Dit is de man…

De laatste dag in maart is alweer aangebroken. De narcissen en krokussen staan alweer vol in de bloei, iets waarvoor ik altijd graag een kleine omweg maak naar huis. image

We werkten op de dagen dat we niet moesten werken lekker door in de tuin.
Vorige week vrijdag kwamen ze het zand al brengen. Ze hadden zich een week vergist dus nu kijkt onze arme buurman alweer een week tegen ons zand aan.

Zondag hebben we nieuwe tuinmeubeltjes uitgezocht. Het waaide zo hard dat zelfs Rem niet in de tuin aan de gang wilde. Dat ik hem ooit nog eens mee zou krijgen naar Ikea op tweede paasdag. (Dat is toch echte liefde;-)

Vanavond nog een avonddienst en dan twee dagen vrij. Morgen begint Rem met het zand de tuin in kruien. De tegels komen zaterdag. Die worden ook op straat geleverd dus die moeten ook naar achter. Ze mogen zolang bij de buurman op het erf staan. Pas in het weekend 9/10 april worden ze gelegd.

Even een tuinupdate voor de leuk:

image

Alle grond moet overal even hoog.
image
De bewoners voor ons hadden bijna overal van dat groen net ingegraven. Gèk word je ervan. Déjavu van negen jaar geleden bij onze eerste tuinmetamorfose.
image
Mijn vader hielp tóch nog een beetje mee.
image
Nog een erfstuk. Net of zijn energie er nog aanhangt. Gek hè?!
image
Ziet u wat ik zie?
Ik zie mooie Hosta neuzen:-D
image
Was trouwens wel iets raars aan de hand:
Het lijk van haan Lummel is gewoon helemaal verschwundem. Geen veertje meer te vinden, helemaal niets! Terwijl kip Lotte, die in september meen ik al dood was nog steeds niet is vergaan.
Misschien was hij wel ècht Heilig. The Passion in de achtertuin, why not;-)

image
Zonnetje scheen heerlijk zondag, dus we namen het er ook even van natuurlijk.
image
Spook uiteraard ook. Mèn wat had die gezwoegd!

Het ei

Pasen.
Alweer Pasen.
De tweede zonder zus en pap.
De eerste zonder mam.

Maar de herinneringen zijn er nog wel.

Herinneringen aan het grote grasveld op de camping vol met paarse en gele krokussen waar Zus en ik met de andere kinderen paaseitjes mochten zoeken. Ik kon vroeger de paashaas met zijn mand eieren voor mijn geestesoog op het veld zien springen, de mand vol paaseitjes hopsend op zijn rug. Mijn zus kon dit ook, en omdat ze 2,5 jaar ouder was verzon zij de verhalen waar ik onmiddellijk in geloofde er zonder enige moeite bij. 
In onze Hamelen-wereld was er geen twijfel of kabouters, feeën, of paashazen zouden bestaan. En onze moeder deed met haar fantasie maar bar weinig voor ons onder.

Het spreekt voor zich dat wij ons met veel enthousiasme en toewijding aan de taak van het verven van de eieren kweten:
Zus toverde met uiterste precisie en geduld de meest fantastische kunstwerken in de doppen, met complete voorstellingen erop, de mijne herkende je meestal aan de doorgelopen pimpelpaarse en grasgroene banen waarop de plakplaatjes van de plaatselijke Super waren geplakt.

Op een dag had mam voor ons een heus -groot!- chocolade paasei gekocht, eentje voor ons samen. Ik denk dat ik een jaar of vier, vijf was. Het ei stond -in het kader van de voorpret natuurlijk- al dagen voor Paas te pronken en te lonken in zijn zachtgele verpakking, een soort kartonnen standaard waarop vrolijke paas figuurtjes stonden getekend. Mam had het op het tafeltje in de voortent voor het raam gezet. Ik kon er graag naar kijken.

Toen het eindelijk Paas was, we onze gekookte eitjes achter onze kiezen hadden, het zonnetje al flink zijn best deed en we tenslotte op ons paasbest gekleed waren, was het eindelijk tijd om dat prachtige ei uit zijn verpakking te halen. Maar wee o wee, wat een verdriet: in de standaard lag nog slechts een plas gesmolten chocolade. Ik zie ons nog zo zitten met onze theelepeltjes.
‘Denk om jullie kleren kinderen!’

