Het vlindertje

Vrijdag 28 november 2014

Nadat ik thuis een beetje heb opgeruimd en schoongemaakt ga ik op pad. Eerst maar eens langs de Action voor een ordner, plastic hoesjes, mapjes, tabbladen en dergelijke om zus haar briefwerk en tekeningen netjes in te archiveren.
Een goede voorbereiding is natuurlijk het halve werk.
Daarna nog even snel de Deka in om wat nieuwe voorraden aan te leggen.
Doet me goed.
Even gewoon net doen alsof alles gewoon normaal is.
Was gister op het werk trouwens ook fijn. Iedereen was hartstikke lief en begripvol. Ik had alleen een concentratie van lik-me-vestje.

Als ik terug ben breng ik even snel een bloemetje langs bij buurman Tijmen. Even gedag zeggen.
Even laten weten dat ik aan hem denk. De tv staat weer knetterhard.
Gelukkig duurt het niet lang voor buurman hem zachter zet.
Ik vertel dat mijn zus is overleden.
‘Wat vreselijk!’ zegt buurvrouw Klaasje, en slaat daarbij beide handen voor haar mond.
Even maar.
Dan begint ze weer over zichzelf en Thijmen.
Aan mij wordt verder niets gevraagd.
Na tien minuten trek ik het niet meer.
Ik sta op en loop zonder blikken of blozen de achterdeur uit.
‘Nou ik ga weer hoor, sterkte, doei’.

Om half vijf pik ik mam op.
Het is af en toe net een klein koninginnetje. Koetsje komt voor gereden, jas wordt aangenomen, asbakje neergezet, ze mag op de beste -‘haar eigen’, zoals ze het noemt- plek zitten, sherry’tje wordt ingeschonken, gekozen menuutje wordt voor haar gekookt en opgeschept en als ze moe is wordt het hele tafereel gewoon weer van achter naar voren terug gespeeld.

Als mam tevreden achter haar borreltje zit begin ik over zus haar geboortehoroscoop -geduid rond 1990 geloof ik, ze was toen 26- die ik tegen kwam.
Ik lees passages aan mam voor.
De astroloog zit maar aan te dringen dat zus haar emoties meer moet uiten, niet zo perfectionistisch, rationeel en altijd maar de vredelievende bemiddelaar moet zijn.
Op een gegeven moment zegt zus zoiets als :’ Ja maar stel dat ik dat doe. Dat ik me emotioneel net zo laat gaan als mijn moeder, dan schrikt iedereen zich een hoedje’.

Ik kijk mam aan.
‘Dat was ook zo mam.
Jij was altijd juist zo enorm emotioneel’.
Gek werden we er af en toe van. Vooral als ze een borreltje te veel op had op zondagavond. Vond ze de verloofde van zus ineens weer Zo Lief. -Hij was ook heel lief, gewoon als een broer voor mij, maar trok dit soort uitbarstingen maar bar slecht.-
Meestal vluchtte ik dan naar boven.
Of was ik daar allang.
Mijn vader sliep dan ook meestal al. Later dan half elf ging hij nooit naar bed als hij de volgende dag moest werken.
Gek hoe je dit soort dingen kunt vergeten en hoe ze ineens weer boven komen.

‘Hoe kan dat nou mam, dat je je nu niet meer emotioneel kunt uiten?
Dat je nu juist het omgekeerde van zus bent geworden?’
En vice versa. De emotionele uitbarstingen (meestal met woede gepaard) van zus staan me nog helder voor de geest.
En wat was zus verdrietig toen mijn vader overleed.
Ze huilde zoveel meer dan ik.
‘Raar toch?!’

Ook lees ik de passages voor waarin de astroloog verteld dat zus een beetje helderziend is en groot talent heeft voor de psychologie en de astrologie heeft.
‘Maar dan moet je wel een gedegen opleiding kiezen. Kijk, hier heb ik bijvoorbeeld een folder van een goede opleiding’.
Zus vraagt dan even later of meditatie misschien iets voor haar is.
En zo gaat het een tijdje door.
Ook heeft zus het nog over kinderen en ‘eerst trouwen’ in ‘een mooie witte trouwjurk’.
Ze zit in beide werelden.

Als ik de map dicht doe geeft mam een zucht. ‘Die astroloog heeft haar helemaal de verkeerde kant op gestuurd’.
Ik ben er ook een klein beetje bang voor.
Maar Zus was toen ook al bezig met een cursus handlijnkunde.

We zwijgen even.
Laten het bezinken.

‘Mam, weet je, ik denk dat als je dood bent, en er echt wat na dit leven is, dan ben je vast weer dezelfde ‘persoon’ die je was voordat je ziek werd in je hoofd, denk jij ook niet?’
Ze denkt het ook.
‘Voor mijn gevoel vindt zus het alleen maar fijn dat ik nu orde voor haar schep. Als ze op dit moment weer zo zou zijn als vroeger was, zou ze het vreselijk vinden hoe ze alles heeft achter gelaten’.
Mam is het helemaal met me eens.
‘Ik weet wel zeker dat ze heel blij is met alles wat jullie nu voor haar doen’.
-Waarom zoek ik die bevestiging toch steeds?-

Zaterdag 29 november.
Ik word pas rond elf uur wakker. Rem ook.
Vandaag ben ik van plan om een aanvang te maken met de twee grote boxen vol brieven, kaarten en diploma’s van zus.
Als Rem me een Latte op bed brengt kijk ik op FB.
Er is een bericht van mijn nichtje geplaatst in de familie pagina.
Het gaat niet goed met tante A.
Ze heeft inmiddels een bed van de thuiszorg in de kamer.
Houdt veel vocht vast.
Is kortademig.
Arme lieve tante.
‘Als 1 van haar zussen of broers nog even kort langs willen komen moeten ze even bellen’, luidt het bericht.
Ik schrik.
Bel mam.
‘Ja, heel graag’.
Nicht zegt dat ik beter naar tante zelf even kan bellen.
Dus bel ik tante A.
Ze neemt zelf op.
Ik hou het zo kort mogelijk.
‘Vanmiddag vier uur?’ vraagt tante.
Dat is goed.
‘Ja ik weet het hoor, dat het niet zo heel lang kan, en ik blijf lekker in de auto.
Dag lieve tante A, heel veel liefs en sterkte. Ik denk aan u’.
‘Dag lieverd’, antwoord ze.

