Over Rozen

De meeste rozen die ik heb komen bij een kweker vandaan.
Dit is rosa Lykefund
image
In de tijd dat we plannen maakten voor onze tuin bezochten we ook diverse open tuinen. Ergens in een vlinderstruik in Noord-Holland (in Winkel Rem?) kwamen we deze tegen. Volop in bloei sierde hij in zijn eentje een grote rozentunnel. Hij rook heerlijk. Toen we de betekenis van de naam van deze roos hoorden werden we helemaal verliefd: ‘Lykefund’, ofwel ‘gelukkige vondst’ 
Deze roos maakt in het begin hele kleine roze knopjes. Wacht, ik kijk even of ik er nog eentje kan vinden…
<a imagehref=”https://nardablog.files.wordpress.com/2015/06/image29.jpg”&gt;image
Uit deze kleine knopjes komt dan vervolgens een wit met geel bloemetje. Het zijn net spiegeleitjes.
image

Sommige roosjes blijven overwegend geel, al met al een vrolijk gezicht.
image

Van boven af ziet het er ongeveer zo uit. (Maar dan mooier;-)
image

Mijn tweede favoriete roos is de Bantry Bay.
image
Deze roos staat pal op het zuiden en dan nog gedeeltelijk achter glas als we de tuindeuren open hebben staan.
image
Zoals je ziet moet hij nog een degelijk hekje krijgen, dit ziet er niet uit natuurlijk (Rèm).
image
In het voorjaar had hij wat luis, maar dit is allemaal verdwenen nu. Denk door de warmte. Mocht je een sterke doorbloeiende klimroos zoeken, dan raad ik je deze van harte aan.

Evenals de Schneewittchen, of ook wel rosa Iceberg genoemd.
image
Bloeit onvermoeibaar voort en prachtige trossen bloemen. Geen omkijken naar verder. Bijna nooit luis. image

Maar mijn allergrootste favoriet is toch wel de Rosa appleblossom.
Tada:
image

Van dichtbij ziet het er uit alsof het allemaal aparte bloementuiltjes zijn.
image
En van een afstandje ziet het er dan weer zo uit:
image
Soms heeft hij last van luis of schuimbeestjes, maar dat deert hem niet heel erg. Daardoor komen er ook veel lieveheersbeestjes en nou ja, dat die geluk brengen weet natuurlijk iedereen;-D.  Soms spuit ik die luizen weg met een harde waterstraal, of knijp ik ze dood met mijn handen. Ik gebruik nooit chemische troep.  Verder echt een aanrader, maar niet als je een geurende roos zoekt, want dat doet hij bijna niet.

Nu denk je vast dat alle rozen er even mooi bij staan, maar dat is natuurlijk niet zo.
Rosa ballerina bij de middencirkel vind ik een miskoop. Hij bloeit steeds minder maar heeft wel heel vervelende uitlopers, waar ik een hele klus aan heb. Ik heb besloten hen na de bloei tot 20 cm terug te snoeien. Kijken hoe het volgend jaar gaat. Hij ruikt wel lekker hoor. 

Verder zijn er ook veel rozen gewoon doodgegaan. Konden niet op tegen de Hedera en de kippenpoep denk ik.
Tsja, je moet ervan houden.

Verder heb ik nog the Fairy. Bloeit laat in kleine roze bloemetjes. Heb hem nu in pot gezet. Ik vind de takken niet mooi en niet fijn.

Een Engelse roos die het trouwens wel heeft overleeft is deze.
image
Maar hij heeft krulziekte of zo, en slechts drie bloemen gehad, dus niet echt een daverend succes te noemen, behalve de geur. 

Ik ben aan het nadenken over de rozen van mijn vader. Ik zou ze heel graag meenemen.
Wat denken jullie?
Uitgraven?
Stekken?

Hoor graag julli tips.

Advertenties

Een plekje voor mam in de Schelp😀

Maandag.
Als ik om negen uur naar Hospice de Schelp bel om te vragen of er misschien een plekje vrij is gekomen, hoor ik dat dit inderdaad het geval is. Ik weet niet of ik nou moet lachen of huilen of allebei tegelijk.
Twee weken geleden hadden we afgesproken dat ik deze week zou bellen en met de hittegolf in het vooruitzicht leek het mij maar het beste om dit dan ook maar gelijk als eerste te doen.

Als de huisarts mij terugbelt spreken we af dat zij rond een uur ook eerst even langs gaat bij mijn moeder.
Mijn moeder zelf weet op dat moment nog helemaal van niets.
Gelukkig begrijpen ze op het werk dat ik vrij wil / moet vandaag, hoe rot het daar ook uitkomt.

Om half twaalf ben ik bij haar. Boven aan de trap vertel ik het nieuws.
Ze schrikt heel erg.
‘Ik heb nog maar één pyjama die ik pas, hoe moet dat nou?’

