Bakkum

Voor de eerste keer dit jaar was ik vandaag op strand.
Ik bedoel ècht op strand, compleet met bedje, badlaken en koeltas.
De eerste keer, en waarschijnlijk ook de laatste.
In Nederland dan, en van dit jaar.

Voor de gelegenheid had ik voor vertrek besloten een blad te kopen. Ik moest toch al naar de AH voor een koffiebroodje een flesje ice café leche en de pinautomaat.

Maar goed, om half elf lag ik er dus.
Gepikt en gesteven.
Op mijn bedje.
In mijn bling/bling bikini.
Met mijn koffiebroodje en café leche, te lezen in de nieuwe Elle over de nieuwe tassentrends, en geluk.
-Het meest teleurstellende was misschien nog de retoriek van dat al.

Het strand vulde zich langzaam maar zeker met dertigers.
Een enkele veertiger, twintiger en zestiger daargelaten.
De kinderen waren vandaag zwaar in de minderheid.
Ik besloot dat het zonnetje mijn lijf niet zou verbranden vandaag.

Ik keek naar de zee.
En zag ons daar met zwembandjes in de golven.
‘Tot je middel en niet verder!’
Twee zusjes bouwden een druipsteengrot zoals wij ooit lang geleden deden.
Hoe onwetend waren zij.

Ik dacht aan pap, aan mam, aan mijn zus die voor eeuwig verderop in de duinen lagen.
Aan mijn tante in de branding.
Mijn neef.

Het toilet was een goed excuus om naar het terras te gaan.

Jongetjes van vier jaar oud speelden er samen bij het houten huisje.
‘En? Vinden jullie het leuk op de camping jongens?’
Bakkumgasten.

Hoe lang geleden was het dat ik daar in mijn tentje stond met Kyl? Net vier was hij. Charly en Wolkje, onze parkieten sliepen ’s nachts naast ons in de tent.
Het was de zomer van 2001.
Een paar dagen was het slechts mooi weer geweest.
Dagen waarop ik met hem urenlang in de speeltuin zat, of naar het strand om schelpjes te zoeken en garnalen te vangen.
De avonden waren lang, koud en eenzaam geweest.

Op een dag vonden Kyl en ik een krab. Hij was dood.
‘Net als ouwe oma?’
Het was rustig op het strand die keer. Tegen etenstijd. Het waaide, maar tegen de duinen was het nog net te doen geweest. We deelden een patatje mayo.
‘Waar gaan dode mensen dan heen?’
Naar het crematorium of de begraafplaats dacht ik, maar ik antwoordde: ‘Naar de hemel Kyl’.

Sas en Roby waren de volgende dag gekomen met hun tentje.
We hadden ge-bbqed en de droge bosgrond was in brand gevlogen. Ik was de tent ingestormd en had het vuur snel afgedekt met de wollen deken van pap.

De dagen erna was het weer bar en boos geweest. Op een nacht had ik zelfs een geul om onze tent moeten graven omdat de regen de tent in liep.
Die nacht was ik eenzamer geweest dan ooit.

Mijn mobiel ging over.
Het was mijn kind.
Nègentien.

Waar zijn de jaren dan gebleven?

Advertenties

20 gedachtes over “Bakkum

  1. Wij realiseren het ons nu maar al te goed, sinds ons kleine meisje zelf mama geworden is… We hadden dat nooit verwacht en hebben mss niet tenvolle genoten van al die mooie momenten toen ze klein waren wegens te druk… Melancholie?
    En respect voor de manier waarop je dit prachtig geschreven hebt! 😉

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s