Van archiveren komt niets meer.
Ik maak soep.
Maak schoon
Schrijf een zakelijke brief op verzoek van Rem.
Hij gaat gelukkig mee.
Als mam in de auto zit vraag ik of ze een kaart van ons wil geven.
Ik lees hem voor.
Lief, vind mam.
En dat vond mijn tante ook verteld mam een dik kwartier later als ze weer achter in de auto zit.

Op de terug weg vertelt ze er een beetje over.
Zo mooi.
Zo lief.
Ik zit met tranen in mijn ogen.
Wat is dit hard.
Ik heb het zo te doen met mijn moeder, met mijn tante.
Maar ook weer mooi.
Dat het kan bedoel ik.
-Ik wilde maar dat ik van mijn zus afscheid had kunnen nemen.-

Uiteraard eet mam weer bij ons vandaag.
Nu niet alleen naar huis.
Eerst maar weer een borrel. (Het lijkt vast of ik me continue klem zuip, maar ik drink meestal hooguit twee rode wijntjes of portjes!)

Rem krijgt een sms binnen van Lies, zijn moeder. ‘Check even je mail!’ Rem belt haar meteen. Er zou toch niets met Geert aan de hand zijn? -Geert is sinds Rem een jaar of 13, 14 is de vriend van zijn moeder. Rem zijn vader is overleden aan leverkanker toen hij negen of tien was.-

Gelukkig is er niets aan de hand. Een uitnodiging voor haar verjaardag volgende week. We hebben d’r zin an. Een feestje!

Natuurlijk praten we nog lang over mijn tante, mam haar jongere zusje. Ze is ook nog maar zo jong. 68 pas.
Of was het nou 67?
Stomme rotkanker ook.

Na de soep wil mam nog wat kwijt.
‘Zo raar Narda’.
Ik zit direct op het puntje van mijn stoel.
Op dat moment komen Kyl en Roel binnen.
Roel is jarig.
Hij is achttien geworden.
Vanavond geeft hij een feestje voor familie en vrienden.
‘Man of 70’.
Kyl helpt met de voorbereidingen en blijft daar slapen.
Hij kust zijn oma gedag.
‘Gaat het een beetje?’
Mam glimlacht.
‘Wel hoor’.
Dag jongens.
Veel plezier!

‘Nou vertel mam!’
Ze gaat weer verder.
‘Was zo raar. Vlak voor jij belde vanmorgen zag ik een vlindertje op de muur. Een zwarte, met blauwe golfjes’.
Rem schuift ook nog even aan.
‘Wat vreemd’.
‘Ja. Het was een heel klein vlindertje. Geen mot hoor’.
Even later was het vlindertje weg geweest. ‘Net alsof het me wilde zeggen:”Je krijgt slecht nieuws, maar ik ben bij je!”.
‘Mooi mam’.
Zus was gek op vlinders.
Tekende vlinders.
Spaarde ze.
Hield van ze.
Zelfs Rem vind het gek.
‘Nu nog? Het is veel te koud voor vlinders.’
Bovendien houdt zijn schoonmama altijd het hele zakie potdicht!

Als ik mam thuis breng doe ik zoals gewoonlijk de voordeur open en de lichten voor haar aan.
Ik kijk naar de foto van zus.
Dan zie ik het zitten.
Het vlindertje.
‘Kijk mam, daar zit hij weer!’
Het is geen zwarte, maar een beetje gelig.

Of was het nou lichtblauw. Met zwarte randjes om zijn vleugels. En een beetje donkere kleine golfjes. Of niet?
Gek, ik probeerde in mijn hoofd te prenten hoe hij er uit zag.
Ik dacht dat ik het wel zou kunnen onthouden.
Ik weet misschien niet meer precies hoe hij eruit zag,
maar het was een vlindertje, en geen mot.

Een mooie kleine vlinder.
O Jee Ja!

—————————————-

Eerst dacht ik dat zus dit geschreven had.
Maar het is ooit door mij voor haar geschreven.
Kan me niet meer herinneren waar ik het geschreven heb, of wanneer.
Je ziet nog net rechtsonder de ‘5’ van mei mijn geboortemaand en ’67, mijn geboortejaar.

Ze had het bewaard.

IMG_5809.JPG

Schipbreuk

IMG_5814.JPG

Zelf heb ik bijna geen foto’s van vroeger. Zus en ik deelden samen een baby album. Het eerste driekwart van het boek staat vol met de meest prachtige baby-, peuter- en kleuterfoto’s van zus, en als je het album omdraaide en vanachter af begon kwamen er een paar van mij; het lot van het tweede kind.

Als ik door zus haar eigen kinderalbum blader kom ik foto’s tegen waarvan ik niet (meer) wist dat ze bestonden.
Foto’s van vakanties.
Foto’s van thuis, op de flat.
Foto’s die mijn verhalen over mijn herinneringen aan de jaren’70 illustreren.

