.
– DejaVu-
Als ze de slaapmedicatie niet meer krijgt moeten we afwachten of ze nog hersenactiviteit heeft.

01:15
Bericht van ex.
Ze ligt op ICU.
Situatie is zorgelijk.
Het staat er slecht voor.
‘Dat wordt steeds gezegd’.

Wij zitten aan tafel.
Zijn niet daar.
Kunnen moet daar zijn.
Dat weet zus ook.

Morgen zal ik er weer zijn.
Op de ICU.
Deze keer niet alleen.
Hopelijk kan ik haar weer aanraken.
Net als zeven jaar terug;
Een beetje schoonmaken.
Haar gezichtje strelen.
En hopelijk zal ik weer denken: He zus, je ligt dan wel in coma maar Ik Zie JE!
Luidt en duidelijk!

Je blijft mijn zusje.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd.
Altijd. Altijd. Altijd. Altijd. …,…,,,..,,.,.,,,

Decadente dinsdag en andere puntjes

Vrijdag (vervolg)
Van alles wat ik van plan ben komt maar de helft terecht.
Wat heeft het voor zin? Waarschijnlijk kost het meer dan dat het uiteindelijk zal opbrengen.
‘Kind, dan zie ik je morgen toch, blijf maar lekker thuis hoor, ik red me wel’.

Zaterdag.
Gister al lekker het huis schoongemaakt en de boodschappen gedaan, zodat ik vandaag vroeg bij mijn moeder ben. Snel zuig ik de benedenverdieping en haal een wisser over de plavuizen.
Behalve de vloer, de zware boodschappen, de ramen en het bed verschonen houdt ze het zelf nog keurig bij.

‘Zullen we eerst langs de begraafplaats en dan met Rem ergens in de buurt wat drinken?’ Dat vindt ze wel wat.
Als we met aardbeien en verse slagroom de tuin in komen zijn
Rem en Kyl nog druk bezig met de nieuwe verlichting voor Kylian zijn scooter.
‘Bijna klaar hoor!’

Een uurtje later wandelen we binnen bij een Grand café in het dorp waar ze vorig jaar een nieuw terras gemaakt hebben.
Kyl heeft daar afgelopen jaar ook nog een avond gewerkt. Voor nop. Ze zouden hem bellen om verdere afspraken te maken, en dan zou hij in 1 keer betaald krijgen. Ze hadden nooit meer gebeld. Zo gaat dat kennelijk.
Er zijn daar meer jongens ‘op proef’ geweest.

Het terras is groot maar erg kaal en ongezellig. Er is geen plantje of zo te bekennen op de tafels, en op steigerhouten banken liggen alleen een paar kleine kussentjes. Op twee meiden na die in een serieus gesprek verwikkeld zijn, is er verder niemand. ‘Nou, gezellig hoor, dacht ik lekker even onder de mensen te zijn zit ik tegen een lelijke kale muur aan te kijken’, grapt mam.
Ze heeft gelijk. Na 1 drankje houden we het voor gezien.

Thuis is er natuurlijk voetbal op de buis. Mam schuift gezellig op de bank naast Rem en Kyl terwijl ik de roerbakgroenten met rijst en varkenshaas maak die ik eigenlijk voor morgen had gepland. ‘Burrito’s? Is dat met zo’n plak-pannekoek? Nee hoor, dat moet ik niet!’

De tuindeuren staan wijd open zodat mam een sigaretje binnen kan roken. Ondanks dat ze het eten erg lekker vindt laat ze de helft staan. Ze heeft het een beetje koud. ‘Ja, doe maar een vestje van jou, maar niet die zwarte met die kattenharen er op’. Als ik haar na de wedstrijd heb thuis gebracht lachen Rem en ik er samen om. ‘Wat krijgt ze een noten op haar zang hè?!’

Zondag.
Het is zalig weer.
Na een paar uurtjes lezen, rommelen en TT -uitzending gemist!-kijken is het al weer tijd om een borrel bij neef te halen. (Zie vorig blogje).

