Roeien zonder jou

Gister tapas gegeten op het terras bij de Krokodil ter ere van Rems verjaardag. Was gezellig, maar we vonden het eten een beetje tegen vallen deze keer.

Vanmorgen heb ik de helpdesk van de thuisstudie maar weer gebeld. Gisterenmiddag had ik eindelijk de inlogcodes mogen ontvangen, maar inloggen ging niet. Nu wil ik natuurlijk niet direct heel hard van stapel lopen, ik ben immers niet voor niets heel langzaam aan het reintegreren, maar ik begin nu wel wat nieuwsgierig te worden. Ergens deze week wordt ik teruggebeld of gemaild.
-Begrijp nu waarom je er zes jaar over mag doen-.

Kyl is weer lekker met de auto naar het strand. Heerlijk toch voor hem. Sinds een twee weken werkt hij minder vaak  in het hotel. 
De chefkok was ontslagen, contracten van goede collega’s werden niet verlengd,   de menukaart drastisch beperkt, kortom: het is niet meer de meest inspirerende omgeving om te werken. 

De ‘oude’ chefkok met wie hij het heel goed kon vinden heeft hem gevraagd of hij hem vrijdag wil helpen in de catering. Een Bbq in Vinkenveen of zo.
Af en toe werkt hij ook nog wel in het restaurant in Beverwijk.
En zijn school is natuurlijk weer begonnen natuurlijk, in december hoopt hij zijn diploma te halen. 
Maar goed, nu is meneer dus lekker met een vriend en twee meiden naar het strand.

Ik moet nog wel wennen aan onze nieuwe auto hoor. Al die verschillende piepjes. Snap er niets van. En dan heeft Rem ook nog de stemmen van de Dik voor Mekaar show op de Tom Tom gezet. Hoor je ineens Harry Nak: ‘Moeten we niet tanken?’

Vorige week had ik al een stomme actie doordat ik mijn sleutels in mijn tas in de kofferbak had laten liggen. Ik stond in de parkeergarage van de Deka. Om dat hele lange verhaal kort samen te vatten:
Uiteindelijk moest ik tussen de stoelen door klimmen naar de achterbank en daar ondergetekende strakgespannen hoedenplank mijn tas zien te vissen. Pfff…ik schaamde me dood.

Vandaag snapte ik bij het uitstappen en weglopen maar niet waarom er nou weer waarom alles bleef piepen. Bloednerveus word je ervan!
Bleek dat ik de motor niet had uitgezet. Dat moet met een knop. Mijn sleutels kan ik gewoon in mijn tas laten. Als ik wegloop gaat de auto dan vanzelf op slot.
Als je tas tenminste niet in de kofferbak ligt..

Vandaag alweer een jaar gewoon aan het door roeien zonder mijn lieve mam.
Ik vind dit zo’n mooie foto van haar. In het Guisveld genomen door mijn vader. Het jaar weet ik helaas niet. Ik denk 1980- 1985 of zo.

Advertenties

‘Voor wie ik lief heb’

Ik heb definitief besloten dat ik een echt boek ga maken.
Een écht boek.
Met een kaft.
Een boek dat je kunt sluiten.
Weggooien.
Tegen je hart kan drukken.
Aan kunt ruiken en voelen.
Dichtklappen.
Opbergen.
Een boek!

En dat word natuurlijk nog best een gedoe. Maar volgens het www moet het allemaal wel te doen zijn.

Dus ik ben een beetje op onderzoek gegaan en heb een werkplan gemaakt.

Allereerst ga ik al mijn blogs die ik voor het boek wil gebruiken kopiëren naar mijn Scrivener App en stuk voor stuk weer herschrijven. daar ben ik nog wel even mee zoet, ik doe er twee per dag .

Als ik dat zo goed mogelijk heb gedaan stuur ik het -met synopsis en dergelijke- op om het te laten corrigeren en redigeren.
Bij ‘Schrijven online’ kun je hiervoor onder andere terecht, maar tips zijn van harte welkom.