Aandachtig bekijk ik ze.
Ieder detail.
Onze vlechten.
Onze Rootsen.
Het kleed, de tafel, de groene glazen waarvan mam er nog steeds 1 heeft, de paar roze anjers in het vaasje.
Ze zijn niet erg scherp.

Aan het plafond zie ik zwarte schimmen hangen.
Het zijn de vliegtuigjes van mijn vader.
Er was een periode dat hij avond aan avond bezig was met bouwpakketten van modelvliegtuigjes uit WO2. Misschien daarna ook WO1, dat weet ik niet meer.
Hij haalde ze bij Bakkertje, de speelgoedwinkel op de Krommenieeerweg.
Als hij er weer eentje af had werd deze met een visdraadje aan het plafond gehangen.
‘Kijk meiden, (dat ‘meiden’ gold dan ook voor mam) ‘dit is nou een Spitfire’. Daarachter aan volgde dan enige achtergrondinformatie zoals bijvoorbeeld ‘Zo een zag ik neerstorten hier in het veld’.
Alleen mam luisterde, quasi geïnteresseerd als je het mij vraagt.

We keken eindeloos naar oorlogsfilms in die tijd. Ik denk dat ik toen een jaar of acht, hooguit negen was, ik snapte er in ieder geval maar weinig van.
Toen hij alle vliegtuigjes die bij Bakker voorradig waren had gemaakt, en ons plafond er inmiddels nogal dreigend uit begon te zien, stapte hij over op het grotere werk:
De Sancta Maria!

Waren de vliegtuigjes nog opgebouwd uit plastic onderdeeltjes, de Sancta Maria werd opgebouwd uit 1001 stukjes hout die stuk voor stuk aan elkaar moesten worden gelijmd.
Urenlang was hij er met eindeloze precisie en geduld mee bezig.
Dagen werden weken, en weken weer maanden.
Toen kon het schip eindelijk worden opgetuigd.
Wij zaten er bij en keken er naar.
Wat was mijn vader trots.
En wat was mijn moeder trots op mijn vader.

Als ik heel goed kijk zie ik hem ineens op de foto staan:
De Sancta Maria vond een ere-plekje boven op de kast.

En daar vond ik hem ook weer terug: Boven op de kast, maar nu bij zus. Gehavend en wel, onder het stof.

Mijn vader heeft hem aan neef gegeven toen hij klein was.
Hij was hem vast vergeten.

Ik niet.
Ik nooit.

IMG_5815.JPG

Inspecteur Vlijmscherp

Woensdag
Kyl hoeft pas laat naar school. Niet dat ik daar in de ochtend veel gezelligheid aan heb hoor, tegenwoordig is het een proteïne shake en hup, weg is meneer. ‘Wil jij de poort achter me dicht doen mam?’

Als hij weg is hang ik de meegebrachte kleding (meest jassen) van zus bij het kippenhok onder het afdak bij de schuur om te luchten. De wasmand met spulletjes die ik mee heb genomen voor Cora, en zus haar eerste verloofde waar ze elf jaar mee is samen geweest, leg ik op de veranda.
Eerst maar eens een klein beetje opruimen en schoonmaken.
Ook in de keuken.

Terwijl ik mijn eerste koffie drink lees ik het blog wat ik eerder die morgen geplaatst heb over:
‘Op zoek naar zus’.
Ik word onzeker.
Komt het wel zo over, zoals ik het bedoel?
Lijkt het nu niet net of ik uit louter nieuwsgierigheid in haar spullen zit te neuzen?
Zullen ze wel begrijpen dat ik
voor mezelf , maar vooral ook voor Neef aannemelijk wil maken dat ‘iets’ of ‘iemand’ schuld heeft aan de significante karakterverandering rond haar zesentwintigste?
Dat ik kan zeggen:
‘Lieverd, kijk, zie je wel?
Dit was je moeder Echt.
Een steun voor oma, een voorbeeld voor mij.
Een liefdevolle partner voor haar verloofde.
Een rots in de branding in de praktijk’.
Waarschijnlijk heeft ze een TIA gehad rond haar 26-ste.
Er zijn toen ook een paar weken geweest dat ze veel hoofdpijn geeft gehad.
Juist de karakterveranderingen die hierdoor kunnen plaats vinden, maken hersenletsel tot zo’n afschuwelijke ziekte.
Je ‘Zelf’ wordt aangetast.
Vanmorgen heb ik een mail gehad van een broer van mijn vader. Zijn vrouw (mijn tante dus) heeft zondagavond na het dansen een TIA gehad.
Het houdt maar niet op.
Laatst is er ook nog een broer van pap gedotterd. Heb ik het niet eens over gehad.
Genoeg over ziekten!!

Ik heb zus haar kleine rode dagboekje ook gevonden.
‘Afblijven!!!’ staat erop geschreven, met dikke zwarte stift.
Dat was voor mij bedoeld.
Nu, negenendertig jaar later, mag het vast.
Herinneringen die ik zelf was vergeten komen weer boven.
Ik ben weer even terug in de tijd.
Dicht bij haar.
De vakantie in de zomer in ’76 staat erin beschreven. De volgorde en de meeste plaatsnamen waar we met de caravan kortstondig bleven overnachten was ik vergeten. Zij heeft ze keurig opgeschreven.
Zus was net zo gek op Odoorn als ik.
Misschien neem ik er stukken tekst uit over voor hier, op mijn blog.
Alleen stukjes van haar basisschool tijd bedoel ik, het geeft zo’n mooi beeld van de jaren ’70.
En van haar.
‘Vandaag voor het eerst gevonduut’.
‘De Tina voor het eerst in de bus’.
‘Ik mag op paardrijden’.