Maandag.
En weer hoor ik vandaag dat iemand in mijn omgeving kanker heeft. Houdt het dan gvd nooit op?
De geluksmomentjes op FB laat ik vandaag even voor wat ze zijn. Gelukkig lijkt het goed te behandelen. ’s Avonds krijg ik mail van mijn tante (met borstkanker) dat zij binnenkort met 15 bestralingen gaat beginnen.
Even ervoor lief berichtje van tante A. (Mijn tante met alvleesklierkanker). Ik was mijn vestje gister bij neef vergeten, maar ze is vanmiddag bij mijn moeder langs geweest op haar nieuwe fiets met motortje.
‘Was gezellig hoor. Ik was zo weer thuis’.
Gezellig.
Gezellig.
Raar toch dat het ondanks de gespreksonderwerpen het toch een soort van gezellig kan zijn?
Gemeden wordt het echt niet hoor.
Maar de hoofdrol krijgt het ook niet.
Ik denk dat mijn tante net als mam en mij het vertikt om die k#tkanker ook op de koop toe nog de sfeer te laten verpesten.
-No way, dat neemt het ons niet ook nog eens af, de mooie gezellige momenten-
Maar misschien heb ik dat mis.
Rem besteld tussen de wedstrijden door de fiets voor mam die ik haar zaterdag op internet had laten zien:
‘Geen terugtraprem, niet zo veel versnellingen, niet zo duur, niet zo’n zware, geen motortje, en niet zo’n grote!’

Dinsdag.
Ik drink koffie in de tuin en lees wat reacties op eerder geschreven blogs.
Wat leuk, twee mooie complimenten van Plato en Oneandtwohalfman. De eerste is natuurlijk een vrij bekende blogger voor de meesten, maar bij de laatste blogger lezen volgens mij nog niet zoveel mensen terwijl hij retegoed schrijft.

Nadat ik het huis van boven tot onder aan kant heb ga ik naar mam.
‘Zullen we anders even bij ‘bar Linksaf’ wat drinken op het terras?’ oppert mam.
Bar linksaf is al jaren een Argentijns restaurant of zo.
Maar goed, er is nog steeds een terras.
‘Wat een goed idee’.

Ik zet een stoel voor mam precies in het hoekje naast de deur zodat ze lekker uit de wind zit. Het is er heerlijk. Samen sturen we een berichtje naar zus dat we op haar opname dag al zullen proberen te komen. Ze heeft nog steeds geen opnamedatum. Wat duurt dat toch lang.
Gisteravond heb ik al een beetje rond gekeken op het www naar de hotels in de buurt van het ziekenhuis.
Ik laat ze zien.
Die aan de Grote Markt lijkt mam ook wel wat. Maar die is wel 600 meter van het ziekenhuis. Een voordeel is dat het s’avonds op het terras vast gezellig is. Kacheltje erbij! In geen van de hotels mag ze roken. ‘Desnoods nemen we gewoon een taxi naar het ziekenhuis mam!’
We zitten zo lekker dat we er nog maar eentje nemen, heerlijk decadent zo, op de doordeweekse dinsdag.
De overbuurvrouwtjes van mam lopen voor bij.
‘Lekker van genieten hoor!’
We maken plannen voor donderdag. Mam wil dan even naar de camping. Gewoon even op de bonnefooi kijken wie er zijn.
De uitbater zet wat stoelen recht. Inmiddels heeft er ook een stel plaats genomen.

‘Eigenlijk kunnen we toch best nog een keer samen weg mam?’
Valkenburg lijkt mam wel wat.
‘Daar heb ik het zo leuk gehad met je vader in onze verkering tijd’.
Eerst maar ‘zus’, besluiten we.
‘En als we met de trein naar Groningen kunnen, redden we Valkenburg ook wel!’

Na de boodschappen zet ik mam thuis af. We verdelen de tartaartjes en de meloen. Kyl is al thuis. ‘Ik ben over!’ Meer dan de helft van de klas blijft zitten of moet in augustus toetsen over maken. ‘Het is ook echt allemaal niet zo makkelijk als jij denkt hoor mam’.

