Over Rozen

De meeste rozen die ik heb komen bij een kweker vandaan.
Dit is rosa Lykefund
image
In de tijd dat we plannen maakten voor onze tuin bezochten we ook diverse open tuinen. Ergens in een vlinderstruik in Noord-Holland (in Winkel Rem?) kwamen we deze tegen. Volop in bloei sierde hij in zijn eentje een grote rozentunnel. Hij rook heerlijk. Toen we de betekenis van de naam van deze roos hoorden werden we helemaal verliefd: ‘Lykefund’, ofwel ‘gelukkige vondst’ 
Deze roos maakt in het begin hele kleine roze knopjes. Wacht, ik kijk even of ik er nog eentje kan vinden…
<a imagehref=”https://nardablog.files.wordpress.com/2015/06/image29.jpg”&gt;image
Uit deze kleine knopjes komt dan vervolgens een wit met geel bloemetje. Het zijn net spiegeleitjes.
image

Sommige roosjes blijven overwegend geel, al met al een vrolijk gezicht.
image

Van boven af ziet het er ongeveer zo uit. (Maar dan mooier;-)
image

Mijn tweede favoriete roos is de Bantry Bay.
image
Deze roos staat pal op het zuiden en dan nog gedeeltelijk achter glas als we de tuindeuren open hebben staan.
image
Zoals je ziet moet hij nog een degelijk hekje krijgen, dit ziet er niet uit natuurlijk (Rèm).
image
In het voorjaar had hij wat luis, maar dit is allemaal verdwenen nu. Denk door de warmte. Mocht je een sterke doorbloeiende klimroos zoeken, dan raad ik je deze van harte aan.

Evenals de Schneewittchen, of ook wel rosa Iceberg genoemd.
image
Bloeit onvermoeibaar voort en prachtige trossen bloemen. Geen omkijken naar verder. Bijna nooit luis. image

Maar mijn allergrootste favoriet is toch wel de Rosa appleblossom.
Tada:
image

Van dichtbij ziet het er uit alsof het allemaal aparte bloementuiltjes zijn.
image
En van een afstandje ziet het er dan weer zo uit:
image
Soms heeft hij last van luis of schuimbeestjes, maar dat deert hem niet heel erg. Daardoor komen er ook veel lieveheersbeestjes en nou ja, dat die geluk brengen weet natuurlijk iedereen;-D.  Soms spuit ik die luizen weg met een harde waterstraal, of knijp ik ze dood met mijn handen. Ik gebruik nooit chemische troep.  Verder echt een aanrader, maar niet als je een geurende roos zoekt, want dat doet hij bijna niet.

Nu denk je vast dat alle rozen er even mooi bij staan, maar dat is natuurlijk niet zo.
Rosa ballerina bij de middencirkel vind ik een miskoop. Hij bloeit steeds minder maar heeft wel heel vervelende uitlopers, waar ik een hele klus aan heb. Ik heb besloten hen na de bloei tot 20 cm terug te snoeien. Kijken hoe het volgend jaar gaat. Hij ruikt wel lekker hoor. 

Verder zijn er ook veel rozen gewoon doodgegaan. Konden niet op tegen de Hedera en de kippenpoep denk ik.
Tsja, je moet ervan houden.

Verder heb ik nog the Fairy. Bloeit laat in kleine roze bloemetjes. Heb hem nu in pot gezet. Ik vind de takken niet mooi en niet fijn.

Een Engelse roos die het trouwens wel heeft overleeft is deze.
image
Maar hij heeft krulziekte of zo, en slechts drie bloemen gehad, dus niet echt een daverend succes te noemen, behalve de geur. 

Ik ben aan het nadenken over de rozen van mijn vader. Ik zou ze heel graag meenemen.
Wat denken jullie?
Uitgraven?
Stekken?

Hoor graag julli tips.

Een plekje voor mam in de Schelp😀

Maandag.
Als ik om negen uur naar Hospice de Schelp bel om te vragen of er misschien een plekje vrij is gekomen, hoor ik dat dit inderdaad het geval is. Ik weet niet of ik nou moet lachen of huilen of allebei tegelijk.
Twee weken geleden hadden we afgesproken dat ik deze week zou bellen en met de hittegolf in het vooruitzicht leek het mij maar het beste om dit dan ook maar gelijk als eerste te doen.

Als de huisarts mij terugbelt spreken we af dat zij rond een uur ook eerst even langs gaat bij mijn moeder.
Mijn moeder zelf weet op dat moment nog helemaal van niets.
Gelukkig begrijpen ze op het werk dat ik vrij wil / moet vandaag, hoe rot het daar ook uitkomt.

Om half twaalf ben ik bij haar. Boven aan de trap vertel ik het nieuws.
Ze schrikt heel erg.
‘Ik heb nog maar één pyjama die ik pas, hoe moet dat nou?’

‘Mam, er gebeurt niets wat jij niet wil’, je mag altijd nee zeggen. Niemand zal je dat verwijten, dat beloof ik je.’