Ook lees ik de uitgebreide geboorte horoscoop die ik vond.
Voorop staat de tekening.
Wat veel driehoeken. Zo herinner ik mij zus haar horoscoop helemaal niet.
Zelf heeft ze het casettebandje keurig uitgetypt, haar eigen tekst met rood balpen.
Ook daar vind ik mijn zus terug.
Ik zal over deze horoscoop nog eens een apart blog gaan wijden, want dat interesseert maar bar weinig mensen denk ik.
Wat ik er nog wel over wil zeggen:
Als ik de transits van de planeten -op 14 november jl, haar sterfdag- op zoek op internet, zie ik heel andere aspecten op haar geboortehoroscoop dan de astroloog had getekend.
Vierkanten!
Waar de astroloog dus gedacht heeft dat het allemaal wel van een leien dakje zou gaan (driehoeken), bleek ze hier juist veel ‘tegenwerking’ te ondervinden.
Ga er nog wel eens nader op in.
Zus was de astroloog.
Ik weet er slechts een klein beetje van.

Rem is lekker vroeg.
Kwart over vijf al.
Ik maak boerenkool.
Makkelijk, voedzaam en lekker.
We kijken wat achterstallig beeld, eten wat toostjes, drinken een Portje en gaan om elf uur naar bed.

Vandaag ga ik maar weer eens werken.

Op zoek

Dinsdag
Rem is gelukkig ook nog een dagje vrij.
Even bijkomen.
Tijdens de koffie aan tafel legen we de rugzak die Zus, die nog bij Marjan en Eric stond.
Het was niet de rugzak die ze bij zich had toen het gebeurde, maar een andere. Ik schiet in de lach als er een geel plastic bordje van de Wibra uitkomt wat je op je autoruit kunt plakken: ‘Blont, het spijt me!’
Ook zit er zo’n lange roze veer in die ze volgens mij aan iedereen cadeau gaf.
En nog wat dingetjes.
Haar wespenprikpen.
Een portemonneetje ( die verzamelde ze ook volgens mij). Pleisters.
Zelfs de Nicotinepleisters die ze ooit van mij gekregen heeft.
In haar portemonnee zitten pasjes en kaartjes.
Zo ook van ene Sjanneke, adviseur.
Daar had zus het wel eens over gehad herinner ik me.
Omdat zus afasie had (sinds haar grote herseninfarct 7,5 jaar geleden) dacht ik dat ze de naam van de vrouw gewoon niet goed uit sprak, en dat de vrouw gewoon Janneke heette. Tijdens zus haar lange revalidatie periode in Heliomare moest ze van de logopediste uit Jip en Janneke voorlezen.
Als we dan ’s avonds samen achter een ‘tuttertje’ zaten in het strandtentje en de afgelopen dag bespraken, vertelde ze vaak dat ze weer ui ‘Jip en Janke’ had voor moeten lezen.
Het woord Janneke was gewoon te moeilijk voor haar, hoe hard ze het ook probeerde het bleef ‘Janken’.
Zelf kon ze daar erg hard om lachen, en ik dus ook.

Ik besluit spontaan Sjanneke eens te bellen. Corine had me verteld dat ze zus bij de manege vaak de stallen lieten uitmesten. Voor 50 euro van het PGB mocht ze daar dan een dag aanwezig zijn.
Ik vond dat vreemd. Te moeten betalen en dan de stallen uit mesten. Corine vertelde dat de betalingen van 50 euro per week ook nog lang zijn doorgegaan nadat zus haar scheenbeen vorig jaar op Hemelvaartsdag had gebroken.
Ze ging destijds bij mij vandaan weer terug naar 220 (het is trouwens 230) verderop en stapte mis toen ze de trein in wilde. Haar hele been verdween tussen het perron en de trein. -Gebeurt geen mens, alleen mijn familie natuurlijk-. Ze had geen spier vertrokken.
Ik had haar samen met een betrokken passagier en de rosé -die ze vlak voor we van huis weg gingen zinder blikken of blozen nog even snel in kleine lege colafles had over getapt- achter gelaten in een eerste klas coupe.
‘Weet je het zeker? Echt niet even langs de Heel?’
Je moest het haar nageven, het was een bikkeltje wat pijn betreft.

Maar goed.
Ik dwaal af.
Ik had het over de stallen.
Ik had het over Sjanneke die daar misschien wat meer van zou weten en dat ik haar besloot te bellen, al was het maar omdat ik zeker wilde zijn dat ze van zus haar overlijden op de hoogte was.
-De inleiding is inmiddels bijna langer dan het hele gesprek.-

Sjanneke had het al gehoord.
Van een buurman. Ze geeft me de naam van de manege.
‘Vreemd, volgens mij had je zus het wel naar haar zin’.
Dat dacht ik zelf ook.
Maar een belletje er aan wagen kan geen kwaad natuurlijk, zeker als Corine gelijk heeft. Mocht het inderdaad zo zijn dat ze inderdaad misbruik maakten van het pgb, dan hoop ik dat ze er even een paar dagen slecht van slapen.

