Bedankt, fijne jaarswisseling en een gelukkig nieuwjaar!

Ik wens jullie via deze weg allemaal een hele gezellige jaarswisseling en een goed 2016. Ik heb de neiging om op iedere nieuwjaarswens te gaan reageren (soms word ik gek van mezelf) maar dit jaar breng ik dus mijn wens in één keertje, voor iedereen via deze weg. 

Tegelijkertijd wil ik dan ook alle mensen bedanken die mij gesteund hebben in dit moeilijke, maar ook mooie afgelopen jaar. Een hele dikke 💋 voor jullie!!

Advertenties

Blog statistieken 2015

 Ik zag er al vele voorbij komen, altijd leuk. Daar gaan we: 

Mijn blog is in 2015 ongeveer 45.000 keer bekeken.Wat ik nogal opvallend vond is dat mijn blog 1126 keer is bezocht via Facebook, terwijl ik hier maar een doodenkele keer een link plaats naar een blogje. Het bericht dat het meest is gelezen  is afgelopen jaar was ‘Mantelzorgen anno 2015’.

image
Vanaf september, na de uitvaart van mam liepen de bezoekersaantallen behoorlijk terug, maar dit kan ook gekomen zijn doordat bepaalde mensen die voorheen wel bij mij lazen stopten met bloggen.
Best jammer.
Gelukkig kwamen er gezellige nieuwe bloggers voor in de plaats, en ook ben ik blij met de nieuwe volgers.

Ik had dit jaar één blogontmoeting, en wel een heel gezellige met Tiny uit België, die een lang weekend bij haar vriendin in mijn omgeving logeerde. Het was zeker voor herhaling vatbaar, wie weet zeil ik nog een keer af naar onze zuiderburen.

Het afgelopen jaar heb ik heel veel lieve reacties gekregen, en me ontzettend gesteund gevoeld door de vele lieve reacties op mijn blogs, ook via de mail.
Daar wil ik jullie allemaal heel hartelijk voor danken. Mijn blog (het schrijven en delen) heeft me vaak overeind gehouden.
Waarschijnlijk zullen er heus mensen zijn die het verwerpelijk vinden dat ik vaak erg openhartig ben, maar dat is mijn eigen keuze, soit!

Morgen moet ik nog even werken tot 20:00, maar daarna gaan Rem en ik lekker voor de buis hangen met onze stresspoezen. Herman Finkers komt op tv, zie ik net, wat leuk!!

Lieve mensen, allemaal een hele fijne jaarwisseling, ik zal vast wel een (droog, onzichtbaar) traantje wegpinken, maar er óók gewoon wat moois van maken, en proosten op een heel goed 2016 voor ons allemaal! 🍻🎉💫🍷

Klik hier om het complete rapport te bekijken.

Wat ben jij wel niet allemaal van plan?

Na de kerst wordt het weer tijd voor de goede voornemens (vaag), wensen (iets concreter) en strakke plannen (concreet).

Een plan geeft een mens gewoon wat houvast, een doel.
Zonder plan draai je maar doelloos in het rond en kom je nergens, zeg ik altijd maar.
Het hebben of maken van een plan heeft mij vaak overeind gehouden.
Plannen kun je altijd herzien of aanpassen.
Van plannen kun je bovendien ook prachtige lijstjes maken;-)
Maar laten we eerst mijn plannen die vorig jaar gemaakt had er eens bij pakken om te zien wat daar uiteindelijk van terecht is gekomen.

Ik wist natuurlijk wel dat 2015 hoogstwaarschijnlijk het jaar zou worden waarin mijn moeder zou overlijden en had het voornemen de tijd die haar restte zo aangenaam mogelijk te maken. Ik kijk nu met een goed en warm gevoel op deze acht maanden terug. Dat helpt me ook bij het verwerken.
De andere plannen zijn er bij ingeschoten, dus die nemen we gewoon mee naar 2016.

