PC/3-12 Beeld van geen beeld: Herman Gorter

-Ja, wat nou weer Nar, hoezo Beeld van geen beeld. Wat spreek je weer in raadsels?-

Kijk.
Het zit zo:
In januari heb ik het hier al even over het beeld van schrijver Hotze de Roos gehad.
En in maart schreef ik hier over het beeld van Keteltje, geesteskind van Cor Bruijn.
En dus leek het mij een logische stap om deze serie met beelden van schrijvers die opgegroeid zijn in de Zaanstreek te vervolgen met Herman Gorter.

Maar waar staat dat beeld eigenlijk van Herman Gorter?

Om een lang verhaal kort te maken, ik kwam er achter dat er helemaal geen beeld in mijn omgeving stáát van Herman Gorter.
Niet in zijn geboorteplaats Wormerveer waar hij tot zijn negende woonde in een koud huis aan de Zaan, noch elders in de Zaanstreek.
Wél staat er een beeld van hem in Bergen (Noord-Holland) en in het Friese plaatsje Balk.
Ik dacht altijd dat hij in het gedicht ‘Mei’ refereerde aan zijn en mijn geboortedorp, maar het schijnt dus over het plaatsje Balk te gaan, waar hij soms bij zijn grootouders logeerde.
Weer wat geleerd.

Door mijn zoektocht naar een beeld in de Zaanstreek van HG kwam ik trouwens toevallig op de site terecht van ‘Puur Zaans’, een gratis huis aan huis magazine voor de inwoners van de Zaanstreek.
Zij hadden namelijk ook een artikel over Herman Gorter geplaatst.
Op deze site las ik verder dat ze op zoek waren naar mensen in de Zaanstreek die het leuk zouden vinden om af en toe op vrijwillige basis wat voor ‘Puur Zaans’ te schrijven.
Om een lang verhaal kort te maken: waarschijnlijk verschijnt er in de uitgave van 1 juni een stukje van mij.
Hoe leuk is dat?!

Enfin.
Allemaal hartstikke leuk en aardig natuurlijk, maar ik zit nu dus wel nog steeds mooi zonder beeld voor mijn Beeld van een beeld Maart.

Ik denk dat ik het maar oplos door gewoon maar wat gedichten van hem te plaatsen.
Daar koop ik u vast wel mee om.
Het beeld verzint u er dan vàst vanzelf wel bij toch?

———————————————

Zie je ik hou van je,
ik vin je zo lief en zo licht –
je ogen zijn zo vol licht,
ik hou van je, ik hou van je.

En je neus en je mond en je haar
en je ogen en je hals waar
je kraagje zit en je oor
met je haar er voor.

Zie je ik wou zo graag zijn
jou, maar het kan niet zijn,
het licht is om je, je bent
nu toch wat je eenmaal bent.

O ja, ik hou van je,
ik hou zo vrees’lijk van je,
ik wou het helemaal zeggen –
Maar ik kan het toch niet zeggen.

Uit: Verzen, W. Versluys, Amsterdam 1890; 4e dr. 1916

—————————————————–

Mijn favoriete stuk uit ‘Mei’:

En haar verlangen werd zó groot, ze kon
Al deze aardse dingen niet meer aanzien
Van tranen en van liefde, en in waanzin
Voelde ze in hem ieder ding: ze snelde
Op een boom aan, hem denkend, en ze stelde
Zich voor die, armen open, en ze viel
Tegen die aan en kuste en een ziel
Voelde ze in hem; in een sloot die open
Langs bomen lag, stortte ze zich, het lopen
Verrukte haar, diep in zijn worst’lend nat.
Toen werd ze op de lucht verliefd en mat
Die met heel grote stappen en ze dronk
Hem in en at en streelde hem, gelonk
Gaf ze ‘m met haar ogen en ze liep
Heel hard door hem, dan voelde ze hem diep.

Meiboek II fragment (1889)

Beeld van een beeld is een maandelijkse challenge. Voor meer informatie en bijdragen van andere bloggers verwijs ik u graag naar
http://nachtbraker.wordpress.com

IMG_6933
Een van de vier Herman Gorter-flats aan de Herman Gorterstraat in Wormerveer.
Dit is de flat waar ik geboren ben, en waar ik hier al eerder over schreef.
Op drie hoog achter, helemaal boven aan de andere kant bij de wenteltrap.
Bron foto

In een sneltreinvaart

Morgenochtend zit ik in de trein.
Niet zomaar een trein.
Nee.
Morgen zit ik namelijk in de trein naar Groningen.
Wéér in de trein naar Groningen.