Verder vertelt Sjanneke mij dingen waaruit blijkt dat ze mijn zus redelijk kende. ‘Het initiatief moest van haar kant uitkomen. Als ik me opdrong haakte ze af’.
Zus ten voeten uit.
Ze wilde zelf de regie houden.
Ze heeft me ooit verteld dat ze iemand van het maatschappijlijk werk de voordeur had gewezen. Dat was nadat ze terug was uit Heliomare.
Kom nou! Ze liet zich niet als een klein kind behandelen.
Nadat ik toch al met al zo’n dik kwartier met Sjanneke heb gepraat zegt ze me haar laatste correspondentie over zus door te sturen. Zus was van plan weer wat creatiefs te gaan doen. De manege werd even op de lange baan geschoven door zus. Ze wilde hiermee wachten tot na de operatie. Bovendien had ze het druk met haar familie. (Ik denk dat zus onze vakantie naar Spanje bedoelde;-)
Vanuit het particifatiefonds (don’t ask, geen idee) had ze 110 euro contant gekregen voor de sportschool en mocht ze daarnaast een workshop gaan volgen.
Ik zal Marian eens vragen hoe dat zit met de sportschool, ik heb haar daar nooit over gehoord.
Wel fijn te weten dat deze mensen hun uiterste best deden voor Zus.
Zoals zovelen.

Nadat ik lege boxen heb gekocht begin ik met het sorteren van de vuilniszakken.
Tussendoor was ik de meegenomen spulletjes af. Sommigen zijn zo ontzettend vies, met name de deksels van de schalen van Boerenbont, die zo te zien sinds dat ze er in ’96 kwam te wonen niet meer zijn aangeraakt.
Agenda’s, brieven, dagboekjes, Kerstkaartjes.
Flyers van festivals.
Flyers van haar verjaardag jl 31 oktober. Samen met ene Frans gaf ze een Halloween party in een Boothuis.
Met dj’s.
Het was een groot succes geworden.

Alles heeft ze denk ik de afgelopen 25 jaar bewaard.
Ook de kaartjes en brieven van mijn ouders.
Altijd met geld. ‘Hierbij sturen we je…gulden / euro….voor….’dit of dat’.
Zo lief.
Maar ook zo ontzettend schrijnend;

In haar keukenla had ik vorige week zaterdag een sigarenblikje helemaal vol met wiet en stuff gevonden.
(Ik heb het aan een vriend van haar gegeven).
Er stond een gloednieuwe keukenweegschaal, nauwkeurig tot op de gram.
Ongebruikte wietzakjes.
Waarom?
Waarvoor?
Of mag ik dit soort dingen niet vermelden op mijn blog?
-Nog niet?-
Is dat niet gepast?

Rem heeft intussen mam opgehaald en maakt wat klaar in de keuken.
Ons workaholicje Kyl eet ‘wel wat’ in het restaurant. Eendenborst, Ree-rug of tournedos of zo…

Ik vraag mam waarom ze nou toch bleven sturen.
‘Je wist toch dat ze er andere dingen van kocht?’ Dat had ik immers al bewezen aan mijn ouders na haar eerste infarct.
Mijn vader wilde het niet weten.
Zijn dochter deed zoiets niet!
Ik ben een beetje boos.
Mam trilt er van.
‘Wat moesten we dan?’
Rem grijpt in.
‘En nu ophouden Nar’.
Als we klaar zijn met eren laat ik mam de spulletjes zien die ik heb meegenomen. Sommigen komen nog uit ons ouderlijk huis.
De rode koffiepot.
Het schilderijtje van het meisje op onze kamer.
Eendenbeeldjes.
De blauwe paardjes van haar letterbak.
Het kartonnen kruisje dat zus beplakt heeft met afgebrande lucifertjes toen ze zes was.
Mam vind een tas wel mooi.
Een geborduurd zijden zakdoekje.
Een engeltje van hout.
Een gehaakte omslagdoek.
Verder wil ze niet veel.

Rond acht uur breng ik haar weg.
Binnen bij haar begin ik te huilen.
Zeg ik dat het me zo spijt.
Ze begrijpt het wel.
Sust me.
Ik haar.
Het is allemaal ook zo moeilijk soms.

Thuis ga ik nog even verder.
Ik kom prachtige spreuken tegen.
Oude tekeningen.
Diploma’s.
Sommige brieven lees ik.
De agenda’s bekijk ik vluchtig.
-Hier heb ik maanden voor nodig-
Ik pak het op.
Voel er aan.
Kijk er wat in.
Ik ruik er aan.

Ik ben op zoek.
Op zoek naar Zus.

Een goede buur…

Maandag 24 november 2014

Toen ik het blogje van gister zojuist terug las zag ik dat ik heel veel schrijffouten heb gemaakt.
Ik laat ze staan.

Rond half tien zijn we bij zus haar huis. Ik begin in de keuken. Corine, de vriendin van zus is gister daar al de hele dag bezig geweest om uit te zoeken wat ze wilde houden.
Ja. Zoveel staat er.
Je kunt er zo een paar dagen doorbrengen met dingen en frutsels door je handen laten gaan en er een verhaal bij vertellen of bedenken. Op iedere mm. staat wel wat. En dan daarop weer omhoog gestapeld.
Voor me staan twee vuilniszakken. 1 voor het grof-vuil, 1 voor de kringloop. Voor neef staan in de hoek nog de dozen met spullen klaar waarvan Sandra (de zus van ex en dus ook de tante van neef) en ik besloten hebben dat ze opgeslagen moeten worden voor later.
Kunstgeschiedenisboeken.
LEGO.
Knuffels.
Dat soort dingen.
Ik zet er zijn Nijntje beker en bordje bij.
Wat ik zelf toch nog graag wil houden prop ik in mijn zak of leg ik op de schoorsteen mantel.
Rem zoekt zijn slijptol.
Hij had hem in onze kattenbench gelegd bij zijn andere gereedschap wat we van huis hadden meegenomen. Gelukkig heeft de beste vriend van zus Eric hem veilig opgeborgen onder in de gereedschapskist van zijn eigen schuur. Als het ding terecht is begint Rem aan het door slijpen van de doorgerotte goud geverfde schommelbank waarvan ik weet dat iemand hem graag wilde hebben. ‘Rem stop!!’
Het is al te laat.
Hij wist het niet. ‘Ze hebben nu ruim de tijd gekregen’. Hij heeft gelijk.