Ja, wij hielden thuis van de Paas met al zijn vrolijkheid en zijn belofte aan een nieuw begin. 

Mijn vader had op zolder een broedmachine staan. Iedere dag moesten de eitjes worden gekeerd en geschouwd, een klusje waar ik hem graag bij hielp.
Soms hadden we éénweeks kuikentjes met de Paas, dan waren ze op hun koddigst: helemaal mooi in het dons en nog zonder de kleine witte pennetjes die weldra zouden groeien. Ze zaten gewoon op het dressoir in een piepschuim doos waarin mijn vader een raampje had gesneden ‘anders zien ze niks!’

We lieten ze dan op tafel lopen als we klaar met eten waren.
Ja, leuke herinneringen zijn dat.

Asperges eet ik nog steeds met de Paasdagen. 
Vorig jaar heb ik ze nog voor mam gemaakt. Goed gaar natuurlijk, dik geschild en lang gegaard. ‘Gewoon met roomboter, ei en ham want dan zijn ze het lekkerst hoor kind’.

Tja.

Zo huppel je nog met je witte kniekousjes en je rieten mandje achter je zusje aan over het veld door de krokussen, en zo sta je voor de kast naar de foto’s voor drie urnen te staren, en fluister je terwijl je het lichtje zacht laat branden: ‘Weten jullie nog?

Fijne paasdagen allemaal,  koester elkaar! 🐥🐣🐥

Drie jaar geleden alweer…

Begin april is het alweer drie jaar geleden dat ik op een zondagavond in het ziekenhuis belandde vanwege ernstige nekklachten die op de maandag daarvoor waren begonnen.
Vermoedelijk was de oorzaak daarvan een gemene gewrichtsontsteking waar geen Tramadol iets aan kon helpen, en later ook de Diclofenac, Oxycodon, of Oxinorm maar weinig tegen de pijn uithaalden. Ik kon mijn bovenlijf alleen maar bewegen als Remco of Kylian mijn hoofd daarbij vast hielden, zodra ik mijn nek ook maar een fractie bewoog gilde ik het uit van de pijn.
Het herstel heeft erg lang geduurd. Nadat de nekklachten over waren kreeg ik zoveel andere gewrichts- en spierpijnen dat ik zeker een jaar als een soort quasimodo rond gestrompeld heb.
Het ergste was misschien nog wel mijn angst dat dat voor altijd zo zou blijven. Voor altijd pijn. Voor altijd trekken met mijn been.

Nu had ik al eerder gewrichtsontstekingen gehad, en inmiddels weet ik dat ik polyartrose heb, een van de vele vormen van Reuma. Op het moment gaat het best goed met mijn lijf. Mijn heup /si gewricht zeurt de ene dag wat meer dan de andere dag, en soms spelen mijn handen en voeten een beetje op waardoor bijvoorbeeld schrijven een beetje vervelend is, maar daar hoor je me -oké, nu dan even- niet over klagen.

Ja. Bij mij ging het ‘over’.
Maar bij sommige mensen gaat Reuma nooit meer over. Zij moeten de rest van hun leven zware medicatie slikken om de ontstekingen in toom te houden.
Ontstoken gewrichten doen niet alleen ontzettend veel pijn.
Reuma ontwricht gewoon je hele leven.

Deze week is het de jaarlijkse collecteweek van de Reumafonds.
Vanmiddag / vanavond ga ik dus weer met de groene bus langs de deuren.
Nee, veel zin heb ik er echt niet in hoor, maar mèn wat ben ik blij en dankbaar dat ik dat gewoon weer kàn! image

De mythologie opdracht van de laatste les schrijfcursus

Huiswerk voor de laatste cursusdag.
‘Kies een mythe of een sprookje en schrijf daar een hedendaags verhaal over.
Probeer van je cursusgenoten te raden welke Mythe/ sprookje/bijbelverhaal ten grondslag ligt’.
Hier mijn -sorry, zeer vrouwonvriendelijk!!- verhaal:

Marina

Ze zeggen dat ik alles zie.
Dat is ook zo.
Er is maar weinig wat mij nog ontgaat na al die jaren.
Soms is dat niet leuk.
Soms zou ik het gewoon eens níet willen zien of horen.
Van die dikke natte bleke dijbenen met spataders bijvoorbeeld, die bij iedere stap tegen elkaar sompen en een kleverig spoor achterlaten op mijn droog getrokken vloer. Of lege, verlepte borsten die als een paar verschrompelde theezakjes zowat tot aan de navel reiken. Die zie ik liever niet. Ik hóór ze trouwens ook liever niet.
Maar ze schreeuwen allemaal deze vrouwen.
Tegen hun kinderen die nooit naar ze luisteren.
Tegen hun mannen die in hun ogen nooit iets goed kunnen doen.

