U raadt het nooit!

Gister, toen ik thuis kwam uit mijn nachtdienst hoorde ik voor de allereerste keer ‘de specht’ weer in het park. Vraag me niet wat voor een het is hoor, ik ben al blij dat ik een paar jaar geleden al ontdekt heb wat dat gekke geluid toch was dat vanuit het park kwam. Wij bofkonten hebben inderdaad een park in de achtertuin.  -Oké dan, Rem wist wat het geluid was-.

Ja, na de cursus kon ik na een tussenstop bij de Burge.r Kin.g direct door naar mijn werk. Had ik zelf geroosterd natuurlijk (die nachtdienst, niet die hamburger) maar toen wist ik nog niet dat ik op de woensdagavonden naar cursus zou gaan.
Komende week wordt roostertechnisch ook weer één doffe ellende wat mijn rooster betreft: Zondag heb ik alweer een ochtenddienst omdat mijn collega graag wilde ruilen omdat ze zaterdagavond graag de verjaardag van haar pubertweeling wil vieren.
Op de andere dagen kwam ik niet uit, door alle roosterwensen waardoor ik mezelf behoorlijk benadeeld heb. Ga ik trouwens niet meer doen. (Mag niet meer van Rem). Ach, zelfs voor mezelf kan ik het niet goed doen hahaha!

De cursus was weer leuk en leerzaam. Die drie uur vliegen gewoon om!  Hoe ze mijn verhaal vonden? Juf Nicolien had de eerste halve bladzijde geschrapt, die was totaal overbodig, verder de nodige woorden en zinnen, wat spelfouten verbeterd, maar onderop gezet dat ze het ‘geestig’ vond (hoe toepasselijk), hoewel met ‘misschien wat veel plot’ voor een verhaal. Ook vond ze het hele gegeven op zich al grappig genoeg, zodat ze het niet echt nodig vond het ook nog op een grappige manier te schrijven. Verder vonden mijn bolleboze klasgenoten dat ik teveel namen liet vallen waardoor ze de draad een beetje kwijt raakten, en dat er veel komma’s en zo verkeerd stonden (en zo). Heb vannacht de komma regels op mijn werk maar even uitgeprint, en da ’t kofschip kon in een moeite door natuurlijk. 

Denk dat ik er nu maar een boek van ga maken. Heb er echt zoveel plezier in gehad om het te schrijven, kan ik straks gelijk door stomen naar de volgende cursus;-)
Heb inmiddels zoals u  weet fb vriend in de branche, Esther, die ik vast wel om advies mag vragen over temperaturen ed.

Wat een wind hè mensen, bah. Gister zei paps thermometer nog dat het mooi weer zou worden. Ja, voor die specht misschien.
Ik moet nu echt opstaan en naar de apotheek slaappillen halen en mijn kortingsbon inruilen voor nieuwe dagcrème voor de maand om is. 
Dan ga ik gelijk even naar de bakker en de slager. De rest haal ik dan morgen dan wel weer.

Morgen komt er trouwens een cadeau voor mezelf tussen 13:00 en 17:00 uur. U raad nóóit wat het is. 
Wat denkt u, zal ik er een prijsvraag van maken?
Nêh, u raad het toch nooit, da’s weer zo flauw!

Fijn weekend!

Gemismismis

Ik mis ze.

Vorige week heb ik het laatste beetje wit wasmiddel van zus opgebruikt.
Mams make-up remover pads zijn ook al bijna op. ‘Nee, niet die op waterbasis, hou die zelf maar, ik moet die pads op óólie basis hebben’. De laatste papieren tissues gebruik ik maar niet, die wil ik bewaren voor als ik ze ècht nodig heb.
En de rozenglycerine is ook al bijna op.
Ze had gelijk: het helpt prima tegen droge benen.

Steeds vaker ontdek ik mijn moeder in de spiegel. Gek, dat zag ik vroeger niet zo.
Steeds vaker tik ik op paps barometer.
En steeds harder, maar het helpt bar weinig.
Zus haar make-up tasje ruikt nog steeds naar haar.
Ik mis ze, ik mis ze, ik mis ze.

Van de week, toen ik in de auto naar een van paps cd’s luisterde dacht ik er in een flits over na om mijn haar weer kort te laten knippen, om direct daarachter aan te denken: Nee. Dat kan helemaal niet. Ik kan niets meer veranderen, alles moet blijven zoals het was. Zoals zij het kenden.
Míj kenden.
Zoals zij mij achterlieten.

