Halloween

image
Vandaag precies een jaar geleden vierde mijn zus haar vijftigste verjaardag. Een Halloween party, samen met ene Frans. Morgen zou ze 51 geworden zijn.

Kon ze nog maar een keer boos naar me kijken en ‘laat me’ tegen me zeggen, en ‘jouw zwarte schaap, jouw trouwste Fen’

Ze zeggen dat de grens tussen hemel en aarde het dunst is tijdens Halloween.
Veel mensen proberen in contact te komen met hun overleden dierbaren. 
Ik ben daar niet zo’n fan van.
Waarom zou ik ze storen?
Waarom zouden ze mij misschien de stuipen op het lijf willen jagen.
Nee, dat is zeker niets voor mijn vader en moeder, maar dat mijn zus ooit van zich zal laten horen, ach, wie weet.

Ja, zij geloofde wel in feeën, kaboutertjes, engeltjes en mooie sprookjes.
In kruiden, tarot, glazen bollen, rituelen.
In de hemel, in de sterren, de planeten,
en de lijnen in je hand.
Maar wat heeft al die wijsheid haar gebracht?

Het is natuurlijk leven en laten leven hoor. En een klein vleugje magie kan natuurlijk nooit kwaad.
Maar weet u, ik ken maar heel weinig mensen die zich met ‘bovennatuurlijke’ zaken bezighouden en daar nou echt gelukkig van zijn geworden.

Eigenlijk geen een.
En u?

Advertenties

Fragment uit mijn jeugd: ’83 strand Bakkum

‘Ben je nou klaar Kruif?’
San staat beneden in de keuken.
Snel prop ik mijn oude badlaken in mijn zelfgemaakte roltas met ijshoorntje applicatie en stamp gehaast de trap af in mijn veel te grote le Coq Sportief broekje.
‘Mag ik een fles cola mee mam?’
Hij zit al in mijn tas voor ze antwoord kan geven. Mam schudt haar hoofd. ‘En niet zo laat thuis hoor, zes uur gaan we eten’.

We gaan naar Bakkum. San op haar witte fiets met versnellingen, en ik op mijn zelfgeschilderde rode opoefiets met witte stippen.
-Zonder stippen en flatjes aan je voeten ben je nergens deze zomer-. We hebben afgesproken met de jongens bij de brug bij WFC. Twee andere vriendinnen van ons zijn er ook.
De jongens vertrekken al zodra we aankomen.
Het is te heet om lang stil te blijven staan.
‘Jongens, even rookpauze straks bij het viaduct?’
-Het viaduct bij Uitgeest.-

Op Bakkum gaan we linksaf. Ergens daar, net voorbij waar de houten vlonders stoppen, tegen de duinen aan is ons plekje, het plekje van Wormerveer.

Het is rustig op het strand.
Het is eind mei.
De meeste mensen werken, of moeten naar school.
Wij niet, wij hebben examen gedaan.
Zijn klaar, 16 als we zijn.
Bevinden ons in een vaag gebied ergens tussen verleden en toekomst, waar de wereld nog aan onze voeten ligt, veelbelovend, zinderend van beloftes, en met oneindig veel mogelijkheden en kansen.

De V. zet gelijk de ghettoblaster aan. UB’40 natuurlijk.
De voetbaltassen van de jongens liggen her en der in het zand.
Terwijl zij al aan het voetballen zijn leggen wij onze handdoeken netjes naast elkaar, lezen de Flairs die San mee bracht, en smeren elkaars ruggen in met Nivea.

‘Hé meiden’.
We heffen quasi verveeld onze hoofden naar de G. op.
‘Tegenwoordig is topless is de mode hoor’.
De jongens rusten even uit en openen een voor een behendig een flesje Heineken met de achterkant van een groene aansteker terwijl het Klein Orkest zingt over Koos Werkeloos, omdat sommigen de Top 40 wilden horen.
‘Ja, jullie hoeven je toch nergens voor te schamen?’ roept R.
-Ik ben smoorverliefd op R.-

‘Zwemmen?’
De jongens zijn alweer weg.
De bal gaat natuurlijk mee.
‘Komen jullie ook zo?’