‘Mam, er gebeurt niets wat jij niet wil’, je mag altijd nee zeggen. Niemand zal je dat verwijten, dat beloof ik je.’

Terwijl zij zich verder aankleed neem ik de voortuin eens flink onder handen. Ik denk terug aan hoe mijn vader het toch altijd keurig bij hield allemaal. En nu? Kijk dan nou toch! Gras, zevenblad, paardebloemen. Het voelt iedere keer als ik wat doe in de voortuin als water dragen naar de zee. De zevenblad knip ik tegenwoordig gewoon maar een beetje in vorm, voor de vorm. Het gras trek ik er uit, evenals de paardenbloemen. Dan knip ik de struikjes weer een beetje netjes in blokvorm.
Al met al ben ik een stief uurtje bezig.
Zo moet het maar.
-Sorry pap.-

Nadat mam een beetje van de schrik is bekomen vindt ze het toch wel oké.
‘Zo kan het toch ook niet meer hé?!’
Samen maken we vast een lijstje met de dingen die ze mee wil nemen. Dat wil zeggen: Ik denk hardop en schrijf, terwijl mam haar sigaretjes draait en af en toe zegt: ‘o ja, dat moet ook mee ja’.

De huisarts is erg lief en begripvol voor mam.
Hoewel ik vanmorgen toch nog even aan haar gevraagd heb of sondevoeding misschien nog een optie is, begint ze er niet over als ze ziet dat mijn moeder al begint te stuiteren als ik het woord ‘bouillon’ laat vallen, met het oog op de komende hittegolf.
Ze stelt mam een beetje gerust. ‘Het is zo fijn daar’.
Met de woorden dat ze vrijdag of maandag even bij haar komt kijken in de Schelp neemt ze afscheid.

De huisarts is net vijf minuten weg als. de coördinator van het Hospice langs komt voor het intake gesprek.
Als ze na een uur weg gaat is mam bekaf.
Gelukkig is het helemaal geen probleem als mam pas woensdag wil komen zodat ze nog even aan het idee kan wennen.
Bovendien komt Yvonne morgen schoon maken, en dat is toch ook wel prettig.

Voor ik naar huis ga hang ik nog even de was op en drinken we wat in de tuin.

‘Weer afscheid nemen hé mam’.
Zelf heb ik het er ook best moeilijk mee. Wat zal het huis zielloos en leeg zijn als zij hier niet meer is straks.

‘Vergeet niet dat je altijd terug kan hoor. Als het je niet bevalt daar dan pak ik je spullen weer in en gaan we weer lekker naar huis’.

Mam wil dat maar niet zo zien.

‘Nee kind, als ik ga, dan ga ik en dan kom ik niet meer terug’.

Lekker warm

Vrijdag.
Nadat ik met hem bij mijn moeder ben geweest zet Kyl me af bij het station in Wormerveer. Rem is vanmorgen met Steef naar Assen vertrokken op de motor. Het is TT weekend.
Karin en ik gaan een borrel halen op de Dam bij de Koperen bel, en daarna naar het food-festifal in de Zaanbocht. ‘Gewoon lekker gaan hoor’, had mam gezegd. ‘Ik red me heus wel’.
Het wordt een bere gezellige dag. We eindigen voor een hoedje toe bij Ron en Yvonne in het Laantje waar Kyl ons rond half elf weer oppikt.

Zaterdag.
Om half twaalf bel ik mam, zoals we hadden afgesproken. ‘Zal ik dan zo komen om je haar te verven?’ Ze wil het niet. ‘Ik ben nog zo moe. Kan het eind van de middag?’

Stipt om vijf uur ben ik bij haar. Ze zit gelukkig aan tafel. ‘Zullen we gelijk maar beginnen?’
Ik haal de spulletjes die ik nodig heb van boven. ‘Kijk, dan rol ik gewoon het kleed even een stukje op, zie je?’
Mam vindt het allemaal best.

Terwijl ik bezig ben de verf voorzichtig in haar haar te verdelen denk ik terug aan de keer dat mijn vader mij vroeg of ik hem wilde scheren.
Het was de dag voordàt, en de dag waaróp hij overleed.

‘Ik zag er erg tegenop hoor, maar ik ben wel heel erg blij dat je het voor me doet….’

Ik hum. 

‘Anders lig ik straks met zo’n grijs hoofd in mijn kist straks dat niemand mij meer herkent’.

-Kapje erover, klaar en intrekken maar.-

Sigaret.
‘Wil je echt niet dat ik je help met douchen?’
Ze schudt haar hoofd.
Hoest.
‘Nee kind. Ik ben zo mager nu. Ik wil niet dat je mij zo ziet’.
Ik zeg dat ik dat echt niet erg vind, maar ik ben eigenlijk wel blij dat ze het zelf wil doen.
Nog zelf kàn doen.
‘Ik wil niet dat je me zo zal herinneren’.
Als ze een uurtje later in haar mooie pyjama beneden komt ga ik pas weg.