Terwijl zij zich verder aankleed neem ik de voortuin eens flink onder handen. Ik denk terug aan hoe mijn vader het toch altijd keurig bij hield allemaal. En nu? Kijk dan nou toch! Gras, zevenblad, paardebloemen. Het voelt iedere keer als ik wat doe in de voortuin als water dragen naar de zee. De zevenblad knip ik tegenwoordig gewoon maar een beetje in vorm, voor de vorm. Het gras trek ik er uit, evenals de paardenbloemen. Dan knip ik de struikjes weer een beetje netjes in blokvorm.
Al met al ben ik een stief uurtje bezig.
Zo moet het maar.
-Sorry pap.-

Nadat mam een beetje van de schrik is bekomen vindt ze het toch wel oké.
‘Zo kan het toch ook niet meer hé?!’
Samen maken we vast een lijstje met de dingen die ze mee wil nemen. Dat wil zeggen: Ik denk hardop en schrijf, terwijl mam haar sigaretjes draait en af en toe zegt: ‘o ja, dat moet ook mee ja’.

De huisarts is erg lief en begripvol voor mam.
Hoewel ik vanmorgen toch nog even aan haar gevraagd heb of sondevoeding misschien nog een optie is, begint ze er niet over als ze ziet dat mijn moeder al begint te stuiteren als ik het woord ‘bouillon’ laat vallen, met het oog op de komende hittegolf.
Ze stelt mam een beetje gerust. ‘Het is zo fijn daar’.
Met de woorden dat ze vrijdag of maandag even bij haar komt kijken in de Schelp neemt ze afscheid.

De huisarts is net vijf minuten weg als. de coördinator van het Hospice langs komt voor het intake gesprek.
Als ze na een uur weg gaat is mam bekaf.
Gelukkig is het helemaal geen probleem als mam pas woensdag wil komen zodat ze nog even aan het idee kan wennen.
Bovendien komt Yvonne morgen schoon maken, en dat is toch ook wel prettig.

Voor ik naar huis ga hang ik nog even de was op en drinken we wat in de tuin.

‘Weer afscheid nemen hé mam’.
Zelf heb ik het er ook best moeilijk mee. Wat zal het huis zielloos en leeg zijn als zij hier niet meer is straks.

‘Vergeet niet dat je altijd terug kan hoor. Als het je niet bevalt daar dan pak ik je spullen weer in en gaan we weer lekker naar huis’.

Mam wil dat maar niet zo zien.

‘Nee kind, als ik ga, dan ga ik en dan kom ik niet meer terug’.

Lekker warm

Vrijdag.
Nadat ik met hem bij mijn moeder ben geweest zet Kyl me af bij het station in Wormerveer. Rem is vanmorgen met Steef naar Assen vertrokken op de motor. Het is TT weekend.
Karin en ik gaan een borrel halen op de Dam bij de Koperen bel, en daarna naar het food-festifal in de Zaanbocht. ‘Gewoon lekker gaan hoor’, had mam gezegd. ‘Ik red me heus wel’.
Het wordt een bere gezellige dag. We eindigen voor een hoedje toe bij Ron en Yvonne in het Laantje waar Kyl ons rond half elf weer oppikt.

Zaterdag.
Om half twaalf bel ik mam, zoals we hadden afgesproken. ‘Zal ik dan zo komen om je haar te verven?’ Ze wil het niet. ‘Ik ben nog zo moe. Kan het eind van de middag?’

Stipt om vijf uur ben ik bij haar. Ze zit gelukkig aan tafel. ‘Zullen we gelijk maar beginnen?’
Ik haal de spulletjes die ik nodig heb van boven. ‘Kijk, dan rol ik gewoon het kleed even een stukje op, zie je?’
Mam vindt het allemaal best.

Terwijl ik bezig ben de verf voorzichtig in haar haar te verdelen denk ik terug aan de keer dat mijn vader mij vroeg of ik hem wilde scheren.
Het was de dag voordàt, en de dag waaróp hij overleed.

‘Ik zag er erg tegenop hoor, maar ik ben wel heel erg blij dat je het voor me doet….’

Ik hum. 

‘Anders lig ik straks met zo’n grijs hoofd in mijn kist straks dat niemand mij meer herkent’.

-Kapje erover, klaar en intrekken maar.-

Sigaret.
‘Wil je echt niet dat ik je help met douchen?’
Ze schudt haar hoofd.
Hoest.
‘Nee kind. Ik ben zo mager nu. Ik wil niet dat je mij zo ziet’.
Ik zeg dat ik dat echt niet erg vind, maar ik ben eigenlijk wel blij dat ze het zelf wil doen.
Nog zelf kàn doen.
‘Ik wil niet dat je me zo zal herinneren’.
Als ze een uurtje later in haar mooie pyjama beneden komt ga ik pas weg.

Zondag.
Veranda.
We ruimen de zwemvesten en wat andere spullen op in de boot als Jefrey, de zoon van buurman Harry iets naar ons roept. ‘Had hij weer wat te zeuren?’
Even later horen we dat de klachtenbuurman ook naar Harry was gegaan.
‘Feestje?’ had deze geantwoord. ‘Nee hoor, ik heb geen feestje gehoord. Hij had gewoon een paar vrienden over. Weet je wat jij zou moeten doen? Zelf eens gezellig naar een feestje gaan. Daar zou je van opknappen!’

