Het vlindertje

Vrijdag 28 november 2014

Nadat ik thuis een beetje heb opgeruimd en schoongemaakt ga ik op pad. Eerst maar eens langs de Action voor een ordner, plastic hoesjes, mapjes, tabbladen en dergelijke om zus haar briefwerk en tekeningen netjes in te archiveren.
Een goede voorbereiding is natuurlijk het halve werk.
Daarna nog even snel de Deka in om wat nieuwe voorraden aan te leggen.
Doet me goed.
Even gewoon net doen alsof alles gewoon normaal is.
Was gister op het werk trouwens ook fijn. Iedereen was hartstikke lief en begripvol. Ik had alleen een concentratie van lik-me-vestje.

Als ik terug ben breng ik even snel een bloemetje langs bij buurman Tijmen. Even gedag zeggen.
Even laten weten dat ik aan hem denk. De tv staat weer knetterhard.
Gelukkig duurt het niet lang voor buurman hem zachter zet.
Ik vertel dat mijn zus is overleden.
‘Wat vreselijk!’ zegt buurvrouw Klaasje, en slaat daarbij beide handen voor haar mond.
Even maar.
Dan begint ze weer over zichzelf en Thijmen.
Aan mij wordt verder niets gevraagd.
Na tien minuten trek ik het niet meer.
Ik sta op en loop zonder blikken of blozen de achterdeur uit.
‘Nou ik ga weer hoor, sterkte, doei’.

Om half vijf pik ik mam op.
Het is af en toe net een klein koninginnetje. Koetsje komt voor gereden, jas wordt aangenomen, asbakje neergezet, ze mag op de beste -‘haar eigen’, zoals ze het noemt- plek zitten, sherry’tje wordt ingeschonken, gekozen menuutje wordt voor haar gekookt en opgeschept en als ze moe is wordt het hele tafereel gewoon weer van achter naar voren terug gespeeld.

Als mam tevreden achter haar borreltje zit begin ik over zus haar geboortehoroscoop -geduid rond 1990 geloof ik, ze was toen 26- die ik tegen kwam.
Ik lees passages aan mam voor.
De astroloog zit maar aan te dringen dat zus haar emoties meer moet uiten, niet zo perfectionistisch, rationeel en altijd maar de vredelievende bemiddelaar moet zijn.
Op een gegeven moment zegt zus zoiets als :’ Ja maar stel dat ik dat doe. Dat ik me emotioneel net zo laat gaan als mijn moeder, dan schrikt iedereen zich een hoedje’.

Ik kijk mam aan.
‘Dat was ook zo mam.
Jij was altijd juist zo enorm emotioneel’.
Gek werden we er af en toe van. Vooral als ze een borreltje te veel op had op zondagavond. Vond ze de verloofde van zus ineens weer Zo Lief. -Hij was ook heel lief, gewoon als een broer voor mij, maar trok dit soort uitbarstingen maar bar slecht.-
Meestal vluchtte ik dan naar boven.
Of was ik daar allang.
Mijn vader sliep dan ook meestal al. Later dan half elf ging hij nooit naar bed als hij de volgende dag moest werken.
Gek hoe je dit soort dingen kunt vergeten en hoe ze ineens weer boven komen.

‘Hoe kan dat nou mam, dat je je nu niet meer emotioneel kunt uiten?
Dat je nu juist het omgekeerde van zus bent geworden?’
En vice versa. De emotionele uitbarstingen (meestal met woede gepaard) van zus staan me nog helder voor de geest.
En wat was zus verdrietig toen mijn vader overleed.
Ze huilde zoveel meer dan ik.
‘Raar toch?!’

Ook lees ik de passages voor waarin de astroloog verteld dat zus een beetje helderziend is en groot talent heeft voor de psychologie en de astrologie heeft.
‘Maar dan moet je wel een gedegen opleiding kiezen. Kijk, hier heb ik bijvoorbeeld een folder van een goede opleiding’.
Zus vraagt dan even later of meditatie misschien iets voor haar is.
En zo gaat het een tijdje door.
Ook heeft zus het nog over kinderen en ‘eerst trouwen’ in ‘een mooie witte trouwjurk’.
Ze zit in beide werelden.

Als ik de map dicht doe geeft mam een zucht. ‘Die astroloog heeft haar helemaal de verkeerde kant op gestuurd’.
Ik ben er ook een klein beetje bang voor.
Maar Zus was toen ook al bezig met een cursus handlijnkunde.

