Niet vanzelf

Hij stond midden in de tuin.
De pot met snoep in zijn handjes geklemd.
‘Je wilde toch eten? Hier heb je je eten’.
Ze had de deur boos achter hem dichtgegooid en was weer naar bed gegaan. ‘Ze was altijd boos’.
Ze: Mijn zus.

Mensen vragen mij weleens waarom ik nog steeds op zoek ben naar verklaringen. Is het de schuldvraag die ik probeer te beantwoorden? Zoek ik een zondebok misschien? Een afrekening? Kan ik het niet beter gewoon laten rusten?

Ik wil proberen uit te leggen waarom het juist erg belangrijk is er juist over na te denken en erover te schrijven. We moeten er lering uit trekken en ervoor zorgen dat de kinderen van onze kinderen wel een beschermde en veilige jeugd zullen krijgen.

De eerste alinea hierboven. Herkent u mijn zus hierin?
Ik ook niet. Maar zij wàs het wel die dit deed.

Kunt u zich het verhaal misschien nog herinneren toen ik in het huis van mijn zus kwam na haar eerste infarct?  Bij deze. In de weken daarna werd pas goed duidelijk ook door gesprekjes met Neef wat er zich allemaal had afgespeeld. ‘Daar deed ze dan wit poeder op’.
Kunt u zich voorstellen hoe ik mezelf voor mijn kop kan slaan dat ik dit niet heb gezien?
Dat ik niet in heb gegrepen?
Dat niemand in heeft gegrepen.

We willen het vaak niet zien.
‘Mijn zus / broer/ buurman/ oom /etc. zou zoiets nooit doen’.
Het gebeurd helaas wél mensen.

‘Dat dat bij jullie thuis gebeurde, dat had ik nooit verwacht’. Al een paar keer heb ik dat de afgelopen maanden gehoord. Net zoals ik niet verwachtte dat mijn zus en M2 cocaïne zouden gebruiken terwijl Neef in zijn bedje lag. Net zomin als ik verwachtte briefjes te vinden voor een achtjarige neef met de taakjes die hij allemaal moest doen voor hij naar school ging: ‘kachel aan, kopje thee zetten voor mama, katten eten geven, broodje maken voor jezelf’.

Mijn neef is zijn hele leven al boos. Boos en verongelijkt. Op geen een foto staat hij lachend. Hij gelooft niet dat het geluk ook hem goedgezind zal zijn.  Hij verwacht overal adders onder het gras. Honden. Hoge hekken. Achterdocht. De wereld is slecht. En iedereen is tegen hem.
En neem het hem eens kwalijk.

Begrip voor het verleden kan ons het heden beter leren begrijpen en aanvaarden. Ik begrijp zijn boosheid en zijn wantrouwen zo goed. Wij, de grote mensen om hem heen hebben zo ontzettend gefaald.

Ik hoop dat mijn neef ooit zijn moeder zal kunnen begrijpen en haar daardoor zal kunnen vergeven. Ik voel me aan mijn zus verplicht hem ook het lieve aardige en meegaande meisje te leren kennen dat zij ooit ook was, ook al heeft hij daar nu nog misschien geen oren naar.
Ooit zal hij misschien zelf kinderen krijgen. Wat zal dat los gaan maken?

Verder gaan de dingen inderdaad gewoon hoe ze gaan. Er ging misschien een hele hoop mis bij ons thuis, maar het houden van, dat was er zeker wel. En mooie herinneringen, die zijn er zeker ook.
En die koester ik.
Diep in mijn hart.

 

Advertenties

Alles is maar tijdelijk

Zondag
Terwijl ik wankelend en kotsmisselijk bij het aanrecht nog maar eens twee paracetamol probeer weg te werken besef ik dat dit zo’n fragment van mijn leven is waaraan ik later nog eens terug denken. Tijdelijk, alles is tijdelijk. Ook dit gaat weer voorbij. Over een week, een maand, misschien langer, maar ooit, op een dag zal alles gewoon weer beter gaan. Ooit zal het niet meer zijn dan een nare herinnering uit het verleden.
Tot die tijd doen we het er mee en maken we er het beste van.
We: mijn evenbeeld die me vanuit de scheerspiegel van Zus op de vensterbank in de keuken streng aankijkt en ik.
Doorslikken nu!

R is weer terug naar vriendin 2 nadat hij hier zijn wasje heeft gedraaid, wat boodschappen voor me heeft gehaald, crackertjes voor me heeft gesmeerd en wat sinaasappeltjes heeft uitgeperst.
Vriendin 2 huurt een woning en krijgt daarvoor subsidie.
‘Dat zou jij misschien ook zo kunnen doen Nar, ze verdient net zoveel als jij’.
Ik sta maar acht jaar ingeschreven, meer dan een flat in de meest deprimerende wijken van de Zaanstreek zal dat mij niet gaan opleveren, als ik al ‘mazzel’ heb.
Niets zo irritant als dit soort goedbedoelde tips en adviezen.
Waarom zou ik zo stom zijn om in een deprimerende sociale huurwoning te gaan wonen als ik mijn geld kan investeren in een appartement?

