Bloedmaan?

Door mijn Zus voor mij geschilderd. Ik denk dat ze een Superbloedmaan uit wilde beelden, zo’n rode maan die we maandagmorgen kunnen zien, maar dat zijn alleen maar vermoedens, ik kan het haar niet meet vragen.
Ze was eraan begonnen rond ’92, ’93 of zo. Het was nooit goed genoeg naar haar zin, de verhoudingen klopten nooit.
En wie wàs het nou eigenlijk? Was zij het nou, of leek het meer op mij? We hielden het er maar op dat we het allebei een klein beetje waren, in ieder geval in ons hart.
Pas na een paar jaar mocht ik het mee naar huis nemen, al was het nog steeds niet naar haar zin/ af; een gedeelte op haar voorhoofd is sterk vervaagd aan de linkerzijde.
Dat kreeg ze nooit goed.
(Toeval?)

image

Advertenties

Portugezen in huis deel 2

Een paar weken geleden vertelde ik hier hoe het het zo gekomen was dat er drie Portugezen bij ons kwamen wonen.

De tweede dag dat Helder en Vania hier waren belde ik met de daklozenopvang in Zaandam om te kijken of ze daar terecht konden.
Helaas was het zo dat Chico en Vania in de ogen van de daklozenopvang niet dakloos waren omdat wij ze al hadden opgevangen. In principe kwam het er op neer dat wij de vanaf dag 1 geen bed hadden moeten aanbieden. Kort gezegd, ze waren er niet welkom, ook niet als we ze alsnog nu weer op staat zouden zetten.

Vania en ik waren die eerste week voornamelijk druk met heen en weer rijden naar het ziekenhuis. Geld hadden ze amper/niet.
Chico, een timmerman van origine, maakte zich nuttig met het schilderen van onze tuinset.

Voor Helder zijn rugklachten werd geen oorzaak gevonden, maar dat hij pijn had was duidelijk. Na een dag of vijf werd hij ontslagen en kwam hij ook bij ons logeren. Hij liep krom van de pijn en af en toe dan zag je het zweet op zijn voorhoofd parelen en werd hij zo wit als een doek.

Op de avonden dat Helder nog in het ziekenhuis lag, had Vania ons tussen het domino spelen -en Vino tinto uit kartonnen pakken van de Aldi drinken door- een beetje verteld voor welke uitzendbureaus ze in Nederland gewerkt hadden. We konden bijna niet geloven dat verschillende uitzendbureaus deze mensen zo hadden uitgebuit. Soms hielden ze maar een paar euro, of een paar cent over van hun salaris. Soms weer wat meer.
‘Wait Remco, I have everything, I show you, okay?’

Vania kwam naar beneden met een dikke map waarin ze keurig alle brieven en salarisstroken van haarzelf en Helder had opgeborgen.
Rem bladerde door de map.
’25 cent salaris, 5 cent salaris’.
Vania vertelde dat ze vaak in het busje moest rijden dat ’s morgens vroeg de mensen naar het werk reed. De bekeuringen vanwege het te hard rijden werden gewoon van haar salaris ingetrokken, ook al was zij niet degene die die dag gereden had, ook dat had ze keurig bijgehouden. Klagen had geen enkele zin. Er werden trouwens meer dubieuze geldbedragen ingehouden voor van alles en nog wat, Rem en ik konden onze ogen niet geloven.

Vania vertelde ons veel over de plek waar ze voordat ze hier in de Zaanstreek waren komen werken hadden gewoond.
Dat was in een oud schoolgebouw geweest. Naast elkaar stonden bedden, met een nachtkastje ertussen. Er waren maar een beperkt aantal douches. Ze sliepen daar met heel veel mensen, ook een meisje in de basisschoolleeftijd was daar met haar ouders, en een baby.

Doordat de mensen niet of nauwelijks hun salaris kregen betaald gingen ze onderling natuurlijk stelen. ‘You could not trust anyone’. Ze mochten niet alleen het schoolgebouw verlaten om boodschappen te doen, dat mocht alleen onder leiding. ’s Avonds gingen het hek op slot. De paspoorten waren ingenomen, die had de baas in beheer. Als ik me goed herinner was dat gewoon een voorwaarde.

