Het Brein -en het leed dat hersenbeschadiging heet-

Vanavond was de eerste uitzending van een drieluik over het Brein door Eric Scherder. 

Vooral in de laatste minuten legt hij haarfijn uit wat een CVA kan betekenen voor het gedrag van de patiënt en diens directe omgeving. Zeer confronterend, maar zo ontzettend goed dat hier meer aandacht aan geschonken wordt.

Er is nog zoveel onbegrip naar de patiënt toe en de directe omgeving. 

Hopelijk brengen deze uitzendingen meer begrip teweeg voor de persoonsveranderingen die hersenbeschadiging teweeg kan brengen. 

Ik Joop dat u ook heeft gekeken. Mocht u geïnteresseerd zijn, dit is de link: http://dewerelddraaitdoor.vara.nl/nieuws/dwdd-university-presenteert-het-brein-door-erik-scherder

Oproep: Nationale ontlurkdag

Lieve lezers,

Vandaag is het Nationale Ontlurkdag. Deze dag is vijf jaar geleden alweer door Klief in het leven geroepen om de mensen die wel lezen, maar nooit reageren aan te moedigen om op deze dag een klein berichtje achter te laten zodat we weten dat zij er zijn. 
Per dag worden er gemiddeld bij mij tussen de 100 en 160 berichten gelezen, toch best een groot verschil met het aantal reacties wat ik krijg.

Voor degenen die echt géén idee hebben waarover ik het heb:
Een lurker is een persoon die op internetfora, chatrooms, blogs of FB alleen meeleest, maar zelf (bijna) niets bijdraagt. 

Een aantal jaren terug heb ik er al een blogje over geschreven op FB. Dat kunt u hier *klik* terug lezen. 

Ook heb ik een paar jaar terug al een soortgelijk oproepje gedaan waarop ik ook enkele lieve reacties per mail mocht ontvangen. Maar lezen deze mensen nog steeds mee? 
Ik zou het zeer op prijs stellen 
als iedereen die dat normaal nooit of bijna nooit doet, vandaag gewoon eens een berichtje voor mij achterlaat, hieronder of desnoods via mijn brievenbus waar u mijn mailadres kunt vinden als u niet wilt dat anderen weten dat u hier leest. Met een paar woorden ben ik al heel blij hoor. 
Daarna mag u wat mij betreft natuurlijk gewoon weer heerlijk de anonimiteit in, net als voorheen. 

N.B. Iedere reactie heeft voor mij altijd een toegevoegde waarde, ook al vervalt u hiermee in herhaling. 
Ook even belangrijk om te weten: De reacties van mensen die voor het eerst hier reageren, komen altijd eerst in mijn moderatebakje. Dit betekent niet dat uw reactie verdwenen is, maar dat ik ‘m eerst moet lezen en goedkeuren voor hij op mijn blog verschijnt. 
Leuk, ik verheug me enorm op uw reacties. 

Gamba’s en andere vis

Als ik met mam en de boodschappen thuis kom schijnt er eigenlijk best een lekker zonnetje. Met onze jassen aan gaan we lekker op het terras zitten.   ‘Is Yvon nog geweest vanmiddag?’ 

-Yvon heb ik tot zowel mam als mijn grote genoegen van Marktplaats afgeplukt. Of liever, ik plaatste een advertentie en zij schreef mij een lieve, uitgebreide email.  Nog dezelfde middag was de zaak beklonken.-

‘O ja hoor kind’. 

Mam geniet altijd zo heerlijk na als ze me op de hoogte stelt over welke activiteiten Yvon deze keer weer heeft ondernomen dat ik het iedere week weer even vraag:

‘Èn? Wat heeft ze allemaal gedaan?’

‘Nou…eerst heeft ze boven goed gestoft en gezogen. En de badkamer natuurlijk. Daarna heeft ze beneden héél goed gezogen (Yvon kan dat schijnbaar zonder met de stofzuiger tegen diverse meubels op te botsen), en het toilet natuurlijk hè!’

‘En toen gezellig nog even een bakkie gedronken?’

‘Nee-heej, tòen heeft ze nog met een aardappelschilmesje het onkruid uit de voortuin weggehaald!’ 

Mam is zichtbaar in haar nopjes. 

‘Ongelooflijk. En dat allemaal in die twee uurtjes?’ 

‘Ja, en nog koffie gedronken ook hoor!’ 

‘Daar heb ik een hele dag voor nodig mam’. 

‘Haha kind, ik minstens een week’.

Ik pak de worteltjes en de aardappeltjes uit de koelkast om ze lekker buiten te schillen. We eten er kabeljauwfilet bij. 

‘Vorig jaar deze tijd zaten we nog in Spanje mam’. 

‘Ja, weet je dat mooie kerkje nog?’ 

Ik weet het nog. We brandden alledrie een kaarsje voor pap. 

‘Ik zie ons nog zo lopen hoor’. 

Ik ook. 

Over de boulevard. 

In het zonnetje. 

Mam met haar arm door de mijne.  

Zus vaak iets verder vooruit, of soms een beetje achter, als ze een kledingzaakje zag, of een leuke kunstenaar die een sculptuur maakte op het strand. Maar ook, soms, hand in hand met mam. Een arm, dat liep niet. Zus was veel groter dan mam. 

‘Zal ik je nagels lakken?’

Het is goed. 

‘Doe maar roze-rood Narda’. 

In stilte lak ik de eerste nagels. 

Allebei denken we terug aan Spanje. ‘Wat vond ze die Gamba’s pil-pil’ lekker hè, bij Michael’. 

En dat waren ze! Ik zie nog zo haar blik voor me toen ik een klein korstje in de (haar!) olie had gedoopt. Eigenlijk wilde ik een bord inktvisringetjes bestellen, voor ons beiden. Gezellig delen.  Maar zij wilde persé de Gamba’s, voor haar alleen en ik kon ze betalen natuurlijk. Ach, wat had ik me soms boos gemaakt. 

Op een van de laatste dagen hadden de tranen zelfs onder mijn zonnebril door over mijn wangen gelopen. Ze had staan zoenen op de hoek met een een of andere gitarist. Dat, terwijl zij even bij mam zou blijven op het terras toen ik snel toch nog even de slippers ging kopen die ik eerder had gezien. Later die middag wilde ze naar het strand. Alleen. Ik kon het lekker uitzoeken met mam. 