Zondag.
Veranda.
We ruimen de zwemvesten en wat andere spullen op in de boot als Jefrey, de zoon van buurman Harry iets naar ons roept. ‘Had hij weer wat te zeuren?’
Even later horen we dat de klachtenbuurman ook naar Harry was gegaan.
‘Feestje?’ had deze geantwoord. ‘Nee hoor, ik heb geen feestje gehoord. Hij had gewoon een paar vrienden over. Weet je wat jij zou moeten doen? Zelf eens gezellig naar een feestje gaan. Daar zou je van opknappen!’

Ook naaste buurman Pascal en buurvrouw Jos van twee huizen verder hadden niets gehoord, danwel vonden het zèker het klagen niet waard.
Waarschijnlijk koos klaagman uiteindelijk maar eieren voor zijn geld, dat wil zeggen: we hebben hem vandaag niet meer gezien met zijn bewijsmateriaal. 

Terwijl Rem zich weer op de belasting papieren van mijn vader stort -dat gaat om een bedrag van vijf euro waarvoor wij verplicht zijn weer biljetten in te vullen, gewoon omwille de bureaucratie, daar kan niemand iets aan doen- ga ik naar mijn moeder.

Om vier uur ben ik bij haar met de boodschapjes: Koffiemelk en haarlak.
Voor we gaan haal ik nog even snel wat onkruid weg, peuter ik wat yagultjes en nutridrinks uit hun verpakking en breng de nieuwe haarspray die ik zojuist voor haar heb gekocht vast naar boven. Kleine dingetjes allemaal, maar ze kosten haar gewoon heel veel moeite.
Als ik haar hand vast houdt om naar de auto te lopen voel ik hoe in- en in koud haar handen zijn.

Thuis gaan we gezellig op de veranda zitten achter de schuur aan het water.
‘Pfff…wat een wandeling’. Het kacheltje brandt lekker boven mams hoofd.
Dit vindt ze dan wel weer wat. ‘Lekker warm zo hoor’.

We praten over de op komst zijnde hittegolf.
‘Je moet echt meer drinken dan hoor, en een opkikker drinken zodat je zout binnen krijgt’.
Mam zucht.
‘Is het echt wel koel genoeg bij je binnen?’
Ze vindt maar dat ik zeur.
‘Nar ophouden nu, oké? Ik ben blij dat het eindelijk lekker warm wordt!’
‘Ja maar mam, het kan ook gevaarlijk zijn voor je hoor. Ik bedoel…misschien is sondevoeding nu wel wat voor je?!’
Ze geeft me een waarschuwende blik.
‘Ik zeur hé?’
‘Ja, je zeurt kind’, lacht ze.

Zoals ik slagroomvla zolang ik leef zal associeren met de laatste weken van mijn vader, zo zullen ‘gamba’s pil-pil’ voor altijd verweven blijven met mijn moeder en zus.
In weinig andere dingen heeft ze trek. Na twee garnaaltjes en een halve inktvisring houdt ze het echt voor gezien.

‘Volgende week komt neef waarschijnlijk mam’.
Dat vindt ze leuk nieuws.
Nee, andere plannen wil ze niet meer maken, daar is ze echt te moe voor, zegt ze als ik haar nogmaals zeg dat ze goed moet aangeven als ze iets wil, of iemand wil zien.

‘Eerst neef. En daarna zie ik wel weer verder’, zegt mam.

Éérst twee dagen werken. Morgen van half twaalf tot acht, en dinsdag tot half twaalf.
Dàn de hittegolf op woensdag, donderdag en zaterdag.
En dàn neef, denk ik.

Help me maar een klein beetje duimen.

De goede buur

Vandaag had hij bewijs.
Vandaag zou het recht zegevieren, daar was hij van overtuigd.

Hoelang was hij niet getergd?
De grasmaaier, de blaadjes die in de herfst overwaaiden naar zijn tuin, de ontelbare vliegtuigen die veel te laag overvlogen.
En wat dacht je van zijn naaste buren die nooit gewoon spraken tegen elkaar, maar schrééuwden.
“Harríéééj…Koffíééé!!
Zelfs hun kleinkinderen hadden met hun zware stemmen deze akelige gewoonten overgenomen zodat hij op de zondagen bijna krankjorum was geworden van de herrie.

Of wat dacht je van de buurman die aan de andere kant van hem woonde, die minstens 1 keer per week zijn motor in de achtertuin een kwartier lang stationair liet lopen.
Hij hield hem liever maar te vriend.
En over de haan van twee huizen verderop kon hij ook al niet veel zeggen, zijn vriendin had er destijds jammer genoeg toestemming voor gegeven. Hij was pas later bij haar ingetrokken.
Tsja. Hij had het maar te slikken, al deze overlast.
Wat kon hij er nou van zeggen?