Ook naaste buurman Pascal en buurvrouw Jos van twee huizen verder hadden niets gehoord, danwel vonden het zèker het klagen niet waard.
Waarschijnlijk koos klaagman uiteindelijk maar eieren voor zijn geld, dat wil zeggen: we hebben hem vandaag niet meer gezien met zijn bewijsmateriaal. 

Terwijl Rem zich weer op de belasting papieren van mijn vader stort -dat gaat om een bedrag van vijf euro waarvoor wij verplicht zijn weer biljetten in te vullen, gewoon omwille de bureaucratie, daar kan niemand iets aan doen- ga ik naar mijn moeder.

Om vier uur ben ik bij haar met de boodschapjes: Koffiemelk en haarlak.
Voor we gaan haal ik nog even snel wat onkruid weg, peuter ik wat yagultjes en nutridrinks uit hun verpakking en breng de nieuwe haarspray die ik zojuist voor haar heb gekocht vast naar boven. Kleine dingetjes allemaal, maar ze kosten haar gewoon heel veel moeite.
Als ik haar hand vast houdt om naar de auto te lopen voel ik hoe in- en in koud haar handen zijn.

Thuis gaan we gezellig op de veranda zitten achter de schuur aan het water.
‘Pfff…wat een wandeling’. Het kacheltje brandt lekker boven mams hoofd.
Dit vindt ze dan wel weer wat. ‘Lekker warm zo hoor’.

We praten over de op komst zijnde hittegolf.
‘Je moet echt meer drinken dan hoor, en een opkikker drinken zodat je zout binnen krijgt’.
Mam zucht.
‘Is het echt wel koel genoeg bij je binnen?’
Ze vindt maar dat ik zeur.
‘Nar ophouden nu, oké? Ik ben blij dat het eindelijk lekker warm wordt!’
‘Ja maar mam, het kan ook gevaarlijk zijn voor je hoor. Ik bedoel…misschien is sondevoeding nu wel wat voor je?!’
Ze geeft me een waarschuwende blik.
‘Ik zeur hé?’
‘Ja, je zeurt kind’, lacht ze.

Zoals ik slagroomvla zolang ik leef zal associeren met de laatste weken van mijn vader, zo zullen ‘gamba’s pil-pil’ voor altijd verweven blijven met mijn moeder en zus.
In weinig andere dingen heeft ze trek. Na twee garnaaltjes en een halve inktvisring houdt ze het echt voor gezien.

‘Volgende week komt neef waarschijnlijk mam’.
Dat vindt ze leuk nieuws.
Nee, andere plannen wil ze niet meer maken, daar is ze echt te moe voor, zegt ze als ik haar nogmaals zeg dat ze goed moet aangeven als ze iets wil, of iemand wil zien.

‘Eerst neef. En daarna zie ik wel weer verder’, zegt mam.

Éérst twee dagen werken. Morgen van half twaalf tot acht, en dinsdag tot half twaalf.
Dàn de hittegolf op woensdag, donderdag en zaterdag.
En dàn neef, denk ik.

Help me maar een klein beetje duimen.

De goede buur

Vandaag had hij bewijs.
Vandaag zou het recht zegevieren, daar was hij van overtuigd.

Hoelang was hij niet getergd?
De grasmaaier, de blaadjes die in de herfst overwaaiden naar zijn tuin, de ontelbare vliegtuigen die veel te laag overvlogen.
En wat dacht je van zijn naaste buren die nooit gewoon spraken tegen elkaar, maar schrééuwden.
“Harríéééj…Koffíééé!!
Zelfs hun kleinkinderen hadden met hun zware stemmen deze akelige gewoonten overgenomen zodat hij op de zondagen bijna krankjorum was geworden van de herrie.

Of wat dacht je van de buurman die aan de andere kant van hem woonde, die minstens 1 keer per week zijn motor in de achtertuin een kwartier lang stationair liet lopen.
Hij hield hem liever maar te vriend.
En over de haan van twee huizen verderop kon hij ook al niet veel zeggen, zijn vriendin had er destijds jammer genoeg toestemming voor gegeven. Hij was pas later bij haar ingetrokken.
Tsja. Hij had het maar te slikken, al deze overlast.
Wat kon hij er nou van zeggen?

Maar vandaag had hij eindelijk weer iets gevonden waar hij echt zijn beklag over kon doen.
En dan nog wel bij die trut van de haan.
Een paar maandjes geleden had hij het genoegen al mogen smaken om naar buiten te komen en haar te berispen toen ze de auto twintig cm langs het motor opritje had geparkeerd.
Bedeesd was hij naar buiten gekomen. Precies zoals het een goede buur betaamde.
‘Buurvrouw, wilt u uw auto misschien ergens anders parkeren?’ U staat voor de oprit. Buurman kan er zo nooit langs met zijn motor’.
Verbaasd had ze hem aangekeken.
‘Maar het is negen uur ’s avonds. Hij gaat nu echt niet weg en bovendien komt die motor alleen in de zomer uit de schuur’.
‘Daar gaat het niet om. Als hij weg zou wìllen dan kan hij er nu niet langs.’
Mokkend had ze de auto verplaatst naar de andere straat. Hij had voor het raam staan blijven kijken tot ze terug kwam. Met een onmiskenbaar klein overwinningsglimlachje op zijn lippen.
Ze had het niet gemist.