Goed. Over naar de planning 2016 tot dusver:
In januari heb ik een gesprek met de loopbaanfunctionaris. Niet dat ik graag weg wil, integendeel, maar de nachtdiensten zijn nou eenmaal inherent aan mijn baan, en ik trek ze zo ontzettend slecht mensen. Het zal vast moeilijk worden om op mijn leeftijd (48) nog iets anders te vinden. Zeker iets wat ik net zo leuk en gezellig is als mijn baantje nu, maar niet geschoten is sowieso altijd mis.
En omdat ik nu weer 32 uur per week werk, wil ik eens serieus gaan kijken of ik voor eens in de twee weken een hulp voor twee of drie uurtjes kan krijgen. Dingen als ramen lappen en muurtjes soppen schieten er bij mij altijd een beetje bij in.

Ook ga ik in januari beginnen met een schrijfcursus ‘Korte verhalen schrijven’. Dat is op de woensdagavonden in Amsterdam tussen 19:00 en 22:00, dus dat worden een paar hele lange dagen want om nou eerst uit het werk naar huis te gaan na een dagdienst is ook een beetje onzin. Gelukkig hoef je je in Amsterdam echt niet te vervelen.

In februari wil ik naar Groningen om Neef eens even lekker te knuffelen. Het gaat trouwens goed met hem, hij heeft een fijne kerst gehad.
Ook ga ik in februari eindelijk eens een Excel cursus doen. Ik kan er wel een beetje mee werken hoor, maar zou graag wat meer gebruik kunnen maken van de mogelijkheden die het biedt.
Verder mag ik naar een cursus voor het nieuwe rooster programma dat we binnenkort gaan gebruiken, maar wanneer dat is weet ik nog niet.
In maart ben ik klaar met de verhalencursus en ga ik denk ik weer meedoen met de start to run groep.
En ik wil weer gaan fietsen.

In Maart/april gaan we de tuin betegelen. We hebben een tuin van 20 bij 5 tot de schuur en Rem en Kyl hebben allebei nogal een kwetsbare rug, dus we hebben besloten dat we het maar niet zelf gaan doen.

In mei gaan we natuurlijk lekker negen daagjes naar Spanje.

Op een mooie warme dag in de lente of zomer gaan we de as van mijn ouders, zusje en Nino uitstrooien in het Guisveld. Dat heb ik zo met ze afgesproken. Ik denk dat dat het moment zal zijn waarop ik het hoofdstuk ‘ziek en dood’ wil gaan afsluiten, en vooruit wil gaan kijken, in plaats van achteruit.
Pas als ik de as heb verstrooid is het voor mij helemaal klaar. Misschien niet het verwerken, maar wel alles wat ik ‘moet’ doen, moest regelen.
Misschien begin ik daarna een ander blog.

In de zomervakantie willen we gewoon lekker twee weken thuis blijven. Beetje varen, terrasje, en het houtwerk in de voorgevel moet nu echt worden opgeknapt.
Evenals de romp van ons Beautje. Als het weer dan ook nog een beetje meezit hebben wij het al snel fijn samen.
Ik denk dat we allebei op ons gelukkigst zijn als we een beetje kunnen rommelen.
Wie weet gaan we van de patioblokken uit de tuin van mijn ouders wel een buitenkeukentje in elkaar flansen.
Dat kan mijn vent vast wel.
-Mijn man kan àlles-.

30 augustus wordt Rem 50.
En na de zomer zien we wel weer verder.
Ach. Plannen maken is natuurlijk altijd goed, maar ‘het leven is wat er gebeurt terwijl je andere plannen maakt’. Dat besef ik mij terdege.
Ik ben gewoon al blij en dankbaar als we zonder noemenswaardige kleerscheuren het eind van 2016 zullen halen.
O, en de hypotheekrente.
Die moet ook nog even 7 maanden laag blijven;-)

 

Kerstmoe

Vandaag niet veel meer gedaan dan van mijn bed naar de bank gelopen. Rem was zo lief om de bende in de keuken op te ruimen. Kylian en Jouri hadden heerlijk gekookt samen.
Even opscheppen hoor:

Dat ik vandaag zo moe ben komt natuurlijk ook doordat ik na mijn nachtdienst 24/25 maar drie uurtjes geslapen heb. Zoiets hakt er vreselijk in bij mij.