‘Ze is ziek kind, ze weet niet beter, laat haar nou maar’, had mam gezegd. 

Mam had gelijk gehad. Ze was zieker geweest dan ik dacht. Nog zieker. Misschien had ik meer begrip moeten hebben, meer geduld, net als mam. 

‘Zal ik de vis in de oven doen?’Mam vindt dat maar niets. ‘Ik kookte hem altijd in water hoor, en dan met zo’n lekker sausje erbij van het kookvocht met maizena’. 

Half zeven komt Remco  de tuin in, net voor ik de aardappeltjes afgiet en het sausje bindt met iets wat best een beetje op maïzena lijkt. (+roomboter en een flinke scheut volle kookroom;-)

Onze culinair expert Kylian eet vandaag zowaar ook gezellig mee: ‘Getver… Dit is echt geen kabeljauw hoor mam, dit is gewoon koolvis’. 

Mam eet net als Kyl met lange tanden. -Volgende keer maar weer gewoon in de oven.- ‘Ik had hem toch vrij kort gekookt hoor, tien minuten of zo’, verontschuldig ik me nog. Kylian: ‘Da’s veel te lang mam, en je moet vis toch ook niet koken?’

Mijn moeder:’ Jawel hoor Kyl, dat is juist lekker, maar je moeder heeft hem véél te kort gekookt’. 

Rem heeft zijn bord al bijna leeg. Ik ook. Beetje taaier dan ik dacht, maar verder niks mis mee. 

‘Ik hoef niet meer hoor kind, geef het maar aan de beesten’. -Had ik u trouwens al verteld dat de kippen er net als ons ook steeds “gezellig” uit gaan zien?- 

‘Nee. Jij eet het op Kyl’. 

Wat jammer dat de vis nu ook al mislukt is. ‘Als het weer een keer lekker warm is gaan we weer lekker Gamba’s bakken hoor mam’. 

Gezellig, met een vuurtje. 

‘Ja, da’s goed hoor kind. Gezellig. 

Maar niet te lang hoor. 

Gamba’s moet je maar héél kort bakken’. 

‘Getver oma, Gamba’s?’  

   

     

 

Party time!

Wat een heerlijk weekend was het. 

Vrijdag trouwde mijn jeugdvriendinnetje Esther in de Schepenzaal van het prachtige oude stadhuis van Enkhuizen

Na de receptie in de Drommedaris volgde nog een heerlijke lunch elders. Wat een verwennerij allemaal, zo lekker gegeten. Half acht was ik pas thuis, wat vliegt de tijd dan hè, als je het naar je zin hebt. 

Zaterdagmiddag zijn we maar eens een paar uurtjes bij mam in de tuin aan de slag gegaan. Terwijl Rem zich bekommerde om het gras fleurde ik wat potten op met wat kunstplantjes. Echte plantjes wilde ze niet. Het wordt te zwaar voor haar om ze te verzorgen, en mij daarmee opzadelen wil ze al helemaal niet. Ze kan mooi de pot op; na IJsheiligen komen er ook nog wat échte plantjes.  Geraniums kunnen heus wel tegen een stootje. Die gekke geraniums bij de voordeur komen nu voor het derde jaar in het blad. Mijn vader had ze nog gekocht. 

Na een kop koffie snel naar huis, in bad, omkleden, en tutten, want ’s avonds was het grote bruiloftsfeest. Deze keer in een strandtent in Den Haag. 

En jongens, wat een gaaf feest was dat! Vanaf het eerste deuntje werd er gedanst, en dat tot in de kleine uurtjes, ik had helemaal dikke voeten gister.  En een splinter natuurlijk, want ik was natuurlijk weer zo eigenwijs geweest om mijn schoenen uit te doen. 

Zondagmiddag toen ik een beetje was opgedroogd mam gehaald en een lekkere -lees: vooral ook calorierijke- preischotel gemaakt. Ze at er maar weinig van. ‘De prei is vandaag niet gaar hoor kind’. -Mijn moeder is nog een beetje van de snotkokerij.-

Nadat ik haar weer thuis had gebracht kon ik gelijk door naar vervolgende feestje van Yvon die haar vijftigste verjaardag vierde. Gezellig weer eens bij gekletst met Alice en Jacqueline, maar geen voetjes van de vloer dit keer, want vandaag ging de wekker alweer om half zes.  Naast mijn bed wel tenminste:-(

Gelukkig een redelijk rustige dienst met net genoeg werk te doen om ons niet te hoeven vervelen. Ook wel eens fijn.  Meestal is het zo druk dat er niet eens even tijd is om even gewoon een beetje te kletsen. 

Gelukkig had de trein vanuit Amsterdam naar huis geen vertraging of zo vanwege de drukte met Koningsdag, dus ik was even voor vijf uur thuis. Lekker in de luwte in het zonnetje met wat tapas een rosé en twee katten op schoot en een half oog open gekeken hoe mooi Rem de pergola afschilderde. 

Nou, het klinkt niet erg smeuïg allemaal hè?Het lijkt wel een verhaaltje van werken bij de NOS van ‘Lucky TV’, vind je ook niet? Ik voel me gewoon hartstikke moe. 

Moe en saai. 

En dan gaat er maar weinig boven een beetje bankhangen onder mijn zachte dekentje, samen met Bram en dat heerlijke voldane gevoel wat je soms kunt hebben na zo’n heerlijk weekend… 

   

Over de dood, over het leven

Gister was de crematie van mijn ome Leo. Slokdarmkanker had hij. -Die hadden we nog niet gehad nee-  

De plechtigheid  vond plaats in Velsen. Ken je het? Velsen? 

Heus, het is er prachtig, maar je moet wel wat soepeltjes ter been zijn, want de zalen bevinden zich helemaal boven op de grote graf heuvel. Gelukkig kon mam mee naar boven rijden. Wat een organisatie toch altijd daar.

Zelf liep ik gearmd met mijn lieve tante leni tussen de graven links en rechts door naar boven. De schoonzuster van mijn in december overleden tante Agnes kwam aan de andere kant naast me lopen. 

‘Waar is Fenna nu?’ vroeg ze. 

-Geen idee, dacht ik. In de hemel? Hier, bij ons? In het Grote Niets?- ‘Ze staat bij mam op de logeerkamer’, antwoordde ik. ‘Binnenkort gaan mam en ik een klein gedeelte uitstrooien op het strand. We wachten op een mooie dag’. 