Gek hè?
Dat kan natuurlijk helemaal niet, maar juist als dingen veranderen, of als ik gewoon iets leuks mee maak wil ik het zo graag met ze delen.
Vooral met mijn moeder.

Mijn moeder en zus zouden zo gelachen hebben om mijn verhaaltje over ‘de Zaak’.  Zelf zouden ze ook nog wel een paar ideeën hebben gehad voor het Uitvaartcentrum. Vroeger lagen we blauw van het lachen om de absurde boeken van Tom Sharpe. 

Ik kon om niemand zo verschrikkelijk lachen als om mijn zus vroeger. We zijn eens op vakantie geweest toen ik 27 was, en zij 29. We stonden op een jongerencamping in Zuid Frankrijk. Het was juni, en samen met een stel jongens van 18 waren we de enige gasten tussen van de twee mannelijke hosts / cq entertainment-team.
Ik zal er binnenkort eens een (Pannenkoeken) blog aan wijden.

Herinneringen ophalen.
Ervaringen delen.

Iemand die onvoorwaardelijk van je houdt.
Die je kènt, als haar eigen broekzak.

Dát gemis voel ik nu.

De Zaak: fictief met een beetje van mezelf

Fictief geschreven voor les 2 van de schrijfcursus.-



Terwijl de familieleden van de overledene de mappen met voorbeeldrouwkaarten bekeken, las ik snel de binnengekomen berichtjes in de groepsapp op het toilet.
Het eerste was van mijn zoon Moby, die meestal door iedereen gewoon Mooi-Boy of MB werd genoemd. De slimmerik had weer een as-uitstrooi-ceremonie op locatie inclusief catering aan de man weten te brengen. Het tweede was van mijn man Kees, die op dit moment ergens tussen de zonnebloemvelden in Zuid-Frankrijk moest rijden en daarbij natuurlijk ondertussen de tussenstanden van onze nieuwe E-manager irritant nauwlettend in de gaten hield: ‘Jongens, waarom brandt het licht in de badkamer nog?’ Het derde bericht was van Anita, mijn schoondochter in spé. Ze had een foto gestuurd van het rouwstuk dat ze zojuist gemaakt had. Zoals altijd was het weer een bijzonder gedrocht geworden waarvan niemand die ook maar een beetje beweerde verstand te hebben van goede smaak de term wanstaltig ook maar in zijn mond durfde te nemen: ze waren zeer gewild. Misschien zou ik haar als beloning voor haar inzet van het afgelopen jaar meenemen naar de workshop ‘Postmortale make-up’ die binnenkort in Amsterdam van start ging. Kon ze mooi rijden! Tevreden wilde ik net mijn iPhone weer in het binnenzakje van mijn colbert opbergen en mijn rok naar beneden trekken toen er nog een piepje volgde.
Het was van Dini.

Ze kwam naar huis.

Voor de allereerste keer reed ik terug naar de zaak zonder naar de crematie top 100 te luisteren.
Ik moest nadenken. Om de een of andere reden had ik nooit gedacht Dini Leeflang ooit nog terug te zien. Hoe ging ik dit in vredesnaam oplossen?

Het was allemaal zo snel gegaan.
Nog maar een jaar geleden was ik mede eigenaar was geworden van Uitvaartcentrum ‘de Witte Lelie’.
Het eerste wat we trouwens gedaan hadden toen we hoorden dat mijn compagnon Dini tijdens familiebezoek in Australië na een zwaar CVA in coma lag was de naam wijzigen. Wie wil er nou zo’n stinkbloemen uitvaart?
Daarna was ik er pas achter gekomen dat de boeken niet helemaal klopten; de zaak bleek financieel op sterven na dood.
Als ik niet snel actie had ondernomen had ik Ernst Doderer, ons enige personeelslid die zowel de lijken chauffeerde, ze aflegde, en de koffie rondbracht (en wiens cake bovendien onovertrefbaar was!) binnen de kortste keren moeten ontslaan, wat een absolute ramp zou zijn geweest.

Gelukkig had Victor Brandenaar, de manager van het dichtstbijzijnde crematorium, mij de eerste periode een beetje geholpen tot ik mijn diploma ‘uitvaartverzorging’ binnen had. Ik had Vic leren kennen tijdens de negen crematies die ik de afgelopen twee jaar van onder andere mijn ouders en zusje had bijgewoond.
Hij was zeer onder de indruk geweest van de rouwredes die ik had voorgedragen, en
sindsdien had hij mij weleens gevraagd of ik wat bij wilde verdienen door voor wildvreemde mensen een toespraak te schrijven en/of voor te dragen.
Ik had het altijd graag gedaan, al was het alleen maar om dicht bij hem in de buurt te kunnen zijn.