We gaan lummelen.
Winnen kunnen we natuurlijk nooit, maar lachen is het wél.
We stoeien.
Bikinitopjes sneuvelen.
We laten het maar zo, mode bewust als we zijn.
Ook als we even later op onze buiken weer op onze handdoeken liggen.
Het is warm, en het blijft warm.
Onze lauwe cola verruilt zich voor bier.
We krijgen honger.
‘Patatjes eten?’
San en ik halen onze schouders op.
‘Best’.
-Wie wil er nou naar huis?-

Het wordt later en later.
Ik had allang thuis moeten zijn, maar het kan me niet schelen.
Even was het druk geweest op het strand, maar nu zijn de meeste mensen weer naar huis vertrokken.
Wij niet.
Terwijl de zon lager en lager zakt voetballen wij langs de vloedlijn.
En stoeien wat in de duinen.
‘Wie is er bruiner geworden?
De G, of Narda?’
‘Zwarter bedoel je?’

Ik zie hoe P. in een verlaten strandstoel wat voor zich uit mijmert in de branding terwijl de zon langzaam de zee in lijkt te zakken, verbazingwekkend groot, rood en vurig.
We hebben onze topjes en onze shirtjes met ballen weer aangetrokken.
Onze badlakens hebben zich inmiddels allang verbroederd met die van de jongens.
Hazes zingt, ergens ver weg, over een vlieger, een brief.

R. Heeft zijn arm om me heen geslagen.
De G. de zijne om San.
De V. met zijn gevoel voor dramatiek roept dat we dit, deze dag, en dit moment nooit meer mogen vergeten.
‘Nooit, nooit nooit’ voor hij naast Pascalle gaat liggen.

We waren 16, 17.
En innig verliefd op het leven.

Ik heb het tot nu toe onthouden.

En ik hoop zij ook.

Adams familly?

Eind oktober alweer.
Precies een jaar geleden was Zus druk bezig met de voorbereidingen van haar Halloween feest, ter ere van haar vijftigste verjaardag op 1 november.
De vele berichtjes op haar mobiel hieromtrent getuigen van voorpret.
Ik laad het ding nog steeds trouw op.
-Don’t ask-.

Gister is mijn stiefschoonvader opgenomen. Raar woord hé?
Rem zijn eigen vader was al overleden toen hij nog maar een jongetje van tien jaar was.
Kanker.

Mijn schoonvader, een flamboyante intelligente man, met een Joie de Vivre waar je U tegen zegt, is helaas een beetje de weg kwijt.
Zaterdag hebben we er toevallig nog een bakkie gedaan.

Mijn tante N, de vrouw van mijn ome J. die een paar weken voor mam was overleden gaat in een bejaardenhuis wonen. Zij heeft hetzelfde als mijn schoonvader.

Met buurman Tijmen is het ook niet zo best. Twee weken terug is hij opgenomen in de Schelp, het Hospice waar ook mijn moeder verbleef.
Ik kan het niet opbrengen om bij hem langs te gaan.
En gelukkig begrijpt hij dat.
Rem heeft zaterdag even een bloemetje en een kaart bij zijn vrouw gebracht.

Kip Lotte is een paar weken terug overleden. Nu ik toch bezig ben met al dat vrolijke nieuws. Op de dag van de oplevering van mijn ouderlijk huis. Over timing gesproken. 

Goed, even iets verfrissends: Op het werk zijn we begonnen te werken met een ander systeem, Epic. Over een tijdje zal dat wel weer gewoon worden, maar het kost wel een hoop energie hoor.
Je hoort het gewoon af en toe kraken, die ouwe grijze massa van me.

Morgen een nachtdienstje, en daarna hoef ik pas zondag weer een dagdienst.
Eigenlijk moet ik daar nog wat mee, met die dienst, want dan is er ook een mis in de kerk waar ze kaarsen voor Zus en Mam geven aan de nabestaanden.
Vorig jaar had ik samen met mam de kaars voor pap gehaald.
Hij staat nu in de kast op de plank. Tenminste, wat er nog van over is, mam brandde hem op feest- en gedenkdagen op de schouw.
Misschien kan ik morgen Lidy vragen om te gaan.
Ik ben er nog niet uit.
Misschien moet ik maar proberen of ik mijn dagdienst kan ruilen.

Van het crematorium nog niets gehoord. Dat zal ook niet lang meer duren voor ik de as van mam mag halen. En dan zet ik het maar naast de urn van zus tot het weer mooi genoeg is om door het Guisveld te varen. Misschien moet ik pap zijn urn dan ook maar halen, hij staat daar maar zo alleen. Vandaag heb ik twee lieve kleine bloemetjes voor hem gekocht, morgen maar even heen. Misschien kidnap ik ‘m wel. (Nee hoor). 

Morgen moet ik trouwens ook Memento Mori even bellen. Afgelopen zaterdag schoot me ineens te binnen dat we nog helemaal geen bedankkaartjes hebben verstuurd. Zo stom!
Had MM direct een mail gestuurd, maar nog geen redactie terug gekregen dus.