Als Corine even later komt is ze boos. Ze was nog niet klaar in de keuken, er is nog veel meer wat ze nog niet heeft bekeken. ‘Moeten jullie eens opletten wat er dan gebeurt!’ Ik voel me een beetje bedreigd maar laat haar nog maar even.
Een half uurtje later staat ze weer dingen uit de bus te halen die ze klaar had gezet om mee naar huis te nemen.
Het is en gaat ook best rap natuurlijk voor haar begrip.
Veel vrienden van zus zijn verslaafd.
Aan drugs, aan drank, aan weet ik veel wat.
Niet allemaal gelukkig.
Vaak zijn het juist de meest kwetsbare gevoelige mensen die terecht komen in de valkuil van een verslaving.
Maar goed. Begrip of niet, om 12:30 komt de woningbouw de woning inspecteren en wij moeten door met ons leven.
Naar onze zoons die alleen thuis zijn. Naar mijn moeder die me nodig heeft, gewoon: naar ons werk.
‘Nu moet je eens goed naar me luisteren Corine. IK ben de zus van Zus en ik ben degene die hier de regels bepaald!’
Ik leg het haar uit.
Boos.
Met een vingertje.
Net als zij zojuist deed.
-Getsie! Maar het helpt-.
Even later gaat ze in de schuur aan de gang. Daar is ze de rest van de middag wel zoet.
Uiteindelijk heeft ze ons samen met Eric flink geholpen.
Marian doet thuis de wassen van de kleding van zus.
Zwanet regelt de katten verder. Er lopen er nog maar vier rond waarvoor al een baasje gevonden is. Wat ben ik blij dat ik die zorg niet ook nog eens heb. Als Sandra en Ex voor de tweede keer met een volle bus naar de vuilstort rijden en ik weer verder ga in de keuken, komt er een wat oudere buurman binnen. Hij tikt op de geiser. ‘Die kom ik zo wel even inruilen. Hij is beter dan die van mij’.
Ik grijp direct in.
‘Weet u wat, ik vraag het zo direct eerst even aan de mensen van de woningbouw voor u’.
Ik hoor Rem hem een minuut later hetzelfde vertellen.
De buren aan de andere kant staan al sinds gister op hun stoep in wisselende samenstelling te roken.
Mijn hemel, als je zo toch zou moeten leven…

Als de meneer en mevrouw van de Woningbouwvereniging er zijn. schrikken ze zich rot van de oranje, paarse, gele, kobaltblauwe muren en rode kozijnen. Hier en daar opgeleukt met een paar zilveren sterren of een gedicht op de muur. We hadden de vloerbedekking nooit weg mogen halen. ‘De woningen moeten worden onderzocht op asbest’.
Ik laat de zwarte schimmel zien op de slaapkamer muur.
Vraag hoe dit allemaal kan.
De opzichter begrijpt het ook niet.
Uiteindelijk wordt van ons verwacht dat we de geiser en de kachel laten zitten. De laatste ook ivm asbest gevaar in de schoorsteen of zo, Rem weet het wel. Ook het zeil (!) in de badkamer en woonkamer moet blijven liggen. Het plastic zitbad (!) is al meegenomen door vrienden. Ik moet het gat afdichten met lompen of plastic zakken om de geur niet verder te verspreiden.
Verder moeten al de planken en kasten uit de keuken, de verrotte schutting die half over het erf van zus hangt moet er uit, en we moeten schoon opleveren.
Volgens mij hebben ze het best met ons te doen.
De evt. kosten zullen op neef worden verhaald en omdat hij minderjarig is op zijn voogd.
Wellicht is het een goed idee om een notaris te benaderen. Het is te laat om de erfenis nu nog te verwerpen.

Als de mensen weg gaan besluiten we in het stadje (Winschoten) een broodje te eten. Corine blijft alleen achter. Ex en Sandra zijn nog onderweg. Vandaag is het alleen voor ons mogelijk om gratis in de stad Groningen te storten omdat ex daar woont en Winschoten dicht is.

Als we terug komen is ineens de kachel pleite. Hij staat buiten in de tuin. Ik ben woest.
‘Als er hier wat uit huis wordt meegenomen wordt dat eerst overlegd met mij!’
‘Ah joh, die lui van de woningbouw zeggen zoveel, die moet je niet zo serieus nemen.
Rem is veel geduldiger als mij.
Sust.
Zoals altijd.
Maar ik weet dat hij ook boos is.

De rest van de dag maak ik een beetje schoon met Sandra. Eerst de keuken, dan boven de slaapkamers. Alle kozijnen zien pikzwart. De laatste die het gedaan heeft ben ik volgens mij zelf, zeven jaar geleden. Ik maak overal foto’s van.
In plaats van rouwen trek ik zwarte haren vanachter de waterleiding vandaan.
Ik zeg het Sandra.
We praten veel.
Over zus.
Over dit alles.
En natuurlijk over neef.
Toen ze haar broer gister vertelde dat ik had gezegd dat het zeven jaar geleden nog erger was, kon hij het nauwelijks geloven.
In die periode was hij zelf al heel hard aan het knokken om uit het diepe dal te komen waar hij vroeger samen met zus in heeft gezeten.
Ik ben er trots op dat hij het geflikt heeft.
Een goede baan heeft.
Een goede vader is voor neef.
Hij komt uit een heel fijn liefdevol gezin.
Dat helpt natuurlijk ook.
Volgens mij is neef zijn redding geweest.

