Verguisd, vergeeld en vergeten

Vorige week, in de auto, op weg naar het crematorium, in Wormerveer op de half opgebroken Provinciale weg ter hoogte van het Guisveld tussen Fortuna en Saenden wist ik dat er èrgens een keer een eind aan mijn zoektocht zal moeten komen.
Tegelijk met dat besef brak de zon door het wolkendek, wat voor mij zoveel betekende als een zegen voor deze gedachte uit het hiernamaals.
-Whatever that may be-.

En niet alleen wist ik dàt er een eind moest komen aan mijn poging de ultieme waarheid aan het licht te brengen, ook exact wanneer het zo ver zal zijn stond mij opeens helder voor ogen; op de dag dat ik mijn ouders, zus en onze Bordeauxdog (Beau)Nino in het Guisveld zal verstrooien wil ik voor eens en altijd een eind maken aan mijn zoektocht naar het antwoord op mijn Grote Vraag ‘Waarom?’
Of ik het antwoord gevonden zal hebben betwijfel ik, maar misschien dat deze deadline -o, hoe toepasselijk-, mij daarna wat rust in mijn hoofd zal gunnen.

Ja.
Zo zal ik het gaan doen.
Mits er tussentijds andere lumineuze ideeën van zich doen spreken uiteraard. Voor goede, betere ideeën is het immers nooit te laat.

Misschien ga ik mijn blog daarna nog herschrijven.
Misschien ga ik het ook zo, met alle spel-en stijlfouten wel gewoon uitgeven in eigen beheer.
Gewoon, voor Kylian.
Voor neef.
-op zolder later-
Voor mezelf.
En voor ieder die het verder lezen wil,
weten wil, wat ìk nou eigenlijk denk wat het antwoord is op de zinloosheid van het bestaan.
Want is dát niet exact wat ik zoek?
En waar iedereen van tijd tot tijd naar op zoek is?
Ik ben alleen bang dat ik uiteindelijk ook geen antwoord zal hebben.
Wie heeft immers het antwoord op de dood?
Laat staan op een vroegtijdige dood, zonder afscheid, pats-boem.
Of op de zinloosheid van het bestaan.
Een antwoord op: waarom de dingen gewoon gaan, zoals ze gaan.

Het zal uiteindelijk maar bar weinig mensen ook echt interesseren.
Heus.
Uiteindelijk zal ook ons verhaal gewoon verstoffen, ergens op een zolder:
Verguisd, vergeeld en vergeten. 

Snert

Het zal een raar blogje worden.
Veel te vertellen heb ik niet, nou ja…heb ik wèl, maar kán ik niet.
Over werkgerelateerde zaken wil ik gewoon niet bloggen, maar ze houden me wel bezig.
Dat u het gewoon even weet.

Vandaag heb ik even een bankdagje.
(Op dringend advies van Rem die mij geloof ik ietwat gespannen vindt lately;-)
Gewoon een beetje lezen, bloggen, erwtensoepje bouwen, chocoladeletters eten, rozijntjes strooien voor de kipjes, dat soort dingen.
Soms heeft een mens zoiets gewoon nodig.
Morgen en zondag moet ik weer werken.

  Ben trouwens ook nog redelijk uitgeblust van het uitje met oud vriendinnetje afgelopen woensdag.
We hadden om drie uur afgesproken op het CS op spoor 2 (best dapper) en het is dat het bonnetje zegt dat we even voor half elf afrekenden, anders had ik het niet meer geweten.
Sterker, we dachten de volgende dag zelfs dat we vergeten waren af te rekenen, en hadden al afgesproken dat ik dat nog even alsnog zou gaan doen toen vriendin het bonnetje alsnog in haar jaszak vond.
Ben geloof ik via station Bijlmer weer naar huis gegaan.
Maar het was het al met al meer dan waard.