Hadden trouwens nog een diepgaand gesprek tijdens het eten vanavond. Over de dood, en dat ik dan zou willen dat mijn kist dicht gaat omdat ik nooit zou willen dat Rem en Kyl zouden moeten gaan beslissen of ik dan wel mooi genoeg zou zijn.
Laat mij maar liever donor zijn, een Win-win situatie voor allen lijkt me.
Een dood lijf is een dood lijf.
Je kunt het mooi aankleden, make up op doen, maar dood is en blijft dood.
Of misschien moet ik zeggen: zielloos.

Haha, we zijn af en toe ook net de Adams familie hier hè?
Kyl had zaterdag ook weer zo’n gezellig shirt in Hilversum gekocht:
image

Hij heeft er ook een broek van;-)

Nou, gezellig dat je er weer was hoor!

Groetjes, Morticia
Narda

Maak je niet (bloed)druk

Ik heb besloten toch een scan te laten maken van mijn hoofd.
Mensen die hier nog niet zo lang lezen denken nu vast ‘hé, waar komt dat idee zo plots vandaan?’
Nou, onder andere hier.

Afgelopen februari in het nagesprek over Zus is erfelijkheid natuurlijk wel ter sprake gekomen. Toen besloot ik mijn eigen hoofd op dat moment (nog) niet verder te laten onderzoeken.

Anyway.
Afgelopen 29 september was het Red Dress Day. Toevallig werkte ik die dag, dus ik maakte graag gebruik van de gelegenheid om gratis en voor niets bij de poli cardiologie mijn bloeddruk, bloedsuiker en cholesterol te laten meten, een prachtig initiatief voor alle vrouwelijke medewerkers.
Helaas was mijn bloeddruk wel wat aan de hoge kant, zodat ik geadviseerd werd om deze over te laten meten.
De volgende dag was hij weer hoog, dus toch dezelfde week maar even naar de huisarts gegaan.

En nu heb ik afgelopen donderdag een 24 uurs bloeddruk laten meten. Om de 20 minuten pompt de band om je arm zich automatisch op, en in de nacht om het uur. ’s Morgens was mijn bloeddruk wel oké, maar eind van de middag was hij weer erg hoog hoor. Als zo’n kastje niet liegt kwam mijn onderdruk af en toe boven de 100.
-Gek dat ik me af en toe niet zo tof voel?-

Zal allemaal de stress wel zijn van de afgelopen periode.
Of de stress van alleen al zo’n opgepompte stressband om je arm, waarvan je dan vanzelf weer nog meer stress krijgt als je de cijfertjes afleest, haha!

However, goed voor mijn vaten zal het zeker niet zijn, vandaar dat ik mijn hoofd nu dus toch ga laten onderzoeken.
En Becel.
Ik ga vanmiddag maar Becel kopen.
Van die hele dure.

En verder maak ik me vooralsnog maar niet druk.

In principe

‘In principe mensen’.

Kent u ze?
Mensen die het nooit na zullen laten als ze iets kunnen bekritiseren?
Of ‘hun recht’ kunnen halen?
Gewoon omdat het kan.
Mensen, waaraan je dan moet toegeven dat ze in principe natuurlijk wel gelijk hebben.
Maar waarbij je dan toch met een bepaald ondefinieerbaar gevoel blijft zitten.

Van die mensen, waarvan de verontwaardiging doorgaans vaker wel dan niet van het gezicht afdruipt, over de vermeende laksheid, luiheid, domheid, of gewoon het irritante gedrag van de ander?
Mensen, die daar vervolgens dan bij andere mensen, jou bijvoorbeeld, over klagen?
En waaraan je jezelf weer toe hoort geven dat ze ‘in principe natuurlijk wel gelijk’ hebben.

Mensen, die altijd wel wat te mopperen hebben, al dan niet op een cynische toon, of met een quasi luchtige toets.
Mensen die het altijd enorm goed bedoelen.
Mensen waaraan je dus -ja daar ga je weer- moet toegeven dat ze in principe natuurlijk alleen maar het beste met iedereen en alles voor hebben.
Want daar twijfelt natuurlijk echt niemand aan.

Maar ondertussen heb je zo langzamerhand wel enorm veel lust gekregen om deze mensen eens flink achter het behang te gaan plakken.
Want eigenlijk, als je wat beter kijkt en luistert tussen alle regeltjes door zijn het gewoon zeikerds.

In principe;-)