Het klonk alsof ik het over een ijsje kopen had. ‘Ze wil dat de rest uitgestrooid wordt samen met mijn vader en moeder en onze hond Nino op het Guisveld in Wormerveer’. 

Als ik mijn eigen woorden hoor, besef ik pas hoe bizar ze eigenlijk klinken. En ik geef alleen maar een eerlijk antwoord. 

Belande met nicht Marjan nogal pontificaal op de tweede rij, pal achter Ilona, mijn nu wees geworden nicht. Wilde mam natuurlijk niet alleen laten zitten, maar die zat al -lekker warm- tussen haar twee grote zussen ingeklemd. Dacht natuurlijk pas aan mijn onmogelijke hoestsessies toen ik al zat.

Een wat oudere pastoor heette ons hartelijk welkom en sprak de eerste woorden. Kaarsen werden ontstoken door de kleinkinderen op de woorden van mijn aangetrouwde neef René. 

Daarna sprak mijn nicht. Het was zo mooi. Al die woorden met mooie herinneringen raken mij zoveel dieper dan de woorden van een pastoor. Deze woorden zijn zoveel puurder. Ja, ze deed dat hartstikke goed. -Ze heeft natuurlijk de laatste jaren dan ook genoeg inspiratie voor haar kiezen gekregen. Ik bedoel, mijn familie is de hare, nietwaar, en ome Leo is de vijfde van mijn moeders kant binnen 22 maanden.-Ook het kleinste zoontje van mijn neef zei een paar mooie zinnen, zo lief. 

Daarna volgde een mooie slight-show. Doet het altijd goed zoiets, mocht je er ooit mee te maken krijgen…..Doen!  Mijn lieve ome Leo bleek vroeger trouwens een geweldig knappe man geweest te zijn. Schijnt toch in de genen te zitten hè, zoiets;-)

Na de slight-show bleef het stil. Lang stil. Uiteindelijk bleef het zelfs zo lang stil dat de mannelijke ‘Esther’ van de uitvaartverzorging naar de pastor liep. ‘Hij is in slaap gevallen’, fluisterde nicht Marjan, waarop ik een vreselijke gemene lachbui gelukkig wist te camoufleren in een bescheiden hoestbui.

Na de ceremonie mochten we weer down-hill. Beneden werden we verwelkomd  met een dienblad wijn en jus bij de entree van het condoleance gedeelte. 

Even verderop ontwaarde ik de rest van mijn familie. Op de Bobben na, allemaal met een wijntje natuurlijk. 

Wat later kwamen zelfs de bitterballen langs en zag ik mam zowaar aan een mini saucijzenbroodje peuzelen. 

Ik sloeg even over. 

‘Vrijdag moet ik mijn cocktailjurkje aan’. Zulke zinnen leiden uiteindelijk natuurlijk altijd tot de meest flauwe reacties, en voor je het weet sta je samen weer bijna in je broek te piesen van het lachen. 

Nicht Herna liet nog maar eens de echo foto zien van haar kleinkind in spé. 

Het besef is er bij ons allemaal; we schuiven stukje bij beetje een generatie op. 

Ach. 

Je weet hoe dat gaat met begrafenissen en crematies. Uiteindelijk worden die gewoon nog best gezellig, al durft niemand dat woord op dat moment in zijn mond te nemen. Wat niets af doet aan het respect voor, en het verdriet om de overledene. We hebben gewoon een warme, fijne familie. Gelukkig maar, anders zou het helemaal zo’n trieste bedoening worden toch?! En hielden ze immers zelf ook niet van een borreltje, van gezellig samen zijn?   Misschien word ik er ondertussen ook wel een beetje immuun voor. -Of stop ik het heel ver weg, uit zelfbehoud.-  

20 september volgt weer een neven en nichtendag.  Bij nicht Anja in Oud-karspel. Zo zien we elkaar toch nog eens. 

Tja. 

Vijf van mijn neven en nichten moederskant hebben inmiddels geen ouders meer. 

En ik zal -hoogstwaarschijnlijk dan- de volgende zijn. 

Joost

De olijfjes lagen er wat slapjes bij in het kleine terracotta schaaltje, de gebruikte prikkertjes lagen keurig in het gelid op de rand van de tafel. 

Het moest een uur of zes zijn. 
Een uur of zes en nog steeds warm. 
Wil je nog een pilsje?

Joost knikte. 
‘Graag’. 
Ontspannen keek hij toe hoe ze met haar lege rosé glas naar binnen liep. De okerkleurige jumpsuit liet haar bruine schouders bloot. 
Jumpsuits, hij hield er niet van. 
Meestal niet tenminste. 
Vandaag wel. 

Ze wiebelde een beetje terwijl ze wegliep, wat het lome van deze dag alleen nog maar meer onderstreepte. 

Hij prikte nog een olijfje aan zijn stokje en stak hem net in zijn mond toen ze weer naar buiten kwam. 
Hij hield helemaal niet van olijven maar het gaf hem wat te doen. 
Ze reikte hem het flesje, vouwde
haar rechtervoet onder haar linkerbil en ging zitten. Daarna draaide ze haar lange blonde haren ineen, legde de rol los over haar rechterschouder naar voren en liet haar hoofd zakken tot het op de leuning van de loungebank rustte. 
Ze deed het erom. 
Hij wist het. 
‘Heerlijk hè?’  
‘Zeker’. 
‘Doe je dit vaker?’
Hij schudde zijn hoofd. 
‘Nope. Jij wel?’
Ze haalde haar blote schouders op. 
‘Soms’. 
Met een soepele beweging liet ze haar zonnebril van haar hoofd op haar neus vallen. 
‘Kun je mijn ogen zo zien?’
‘Nee’. 
Ze giechelde. 
‘Dan zet ik hem af. Jij ook?’
Hij begreep haar hint. 
Zachtjes legde hij zijn nieuwe zonnebril op het glazen tafelblad.  
Hij voelde zich naakt, betrapt bijna. 