De meeste vrouwen zijn trouwens niet mooi wist u dat?
Negentig procent is gewoon lelijk. Vaak lijkt het nog wat, maar dat is gewoon nep: sommige vrouwen dragen gewoon de juiste kleding, de juiste make-up.
Maar hier zijn ze allemaal naakt. Nou ja, op hun voorgevormde badpak na dan.
En allemaal zijn ze even verlept. Allemaal, behalve zij!
Zij is er de laatste jaren bijna altijd op zondagochtend. Haar twee jongens rennen dan direct op de glijbaan af. Die redden zich prima zelf. A en B hadden ze al op zak toen ze hier zijn komen wonen en de C haalden ze hier, bij mij. Naast Eric en Anton schijnt ze nog meer kinderen te hebben.
En dán nog zo’n figuurtje!
Haast niet voor te stellen dat ze met die manke getrouwd is. Altijd ook maar aan het werk die Shrek.

Over een paar weken zal hij de hele vernieuwde buitenterrein hebben voorzien van hoog hekwerk met van die punten dat hermetisch afgesloten kan worden met degelijk slootwerk. Geen gerommel meer hier. Had ik u al verteld dat Marina de vrouw is die onze speelweide en de rozentuin heeft ontworpen? Het is een waar paradijs geworden. Nog nooit heb ik zoveel rozen bij elkaar zien bloeien als in het afgelopen jaar. Maar goed, daar gaat het nu niet over. Ik had het over de zondagen.

Met een handdoek over haar schouder gedrapeerd en een glimmende appel in haar hand loopt ze dan richting het vijftig meter bad om langzaam haar baantjes te trekken in haar rode bikini met de witte zwaantjes. Het is de mooiste die ze heeft, vind ik. Maar zelfs het meest afzichtelijk exemplaar zal ook maar een millimeter afbreuk kunnen doen aan haar schoonheid die misschien voor iemand die haar nog nooit heeft mogen aanschouwen alleen maar voor te stellen is als nog minstens duizend keer mooier dan het allermooiste wat men ooit heeft gezien, en nog mooier dan.

Het doet me altijd weer deugd om te zien hoe de mannen naar haar kijken. Een man blijft een man, ook al heeft hij vijf kinderen die om hem heen jengelen en zo’n dikke lelijke zeekoe die hem lens zou slaan als ze het zou merken.
Ze zijn allemaal hetzelfde.

Straks, als ze klaar is met haar baantjes zal ze een beetje hijgerig het trapje afdalen in het warme bubbelbad. Ze zal vriendelijk groeten en betoverende kuiltjes in haar wangen lachen voor de mannen die op slag de vrouw zullen vergeten die op hetzelfde moment de dreinende tranen van hun kroost in hun blauw geaderde buste liefdevol zullen smoren, terwijl ze met ogen als schoteltjes zo groot naar de volle ronde borsten van Marina kijken, die haar tepels als rozenknopjes nog nèt boven het warme water zal laten uitkomen terwijl ze haar armen spreidt en haar lange donkere haren sensueel laat waaieren in het bad. Haar wimpers daarbij, langzaam klappend als tere vlindervleugels de zachte roze blosjes op haar wangen beroerend, onschuldiger nog als de eerste zonnestralen in een vroeg ontluikend voorjaar.
Er is er altijd wel één die even wil ontsnappen aan de ijzeren greep van het gezin.