Acht jaar geleden zat ik daar voor het laatst.
Dat was op een maandag.
De dag na Moederdag.
Diè Moederdag.
Dìe Moederdag waarop mijn -toen negenjarige neefje- zijn moeder op haar bank in een coma vond toen zijn vader hem na het weekend bij hem weer naar huis bracht.

Ex had me die avond ervoor gebeld om het te vertellen.
Hij had direct 112 gebeld.
‘Is het geen overdosis?’
Nadat we uitgesproken waren had ik direct de Eerste Hulp in Winschoten gebeld.
‘Wie is er bij haar? Mag ik diegene alsjeblieft spreken?’
En uiteindelijk zei ik tegen degene die bij haar was: ‘Ik wil dat je precies verteld wat ze allemaal gebruikt. Precíes, hoor je me. Geen tijd voor leugens meer!’

Ik had vervolgens mijn ouders geïnformeerd.
‘Wil jij alsjeblieft heengaan kind? Dan passen wij wel op Kylian’.
Ze konden het helemaal niet aan.
Wat moesten zij daar nou?
Wat kónden zij daar nou?
Dat ik zou gaan was duidelijk.
‘Wat je ook beslist voor je zus wij staan achter je’.
Met die woorden werd er wel een hele zware verantwoordelijkheid in mijn schoenen geschoven, maar ik had het ook niet anders gewild.

Voor de trein was het die avond al te laat.
Over de snelweg rijden durfde ik toen ook al niet.
Rem had een belangrijke klus met zijn dieplader.
Zus lag inmiddels op de ICU.
‘Komt u morgenochtend maar. U kunt toch niets doen nu. We moeten afwachten’.
Ik ging dus de volgende morgen pas op weg.
Met die trein.
Die trein naar Groningen.
En daarvandaan weer naar Winschoten.

Ik weet nog dat ik haar zag.
De ruimte op de ICU.
En zus in het midden.
Op dat bed.
Haar haren waren geklit en vies.
Geen enkele reflex.
Niets, nada, nop.

Hoe lang had ze daar gezeten?
Op die vieze bank.
’s Morgens op die IC hoorde ik pas voor het eerst dat het om een herseninfarct ging, en niet om een overdosis speed, cocaïne, of paddo’s of iets dergelijks.
Nog dezelfde dag mocht ze naar de stroke unit.
Nog meer onderzoeken volgden.

Aan de hand van deze onderzoeken werd duidelijk dat ze een groot infarct had gehad in haar linker hemisfeer, in het gebied wat onder andere de spraak en ons organisatievermogen regelt.
‘We weten niet hoe uw zus hieruit gaat komen, maar we zien het somber in’.

Morgen ga ik met de trein.
Wéér met de trein.
Diezelfde trein naar Groningen.
Maar nu voor een nagesprek met de neurochirurg.
Een Nà-gesprek.
Voor als het over is.
-Weet je wel?-
Als in: ‘voorbij’,
Als in ‘over’
En ‘uit’.

Ik kan het nog steeds maar niet bevatten.

‘Walk by faith, not by sight’

IMG_6929
Ik vermoed dat dit Peter Pan is…

IMG_6930
Ik wilde voor Kylian heel graag een geboorte kaartje met Tinkerbell en/ of Peter Pan.
Misschien was ze hier aan het oefenen.

IMG_6931
Sinds ze klein was tekende ze paarden.
Hier was ze denk ik nog vrij jong. Jaar of veertien.

IMG_6928
De tekeningen van de laatste jaren zijn erg donker. Veelal met pen getekend.

Prefab romance

IMG_6926

Ga je mee
met mij?
Aan zee
kijken
hoe de golven
in onze ogen
stranden?

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Heb je toevallig ook de reclame voorbij zien komen op de FB?
“Romantisch slapen aan Zee”?

Houten huisjes.
Volledig ingericht.

Doe mij maar gewoon die duinpan.