We zwijgen even.
Laten het bezinken.

‘Mam, weet je, ik denk dat als je dood bent, en er echt wat na dit leven is, dan ben je vast weer dezelfde ‘persoon’ die je was voordat je ziek werd in je hoofd, denk jij ook niet?’
Ze denkt het ook.
‘Voor mijn gevoel vindt zus het alleen maar fijn dat ik nu orde voor haar schep. Als ze op dit moment weer zo zou zijn als vroeger was, zou ze het vreselijk vinden hoe ze alles heeft achter gelaten’.
Mam is het helemaal met me eens.
‘Ik weet wel zeker dat ze heel blij is met alles wat jullie nu voor haar doen’.
-Waarom zoek ik die bevestiging toch steeds?-

Zaterdag 29 november.
Ik word pas rond elf uur wakker. Rem ook.
Vandaag ben ik van plan om een aanvang te maken met de twee grote boxen vol brieven, kaarten en diploma’s van zus.
Als Rem me een Latte op bed brengt kijk ik op FB.
Er is een bericht van mijn nichtje geplaatst in de familie pagina.
Het gaat niet goed met tante A.
Ze heeft inmiddels een bed van de thuiszorg in de kamer.
Houdt veel vocht vast.
Is kortademig.
Arme lieve tante.
‘Als 1 van haar zussen of broers nog even kort langs willen komen moeten ze even bellen’, luidt het bericht.
Ik schrik.
Bel mam.
‘Ja, heel graag’.
Nicht zegt dat ik beter naar tante zelf even kan bellen.
Dus bel ik tante A.
Ze neemt zelf op.
Ik hou het zo kort mogelijk.
‘Vanmiddag vier uur?’ vraagt tante.
Dat is goed.
‘Ja ik weet het hoor, dat het niet zo heel lang kan, en ik blijf lekker in de auto.
Dag lieve tante A, heel veel liefs en sterkte. Ik denk aan u’.
‘Dag lieverd’, antwoord ze.

Van archiveren komt niets meer.
Ik maak soep.
Maak schoon
Schrijf een zakelijke brief op verzoek van Rem.
Hij gaat gelukkig mee.
Als mam in de auto zit vraag ik of ze een kaart van ons wil geven.
Ik lees hem voor.
Lief, vind mam.
En dat vond mijn tante ook verteld mam een dik kwartier later als ze weer achter in de auto zit.

Op de terug weg vertelt ze er een beetje over.
Zo mooi.
Zo lief.
Ik zit met tranen in mijn ogen.
Wat is dit hard.
Ik heb het zo te doen met mijn moeder, met mijn tante.
Maar ook weer mooi.
Dat het kan bedoel ik.
-Ik wilde maar dat ik van mijn zus afscheid had kunnen nemen.-

Uiteraard eet mam weer bij ons vandaag.
Nu niet alleen naar huis.
Eerst maar weer een borrel. (Het lijkt vast of ik me continue klem zuip, maar ik drink meestal hooguit twee rode wijntjes of portjes!)

Rem krijgt een sms binnen van Lies, zijn moeder. ‘Check even je mail!’ Rem belt haar meteen. Er zou toch niets met Geert aan de hand zijn? -Geert is sinds Rem een jaar of 13, 14 is de vriend van zijn moeder. Rem zijn vader is overleden aan leverkanker toen hij negen of tien was.-

Gelukkig is er niets aan de hand. Een uitnodiging voor haar verjaardag volgende week. We hebben d’r zin an. Een feestje!

Natuurlijk praten we nog lang over mijn tante, mam haar jongere zusje. Ze is ook nog maar zo jong. 68 pas.
Of was het nou 67?
Stomme rotkanker ook.

Na de soep wil mam nog wat kwijt.
‘Zo raar Narda’.
Ik zit direct op het puntje van mijn stoel.
Op dat moment komen Kyl en Roel binnen.
Roel is jarig.
Hij is achttien geworden.
Vanavond geeft hij een feestje voor familie en vrienden.
‘Man of 70’.
Kyl helpt met de voorbereidingen en blijft daar slapen.
Hij kust zijn oma gedag.
‘Gaat het een beetje?’
Mam glimlacht.
‘Wel hoor’.
Dag jongens.
Veel plezier!