Ik weet niet precies hóe ze het iedere keer weer doet.
Ik weet wel dàt ze het iedere keer weer doet.
Maar bijna nooit met dezelfde.
-Hoewel, met Arie heb ik haar toch wel meerdere keren naar beneden zien gaan.-

Eerst gebruikte ze gewoon een pashokje. Dat vond ik niet oké.
Voor de kinderen begrijpt u? Niet erg hygiënisch bovendien. Tegenwoordig laat ik voor haar gewoon het ketelhuis in de kelder open. Daar is het lekker warm, en er staat een stapel met van die grote gele drijfplanken. Ze maakt er dankbaar gebruik van.

Zo wordt het toch maar mooi iedere keer weer drukker op de zondag. Twee jaar geleden dreigde ik mijn baan nog kwijt te raken, maar nu floreert het zwembad als nooit tevoren.
Tegenwoordig moet ik gewoon weer ogen in mijn achterhoofd hebben.

Ja, inderdaad, ik zie van alles.
Dat is mijn werk.
Maar daar praat je gewoon niet over toch?
Sommige zaken vallen nou eenmaal gewoon onder het beroepsgeheim.
Momentje, de plicht roept…

“Wat zeggen jullie?
Is jullie papa weg?
Nee hoor, volgens mij zag ik hem zojuist nog bij de glijbaan…
Misschien is hij nu even plassen.
Wachten jullie maar gewoon even bij jullie mama.
Hij zal jullie straks vanzelf wel weer vinden hoor.”

Enig idee welke mythe aan dit verhaal ten grondslag ligt?
Wat een akelig verhaal hè?! Ziek gewoon. Vreselijke vent!
-En inderdaad: een oud verhaal van mij opnieuw herschreven-.

Sprakeloos

22 maart.
Weer aanslagen.

De beelden op tv wisselen zich af met de vrolijke statusupdates van mijn FB vrienden.
Terwijl de mensen in België gemaand worden binnen te blijven, vluchten worden geannuleerd en de ambulances af en aan rijden in het centrum van Brussel feliciteer en like ik er lustig op los.
-Zouden mijn fb vrienden het wel weten?-

Even voor het middaguur loop ik in de supermarkt. Sinaasappels moet ik hebben. Vitamínen. Mineràlen, dan red je het wel!
En drop, veel drop. En chocola, voor de zekerheid.
Vertwijfeld probeer ik de gezichten van de mensen te lezen. Onbewogen passeren de gezichten.
Onaangedaan lijken zij.
Ze weten het niet!
Nìemand weet het, alleen ik.
Dat moet het zijn. Zou ik het moeten zeggen? Nu? hier? Tegen de kassadame? Tegen de meneer die achter me staat met zijn vier gevulde koeken.
Zal ik het schreeuwen?
Heel hard?
Ze zullen denken dat ik gek geworden ben.
Ìk!

Ik mompel een ‘dankjewel’ en druk de boodschappentas-van-mam-met-het-wagenmuntje-en-haar-bonuskaart-in-het-zijvlak-en-het-donkergroene-tasje-van-de-sigarenboer-nogsteedszodubbelgevouwen-op-de-bodem stevig tegen me aan als ik naar buiten loop. -Alsof dat helpt.-
Bij de bloemen is het druk.
Alle mensen willen bloemen kopen.
Bloemen en vreetwerk zullen u redden! 

Opeens bedenk ik dat ik een pot moet hebben voor de koffiecupjes. Een pot, en sokken voor Rem. En wel direct. Een plan is alles deze dagen. 

De mensen die nu dood zijn hadden ook vast een plan.
Een plan voor zomervakantie.
Een studieplan.
Plannen om af te vallen.
Hun leven te beteren.
Wilde plannen misschien, voor later vanavond.
En gedegen, nee solide plannen voor de toekomst.

De enkeling had natuurlijk plannen met maagden.
-Komt die even van een koude kermis thuis.-
Zouden zij trouwens ook zwarte sokken van de Action dragen?
Ik twijfel een fractie van een seconde of ik het zal vragen aan de vrouw die naast me zit op haar hurken.
Samen zoeken we stilzwijgend naar maat 43-46, alsof ons levens ervan afhangen en reageren alsof we onder stroom staan als onze handen elkaar tijdens de zoektocht per ongeluk raken.

Weer in onze straat komt buurvrouw Jos naar me toe als ze me aan ziet komen.
Zal zij het al weten?
Zou zij er dan over beginnen?