Ze schoof wat dichterbij op haar knieën en boog een beetje voorover. 
‘Kijk nu nog eens’. 
Verlegen keek hij haar aan. 
Prachtige ogen had ze, met hele mooie wimpers. 
Vrolijke wimpers. 
En ondeugende ogen. 
‘Je hebt mooie ogen’. 
‘Jij ook Joost’. 
‘Sorry’. 
Hij verbrak het contact en boog zich voorover om zijn pilsje te pakken.
Hij kreeg het er benauwd van. 
‘Even een slokje hoor’. 
Die stomme olijven ook. 
Had ze nou niets anders? 
Zelf nam ze ook een slok. 
Een grote, zag hij. 
‘Drink jij altijd zo snel?’
Ze haalde haar tengere schouders weer op. 
Het gaf haar iets onschuldigs en tegelijkertijd iets nonchalant wat hem enorm aantrok.
‘Soms Joost. En jij?’
‘Nee. 
Nou ja, soms’. 

Ze schoof nog een stukje dichterbij. 
Nog even en ze zou hem vast gaan zoenen. 
Hij nam weer een slok van zijn pilsje. 
Niet te snel. 
Die hitte ook.
‘Geef eens’. 
Ze pakte het groene flesje vast wat hij stevig in zijn handen had. 
‘Toe, laat nou los’. 
Één voor één boog ze zijn vingers recht, tot zijn grip om het flesje uiteindelijk verslapte en ze het naast de stokjes op tafel zette. 
‘Joost?’
Voorzichtig kwam ze dichter bij hem op haar knieën, pakte zijn handen en ging schrijlings op zijn schoot zitten en legde zijn handen op haar heupen. 
Wat moest hij nou?
Opeens voelde hij wat trillen in zijn broek. 
‘Wacht even, mijn telefoon gaat’. 
Opgelucht pakte hij het ding uit zijn zak. 
‘Hoi….ja……is goed….tot zo’. 
Dan staat hij op en pakt zijn bril van het tafeltje. 
‘Sorry. Ik moet echt weg’. 
Dit keer haalt hij zijn schouders op. 
‘Het was mijn moeder. 
‘K moet eten’. 











De Blogmannen Tag

Afgelopen week ben ik door Myriam getagd voor deze tag, in het leven geroepen door Metro Paul. 

De vragen van Paul:

1.Welke vijf mannelijke bloggers volg jij?Huh Vijf Paul? Ik volg er vierentwintig. 


Welke van deze mannelijke bloggers is je favoriete blogger, en waarom? 
Jee, wat moeilijk. Ze hebben allemaal wel iets unieks. Laten we de mannen er eerst maar eens bij pakken op willekeurige volgorde. 
Bentenge, veelzijdig. 
Hartelijke hot Hulk, fietser, schaatser, schrijft openhartig, zeer klein Hulkenhartje
Janariebuijs, weet beslommeringen uit zijn dagelijks leven prachtig te onderstrepen met muziek. 
Billy, levensgenieter pur sang!
Beetje depri? Dorst? Go to uncle Billy. Hij heeft deze tag trouwens ook ingevuld. 
Suske, een van de eerste mannen die ik ben gaan volgen. Een zeer veelzijdig blog van een zeer sociaal een veelzijdig man. 
Staat voor heel Roeselare en de verre omstreken klaar. 
Problemen? Bel Suske

Lenjef, voor de mooiste korte gedichten en de meest mooie, rake reacties op je eigen stukjes. 
Brubeck, ken hem gek genoeg nog niet zo heel goed maar lees hem graag.

Mooie DiMario, met Love as Always
Folkertrath, met zijn prachtige gedichten 
Niels hagen
Kleine schrijver, zo poëtisch, maar je moet ervan houden. 
Allemaal blogs die ik wel lees, maar waar ik niet altijd een reactie achterlaat.  
Verder: 
Ivan Kroon
Drie fotoblogs hoewel de heren ook schrijven. 
Vooral het fotoblog van Jaap zou ik je aan willen raden, zo ontzettend mooi. 
Ivan is trouwens de zoon van Jaap. 

Alle vijf top kwaliteit, u vast bekend? Misschien Lieve mama nog niet? Ik lees hem graag, al post hij niet zo heel vaak en heb ik verder geen contact met hem. 
Ik doe trouwens altijd graag mee met Plato’s schrijfuitdaging. 
Ook een aanrader.  

Met de uitdaging van Nachtbraker ‘Beeld van een beeld’ doe ik trouwens ook mee. Jammer alleen dat hij met het bloggen is gestopt. 
Evenals Menck waar ik ook graag langs ging. Vooral zijn tuinupdates vond ik erg leuk. 
En zijn jaren ’60’ inrichting, ben benieuwd of het inmiddels helemaal klaar is. 

Tja, best voor de lest dan toch maar hè?
Niet echt de beste hoor, daar heb ik deze heren niet op geselecteerd, hoewel ze heel goed schrijven!  Ik heb gewoon leuk en veel contact met deze mannen, het klikt. 
Harrij, ik volg hem nog niet zo heel lang, maar schrijft erg goed en veelzijdig. Ook zijn limericks zijn subliem.  
Thomas pannenkoek, immer op zoek, wie kent hem niet? 
Zijn berichten, maar ook zijn reacties op mijn berichten zijn altijd weer goed voor een lach op mijn gezicht. 
Voor Vlaamse humor moet je bij Thomas zijn, en Suske natuurlijk, die kan daar ook wat van! 

Wilco, volg ik ook nog niet zo heel lang. Is zijn blog gestart vanwege zijn doel in 1 jaar tijd geld op te halen voor Children’s right to play. 
Echt een mannenman, fiets zich het klaplazerus voor die arme kinderen en geeft tussen het geld inzamelen door, en het opvoeden van zijn eigen twee jongens door, les aan groep 8 ergens in de buurt van Wageningen. 

Tja, en dan hebben we Adam nog hè? Als iemand mij net gaat volgen wil ik altijd eerst weten wat voor vlees ik in de kuip heb voor ik ‘terug ga volgen’. Die hele Adam leek me eerst maar een dubieus manneke. 
Maar och, hoe kan een mens zich vergissen. Het is gewoon een lieve leuke man die me altijd wel een hart onder de riem weet te steken. 

Net zoals Oneandtwohalfman dat vroeger vaak deed. Dat was mijn eerste mannelijke volger. 
Ik weet nog wel dat ik midden in de nacht met mijn ouders op de eerste hulp zat toen mijn vader zo ziek was geworden. Soms, is even kunnen chatten met een blogmaatje dan heel erg fijn, en dat deed ik toen even met hem. 
Hij is inmiddels weer terug van weggeweest, en vooral de mensen die van korte rake gedichten houden over de liefde (verdriet) wil ik aanraden eens een kijkje bij hem te nemen. 