Zaterdag kwam W hier even op ziekenbezoek met een fruitmand. Ik zou willen dat ik verliefd op m was of zou kunnen worden, maar liefde laat zich niet dwingen helaas, en ik ga niet voor minder dan het echte gevoel. Hij verdient ook beter dan dat.

Ach, de liefde, de liefde.
Zijn we niet allemaal op zoek naar die ene, die speciale? Willen we niet allemaal bijzonder zijn, de enige zijn voor die ander?
Is het niet gewoon dat we via de ander ons spiegelbeeld willen zien, maar dan 100 x mooier dan de naakte werkelijkheid? Gaat het om aandacht? Bevestiging? Aanraking? Het niet alleen willen zijn? Ik vraag me af waarom ik zoek, en wat ik eigenlijk hoop te vinden.
Misschien moet ik mezelf niet vragen ‘Wat zoek ik?’, maar: ‘(Waarvoor) vlucht ik?’

Maandag
Om vier uur word ik kotsmisselijk wakker. Het bonkt bij mijn slapen en voorhoofd. Mijn ogen doen pijn als ik ze ook maar iets beweeg. Ik sta te kokhalzen voor de spiegel als ik wederom twee paracetamol probeer door te slikken. Er verschijnen zwarte stippen voor mijn ogen. Ik moet niet flauw gaan vallen nu. Hier. In mijn eentje. Net op tijd laat ik me op mijn bed vallen waar in het pikdonker de dilemma’s van onze scheiding me weer bij de strot grijpen. Ik voel me eenzamer als nooit tevoren en besluit dat ik me vandaag van mezelf zo mag voelen: bang, ziek, ellendig, afzichtelijk, waardeloos en eenzaam.

Het is maar tijdelijk. Een moment. Een fragment waarvan ik me ooit vaag zal herinneren hoe rottig ik het had. Een moment zoals ik er al zovelen heb gehad.
Een moment dat dus ook weer voorbij zal gaan, heus wel, echt waar:
Morgen, ja morgen is er weer een nieuwe dag🏝🚣🏼‍♀️

 

 

 

 

 

 

 

 

Griep

Vier jaar geleden had ik ook al zwaar de griep te pakken tijdens de OS, en nu dus weer, hoe krijg ik het zo getimed. Ze zullen wel denken op het werk. (Nee hoor, ze zijn heel lief).
Vorige keer was ik er drie weken mee onder de pannen, deze keer hoop ik er toch wel iets sneller mee klaar te zijn. Vooralsnog klapper ik ‘s nachts zowat uit mijn velletje, dus voorlopig ben ik nog even zoet denk ik. Voel me zonder R en Kyl nu wel een beetje sneu. Krijg niet veel door mijn keel, dat scheelt dan alweer. Ik word slapend rijk;) Maar als ik iets nodig heb kan ik Karin bellen hoor, dus geen zorgen.

En verder krijg ik heel veel gezellige en lieve appjes van W, iemand die ik zondag middag heb ontmoet en met wie het heel erg goed klikt. Hij is ook geboren en getogen Zaankanter. Het is best bizar dat wij elkaar niet kenden terwijl we wel vaak op dezelfde plekken en feestjes geweest zijn en gezamenlijke kennissen hebben. Ook bizar hoeveel namen en data er bij ons beiden terugkomen. De verjaardagen van zijn ouders zijn de sterfdagen van de mijne. En zo zijn er nog heel veel toevalligheden.
We zitten ook een beetje in dezelfde situatie thuis, dus begrip is er wederzijds ook. Genoeg gespreksstof.
Maar goed, rustig aan, voorlopig kunnen we ook niet anders natuurlijk met die griep. (Maar hij lijkt wel erg leuk)

Ja, en verder is de afleiding van het schaatsen natuurlijk erg fijn. Tussendoor af en toe even een tukje. Kussentje en dekbedje op de bank. Alleen de bediening da’s wel een dingetje:(

Fijn weekend!

De date

Ze zag de zandkleurige broek al van verre aan komen lopen op het stationsplein. Ze week haar blik geen moment af van zijn tred.
Te gehaast. Te onzeker.
Hij zwaaide voorzichtig. Even overwoog ze zich om te draaien. Weg te lopen. Terug naar huis, naar haar katten, naar haar bank. En haar dekentje. Ze zwaaide lafjes terug.

