Het vlindertje

Vrijdag 28 november 2014

Nadat ik thuis een beetje heb opgeruimd en schoongemaakt ga ik op pad. Eerst maar eens langs de Action voor een ordner, plastic hoesjes, mapjes, tabbladen en dergelijke om zus haar briefwerk en tekeningen netjes in te archiveren.
Een goede voorbereiding is natuurlijk het halve werk.
Daarna nog even snel de Deka in om wat nieuwe voorraden aan te leggen.
Doet me goed.
Even gewoon net doen alsof alles gewoon normaal is.
Was gister op het werk trouwens ook fijn. Iedereen was hartstikke lief en begripvol. Ik had alleen een concentratie van lik-me-vestje.

Als ik terug ben breng ik even snel een bloemetje langs bij buurman Tijmen. Even gedag zeggen.
Even laten weten dat ik aan hem denk. De tv staat weer knetterhard.
Gelukkig duurt het niet lang voor buurman hem zachter zet.
Ik vertel dat mijn zus is overleden.
‘Wat vreselijk!’ zegt buurvrouw Klaasje, en slaat daarbij beide handen voor haar mond.
Even maar.
Dan begint ze weer over zichzelf en Thijmen.
Aan mij wordt verder niets gevraagd.
Na tien minuten trek ik het niet meer.
Ik sta op en loop zonder blikken of blozen de achterdeur uit.
‘Nou ik ga weer hoor, sterkte, doei’.

Om half vijf pik ik mam op.
Het is af en toe net een klein koninginnetje. Koetsje komt voor gereden, jas wordt aangenomen, asbakje neergezet, ze mag op de beste -‘haar eigen’, zoals ze het noemt- plek zitten, sherry’tje wordt ingeschonken, gekozen menuutje wordt voor haar gekookt en opgeschept en als ze moe is wordt het hele tafereel gewoon weer van achter naar voren terug gespeeld.

Als mam tevreden achter haar borreltje zit begin ik over zus haar geboortehoroscoop -geduid rond 1990 geloof ik, ze was toen 26- die ik tegen kwam.
Ik lees passages aan mam voor.
De astroloog zit maar aan te dringen dat zus haar emoties meer moet uiten, niet zo perfectionistisch, rationeel en altijd maar de vredelievende bemiddelaar moet zijn.
Op een gegeven moment zegt zus zoiets als :’ Ja maar stel dat ik dat doe. Dat ik me emotioneel net zo laat gaan als mijn moeder, dan schrikt iedereen zich een hoedje’.

Ik kijk mam aan.
‘Dat was ook zo mam.
Jij was altijd juist zo enorm emotioneel’.
Gek werden we er af en toe van. Vooral als ze een borreltje te veel op had op zondagavond. Vond ze de verloofde van zus ineens weer Zo Lief. -Hij was ook heel lief, gewoon als een broer voor mij, maar trok dit soort uitbarstingen maar bar slecht.-
Meestal vluchtte ik dan naar boven.
Of was ik daar allang.
Mijn vader sliep dan ook meestal al. Later dan half elf ging hij nooit naar bed als hij de volgende dag moest werken.
Gek hoe je dit soort dingen kunt vergeten en hoe ze ineens weer boven komen.

‘Hoe kan dat nou mam, dat je je nu niet meer emotioneel kunt uiten?
Dat je nu juist het omgekeerde van zus bent geworden?’
En vice versa. De emotionele uitbarstingen (meestal met woede gepaard) van zus staan me nog helder voor de geest.
En wat was zus verdrietig toen mijn vader overleed.
Ze huilde zoveel meer dan ik.
‘Raar toch?!’

Ook lees ik de passages voor waarin de astroloog verteld dat zus een beetje helderziend is en groot talent heeft voor de psychologie en de astrologie heeft.
‘Maar dan moet je wel een gedegen opleiding kiezen. Kijk, hier heb ik bijvoorbeeld een folder van een goede opleiding’.
Zus vraagt dan even later of meditatie misschien iets voor haar is.
En zo gaat het een tijdje door.
Ook heeft zus het nog over kinderen en ‘eerst trouwen’ in ‘een mooie witte trouwjurk’.
Ze zit in beide werelden.

Als ik de map dicht doe geeft mam een zucht. ‘Die astroloog heeft haar helemaal de verkeerde kant op gestuurd’.
Ik ben er ook een klein beetje bang voor.
Maar Zus was toen ook al bezig met een cursus handlijnkunde.

We zwijgen even.
Laten het bezinken.

‘Mam, weet je, ik denk dat als je dood bent, en er echt wat na dit leven is, dan ben je vast weer dezelfde ‘persoon’ die je was voordat je ziek werd in je hoofd, denk jij ook niet?’
Ze denkt het ook.
‘Voor mijn gevoel vindt zus het alleen maar fijn dat ik nu orde voor haar schep. Als ze op dit moment weer zo zou zijn als vroeger was, zou ze het vreselijk vinden hoe ze alles heeft achter gelaten’.
Mam is het helemaal met me eens.
‘Ik weet wel zeker dat ze heel blij is met alles wat jullie nu voor haar doen’.
-Waarom zoek ik die bevestiging toch steeds?-