Pas daarna wil ik het gaan uitgeven in eigen beheer. Ik denk bij Brave New Books.
Wordt wel een duur grapje al met al, maar dat moet dan maar.

Ik maak me geen illusies maar mocht ik er ooit wel iets aan gaan verdienen dan zal de helft hiervan naar Neef gaan.

Wie weet zal zijn verleden dan ooit nog iets bij kunnen dragen aan een mooiere toekomst voor hem.

Het gaat een boek worden -voor Neef- over de periode 2013-2017 met tussendoor mijn herinneringen aan onze jeugd, zodat deze niet verloren hoeven te gaan als ik ooit dood neer val.

De titel weet ik denk ik ook al.
‘Voor wie ik lief heb’, een regel uit het bekende gedicht van Neeltje Maria Min.(Zie onder) 

De kaft zal uiteraard van Zus haar hand komen, precies zoals we dat vroeger al eens hadden besproken.

De reden waarom ik dit blog schrijf is ook omdat ik hoop dat jullie nog tips voor me hebben waar ik nog helemaal niet aan heb gedacht. Dus schroom niet hoor!

mijn moeder is mijn naam vergeten,

mijn kind weet nog niet hoe ik heet.

hoe moet ik mij geborgen weten?

noem mij, bevestig mijn bestaan,

laat mijn naam zijn als een keten.

noem mij, noem mij, spreek mij aan,

o, noem mij bij mijn diepste naam.

voor wie ik liefheb, wil ik heten.

Neeltje Maria Min

Vijftig jaar in vogelvlucht, happy B-day Rem❤️

Mijn Rem is jarig.
Vandaag is hij vijftig geworden.
Mijn vader had vandaag ook jarig geweest. Ik weet nog goed toen hij vijftig werd. Zie hem nog zo zitten in zijn tuinstoel in het hoekje terwijl hij ons cadeautje uitpakte. We hadden een verrekijker gekocht.

En je hoeft maar even met je ogen te knipperen of je eigen man wordt vijftig. Rem heeft nooit de mazzel gehad dat zijn eigen vader vijftig werd, zijn vader overleed toen hij negen was. -Kanker ja.-

Zoiets vormt een kind voor de rest van zijn of haar leven.
‘Kom eens….’ had zijn vader eens gezegd toen het bed inmiddels al beneden in de huiskamer stond. ‘Ik weet dat je mijn zoon bent, maar ik weet niet meer hoe je heet’.

Rem genoot in zijn pubertijd veel vrijheid. Lies, zijn moeder vond een baan en werkte vaak. Af en toe dus koken en boodschappen doen was voor hem heel normaal. Toen Lies een paar jaar later verkering kreeg met (mijn schone stiefvader) Geert, was Lies vaak in Frankrijk waar Geert destijds woonde.
Rems oudste zus studeerde al, en zijn vier jaar oudere zus die toen een jaar of achttien was lette een beetje op hem. Zij had toen net verkering met R.
mijn schoonbroer.

Rem groeide op in een volksbuurt onder de rook van Amsterdam. Soms mocht hij mee met zijn buurman op de vrachtwagen, iets wat hij geweldig vond. Hij was graag met zijn handen bezig, sleutelde graag aan zijn brommer en dat soort dingen. Hij kon best goed leren maar wilde gewoon het liefst naar de LTS.
De meeste dingen vogelde hij zelf wel uit, en als hij iets niet wist schroomde hij niet om op iemand af te stappen die het hem even uit kon leggen, zijn mondje had hij altijd wel klaar.

Dat was waarschijnlijk ook de reden dat hij op zijn vijftiende al achter de tap stond in het buurthuis. Je moest zestien zijn om er binnen te komen, maar Rem verzorgde er bijvoorbeeld de filmavonden en rolde er joints voor anderen. Zelf begon hij daar niet aan, hij zag wat het deed.