©Beaunino

Made by Fenna: quotes en zo

Ik weet niet of de naam ‘Made by Fenna’ eigenlijk wel zo gepast is.
Deze quotes heeft ze niet zelf bedacht natuurlijk, en wie wil er nu pronken met andermans veren?
Misschien kan ik beter even een andere naam verzinnen. (Wordt vervolgt).

In ieder geval vond ze het wijsheden die de moeite waard waren om op te schrijven.
Zomaar, op een lege bladzijde in een agenda, in een mooi schriftje, of hé, waarom eigenlijk niet op de muur in het toilet?

Doe er je voordeel mee;-)
Fijne zaterdag allemaal.

IMG_6924

IMG_6922

IMG_6921

IMG_6923

IMG_6006

De bevindingen van een blogster op een zekere morgen in maart anno 2015 waarop de stroomvoorziening waren uitgevallen

IMG_6907

‘Mam?
Wordt eens wakker…’
Als ik mijn ogen open doe zie ik het hoofd van mijn grote zoon door een kier van de deur steken.
‘Wat is er?’
‘Ik heb me verslapen, de stroom is uitgevallen’.
Ik kijk naar links naar de mijne, rechtdoor naar die van Rem.
Inderdaad, de displays vertonen geen teken van leven.
‘Wil jij alsjeblieft naar school bellen, als ik het doe klinkt het zo ongeloofwaardig’.

Vlak nadat ik de mentor persoonlijk heb doorgeven dat Kyl wat later zal komen vanwege een stroomstoring, hoor ik hem al ‘Doeg mam, tot vanmiddag’, gevolgd door de harde knal als de achterdeur dichtslaat.
Hè, waarom moet dat nou toch altijd zo hard?

Goed, tijd voor actie.
A girl’s gotta do what a girl’s gotta do, in tijden van nood: Remco bellen!

‘Jíj hebt geen stroom’, neemt hij vrolijk op.
Gelukkig is het dus een stroomstoring die niet alleen ons huis betreft. Dat scheelt me in ieder geval een hoop moeilijk gedoe van snoeren nalopen en dergelijke.
‘Wil je me dan bellen als het voorbij is?’
‘Maar schat,dat weet jij toch veel eerder dan ik (hahaha)?’
(Grrr…)

Het is inmiddels tien uur.
Kijk, nog wat reacties op mijn blog van gister. Gelijk maar even antwoorden.
Ik tik een regel of wat, in antwoord op Falderie, maar als ik dat eindelijk verzenden wil…no way!
Wat is dat nou?
O ja, stroomstoring natuurlijk.
Tijd voor koffie!

Beneden druk ik op het knopje van mijn Nespresso apparaat.
Nog maar een keertje.
O ja, dom, dom, stroomstoring Nar, dûh!
Ik laat wat water in de ketel lopen, draai vervolgens het gas om, en verwacht het tikkend geluid van de ontsteker te horen.
En nog een keer natuurlijk.
Niets.
Maar het is toch gas?
O wacht,
Elektrische ontsteking natuurlijk.
Hé, wat stom weer.
Gelukkig vind ik nog een verdwaalde aansteker ergens achter in de keukenla.

Goed.
Next.
Heb ik eigenlijk wel iets van koffie?
Ik neus wat in mijn grote voorraadlade.
Kijk, een mens heeft toch altijd meer dan hij denkt.
Verheugd zet ik het nog gesloten doosje met de sterke koffiezakjes uit de erfenis van zus op het aanrecht.
Eerst maar eens wat melk warm maken.
-Hé, wat is het donker hier in de koelkast?-
In de magnetron maar met die melk, want de Nespresso schuimer doet het natuurlijk niet.
Kijk, zie je, ik begin het al te leren.
O shit!
De magnetron natuurlijk ook niet hè?!
Dom, dom, dom.
Even later herhaal ik de gas ontsteek procedure van zojuist -en nee die ontsteker doet het nog steeds niet- en zet ik wat melk op het kleine vuur naast mijn mooie rode fluitketel.
Waar is mijn klutser eigenlijk?

