In een vingerknip

Gisteravond was ik op het ‘samen 100 feestje’ van R. en P. En mensen, wat was dat leuk en gezellig.

R. was het eerste vriendje waarmee ik de liefde ontdekte. Mijn liefde voor hem begon op de vijftiende verjaardag van mijn (nog steeds;-) vriendin Sandra. 22 februari was het, een gewone doordeweekse koude dag. We zaten met een mannetje/vrouwtje of tien, twaalf op San haar kamer. Arend was er, Martin natuurlijk, Pascalle, Ilse…
Sandra woonde in een herenhuis langs de Zaan, en alles was daar mooi en groot, wit en hoog: de hal, de woonkamer, nou ja alles, zo ook haar zolderkamer. Het was 1983, zeg maar de periode dat ieder zichzelf respecterend meisje haar slaapkamer kobaltblauw dan wel suikerspin-rose schilderde en op een zelfgeschilderde fietst met witte stippen rond reed.
San had een grote blauw met witte kamer. Er paste met gemak een bed een slaapbank, een wit tafeltje, een grote tv en een stoel in, en nog kon je er met z’n tienen op de blauwe vloerbedekking dansen mocht het nodig zijn. In de hoek bij het raampje waardoor ik zo graag over de Zaan uitkeek stond een grote stereotoren. Het uitzicht  

Ik sliep heel vaak bij Sandra, was er kind aan huis. Thuis was de sfeer in die tijd gewoon heel naar tussen mij en mijn ouders. Sandra haar ouders waren heel erg lief en zeer sociaal. Ik voelde mij daar altijd heel welkom en veilig, dus het was vrij logisch dat ik daar vaak was.

Terwijl we die avond rookten, en bessen-up / bier uit flesjes dronken luisterden we naar UB40 en maakten we de eerste vage plannen om in de zomervakantie op Texel te gaan kamperen.
Het was pas later op die avond dat ik voor het eerst een serieus gesprek had met R. Ik was die zondag ervoor weggelopen van huis en hij had mij zien lopen op het fietspad naast de provinciale weg toen ik alweer op de terugweg was naar huis.

‘Wat deed je daar nou?’

Op 11 maart kregen we verkering. Smoorverliefd was ik, maar tegelijkertijd ontzettend onzeker over mijn uiterlijk wat ik zeer goed wist te verbloemen achter mijn stoerdoenerij. Maar R. wist dat wel. ‘Wacht maar’, zei hij op een middag toen we samen in zijn grenen bed een van zijn gedraaide bloemenbossen (shag) rookten. We hadden twee tussenuurtjes  of zo, en zijn ouders waren aan het werk. Radio Decibel stond aan. Ik keek naar de grote AZ vlag die hij met punaises op de met grenen schrootjes had gehangen.
‘Wacht nou maar, als jij later veertig bent heb jij nog steeds een mooi figuur’.
Ik kon het me onmogelijk voorstellen. ‘Wij, veertig! Zie je het voor je?’ Het leek  me oneindig ver weg.

Negen maanden en elf dagen duurde onze verkering, en zo verdrietig om die eerste verbroken grote liefde van toen ben ik daarna nooit meer geweest.
Het stomme was nog dat ik het zelf steeds uit maakte, puur uit onzekerheid weet ik nu, maar op gegeven moment was hij dat zat en bleef het dus uit.
Ja -Robert Long zong het destijds al- kalverliefde was het wel…

Achteraf bezien is het natuurlijk een prachtige tijd om op terug te kijken, en om herinneringen aan op te halen. Misschien moet ik er wat vaker over bloggen. Gister zei iemand me ook al dat hij mijn verhaaltjes over vroeger zo leuk vond om te lezen. Ach het deed me allemaal zo goed gister. Gewoon alleen al om even die vertrouwde gezichten weer te zien. Zelfs Arend was ervoor uit Spanje gekomen.  ‘Mensen van vroeger’. Mensen waar ik mee heb gevoetbald heb, en gekeet, gespijbeld, gezoend, gezopen, gepuberd, gedanst. Gewoon, mensen waar ik herinneringen mee deel aan vroeger. Mee kàn delen.
En niet dat ik daar dan steeds die behoefte aan heb hoor, maar gewoon…nou ja u begrijpt het vast wel.

Die gevoelens voor R. zijn natuurlijk inmiddels al lang verdwenen, ook al zal het ‘geven om’ wel altijd blijven bestaan. Het deed me zo goed toen hij op de condoleance ineens voor me stond. R. is inmiddels alweer heel lang gelukkig getrouwd met (mijn oude Start to Run maatje) M. en samen hebben ze twee leuke zoons die alweer ouder zijn dan wij destijds.
Bijna al onze kinderen zijn alweer ouder dan wij destijds.
Nu ik er zo over nadenk: allemaal.
-en in een vingerknipje gebeurd-

Ik ben heel erg blij en dankbaar dat Kyl ook zo’n fijne grote vriendenkring heeft.
Vanavond, nadat wij met ons drietjes wat hebben gegeten bij Atlantic schuiven er een stuk of tien vrienden van hem aan om nog even samen met hem en ons te proosten op een super mooie tijd in Australië. Kyl weet van niets, dus mondje dicht hè mensen, ssssst!

Gaaf toch!