‘Nou vertel mam!’
Ze gaat weer verder.
‘Was zo raar. Vlak voor jij belde vanmorgen zag ik een vlindertje op de muur. Een zwarte, met blauwe golfjes’.
Rem schuift ook nog even aan.
‘Wat vreemd’.
‘Ja. Het was een heel klein vlindertje. Geen mot hoor’.
Even later was het vlindertje weg geweest. ‘Net alsof het me wilde zeggen:”Je krijgt slecht nieuws, maar ik ben bij je!”.
‘Mooi mam’.
Zus was gek op vlinders.
Tekende vlinders.
Spaarde ze.
Hield van ze.
Zelfs Rem vind het gek.
‘Nu nog? Het is veel te koud voor vlinders.’
Bovendien houdt zijn schoonmama altijd het hele zakie potdicht!

Als ik mam thuis breng doe ik zoals gewoonlijk de voordeur open en de lichten voor haar aan.
Ik kijk naar de foto van zus.
Dan zie ik het zitten.
Het vlindertje.
‘Kijk mam, daar zit hij weer!’
Het is geen zwarte, maar een beetje gelig.

Of was het nou lichtblauw. Met zwarte randjes om zijn vleugels. En een beetje donkere kleine golfjes. Of niet?
Gek, ik probeerde in mijn hoofd te prenten hoe hij er uit zag.
Ik dacht dat ik het wel zou kunnen onthouden.
Ik weet misschien niet meer precies hoe hij eruit zag,
maar het was een vlindertje, en geen mot.

Een mooie kleine vlinder.
O Jee Ja!

—————————————-

Eerst dacht ik dat zus dit geschreven had.
Maar het is ooit door mij voor haar geschreven.
Kan me niet meer herinneren waar ik het geschreven heb, of wanneer.
Je ziet nog net rechtsonder de ‘5’ van mei mijn geboortemaand en ’67, mijn geboortejaar.

Ze had het bewaard.

IMG_5809.JPG

Advertenties

Schipbreuk

IMG_5814.JPG

Zelf heb ik bijna geen foto’s van vroeger. Zus en ik deelden samen een baby album. Het eerste driekwart van het boek staat vol met de meest prachtige baby-, peuter- en kleuterfoto’s van zus, en als je het album omdraaide en vanachter af begon kwamen er een paar van mij; het lot van het tweede kind.

Als ik door zus haar eigen kinderalbum blader kom ik foto’s tegen waarvan ik niet (meer) wist dat ze bestonden.
Foto’s van vakanties.
Foto’s van thuis, op de flat.
Foto’s die mijn verhalen over mijn herinneringen aan de jaren’70 illustreren.

Aandachtig bekijk ik ze.
Ieder detail.
Onze vlechten.
Onze Rootsen.
Het kleed, de tafel, de groene glazen waarvan mam er nog steeds 1 heeft, de paar roze anjers in het vaasje.
Ze zijn niet erg scherp.

Aan het plafond zie ik zwarte schimmen hangen.
Het zijn de vliegtuigjes van mijn vader.
Er was een periode dat hij avond aan avond bezig was met bouwpakketten van modelvliegtuigjes uit WO2. Misschien daarna ook WO1, dat weet ik niet meer.
Hij haalde ze bij Bakkertje, de speelgoedwinkel op de Krommenieeerweg.
Als hij er weer eentje af had werd deze met een visdraadje aan het plafond gehangen.
‘Kijk meiden, (dat ‘meiden’ gold dan ook voor mam) ‘dit is nou een Spitfire’. Daarachter aan volgde dan enige achtergrondinformatie zoals bijvoorbeeld ‘Zo een zag ik neerstorten hier in het veld’.
Alleen mam luisterde, quasi geïnteresseerd als je het mij vraagt.

We keken eindeloos naar oorlogsfilms in die tijd. Ik denk dat ik toen een jaar of acht, hooguit negen was, ik snapte er in ieder geval maar weinig van.
Toen hij alle vliegtuigjes die bij Bakker voorradig waren had gemaakt, en ons plafond er inmiddels nogal dreigend uit begon te zien, stapte hij over op het grotere werk:
De Sancta Maria!

