Het kerststalletje

-kerstverhaal-

imageBehoedzaam zette ze de doos met de oude beeldjes op de grond naast zich neer. Het stalletje had ze bedekt met een klein beetje hooi. Op het dakje zou ze straks nog wat verse dennentakken leggen, net zoals mam dat vroeger had gedaan.

Het was raar om de doos te openen die haar moeder vorig jaar voor de laatste keer had gesloten. Ze was er de hele middag mee bezig geweest om de beeldjes weer zorgvuldig in te pakken in kranten, zo had ze een beetje lacherig verteld, maar ze hadden allebei geweten dat het ook de allerlaatste keer was geweest.
Ze hadden zelfs besproken waar het stalletje volgend jaar zou komen te staan.
En daar zat ze nu, naast de geopend doos, geknield voor het stalletje.

Net zoals ze vroeger met haar zusje had gedaan probeerde ze door het krantenpapier te voelen wie ze in haar handen had. ‘Voorzichtig meiden’.
Ze had gelijk prijs, het was het kindje Jezus-met-zijn-gat-in-zijn-ruggetje in het rieten mandje dat voordat het gepromoveerd werd tot kribbe gewoon op mam haar kaptafeltje had gestaan met wat sieraden erin. Uit gewoonte gaf ze het kindje een kusje en zette het veilig ver weg van de rand van het kastje, zodat het niet kon vallen. Het volgende beeldje was het engeltje zonder vleugel.

Even was ze weer terug in haar jeugd. Ze moest 3 of 4 geweest zijn. Zus had haar die ochtend wakker gemaakt. ‘Zullen naar het stalletje kijken?’ Samen waren ze zachtjes naar de woonkamer gegaan. Het stalletje van toen bestond alleen maar uit wat berkenstammetjes en een rieten afdakje. Meer was het niet.
‘Niet aanraken hoor Narda, dat mag niet van mama’.
Ze had het engeltje toch gepakt. ‘Heel eventjes maar’.
‘Zet nou terug’.
Het was op een beetje stoeien uitgelopen, waardoor het engeltje uit haar handjes was gevallen, zo op de grond. Het vleugeltje er naast.
Ze waren er zo beduusd van geweest.

Een voor een pakte ze nu ook de andere beeldjes uit. Jozef en Maria bleven altijd een gok met hun gekromde ruggen. 
Ze hoorde dit nog lang niet te doen. Mam had nog minstens 10 jaar moeten leven.
Eigenlijk hoorde ze dit al helemaal niet te doen, eigenlijk hoorde Zús dit nu te doen. Zus die sinds ze kon praten ieder jaar weer had gevraagd: ‘Als ik later groot ben mag ik dan het stalletje?’
Zelfs twee jaar geleden, toen pap doodziek van de chemo op de bank naast het stalletje lag te kijken had ze het nog gevraagd.
Het was nooit zover gekomen.
Eerst ging pap in januari dood.
En elf maanden later was Zus overleden.

Zou ze de beeldjes eerst even wassen?
Voorzichtig rook ze aan een schaapje. Misschien wel zo fris.
Met haar middelvinger bedekte ze het gat van kindje Jezus voor ze het onder dompelde. Ze hoorde het haar moeder nu nog zo zeggen, eerst tegen zus en haar, en later tegen haar twee kleinzoons die net als hun moeders vroeger met hun handjes op de rug voor het stalletje stonden.
‘Geef kindje Jezus maar een kusje, maar wel héél voorzichtig hoor!’

Met beleid droogde ze de beeldjes af. Nu kwam het belangrijkste deel, alle beeldjes op hun plekje zetten. Zoiets luisterde nogal nauw. Had ze vorig jaar niet nog een foto gemaakt?
Even scrolde ze door haar filmrol, maar toen ze aan de wijze woorden van haar vader dacht bedacht ze zich. ‘Zoals jij denkt dat het goed is, zo moet je het maar doen, dan vind ik het ook goed’. Mam zou daar hetzelfde over denken.
Misschien moest ze het dus gewoon ook maar op háár manier doen. 

Terwijl ze de os en de ezel om het kindje Jezus schikte -‘Die houden samen het kindje warm met hun adem’- moest ze opeens aan al die relschoppers in Geldermalsen denken.
Zouden die mensen nu ook hun kerststal neerzetten?
Zou ze zèlf überhaupt de kerststal moeten neerzetten?
Zou het niet veel beter zijn als alle mensen op de hele wereld eensgezind alle religies en aanverwante zaken radicaal de wereld uit zouden helpen?

Af en toe voelde ze zich zo moedeloos. Al die haat, al dat geweld. ‘Waarom nou toch?’
Even leek het alsof de herder zijn schouders ophaalde.
Zou zij zèlf eigenlijk straks nog aan al die vluchtelingen denken als ze gezellig onder de kerstboom ‘All you Need’ zit te kijken?

Zo. Nu alleen de schaapjes er nog voor, en de twee koningen een beetje daar ‘in de verte’.
Gek eigenlijk, ze hebben er altijd maar twee gehad, Balthazar en Melchior.

Ach de wereld, de wereld.
Misschien kon ze nog wat doneren, hier of daar.
En wat producten kopen in de Appie.
Een paar kaarten versturen naar hen die wel een hart onder de riem konden gebruiken in deze tijd van het jaar.
Maar verder hield het daarmee wel op.
Ze haalde het elastiekje van de takken en legde ze dakpansgewijs op het dakje.
-Drie euro voor een bosje-.

Ze stond op en bekeek het stalletje van een afstandje.
Misschien moest de ezel iets dichterbij.
Zo ja.
Zo was het goed.

Ze pakte de lege doos om de kranten in te bewaren tot het weer tijd zal zijn er de beeldjes erin te rollen. Een glimlach brak door toen ze de grote kop op de krant die op de bodem lag las: ‘Voortaan wonen wij in Krommenie’.
Het was een krant van januari dit jaar. Mam had het bewust zo gedaan, dat wist ze gewoon. 

Nee, wat een gedachte zeg! 
Natuurlijk zou ze het stalletje ieder jaar weer neerzetten zolang zij leefde.
En hopelijk zal ze ooit zelf een oma zijn die zachtjes tegen haar kleinkindje zal zeggen:

‘Geef kindje Jezus maar een kusje, maar héél voorzichtig hoor!’

Fijne kerstdagen allemaal!

Advertenties

28 gedachtes over “Het kerststalletje

  1. Blijven doen waar je in gelooft en waar je waarde aan hecht. Dat is het állerbelangrijkste!
    Ondanks het gemis van mensen die je heel erg lief zijn, hoop ik dat je een warm en liefdevolle Kerst kunt vieren…
    Dikke pakkerd

    Liked by 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s