Nu zit ik te twijfelen of ik in bad zal gaan, een vaag stukje op mijn blog zal schrijven over astrologie, mijn haar zal gaan verven, mijn nagels zal gaan lakken, de kerstboom op zal gaan zetten of de NLP voor Dummies zal gaan lezen.
-Gek word je ervan!
Kent u het?-

Ik zou natuurlijk ook weer eens iets aan sport kunnen doen.
Beetje Hardlopen.
Stukje fietsen.
Zou kunnen.
Zou kunnen.

Eerst nog maar even in mijn pannetje roeren, wat pilsjes koud leggen en de wijn vast maar wat laten ademen.

Een mens moet ergens beginnen.

:-(

Het was weer niet eerlijk hoor.
Weet u wat Rem en Kyl gisteravond hier thuis hebben gegeten?
Dit: image

Ik bedoel maar even.
En wat at ik?
Nassi van het ziekenhuis:-(
En alles was natuurlijk weer op toen ik gisteravond thuis kwam.

Vorige week aten ze tijdens mijn avonddienst dit:
image

En de week er voor deze:
image

In week 45 had ik dit ook al gemist:
image

Van deze heb ik trouwens ook alleen maar de foto’s mogen zien:
image

image

image

Eten ze bij u thuis ook altijd expres hele lekkere dingen, nét als u er niet bent?image
imageimage

Kanker op FB

Even over het verzoek op Facebook over het delen van een status over kanker. ‘Al is het maar voor een uur’:

Je hoeft niet zinloos toe te kijken. Misschien is het een beter idee om te kijken of je misschien iets kunt bedenken om het leven van deze mensen iets draaglijker te maken. Door even een bloemetje te brengen bij die zieke buurvrouw, of even een boodschap te doen voor je tante.
Wat dacht je van vrijwilligers werk?
Misschien als mantelzorger, vrijwilliger in een Hospice, of buddy?
Verder kun je natuurlijk ook gewoon wat geld doneren of als je daar niet genoeg van hebt een actie starten om geld in te zamelen voor de strijd tegen kanker. Iedereen heeft wel een talent. Ga kleedjes haken, viool spelen of armbanden rijgen, verzin wat, maar ga alsjeblieft niet steeds aan me vragen om een status over kanker op FB te delen.

Beaunino weet wel raad

Wat hebben een gepensioneerde leraar met slijmvlies ontsteking, een vermoeiende Eric Scheerder, een katoenen zak voor broeder, een treurende valkparkiet, sterke sangria, een carnavalsknobbel, een bedpraatboek, het plastic zitbad van de Hornbach, een alcoholcontrolefreak, gezellige urnentuintjes, Terry de Slingeraar, een toverkistje, wijn met spruitjes, een zakje saroma bij de stoofpeertjes,
Ambonese schuimpjes, de buxusrups, een kippenlul, het huis van Bonnie st. Clair,
de fooienpot van de radiotherapie, Jan Steen met zijn derde been en de schimmel op het snowboard in de schuur gemeen denkt u?

Juist.
Voor als de zoekmachines het antwoord ook gewoon even niet meer weten: gewoon doorlinken naar Beauninoblog!

Missie mam

Nou.
Dat hebben we ook weer gehad.
Ging helemaal goed.
Zelfs bij het stoplicht bij boer Geert.
Zelfs op de brug.
Zo zie je maar…

Petra was er niet.
Deze keer hielp M. mij.
Ze hadden de uitgifte ruimte eens flink gepimpt zag ik.
Ik keek natuurlijk gelijk bij binnenkomst of ik de urn zag staan op het tafeltje om de hoek.
Nope.

M. was trouwens ook even weg.
Waar was hij nou?
O ja, thee halen voor me natuurlijk.
Ik nam sterrenmunt.
Dat leek me wel toepasselijk.