Twee weken geleden rook hij zijn kans om nogmaals te klagen.
Deze keer over hun grote puberzoon die in de schuur met vrienden zat.
Het was helaas de buurman die open had gedaan. ‘Ik zal het er met mijn zoon over hebben’.
Dat had hij gedaan.
En de buurman was erop terug gekomen.
‘Er was alleen een klein mobiel speakertje buurman, zegt u eens eerlijk, was de muziek overlast echt daar van, of was het van de muziek van een feest verderop? Dat heb ik namelijk ook gehoord toen wij rond enen thuiskwamen’.
Hij had de aftocht geblazen. Voor even dan, want ooit, zo wist hij, zou hij zijn recht gaan halen.

En vandaag was de gelukkige dag. Hij verkneukelde zich nu al op het gezicht van de buurvrouw. De buurman was er niet, dat had hij allang al gezien. En de zoon had hij weg horen gaan op zijn scooter. -Ook zo iets-.

Deze keer zou hij met bewijs komen.
Gisteravond had de zoon weer een stuk of acht vrienden uitgenodigd.
Ze hadden zelfs een vuurtje gemaakt.
Hij had net zo lang gewacht tot het feestje gezellig werd. En toen had hij het opgenomen.
Ha! Hij was niet gek!!

Met een lichte spanning belde hij aan.
Ze deed open.
Vluchtig keek hij naar haar kleding.
Ze droeg slechts een korte broek en een hemdje.
Zelfs geen bh zag hij terwijl ze haar armen instinctief over haar borst sloot en hem koeltjes begroette.

‘Ik kom even klagen over de geluidsoverlast van gisteravond buurvrouw’.
‘O?
Alweer buurman?’
‘Ja, het was weer heel erg hoor’.
‘Wat gek dat ik dan van mijn naaste buren nooit klachten hoor’.

Hij zag haar kwaad worden. Triomfantelijk hield hij zijn mobiel in de lucht.
‘Als ik misschien even binnen mag komen, dan kunt u het zelf horen buurvrouw’.
Hij zette al voorzichtig een stapje naar voren.
‘Liever niet buurman. Komt u morgen maar even terug als mijn zoon en mijn man ook thuis zijn. Dat lijkt me een beter idee’.
En terwijl hij wegliep riep ze hem nog na:
‘Is het niet een klein beetje leven en laten leven in een volksbuurtje als deze?’

Een beetje teleurgesteld was hij weer naar huis gegaan. Morgen zou hij gewoon weer komen.
Mét het bewijs.
Ze zouden alledrie hun excuses aanbieden. O, hij kon niet wachten het gezicht van de zoon te zien.
Voortaan zou het uit zijn met de pret.

Even later stond hij peinzend boven uit het slaapkamerraam te kijken.
Hij kon haar van hier af verwoed zien tikken op haar mobiel.
Ze zat nu vast op Facebook.
Wie had zoiets vreselijks ooit bedacht.
Of: nog erger: welke idioot gooide zijn privé leven nou online?
Hij niet.
Nóóit.

Zo dom was hij niet.

Sonnet

Wie ben ik
als men mij niet laat zijn
wie ik ben
wie ik wíl zijn

Waar sta ik
als men mij niet laat staan
waar ik sta
waar ik wíl staan

Veel anderen
verlangen van mij
dat ik zal veranderen

Wat verlangen zij
die anderen
onbeschrijflijk veel van mij

©Narda ’95

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Foto’s: Zus Fenna (en Neef)

Maria

‘Kyl, wil jij oma even de tuin in helpen? Ik sta midden op straat geparkeerd’. Terwijl ik het zeg zet ik mijn tassen met boodschappen op het aanrecht. Kyl staat al op. ‘Ik moet zometeen wel werken hoor mam’.
Hij werkt zich deze week een slag in de rondte. En dan ook nog toetsen en examens. -Als dat maar goed gaat-.
‘Ik had trouwens een tien voor mijn Engels’.
-Hoort u trouwens ook altijd alleen maar de hoge cijfers thuis? Wij wel-
‘Doeg mam, doeg hoor oma’.
image

Ik schenk een sherry-tje voor mam in en voor mezelf een half rosé-tje.
Dan maak ik een paar plakjes stokbrood met Camembert voor mezelf, een feestelijk ontbijt om te vieren dat ik die stomme nachtdiensten weer achter de rug heb. Ook heb ik vier Hollandse nieuwe in stukjes gehaald. Ik zet vast een stukje of zes op tafel.
Mam lust ook wel een stukje ‘straks’.
Wat gezellig zitten we zo onder de bloeiende rozen, mam op ‘haar’ stoel, en ik op de bank.

image

‘Weet je welk boek ik vanmiddag heb meegenomen uit de bieb?’
Ik wacht het antwoord niet af. ‘Gejaagd door de wind’.
Mam en zus lazen vroeger alles wat los ervaar zat, pas als zij het gelezen hadden en een zeer positieve recensie hadden gegeven, las ik het.
Dit boek had ons vroeger alledrie tot tranen geroerd.
‘Het moet nog op zolder liggen Narda. Achter de schuiven aan de zijkanten ligt zoveel. Boeken, tekeningen van jou en Fenna, schriften van mezelf…’

‘Zullen we anders die dozen samen weer eens bekijken mam?’
Dat kijkt haar wel wat. ‘Maar je kunt ze niet alleen naar beneden halen hoor’.

