Krijgmans dag

fictief

 Bron foto: internet

Dat Jan Krijgsman zijn leven na die dag nooit meer hetzelfde zou zijn had hij onmogelijk kunnen vermoeden toen hij in de vroege morgen zo vlug hij kon zijn ribcord over zijn lange onderbroek aantrok en met drie treden tegelijk de trap af spurtte om de rinkelende telefoon in de hal op te nemen. Een spoedgeval! 
Direct maakte hij zijn neef Paul wakker. Misschien zou hij wel  een extra paar handen kunnen gebruiken straks.  Hij trok snel zijn dikke jagersjas aan, griste zijn gleufhoed van de kapstok en pakte zijn tas die zoals altijd bij de achterdeur klaar stond op. 
‘Ik zie je zo bij de auto Paul’.

Net als de voorgaande drie dagen en nachten dwarrelden grote vlokken vanuit de hemel neer op het dikke witte tapijt waarmee de omringende weilanden inmiddels waren bedekt; een metamorfose die Jan maar matig zinde. Weldra zou het al lammerentijd zijn en het was nog veel te koud voor die beestjes.
Het goedje knerpte onder zijn laarzen terwijl hij met een zachte bezem voorzichtig zijn auto schoon veegde.
Daar was Paul al.
‘Zal ik de kar rijden oom? U hoef toch niet bekommer wees?’
Sinds zijn neef Paul een maand geleden zijn studentenwoningen nabij het Krugerpark tijdelijk had verlaten om een half jaar bij hem in de praktijk zijn stage te komen lopen had hij er al om lopen zeuren. ‘Asseblief oom?’
Jan was zeer trots en zuinig op zijn gloednieuwe zwarte Kever cabrio die als een van de eerste van de band was gerold. Hij vond het vervelend het jong wederom teleur te moeten stellen; hij hield van hem als van zijn eigen zoon. En ook al kòn de nog maar net volwassen jongen goed rijden, een wettelijk erkent bewijs daarvan had hij niet.
‘Wat denk je Paul? Zin om over twee maandjes met me mee te gaan naar de opening van de nieuwe dierentuin in Emmen?’ Sinds hij de aankondiging op het Polygoonjournaal had gezien had het idee daar met Paul heen te gaan door zijn hoofd gespeeld.
Wie weet zou de dierentuin hem wel overhalen zich voorgoed in Nederland te vestigen zodra hij zijn studie diergeneeskunde afgerond had. 
Meer familie dan elkaar hadden ze beiden niet meer nadat de vader van Paul, Jans broer, was verongelukt en op een vrouw -laat staan kinderen- durfde Jan allang niet meer te hopen. De gedachte ooit eenzaam en alleen oud te moeten worden maakte hem zoals gewoonlijk een beetje triest. 

Ja, er was slechts één telefoontje voor nodig geweest om het leven van Jan voorgoed een andere wending te geven. 
Of was dit alles soms toch door de hoogzwangere teef veroorzaakt die een paar uur later zo roekeloos tegen de ‘karbuffer’ van de auto was gelopen, zoals Paul later verklaarde aan de mooie  vrouw die vorige maand plotseling in het dorp was komen wonen.  ‘Een jóódse vrouw’, had de kolenboer al in de eerste week rond gefluisterd. ‘Gevlucht uit Duitsland!’ Alsof dàt in deze tijd een schande was!

Even later parkeerde Jan de zwarte kever op het erf van Zwart. Zwijgend stapten de beide mannen uit. Vanuit de verte hoorden ze  de kerkklok  vier keer slaan. De slagen klonken anders. Milder. Voorzichtiger had Jan bijna willen zeggen. Verder was het doodstil, op hun ademhaling en het geknisper onder hun voeten na.

Een brandend peertje leidde de mannen naar de stal. Binnen hoorden ze de boer sussend tegen de koe praten. Jan taxeerde ogenblikkelijk de paniek in de ogen van de koe en haar opgezwollen buik. Vermoedelijk stond ze ‘aan de wind’: een pens vol met gas dat niet naar buiten kon. ‘Zo Krijgsman, ben je daar eindelijk?’ Jan antwoordde niet maar opende direct zijn lederen dokterstas en hing de stethoscoop om zijn nek. ‘Heb je een oude handdoek Zwart?’
Terwijl Jan met zijn oor tegen de flank van het beest leunde om naar het hart en longen te luisteren gaf hij Paul de opdracht om de sonde uit de tas te pakken. Als hij niet snel zou handelen zou het dier waarschijnlijk spoedig overlijden.
Een halfuurtje later was de klus gelukkig geklaard.
‘Jonkie dan maar?’
Jan haalde zijn schouders op. ‘Waarom ook niet Zwart’. Paul schudde zijn hoofd. ‘Ik blijf nog wel even bij die koei’.

Zwart schonk twee glaasjes tot de rand toe vol en zette de fles jenever voor het gemak tussen hen in op het morsige kleed.
‘Proost Krijgsman. Mooi werk’.
‘Proost Zwart’.

Nee beste lezers, misschien was het wel nìet het telefoontje dat Jan zijn leven later zo had veranderd.
Misschien waren het ook niet de zieke koe of de domme teef waardoor Jan zijn leven na deze dag nooit meer hetzelfde zou zijn als voorheen. 
Welnee.
Misschien waren gewoon de vele jonkies op die vroege morgen de oorzaak dat de toekomst ná die gedenkwaardige  hectische dag er ineens toch weer wat hoopvoller uit leek te zien voor onze Jan.

——————-

De opdracht:

Schrijf de eerste bladzijde van een roman vanuit een alwetende verteller. De volgende woorden mogen niet letterlijk in het verhaal staan, maar moeten wel allemaal in het verhaal voorkomen: sneeuw, 1935, landweg, Zuid Afrika, dierenarts. Het verhaal:

Terwijl de neef die geen rijbewijs heeft de auto bestuurt rijden ze een hond aan.

Ik ben erg benieuwd of ik jullie heb kunnen overtuigen van de tijd waarin het verhaal speelt.

 

 

 

Advertenties

30 gedachtes over “Krijgmans dag

  1. Ik vind het knap gedaan, grappig dat je de neef ( een beetje) Zuid Afrikaans laat spreken en heel slim de kever “nieuw van de band te laten rollen” Ik denk daardoor niet direct aan 1935 maar dat komt omdat ik geen idéé heb wanneer de eerste kevers de weg op gingen;-)

    Liked by 1 persoon

  2. Het zegt mij méér dan genoeg. Meteen de eerste alinea wist ik dat het om een verhaal van voor WOII ging. Knap hoe je de sfeer hebt weergegeven. En dat je niet Zuid-Afrika vermeld hebt, maar voor de taal gekozen hebt, vind ik een briljante vondst.
    Deze dan zal Jan Krijgman nog heugen!
    Dikke knuffel

    Liked by 1 persoon

  3. Ik vind het echt een mooi verhaal. Ik wist dat het voor de tweede wereld oorlog zich af moest spelen. Maar of het nu 1928 of 1935 was… Dat haal ik er dan niet uit. Maar dat is eerder een gebrek aan mij hoor, en ligt niet aan jou schrijfkunst.

    Liked by 1 persoon

  4. Een beetje laat dus ik weet niet of je er nog wat aan hebt: Mooi verhaal, ik zat er meteen helemaal in. Voor de oorlog inderdaad, maar voor mij niet precies 1935. En Zuid-Afrika heb ik helemaal gemist, ligt ook aan mij, kan geen Zuid-Afrikaans :-).

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s