Ze voelde zijn hand ongemakkelijk op haar rug terwijl ze samen de trap bij Loetje afliepen.
‘Best eng hé?’
‘Ja best’, antwoordde ze terwijl ze zich voornam gewoon het beste van de avond te maken.
Hij versnelde zijn pas om de deur voor haar te openen. Ze had er bijna een huppeltje in herkend.

Het was druk bij Loetje. De serveerster wees hun een plek in het achterste gedeelte. Behoedzaam manoeuvreerde ze zich door de twintig cm ruimte tussen twee kleine tafeltjes en nam plaats op de bank. Hij hing zijn jas over de leuning van zijn stoel en nam plaats tegenover haar. Ze keek naar zijn lippen.
Zijn mond. Zijn aardige ogen.
Er gebeurde niets vanbinnen.
-Maar het had toch gekund?-

Ze dacht terug aan die andere ogen. Aan bruine ogen. Aan ‘enge’ ogen die haar al op de eerste date hadden weten te ontmaskeren. Ogen die haar hadden laten vertellen, laten lachen en laten blozen. Ogen die de weg naar haar buik hadden weten te vinden.
Die haar bloed harder hadden laten stromen, warm, rood en nat.

Samen proostten ze.
‘Op een gezellige avond’.
Dat zou toch wel lukken?
Het chatten was de afgelopen dagen immers best gezellig geweest. Hij had haar aandacht in ieder geval vast weten vast te houden. Raakvlakken genoeg.
Ze hadden het bijna overal over kunnen hebben samen. Het had soms bijna geleken alsof ze weer met hem had zitten appen. Op de humor na dan.
Wat had ze nou verwacht?

Ze bestelden saté en biefstuk.
En vooruit, ook nog maar een wijntje en een pilsje. Ze voelde zich schuldig, in een verkeerde act op een verkeerde plaats. Wat had haar bezield? Gelukkig had ze al op voorhand gezegd dat hij hooguit zou mogen rekenen op een kus op zijn wang. Hij was gelukkig degene geweest die had aangedrongen op ‘een hapje’.

Ze luisterde en luisterde. Hij was een verteller. Een verteller zoals zovelen, die slechts luisterde om daarvandaan het gesprek gewoon weer over te kunnen nemen. Er volgden geen vragen die het gesprek tot een verdere verdieping hadden kunnen leiden.
Ze voelde zich opeens eenzaam tussen al die mensen.
Eenzaam en alleen op haar eigen mooie eilandje.

‘Wil je nog sla?’
‘Nog wijn?’
‘’Water?’
Ze wilde eigenlijk wel naar huis.
Nee, niet nodig. Hij zou betalen.
‘Neem in ieder geval deze twintig’.
Ze stond erop.

‘Ik moet hier bij spoor 7 omhoog’.
Ze hield stil op enige afstand.
Gelukkig hadden ze ook vooraf afgesproken er nog een nachtje over te slapen voor ze zouden beslissen er wel dan niet een vervolg aan te geven.
Het was zo spannend geweest toen met hem. Die eerste kus. Hoe erg had ze er toen wel niet naar verlangd om zijn lippen te voelen?
Dichtbij. Warm. Zacht. Zeker. Een beetje dwingend. Een kus met een belofte voor meer.
Voor binnenkort veel meer.

‘Dag hoor. Heel erg bedankt’.
Snel gaf ze hem een kus op zijn wang, draaide zich weg van hem en stapte op de roltrap.

Ze voelde hoe hij haar bleef nastaren terwijl ze het decor verliet:
Eenzamer dan ooit tevoren.

 

 

 

 

De ontmoeting met M1

Ik denk dat ik een heel eind op weg ben om te begrijpen wat er is gebeurd. Waardoor de dingen in het leven van Zus gegaan zijn zoals ze gegaan zijn.

Fenna was een heel mooi en lief meisje. De lieveling van de meesters en juffen. Ze was een erg behulpzaam en zeer verantwoordelijk meisje met veel fantasie en een fantastisch gevoel voor humor. Vaak liepen de tranen over haar wangen van het lachten.
Ze kon prachtig tekenen en was gek op paarden.

In haar pubertijd werkte ze bij C&A. Ze deed heus ook wel eens dingen die ze niet mocht maar dat was incidenteel. Op haar zeventiende leerde ze M1 kennen.
In die periode lag ik continue overhoop met mijn vader. Mijn moeder was in die periode zeer labiel en dronk teveel. Zus was ‘s avonds vaak de praatpaal van mijn moeder die vaak bij haar klaagde over mijn vader en mij.
Ik zat zo vaak als ik kon boven. Alleen als M1 er was vond ik het wel gezellig, want dan was er geen ruzie. Naast de ruzies kon het ook best gezellig zijn bij ons. In een dagboek van vroeger staat: ‘Het lijkt wel alsof ik twee paar ouders heb’.