Als je alle verhalen van Vania gehoord zou hebben zou je vast net zo geschokt geweest zijn als ik. ‘But why didn’t you go to the Police Vania’.
Zelfs de politie was corrupt, volgens haar. Ook dat kon ik amper geloven.
In eerste instantie dan.

Natuurlijk spraken Rem en ik er onderling ook over.
‘Dat kan toch niet zomaar, geloof jij het Rem?’
Als alles waar was geweest wat Vania verteld had dan moest daar wat aan gedaan worden. (Chico vertelde ook zijn verhalen maar dat vertaalde Vania naar het Engels voor ons).

Zoals ik de vorige keer al vertelde klopten de salarisstroken die Helder van zijn laatste werkgever had ook van geen kant.
Deze werkgever was hem (ook) duizenden euro’s schuldig.
Op de eerste avond dat Helder weer ‘thuis’ was vertelde hij in zijn gebrekkige Engels verhalen met dezelfde strekking.

‘Je kunt je baas aanklagen Helder. Je hebt genoeg bewijs.
Jullie kunnen hier bij ons blijven zolang als dat nodig is. Wij betalen de boodschappen en we schrijven al de uitgaven op.
Als je de rechtszaak wint Helder, dan betaal je ons terug, en als je verliest ben je ons niets schuldig’.
Ik viel Rem bij.
‘Als wij iets willen doen voor al die andere jongeren die uitgebuit worden is onze kans. Ik denk dat we het moeten doen’.

Wordt vervolgd.

Ik zocht eigenlijk een link van het schokkende verslag van een Portugese journaliste, Maria do Céu Neves, die destijds (2007) undercover voor een Nederlands uitzendbureau werkte, maar kan het verslag nergens meer vinden op internet.
Dit artikel is ook veelzeggend:-(
http://www.nu.nl/economie/3625601/portugese-werknemers-a2-nog-steeds-uitgebuit.html

Fijn weekend allemaal.

Nawoord: Ik heb de link toch nog gevonden: https://www.groene.nl/artikel/de-nieuwe-slaven-van-europa

Vania vertelde ons soortgelijke verhalen. 

Rouw

Ik zoek je
op de plank in de kast
in mooie foto’s
en de zilveren armband waar we alledrie zo allergisch voor zijn
naast mams lege asbak
en de biljartbekers van pap.

Zoek je
in teksten
op cd’s
en in onze vingerafdrukken
op de blinkende glazen
en tingelende messen.

In de echo’s in mijn hoofd.

In de vele boeken.
In het beeldje.

Of in de brieven aan mijn lippen
met de schelp met de zee aan mijn oor
gevangen in de geur
van nicotine
boterkoekjes
Pledge
en patchouli.

Fluister je naar me
in het kookboek mam?
Ben je bij me
in het kruisje om mijn nek?
Vind ik jou, pap, terug in de oude brandweerjas van zolder?
En jou, zus, in die vlinder misschien?

De brieven stop ik terug in het doosje.
De schelp ernaast.
De kast sluit ik
met aan mijn vingers
jullie ringen,
wezenloos alleen.

Opruimperikelen

De afgelopen weken zijn in sneltreinvaart voorbij gevlogen met het uitzoeken van de spulletjes. En dat is nog niet eens het meeste werk hoor, wat dacht je van eerst ruimte maken hier?

Ons huis heeft inmiddels meer weg van een antiekwinkel / museum / kerk. Maar hoe kan ik het nou over mijn hart verkrijgen om het hier totaal uit de toon vallende schilderij van J.Gr., het door mijn vader persoonlijk gebeitste beeld van Maria, het houten ‘Onze lieve Heertje’ en Jezus aan het kruis weg te doen / op zolder in een verdomhoekje te stoppen?
En dan had ik dat beeld van Maria van 1 meter beton dat van Zus was al in de tuin staan hé?!
Nou ja, wat zegeningen kunnen geen kwaad;-)
Rem houdt gelukkig wijselijk zijn mond.

Toch geeft het ook wel troost hoor, al die spulletjes om me heen. Voor het mooie kastje van zwart ebbenhout (dat mijn opa en oma ooit in hun verlovingstijd in een antiekwinkel kochten, ja, net als het kerststalletje;-) heb ik ook al een plekje bedacht.
Wordt wel een beetje vol in de woonkamer, maar nu had ik zo gedacht dat we dan maar een mooie lichte laminaatvloer moesten nemen om een en ander te compenseren. En Rem is het daar wel mee eens.
‘Maar eerst de tuin bestraten, anders beschadigd het laminaat door grind’.