‘De negerhut van oom Tom moet er ook liggen. Die moet je aan je neef Dion geven. Dat was van ome Leo vroeger….
En Arendsoog. Die ook hoor’.
Ik vraag me af of deze boeken niet allang al in de boekenkast bij zus stonden. Ex en neef zijn vorige maand verhuisd en hebben alsnog een hoop boeken die vies waren weggedaan. We gaan het zien.

image

‘Zal ik van de week je haar verven?’
Dat wil ze wel.
Douchen wordt ook moeilijk nu, en zelf haar haar doen gaat echt niet meer.
‘Dan blijf ik voortaan toch lekker bij je als je gaat douchen?’ -Gelukkig heeft ze al een douchestoel-.

‘Dat is eigenlijk wel fijn hoor kind’.

‘Wanneer gaat Rem ook al weer naar de TT?’
Ze vraagt het steeds als we haar zien. Om erop te laten volgen: ‘En Kyl, wanneer gaat Kyl nou op vakantie?’

‘Zal ik anders vragen of Kyl zijn eerste week van de school vakantie een beetje vrij houdt? Misschien wil neef dan komen’. (de zoon van zus, 17).
Dat wil ze wel.
Dat zou leuk zijn.

‘Karin vroeg of ik vrijdag wat met haar wil doen. Steef is dan natuurlijk met Rem samen weg’.
Mam ziet mijn twijfel.
Dat moet je lekker doen hoor kind, ook aan jezelf denken’.
Ik app Karin en we spreken vrijdag om drie uur af. Eerst een terrasje en daarna gaan we lekker tapas eten. Wie weet heeft Marja ook zin om mee te gaan. Karin zal het haar vragen.

image
Ik voer de vogeltjes wat brood en ververs het water in vogelbad. Het volgende kwartier kijken we in stilte hoe de kauwen, Turkse tortels, kippen en eksters een beetje feest vieren.

‘Gaat het nog een beetje met de trap thuis mam?’
Het gaat. ‘Ik heb twee leuningen waar ik me aan vast kan houden hoor kind. Slaap jij nou maar gewoon lekker thuis’.
Ik sta een beetje in tweestrijd.
‘Als je niet meer alleen durft te slapen kom ik bij je slapen hoor mam’.
‘Ja, dan zeg ik het heus’.

‘Wil je nog ergens heen, de komende dagen?’
‘Nee.  Ik ben te moe’.
‘En bij mij? Gaat dat nog wel?’
Dat gaat wel zegt ze. -Zolang ik niet teveel klets tenminste-.
‘Ik wordt altijd zo rustig van jullie tuin’.

‘Eigenlijk moet het Maria beeld van Zus nog een plekje krijgen hier. Zal ik haar daar links zetten, voor de beuk?’
Mam vindt het plekje waar ik naar wijs maar niets.
‘Nee, ik zou haar onder de appelboom zetten, een beetje in dat hoekje’.

Maria weegt, ondanks haar verlichting, minstens een ton. Ik kan haar maar net tillen en op de omgekeerde emmer zetten.
Mam knikt goedkeurend.
‘Ze wiebelt wel hoor kind’.
‘Dat regelt Rem straks wel’.
-Mijn schoonzusters gaven mij op onze trouwdag de tip mee dat Rem altijd de benen nam zodra hij uitgeklust was. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, mijn creatieve brein is grenzeloos-.

‘Het lijkt net of Maria tevreden is zo hè?’
Mam vindt het ook. Liefdevol kijkt ze naar de beestjes die zich rond het badje scharen.
‘Weet je mam…
als jij er niet meer bent hè…dan zou ik ook het liefst jullie vijvertje hier hebben.
Het vijvertje wat pap had gemaakt. De oude salontafel had hij hierbij als mal gebruikt.
‘Dat zou je vader leuk vinden kind. Ik ook’. 

Ik knijp in haar kleine hand.
Zij in de mijne.

Dan komt Rem thuis, en zet Maria recht.
image

Rare dagen, rare nachten

Zaterdag.

De laatste keer dat ik bij mijn oom en tante in Oudkarspel was speelde mijn neef nog met playmobiel en mijn nichtje met poppen.
Mijn neef en ik schelen maar een paar dagen in leeftijd. En Hans, onze neef die twee jaar geleden zomaar ineens overleed zat daar dan nog tussen.

Mijn ome Jan viert vandaag zijn 75-ste verjaardag met een bbq, en wij mogen evengoed komen, ondanks dat mam niet mee kan.
Voor we gaan brengen we eerst wat boodschapjes (yagult, sherry, koffiemelk) naar haar, en drinken we even een kop koffie. Ze had weer slecht geslapen, vertelt ze. Eigenlijk wil ze daar niet over zeuren.
De kaart voor ome Jan moet ik maar schrijven, mam dicteert wel.
Ze is overal te moe voor. Zelfs voor het kleine afwasje van wat kopjes en glazen.
‘Maak je maar geen zorgen hoor, gaan jullie nou maar, en doe ze allemaal maar de hartelijke groeten.