Op een dag, toen hij mij mee had genomen naar de kelder om mij eens te laten zien hoe het verbrandingsproces nu eigenlijk precies in zijn werk ging (wat slechts een excuus van mij was om hem onder vier ogen te kunnen spreken) had ik hem mijn financiële probleem voorgelegd.
‘Think out of the box meissie, dan komt het wel goed’, had hij gezegd, terwijl hij zijn smetteloos wit gestreken zakdoek uit zijn broekzak viste en de druppeltjes op mijn voorhoofd vervolgens met één ferme streek uit mijn gezicht veegde.

‘Mam, ik denk dat we de zaak een beetje moeten pimpen, en een klein beetje meer sjeu aan de uitvaarten moeten geven’, had ook MB nog dezelfde avond gezegd. ‘Op deze plek wil je toch niet dood gevonden worden?’
Het had me al met al reden genoeg gegeven om MB en zijn vriend Doderik, een tweedejaars student binnenhuisarchitectuur een beetje de vrije hand te geven.
Ze hadden nogal uitgepakt bleek later. Nou ja, iedereen weet hoe dat gaat: je denkt aan een nieuw behangetje en twee maanden later herken je alleen je deuren en ramen nog. Mooi was het wel, ultramodern met veel glas en chroom, en volgens Do en MB konden we er weer jaren mee voort. Dat wij als tegenprestatie vijf jaar lang ‘een heel klein beetje’ reclame moesten maken voor “Doderik, trendsetter in house styling& binnenhuisarchitectuur” had ik pas begrepen toen ik de reclame op een ochtend levensgroot op de rechterzijde van mijn auto had ontdekt. Sindsdien had ik mijn aanrij routes maar afgestemd op de ernst van de gelegenheid. Nee, echt spijt van de metamorfose had ik niet gekregen.
-Nou ja, met uitzondering van die Slimme meter dan-.

Door de nieuwe look van de Zaak hadden we al snel de interesse gewekt bij jongeren. Nu was dat natuurlijk nou niet direct de doelgroep waarop wij ons wilden richten, maar schijnbaar hadden ‘een paar kleine aanpassingen op de site’ toch wel enig effect gehad.
Net als bij de reclame voor Doderik had het even geduurd voor ik erachter was gekomen dat wij onder andere uitvaartpartijen organiseerden, wat inhield dat de kist van steigerhout op een prominente plek in de zaal stond terwijl de genodigden op de favoriete muziek van de overledene op ‘gepaste wijze’ afscheid namen. Natuurlijk waren we niet zo gek om het lijk daarin te leggen. De temperatuur kon behoorlijk oplopen tijdens zo’n feestje, vooral als we Kees niet goed in de gaten hielden.
MB volgde de HBO evenementenorganisatie dus ik nam maar aan dat hij wel wist wat hij deed.
Anita liep dan wulps in haar zwarte rokje tussen de feestende meute door te wiebelen op haar stiletto’s met een schaal vol oude en jonge kaaskistjes met zeeroversvlaggetjes.

Mijn telefoon piepte wederom. Er kwam weer een bericht op de groepsapp binnen. Ik las het snel toen ik even voor het rode licht moest wachten. ‘Mam, denk jij dat we op korte termijn aan een glazen kistje kunnen komen?’
‘Straks in het Dagelijks Overleg MB’, antwoordde ik, en gaf een dot gas.
Zelf had ik het afgelopen jaar ook niet stil gezeten. Intussen had ik al een stuk of twintig urnen van papier-maché gefabriceerd die ik exposeerde in de hal. De verkoop liep als een tierelier. Voor diegenen die ook gebruik wilden maken van onze ‘Uitstrooi ceremonie’ maakte ik voor nop een extra strooideksel.

En net nu na een half jaar buffelen de cijfers eindelijk weer een heel klein beetje in de lift zaten zou Dini thuis komen!

Toen ik de auto voor de zaak parkeerde besloot ik die informatie nog even voor me te houden.

Droge kost

Druk weekje achter de rug en een druk weekje voor de boeg.

Vrijdag had ik de CT scan angio van mijn hoofd. Wel een gek gevoel hoor, als je die contrastvloeistof door je lijf voelt gaan. Eerst heel warm in mijn hoofd, en een paar seconden later voelde het net alsof ik moest plassen.