Goed, volgende vraag: 
Heb ik een voorkeur voor een blog voor vrouwen of mannen en zo ja, waarom. 
Nee. Het maakt me niet uit of het door een man of een vrouw geschreven is. Om mannen moet ik wel vaker lachen. 

Wat is jouw verklaring dat mannen in de blogwereld in de minderheid zijn?
Geen idee. Ik denk dat het bij veel mannen gewoon niet eens in hun hoofd opkomt dat ze in hun vrije tijd zouden kunnen gaan bloggen. 
Mannen hebben -over het algemeen- vaak ook minder vrije tijd. Of ze hebben er gewoon geen behoefte aan. Je moet het ook maar een beetje kunnen hè, schrijven. Vrouwen zijn daar doorgaans toch wat beter in volgens mij.  
Mannen zijn meer van de actie? 

Wat moeten de mannelijke bloggers doen om meer op te vallen. 
Niets. Zo is het toch prima. Kwaliteit loont zich uiteindelijk wel hoor, kijk naar Michiel. Hij stond twee keer in de Metro waaronder met dit verhaal over rokjesdag. 

Wat is mijn favoriete blogpost geschreven door een man?
Dan ga ik voor deze gelegenheid toch voor het verhaal van Wilco over rokjesdag. Niet omdat het beter is, maar omdat het nog niet zo bekend is denk ik. Ach rokjesdag,  de mannen hadden het er maar druk mee;-)

Welke man er volgens mij een blog zou moeten beginnen?
Mijn eigen man natuurlijk. 
Hij heeft zoveel te vertellen over wat hij op de weg allemaal tegenkomt. Daarnaast zou hij er heus af en toe een shop-logje bouwmarkt tussendoor kunnen gooien, of een motorrit fotoblog+ route. Beetje bierproeven a la Billy, receptje hier of daar. Klussen in stappen hoeft ook geen enkel probleem op te leveren. Heus, die vent van mij draait nergens zijn hand voor om. Alleen een klein dingetje: Hij kan lullen als brugman, maar is verder zo dyslectisch als wat.  

Welke beginnende blogger vind jij een aanstormend talent? 
Oeps. Geen idee. Ja, Harrij, maar die kennen de meesten nu al. 
Nee, dan nomineer ik toch Vinnie. Weet niet eens of hij echt zo heet. Niet omdat het nog een beginnende blogger is, maar omdat hij vrij onbekend is. Ik vind echt dat hij talent heeft. 

Goed, ik hoop dat ik wat duidelijkheid voor je heb mogen scheppen Paul. 
Ik vond het een hele leuke tag. 
Dank voor het doorspelen lieve Myriam. 

Zelf nomineer ik heel graag een van mijn favoriete vrouwelijke blogmaatjes: 

‘Macaroni per Mama’  

Nodig:
Volkoren macaroni
Blikje biologische ontvelde tomaten 
2 pommodori’s 
Italiaanseroerbakgroenten 
Olijfolie
Gehakt (half om half natuurlijk!)
Verse basilicum
Verse peterselie 
Knolletje verse knoflook 
Volle kookroom
Italiaanse kruiden. 
Goed, klaar voor? 
Daar gaan we:
Kook de pasta
Bak de ui
Rul het gehakt. 
Pleur de rest in de blender. 
Als het één grote vieze bruine smurrie is keer je je kan –flop pflep plap- in een keer om boven het gerulde gehakt met je glazig gebakken uitje. 
Roeren maar!

Nu alleen nog lekker veel vette jonge kaas erdoor roeren, en klaar ben je. 

‘Kijk eens mam, alsjeblieft’. 
‘O kind, is het nu al klaar? Ik steek net een sigaretje op’. 
Mam kijkt doodongelukkig naar haar schaaltje waar ongeveer een peuterhap macaroni in ligt. 
‘Zo veel? Dat krijg ik nooit op hoor’. 
‘Kijk maar hoe ver je komt. Toe, laat het niet koud worden’. 
‘Ja, maar Rem is nog aan het schilderen en Kylian is nog boven’. 
‘Ik ben er al hoor oma. Waar staat mijn bord mam?’  
‘Daar schat’. 

‘Ga maar eten hoor Adri, ik haal je wel in. Nog even een latje en dan schei ik ermee uit voor vandaag’. 

Als ik terug kom in de tuin met de borden voor Rem en mij heeft mam volgens mij nog steeds dezelfde hap in haar mond. 
‘Smaakt het mam?’
‘Ja, lekker hoor kind’ 
‘Wat heb je nog meer gegeten vandaag?’
‘Wie?  Ik?’
-Rem en Kyl schieten in de lach-
‘Jij, jij mam. Lukte het een beetje met eten vandaag?’  
-Slikt demonstratief hap door-  
‘Ja hoor. Even kijken…. Ik heb eerst drie koppen koffie gedronken, en de laatste met volle room…’
‘Waarom niet alle drie lekker met volle room mam?’
‘Nee, eerst moest die andere op, anders kan ik dat weggooien’ (!)
-Mam neemt de volgende hap in haar mond en begint weer aan het kauw-procedé-
‘Maar dat is drinken Adri, wat heb je gegeten?’
………………………-slikt-……..
‘Nou, een grote koek natuurlijk met gele room erin’. 
Ik heb mijn bord al bijna leeg, Kyl ook. 
Rem is inmiddels aangeschoven en begint aan de zijne. 
‘En een yagultje.  O, wacht ik ben nog niet klaar….én een beetje chocolademelk’. 
Trots kijkt mam me aan. 
‘Best veel hè?’
‘Nee mam. Dat is niet veel, maar je hebt wel je best gedaan’. 

-N.b. Haar broer is gister overleden, dus ik had nog minder verwacht-  

‘Slik je die hap ook nog door mam?’
Behalve het verplaatsen van de macaroni op haar bord gebeurd er niet echt veel. 
‘Ja, rustig aan hoor. Ik moet toch kauwen?’
Rem heeft de helft al op. 

Om er nog een klein beetje een bite aan te geven heb ik er voor ons plakjes Italiaanse worst door gedaan. ‘Lekker hoor schat’. 