Ik ging maar niet op de stoel zitten waar mam altijd zat.
Nee. Gewoon maar weer op mijn eigen plek.
M. ging loos.
De papieren waren trouwens ook even loos, maar dat was later pas.
Dat er geen lief wit emaille hartje was, dat wist ik al, daar was ik over gebeld.
Het contract met de hartjes firma was namelijk verbroken.
Ze hadden wél
‘kleine urntjes,
mooie knuffelsteentjes, waxinelichthoudertjes,
grote urnen,
kleinere urnen,
nou ja, heel veel keuze’,
zei M.
‘Mijn moeder wil gewoon in een simpel klein wit emaille hartje M’.
Daar had hij niet van terug.
-Dat was geloof ik ook het moment waarop M. even de papieren loos was.-

Van Petra had ik al gehoord dat je de as niet op een openbaar voetbalveld of gewoon op straat mocht strooien.
M. voegde daar vandaag voor de zekerheid portieken en vijvers aan toe.
Waar zien ze me voor aan daar?

Toen werd het wel eens tijd om mam tevoorschijn te toveren.
Tegenwoordig laten ze de as netjes in de kast, vertelde M.
Volgens M. is dat namelijk minder confronterend.
Ik wist het zo net niet.
‘Nu staan er hele mooie lampjes op dat tafeltje waar je óók as in kunt doen’.
Die M. moest maar eens snel ophouden met zijn verkooppraatjes.

Mam zat niet in een mooie bordeauxrode bus met een gouden randje.
Mam zat in een zwarte bus.
‘Dit is een strooibus, en die heb ik niet besteld’.
Marcel vertelde dat ze geen bordeauxrode-met-gouden-randjesbussen meer als standaard bussen leveren.
-Ik vermoed dat die te mooi zijn.
Dat wil de nieuwe urnenleverancier natuurlijk niet.
Vast een contractdingetje.
Flauw.-
En nu werd ik zomaar met een zwarte strooibus geconfronteerd.
Dat dus weer gewoon wel.
Mam wilde vast niet dat ik moeilijk zou doen nu.
‘Kind alsjeblieft, schiet op ik wil naar huis’.

Ik zag dat het crematienummer op het steentje begon met de datum waarop ik geboren ben: 3105. Daar dan nog een 0 achter.
Ik kan het nu al uit mijn hoofd.
Het moest mam wel zijn, dit kon niet missen.

Toen ik genoeg krabbels had gezet mocht ik haar meenemen.
Marcel droeg haar tot de deur.
Dat vond mam vast ook niet zo leuk.
-Je bent zo weerloos hé, in zo’n bus.-
Bij de deur kreeg ik mam.
Ze was zo licht als een veertje.
Nee dit kon niet missen.
Marcel hoopte me voorlopig niet meer te zien.
Ik hem ook niet.
Het kwam er misschien iets te gemeend uit.

Thuis zette ik mam bij zus en pap in de kast.
Mam lachte me toe vanaf de foto.
Gister lachte ze me ook toe, maar vandaag was ze echt blij.
Tenminste, zo voelde het.

En nu ga ik maar even naar pap.
Even vertellen.
Plastic bloemetje neerzetten.
En even naar de Esso om naar een lampje te laten kijken.
-Mijn man wil dat graag, dus dan doe ik dat gewoon.-

Vorige week vroeg iemand aan mij of we iets bijzonders gingen doen omdat het zus haar sterfdag was.
Dat gingen we niet.
Ik had voor de gelegenheid wel tweeënhalf fles rood achterover geslagen.
Was niet zo’n best idee geweest.Achteraf. Zit nu te denken aan snert eten.Of misschien gourmetten? Maar misschien is dat meer iets voor morgen. Morgen is het zus haar crematiedag.

Nee. Mam hield helemaal niet van eten.
Mam hield gewoon van een sherry’tje drinken.
En van Rem dan gezellig een pilsje en ik een lekker wijntje.

Tsja.

.

Narda las een boek: ‘Vrouw in de rouw’

Uiteindelijk trok het boek ‘Vrouw in de rouw’ mij toch het meeste; ik heb het gisteravond in een adem uitgelezen. Sommige stukken waren zo ontzettend herkenbaar dat ik het zelf geschreven zou kunnen hebben. Sterker: het zou me niet verbazen als lezers mij zouden verdenken van plagiaat.
-Heus, ik had het nooit eerder gelezen-.

Neem bijvoorbeeld dit stukje waarin ze zichzelf vergelijkt met een open zenuw. In een paar blogs terug was het precies dìt wat ik duidelijk probeerde te maken.
  