’s avonds gezellig met Yvonne, Alice en Jaqueline gegeten bij het Ruijterhuis in Castricum.

Zaterdag ben ik lekker wezen winkelen met Kylian in Zaandam, en ’s avonds ben ik verder gegaan met mijn huiswerk waar ik vandaag weer mee verder ben gegaan.
Ik weet nog niet of ik het hier ga plaatsen, het is nogal een bizar verhaal geworden, wat tamelijk dicht bij mijzelf ligt, maar tegelijkertijd volstrekte onzin bevat.
U zou er misschien iets van kunnen gaan denken.

Morgen werk ik een dagdienst, dinsdag tot 20:00, woensdag heb ik eerst cursus en ga ik direct daarna twee nachtdiensten in en zondag wederom een dagdienst. Kortom: druk.

Kyl gaat morgen beginnen aan zijn lange stage, dus van hem hoef ik voorlopig ook weinig hulp te verwachten.

Gelukkig komt Yvonne morgen de ramen lappen, ik dacht vorige week al dat ze zou komen, maar had mij vergist, wat een domper was dat zeg;-)

Wens jullie vast een fijne (werk) week.
💋

Maar gezellig was het wel…

Ik moet u iets bekennen.

Dat zit zo:

Vanavond hadden we, mijn negen mede-cursisten en ik, les twee van de cursus ‘Verhalen schrijven’. Tussen Werk en Gracht natuurlijk eerst nog een hapje gegeten (en daarbij de raad opgevolgd van een Bloggie om een wijntje te drinken. En nu zult u vast verwachten dat daar de aap al uit de mouw gaat komen, (Narda+wijn=) maar dat ging prima, ik had het er keurig bij eentje gehouden).
Deze keer had ik overigens gezelschap van vriendin Joyce in het restaurant van de Bijenkorf , en wijs geworden door het gevecht met de sushi-stokjes vorige week hield ik het vandaag gewoon bij de paddenstoelen lasagne.
(Aan het eind van de cursus heeft u de recensies van mij tegoed). 

Ook was ik nog bijna netjes op tijd in het juiste lokaal, dus daar lag het ook al niet aan. Op zich best een prestatie want Joyce en ik hadden aardig wat bij te kletsen. Helaas moesten we vlak voor de duiven update alweer afscheid nemen, maar die houdt u dan ook nog gewoon van mij te goed. (ja, ik kan u gerust stellen: Pootje leeft nog).

Ik was dus nuchter en op tijd in het juiste lokaal.
De recensent, de literair agent, de woordvoerder van de bank, de theaterproducent, de vertaler ChineesENJapans van BuZ, en de IT-expert zaten al te trappelen om van start te gaan, hun schrijfblokjes cq notebooks stand-by.
Ik nam plaats tussen de criminoloog, de jongste van het hele spul, en naar ik meen de deskundige van de Nederlandse Taal.
Ik was, kortom, zoals je dat zegt in goed gezelschap.
Ook mijn lerares -van wie ik er op de valreep gelukkig nog achter was gekomen dat zij een gevierd schrijfster is- was gelukkig weer present.
Wij konden zogezegd van start.

Vandaag hadden we het onder andere over ‘de fysieke laag’, ‘de sociale laag’ en ‘de psychologische laag’. Dachten mijn mede cursisten direct aan diverse boeken die bij mij maar flauw een bel deden rinkelen (hoogstwaarschijnlijk van de achterkaften die ik uit verveling bij de Ako had gelezen terwijl ik had moeten wachten op mijn trein), míjn inbreng, -een hele hele hele stilzwijgende welteverstaan-, kwam niet verder dan Pippie Langkous (fysieke laag) Ciske de Rat (sociale laag) en Silence of the lambs.

Maar goed.
Gezellig was het wel.

Nadat de nodige ‘stencils’ weer waren uitgedeeld, -in oude grachtenpanden doen ze kennelijk nog gewoon aan ‘stencils’-, gingen we over tot het bespreken van onze plotten en bijpassende verhalen.
Om een lang verhaal kort te maken: de verhalen die ik thuis als het slechts had beoordeeld, kregen de mooiste kritieken en vice versa. -Dat ging voor alle verhalen op, behalve dan voor het mijne, daarin waren we allen kennelijk even eensgezind-. Leergierig als ik ben had ik mijn twee recensenten gevraagd geen blad voor de mond te nemen, maar ik had me de moeite kunnen besparen.