De uurtjes op de bank heb ik overigens wel goed besteed aan het zoeken van weekendje weg in januari. We zijn nu voor totaal 180 euro twee nachten onder de pannen in een 4 sterren hotel inclusief 2 x ontbijt, 1 keer 3-gangendiner op de dag van aankomst, en gebruik van de Wellness.
Op de zaterdag is er in de buurt van het hotel vanaf zes uur een nieuwjaarsreceptie van Rem zijn werk.
Heerlijk vooruitzicht toch?!
(Ja, ook voor Kyl natuurlijk;-)

Morgen moeten knobbel en bobbel weer op de foto. Zal ik daar trouwens eens wat ‘grappigs’ over vertellen? De eerste keer dat ik voor een mammografie moest, werd ik geholpen door een leuke knul van achter in de twintig. En hij was zo zachtaardig. Ik vond het achteraf dan ook allemaal reuze meevallen.
Pas toen ik het jaar erop en de jaren daarna geholpen werd door verschillende vrouwen, begreep ik dat zijn werkwijze toch wel iets afweek van dat van zijn collega’s, die veel meedogenlozer te werk waren gegaan.
De reden dat ik trouwens regelmatig een mammografie moet laten maken, is omdat ik last heb van fibroadenomen, dat zijn onschuldige knobbeltjes.
Meestal krijg ik dan aansluitend een echo en soms een punctie. Drie keer zijn er knobbels weggehaald. Twee keer operatief en de laatste keer door de radioloog met een soort van packman happertje met een slangetje eraan. Heel kunstig deed hij dat.
Ik heb maar geluk.
Bij mijn blogmaatje Jaixy is onlangs voor de tweede keer borstkanker geconstateerd. Ik vind het zo bewonderenswaardig hoe ze de kracht vind om optimistisch te blijven, en vertrouwen te houden in de medische wereld.
Een hele diepe buiging voor haar.
-Als je begint met bloggen en blogs volgen realiseer je je eigenlijk helemaal niet dat je met sommige mensen een band zal opbouwen, en dat je zelfs verdriet kunt hebben om wat deze mensen mee moeten maken.-

Afgelopen week hoorde ik trouwens ook weer dat er bij twee vrouwen van mijn leeftijd kanker is geconstateerd.
En de vader van een vriendin van me reageert vandaag nergens meer op, zo appte ze.
Stomme, stomme, stomme rotkanker:-((

Nou, even iets anders maar om mee af te sluiten.
Ik zie de nodige eindejaar blogjes al weer langs komen, een dezer dagen zal ik er ook eentje gaan schrijven, met leuke statistieken en al. (Gek op lijstjes en statistieken, u weet het;-)

Fijne maandag allemaal.

 

 

Kerst in de jaren ’70

Ooit zul je aan de mooie herinneringen die in het verleden hebt gemaakt, weer met een glimlach op je gezicht terugdenken. Vandaag is voor mij zo’n dag. Sommige mooie herinneringen kun je nooit genoeg delen met anderen, vandaar vandaag een ‘gouwe ouwe’  -met een korreltje zout geschreven-voor iedereen die het leuk vind om te lezen.

Thuis was het vroeger altijd een drukte van jewelste zo tegen de kerst in de jaren’70. Uiteraard moesten we helpen bij de Grote Schoonmaak, al probeerde ik er zoals altijd op slinkse wijze onderuit te komen door me op te sluiten in het toilet tot grote ontsteltenis van Zus. Het koper was echter geduldig.
Pas als het zo blonk dat het pijn deed aan mams ogen -criterium!-, de matten waren geklopt, het hele huis was doordrongen van een penetrante ammoniakgeur vermengd met de geur van de Pledge, en de ragebol alle hoekjes had gezien was mam tevreden en gingen we op woensdagmiddag naar de markt voor een kerstboom die we met ons drieën lopend naar huis droegen terwijl de naalden van de stam in onze handen prikten. Ik liep voor spek en bonen in het midden. ‘Even mijn andere hand hoor’. Dat was mam. Zus had als sterkste van ons drie de dubieuze eer de stam te mogen dragen. We legden de boom dan voorzichtig op de grond en liepen er omheen naar de andere kant. Dat ging zo door tot we thuis waren.
Daar manoeuvreerden we net zo lang tot hij schuin overdwars op het balkon lag, waar hij bleef liggen tot pap de tijd rijp achtte om de groene standaard uit de schuur te halen en net zolang aan de stam begon te snijden en te zagen tot de boom wèl in de standaard paste, we wèl met goed fatsoen langs de boom naar de voorkamer konden lopen en hij wèl klein genoeg was om rechtop in de kamer te kunnen staan, zonder daarbij het plafond te raken. Mams visuele inzicht was nooit zo best, of ze deed gewoon net of ze achterlijk was, dat kan ook heel goed. ‘Hij leek op de markt echt veel kleiner hoor Klaas! Ja toch meiden?’ Braaf knikten we onze hoofdjes. We konden er heel onschuldig uitzien als we wilden.