Of dit stukje wat ik zelf gewoon geschreven zou kunnen hebben:
image
En hoevaak heb ik onze schuur zelf ook niet vergeleken met die van Malle Pietje? 

 
En dan het besef: dit is wat er overblijft. Zelf schreef ik vorige week: ‘Over honderd jaar ben je niet meer dan een naam in een boek, en een vergeelde foto, ergens op een zolder’. 

 
 
De slapeloosheid:
image

En hoe het gaat ná de eerste rouwperiode. Dan komt de periode dat mensen al snel denken dat het wel goed met je gaat, omdat je lacht, leuke dingen doet, en er goed uitziet.
De periode waarin je jezelf de leugen hoort verkopen dat ‘eigenlijk best goed gaat hoor’, want -eerlijk- niemand zit erop te wachten dat je vertelt over de nachten waarin je het gezicht van je zus weer van haar voorhoofd naar haar kin wit weg ziet trekken terwijl ze sterft. Niemand wil van je horen hoe de geluiden van je stervende moeder in je hoofd je nacht na nacht wakker houden uit je slaap.
En zelf wil je daar ook niet nog eens over praten als je daar al de halve nacht mee bezig ben geweest.
En aan ‘het missen van’ kunnen we samen ook al niet zoveel doen.
image

Tja.
Een herkenbaar boek dus.
Eerlijk en onversneden, zonder verdere poespas en opsmuk.
Ik vind het een echte aanrader.
Mocht je het willen lezen, het is geschreven door Petra Possel, en uitgegeven door Podium.
ISBN: 978-90-5759-3

‘Rouwen voor Dummies’ en aanverwante zaken

Ik heb eigenlijk geen zin om weer te moeten schrijven dat het niet zo lekker gaat, maar als ik dat niet zou schrijven zou ik liegen dat ik barst.
Ik loop gewoon emotioneel gezien gewoon een beetje op mijn tenen. Nu niet denken dat ik de hele dag loop te janken of zo, dat doe ik helemaal niet.
-ja, ik weet het, een flinke huilbui zou opluchten, maar dat kan ik nou eenmaal niet op bevel-.

Financieel zit het ook een beetje tegen. We hadden helemaal vergeten Kyl zijn schooljaar te betalen, mede doordat Kyl vergat zijn mails (met de rekening) daarover te lezen en door te sturen. 1200 euro armer. Verder de betaling van mijn cursus januari à 475 euro. Een rekening van mijn eigen bijdrage ziektekosten 275 euro, plus de rekening van de bedankkaartjes. Daar komt dan nog eens bij dat ik sinds begin juli voor 4 uur per week teveel uitbetaald heb gekregen, dus dat krijgt ook nog een staartje.
Tel daar bij op de sushi en de kleding die ik moest kopen om me weer wat beter te voelen 😉

Maar goed, genoeg geklaagd.
Even iets positiefs:
Wat ging er wel goed deze week:
– Ik heb zojuist de bedankkaarten eindelijk op de bus gedaan.
– Ik heb een afspraak gemaakt met het crematorium. Vrijdag half twee mag ik de asbus van mam halen. Zal wel raar zijn, deze keer zonder mam. De as van pap en zus haalden we samen.
-Ik heb pepernoten gehaald bij de bakker.
-Ik heb mijn boeken op tijd ingeleverd bij de bieb. (Daar scoor ik weer punten mee bij Rem). Was op zoek naar ‘Rouwen voor Dummies’. Hadden ze niet.
‘Overlijden voor Dummies’ bestaat trouwens wel, dat u het even weet. -Maar u kunt ook gewoon bij mij terecht met al uw vragen hoor.-
Heb nu ‘geef flow aan je leven’ meegenomen. Stond veelbelovend in de lucht springend vrouwmens voor op de kaft, dus belooft veel goeds.
image
Als het niks is heb ik nog “laten de doden ook hun hond uit?”
-ik laat het u weten-
image
En als ik daar helemaal depri van ben geworden sla ik ‘Vrouw in de rouw’ open.
image
Volgens de recensie van Aaf Brandt Corstius vol humor geschreven. Nou, kijk aan!