Ik denk dat ik nu op het punt beland ben waar ik heen wilde gaan: mijn bekentenis.
Ik moet hier namelijk toegeven dat ik echt in de veronderstelling was aan de cursus ‘Verhalen Schrijven.’ deel te nemen, als in: gewoon, verhalen met een kop en een staart, begrijpelijk, luchtig en leuk, ‘bladiebla’. Maar nee, ik moet mij natuurlijk weer inschrijven voor een cursus ‘Literáíre Verhalen schrijven’. Ìk, die na ‘Een roos van vlees’ en ‘een dagje naar het strand’ mijn verdere leven ergens halverwege in de ‘Ik heb altijd gelijk’ ben blijven steken. 

Enfin.

Evenzogoed was het een bere gezellige avond, vooral met die crimi kun je lachen , en al was het verhaal dan wel helemaal niet goed,
het plot blijft ‘gruwelijk mooi’;-)

  
 

Lumpiedumpie en w.v.t.t.k.

imageLaten we maar beginnen met het slechte nieuws: onze haan Lummel heeft het loodje gelegd. Rem vond hem in het nachthok, de vleugels gespreid, zijn bekje een beetje open. En uurtje eerder had hij nog kwiek rechtop zijn stokje gezeten, een mooiere dood kun je je nauwelijks wensen. De plechtigheid heeft gister plaatsgevonden in wel heel besloten kring: Remco en Bram.
Wat overigens allerminst een afspiegeling was van zijn populariteit, het was een toffe haan. Nee, het was vanwege de kou en de nog steeds vroeg invallende duisternis dat een en ander voor ik thuis kon zijn plaats moest vinden.
-Kyl sloeg even over.-

Natuurlijk rees dezelfde avond van zijn overlijden de vraag wat we nu met manke Lieke aanmoesten. Alleen is ook maar zo alleen, en een verder gezonde kip afmaken is ook weer zowat. Uiteindelijk besloot ik maar een contactadvertentie op FB te plaatsen, en wat denkt u?
Het is bijna te mooi om waar te zijn, maar er is iemand -een oud jeugdvriendje- die haar wel wil adopteren. Ze komt op een prachtige boerderij met vijf andere hennetjes en veel vrijheid.
5 februari brengen we haar ‘ s avonds heen. Ineens wist ik gewoon weer dat je zo’n nieuweling het best ’s avonds op de stok bij de anderen kon zetten. -Net of pap me dat influisterde. Onzin natuurlijk, die kennis kwam gewoon weer boven toen ik het nodig had.-
We hebben daar in de buurt van de boerderij namelijk een bruiloft van Rems neef. Hopelijk houdt Lieke het dus nog even vol in haar upje.
-Zo sneu ook met die kou.-

Verder rommelt het allemaal wel wat aan hier. Rem is weer op dieet. Dat is hij altijd in de eerste maanden van het jaar, maar vorig jaar strookte het zo weinig met het volle kookroom-dieet van mam dat hij het alweer snel opgaf en voor de gezelligheid maar met een koud pilsje aanschoof. Mam vond het maar saai en nergens voor nodig dat dieet van Rem.
-De vis en roerbakgroenten komen Kyl en mij nu al onze neus uit, maar we blijven – in zicht van Rem- natuurlijk solidair!

Vandaag ben ik lekker vrij. Gister had ik een eerste gesprekje met de loopbaanfunctionaris.mijn werk vind ik leuk, alleen zijn de nachtdiensten te zwaar voor me, vandaar. Dat traject gaat wel een maand of vier, vijf duren geloof ik. Ook al komt er geen passende nieuwe baan voor me uitrollen, ik denk dat het sowieso zeer welbestede tijd zal zijn.
-Is het u trouwens wel eens opgevallen dat ik dat woord sowieso te pas en te onpas gebruik?-

Nu eerst maar de verhalen van de andere cursisten lezen en daar wat van gaan vinden.
Killiewillie is pas vanavond laat weer thuis vanwege school+werk. Bikkeltje;-)
Zaterdag gaan we trouwens naar een open dag op een HBO (Vastgoed en makelaardij) in Rotjeknor: Maken we er natuurlijk meteen een leuk dagje van.
Mijn agenda zit weer behoorlijk vol deze dagen:
Morgen van 7:30 tot 16:00 werken, 16:30 met Joyce wat drinken / eten in de stad, 19:00 tot 22:00 cursus. 23:30 slapen, 05:30 weer op, 7:30 werken
Vrijdag heb ik de scan en ga ik uit eten met Alice, Yvonne en Jaqueline, oude vriendinnen die ik ken van mijn negentiende of zo.
Daar heb ik enorm veel zin in.