Vanaf het moment dat we vlak na binnenkomst aan een wiebeltafel in de tuin staan te hangen met neef Mark, nicht Inge en Jaimy klikt het gewoon. Het wordt een hartstikke gezellige middag, ondanks dat de zorgen om mijn moeder op de achtergrond door mijn hoofd zeuren.

Zondag.
Vandaag zijn Rem en ik precies tien jaar getrouwd.
Eigenlijk zouden we gaan lunchen ergens, met Kyl.
Maar we zijn allebei zo brak als wat. Bovendien staat onze kop er gewoon niet naar. Ik plaats wel een bericht op FB, met een verwijzing naar het nummer ‘Zij’ dat op het moment speelde dat we de zaal binnen kwamen. Rem met Kyl en onze Bordeauxdog Nino, en ik aan de arm van mijn vader.
Wat was hij toen trots op mij. Het was gister natuurlijk nog vaderdag ook.
Achteraf vond ik het trouwens een stom bericht.
Soit!

’s Middags moet ik gewoon werken. ‘Onze knuffels worden nog steeds dikker hè schat?’
Rem gaat naar mam om het gras te maaien. Ze heeft weer wat boodschapjes ook nodig: toiletreiniger en een aansteker.
Op het station bel ik haar even. Het zit me helemaal niet lekker. Gelukkig neemt ze op. ‘Zal ik anders morgen even de dokter bellen?’
Ze wil het niet.
Ik stel haar gerust door te zeggen dat ik niets zal doen wat zij niet wil.
Maar wat moet ik nou?

Vanmiddag komt Yvonne langs om schoon te maken. Ik zal mam rond twaalf uur even bellen.
Het liefst bel ik nu wel de dokter, niet dat ze langs moet komen, wat kan zij er nou nog aan doen, -sondevoeding? Willen ‘we’ dat?- maar wie weet kan ze dan eerder naar de Schelp.
Vanavond ga ik de nachtdienst in, het zijn er gelukkig maar twee, en daarna ben ik tot en met zondag vrij. Ik ben er niet echt gerust op, maar als het nodig is ga ik gewoon met een taxi naar huis, zo heb ik me voorgenomen.

Misschien moet ik de week daarna gewoon maar verlof gaan opnemen en zoveel mogelijk bij haar blijven, misschien zelfs bij haar slapen, maar daar zie ik als een berg tegenop.

(Jottem, naast de urn van zus…)

Een bizarre vakantie in Australië, deel 2

Wat vooraf ging

Robin legde zijn mobiel op tafel en keek me aan.
‘You wont believe this Narda’.
Vragend keek ik hem aan.
Kyl schoof als een zakloper over de houten keukenvloer in zijn katoenen slaapzakje op zoek naar zijn gele Lala, zijn Teletubbie.
Ik liet hem begaan.
Angstig keek ik Robin aan.
‘What happened Rob?’
‘Have you ever heard of the Claremont serial killings Narda?’.

Dat had ik nog niet.
Niet tot op dat moment.
Robin vertelde over de moorden op de drie jonge vrouwen die in de afgelopen jaren hadden plaatsgevonden.
De moorden waren tot op heden nooit opgelost.
Twee van de drie meisjes waren nooit gevonden.

‘It seems to be so Narda, that S. was in Australia every time one of these girl’s had been murdered’.
Geschrokken keek ik hem aan.
Ik dacht terug aan de laatste keer dat hij in Perth was. Het waren de weken geweest voorafgaand aan de geboorte van Kyl, maart ’97.
Hij was met ruzie weg gegaan.
Ik had hem gezegd dat hij niet meer terug hoefde te komen.
Hij had me begin april gebeld, en voor de zoveelste keer had ik mezelf de schuld gegeven voor de ruzie en hem vergeven.

‘Narda, the Police picked S. out of the cinema this afternoon’.
‘No!’
S. en zijn dochter waren die middag overgebracht naar het politiebureau. Dochter J. werd daar al snel opgehaald door haar moeder, maar S. moest blijven voor verder verhoor.
‘Since the moment S. arrived in Perth he had been followed’.

Ik dacht terug aan de afgelopen weken. Hoe kon het dat ik daar niets maar dan ook niets van in de gaten had gehad.
Ik dacht terug aan de nacht in de Van in the middle of nowhere, hoe lang had S wel niet gezocht naar die ene enge plek in the Bush die hem wèl juist leek?

Ik bracht Kylian naar bed.
Daarna ging ik weer zitten.
We zwegen.
Dachten na.
Wachtten.
‘What do you think Rob?
Could he do something like that?’
Sliep ik met een moordenaar?
Kon het zijn dat ik zo blind was?

‘I don’t no Narda’.
We spraken over de andere vriend van S, van wie we het busje leenden. Inmiddels woonde deze vriend in Engeland. Het busje hadden we gehaald bij de vriend zijn ouders.

‘Wasn’t he building swimmingpools in gardens Rob?’
We gruwelden.
Het zou toch niet?

Rond twaalf uur was S pas thuisgekomen. Murw. Moe. Kapot, tot het bot toe over en over uitgehoord.
Hij kuste me op mijn lippen.
Stress alom.
Ik wist niet wat te doen, wat te zeggen. ‘Come on Narda, don’t do this to me please’.