Verwoed kluts ik mijn melk rond in het kleine steelpannetje.
Kijk, dat is best gezellig toch?
Zo kneuterig.
Misschien moest ik maar eens kijken voor zo’n ouderwets koffiefilter.
Leuk, kan ik gezellig ouderwets kokend water opgieten in de oude koffiepot van mam die we altijd mee hadden in de caravan.
Jaren heeft hij daar op zijn bronskleurige rechaudje gestaan. Als het mooi weer was buiten op het tafeltje voor de tent en als het koeler was op het kleine aanrecht in de caravan.
Ik had hem in november, ergens in een hoek op de vensterbank bij zus teruggevonden.
En nu stond hij hier voor me op de mijne, een grote glimlach op zijn snoet, wellicht door de vele herinneringen aan mooiere tijden van weleer.
-of oké, door de hand van zus, wat eigenlijk een beetje op hetzelfde neerkomt.-

Als het schuim eindelijk naar mijn zin is, giet ik het op de koffie.
Prachtig, zie toch eens hoe goed ik dat kan!
Geroosterd broodje er maar bij?
O nee.
Hè, denk nou toch eens na!
In plaats daarvan neem ik lekker drie koekjes.
-Spiegeleitjes ken je die?
Ze klinken in ieder geval wel lekker gezond.
Dat scheelt al de helft, toch?!-

Frisjes hier trouwens.
Even de verwarming wat hoger.
K#t, die doet het natuurlijk ook niet.
Wacht, ik kan natuurlijk wèl ons haardje aansteken.
Die blaast immers warme lucht.
Met mijn grote teen klik ik op het knopje om het ding aan te doen.
Geen pukkel natuurlijk.
Verdorie.
Mam zit natuurlijk ook zonder stroom in de kou.
En die weet natuurlijk nog niet dat het een groter gebied betreft.
Even meteen bellen maar…

O, geen kiestoon.
Met mijn mobiel bel ik mam.
Wacht even, als mijn telefoon het niet doet, doet de hare het natuurlijk ook niet hè!!
Zjeez wat ben ik dom zeg!
Ook haar mobiel gaat niet over.
Die zou het toch minstens moeten doen?
Nou ja, hopelijk ligt ze nog lekker op één oor.

Goed.
Wat gaan we doen?
Eerst maar een dekentje.
Of twee.
Als ik het straks heel koud krijg kan ik altijd nog gaan hardlopen.
Lekkere warme douche daarna.
O nee.
Dat kan dus ook niet.
Eerst maar eens mijn ‘bevindingen van hedenmorgen zonder stroom’ opschrijven voor het nageslacht en eventuele andere geïnteresseerden.
Wie weet wat ze nog van mijn ervaringen opsteken.
Kennis moet je immers delen, niet waar?
Stel je voor zeg! Dat dit blog nog eens heel belangrijke informatie gaat geven over duizendmiljoen lichtjaren.

En nu?
Blogs lezen zit er ook al niet in natuurlijk.
Even op internet kijken of er al een beetje schot zit in mijn stroom.
Hmm.. zonder WiFi lukt dat ook al niet erg.
Ik kan geen bericht openen.
Vroeger hadden we zo’n oud transistor radiootje.
Gewoon op batterijen.
Misschien moest ik die ook maar weer eens aanschaffen.
En zo’n wekker.
Die je op kunt winden tot je vingers pijn doen van het draaien, en die de volgende morgen zo hard rinkelt dat je van schrik binnen twee seconden rechtop naast je bed staat.
Ken je die nog?

En een open haard.
Echt.
Die hebben we gewoon nodig.
Of dan toch een houtkachel op zijn minst.
Daar kan ik dan mooi tegelijk het vrolijke koffiekannetje op warm houden.
En dan met mijn transistorradiootje er gezellig voor.
En kaarsjes hè, veel kaarsjes als het dan donker wordt.

Hééy! Kijk!
Het licht gaat aan.
Het zal toch niet waar zijn?
Jawel hoor, we zijn er weer😄

Bijna jammer…
Nou ja, wel weer een leermomentje zo.
Krijg al bijna zin in de volgende stroomstoring.

(Rem: je hebt ‘m hè?
Regel jij die houtkachel, dan zorg ik voor de wekker, een transistorradio, een koffiefilter en kaarsen. XXX)

#wijoverdrijvenniet

Op Internationale vrouwendag, 8 maart jongstleden, is dit artikel van de Belgische blogster Yasmine Schillebeeckx gepubliceerd in ‘de Morgen’.

Als je wilt weten waarom haar artikel inmiddels al zoveel emoties heeft losgemaakt bij zoveel mensen -ook in Nederland inmiddels- raad ik je aan even deze samenvattende blog van Sylvia Kuysten te lezen die zij vanmorgen plaatste, en wat ook de reden is dat ik toch besloten heb er vandaag toch een blog over te schrijven.