Hebben jullie ook zo’n drukke agenda deze week?

Martha’s brieven

-fictief-

‘Dan zie ik u over een half uur bij het restaurant aan het Frederickspark’. Piet legde de hoorn op de haak. Zijn hand trilde van opwinding. Hij kon amper geloven dat zijn oproepje op het bord in de supermarkt al zo snel tot succes zou leiden. ‘Ik heb nieuws voor u over Martha meneer’, had ze gezegd. Zou hij Martha dan toch nog eens gaan zien? Zouden hun wegen zich dan toch nog eens kruizen?

Nee. Hij moest zich nu natuurlijk niets wijs gaan maken. Waarschijnlijk was ze gelukkig getrouwd met een
ander, geëmigreerd naar een prachtig land en hem al lang en breed vergeten. Dat moest ze toch ook? Daar had hij toch op aangedrongen? Een relatie tussen hen was gewoon onmogelijk geweest destijds. Of hij had zijn schip moeten verkopen en landrot moeten worden, maar wat kon hij nou eigenlijk? En Martha had
beloofd na het overlijden van haar moeder voor haar vader en broertje te blijven zorgen zolang dat nodig zou zijn. Dat de boerderij inmiddels allang verkocht was, daar was hij twee maanden geleden pas achter
gekomen, aan het begin van zijn speurtocht naar haar. Al de tussenliggende jaren had hij Haarlem en omstreken vermeden als de pest. Maar nu woonde hij er toch al weer een jaartje. Ach ja, het bloed kroop.

Piet deed nog snel een geurtje op, trok daarna de deur van zijn seniorenwoning achter zich dicht en besloot het kleine stukje naar het park lopend af te leggen.

Hij zat nog maar net ‘in-het-gele-overhemd’ op het terras toen hij de ‘vrouw-op-leeftijd-met-roze-vest-en-Maltezer leeuwtje’ aan zag komen lopen. Zo te zien was het kleine beestje nog nerveuzer dan hemzelf.
Piet legde zijn zonnebril op tafel en toen ze in zijn richting keek zwaaide hij maar een beetje halfslachtig. De vrouw lachte vriendelijk, en liep kwiek op hem toe. ‘Piet?’ Schuchter keek hij om zich heen of er
bekenden zag. Het leek verdikkeme ineens wel een blind-date zo. ‘Tine?’

Tine tilde de poot van de stoel wat op en deed de lus van de riem eronder voor ze plaatsnam. ‘Zo druktemaker, ga jij maar even liggen’. Het beestje luisterde zowaar en ging precies daar liggen waar het zonnetje scheen. Slim beestje. ‘Mag ik u misschien iets aanbieden?’ Een kopje koffie lustte ze wel.
Hij glimlachte even toen hij een jongen achter een meisje zag rennen, tussen de gele narcissen door, ver van het pad. Hun schaamteloos gelach was tot op het terras te horen.
—————–
Toen ze allebei achter een kop koffie zaten kon Piet zich niet langer bedwingen. ‘Waar kende je Martha van Tine?’
‘Ze was mijn schoonzus. Ik ben de weduwe van Jan, haar jongere broer’.

Het volgende uur vertelde Tine over het leven van Martha.
Al vrij snel was haar vader overleden aan de gevolgen van een hersentumor en hadden ze de boerderij moeten verkopen.
Jan was gaan studeren en Martha was verhuisd naar een flatje, even buiten het centrum, waar ze vervolgens ook een kantoorbaantje had gevonden.
‘Maar dat was juist iets wat ze verafschuwde, ze was een buitenmens’. Iets te hard zette Piet zijn kopje terug op het schoteltje. ‘Ja, ik weet het, erg gelukkig was ze er dan ook niet’.
Hij moest dit even laten bezinken.
‘Maar later trouwde ze natuurlijk, ik bedoel…zo’n mooie lieve vrouw als Martha is natuurlijk niet de rest van haar leven alleen gebleven’.
Tine zweeg.
‘U gaat me toch niet vertellen dat ze alleen is gebleven?’
Voorzichtig legde Tine haar hand op de zijne.
‘Helaas wel ja. Hoewel er altijd genoeg mannen zijn geweest die interesse in haar hadden, had ze met geen van allen willen afspreken’.
Had ze het nu echt over zijn Martha?
Piet dacht terug aan de avond waarop hij haar ontmoet had. Het was het mooiste en vrolijkste meisje geweest dat hij ooit had gezien. Haar mooie mond, haar lichtblauwe ogen, haar blonde haren, nee zelfs haar rok en haar petticoat hadden hem toegelachen en aangemoedigd haar ten dans te vragen.
‘Martha is nooit echt gelukkig geweest Piet’.