Hij kreeg al op jonge leeftijd verkering met C. met wie hij in totaal zestien jaar is geweest.
Op zijn zeventiende kocht hij de auto van de buurman. Zijn moeder kon er dan mooi intussen in rijden terwijl hij nog aan het lessen was. Ook tikte hij een zeilbootje met kajuit op de kop. Die heeft hij zelf met C. in twee dagen tijd naar de jachthaven vlak bij zijn huis gevaren. Na de LTS deed Rem een opleiding voor botenbouwer.

Op vrij jonge leeftijd nog kochten Rem en C. een huisje aan het water. Nadat hij zelf de benedenverdieping had gerenoveerd plaatste Rem een dakkapel boven over de hele breedte van het huis. Na een paar jaar verkochten ze dit huis met zoveel winst dat ze er een casco penthouse voor konden kopen aan de Zaan. Inmiddels had hij zijn hart gevolgd en was, nadat hij eerst nog een paar jaar Planner buitenland was geweest, vrachtwagenchauffeur geworden. Al zijn buren vonden het maar niets dat een eenvoudige vrachtwagenchauffeur in een van de twee mooiste woningen van het gebouw woonde. Zijn vrachtwagen parkeerde hij gewoon beneden.
Toen de relatie tussen Rem en C
stuk liep verkochten ze het met 100% winst.

Tja, en nu zijn wij ook alweer ruim vijfien jaar samen, in voor- maar ook in tegenspoed. Ik hoef hier niet meer uit te leggen denk ik, wat hij voor mij betekent, naast mijn liefste is hij mijn allerbeste vriend. 

 Nee, kinderen heeft Rem nooit gewild, ook niet van een ander, maar soms wordt je zo verliefd en gaan de dingen gewoon zoals ze gaan. Hij is een geweldige vader voor Kyl. -Oké, iets te lang van stof soms-

Ach, we weten bijna niet beter meer hier.

Vandaag is hij dan vijftig geworden, mijn mooie lieve man.
Daarom wilde ik hem hier vandaag even in het zonnetje zetten,
mijn allertrouwste Lurker;-)

❤️u!

Mooier kan ik het zelf niet verwoorden…

Moet je hard zijn om te overleven?
Tot de tanden toe
bewapend voor je eigen veiligheid.
Moet je sluw zijn om te overleven?
Voor als het zover is, op het ergste voorbereid.
Niemand meer vertrouwen
Altijd afstand houen
En overal op je hoede
Met dat ernstige vermoeden
Dat iedere belofte wordt gebroken met de tijd

Moet je hard zijn om te overleven?
Knokken voor jezelf en alleen voor jouw belang
Zorgen dat je je nooit bloot zal geven
Je lach onder controle je huilen in bedwang
Naar voren ellebogen
Kleppen voor je ogen
Nergens zwakke plekken
Honden, hoge hekken
En geloof en hoop en liefde achter het behang

We weten dat het allemaal kan kantelen
Naar die blijde boodschap van vrede en veiligheid
Naar het wonder van ontwapenen en ontmantelen
In die betere wereld van ‘eenmaal komt de tijd’
Dat de liefde het zal winnen
Als we morgen maar beginnen
En dat wij op vertrouwen
Ook een toekomst kunnen bouwen
We weten het nog wel, maar het geloof dat zijn we kwijt

Want je moet hard zijn om te overleven
Onverschillig voor de wanhoop, onkwetsbaar voor verdriet
Met geen ander doel om naar te streven
Dan ieder voor zichzelf, verschanst op zijn gebied
Met niemand iets te maken
Koel berekenend schaken
Op kansen blijven loeren
Om de anderen te vloeren
Ja, dan zal je overleven
Maar leven is dat niet

Tekst: Paul van Vliet

Openhartig

Ik ben een echte zeikstraal de laatste tijd maar dat wisten jullie natuurlijk al;D
En natuurlijk ben ik mij er heus van bewust dat mijn openheid over mijn gedachten mij (virtuele) vriendschappen kan gaan kosten.
Dat is ook weer zo’n dingetje waar ik enorm zoet mee kan zijn in mijn hoofd.