De volgende dag moest hij bereikbaar blijven. Thuis blijven, in het huis van Robin.  Het was nog niet zeker of we terug mochten reizen naar Nederland. We zouden twee dagen later naar huis gaan. 
Er waren speekselmonsters afgenomen.
Vingerafdrukken, weet ik veel wat allemaal.

Het waren rare dagen.
Ik wist niet meer wat ik denken moest, maar besloot hem te vertrouwen tot het tegendeel was bewezen.

Eind volgende middag kreeg hij goedkeuring om terug te reizen naar Nederland.

Er was gelukkig geen bewijs gevonden dat hij de moorden kon hebben gepleegd.

En toch, ondanks dat de politie mij -ook later-nadrukkelijk had bevestigd dat S. niet meer verdacht werd van de moorden werd ik gek van angst toen S. twee jaar geleden met Kyl in het Lake District was verdwaald.

Maar hoe kwam ik hier nou allemaal op?
Het begon gisteravond met het gedichten schriftje. 
Het gedicht voor R!
Robin dus.
En toen ging het via het ‘veelzeggende verzwijgen’, naar de moorden rondom Cottesloe, om vooralsnog weer te eindigen bij het gedicht voor R, wat alleen maar volledig te vergoelijken valt als je de hele geschiedenis zou kennen.

Wordt dus vervolgd.

Pannenkoekenfeest

‘Mam?’
‘Ja kind?’
‘Het gaat vandaag niet zo best met je hè?’
‘Nee kind, om heel eerlijk te zijn niet zo’.

-Sherry’tje.
Rosé’tje-

Kyl bakt pannenkoeken en wh’apt met zijn vrienden.
De eerste pannenkoek mislukt.
‘Dat doen ze altijd hè mam?’.

(…)

‘Ja hoor, altijd Kyl, je moeder heeft gelijk, dat hoort zo’.

(…)

‘Mam?’
‘Ja kind?’
‘Ik wil niet meer dat je je was zelf doet, al is het maar zo’n klein beetje’.
‘Gister heeft Lidy hem voor me naar boven gebracht en opgehangen’.
‘Ja, maar op Lidy valt geen peil te trekken, Lidy heeft het nu ook zo druk’.

(…)

‘Ja, dat is eigenlijk ook wel fijn hoor kind’.

(…)

‘Mam?’
‘Ja kind?’

(…)

‘En voortaan doe ik ook je boodschappen hoor.
Zorg jij maar gewoon voor jezelf oké?’

(…)

‘Goed kind’.

”Gaan we van de week even samen je haar verven oké’.

‘Graag kind’.

(…)

‘Mam?’
‘ Ja kind?’
‘Zal ik maandag de dokter even bellen?’
‘Wacht maar even af kind.

(…)

Misschien gaat het beter als ik even een nachtje goed slaap’.

(…)

‘Mam?’
‘Ja kind?’

‘Zeg je het als je wilt dat ik bij je kom slapen?’

‘Dat hoeft niet hoor kind’.

‘Zeg je het als je bang bent mam?’

‘Ik ben niet bang kind. Ik ben niet alleen. Je vader is bij me’.

(…)

‘Mam?’

‘Ja kind?’

‘Je hoeft echt niet bang te zijn dat ik heel erg schrik hoor…’

‘Ik bedoel, als het zomaar ineens over is…’

‘We weten alledrie dat het elke dag zomaar voorbij kan zijn nu…’

‘Met mij komt het wel goed hoor mam.

Ik red me wel.

Dat weet je toch hé mam?’

‘Ja, jullie hebben elkaar’.

(…)

‘Mam?’
‘Ja kind?’

‘Weet je nog dat we vroeger wel eens Jan in de Zak aten?’

‘Dat weet ik nog kind.

Die moet je koud opzetten, een vuist open laten boven het deeg…

…en dan de zak dichtbinden met een elastiekje’.

‘Dat was lekker hè mam, vooral de volgende dag als we tussen de middag de restjes opbakten’.

‘Jawel hè kind.

De zak ligt in de vaste kast in de voorslaapkamer.

Het is een puntzak’.

‘Een puntzak mam?
Maar er zat nooit een punt aan.
Het was meer een doet homp toch?’

‘Ik snap het ook niet hoor kind’.

(…)

‘Mam?’

‘Ja kind?’

‘Zal ik je maar weer naar huis brengen?’

‘Dat is fijn kind, ik ben wel moe’.

(…)

-Auto-

‘Mam?’

‘Ja kind?’

‘Het gaat gewoon zoals het gaat hè mam, ik ben allang niet meer kwaad’.

‘Zo is het kind’.

-thuis-

‘Zal ik je helpen met je jas mam?’

‘Nee, dat doe ik straks zelf wel hoor kind.

Ga jij nou maar’.

‘Oké.
Dag dan mam.
Tot morgen. ‘

‘Tot morgen.

Hoe laat ook al weer?’

‘Kwart voor twee mam’.

(…)

‘Dag hoor kind’.

Handkus door autoruit.
Handkus terug.

‘Dag mam’.