Ik heb nog een half uurtje voor ik aan het eten moet beginnen.
Misschien dan toch maar even snel die drie gelukspuntjes op mijn Facebook schrijven?

Voor ik er erg in heb heb ik natuurlijk gewoon weer een veel te lang verhaal van gebakken.
-Story of my life!-

Ach nou ja, de hoogtepunten vissen jullie er vast zelf wel even uit toch?!

Thuis

Drie uur ’s nachts.

Bram staat al achter de deur als ik binnen kom.
‘Hij heeft je zo gemist’.
Verlegen strijkt hij zijn ondeugende rode kater-kopje langs mijn been.
De tafel staat.
De lamp erboven brandt.
-Nog steeds met stof-
Ik ben zo thuis als thuis ook maar zou kunnen zijn.

‘Rosé Nar?’
Rem pakt twee glazen uit de kast.
Onze glazen.
Onze kast.
‘Proost schat’.
Ik ben behoorlijk hard toe aan een borrel, trek mijn gympen uit en leg mijn voeten onder tafel op zijn schoot.

Rem begrijpt als ik vertel.
‘Het is ook niet niets Nar’.
Hij is trots op me.
Hij had al veel eerder zijn geduld met zus verloren.

‘Ze is in haar hoofd een kind van vijftien’, zei mam eerder vandaag.
Zus ‘moest’ nl. weer ‘even alleen zijn’.
Elkaar aflossen zodat we allebei om de beurt even op het strand konden zonnen was geen optie voor haar.
‘Mam vindt het goed hoor als ik ga’.
Waar ik me mee bemoeide?
Tranen in haar ogen van kwaadheid.
De zoveelste tranen van kwaadheid.
‘Maar denk je dat ik dan geen behoeften heb?
Of mam?
Voor haar is dit terrasje veel gezelliger toch?!’
Boos beende zus weg in haar zeemlederen minirokje. De zwarte en paarse dreadlocks zwiepten van links naar rechts.

Waarschijnlijk op zoek naar de straatzanger waar ze even daarvoor mee had staan tongzoenen in het winkelstraatje.
‘Hij pakte zomaar mijn hand hier op terras en nam me mee’.
Ze lachte.
Ze vond het super.
Ik weerzinwekkend.

‘Ga jij anders ook maar lekker even het strand op hoor kind’.
Een half uurtje dan, vooruit.
Langer wilde ik mam niet alleen laten.
Deze vakantie is voor haar!

‘Het doet gewoon zo’n pijn mam’.
Met een zakdoekje veegde ik even later de tranen weg die onder mijn zonnebril door glipten.
Ik huil nooit.
En zeker nooit op een vol terras.
Ik wilde niet huilen.
Dit moest een leuke vakantie zijn.
‘In haar hoofd is ze maar een kind, ze weet niet beter, ik had het niet anders verwacht, echt niet’.

Om vier uur gingen we kijken of we haar konden vinden.
Stel je voor dat ze met die gekke zanger de hort op was.
We moesten om half acht klaar staan voor de bus die ons naar het vliegveld brengt.

Bij de eerste zandsculptuur-hippie die we passeerden zei mam: ‘Gelukkig, die kunnen we alvast afstrepen’.
Zus gaf hem gister nog twee euro fooi.
Hij kreeg daarmee meer van haar dan wij samen.
We schoten samen in de lach.

Zus lag gelukkig gewoon waar ze zei dat ze zou liggen.
Nadat mam en ik samen weer wat hadden gedronken liep ik naar haar toe.
‘Mam zit op het terras hoor’.
Daarna ging ik precies op het plekje liggen waar mam mij tussen de rijen windschermen nog net kon zien.
Ze zat helemaal alleen op het lege ongezellige terras.
Zus bleef liggen waar ze lag.
Geen enkele aanstalten.
Na een kwartiertje op mijn buik gelegen te hebben ging ik maar weer bij mam zitten.
‘Ik ben toch geen blok aan je been hè kind?’
‘Nooit mam, dat mag je nooit denken hoor’.
Verdorie.