Gister ben ik de hele dag bezig geweest met de kasten en lades in onze slaapkamer. Veel medicijnen terug gebracht naar de apotheek. Ook daar ruimte gecreëerd zodat het buffetkastje en het hoge ladenkastje daar ook bij kunnen. ‘T ken nét.
Ik wil het niet wegdoen, net als het antieke salontafeltje, maar dat moet maar op zolder.
Als Kyl over een paar jaar het huis uitgaat krijgen we wel weer wat ruimte.

Het voordeel van de extra kast ruimte is dat ik nu ook de brieven / tekeningen / foto’s van mijn zus netjes op kan bergen. Daar ben ik nog steeds ook niet verder mee gekomen dan de eerste grove selectie.

Vorige week maandag ben ik even op het werk geweest om me hersteld te melden. Woensdag ben ik thuis zoet geweest met het rooster november maken. Tot en met 26 september mag ik (plb)uren opnemen. Dat is wel lekker hoor. Krijg het de eerste week oktober alleen wel erg druk want op zaterdag 3 oktober moet ik de hele dag een cursus inhalen, en behalve donderdag 8 oktober (oplevering huis) werk ik alle dagen.
Maar als alles hier en in het huis van mijn ouders weer op orde is geeft dat natuurlijk wel rust in mijn hoofd. Bovendien komt (mams) super- Yvonne tegen die tijd misschien wel bij mij helpen schoonmaken. Yeehaa;-D

Straks gaan we maar weer aan de slag. Ik ga mij vandaag maar eens op de kerstversiering storten, en Rem helpen met de zware dingen tillen natuurlijk.
Kind is dan wel vrij, maar hij heeft een pittige praktijkweek achter de rug, en morgen moet hij weer gewoon werken in het restaurant, dus die laten we maar even zoveel mogelijk op zijn bedje liggen;-)

Donderdagavond was er trouwens een voorlichting over zijn lange stage. Deze stage start in januari en eindigt 19 juni. In 21 weken moeten ze 20 weken (800 uur) stage lopen. Best krap. Het plan om Kyl op Curacao stage te laten lopen hebben we dan ook maar in samenspraak met hem laten vallen. Voorheen was het 20 weken stage in 26 weken tijd, maar van een vierjarige opleiding mbo4 is het sinds Kyl daar op school zit een driejarige opleiding geworden. Ook al zouden wij dus halverwege twee weken langskomen, hij heeft daar zelf bar weinig aan omdat hij zich geen vakantie kan permitteren, want als hij ziek wordt dan zit hij. En geen 800 uur is echt geen diploma. Bovendien is er de afgelopen twee jaar zoveel in ons leven gebeurd dat het misschien beter is als hij een beetje in de buurt blijft. (Oké, niet in het minst voor mij). En zelf hoeft Kyl ook niet zo heel nodig. Dusss…
@Petra, we komen vast nog een andere keer buurten hoor!

Nou, ik hou ermee op. Snel maar eens koffie zetten voor Snurky hier naast me. Die was gister ook weer van 5.00 tot 20.00 in de weer.

Fijn weekend allemaal!
image

image

image

Bram wijkt tegenwoordig niet van mijn zijde als ik thuis ben.
Zo lief.

Portugezen in huis deel 1

Mensen in huis nemen die hulp nodig hebben. Wij hebben het gedaan.
En omdat er nu ook zoveel mensen zijn die een (tijdelijk) huis zoeken wil ik graag ons verhaal delen.
Niet om te adviseren. Want spijt hebben wij er niet van, maar moeilijk was het soms wel.
Ik schrijf het slechts om te informeren.
En gewoon, omdat alles nu weer een beetje bovenkomt.

Op een avond in augustus 2007 waren Rem en ik aan het biljarten toen er twee Portugezen bij ons kwamen kijken. We raakten aan de praat door mijn fabuleuze spel, en even later speelden we twee tegen twee.
We trakteerden de mannen op een pilsje en zij trakteerden er weer eentje terug. Maar toen Rem daarna weer een pilsje aanbood weigerden ze beleefd omdat ze geen geld hadden òns daarna weer een pilsje terug aan te bieden, zo begrepen we even later.
Het klikte gewoon goed, we hadden lol, en onze handen en voeten waren nog lang niet uitgesproken. Wij waren zeer geïnteresseerd wat deze mannen zover gebracht had om in Nederland te komen werken nu de grenzen waren open gesteld.
Om een lang verhaal kort te maken: Ik nodigde ze uit om bij ons thuis nog wat te komen drinken. En nee, Rem was daar heus niet erg blij mee, twee vreemden, zomaar uitnodigen.