Ze glimlacht.
‘Wil je nog paastakken Narda?’
Ik glimlach terug.
‘Ben je lekker aan het snoeien?’ vraag ik.
Ze heeft zat zegt ze.
Ik bedank dit jaar.
Ik heb geen zin in paastakken.
Of enig ander Urbi et Orbi gedoe. -Behalve dan misschien met eieren gooien.-

Binnen zet ik de tv weer aan.
Het is echt waar.
Ik heb het echt niet gedroomd.
Op FB komen inmiddels ook de eerste blijken van afschuw en medeleven voorbij, afgewisseld met de Belgische driekleur, in een povere poging íets te doen.

Ik scrol.
Ik kijk.
Ik luister.
Kyl maakt maar een crème brullée.
En ik kan alleen maar bedenken hoe groot de mieren eigenlijk zijn.

For Good Old times sake…

Morgen is M1 jarig.
M1 was ooit de verloofde van zus en heeft dezelfde voornaam als ‘Ex’, de ex van zus, vader van Neef.
Vandaar M1 en M2.

Ik ken M1 sinds ik een meisje van veertien, vijftien ben.
Ik plaagde hem om zijn oren en trok met een pincet zijn beenhaar uit, wat hij me grootmoedig toestond. M1 was als een broer voor mij.

M1 over de vloer kwam de sfeer thuis zeer ten goede. Hij was altijd even bedaard, geduldig en weloverwogen. ‘Laat je nou niet gek maken Nar’, zei hij wel eens.
Ik hield van M1 als van een broer. Nee, Sint gedichten voorlezen kon hij niet, maar als de Risk legers om de oren vlogen was hij je man!

Na elf jaar verbrak mijn zus de relatie. M1 heeft nog een weekje bij Mart en mij gelogeerd. Hij was er kapot van, at niet meer, sliep niet meer.
Ik maakte me zorgen.
Was woest op mijn zus.
Hoe kòn ze?
Later heeft mijn moeder me meer verteld waardoor ik het heb kunnen begrijpen, maar ik was er evengoed ontzettend verdrietig over. Zoals gezegd: Hij was als een broer voor me.

Toen zus in 2007 haar herseninfarct kreeg heb ik hem gebeld. Hij kwam. Hij was erbij toen ik zus – met geweld (onmacht) – over probeerde te halen naar de Zaanstreek te verhuizen. Na die avond heb ik mijn zus een beetje los kunnen laten. -Dat moest ik ook van Remco, anders zou ik er zelf aan onderdoor gegaan zijn-.
M1 bezocht haar, in Heliomare, later, toen ze thuis was bij haar thuis, en nog weer later op de camping waar hij met mijn zus, ouders, Kyl en neef tot in de vroege uurtjes ‘eenendertig’ speelde.

M1 is altijd van mijn zus blijven houden denk ik.

Op de dag van haar overlijden heb ik hem gebeld.
Hij was met zijn ouders op de condoleance en de crematie.
Hoewel we amper spraken wist ik dat hij er kapot van was.

Morgen wordt hij 51.
M1.
Kennen jullie het filmpje van A-HA?
Dat was de M1 look-a-like! Hij was zo ontzettend knap.
Nee, op de crematie van mijn moeder was hij niet. Zijn ouders waren er wel. 
Ik maak me vaak zorgen om hem.
Met zijn broertje (mijn leeftijdsgenoot met wie ik een jaar MBO heb gedaan) heb ik af en toe contact via LinkedIn.
Hij ziet zijn broer ook niet vaak en maakt zich ook best zorgen. 

Boven staat sinds december 2015 een tasje klaar met wat spullen van zus voor hem.
Eendjes.
Een boek.
Brieven.
Echt antiek Boerenbond waarvan ik nog weet dat het bij zijn oma vandaan komt, dat soort dingen.
Ik denk dat hij het te moeilijk vindt. Gewoon, de confrontatie met die spullen van hem en mijn zus.