Als pap alle lichtjes eindelijk naar tevredenheid van mam in de boom had gehangen, en de piek zijn plek in de top had ingenomen, mochten wij mam helpen met de ballen.
Zilveren ballen, zilveren vogeltjes, zilveren huisjes en zilveren slingers vonden een voor een op gepaste afstand van elkaar een plekje in de takken.

Pas als de boom stond, kwam het stalletje aan de beurt. Pap zette het in elkaar en legde het stro erin terwijl wij toekeken hoe mam de beeldjes die wij mochten aangeven voorzichtig uit de kranten rolde. Onderwijl probeerden we te raden wie er tevoorschijn zou komen. Josef en Maria herkenden we uit duizenden aan hun scoliose ruggetjes. Kindje Jezus werd na een ‘voorzichtig’ kusje van ons in een klein rieten mandje met engelenhaar gelegd. Pas als de hele veestapel vervolgens ook weer zijn vaste plekje had gevonden mochten de knielende engeltjes aan weerszijde van het stalletje worden geplaatst. Engel Gabriel werd vervolgens met zijn ‘Gloria in Excelsies Deo’ vaandel in zijn handen aan zijn stok boven de stal en onder de rode ster gehangen, maar niet voordat het stalletje was bedekt met wat overtallige dennentakken van de boom. De twee koningen moesten nog even in de doos blijven tot het hun tijd was. Ja, het luisterde allemaal heel nauw. Het was eigenlijk bèst een heel gedoe nu ik er zo op terug kijk.

Maar goed, zodra het hele huis uiteindelijk goed genoeg naar de zin van mam gepoetst, gefluft en gepimpt was, kwamen we natuurlijk zelf aan de beurt. Dus òp naar het paardje van C&A, de aapjes van de V&D en de worst van de Hema. 

Op kerstavond togen mam, zus en ik dan -voor de gelegenheid gearmd – in vol ornaat naar de kindermis. De kerk van toen was zo’n beetje ‘the place to be’ in die tijd. Als je op tijd was kon je misschien een plekje voor het grote schuifgordijn bemachtigen. Meestal zaten wij dus achter een grote dikke pilaar of zo, of ergens achter aan de zijkant onder een luidspreker en dan hadden we nog mazzel, want sommigen mensen moesten gewoon staan! Het liefst zaten we op de eerste rij op het balkon. Van daaruit konden we prima onze vrienden en kennissen spotten. ‘Niet zo hard lopen meiden’

Zus is jarenlang smoorverliefd geweest op R. die ze, behalve als we op visite gingen, normaal niet zo snel tegen het lijf zou lopen. ‘Kijk, daar zit hij’, was meestal genoeg om haar met luid kabaal van de voetenplank te laten donderen, de laatste tree van een trap te laten missen of over een punt van de loper te laten struikelen.

Tijdens de kindermis van ’74 mocht mijn vriendinnetje C. ‘Er is een kindeke geboren op Aard’ voorzingen. Hoewel wat nasaal (waarschijnlijk van al dat zwemwater wat we tijdens de kerstvakantie binnen hadden gekregen) was het een prachtig magisch moment. Dat ijle stemmetje van haar dat in die bomvolle kerk na iedere zin met honderden stemmen werd geëchood. Die avond besloot ik dat ik ook lid zou worden van het kerkkoor. Niet vanwege de eventuele zangambities hoor. Welnee.
Het uitzicht vanaf het podium moest gewoon fantastisch zijn, bedacht ik me. En een stuk makkelijker bovendien. Dat ik daar nou niet eerder aan had gedacht. Nu moest ik het maar raden wie waar nou zat aan de achterkant van het haar.