Maar vandaag had hij eindelijk weer iets gevonden waar hij echt zijn beklag over kon doen.
En dan nog wel bij die trut van de haan.
Een paar maandjes geleden had hij het genoegen al mogen smaken om naar buiten te komen en haar te berispen toen ze de auto twintig cm langs het motor opritje had geparkeerd.
Bedeesd was hij naar buiten gekomen. Precies zoals het een goede buur betaamde.
‘Buurvrouw, wilt u uw auto misschien ergens anders parkeren?’ U staat voor de oprit. Buurman kan er zo nooit langs met zijn motor’.
Verbaasd had ze hem aangekeken.
‘Maar het is negen uur ’s avonds. Hij gaat nu echt niet weg en bovendien komt die motor alleen in de zomer uit de schuur’.
‘Daar gaat het niet om. Als hij weg zou wìllen dan kan hij er nu niet langs.’
Mokkend had ze de auto verplaatst naar de andere straat. Hij had voor het raam staan blijven kijken tot ze terug kwam. Met een onmiskenbaar klein overwinningsglimlachje op zijn lippen.
Ze had het niet gemist.

Twee weken geleden rook hij zijn kans om nogmaals te klagen.
Deze keer over hun grote puberzoon die in de schuur met vrienden zat.
Het was helaas de buurman die open had gedaan. ‘Ik zal het er met mijn zoon over hebben’.
Dat had hij gedaan.
En de buurman was erop terug gekomen.
‘Er was alleen een klein mobiel speakertje buurman, zegt u eens eerlijk, was de muziek overlast echt daar van, of was het van de muziek van een feest verderop? Dat heb ik namelijk ook gehoord toen wij rond enen thuiskwamen’.
Hij had de aftocht geblazen. Voor even dan, want ooit, zo wist hij, zou hij zijn recht gaan halen.

En vandaag was de gelukkige dag. Hij verkneukelde zich nu al op het gezicht van de buurvrouw. De buurman was er niet, dat had hij allang al gezien. En de zoon had hij weg horen gaan op zijn scooter. -Ook zo iets-.

Deze keer zou hij met bewijs komen.
Gisteravond had de zoon weer een stuk of acht vrienden uitgenodigd.
Ze hadden zelfs een vuurtje gemaakt.
Hij had net zo lang gewacht tot het feestje gezellig werd. En toen had hij het opgenomen.
Ha! Hij was niet gek!!

Met een lichte spanning belde hij aan.
Ze deed open.
Vluchtig keek hij naar haar kleding.
Ze droeg slechts een korte broek en een hemdje.
Zelfs geen bh zag hij terwijl ze haar armen instinctief over haar borst sloot en hem koeltjes begroette.

‘Ik kom even klagen over de geluidsoverlast van gisteravond buurvrouw’.
‘O?
Alweer buurman?’
‘Ja, het was weer heel erg hoor’.
‘Wat gek dat ik dan van mijn naaste buren nooit klachten hoor’.

Hij zag haar kwaad worden. Triomfantelijk hield hij zijn mobiel in de lucht.
‘Als ik misschien even binnen mag komen, dan kunt u het zelf horen buurvrouw’.
Hij zette al voorzichtig een stapje naar voren.
‘Liever niet buurman. Komt u morgen maar even terug als mijn zoon en mijn man ook thuis zijn. Dat lijkt me een beter idee’.
En terwijl hij wegliep riep ze hem nog na:
‘Is het niet een klein beetje leven en laten leven in een volksbuurtje als deze?’

Een beetje teleurgesteld was hij weer naar huis gegaan. Morgen zou hij gewoon weer komen.
Mét het bewijs.
Ze zouden alledrie hun excuses aanbieden. O, hij kon niet wachten het gezicht van de zoon te zien.
Voortaan zou het uit zijn met de pret.

Even later stond hij peinzend boven uit het slaapkamerraam te kijken.
Hij kon haar van hier af verwoed zien tikken op haar mobiel.
Ze zat nu vast op Facebook.
Wie had zoiets vreselijks ooit bedacht.
Of: nog erger: welke idioot gooide zijn privé leven nou online?
Hij niet.
Nóóit.

Zo dom was hij niet.

Sonnet

Wie ben ik
als men mij niet laat zijn
wie ik ben
wie ik wíl zijn

Waar sta ik
als men mij niet laat staan
waar ik sta
waar ik wíl staan

Veel anderen
verlangen van mij
dat ik zal veranderen

Wat verlangen zij
die anderen
onbeschrijflijk veel van mij

©Narda ’95

image

image

image

image

image

image

image

image

image

Foto’s: Zus Fenna (en Neef)