Mijn zus was ook zo intens.
Op iedereen die haar gekend heeft liet ze een onuitwisbare indruk na, zeker op de mannen. Gut ze heeft wat harten gebroken. Ik zal nooit vergeten dat Heiko, een speler van Schalke ’04, een heel weekend lang in zijn oranje kever onder haar slaapkamerraam ‘You are my special Angel’ draaide.
Zo zielig was dat…

Ik hoop dat het ooit nog goed zal komen tussen M1 en mij.
De tijd zal het leren.
-Je hoeft mensen niet dicht bij je te hebben om van ze houden.-

Lieve M1,
Deze is voor jou:

For Good Old Times Sake XXX

Tuinupdate 2

image
Zaterdagmorgen hebben we de zieke buxus en al heel wat Hedera en ander tuinafval zoals bielzen naar West-knollendam gebracht.
image
Gelijk met de aanhanger een aantal pallets gehaald voor de tegels.

image
’s Middags ben ik weer verder gegaan met Hedera snoeien. Wat een berg alweer hè? Je ziet de diepte nooit zo goed op foto’s, maar dit is een kuil van 50 cm diep. image
Rem heeft het bordertje verkleint. De Maria van Fenna en het ‘vijvertje’ van mijn ouders hebben samen een mooi plekje gekregen vind ik. Misschien een beetje truttig, maar het geeft me gewoon een beetje troost.
image
Je ziet hier duidelijk dat het achterste paadje breder zal worden. Beide paadjes zullen wat gaan aflopen (vanaf het huis naar de schuur).
image
Hier nog vanuit de schuur gezien. Volgens Rem moet er onder de anti worteldoek nog een paar cm afgegraven worden. image
En vanaf boven ziet het er dan zo uit.

31 maart komt het zand, 1 april komen de stenen. Voor die tijd hebben we gelukkig nog het lange paasweekend. En de grindmeneer komt ook nog steeds iedere dag een aanhamgertje halen.

Het komt wel goed…

In alle staten…

In alle staten.
Dat was ik zojuist.

Even na half acht belde Rem me op mijn mobiel. Ik liep -na mijn nachtdienst- net de trap in het ziekenhuis af, op weg naar huis.
Koetjes, kalfjes, u kent het wel, en dan ineens, quasi tussen neus en lippen door de vraag:’ Zeg heb jij misschien nog een appje van Kylian gehad vannacht?’

Nu weet ik niet hoe het u vergaat bij zo’n opmerking, maar bij mij sloegen direct alle inwendige alarmbellen op tilt.
‘Hoezo? Lag hij niet in bed dan? Was zijn jas er niet, mijn fiets?’

Rem probeerde me natuurlijk te sussen. ‘…vast stappen, ergens blijven slapen, maak je nou niet meteen druk’.
Maar dat deed ik natuurlijk wèl.
Mijn kind werkt soms tot in de nacht.
Als hij de laatste trein niet haalt moet hij achter het CS de nachtbus nemen naar huis en dat zit me al tijden niet lekker.
Bovendien hebben we de afspraak dat hij me op de hoogte houdt als het later wordt, om wat voor reden dan ook. En dat doet hij ook altijd.

Ik probeerde hem direct (10 keer) te bellen natuurlijk terwijl ik naar de metro liep. Niets. Nada. Hij ging wel over. De laatste keer dat hij op zijn app gekeken had was 2.17 zag ik.
Mèn wat was ik ongerust.

In de Metro besloot ik het hotel te bellen. De stagebegeleider vond het ook niets voor Kyl en stuurde een bericht uit in de groepsapp. Toen ik in de trein zat belde hij terug. ‘Ze zijn met een paar gaan stappen’.
We beloofden elkaar te bellen zodra er nieuws was.
Stappen. Dat was in ieder geval wat.
Enge vieze mannen, kidnappers en roofovervallers maakten plaats voor beelden van onpeilbaar diepe zwarte grachten zonder trappetjes om eruit te klimmen / drank en malafide taxichauffeurs.
In de trein bekeek ik de meldingen van de nacht van politie en ambulance.
-Zou ik het ziekenhuis al bellen?-

Ik besloot op het station te kijken of ik zijn -lees mijn- fiets zag.
Zowaar, daar stond hij.
Snel reed ik naar huis.
-Zou hij dan toch een taxi genomen hebben?-
Ze deden het erom: de auto’s, de fietsers, de verkeerslichten. Pas na een kwartier reed ik de straat in.