‘Er zitten allemaal gezonde dingen in mam. Groente, lekker veel knoflook ook. 
Jaagt alle kwaaie stoffen uit je lijf!’  
De laatste woorden zijn de woorden die ik vroeger bijna dagelijks zelf van mijn moeder te horen kreeg. 
‘Én Peterselie!’
Mam kauwt nog steeds op dezelfde hap. 
‘Zal ik het anders even pureren voor je?’ 
‘Welnee kind, ik ben geen peuter!’  

Ze slikt de hap weg. 

‘Ik zit vol hoor kind’. 
Uit haar schaaltje is maar een kwart gegeten. 
Ook Kyl ziet het. 
‘Toe oma, nog één hapje’. 
‘Nee hoor, ik zit echt hartstikke vol’. 
‘Kom op mam, dat moesten we ook altijd van jou’. 
Kyl valt me bij. 
‘Ja oma, kom op. Nog ééntje, doe het dan voor ons’. 
Dan neemt mam toch nog haar laatste hap. 
Als ik de rest voor de kippen op de grond zet is het binnen no-time leeg. 

-Pasta per pollo, ze zijn er gek op!-

‘Ik heb nog lekker ijs met slagroom. Wil je dat?’  -Dat wil ze nìet, maar nee zeggen wil ze al helemààl niet-                                           ‘Alleen als jullie ook nemen, en een héél klein beetje dan’. 

Even later zit mam ienimini hapjes uit haar ienimini schaaltje ijs te lepelen. 
Ik vraag me af hoe lang het nog zo door mag gaan voor ze een sonde krijgt. 
‘Nou, ik heb toch flink gegeten hè Narda?’ 
‘Je hebt goed je best gedaan hoor mam’. 
Ja…echt. 
De kilo’s vliegen eraan hoor! 

Bij ons dan. 


Mantelzorgen

Donderdag. 

Pas als ik om half twaalf op mijn werk kom en mijn collega’s goedemorgen wil wensen merk ik dat ik iets kwijt ben: Mijn stem. Sinds woensdag hoest ik de longen uit mijn lijf, dus zo gek is dat niet.  Verder gaat het eerst nog wel, maar om half drie kak ik helemaal in, en ga ik ziek naar huis waar ik meteen mijn bed in duik om daar de verdere dag niet meer uit te komen. 

Vrijdagochtend 

Ik lees in een bericht op (de familie) FB dat het echt niet goed gaat met mijn oom, de jongste broer van mam. 

Op verzoek van mijn nicht en neef vertel ik het aan mijn moeder. 
Nadat ik ’s middags de echo van mijn hart heb laten maken duik ik meteen weer mijn bed in. Echografiste zag trouwens ook niets bijzonders hoor. Maandag om negen uur nog even naar de cardioloog en dan kunnen we het hartenhoofdstuk afsluiten. 

Hoe het dan nu met mijn ribben gaat? Nog niet helemaal oké. Temp hangt ook rond 37,6 met pctm, en dat is voor mij echt wel verhoging. De labuitslagen zullen pas maandagmiddag bekend zijn. Goed, genoeg hierover. Dat gezeik!

Gelukkig was Lidy gistermiddag even bij mam. Eigenlijk zou ze bij mij eten, maar ik krijg zelf geen hap door mijn keel nu laat staan dat het me bij haar lukt. Rem haalt een kapsalon voor zichzelf en Kylian eet gelukkig op school hetgeen wat hij zelf in elkaar heeft mogen flansen. 
Dan komt er weer een berichtje binnen van mijn nicht. 
Mijn oom is rustig en vredig ingeslapen. 
Ik bel mam. 
Ze schrikt. 
Is een beetje in de war. 
‘Wat vind ik dit erg kind’. 
Ik ook. 
‘Zo erg voor je nicht en je neef, nu hebben ze niemand meer’. 
‘Ze hebben elkaar nog mam’. 
‘Ja, en jij hebt mij nog’. 
‘Moet ik even naar je toekomen?’
Het hoeft niet. 
‘Jij bent ziek. 

Blijf jij maar lekker in je bed’. 

Maar goed, vandaag moet ik haar toch weer halen en een gezonde pasta voor haar koken. Er moet toch weer wat fatsoenlijks naar binnen. Want ik geloof nooit dat ze gister nog dat (kleine) slaatje en die Nutri-pudding helemaal opgegeten heeft na mijn bericht. 
“Móét Narda?”
Ach ja, natuurlijk, als ik Rem vraag om mijn moeder te halen doet hij dat hoor.  En het koken doet hij ook heus. Maar hij wil vandaag ook eindelijk eens zijn motor nakijken, en de pergola schilderen. 
Bovendien moet ik er toch uit als mam er eenmaal is. Ik kan hem toch niet alleen met mijn moeder laten zitten? 
Begrijp me niet verkeerd, maar de stressperiode waar Rem en ik nu al twee jaar inzitten is nou niet echt direct een boost voor je huwelijk. 
Het is mijn lijf, mijn familie en hij moet daar ook allemaal maar noodgedwongen mee dealen. 
En soms heeft hij het daar een beetje moeilijk mee. Dat zou ik ook hebben in zijn plaats. Ik moet er niet aan denken om mijn schoonmoeder minstens drie keer per week aan de eettafel te vinden als ik uit mijn werk kom.
-Of weer gezellig twee nachten midden in de nacht in je vrije weekend met je partner naar het ziekenhuis te rijden. 
-Of nachten achter elkaar naast een partner in bed die om de tien, twintig seconden haar longen uit haar lijf ligt te blaffen zodat je zelf geen oog dicht doet maar wel de komende tien uur je ogen open moet zien te houden als je over over de snelwegen in Vlaanderen en Nederland kart. 
U wel?

Tuurlijk, in Good times and in Bad, maar een ‘boost’ kunnen we het niet noemen. 

Nee, echt móéten moet ik het natuurlijk niet. 
Ik kan haar namelijk ook thuis laten barsten.
Met haar Nutridrinks, haar sigaretjes en haar sherry-tje. 
‘Dat geeft niets hoor kind, ik red me wel’. 
En ondertussen voel ik me weer schuldig omdat ik dus vanmorgen níet op mijn werk zit, maar vanmiddag wèl mijn moeder op ga halen. 

Snapt u? 

