Mijn vader, mijn held

Ik was zo’n meisje dat dacht dat haar vader de hele wereld aankon, met twee handen op zijn rug.

Mijn vader was degene die ’s avonds met eindeloos geduld mijn buikpijn weg masseerde en degene die precies wist hoe strak ik mijn dekens wilde, en waar mijn beer moest zitten.
Mijn vader was de man vanaf wiens schouders ik de wereld leerde kennen, zijn handen veilig om mijn scheenbeentjes geklemd. Op wiens rug ik de golven leerde kennen.
Hij leerde me mijn veters strikken, en was de enige die de klitten uit mijn weerbarstige haren mocht kammen.

Mijn vader kon alles maken wat zijn ogen zagen.
Hij leerde me vissen, bootjes te maken van klompjes, wat een zeeg was. Welk vogeltje ik nu toch hoorde in het bos?
Mijn vader wist overal het antwoord op.

Ja. Mijn vader was mijn held. Tot ik een jaar of dertien werd en ontdekte dat ik het soms beter wist dan hem.
Tot het moment dat mijn karakter zich net zo sterk begon te laten gelden als het zijne.
Maar door ook juist die moeilijke jaren in  mijn pubertijd  leerde hij me ook dat de wereld niet altijd even makkelijk en rechtvaardig is. Leerde ik voor mezelf opkomen, maar ook incasseren.
Slikken en vechten. In mezelf geloven en op mezelf bouwen. 
Opstaan en weer doorgaan. 

Wat hebben we een strijd gehad.
Maar wat hebben we elkaar ook lief gehad.
We leken soms gewoon teveel op elkaar.

Vette jaren en magere jaren.
Maar al die jaren samen hebben mij gemaakt tot wie ik nu ben.
Al die lessen, of ze nou in mijn ogen rechtvaardig waren of niet, hebben ervoor gezorgd dat ik kennelijk een manier heb gevonden om ondanks alle verdriet en tegenslag een gelukkig en -redelijk- stabiel mens te zijn.

En dat is het grootst mogelijke geschenk dat hij mij heeft kunnen geven.

Bedankt pap.
Ik mis je. X
image