Rem loopt naar de keuken.
‘Jij ook nog een glaasje?’
Hij schenkt al in.
‘Ik weet wel dat het komt door haar herseninfarct maar het is zo verdomd moeilijk’.

Rem begrijpt het.
Heeft het gezien van dichtbij.
De driftbuien.
Haar ogen vol vuur.
Het kinderlijk egoïsme.

Uiteindelijk had ik mijn geduld met haar verloren op het vliegveld, tot groot verdriet van mam.
‘Toe meiden, hou alsjeblieft op’.
Ik heb nu zo’n spijt van mijn uitval.

‘Ik vindt dat je het heel knap gedaan hebt Nar, je hoeft jezelf echt niets te verwijten’.

Natuurlijk waren er ook leuke dingen.
Leuke momenten.
Met mam.
En leuke mensen.
Ik vertel over de Vlaamse schrijver Peter, die ik heel graag beter had leren kennen, de gezellige groep gepensioneerde Engelsen, en over Alan en Claire, de geëmigreerde Schotten waarmee ik de laatste avond zo gezellig mee ben opgetrokken.

Dan kijken we snel nog even de 300 zoveel foto’s.
Er zitten hele mooie foto’s van mam tussen.
De lange rok van Diesel staat haar geweldig.

De vraag die zus me in de auto stelde blijft door mijn hoofd spelen:
‘Wil je mij straks die foto even sturen van die zanger?’

Tja.
Misschien is het zelfs wel maar negen.
En met negen jaar
weet je gewoon niet beter.

Vakantieperikelen

Dinsdag.
De zon schijnt eindelijk vandaag.
Om half acht spring ik mijn bed uit.
Mam en zus staan pas veel later op. Ontbijten doen ze niet beneden.
‘Vinden jullie het erg als ik morgenochtend even naar Torremolinos wandel. Ben ik rond half twaalf weer terug’.
Tja, als ik dan toch alleen ben!
Het was za-lig!
Bij terugkom zijn zus en mam net bij de zwembadbar.
Mam heeft haar eerste sherry-tje.
Ik moet er niet aan denken.
Na de lunch luieren we wat bij het zwembad tot een uur of vier. Daarna gaan we er toch nog even uit.

We besluiten naar het kleine haventje te lopen om daar een kan Sangria soldaat te maken met ons drietjes.
‘Ik wil alleen Sangria als er bubbels in zit’, zegt zus.
Die bij het zwembad vindt ze niet lekker.
Ik wel.
En hij valt nog bij onder het ‘All inclusive’ ook.
Kijk aan!
‘Joh, we kijken wel’.

Met mam aan mijn arm schuifelen we over de boulevard langs de vele koopwaar die op de grond ligt uitgestald.
Op een muurtje maakt een donker moeke met een giga tulband duizend en 1 vlechtjes bij een blond meisje in het haar.
Zus houdt ‘r van.

‘Het is hier wel volgebouwd nu hoor, vroeger keek je vanaf dit punt zo in zee’.
Mam wijst voor de zoveelste keer een terrasje aan waar ze zo gezellig heeft gezeten ‘toen’ met pap.

Gister waren we voor de tweede keer op het terras bij Pedro geweest. Daar hadden ze een paar keer voor langere periode een appartement gehuurd.
Gister waren we er met zus.
‘Zullen we samen een bord Calamares nemen, ik betaal?’ vroeg ik.
Zus heeft het niet zo breed.

Mam hoefde niets.
‘Nee hoor, dan lust ik vanavond bij het eten helemaal niets meer’.
Zus wilde geen half bordje calamares.
Zus wilde garnalen ‘pil pil’.
Liefst helemaal voor zichzelf.
‘Maar daar zitten er maar acht in hoor zus, dat is te weinig om samen te delen.
‘Ik wil garnalen Pil pil’.

‘Ik ga morgen naar het strand’, zegt zus.
Ik denk even na voor ik reageer.
Het strand is niets meer voor mam.
En echt een terrasje waar je met je voetjes in het zand kan zitten is er ook niet echt.
Of je moet het leuk vinden om tegen de achterkanten van windschermen aan te kijken.
‘Zal ik dan morgen bij mam blijven en jij overmorgen zodat ik ook een dagje naar het strand kan?
‘Hoezo? Jij kan morgen toch ook naar het strand?’
‘Ik ga wel gewoon mee hoor Narda, we zien wel’, bemiddeld mam.
Verdorie.