Waren de vliegtuigjes nog opgebouwd uit plastic onderdeeltjes, de Sancta Maria werd opgebouwd uit 1001 stukjes hout die stuk voor stuk aan elkaar moesten worden gelijmd.
Urenlang was hij er met eindeloze precisie en geduld mee bezig.
Dagen werden weken, en weken weer maanden.
Toen kon het schip eindelijk worden opgetuigd.
Wij zaten er bij en keken er naar.
Wat was mijn vader trots.
En wat was mijn moeder trots op mijn vader.

Als ik heel goed kijk zie ik hem ineens op de foto staan:
De Sancta Maria vond een ere-plekje boven op de kast.

En daar vond ik hem ook weer terug: Boven op de kast, maar nu bij zus. Gehavend en wel, onder het stof.

Mijn vader heeft hem aan neef gegeven toen hij klein was.
Hij was hem vast vergeten.

Ik niet.
Ik nooit.

IMG_5815.JPG

Inspecteur Vlijmscherp

Woensdag
Kyl hoeft pas laat naar school. Niet dat ik daar in de ochtend veel gezelligheid aan heb hoor, tegenwoordig is het een proteïne shake en hup, weg is meneer. ‘Wil jij de poort achter me dicht doen mam?’

Als hij weg is hang ik de meegebrachte kleding (meest jassen) van zus bij het kippenhok onder het afdak bij de schuur om te luchten. De wasmand met spulletjes die ik mee heb genomen voor Cora, en zus haar eerste verloofde waar ze elf jaar mee is samen geweest, leg ik op de veranda.
Eerst maar eens een klein beetje opruimen en schoonmaken.
Ook in de keuken.

Terwijl ik mijn eerste koffie drink lees ik het blog wat ik eerder die morgen geplaatst heb over:
‘Op zoek naar zus’.
Ik word onzeker.
Komt het wel zo over, zoals ik het bedoel?
Lijkt het nu niet net of ik uit louter nieuwsgierigheid in haar spullen zit te neuzen?
Zullen ze wel begrijpen dat ik
voor mezelf , maar vooral ook voor Neef aannemelijk wil maken dat ‘iets’ of ‘iemand’ schuld heeft aan de significante karakterverandering rond haar zesentwintigste?
Dat ik kan zeggen:
‘Lieverd, kijk, zie je wel?
Dit was je moeder Echt.
Een steun voor oma, een voorbeeld voor mij.
Een liefdevolle partner voor haar verloofde.
Een rots in de branding in de praktijk’.
Waarschijnlijk heeft ze een TIA gehad rond haar 26-ste.
Er zijn toen ook een paar weken geweest dat ze veel hoofdpijn geeft gehad.
Juist de karakterveranderingen die hierdoor kunnen plaats vinden, maken hersenletsel tot zo’n afschuwelijke ziekte.
Je ‘Zelf’ wordt aangetast.
Vanmorgen heb ik een mail gehad van een broer van mijn vader. Zijn vrouw (mijn tante dus) heeft zondagavond na het dansen een TIA gehad.
Het houdt maar niet op.
Laatst is er ook nog een broer van pap gedotterd. Heb ik het niet eens over gehad.
Genoeg over ziekten!!

Ik heb zus haar kleine rode dagboekje ook gevonden.
‘Afblijven!!!’ staat erop geschreven, met dikke zwarte stift.
Dat was voor mij bedoeld.
Nu, negenendertig jaar later, mag het vast.
Herinneringen die ik zelf was vergeten komen weer boven.
Ik ben weer even terug in de tijd.
Dicht bij haar.
De vakantie in de zomer in ’76 staat erin beschreven. De volgorde en de meeste plaatsnamen waar we met de caravan kortstondig bleven overnachten was ik vergeten. Zij heeft ze keurig opgeschreven.
Zus was net zo gek op Odoorn als ik.
Misschien neem ik er stukken tekst uit over voor hier, op mijn blog.
Alleen stukjes van haar basisschool tijd bedoel ik, het geeft zo’n mooi beeld van de jaren ’70.
En van haar.
‘Vandaag voor het eerst gevonduut’.
‘De Tina voor het eerst in de bus’.
‘Ik mag op paardrijden’.