Ik maak een mooi plekje met oude jassen van zus en een dekbedovertrek in de schuur op een brede plank voor de overgebleven katten. De brokjes er naast. De bakken verschoond.
De achterdeur doet Rem op slot met een hangslot.

Om vijf uur houden we het voor gezien. We willen allemaal naar huis.
Ex naar neef.
Ik naar Kyl.
Over een paar weken moeten we weer heen.
Schoonmaken.
Opleveren.
De volgende keer gaan we praten.
Na praten.

We gaan nog even bij Marian en Eric langs om afscheid te nemen. Dikke knuffel.
Lieve mensen zijn het.
Ook Corine bedanken we hartelijk voor haar hulp.

Thuis was ik mijn haar drie keer.

IMG_5778.JPG

De laatste dagen

Vrijdag
Nadat we alles naar onze zin om en op de kist hebben gezet kan de ceremonie beginnen. Hazel ‘o Connor speelt als de mensen de zaal binnen komen. Het ziet er indrukwekkend uit. Een prachtige bloemenhart van neef ligt op de kist, samen met een mooie foto van zus. Ervoor ligt het bloemstuk van mam, Rem, Kyl en mij. Eromheen op standaards staan prachtiger stukken van de familie van mijn moeder, van de familie van mijn vader, de familie van neef, de buren van zus en nog zoveel meer. Naast de kist staat zus haar Mariabeeld. Het is minstens 1 meter hoog en weegt loodzwaar. Ook staat haar laatste schilderij, een zelfportret op een ezel naast haar.
Het is overweldigend mooi.
Een vlinder op het tafeltje.
De kaart met de engeltjes die ik op haar schoorsteen vond.
‘Engelen visioen’ heet het, en oo de achterzijde had zus onlangs geschreven: ‘Tot weerziens pappa’.

Terwijl de saxofonist aan het einde van het nummer een solo speelt van een paar minuten, komt er een oude hippie naar voren en legt een bloem op haar kist. Alsof hij het startsein heeft gegeven volgen er meerdere mensen. De een legt een steentje neer, de ander zet pontificaal een soort kandelaar neer die hij afgelopen nacht zelf in elkaar heeft gezet. Er volgt een dromenvanger, steentjes, zakjes met talismannetjes, losse bloemen, ik vind het zeer indrukwekkend en ontroerend dat deze mensen, deze vrienden van zus met zovelen deze kant op zijn gekomen.
In de zaal zit een zeer gemêleerd gezelschap. Tantes, ooms, vrienden van vroeger, neven en nichten, vriendinnen van mij, familie van Rem, en een stuk of 25 hippies.
Zus zou het prachtig gevonden hebben.
Tante A. was er niet.
Ze is nu te ziek, daarom is ze afgelopen dinsdag even geweest bij memento Mori om afscheid te nemen van zus en mam te steunen.
Samen met haar man T, mam, rem en ik. Na afloop nog een kopje koffie. Ze gaat nu echt achteruit. Ik vind haar zo flink. Zo lief om mam hier te komen steunen.
‘Wat schrijf je toch mooi Narda. Ik vind het zo fijn dat he schrijft, dan kan ik het evengoed een beetje volgen’.
Zoiets zei ze.
Zo Lief.
Zo belangrijk voor me.
Heel belangrijk.
Dikke knuffels.
Zo ontroerend allemaal.
Ben zo blij dat ze even wilde komen.
Hoe sterk ben je dan!

Mijn neef en nicht, de kinderen van tante A. zijn er wel, ondanks dat ik had geschreven dat ze de laatste zouden zijn die ik zou verwachten.
Had ik al verteld dat Linda van de thuiszorg er donderdag was op de condoleance? Samen met haar dochter. Wat ontzettend lief!!!
Cora is er ook. En Marcel, de eerste verloofde van zus ook.
En Lins, mijn vriendin van de camping, Sandra, Daisy, Essie Erwt. Zo lief. Zo fijn.

De condoleance duurt weer erg lang en is zeer vermoeiend. Daar moet men (ik?) toch eens iets op bedenken.
Ik weet niet hoe ik moet staan van de lage rugpijn. Rem weet niet hoe hij nog handen moet schudden met zijn ontstoken geopereerde knokkel en over mam hoeven we het natuurlijk helemaal niet te hebben. De jongens staan af en toe te geiten, en dat mag best!
Sommige vrienden ruiken naar oude geit, maar lief zijn ze wel.
Iedereen vond het een zeer indrukwekkende zus-waardige ceremonie, van de oudste vaagste hippie tot de chicste oom en tante.
Als we buiten komen ruikt het naar wiet. Mam vind het wel gezellig. Ze is nog steeds in shock. Begint iedere keer weer over de as van zus.
‘Een beetje in Winschoten, een beetje in een hartje voor neef, dan in de duinen en op het strand en de rest in het Guisveld.
Keer op keer beloof ik mam dat het goed komt. Nu begint ze er weer over tegen Marjan, de vriendin van zus.

De hippies, -zo verneem ik later- hebben nog een soort afsluiting gehad op de afsluitdijk. Ik hoop dat ze daar hebben genoten van alle wiet en stuf die ik in het sigarenkistje vond en aan Eric heb gegeven, de beste vriend van zus.