Bij café Metro nemen we plaats op een leeg terras aan een tafeltje in de zon.
De serveerster staat al naast ons.
Ja hoor, ze heeft Sangria.
Nee, niet ‘con gaz’.
Met witte wijn of rode wijn.
‘Met Sampan-je?!’
Dat is zus.
Ja, die heeft ze wel, zie ik.
Met haar nagel tikt de serveerster op de prijs.
Dacht het even niet zus.

‘Ik neem gewoon de witte wijn versie’.
Paniek alom.
‘We zouden toch een kan nemen?’
Arme mam.
‘Zus wil alleen Sangria als er bubbels in zitten, en die hebben ze niet, dus neem ik gewoon lekker een glas’.
Mam is verdrietig.
Zus is boos dat ik geen Sangria met champagne heb besteld.
‘Betaal jij die dan zus?’
Zus staat zo boos op dat de stoel bijna om valt.
‘Ik ga nu naar huis hoor! Ik ga zo weg’.
Woedend kijkt ze me aan.
Ik ben er niet meer gevoelig voor. Haar driftbuien maken steeds minder indruk op me.
‘Nee hè? dat dacht ik al’.

‘Toe zus, ga nou alsjeblieft weer zitten’.
Mam kan er niet tegen.
Maar ik vertik het om mam een fles champagne te laten kopen.
O nee.
En als ik het al niet voor mezelf zou doen, die ik het ook niet voor haar.

Dan lopen we weer langzaam terug richting de zwembadbar.
Zus gaat alvast vooruit.
Ze moet zo nodig.
Mam vindt het wel weer tijd voor een sherry’tje.
De zoveelste alweer vandaag.
Eerder vandaag heeft ze er ongemerkt al een stuk of wat op.
Je merkt niet zo veel aan haar.
Ze blijft altijd een dame.
Zus neemt een portje.
Ik nog een sangria’tje.
Synchroon steken ze er weer een op.
Zus rookt 1 op 3 weet ik inmiddels.
Opeens kan ik er niet meer tegen om toe te moeten kijken hoe ze hun toch al zo kwetsbare gezondheid radicaal om zeep helpen.
Ik zie alleen longkanker, een aneurysma, geen gezelligheid.
‘Ik ga lekker even in bad hoor, hoe laat willen jullie eten?’

Als ik precies om acht uur terug kom hebben ze net weer de glaasjes vol.
De bar zelf is zojuist gesloten.
‘Nog even 1 sigaretje hoor!’

‘Prima, ga ik alvast wel een tafeltje voor ons zoeken mam’.

Gewoon n update waar je weer niet vrolijker van wordt…

Vrijdag
Terwijl ik me bij het wakker worden net bedenk dat ik me vandaag eindelijk iets beter voel komen er drie berichtjes achter elkaar binnen op mijn Messenger. Het eerste bericht is van mijn tante. Slecht nieuws, de uitslag van de punctie van de alvleesklier was niet goed. De eerste nichten hebben al ontdaan gereageerd.
Wat een vreselijk nieuws is dit.
Ze is zo sportief en ziet er altijd zo goed en gezond uit. Afgelopen kerst hing ze nog in de nok van de kerk. ‘Alles is mogelijk, als je maar durft’.
Ik kan niet naar mam om het persoonlijk te vertellen. Rem heeft onze auto mee en de sleutel van de auto van pap.
Zul je net zien.

’s Middags bel ik voor zus naar het AMC. Er is nog niets doorgestuurd door de neuroloog van het UMCG.
Als ik daar geen bel hoor ik dat er voor 12 maart een afspraak van wen half uur gepland staat bij de neurochirurgie van het UMCG.
Wat daar de meerwaarde van is weet niemand mij te vertellen. In zus haar dossier staat duidelijk dat ze in het AMC geholpen wil worden.
De poli assistente zal het de neuroloog per mail vragen. Wordt vervolgd.