Het hondje stond op en piepte wat naar zijn vrouwtje.
‘Even wachten nog Belle’.
Geduldig vleide het beestje zich weer neer op de harde betontegels.
Piet was wel toe aan wat stevigers. Hij wenkte de serveerster en bestelde een pilsje. ‘Voor mij dan graag een witte wijn alstublieft’.

‘En nu dan Tine. Hoe gaat het nu met haar? Waar woont ze nu?’
Tine frummelde wat aan de franjes van haar tasje.

‘Piet, ik moet je nu iets vertellen waarvan ik bang ben dat je zal schrikken’.
Direct sloeg de angst hem om het hart. ‘Vertel op’.
‘Het spijt me heel erg maar Martha heeft vorig jaar een einde aan haar leven gemaakt’.

Tine wreef zachtjes over zijn hand. ‘Ik vind het zo erg voor je’.
Abrupt trok Piet zijn hand weg en
nam een paar flinke teugen van zijn bier.
Zwijgend keken ze naar het stelletje van het park dat het terras op kwam en plaats nam aan het tafeltje naast hen.
Zo oud waren hij en Martha ook ongeveer geweest destijds.
Had hij dan ook gewoon het pad moeten verlaten?

‘Ze heeft je wat nagelaten’.
‘Aan mij?’
‘Kom, loop zo even mee, het ligt in mijn achterbak’.
Piet rekende af, terwijl Belle blij kwispelend rond hun voeten draalde. Eindelijk zouden ze naar het park zou gaan.

‘Misschien is het niet wat je verwacht’, zei Tine terwijl ze de achterklep opende.
Pas toen hij goed keek begreep hij wat hij zag: het waren tassen vol brieven. Martha moest hem tot op haar allerlaatste dag geschreven hebben.
Piet veegde zijn tranen weg met zijn mouw.

‘Kom, een stukje wandelen zal je goed doen. En dan zet ik je straks wel even thuis met de brieven af’.
Terwijl Belle enthousiast aan de riem trok pakte Tine in een troostend gebaar zijn hand.

En om de een of andere reden had Piet geen zin om deze ooit nog los te laten.

——————-

noot: De tekst tot de streepjes heb ik ingestuurd als huiswerk. Ik vind het maar een slap verhaal, maar ben al blij dat ik überhaupt wat heb opgestuurd nu. Het is de bedoeling dat we elkaars werk gaan doornemen. Voorlopig ben ik dus nog wel even zoet, want de komende drie dagen moet ik ook werken. Ik doe mijn best tussendoor nog even te komen lezen bij jullie hoor!

 

Een plotje

Gister vertelde ik al even over de opdracht van de schrijfcursus die ik volg.
Vanmorgen vond ik een bericht waar ik misschien wel iets mee kan. Het bericht ontroerde me zelfs een beetje, en al snel ging ik fantaseren over wat er gebeurd zou kunnen zijn.

Het gaat om dit lieve berichtje:

image
Mijn plot: -fictief dus-:
Piet en Martha hebben elkaar 60 jaar geleden ontmoet op een dansfeest en krijgen een relatie tot Piet een half jaar later schipper wordt op de grote vaart.

Omdat Martha haar moeder vlak voor haar overlijden beloofd heeft goed voor haar vader en broertje te zorgen, is het voor haar onmogelijk met Piet mee te gaan.

De eerste maanden schrijven ze nog naar elkaar, maar uiteindelijk besluit Piet abrupt een eind aan het contact te maken om Martha de gelegenheid te geven hun onmogelijke liefde te vergeten.

Martha stuurt daarna nog zeker twee jaar lang brieven, maar Piet verscheurt ze om zichzelf niet te kwellen, zonder ze te lezen.

Hoewel Piet in de jaren die volgden getrouwd is, is hij altijd aan Martha blijven denken, en hij betrapt zichzelf erop dat hij, inmiddels 82 jaar oud, veel vaker aan de gelukkige tijd met Martha terug denkt dan aan de voorbije jaren met zijn eigen inmiddels overleden vrouw.

Hij wil Martha heel graag nog eens ontmoeten om te zien hoe goed ze het nu maakt en probeert haar via briefjes in de supermarkten in Haarlem en omstreken op te sporen.