Soms hè, dan denk ik ‘Hoe moet het nou toch allemaal?’  
Werken, in juni zelfs weer de nachtdiensten werken, èn straks nog meer voor mam zorgen. Terwijl ik zelf lichamelijk gewoon al een paar jaar helemaal niet oké ben. 
De gemeentes en de overheid weten het allemaal zo leuk te brengen, ze hebben allemaal van die prachtige briljante ideeën achter hun bureautjes bedacht om te bezuinigen op de zorg, maar ìk, en al die andere mantelzorgers met mij, kunnen het mooi alleen opknappen. 

Of met z’n tweetjes, of drietjes als je de mazzel hebt dat je de zorg met een broer of een zus kan delen. 

Ze weten niet eens wie ik ben joh! 

Misschien moet ik daar op mijn blog toch ook eens wat mee. 

Als ik er ooit de puf voor heb. 

Mag ik dan bij jou?

Soms zit het mee, soms zit het tegen.
En soms zit het verdomd tegen.

Met de linkerborstkas (lees: ribben, maag, slokdarm, alvleesklier of tussenribspieren of what so-ever!) gaat het goede kant op -al heb ik wel een nare hoest-.
Ik ga morgen dus weer werken.
Tussendienstje gelukkig, van 11:30 tot 20:00.
Al met al heb ik me dus toch maar 1 dagje hoeven ziek melden.

Vanmorgen nog even bloed laten prikken, en vanmiddag viel er een afspraak op de mat om vrijdagmiddag nog een echo van mijn hart te laten maken.
Just to make sure hoor mensen, ik heb een rikketik van heb ik jou daar!

Woensdag
Hij was op de motor.
Dr. Spruitje bedoel ik.
En redelijk op tijd, kwart voor drie al.
De afspraak was tussen 1 en 3 dus ik was natuurlijk al ruim voor één uur bij mijn moeder.
Ik kreeg het gelijk benauwd van de rook. Gelukkig kon ik lekker buiten zitten.

Zat ik dan.
Het tuintje waar pap altijd met zoveel liefde en toewijding voor gezorgd had lag er maar verdrietig bij.
Het gras moest nodig worden gemaaid, de vijver moest weer schoongemaakt.
alweer!-
En eigenlijk, eìgenlijk had ik allang de dode resten van de geraniums moeten vervangen voor van die sterke enkelbloemige violen.
De gele Nadda, die moet je hebben, dat zijn de sterkste!
Ik keek en zag.
Gewoon,
dat zo die dingen gaan.
Nog net kon ik het kleine gietertje naast de regenton met rechts optillen om de drie viooltjes die ik wél had gekocht wat water te geven.
Ze hadden er ook niet veel zin meer in.

Soms, weet je soms, dan zou ik zo wel willen janken.
Heel hard.
En dan zou ik best willen schoppen.
Gewoon, tegen die hele kolerezooi die het leven soms kan zijn.
En roepen. Heel hard roepen.
Schrééuwen.
Dat het niet eerlijk is.
En gemeen.

Ik hoorde de bel.
Mijn ouders hebben een leuke bel.
Een bel die klinkt alsof er hele leuke mensen voor de deur staan.
Mam tikte tegen de ruit van de achterdeur. ‘Kom je, de dokter is er’.

Soms noemt mam hem ook dr. Spruitje.
Gelukkig alleen tegen mij hoor.
Eigenlijk lijkt het helemaal niet zo’n aardige naam.
Maar dat is het wel.
Vroeger had mijn oude vriendinnetje Esther namelijk verkering met een hele knappe jongen die Spruit heette van zijn achternaam. Mijn ouders noemden hem Spruitje.

Weet u nog toen Zus aan mij vroeg of hij nou echt dr. Spuitje heette?
-Ze wou Spruitje zeggen, afasie, begrijpt u?-
Dat had achteraf gezien veel toepasselijker geweest.
Ja.
We zijn hier gek op zwarte humor.

Ik ging naar binnen.
De dokter installeerde zich net op -inmiddels zijn eigen- stoel, en gaf mam een complimentje.
‘Wat ziet u lekker bruin’.
Mam groeide.
‘Dat is make-up hoor dokter’.
‘En wat een mooie foto van uw oudste dochter en uw man’.
Pap en zus hielden de dokter vanuit hun lijstjes naast de klok nauwlettend in de gaten.
Hey dr. Spuitje!’
‘Bijna te laat. Net an hoor!’.

‘Mevrouw K. hoe gaat het met u?’
‘Goed hoor dokter’.
(Met sommige mensen gaat het altijd goed, mijn moeder is daar één van).
‘Hoeveel weegt u nu, weet u dat?’
Het is te weinig, heul veul te weinig maar dat wisten we al.
‘Morgen komt de diëtiste langs hè mam?’.
Mam vind dat maar niks.
‘Ze kan toch gewoon alleen een recept voor die Nutridrink schrijven?’

‘Uw dochter heeft me een mail gestuurd met de vraag of u patiënt mag worden van de andere mannelijke arts binnen het team’.
Mam knikte hoopvol.
Was ze voor het eerst in haar leven een beetje gesteld op haar huisarts neemt hij de benen naar Australië!
Ik vind het zo sneu voor haar.
Ze houdt niet van artsen, en al helemaal niet van vrouwelijke artsen, en aan die specifieke ene, die maar tegen pap bleef zeggen dat hij last had van zijn prostaat terwijl hij darmkanker bleek te hebben had ze al helemaal een broertje dood.

‘Helaas gaat dat niet lukken’.
-Arme mam-
‘En die ene vrouw dan, met dat mooie lange krullende haar, kan mijn moeder misschien dan bij haar?’
‘Nou, dat is mooi dat je dat zegt Narda, want deze dokter vond ik zelf namelijk ook het beste bij je moeder passen’.
Mam begreep dat het niet anders kon maar kerk niet blij.
‘Heus, ik denk dat je je wel prettig bij haar zult voelen hoor, en als het echt niet klikt, dan zien we toch wel weer verder?’
‘Ik wil zelf ook heel erg graag patiënt worden dr. Gypsi. En Kylian ook.
Kan dat?’
Volgens dr. Spruitje hoeft dat geen probleem te zijn. Nadat we ook wat andere belangrijke dingen hadden besproken had mam genoeg van al de aandacht.