Zaterdag 29 november.
Ik word pas rond elf uur wakker. Rem ook.
Vandaag ben ik van plan om een aanvang te maken met de twee grote boxen vol brieven, kaarten en diploma’s van zus.
Als Rem me een Latte op bed brengt kijk ik op FB.
Er is een bericht van mijn nichtje geplaatst in de familie pagina.
Het gaat niet goed met tante A.
Ze heeft inmiddels een bed van de thuiszorg in de kamer.
Houdt veel vocht vast.
Is kortademig.
Arme lieve tante.
‘Als 1 van haar zussen of broers nog even kort langs willen komen moeten ze even bellen’, luidt het bericht.
Ik schrik.
Bel mam.
‘Ja, heel graag’.
Nicht zegt dat ik beter naar tante zelf even kan bellen.
Dus bel ik tante A.
Ze neemt zelf op.
Ik hou het zo kort mogelijk.
‘Vanmiddag vier uur?’ vraagt tante.
Dat is goed.
‘Ja ik weet het hoor, dat het niet zo heel lang kan, en ik blijf lekker in de auto.
Dag lieve tante A, heel veel liefs en sterkte. Ik denk aan u’.
‘Dag lieverd’, antwoord ze.

Van archiveren komt niets meer.
Ik maak soep.
Maak schoon
Schrijf een zakelijke brief op verzoek van Rem.
Hij gaat gelukkig mee.
Als mam in de auto zit vraag ik of ze een kaart van ons wil geven.
Ik lees hem voor.
Lief, vind mam.
En dat vond mijn tante ook verteld mam een dik kwartier later als ze weer achter in de auto zit.

Op de terug weg vertelt ze er een beetje over.
Zo mooi.
Zo lief.
Ik zit met tranen in mijn ogen.
Wat is dit hard.
Ik heb het zo te doen met mijn moeder, met mijn tante.
Maar ook weer mooi.
Dat het kan bedoel ik.
-Ik wilde maar dat ik van mijn zus afscheid had kunnen nemen.-

Uiteraard eet mam weer bij ons vandaag.
Nu niet alleen naar huis.
Eerst maar weer een borrel. (Het lijkt vast of ik me continue klem zuip, maar ik drink meestal hooguit twee rode wijntjes of portjes!)

Rem krijgt een sms binnen van Lies, zijn moeder. ‘Check even je mail!’ Rem belt haar meteen. Er zou toch niets met Geert aan de hand zijn? -Geert is sinds Rem een jaar of 13, 14 is de vriend van zijn moeder. Rem zijn vader is overleden aan leverkanker toen hij negen of tien was.-

Gelukkig is er niets aan de hand. Een uitnodiging voor haar verjaardag volgende week. We hebben d’r zin an. Een feestje!

Natuurlijk praten we nog lang over mijn tante, mam haar jongere zusje. Ze is ook nog maar zo jong. 68 pas.
Of was het nou 67?
Stomme rotkanker ook.

Na de soep wil mam nog wat kwijt.
‘Zo raar Narda’.
Ik zit direct op het puntje van mijn stoel.
Op dat moment komen Kyl en Roel binnen.
Roel is jarig.
Hij is achttien geworden.
Vanavond geeft hij een feestje voor familie en vrienden.
‘Man of 70’.
Kyl helpt met de voorbereidingen en blijft daar slapen.
Hij kust zijn oma gedag.
‘Gaat het een beetje?’
Mam glimlacht.
‘Wel hoor’.
Dag jongens.
Veel plezier!

‘Nou vertel mam!’
Ze gaat weer verder.
‘Was zo raar. Vlak voor jij belde vanmorgen zag ik een vlindertje op de muur. Een zwarte, met blauwe golfjes’.
Rem schuift ook nog even aan.
‘Wat vreemd’.
‘Ja. Het was een heel klein vlindertje. Geen mot hoor’.
Even later was het vlindertje weg geweest. ‘Net alsof het me wilde zeggen:”Je krijgt slecht nieuws, maar ik ben bij je!”.
‘Mooi mam’.
Zus was gek op vlinders.
Tekende vlinders.
Spaarde ze.
Hield van ze.
Zelfs Rem vind het gek.
‘Nu nog? Het is veel te koud voor vlinders.’
Bovendien houdt zijn schoonmama altijd het hele zakie potdicht!

Als ik mam thuis breng doe ik zoals gewoonlijk de voordeur open en de lichten voor haar aan.
Ik kijk naar de foto van zus.
Dan zie ik het zitten.
Het vlindertje.
‘Kijk mam, daar zit hij weer!’
Het is geen zwarte, maar een beetje gelig.

Of was het nou lichtblauw. Met zwarte randjes om zijn vleugels. En een beetje donkere kleine golfjes. Of niet?
Gek, ik probeerde in mijn hoofd te prenten hoe hij er uit zag.
Ik dacht dat ik het wel zou kunnen onthouden.
Ik weet misschien niet meer precies hoe hij eruit zag,
maar het was een vlindertje, en geen mot.

Een mooie kleine vlinder.
O Jee Ja!

—————————————-

Eerst dacht ik dat zus dit geschreven had.
Maar het is ooit door mij voor haar geschreven.
Kan me niet meer herinneren waar ik het geschreven heb, of wanneer.
Je ziet nog net rechtsonder de ‘5’ van mei mijn geboortemaand en ’67, mijn geboortejaar.

Ze had het bewaard.

IMG_5809.JPG