Een paar scholieren vinden de oproep van de oude man zo leuk dat ze het bericht op Facebook plaatsen, waar het al na een paar keer gedeeld te zijn terecht komt bij Martine, de kleindochter van Tine, de weduwe van broer Jan.

Helaas is Martha enkele weken eerder na een lang ziekbed overleden en Tine besluit de oude man op te zoeken en hem de brieven die Marta nog altijd bewaard heeft terug te geven.

Tine verteld Piet over het verdere bittere verloop van Martha’s leven.

Piet zijn hart breekt als hij hoort dat Martha de rest van haar leven alleen is gebleven, in het volste vertrouwen dat ze hem later ooit weer zou ontmoeten.

Als Tine haar kofferbak opent opent om de brieven te geven blijkt dat Martha tot een paar weken terug nog iedere week naar hem heeft geschreven.
———

Aan de hand van dit plot wil ik dus nu het verhaal gaan schrijven. Ik twijfel nog een beetje of ik het chronologisch laat verkopen of begin bij het plaatsen van de briefjes in de supermarkt. (Geef maar geen advies hoor, ik moet het zelf bedenken).

Nu eerst even naar de Bieb en wat leuks aantrekken voor vanavond. De jongste oom van mijn vader wordt 65 dus we hebben vanavond een gezellig feestje. Echt zin in! Hoewel ik de familie van mijn moeders kant vaker zie is de familie van mijn vaders kant ook erg gezellig.
Ja, zij houden ook wel van een feestje.
Morgenochtend zal er van schrijven dus wel niet zo heel veel komen vrees ik, en morgenmiddag /avond moet ik werken. En zondag voor 24:00 dus de deadline.

Hmm.
Misschien sla ik de bieb maar beter even over bij nader inzien.

Fijn weekend allemaal!

De hulp en de schrijfcursus

Gister had ik voor de eerste keer mijn schrijfcursus.

Een lange dag dus, want ’s morgens om half zeven zat ik al in de trein. Na het werk ben ik twee uurtjes naar de Bijenkorf gegaan en heb ik daar wat gegeten.

De cursus duurde van 19:00 tot 22:00 uur.
De groep bestaat uit tien cursisten. Aardige mensen hoor, maar ik voelde me wel een beetje de domoor van het stel. De een had namelijk literatuur gestudeerd, de ander criminologie, weer een ander sprak vloeiend Chinees en Japans en had op een ministerie gewerkt, of was voorlichter van een bank. Er was een huisvrouw bij, maar ik durf er donder op te zeggen dat zij ook heeft gestudeerd.

De lerares was erg aardig en kon boeiend vertellen. Na de theorieles was het tijd om e.e.a. in de praktijk te brengen in teams van twee. Dat viel echt niet mee voor me. Ik heb al niet veel fantasie, maar een plot verzinnen binnen vijf minuten is voor mij helemaal geen doen.
Zeker niet met de afleiding van mensen om me heen, en daarbij nog het gevoel dat ik iets moest presteren.
En nu moet er ineens een extern of intern conflict in mijn verhaal komen. Er moet een impliciete bewering in zitten en een onontkoombaar eind.
Dat kan ik helemaal niet.
Meestal doe ik maar wat.
-Misschien ook de reden waarom mijn ‘Inez’ verhaaltjes zo flauw zijn-.

Om half twaalf was ik pas thuis.
Ik viel na een wijntje als een blok in slaap.

Vanmorgen werd ik heel laat wakker. Snel maar een broodje naar binnen geschrokt, koffie naar binnen gegoten en als een idioot in huis aan de slag gegaan want Yvon kwam vanmiddag langs.
‘Yvon, de hulp van je moeder?’ hoor ik u nu vragen.
Juist!

Yvon had namelijk een blog of wat terug gelezen dat ik toch op zoek ging naar een hulp, en had me een lief berichtje gestuurd dat ze ons huisje er best eens in de twee à drie weken erbij kon hebben. En vanmiddag hebben we samen tot eind maart wat data gepland en de bijzonderheden doorgenomen.
Ik ben nu al blij met haar, en ze heeft nog niet eens wat gedaan.

En nu lig ik dus op de bank te staren naar het opgegeven huiswerk, probeer ik wat wijs te worden uit mijn eigen aantekeningen en zoek ik naar nieuws waar ik mijn verhaaltje kan baseren.

  
De deadline is zondag 24:00 uur.
Het zweet breekt me nu al uit want ik voel me leeg, en bij geen enkel bericht krijg ik inspiratie.
Maar ik ga mijn best doen hoor mensen.
Dat toch zeer zeker wèl!