Wee

Maandag

Ik kijk naar haar,
rechtop in een rolstoel
aan de roestvrijstalen tafel,
-veilig
in de Schelp-.
Ze rookt.

‘Hoi, jou ken ik nog niet’.
Mam komt ondertussen met Scotty in standje ‘schildpad’ naar me toe scooten.
‘Hoi mam’, en een flauwe grap:
‘Er is nog zo’n dikkerd nu hier als jij zie ik’.
Handen schuddend stel ik me voor.
Ze heet W.
‘Vandaag aangekomen’,
en hoopt dat ze een beetje zal kunnen slapen vannacht.
Íedere nacht.
-Onder Andere-.

Ik vind haar direct aardig.
Kletsen nog wat.
‘Wat heb jij dan?’
Ze legt het uit.
En dan gaan wij weg.
Even naar ons huis.
-Gezellig nutricreme eten-.

-En zo-.

‘We zien elkaar vast nog wel!’

’s Avonds, als we terug zijn in het Hospice komt Wee even bij ons zitten.
-Kacheltje aan-.
‘Gezellig’.
‘Ja, best te doen’.

We praten.
Openhartig.
-Kanker kent geen gène,
geen tijd voor futiliteit,
of andere namen
voor de akelige beestjes om ons heen-.

‘Jij ook zo moe, na het douchen?’

Zij,
de lotgenoten,
en ik:
de bevoorrechte,
de mazzelaar.

Meer dan 1000 woorden roepen schreeuwend om haar heen.

Misschien zal ik vragen of ik ze ooit zal mogen vangen.

Voor haar:
Wee,
45 jaar.

Advertenties

20 gedachtes over “Wee

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s