Een bizar verhaal over een vakantie in Australië

De hele week denk ik al een beetje na over ‘het alles wat verzwegen wordt’.
We beoordelen mensen vaak door te luisteren en te kijken naar hun verbale communicatie, non- verbale communicatie zoals gezichtsuitdrukking en lichaamstaal, uitstraling (aura) en acties, maar wat we vergeten mee te nemen in onze beoordeling is alles wat door hen verzwegen en verborgen blijft.
Soms is het karakter van de mens heel anders dan hoe wij hem zien.

Toen ik een jaar of twintig was werkte ik als Security-hostess in een groot kantoor in Amsterdam. Ik was daar ’s avonds dus veel alleen. Soms bleef E. , een man van een jaar of 28 overwerken. Dat vond ik fijn. Dan voelde ik mij veiliger. Een paar jaar later bleek dat E. zijn buurvrouw en haar kindje gewoon had vermoord.

Dit is slechts een voorbeeld, ik kan veel meer voorbeelden geven, uit eigen ervaring. Misschien iets minder shocking, iets meer richting de viespeukerij door onze nette burgermannetjes en vrouwtjes.
Sommige stille watertjes hebben gewoon hele enge stinkende diepe gronden, die we echt niet willen leren kennen.
Meestal zijn deze mensen ook slim genoeg om iedereen om de tuin te leiden met hun prettige omgangsvormen, en fijne acties.

Niet alleen mensen beoordelen we vaak zoals ik hierboven beschreef, maar ook de acties van mensen beoordelen we vaak zonder ‘dat wat verzwegen is’ in ogenschouw te nemen.

Als we alles van elkaar zouden weten, alles wat in het verleden vooraf is gegaan aan de actie die iemand nu neemt, zouden we meer begrip hebben voor elkaar.

Ik oordeel niet snel.
Niet op uiterlijk.
Niet op afkomst.
Ik leef, en ik laat leven.
Ik luister niet naar wat de mensen zeggen, ik kijk wat ze doen.

Sommige verhalen laten zich niet goed vertellen voordat er er kennis is genomen van het verleden, aan wat vooraf ging.
Soms begrijp je de ander zijn motieven pas als je daadwerkelijk in zijn schoenen staat.

Goed, nu neem ik jullie mee. Naar Australië, Perth, Fremantle, het is april’99.
Ik ben daar met Kyl en S. zijn biologische vader.
Onze relatie is niet goed. Verre van.
Wat moet ik in godsnaam dan met een kind van net twee in Australië?
Welke gek doet zoiets.
Ik!
Ik ben namelijk op de vlucht.
Een week eerder werd het lichaam van mijn naaste buurman namelijk in de keuken gevonden. Hij was al enkele maanden dood.

We logeren bij Robin, een vriend van S.
De dagen vullen zich met strand, bbq, musea, een trip met een Volkswagen busje met een matras achterin naar Margaret River, enz.

Nu heb ik u wel eens verteld dat S er vreemde ideeën op na hield soms wat trouw betreft. Hij wilde graag met mij naar parenclubs, en heeft zelfs een keer een gigolo voor me besteld. (Nee, ik heb de goede man weer weggestuurd). Misschien kunt u zich ook nog herinneren dat hij mij ‘moest opbiechten’ dat hij ‘zojuist nog op een hoer had gelegen’, terwijl we zelf de liefde bedreven nadat we net een ruzie hadden goed gemaakt?
Nu zult u denken, “Narda kom op, zo’n vent zet je toch aan de kant?”
Nu snap ik het ook niet goed meer. Het heeft allemaal ook met het verleden te maken, je rolt gewoon ongemerkt in zo’n relatie. Net zoals kikkers het niet door krijgen dat het water heet wordt, als je het maar heel langzaam doet.
Destijds was ik een klein mager en toch vrij onzeker moedertje die maar met veel pijn en moeite haar kop een beetje boven water kon houden. Ook financieel.
47 kilo woog ik, schoon aan de haak.
S was gewoon zeer manipulatief, en zeer geslepen. Hij wist alles wat krom was gewoon recht te praten.
Ik zal trouwens nooit, maar dan ook nooit, de meisjes veroordelen die in handen zijn gevallen van loverboys.

Maar goed, laat ik verder vertellen:
Op een zekere dag kwam S niet terug naar het huis van Robin. Ook nam hij zijn telefoon niet op, maar dat deed hij ook maar alleen als hij daar zin in had, dus dat was niet nieuw voor me. Hij was die middag met zijn puberdochter naar de bios geweest.
Rob en ik zaten met Kyl aan tafel. Ik mocht hem graag, een understatement, en hij mij ook. Het was een goede, lieve en charmante gastheer. Soms, als S op een dag iets voor zichzelf moest doen ging ik met hem mee naar Perth, waar hij zijn kantoor had. Terwijl hij dan werkte banjerde ik dan met Kyl in de buggy door de stad, musea of gingen we naar een van de vele speelplaatsen.

Rond een uur of acht, negen ging Robins telefoon. Het was S.
Robin trok wit weg.
“Whot the Fuck?!”

Sorry mensen, ik moet mijn moeder nu halen. Kyl gaat pannenkoeken voor ons bakken;-D

Wordt vervolgd.