Zaterdag
Voor het eerst sinds ruim twee weken drink ik een bakkie bij mam. Samen bekijken we op mijn Iphone de urmen die zus heeft uitgezocht.
‘Wat een saaie’. Mam vind het maar niks. ‘Dan kijken we toch gewoon verder?’
Nadat ik mijn ver over de datum bieb -boeken heb ingeleverd plof ik thuis gezellig naast Kyl op de bank.
Rem is met Steef naar de motorbeurs in Utrecht.

Zondag.
Ik ben vroeg wakker en kan de slaap niet meer vatten. Kan ik net zo goed mijn haar even verven toch?! Terwijl de verf intrekt epileer ik mijn wenkbrauwen gelijk ook maar even. Na mijn bad doet Rem mijn voeten en teennagels.
Met wat nieuwe lippenstift, een flinke veeg rouge en een lekker luchtje lijken mijn dagen als plaatselijk huiswrak nu definitief voorbij.
***ik voel me als nieuw***

Ik bel mam. ‘Zullen we anders straks even naar de begraafplaats?’ Mam ziet er erg tegen op weet ik.
‘Nu schijnt het zonnetje lekker. Lopen we alleen even naar de urnenzuil en dan gaan we weer naar huis’.
Ze zucht. ‘Ja, laten we dat maar doen’.

Maar eerst drinken we gezellig even een bakkie terwijl we weer wat urmen bekijken.
Opeens vinden we de juiste.
‘Dat is em!’
Rem werkt ondertussen de administratie weer bij en haalt de houtblokken uit de haard. ‘Donderdag komt de schoorsteenveger. Ik zal wel zeggen dat hij daarna nooit meer hoeft te komen’.
We kijken elkaar aan. Even.
‘Stoken we al dat hout toch lekker van de zomer op mam, bij ons in de tuin. Lekker roseetjes erbij’.
Zes zakken had met Kyl gehaald voor pap. ‘Ik heb zijn Gammapas nog mam’.
‘Hou maar hoor kind’.

Het is rustig op de begraafplaats. De Urnentuin met de zuil is gelijk links. Er zijn voldoende plekjes.
Ik hoor het mezelf weer zeggen:
‘Lekker op het zuidwesten hè pap?’
‘Ja, en niet te dicht bij de grond’, antwoordde hij.
Het toeval wil dat er zo’n plekje vrij is. Op ooghoogte.
Mam weet het pertinent zeker. Dat is het plekje voor pap.

Maandag.
Na een week of vier ga ik weer eens naar de psycholoog.
Best prettig eigenlijk.
Gewoon even mijn verhaal doen. Ze zegt niet veel maar als ze wat zegt slaat ze vaak de spijker op zijn kop.

Nadat ik de boodschappen voor vier dagen heb gedaan en een broodje naar binnen geb. gepropt ga ik naar het ziekenhuis voor de mammo.
Aansluitend krijg ik een echo.
Weer hoor ik dat ik zoveel cysten en fibroadenomen heb dat daar gewoon niet tegenop te prikken valt. ‘Dan prikken we je helemaal lek’. Is ook zo natuurlijk. Gewoon onbegonnen werk, maar aan de andere kant: er hoeft maar 1 verkeerde tussen te zitten en ik ben de lul. Hij snapt me helemaal. Volgende week maar even bespreken op de mamma poli. Er af laten hakken is ook zo ehh… desastreus. Aan de andere kant?!?!?
Wordt ook vervolgt.

Morgen weer lekker werken.
Zin in. Maar wel ‘veel,’ gelijk drie dagen achter elkaar. Wel pas half tien beginnen. Tot vier.
Als ik nou maar een beetje slaap. Want dat is een drama.
Nu ik eindelijk beter ben slik ik geen paracetamol meer en dus spelen mijn spieren, pezen, botten en gewrichten weer op. Daarbij heb ik ook nog eens last van tintelende voeten en handen.
Ach een mens moet wat te zeuren hebben niewaar?