Ook lees ik de uitgebreide geboorte horoscoop die ik vond.
Voorop staat de tekening.
Wat veel driehoeken. Zo herinner ik mij zus haar horoscoop helemaal niet.
Zelf heeft ze het casettebandje keurig uitgetypt, haar eigen tekst met rood balpen.
Ook daar vind ik mijn zus terug.
Ik zal over deze horoscoop nog eens een apart blog gaan wijden, want dat interesseert maar bar weinig mensen denk ik.
Wat ik er nog wel over wil zeggen:
Als ik de transits van de planeten -op 14 november jl, haar sterfdag- op zoek op internet, zie ik heel andere aspecten op haar geboortehoroscoop dan de astroloog had getekend.
Vierkanten!
Waar de astroloog dus gedacht heeft dat het allemaal wel van een leien dakje zou gaan (driehoeken), bleek ze hier juist veel ‘tegenwerking’ te ondervinden.
Ga er nog wel eens nader op in.
Zus was de astroloog.
Ik weet er slechts een klein beetje van.

Rem is lekker vroeg.
Kwart over vijf al.
Ik maak boerenkool.
Makkelijk, voedzaam en lekker.
We kijken wat achterstallig beeld, eten wat toostjes, drinken een Portje en gaan om elf uur naar bed.

Vandaag ga ik maar weer eens werken.

Op zoek

Dinsdag
Rem is gelukkig ook nog een dagje vrij.
Even bijkomen.
Tijdens de koffie aan tafel legen we de rugzak die Zus, die nog bij Marjan en Eric stond.
Het was niet de rugzak die ze bij zich had toen het gebeurde, maar een andere. Ik schiet in de lach als er een geel plastic bordje van de Wibra uitkomt wat je op je autoruit kunt plakken: ‘Blont, het spijt me!’
Ook zit er zo’n lange roze veer in die ze volgens mij aan iedereen cadeau gaf.
En nog wat dingetjes.
Haar wespenprikpen.
Een portemonneetje ( die verzamelde ze ook volgens mij). Pleisters.
Zelfs de Nicotinepleisters die ze ooit van mij gekregen heeft.
In haar portemonnee zitten pasjes en kaartjes.
Zo ook van ene Sjanneke, adviseur.
Daar had zus het wel eens over gehad herinner ik me.
Omdat zus afasie had (sinds haar grote herseninfarct 7,5 jaar geleden) dacht ik dat ze de naam van de vrouw gewoon niet goed uit sprak, en dat de vrouw gewoon Janneke heette. Tijdens zus haar lange revalidatie periode in Heliomare moest ze van de logopediste uit Jip en Janneke voorlezen.
Als we dan ’s avonds samen achter een ‘tuttertje’ zaten in het strandtentje en de afgelopen dag bespraken, vertelde ze vaak dat ze weer ui ‘Jip en Janke’ had voor moeten lezen.
Het woord Janneke was gewoon te moeilijk voor haar, hoe hard ze het ook probeerde het bleef ‘Janken’.
Zelf kon ze daar erg hard om lachen, en ik dus ook.

Ik besluit spontaan Sjanneke eens te bellen. Corine had me verteld dat ze zus bij de manege vaak de stallen lieten uitmesten. Voor 50 euro van het PGB mocht ze daar dan een dag aanwezig zijn.
Ik vond dat vreemd. Te moeten betalen en dan de stallen uit mesten. Corine vertelde dat de betalingen van 50 euro per week ook nog lang zijn doorgegaan nadat zus haar scheenbeen vorig jaar op Hemelvaartsdag had gebroken.
Ze ging destijds bij mij vandaan weer terug naar 220 (het is trouwens 230) verderop en stapte mis toen ze de trein in wilde. Haar hele been verdween tussen het perron en de trein. -Gebeurt geen mens, alleen mijn familie natuurlijk-. Ze had geen spier vertrokken.
Ik had haar samen met een betrokken passagier en de rosé -die ze vlak voor we van huis weg gingen zinder blikken of blozen nog even snel in kleine lege colafles had over getapt- achter gelaten in een eerste klas coupe.
‘Weet je het zeker? Echt niet even langs de Heel?’
Je moest het haar nageven, het was een bikkeltje wat pijn betreft.

Maar goed.
Ik dwaal af.
Ik had het over de stallen.
Ik had het over Sjanneke die daar misschien wat meer van zou weten en dat ik haar besloot te bellen, al was het maar omdat ik zeker wilde zijn dat ze van zus haar overlijden op de hoogte was.
-De inleiding is inmiddels bijna langer dan het hele gesprek.-

Sjanneke had het al gehoord.
Van een buurman. Ze geeft me de naam van de manege.
‘Vreemd, volgens mij had je zus het wel naar haar zin’.
Dat dacht ik zelf ook.
Maar een belletje er aan wagen kan geen kwaad natuurlijk, zeker als Corine gelijk heeft. Mocht het inderdaad zo zijn dat ze inderdaad misbruik maakten van het pgb, dan hoop ik dat ze er even een paar dagen slecht van slapen.