‘Maar u moet nu echt even naar mijn dochter kijken hoor!’
Beknopt vertelde ik hem wat er gebeurd is.
‘Syndroom van Tietse?’
Hij stond op en liep op me af.
‘In dat geval zou het namelijk -mag ik even?- erg veel pijn doen als ik híer druk’.
‘Auw!’
‘Het is wel gevoelig daar hé?!’
Nadat hij ook mijn longen had beluisterd geloofde hij het wel.
‘Ik schrijf een nieuw recept diclofenac en maagbeschermers voor en morgenochtend nog even bloed prikken’.
Ach.
Daarna zien we ( lees: ik en dr. Gypsi) wel weer verder.

Dan neemt hij afscheid.
‘Heel erg bedankt hoor dr. voor alles wat u heeft gedaan’.
Wat leek ze klein en iel zo naast hem in zijn motorjack.
Ook ik bedankte hem voor alles in slechts drie woorden.
Ik had best weer willen janken.
Schreeuwen
Smijten en schoppen.
Je bereikt er alleen zo weinig mee hè? Je veranderd er helemaal niets aan.

‘Zullen we samen gezellig nog even wat drinken in de tuin voor ik weer naar huis ga mam?’

‘Je hoeft niet te komen hoor morgen als de diëtiste er is, ik kom morgen ook al bij je eten’.
Ik knik.
‘Maar als je je bedenkt dan kom ik hoor!’
‘Ach kind, anders had je er toch ook niet bij geweest, want dan had je toch ook op je werk gezeten’.

Donderdag.
Ik voel me een stuk beter nu ik diclofenac slik.
Behalve mijn maag dan, maar ik weet dat dat over een paar dagen beter zal gaan.
Het blijft troep natuurlijk, maar voor mij de beste ontstekingsremmer die er is.

Nadat ik bloed heb laten prikken rommel ik een beetje in huis. Dat is goed, mijn ribben moeten in beweging blijven. Doktersadvies!
Het lukt zowaar een wasje in de trommel te doen en er twee te vouwen.
Zelfs een klein tasje boodschappen kan ik weer tillen.
Je hebt echt geen idee hoe fijn het is als je dat ineens weer kunt na zulke dagen!

Ik besluit Essent te bellen.
-En dat had ik nou net niet moeten doen-
Klacht n.a.v. het gesprek:

Mijn zusje is jl november overleden. Ze had geen partner en woonde alleen. Haar zoontje woont bij zijn vader.
Keurig doorgeven dat wij de correspondentie regelden voor mijn zus.
In 29-1-2015 eindafrekening gekregen. Er werd zelfs 135 euro terug betaald. Dat kwam goed uit want ze was onvoldoende verzekerd voor haar uitvaart.
Dan denk je dat je klaar bent. Toch?
10 feb ’15 krijgen we een brief dat er een bedrag open staat van 146 euro.
Of we dat willen betalen.
Mijn man heeft toen netjes gebeld en alles uitgelegd. De meneer van de klantenservice zou eea doorspelen aan de administratie en hen verzoeken contact met ons hierover op te nemen. Mijn man heeft hiervoor naast zijn telefoonnummer ook een e-mail adres achter gelaten. We zijn niet gebeld, noch ontvingen wij een reactie per email.
Wél kregen we, zonder enige toelichting 3 maart een aanmaning met een verhoging van veertig euro.

Vandaag na weer een aanmaning wederom de klantenservice gesproken.
Mw. K.
Haar uitgelegd dat we niet teruggebeld waren, noch een mail ontvangen hadden. Volgens haar, en de administratie waar ze tijdens ons telefoongesprek mee chatte, ben ik gewoon verantwoordelijk voor het openstaande bedrag.

Uitgelegd dat mijn vader januari 2014 is overleden, mijn zus dus in november en dat mijn moeder longkanker heeft en in haar ‘reservetijd’ zit. nogmaals, mijn man en ik en mijn moeder hebben al heel veel kosten gehad. Ik vroeg dus om een stukje menselijkheid.
Ze zei dat ze niets voor mij kon betekenen.
Ook kon ze me niet, op welke wijze dan ook, in contact brengen met iemand die misschien wèl iets voor ons kon betekenen. ‘U wilt niet betalen zegt u, dus wordt het vanaf hier overgenomen door de deurwaarder’.

Ik ben er kapot van. Dat een groot bedrijf als Essent letterlijk over lijken gaat.
Lieve mensen waar gaan we toch heen met deze maatschappij?

(Slaan?)

Het is heerlijk weer vandaag.
#Dat dan weer wel.
Als ik om vier uur naar mam rij om haar op te pikken voor het eten gaat mijn telefoon.
Het is de diëtiste die vanmiddag bij mam is langs geweest.
-Zich rotgeschrokken natuurlijk-

‘Uw moeder mag echt geen gewicht meer verliezen nu’.
Ze vertelt me wat ze met mijn moeder heeft afgesproken.
Ik weet nu al dat het mam nooit zal lukken, tenzij ze ‘een heel klein beetje’ gesjoemeld heeft met haar gewicht, en om eerlijk te zijn verdenk ik haar daar wel van.
‘En anders?’
‘Sondevoeding!’.
Juist.
‘Kan ze dan nog roken?’

Thuis maak ik ‘Gamba’s pil-pil’ in de tuin.
Daarna frituren we inktvisringetjes.
Allebei Mam haar favorieten.
Vooral de eerste.
Wie weet is dit voor haar wel de laatste keer dat ze ze eet.

‘Lekker hoor kind, maar ik zit zo vol, neem jij die laatste maar’.
Janken-slaan-schoppen, schreeuwen. NOPE!
Ik ga gewoon maar naar binnen om een vest te pakken.
Voor mam en voor mij.

Dan zie ik een gemist bericht op fb van nicht Ilona.
Het gaat niet zo goed met haar vader, de broer van mam.
Hij is het liefst nu bij zijn kinderen en kleinkinderen.
Ik schrijf haar een lief berichtje.
‘Wil je ook vragen of ze hem bedankt voor al de mooie vliegers die hij vroeger voor me gemaakt heeft?’
-Janken, huilen, schoppen, slaan, gillen, haar uit mijn kop trekken, zuipen-NOPE!

Schijnbaar onbewogen tik ik de tekst terwijl mam van haar sherry-tje nipt.

Kyl lepelt rustig zijn fruit.
Rem haalt nog maar eens een pilsje.
‘Iemand anders nog wat?’

Dan lees ik voor wat ik geschreven heb.
‘Zo goed mam?’

‘Ja kind, zo is het goed’.