Om heel kort te gaan draait het allemaal om ongewenst -seksueel getint- gedrag.

Mijn blogmaatje Tiny had er afgelopen zondag ook al over geschreven. Ook in reactie op hetzelfde artikel van Yasmine. Ik las haar verhaal op het perron van het CS, net klaar met mijn werk, en ik voelde de adrenaline gewoon door mijn lijf gieren.

Misschien moest ik beter maar wat anders gaan lezen.

Want nee.

Liever denk ik daar gewoon niet meer aan.

Negeer ik het.

Wuif ik het weg.

Ik reageerde deze keer echter wél.
Onder andere schreef ik in mijn reactie op haar blog: ‘Weet je Tiny. Ik maak er allemaal geen geheim meer van hoor. Maar ik hou me er liever niet meer mee bezig.’

Want Ja.

Zelf heb ik ook genoeg meegemaakt.
Zomaar wat voorbeelden:

Een man van in de vijftig die me niet met rust wilde laten, toen ik een jaar of veertien was en aan het hardlopen was in het bos.

Een jongen van een jaar of twintig die me zogenaamd voor een lolletje naar de grond trok en boven op me ging liggen rijen.
Ik was verlamd van schrik en angst.

Vrienden die met z’n tweeën voor de gein mijn shirtje omhoog trokken zodat de derde een foto kon maken van mijn borsten.
Voor de gein hè!

Een hand op je kont in het zwembad.

Een glurende buurman.

Een man in de Bilderddijkstraat die het nodig vond me om half zeven s‘morgens gewoon onder mijn rok recht in mijn kruis te grijpen.

Of erger: Een man die me gewoon niet eerder liet gaan voor ik het met hem gedaan had. Òf met hem alleen, òf met hem èn zijn vrienden. Die stonden al gezellig klaar naast het bed. De armen over elkaar. Kies maar. (En ja, hoe ik daar überhaupt terecht ben gekomen was natuurlijk mijn eigen schuld hè?!).

Verder nog een ex die het spannend leek om een escort voor me in te huren#noway!

En er een paar maanden later een zichtbaar genoegen inschepte om me tijdens onze liefdesdaad -ahum- te vertellen dat hij twee uur daarvoor op een hoer had gelegen. -Pas nádat ik het boek ‘Als liefde pijn doet en je weet niet waarom’ van Susan Forward gelezen had kon ik deze relatie beëindigen. Ik woog nog maar 47 kilo-. Dit terzijde, dit gaat het onderwerp voorbij, maar dit maakt het dus los bij mij.

In vergelijking met deze ervaringen is het tongetje dat zo smerig snel heen en weer en op en neer gaat tussen de lippen van die enge vent vroeger op het werk natuurlijk best te verwaarlozen.
Charming Johnny noemde hij zichzelf.
En hij bedoelde er natuurlijk helemaal niets mee.

De man die zijn tong juist heel langzaam van links naar rechts laat gaan is jullie vast ook niet vreemd, of wel?

En die vent die persé tegenover je moet zitten in de trein terwijl de rest van de banken in de coupé nagenoeg leeg zijn om half twee ’s middags, ach….die kennen jullie hoogstwaarschijnlijk ook.

Dat soort dingen gebeuren zo vaak. (Wel minder als je ouder wordt hoor;-)

Vrij normaal.

Of niet?

Of ben ik nu gewoon de hele realiteitszin verloren?

Ben ik eigenlijk gewoon aan het bagatelliseren?

Wees blij dat je niet in India woont.

Wil ik iets normaal laten lijken wat dat eigenlijk Helemaal Niet Is?

-Een aantal mannen zijn gewoon nou eenmaal zo-

Omdat ik er dan verder niets meer mee hoef?

Ja.

Dat ben ik.

Want het ìs niet normaal.

Het ìs niet gewenst.

Het maakt inderdaad dat ik me onprettig voel.

Een object.

Goedkoop.

Vìes.

Daarom heb ik toch besloten om mijn verhaal hier ook te doen, open en bloot.
Ìk hoef me nergens voor te schamen.
Wie weet zullen de jongens en mannen die dit doen zich eindelijk eens gaan realiseren wat dit soort gedrag bij vrouwen teweeg kan brengen.