Verder vertelt Sjanneke mij dingen waaruit blijkt dat ze mijn zus redelijk kende. ‘Het initiatief moest van haar kant uitkomen. Als ik me opdrong haakte ze af’.
Zus ten voeten uit.
Ze wilde zelf de regie houden.
Ze heeft me ooit verteld dat ze iemand van het maatschappijlijk werk de voordeur had gewezen. Dat was nadat ze terug was uit Heliomare.
Kom nou! Ze liet zich niet als een klein kind behandelen.
Nadat ik toch al met al zo’n dik kwartier met Sjanneke heb gepraat zegt ze me haar laatste correspondentie over zus door te sturen. Zus was van plan weer wat creatiefs te gaan doen. De manege werd even op de lange baan geschoven door zus. Ze wilde hiermee wachten tot na de operatie. Bovendien had ze het druk met haar familie. (Ik denk dat zus onze vakantie naar Spanje bedoelde;-)
Vanuit het particifatiefonds (don’t ask, geen idee) had ze 110 euro contant gekregen voor de sportschool en mocht ze daarnaast een workshop gaan volgen.
Ik zal Marian eens vragen hoe dat zit met de sportschool, ik heb haar daar nooit over gehoord.
Wel fijn te weten dat deze mensen hun uiterste best deden voor Zus.
Zoals zovelen.

Nadat ik lege boxen heb gekocht begin ik met het sorteren van de vuilniszakken.
Tussendoor was ik de meegenomen spulletjes af. Sommigen zijn zo ontzettend vies, met name de deksels van de schalen van Boerenbont, die zo te zien sinds dat ze er in ’96 kwam te wonen niet meer zijn aangeraakt.
Agenda’s, brieven, dagboekjes, Kerstkaartjes.
Flyers van festivals.
Flyers van haar verjaardag jl 31 oktober. Samen met ene Frans gaf ze een Halloween party in een Boothuis.
Met dj’s.
Het was een groot succes geworden.

Alles heeft ze denk ik de afgelopen 25 jaar bewaard.
Ook de kaartjes en brieven van mijn ouders.
Altijd met geld. ‘Hierbij sturen we je…gulden / euro….voor….’dit of dat’.
Zo lief.
Maar ook zo ontzettend schrijnend;

In haar keukenla had ik vorige week zaterdag een sigarenblikje helemaal vol met wiet en stuff gevonden.
(Ik heb het aan een vriend van haar gegeven).
Er stond een gloednieuwe keukenweegschaal, nauwkeurig tot op de gram.
Ongebruikte wietzakjes.
Waarom?
Waarvoor?
Of mag ik dit soort dingen niet vermelden op mijn blog?
-Nog niet?-
Is dat niet gepast?

Rem heeft intussen mam opgehaald en maakt wat klaar in de keuken.
Ons workaholicje Kyl eet ‘wel wat’ in het restaurant. Eendenborst, Ree-rug of tournedos of zo…

Ik vraag mam waarom ze nou toch bleven sturen.
‘Je wist toch dat ze er andere dingen van kocht?’ Dat had ik immers al bewezen aan mijn ouders na haar eerste infarct.
Mijn vader wilde het niet weten.
Zijn dochter deed zoiets niet!
Ik ben een beetje boos.
Mam trilt er van.
‘Wat moesten we dan?’
Rem grijpt in.
‘En nu ophouden Nar’.
Als we klaar zijn met eren laat ik mam de spulletjes zien die ik heb meegenomen. Sommigen komen nog uit ons ouderlijk huis.
De rode koffiepot.
Het schilderijtje van het meisje op onze kamer.
Eendenbeeldjes.
De blauwe paardjes van haar letterbak.
Het kartonnen kruisje dat zus beplakt heeft met afgebrande lucifertjes toen ze zes was.
Mam vind een tas wel mooi.
Een geborduurd zijden zakdoekje.
Een engeltje van hout.
Een gehaakte omslagdoek.
Verder wil ze niet veel.