Ik voelde mijn hartslag in mijn hals kloppen terwijl ik de deur opende. Zijn jas hing niet aan de kapstok.
Snel opende ik de deur naar de woonkamer.
Daar lag zijn jas!
Met twee treden tegelijk rende ik naar boven en opende zijn deur.
Gelukkig. Daar lag hij.
Onder zijn dekbed.
Ongehavend.
Veilig.
Thuis.
Ik kon wel janken.
-en deed dat later ook op het toilet-.

‘Waar zat jij nou verd….??’

Geloof me.
Het kost je twee jaar van je leven zoiets.
Mínstens.
Met meneer ga ik nog een hartig woordje babbelen.
Maar nu eerst anijsmelk.
En wat proberen te slapen maar.
De adrenaline giert nog steeds door mijn lijf.

Ik was zo verschrikkelijk bang…

Kent u dat?

Tuin update-je

Het was een lekker actief dagje vandaag. Vanmorgen vroeg kwamen de mensen de gele stenen ophalen, en daarna zijn we direct doorgegaan naar Klaasse Bos in Oostzaan om de koop van de tegels te sluiten en opsluitbanden te kiezen. We kochten 73 vierkante meter Travertin maar krijgen er 86, dus 13 vierkante meter extra. (En daar maak ik dan natuurlijk graag even ongevraagd reclame voor;-)

Weer thuis was het heerlijk weer om in de tuin te werken. N.a.v. de advertentie die ik vanmorgen had geplaatst kwam er nog een kwieke zeventiger gratis grind scheppen. Pas toen ik vroeg of hij ook een kop koffie wilde kwamen we er achter dat zijn vrouw in de auto zat te wachten, dus natuurlijk schoof zij ook even aan in het zonnetje.
Rem heeft ongeveer nu 16 kruiwagens grind naar buurman Rienk gebracht en de meneer nam er een stuk of zes mee, maar je mist het amper hoor.
Zelf heb ik flink gesnoeid, en neef Johan kwam met Heidie alvast een paar adoptieplanten ophalen.

Het deed me weer en beetje denken aan 2009, toen we de tuin samen aangelegd hadden. Voor wie het leuk vind: hier een link van de foto’s van de aanleg van onze tuin. (In de andere albums staan foto’s van de jaren daarna). 

Nu lekker snel even douchen en dan lekker eten bij de Krokodil. Maar eerst wat foto’s van vandaag:
image
De gele stenen zijn weg.
image
Ik heb flink gesnoeid.
image
Dit (oude septictank) wordt ook nog een leuk projectje.
image
Opslag op de veranda
image
Rem ging ook nog maar een beetje snoeien.

Morgen gaat Rem gewoon lekker door, de grindmeneer komt nog een paar aanhangers halen en Johan nog een paar planten. Ik heb avonddienst, helaas;-)

Komt best goed allemaal!
Maar nu spring ik onder de douche.
Fijn weekend!

In bed, op het toilet of in bad

Afgelopen woensdag was het alweer de een na laatste les van de schrijfcursus. Ik had het verhaal wat ik gister had geplaatst ingestuurd als huiswerk en Nicolien vond het knap geschreven, op enkele kleine dingetjes na.
Wel jammer als het straks klaar is hoor, het was zo leuk.
Aan de andere kant wel fijn ook, het neemt wat druk van mijn schouders. Zeker nu we in de tuin aan de gang gaan kom ik gewoon tijd tekort.

Woensdag over een week is de laatste les, en ik heb nog negen dagen om mijn huiswerk hiervoor te maken: ‘Kies een sprookje, bijbel- of mythologisch verhaal. Kies daar het kerngegeven uit en maak daar een eigen bewerking van in hooguit twee bladzijden’.
Het is de bedoeling dat we daarna van elkaars verhaal gaan raden welk verhaal ten grondslag heeft gelegen. ‘En er zijn mooie prijzen te winnen!’

Mijn moeder en zus wisten altijd zoveel van de mythologieën en de bijbelverhalen. Fenna heeft natuurlijk kunstacademie (en astrologie academie) gedaan. Ik weet er zo weinig van. En Mam las vroeger gewoon alles wat los en vast zat.
Ik hoorde ze bijna zeggen: ‘Nou Narda, kom op: dat kén je toch?!’
En nu heb ik dus maar een paar boeken in de bieb gehaald en ga ik me tussen de bedrijven door maar een beetje in de Griekse mythen verdiepen:

In bed, op het toilet of in bad;-)

image