De goede buur

Vandaag had hij bewijs.
Vandaag zou het recht zegevieren, daar was hij van overtuigd.

Hoelang was hij niet getergd?
De grasmaaier, de blaadjes die in de herfst overwaaiden naar zijn tuin, de ontelbare vliegtuigen die veel te laag overvlogen.
En wat dacht je van zijn naaste buren die nooit gewoon spraken tegen elkaar, maar schrééuwden.
“Harríéééj…Koffíééé!!
Zelfs hun kleinkinderen hadden met hun zware stemmen deze akelige gewoonten overgenomen zodat hij op de zondagen bijna krankjorum was geworden van de herrie.

Of wat dacht je van de buurman die aan de andere kant van hem woonde, die minstens 1 keer per week zijn motor in de achtertuin een kwartier lang stationair liet lopen.
Hij hield hem liever maar te vriend.
En over de haan van twee huizen verderop kon hij ook al niet veel zeggen, zijn vriendin had er destijds jammer genoeg toestemming voor gegeven. Hij was pas later bij haar ingetrokken.
Tsja. Hij had het maar te slikken, al deze overlast.
Wat kon hij er nou van zeggen?

Maar vandaag had hij eindelijk weer iets gevonden waar hij echt zijn beklag over kon doen.
En dan nog wel bij die trut van de haan.
Een paar maandjes geleden had hij het genoegen al mogen smaken om naar buiten te komen en haar te berispen toen ze de auto twintig cm langs het motor opritje had geparkeerd.
Bedeesd was hij naar buiten gekomen. Precies zoals het een goede buur betaamde.
‘Buurvrouw, wilt u uw auto misschien ergens anders parkeren?’ U staat voor de oprit. Buurman kan er zo nooit langs met zijn motor’.
Verbaasd had ze hem aangekeken.
‘Maar het is negen uur ’s avonds. Hij gaat nu echt niet weg en bovendien komt die motor alleen in de zomer uit de schuur’.
‘Daar gaat het niet om. Als hij weg zou wìllen dan kan hij er nu niet langs.’
Mokkend had ze de auto verplaatst naar de andere straat. Hij had voor het raam staan blijven kijken tot ze terug kwam. Met een onmiskenbaar klein overwinningsglimlachje op zijn lippen.
Ze had het niet gemist.

Twee weken geleden rook hij zijn kans om nogmaals te klagen.
Deze keer over hun grote puberzoon die in de schuur met vrienden zat.
Het was helaas de buurman die open had gedaan. ‘Ik zal het er met mijn zoon over hebben’.
Dat had hij gedaan.
En de buurman was erop terug gekomen.
‘Er was alleen een klein mobiel speakertje buurman, zegt u eens eerlijk, was de muziek overlast echt daar van, of was het van de muziek van een feest verderop? Dat heb ik namelijk ook gehoord toen wij rond enen thuiskwamen’.
Hij had de aftocht geblazen. Voor even dan, want ooit, zo wist hij, zou hij zijn recht gaan halen.

En vandaag was de gelukkige dag. Hij verkneukelde zich nu al op het gezicht van de buurvrouw. De buurman was er niet, dat had hij allang al gezien. En de zoon had hij weg horen gaan op zijn scooter. -Ook zo iets-.

Deze keer zou hij met bewijs komen.
Gisteravond had de zoon weer een stuk of acht vrienden uitgenodigd.
Ze hadden zelfs een vuurtje gemaakt.
Hij had net zo lang gewacht tot het feestje gezellig werd. En toen had hij het opgenomen.
Ha! Hij was niet gek!!

Met een lichte spanning belde hij aan.
Ze deed open.
Vluchtig keek hij naar haar kleding.
Ze droeg slechts een korte broek en een hemdje.
Zelfs geen bh zag hij terwijl ze haar armen instinctief over haar borst sloot en hem koeltjes begroette.

‘Ik kom even klagen over de geluidsoverlast van gisteravond buurvrouw’.
‘O?
Alweer buurman?’
‘Ja, het was weer heel erg hoor’.
‘Wat gek dat ik dan van mijn naaste buren nooit klachten hoor’.

Hij zag haar kwaad worden. Triomfantelijk hield hij zijn mobiel in de lucht.
‘Als ik misschien even binnen mag komen, dan kunt u het zelf horen buurvrouw’.
Hij zette al voorzichtig een stapje naar voren.
‘Liever niet buurman. Komt u morgen maar even terug als mijn zoon en mijn man ook thuis zijn. Dat lijkt me een beter idee’.
En terwijl hij wegliep riep ze hem nog na:
‘Is het niet een klein beetje leven en laten leven in een volksbuurtje als deze?’

Een beetje teleurgesteld was hij weer naar huis gegaan. Morgen zou hij gewoon weer komen.
Mét het bewijs.
Ze zouden alledrie hun excuses aanbieden. O, hij kon niet wachten het gezicht van de zoon te zien.
Voortaan zou het uit zijn met de pret.

Even later stond hij peinzend boven uit het slaapkamerraam te kijken.
Hij kon haar van hier af verwoed zien tikken op haar mobiel.
Ze zat nu vast op Facebook.
Wie had zoiets vreselijks ooit bedacht.
Of: nog erger: welke idioot gooide zijn privé leven nou online?
Hij niet.
Nóóit.

Zo dom was hij niet.

Advertenties

18 gedachtes over “De goede buur

  1. Als je laf bent, pik je de zwakste eruit om op de kop te zitten. Wat een stakker, die man!
    Ik heb me zitten ergeren aan ‘m maar het kwam gelukkig goed 😉
    Je kan echt geweldig schrijven, Narda. Ik ben je grootste fan (samen met nog meer grootsten ;-))

    Liked by 1 persoon

  2. Wat een vreselijk mens, die slons van een buurvrouw, zonder BH nota bene, met haar kolerehaan en die puberzoon met zijn bende van acht en die vent met zijn pokkenmotor….

    Lieve Narda wat zet je jezelf, je kroost en je man hier op een prachtige manier neer. Wat leuk om de camera in je verhaal op die manier te plaatsen. Je moet buurman maar eens naar de rijdende rechter verwijzen dan krijgen we weer een prachtige aflevering te zien 😀

    Liked by 2 people

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s