Nadat we ‘de Herdertjes lagen bij nà-hà-hàchten’ uit volle borst hadden meegezongen, werd het de hoogste tijd om buiten voor de kerk onze vrienden (school) en kennissen (zij, die we kenden van de rijen bij de luilakbollen, de kassa van de C&A en het zwembad) een zalig kerstfeest te wensen.
Daarna liepen we door de donkere nacht naar huis waar pap een feestelijke broodmaaltijd op tafel klaar had staan en de hele kamer slechts karig werd verlicht door de kaarsen op tafel en de lichtjes van de kerstboom. Vloercadetten met roomboter, rosbief en fricandeau lagen naast de gesuikerde stol, de tulband en de duivenkater op mam haar allermooiste schalen. Het deftige servies was uit de buffetkast gehaald, wat het hele gebeuren een zeer gewichtig tintje gaf. Ons vaste koor (we hadden slechts 1 kerst-elpee) zong zacht van ‘Ei, Ei, zwijg stil zuszus, en krijt niet meer’, wat naast ‘gewichtig’ en ‘heilig’ voor mij bovendien een nogal mysterieus tintje aan het geheel gaf.

Natuurlijk gingen we met de kerst bij beide oma’s en opa op visite. Op eerste kerstdag gingen we naar de moeder van mijn moeder die op 1 hoog in een duplexwoning woonde in Assendelft.
Steevast met een pak koffie.
Uiteraard was de hele familie present, een mannetje of ehh…dertig?  ‘Kom d’r in luitjes, plaats genoeg’. En inderdaad, we konden er allemaal in. Er was zelfs plek voor een giga kerststal en een kerstboom met bont gekleurde lichtjes en ballen.
Op tweede kerstdag aten we cashewnoten bij mijn andere oma en slurpten we ongemerkt het ene na het andere glas bowl naar binnen terwijl we lachten om de grapjes van ome H. en kennis maakten met -alweer- een nieuwe lichting babynichtjes en/of neefjes.

Eerste kerstdag aten we meestal kalkoen. Dat was best een heel gedoe. En hij mislukte altijd. De ene keer was hij gortdroog, dan weer taai of verbrand.
-Je moest mijn moeder nageven dat ze een doorzetter was op culinair gebied-.

Allereerst moest er een kalkoen gekocht worden bij van der Laan, de poelier op de krommenieeerweg. Daar moest ze minstens een uur voor uit trekken, vanwege de drukte.
Vervolgens moest ze, nadat we twee uur later bij de Hildering op het marktplein ook de Hollandse garnalen had gescoord, de laatste veertjes uit het beest geplukt worden, alvorens hij van binnen en buiten grondig gewassen kon worden.
Meestal vulde ze hem -onder toeziend oog van Zus en mij- daarna met gehakt en kastanjes. Èn een scheutje port. ‘Wordt ‘ie lekker sappig van meiden’.
-Ja ja.-
Daarna pelden Zus en ik dan de garnalen op een krant, een waar monnikenwerk, terwijl mijn moeder de kalkoen weer een beetje als zodanig herkenbaar in vorm bond.

Met de kerst kregen we ‘s morgens rond elf uur een klein glaasje -dat noemde ze dan heel onschuldig een ‘proefie’- Boerenjongens ‘voor de gezelligheid’.
De Irish Coffee hadden we dan al afgeslagen.
Na de lunch volgde gezellig een kersenbonbon met Kirsch en een rumboon bij de thee. ‘Lekker hè meiden?’
Daarna volgde er bowl.
(Jaren later kwam ik erachter dat ze zoiets in Spanje gewoon Sangria noemden). ‘Toe, neem nog een beetje meiden!’
Tegen de tijd dat we aan tafel gingen, waren we al behoorlijk teut.
Uiteraard kregen wij een glaasje rode wijn bij het eten want dat hoorde bij onze opvoeding vond mam. En was bovendien ‘Zo feestelijk!’
Door de garnalencocktail zat natuurlijk een flinke teug whisky, en de peertjes stoofde ze volgens mij in onverdunde rode wijn.
‘Ach dat kleine beetje alcohol is allààng verdampt’ riep ze dan. Ook de Tutti Frutti had minstens een nacht in de Brandy liggen weken.
‘Nog een glaasje wijn meiden? Toe!’

Van de kerstdesserts is me trouwens bar weinig bijgebleven. Hoogstwaarschijnlijk lagen Zus en ik tegen die tijd gewoon allang al ladderzat onder tafel….