Goed, ik moet dan wel een beetje voortmaken want het is inmiddels alweer bijna vijf uur, dus ik moet ook maar weer eens een gezonde maaltijd gaan bouwen. Ik geloof nooit dat Rem blij wordt als ik hem weer hotdogs laat halen of Alanya laat bellen. Hutspot it will be. Met twee ballen voor Rem. Daar wordt ‘ie blij van.
-Hij is zo geduldig met me.-

Dag lieve mensen.
Tot de volgende keer.

Portugezen in huis, hoe het afliep

Vandaag wil ik u in navolging van deel 1, deel 2 en deel 3 graag nog even vertellen hoe het verder is gegaan met onze logees Helder en Vania.

Omdat Helder zijn sociale premies in Nederland altijd had betaald, had hij volgens mij dus ook gewoon recht op een uitkering.
Ik kwam er al snel achter dat dat niet zo logisch was als dat het mij in de oren klonk. Helder stond namelijk niet ingeschreven bij de gemeente en dus kon hij ook geen uitkering aanvragen.
-Maar hoe zat dat dan met al die Polen, Portugezen, noem maar op? Ik kon het me haast niet voorstellen dat deze mensen wél allemaal keurig netjes bij de gemeente waar ze woonden en werkten ingeschreven zouden staan.
Doorgaans is/was het trouwens zo dat zodra je ontslag hebt genomen/ gekregen bij zo’n uitzendbureau je ook per direct je woning (lees:gedeelde kamer/ bed a ongeveer 300 euro p.m.) moe(s)t verlaten. En eenmaal zonder woning en baan zal het geen enkele buitenlander nog lukken om zichzelf te laten inschrijven bij de Gemeente om zodoende een uitkering aan te vragen. Uiteindelijk beland een groot aantal van deze mensen op straat of bij een ander malafide uitzendbureau. Een en ander kunt u hier teruglezen in deze onderzoeksresultaten op de site van stichting Lize.
Maar goed, ik wil u niet gaan vervelen met alle technische details verder.-

Om een lang verhaal kort te maken. Rem en ik hebben vervolgens uitgezocht wat de financiële gevolgen zouden zijn voor ons als we Helder en Vania op ons adres zouden laten inschrijven.
Nadat hij was ingeschreven konden we een uitkering aanvragen. Vania vond een baantje als schoonmaakster in een schoolgebouw in Zaandam.

Met Helder zijn rug ging het nu ietsje beter, maar de communicatie met hem bleef best moeilijk. Wat hij wel heel goed kon zeggen was ‘Sjonge-jonge’, en hij gebruikte dat dan ook te pas en te onpas.

Op een dag in december overleed Helder zijn opa. Hij vond het vreselijk dat hij geen afscheid had kunnen nemen. Hij was er kapot van. Die nacht vond ik ze huilend op de grond in de keuken, leunend tegen de keukenkastjes. Ze waren nog maar zo jong, en hadden nu al zoveel verdriet voor hun kiezen gekregen in hun leven.

Er was meer verdriet.
Mijn lieve poesje Tinka, het tweelingzusje van Bram werd aangereden in de straat.
We hebben haar met ons allen begraven op ‘Place d’ Hortensia’ in de tuin.
Bram mistte haar vreselijk en zodoende besloot ik een nieuw katje te halen bij de dierenwinkel.
Het deurtje van het kittenverblijf ging open en Spook sprong gewoon in mijn armen.