Het zou in sociaal opzicht natuurlijk veel handiger en verstandiger zijn als ik gewoon lekker gezellig en luchtig blijf. Beetje kletsen over ditjes en datjes, beetje roddelen, beetje lachen. Ik benijd de mensen die dat goed kunnen en daar gelukkig mee zijn, zonder dat ze verder ook maar enige drang voelen hun innerlijk leven te delen op een blog met de rest van de goe-gemeenschap.
Maar helaas pindakaas: Zo zit ik zelf niet zo in elkaar.

Ja, ik stel mij kwetsbaar op door openhartig te zijn.
Ja, ik loop het risico dat mensen mijn woorden niet zo zullen lezen zoals ik ze heb geschreven omdat de context hen niet duidelijk is bijvoorbeeld, omdat de -o zo belangrijke- non-verbale communicatie volledig ontbreekt, of omdat de ontvanger niet zo goed tussen mijn regels door kan lezen.
Ja, ik loop het risico dat mensen mijn gedachten / woorden / handelingen veroordelen.
Of dat ze mij op eerder geschreven woorden vastpinnen terwijl mijn mening intussen allang is veranderd.

De POH vroeg het mij vorige week ook al.
‘Wat doet het je dan voor je, dat bloggen? Vertel er eens wat over’. Ik zat gelijk op het puntje van mijn praatstoel natuurlijk en kletste hem vervolgens wel tien minuten de oren van zijn kop over de waarde van het bloggen en de virtuele vriendschappen met o.a. Riet, Kakel en één of andere simpele ziel in Brugge. ‘Maar ik heb ook veel lurkers, en dat vind ik ook oké’. Dat woord kende hij nog niet, en ik vertelde hem over de reacties die ik (ook per mail) kreeg op mijn -door Klief bedachte- Nationale Ontlurkdag-blogje
‘Wat is er nou zo gevaarlijk aan om mijn gevoelens te delen P?
Waarom zijn sommige mensen daar nou zo panisch over? Ik begrijp dat echt niet. We kunnen toch alleen maar van elkaar leren? Mensen mógen mij toch veroordelen? Dan kunnen ze mij toch maar liever veroordelen om wie ik bèn, dan om wie ik níet ben? Ik snap het gewoon niet goed’.

Later dacht ik er weer over na. Misschien mis ik gewoon wel een bepaald schakeltje in mijn hoofd waardoor ik gewoon het gevaar niet zie van openhartig zijn op mijn blog, behalve dan de eerder genoemde kwetsbaarheid en het risico te worden afgewezen.
Dat neem ik dan maar op de koop toe.

En natuurlijk zullen er ook mensen zijn die mijn openhartigheid over vroeger veroordelen. Soms zijn de scheidslijnen tussen wat je wel kunt vertellen en beter niet maar zo flinterdun.

‘Loslaten Narda’

Ja, dat is best moeilijk. Ik schreef gister nog het vervolgende op een reactie op mijn ongezellige blogje van een paar dagen terug:

(…)
Het gaat hier alleen niet zozeer om het verwerken van hun overlijden, maar om te begrijpen wat er nou precies is gebeurd, waardoor mijn zus aan de drugs raakte en zo.
Mijn moeder was net 72, mijn zus net vijftig. Dat is veel te jong.
Het begrijpen waarom is voor mij van cruciale waarde. Ook wil ik voor mijn neef mijn visie duidelijk krijgen. Hoe zou jij je moeder willen zien? Als een egoïstische junk (zoals hij haar ziet, en neem het hem eens kwalijk) of als de ‘redder‘ die (tot haar achtentwintigste) zichzelf verloochende om haar ouders en zusje overeind te houden?
Met snelheid / haast om mijn verdriet om hun verlies te verwerken heeft dat minder te maken.
Ze deden hun best, echt. Ik hield van ze, heus, met heel mijn hart.
Maar laat ik alsjeblieft wel een lering proberen te trekken uit de fouten in onze geschiedenis met het oog op de toekomst.
(…)