Rond acht uur breng ik haar weg.
Binnen bij haar begin ik te huilen.
Zeg ik dat het me zo spijt.
Ze begrijpt het wel.
Sust me.
Ik haar.
Het is allemaal ook zo moeilijk soms.

Thuis ga ik nog even verder.
Ik kom prachtige spreuken tegen.
Oude tekeningen.
Diploma’s.
Sommige brieven lees ik.
De agenda’s bekijk ik vluchtig.
-Hier heb ik maanden voor nodig-
Ik pak het op.
Voel er aan.
Kijk er wat in.
Ik ruik er aan.

Ik ben op zoek.
Op zoek naar Zus.

Een goede buur…

Maandag 24 november 2014

Toen ik het blogje van gister zojuist terug las zag ik dat ik heel veel schrijffouten heb gemaakt.
Ik laat ze staan.

Rond half tien zijn we bij zus haar huis. Ik begin in de keuken. Corine, de vriendin van zus is gister daar al de hele dag bezig geweest om uit te zoeken wat ze wilde houden.
Ja. Zoveel staat er.
Je kunt er zo een paar dagen doorbrengen met dingen en frutsels door je handen laten gaan en er een verhaal bij vertellen of bedenken. Op iedere mm. staat wel wat. En dan daarop weer omhoog gestapeld.
Voor me staan twee vuilniszakken. 1 voor het grof-vuil, 1 voor de kringloop. Voor neef staan in de hoek nog de dozen met spullen klaar waarvan Sandra (de zus van ex en dus ook de tante van neef) en ik besloten hebben dat ze opgeslagen moeten worden voor later.
Kunstgeschiedenisboeken.
LEGO.
Knuffels.
Dat soort dingen.
Ik zet er zijn Nijntje beker en bordje bij.
Wat ik zelf toch nog graag wil houden prop ik in mijn zak of leg ik op de schoorsteen mantel.
Rem zoekt zijn slijptol.
Hij had hem in onze kattenbench gelegd bij zijn andere gereedschap wat we van huis hadden meegenomen. Gelukkig heeft de beste vriend van zus Eric hem veilig opgeborgen onder in de gereedschapskist van zijn eigen schuur. Als het ding terecht is begint Rem aan het door slijpen van de doorgerotte goud geverfde schommelbank waarvan ik weet dat iemand hem graag wilde hebben. ‘Rem stop!!’
Het is al te laat.
Hij wist het niet. ‘Ze hebben nu ruim de tijd gekregen’. Hij heeft gelijk.

Als Corine even later komt is ze boos. Ze was nog niet klaar in de keuken, er is nog veel meer wat ze nog niet heeft bekeken. ‘Moeten jullie eens opletten wat er dan gebeurt!’ Ik voel me een beetje bedreigd maar laat haar nog maar even.
Een half uurtje later staat ze weer dingen uit de bus te halen die ze klaar had gezet om mee naar huis te nemen.
Het is en gaat ook best rap natuurlijk voor haar begrip.
Veel vrienden van zus zijn verslaafd.
Aan drugs, aan drank, aan weet ik veel wat.
Niet allemaal gelukkig.
Vaak zijn het juist de meest kwetsbare gevoelige mensen die terecht komen in de valkuil van een verslaving.
Maar goed. Begrip of niet, om 12:30 komt de woningbouw de woning inspecteren en wij moeten door met ons leven.
Naar onze zoons die alleen thuis zijn. Naar mijn moeder die me nodig heeft, gewoon: naar ons werk.
‘Nu moet je eens goed naar me luisteren Corine. IK ben de zus van Zus en ik ben degene die hier de regels bepaald!’
Ik leg het haar uit.
Boos.
Met een vingertje.
Net als zij zojuist deed.
-Getsie! Maar het helpt-.
Even later gaat ze in de schuur aan de gang. Daar is ze de rest van de middag wel zoet.
Uiteindelijk heeft ze ons samen met Eric flink geholpen.
Marian doet thuis de wassen van de kleding van zus.
Zwanet regelt de katten verder. Er lopen er nog maar vier rond waarvoor al een baasje gevonden is. Wat ben ik blij dat ik die zorg niet ook nog eens heb. Als Sandra en Ex voor de tweede keer met een volle bus naar de vuilstort rijden en ik weer verder ga in de keuken, komt er een wat oudere buurman binnen. Hij tikt op de geiser. ‘Die kom ik zo wel even inruilen. Hij is beter dan die van mij’.
Ik grijp direct in.
‘Weet u wat, ik vraag het zo direct eerst even aan de mensen van de woningbouw voor u’.
Ik hoor Rem hem een minuut later hetzelfde vertellen.
De buren aan de andere kant staan al sinds gister op hun stoep in wisselende samenstelling te roken.
Mijn hemel, als je zo toch zou moeten leven…