Daar hangt trouwens nog een grappig verhaal aan vast. Want omdat Helder nu een uitkering kreeg mocht hij van de gemeente zijn huisdier gratis laten steriliseren. Die kans lieten wij natuurlijk niet aan onze neus voorbij gaan dus op een goede morgen toog Helder met Spook en de brief van de gemeente op weg naar de dierenarts.
Daar moest Spook natuurlijk ingeschreven worden.
‘Hoe heet hij meneer?’
Nou niet lachen hoor mensen, maar Spook heet dus officieel helemaal geen Spook maar:
Tigro Blanca Da Silva Nunes Carril.
-Dat u het even weet.-

Zo leefden we die maanden met elkaar ons leven. Sommige dagen waren best moeilijk, zoals bijvoorbeeld ook de verjaardag van Vania’s dochtertje, maar andere dagen hadden we het ook gewoon gezellig.
Veel domino gespeeld, ook met de buren, maar bijvoorbeeld ook op uitnodiging van de voorzitter op een zondagmiddag op bezoek naar de Portugezen vereniging ‘Os Lucitanos’ geweest. In het begin keken vele Portugezen ons maar een beetje scheef aan, maar later werden we zo’n beetje als helden beschouwd.
Zo voelde het wel, we werden compleet in de watten gelegd met hapjes en drankjes. 
Dat was wel bijzonder, en het was heel erg goed geweest voor ons moraal.

Deze voorzitter heeft ons trouwens nog een keer uit de brand geholpen.
Een vriend van Helder was ontsnapt – ja, u leest het goed- uit zijn verblijfplaats. In deel 2 had ik u al verteld over hoe streng de regels waren. Paspoorten inleveren, avondklok, hekken, geweld van opzichters. Dat soort mensonterende dingen. Daar hebben wij gewone burgers helemaal geen weet van.
Anyway, hij was na een vechtpartij dus ontsnapt en belde naar Helder die hem adviseerde de trein naar Amsterdam te nemen. Deze vriend heeft een paar dagen in het verenigingsgebouw van de Portugezen mogen slapen.
Via de ambassade werd een tijdelijk paspoort geregeld en een busticket betaald, zodat deze jongen uiteindelijk terug kon naar Porto.

Ja, een bijzondere tijd was het wel hoor. Enorm leerzaam ook. Deze tijd zou je dat bijna onmogelijk nog kunnen doen. Denk daarbij aan de asielzoekers. Allemaal heel erg goed bedoeld, maar wist u bijvoorbeeld dat er tegenwoordig iemand (u) garant moet staan?
Het is allemaal niet zo makkelijk als het lijkt. De bureaucratie niet, maar zeker ook het samenleven in een huis niet. Je krijgt óók het verdriet erbij. 

Ik hoop dat alles voor de asielzoekers nu wel goed geregeld gaat worden, maar ik vrees het ergste als ik nu, in 2015, nog steeds berichten tegenkom over uitbuiting.

Rest mij nog te vertellen hoe de rechtszaak in april 2008 is afgelopen.
Die dag hield toevallig de Rijdende Rechter zitting. Ik vond het best eng om met de voormalige werkgever van Helder in de zaal te zitten.
Uiteraard wonnen ‘we’.
De werkgever moest 15.000 euro aan Helder betalen.
Daarvan hebben wij ons eerlijke deel voor de boodschappen en inwoning gekregen.

Helder en Vania hadden ‘casa Di Oppa’ geërfd waar ze zijn gaan wonen. Ze hebben een jaar later nog een dochtertje gekregen.
Nu zijn ze al heel lang niet meer samen.
Af en toe heb ik contact met Vania via de messenger.
Ze zal me altijd dierbaar blijven, en ik haar. We hebben ook zoveel meegemaakt. Ook met Helder natuurlijk, maar met hem hebben we geen contact meer. 

We hadden gehoopt dat we met ons verhaal een verschil konden maken. Dat is helaas niet echt gelukt. Men wìl ook niet echt dat dat lukt, lijkt wel.
Andere belangen, economische belangen schijnen zwaarder te wegen. 

En dat zal altijd wel zo blijven ben ik bang, toveren kan ik nog net niet.
Maar wat ik wèl kan is hopen dat de mensen die dit verhaal hebben gelezen nu minder hard zullen oordelen over Polen, Portugezen en alle andere mensen die hier een bestaan -korter of langer- proberen op te bouwen.

Daarmee bedoel ik dus ook de vele asielzoekers. 

Verdiep je erin, voor je erover oordeelt.
En wees niet bang om een vriend te zijn.