Mijn reactie bij Tiny eindigde trouwens als volgt:

‘Gelukkig heb ik nu een lieve man.
Maar ja, laten we eerlijk zijn, je weet het nooit 100% zeker hè?
Daarvoor ben ik denk ik net iets teveel beschadigd.’

En ik denk dat ik met die laatste zin nou net voor mezelf de spijker op zijn kop sla.

Made by Fenna/ Krommeniedijk

IMG_6876

Nou ja, waarschijnlijk is het gedicht niet ‘made by Fenna’, maar ze vond het kennelijk wel zo mooi dat ze het heeft overgeschreven en bewaard.
Wel frappant dat ze dit gedicht bewaard heeft.
Van huis uit kwamen we er namelijk nooit, en verder hadden we er ook bar weinig te zoeken, behalve als er ijs lag.
Ik geloof dat ze wel eens met de dierenarts mee ging naar de boeren.

Ik ben graag op de Krommeniedijk.
Nog niet zo heel erg lang geleden ben ik erachter gekomen dat er vroeger ook voorouders van ons hebben gewoond, van mijn moeders kant. In zeventien-zoveel of zo. Ze verdienden de kost met het weven van zeildoek. een keihard bestaan.
Vanaf Krommeniedijk kon men destijds op walvisvaart vertrekken.

Ik fantaseer vaak over het verleden hier.

En kennelijk interesseerde mijn zus dat dus ook.

Made by Fenna

Ik heb besloten een nieuwe aparte pagina te openen op mijn blog om wat leuke schrijfsels, tekeningen, quotes, schilderijen en andere creatieve dingetjes van mijn zus haar hand te kunnen delen.
Fenna is in november 2014 overleden aan de gevolgen van een hersenbloeding.
Ze was net vijftig jaar geworden.

Bewust kies ik er voor om op deze pagina alléén de teksten en afbeeldingen te publiceren waar iedereen een fijn gevoel bij kan krijgen.
Het moet iets móóis worden wat in beelden een beetje verteld over wie ze was, en wat haar talenten waren.
Het is toch gewoon zonde als dat bij mij op zolder een beetje in de vergetelheid zal raken.

Waarschijnlijk zal er vooralsnog geen enkele logica inzitten, en zal ik lukraak plaatsen wat ik de moeite waard vind om te delen.

Ik hoop van harte dat de mensen die haar gekend hebben dit op prijs stellen.
Wie weet hebben zij ook nog een schilderij van haar hand, teksten of tekeningen die de moeite waard zijn om hier te plaatsen?

IMG_6878

Lentewens

IMG_6869
Bron

Fen,

Weet je nog?
Als het weer lente was?
Hoe we renden over het veld met de krokussen op de Oude Boomgaard?
Ik met de vlieger, jij met de houten haspel.
‘Je moet hem ook wel loslaten als ik dat zeg Nar!’
Hoe we in de bomen klommen, en ons op een dikke tak in stilte verwonderden over al die geel met paarse bloemen?
En het eerste lieveheersbeestje van dat jaar?

Weet je nog?
Hoe heerlijk het was?
Die andere allereerste dag
-weer zonder jas,
zonder kousen-
in de draaimolen waar je me eens verklapte dat er ‘gewoon een luikje’ daar ergens in de blauwe lucht zat.
‘En dat kun je alleen maar vinden als je dood bent’.

Weet je nog?
Wat jaren later.
Voor het eerst in korte broek weer in de tuin?
Waar het zo heerlijk luw kon zijn in het hoekje bij de kippenren.
En hoe de buurman van 21 weer naar ons stond te gluren?
Voor het eerst dat jaar.

Weet je nog?
Weet je nog?

De Gedempte Gracht?
Waar de auto’s toen nog reden?
En Ultravox overal uit de boxen schalde toen we bij John en Vera Hartman tassen van Stardust kochten, en shirtjes van Ball waar we net als ieder ander de mouwen van oprolden voor we onze nagels zwart lakten en samen in jouw kamer luisterden naar Hazel ‘O Connors ‘Thats Life’.
-Zolang het gedoogbeleid tenminste van kracht was-.

Alles komt terug.
De krokussen.
De narcissen.
De bloesems aan de bomen.
De vogels van hun trek.
Alles komt weer terug.
Echt alles Fen.

Àlles!