Als de meneer en mevrouw van de Woningbouwvereniging er zijn. schrikken ze zich rot van de oranje, paarse, gele, kobaltblauwe muren en rode kozijnen. Hier en daar opgeleukt met een paar zilveren sterren of een gedicht op de muur. We hadden de vloerbedekking nooit weg mogen halen. ‘De woningen moeten worden onderzocht op asbest’.
Ik laat de zwarte schimmel zien op de slaapkamer muur.
Vraag hoe dit allemaal kan.
De opzichter begrijpt het ook niet.
Uiteindelijk wordt van ons verwacht dat we de geiser en de kachel laten zitten. De laatste ook ivm asbest gevaar in de schoorsteen of zo, Rem weet het wel. Ook het zeil (!) in de badkamer en woonkamer moet blijven liggen. Het plastic zitbad (!) is al meegenomen door vrienden. Ik moet het gat afdichten met lompen of plastic zakken om de geur niet verder te verspreiden.
Verder moeten al de planken en kasten uit de keuken, de verrotte schutting die half over het erf van zus hangt moet er uit, en we moeten schoon opleveren.
Volgens mij hebben ze het best met ons te doen.
De evt. kosten zullen op neef worden verhaald en omdat hij minderjarig is op zijn voogd.
Wellicht is het een goed idee om een notaris te benaderen. Het is te laat om de erfenis nu nog te verwerpen.

Als de mensen weg gaan besluiten we in het stadje (Winschoten) een broodje te eten. Corine blijft alleen achter. Ex en Sandra zijn nog onderweg. Vandaag is het alleen voor ons mogelijk om gratis in de stad Groningen te storten omdat ex daar woont en Winschoten dicht is.

Als we terug komen is ineens de kachel pleite. Hij staat buiten in de tuin. Ik ben woest.
‘Als er hier wat uit huis wordt meegenomen wordt dat eerst overlegd met mij!’
‘Ah joh, die lui van de woningbouw zeggen zoveel, die moet je niet zo serieus nemen.
Rem is veel geduldiger als mij.
Sust.
Zoals altijd.
Maar ik weet dat hij ook boos is.

De rest van de dag maak ik een beetje schoon met Sandra. Eerst de keuken, dan boven de slaapkamers. Alle kozijnen zien pikzwart. De laatste die het gedaan heeft ben ik volgens mij zelf, zeven jaar geleden. Ik maak overal foto’s van.
In plaats van rouwen trek ik zwarte haren vanachter de waterleiding vandaan.
Ik zeg het Sandra.
We praten veel.
Over zus.
Over dit alles.
En natuurlijk over neef.
Toen ze haar broer gister vertelde dat ik had gezegd dat het zeven jaar geleden nog erger was, kon hij het nauwelijks geloven.
In die periode was hij zelf al heel hard aan het knokken om uit het diepe dal te komen waar hij vroeger samen met zus in heeft gezeten.
Ik ben er trots op dat hij het geflikt heeft.
Een goede baan heeft.
Een goede vader is voor neef.
Hij komt uit een heel fijn liefdevol gezin.
Dat helpt natuurlijk ook.
Volgens mij is neef zijn redding geweest.

Ik maak een mooi plekje met oude jassen van zus en een dekbedovertrek in de schuur op een brede plank voor de overgebleven katten. De brokjes er naast. De bakken verschoond.
De achterdeur doet Rem op slot met een hangslot.

Om vijf uur houden we het voor gezien. We willen allemaal naar huis.
Ex naar neef.
Ik naar Kyl.
Over een paar weken moeten we weer heen.
Schoonmaken.
Opleveren.
De volgende keer gaan we praten.
Na praten.

We gaan nog even bij Marian en Eric langs om afscheid te nemen. Dikke knuffel.
Lieve mensen zijn het.
Ook Corine bedanken we hartelijk voor haar hulp.

Thuis was ik mijn haar drie keer.

IMG_5778.JPG