Zus en M1 verloofden zich. Erg ouderwets vond ik dat. Ze spaarden boerenbont en servies van Christal ‘d Arques of zo. En handdoeken van Seahorse. Erg burgerlijk. Zus was inmiddels ook de steun en toeverlaat van de dierenarts. Ze werkte daar 42 uur per week. Toen de man kanker kreeg en na een paar jaar overleed was ze daar erg verdrietig om. De dierenartsen en assistenten in de Zaanstreek gingen een verenigingsverband aan. Fenna kon niet meer zo aarden. Werd naar haar gevoel te klein gehouden. Bij dr. Krijger mocht ze veel meer handelingen zelf verrichten. Ook met de meeste assistenten klikte het niet zo.

Ze raakte geïnteresseerd in handlijnkunde en daarvandaan in astrologie. Ze besloot een driejarige deeltijd opleiding te volgen om astroloog te worden. 1 klassikaal onderdeel was regressie therapie.

M1 vertelde mij gisteren daar meer over. Omdat het Fenna niet lukte om terug te gaan naar haar verleden kreeg ze sessies bij die man thuis. Hij woonde op een woonboot vlak bij CS.

Fenna was een onzeker meisje dat tot die tijd voor iedereen klaar stond. De stabiele factor. De waarheid was dat ze zichzelf volledig kwijt was geraakt. Ze wist niet wat ze zelf wilde. Deze brieven komen uit die periode. Ik schreef er al eerder over.

Natuurkijk was het erg goed dat ze besloot zichzelf te leren kennen. Ze had alleen de verkeerde afslag genomen, in plaats van gesprekken met een psycholoog liep ze regelrecht in de val van charlatans.

De verontrustende verhalen over vermeend misbruik in het verleden had M1 nooit uit haar mond gehoord tijdens hun lange relatie. Even voor de duidelijkheid: dit betreft geen familie en zéker mijn vader niet!! Die zou zoiets Nooit en Te Nimmer doen! Fenna was bovendien gek op onze vader. Pas jaren later heeft ze er wel eens iets over gezegd tegen M1. En dus ook tegen M2 en mij, maar ik wist niet goed wat ik met het verhaal aan moest, weet ook niet wie het betrof. Wel dat ze heel erg jong was. Twee of zo. Ik vond het maar een onwaarschijnlijk verhaal. Ineens kwam ze daarmee op de proppen. Ik had er verder nooit meer zo aan gedacht. Er was vaag iets van blijven hangen. Ook
M1 en M2 waren er niet veel verder op door gegaan. Maar toen ik dat verontrustende manuscript van M2 las moest ik er direct aan denken. Ik besloot dat ik het hem gewoon moest vragen.
‘Heeft ze het wel eens over misbruik gehad?’ vroeg ik hem dus. ‘Ja’.

Stel dat M1 of ik dat nu al voor die regressie therapie hadden geweten dan hadden we daar veel meer waarde aan gehecht. Op tweejarige leeftijd sla je nog geen herinneringen op. Die regressie therapie heeft een cruciale rol gespeeld in het verdere verloop van haar leven. Ze heeft zo’n lieve zachte uitstraling in haar ogen op de foto’s vroeger. Zo’n totaal andere blik.
‘Ik vond haar gezicht hard, de laatste keer dat ik haar zag’, zei M1. Het was goed en fijn om hem te zien en te spreken, maar het deed me ook veel verdriet omdat hij er zo slecht uit zag en schijnbaar zo slecht voor zichzelf zorgt.
‘Wat is er met ons gebeurd? Had jij dit kunnen bedenken?’ vroeg ik zacht, terwijl we bij Loetje achter het glas in het zonnetje zaten met een kop koffie.

We hebben vijf uur lang gesproken en gezwegen.
Over de railing geleund.
Wat gelopen.
Muntthee gedronken.
Snert gegeten.
Maar ook gelachen.
Toen ik M1 vertelde over dat mijn ouders toen die vakantie naar Frankrijk hadden betaald vertelde hij dat hij haar toen ook 200 gulden had ‘geleend’ omdat ze ‘helemaal niets had’.
‘Ze was zó uitgenast soms’.
Ze waren toen al een paar jaar uit elkaar, M1 ging toen al met Monique, inmiddels zijn ex.

Ja, het was heel goed hem weer te zien. Het voelde vertrouwd. Het was fijn ook de mooie herinneringen te delen. Hij was nog niet vergeten dat ik gewoon altijd won met Risken;-)

Weer een stukje dichterbij.
Uiteindelijk doe ik het toch voor Neef. Ooit zal hij er meer over willen weten. Zijn moeder willen leren kennen. Ik hoop dat ik daarbij op deze manier kan helpen, of misschien moet ik zeggen: ik hoop dat ik háár daarbij een beetje heb mogen helpen.

Fijne zondag.