Eenmaal thuis bij ons aan tafel hoorde ik dat Helder -ja, dat is een Portugese jongensnaam- een vriendin had, Vania, die beter Engels sprak dan hemzelf. Francesco (ofwel Chico) sprak niet meer dan vier woorden Engels, maar Rem en hij begrepen elkaar bijna woordeloos. Hele gesprekken hadden ze samen.

‘You tell Vania to come over. Please, you call Vania Helder’, zei ik terwijl ik op mijn telefoon wees. Dat ik mijn Engels aan het zijne aanpaste ging vanzelf.

Een half uurtje later schoof Vania aan. Ze vond het maar vreemd allemaal. Twee Nederlandse mensen die hen zomaar uitnodigde bij hen thuis. Wat waren we met haar van plan?
Ik wist haar een klein beetje gerust te stellen en even later vertelde ze mij dat ze haar dochtertje van vier jaar (Flavia) bij haar moeder in Portugal had achter gelaten om hier te komen werken. In Portugal was bijna geen werk te vinden en de salarissen waren bedroevend laag. Ze hoopte met Helder en Flavia ooit een bestaan in Nederland te kunnen opbouwen.

Ondertussen vertaalde Vania het een en ander van de mannen. Zo kwamen we er achter dat ze vlakbij ons met hun drieën in een driekamer flat woonden die hun werkgever aan hen (waarschijnlijk onder) verhuurde voor een idioot hoog bedrag.
Helder en Chico waren stukadoors. Meestal betrof dit werk viaducten en bruggen.
Het was een gezellige en interessante avond geworden.

Een week later, op zondagmorgen stonden Vania en Chico nogal bedremmeld bij ons op de stoep.
Vania vroeg ons of wij alsjeblieft een briefje voor haar wilde vertalen. In groene stift stond in het Nederlands geschreven dat zij voor zes uur vanavond de woning moesten verlaten.
‘Waar is Helder Vania?’ vroeg Rem.
Helder was afgelopen week met ernstige rugklachten opgenomen in het ziekenhuis. En omdat geen werk geen loon betekende kon Helder de huur niet meer betalen en moesten hij en Vania het appartement per direct verlaten.
Dat Helder zijn rugklachten werden veroorzaakt door de (volgens CAO) veel te zware zakken cement daar werd natuurlijk niet over gerept.
Chico was solidair met Vania en Helder en verloor hierdoor ook zijn baan en dus zijn kamer.

We vroegen Vania een afspraak te maken op neutraal terrein om met de baas te praten.
Dat kon toch zomaar niet?
Zo onmenselijk was toch niemand?
Nog dezelfde middag zouden zij op het terras bij het stationscafé
een en ander bespreken.

Dit is ook gebeurd. Maar terwijl Vania en Chico daar met hun baas spraken werden ondertussen al hun bezittingen door twee andere mannen gewoon op straat gegooid.
En daar kwamen ze natuurlijk pas achter toen ze na het (positieve) gesprek weer naar hun huis gingen.

Rond een uur of vijf stonden ze dus weer bij ons op de stoep.
Rem en ik namen Nino,onze Bordeauxdog -lulletje rozenwater-, mee om zelf eens te kijken bij de flat.
Beneden bij het balkon lagen allemaal losse kleren en koffers.
We belden de politie.

Het leek de gearriveerde politiemannen even later wijzer om nu even niets te doen.
Als je onderhuurt heb je ook geen poot om op te staan natuurlijk.
‘Kunnen ze eventueel een nachtje bij jullie blijven?’

Natuurlijk kon dat.
Alle kleding en eigendommen werden in de politiebusje gegooid en naar ons huis gebracht.
Vania kreeg een matras in Kylians kamer en voor Chico legde we een matras op de schuurzolder.

Zo was het dus begonnen.
Ons ‘Portugezen in Nederland’ avontuur.

Wordt vervolgd.