Na afloop eten we met familie van neef en mam een broodje bij ons thuis. We zijn allemaal moe. Neef wil nog een nachtje bij ons blijven. Mam blijft wat langer. Weer begint ze over de as. Esther heeft haar ook al uitgelegd dat er nog tijd genoeg is om er over te beginnen.
Ze is een beetje in de war, logisch natuurlijk.
Het zit haar enorm hoog.

De jongens gaan ’s avonds een uurtje de deur uit op Kyls scooter. Even wat anders. Mijn hoofd zit nog te vol voor iets anders. We kijken de rest van Robinson af waar we naar keken op het moment van ‘het telefoontje’ maar ik zie niets. Kan het niet volgen.

Zaterdag
De volgende morgen vertrekken we om negen uur weer naar 220 km verderop. Als we ingecheckt hebben in het hotel gaan we naar zus haar huis. Ex komt ook. Samen met neef kijken we nogmaals of er iets is wat hij wil bewaren. Hij heeft al een mooi vitrine kastje van zijn moeder en daar wat spulletjes ingezet. Zelf kies ik ook nog wat. Een schilderij, dingen van vroeger. Boerenbont. Christal d’arqes glazen en vooral papieren. Poëziealbum. Dagboek. Brieven, agenda’s. Daar ligt mijn prioriteit.
Rond drie uur komen de vrienden van zus. Wij geven ze tot morgenochtend de tijd uit te zoeken wat ze willen hebben, met uitzondering van de boeken en schilderijen, -die moeten in de familie blijven voor neef- dan laten we ze alleen.
Later bellen we mam even.
Als ze weer over de as begint kunnen Rem en ik me niet meer goed houden en schieten onbedaarlijk in de lach.
Ze kan het hebben.
‘Mam ik beloof het je: het komt goed. Ik zal het op mijn blog schrijven dan kan ik het ook niet vergeten!’

Rem en ik eten een broodje in een brasserie in Winschoten.
Een wijntje.
Een pilsje.
Daarna gaan we douchen. Wat rusten. We eten vrij laat in het hotel en kijken daarna op bed naar ‘ik vertrek’.
Ik weet niet hoe ik liggen moet van de pijn in mijn onderrug. Gelukkig heb ik diclofenac bij me en de Normison zodat ik toch nog redelijk slaap.

Zondag.
Om half toen zijn we bij het huis. De voordeur staat open en Eric en Corina zitten op de bank. Ze hebben niet geslapen. Ex en zijn zus Sandra komen een uurtje later met de bus van hun broer. We laten Corina nog even haar gang gaan en beginnen boven.

Het is zoveel.
In de kamer van neef vinden we op zijn commode nog babymutsjes, Lego, ontelbaar veel knuffels, draakjes, dino’s. Zoveel. Samen met Sandra ga ik er door heen. Ze vind het moeilijk. Had dit niet verwacht. Ik wel. Zeven jaar geleden deed ik dit ook. Alleen.
Stond ik de rompertjes en baby en peuterkleding van neef in vuilniszakken te proppen die toen nog op, onder en in zijn commode lagen.
Zo te zien was dat ook tevens de laatste keer was dat daar eens flink de bezem door was gehaald.
Ze kon het niet. Organiseren.
En niemand mocht haar helpen.
Niemand mocht ook maar iets verplaatsen.

Rem en ex buigen zich over haar slaapkamer. Veel achterstallig onderhoud. De schimmel zit op de muren en op het tapijt onder haar bed. De kozijnen zijn verrot.
Ook hier talloze boeken. In totaal had zus wel zo’n 500 boeken schat ik. Ook in de kelder vind ik boeken.
Maar ook haar eenden collectie.
Nog meer brieven.

Ex vind nog een agenda.
Ik zijn oude dagboek.
Zijn spaarbankboekjes.
Het is zo veel.
En zo vies.

Om half vier is de -best grote-bus helemaal vol.
De kringloop man is ook al 1 keer geweest om een lading op te haken.
Morgen (maandag) gaat ex eerst naar de vuilstort in Groningen.
Voor hij weer naar het huis van zus komt.
We slaan de lieve uitnodiging van Sandra af om bij haar in Groningen te komen eren af.
We voelen ons vies.
Moe.
Leeg.

We drinken een wijntje in het hotel.
Bellen mam nog even die onmiddellijk weer over de as begint.
Tante Leni is vanmiddag geweest. En Kyl. Gister was Lidy bij haar.
Dan douchen we ons en gaan wat eten in het stadje.
Het us leeg in het grand café.

De muziek ontroert me.
‘Als de dag van toen hou ik van jou’.
‘Oh baby it’s a wild world’
Even later weer George Michael.
‘I’m so scared’ en ‘Frozen’ van Madonna.

Als we In het hotel nog een wijntje toe nemen sla ik twee Candy crush uitnodigingen af.
Om elf uur liggen we in bed.
Rond een uur ben ik wakker.
Neem nog een Normisonnetje, maar het werkt niet.
Ik lig hier nog steeds.
De adrenaline giert door mijn lijf, en tegelijkertijd ben ik rustig.
Net zoals ik boos ben op zus, en verdrietig.
Scherp en mat.
Hopeloos verward en dan weer daadkrachtig.
Alles ben ik.
Alles voel ik.
Opgeluchting
Berouw
Liefde
Intens verdriet
Ik lach
Ik huil.

Ik leef.
Ik wel.

De speech voor zus.

Fen.

Waar moet ik beginnen?
Bij mijn vroegste herinnering aan jou?
Er zijn wel duizenden mooie zinnen waarmee ik zou kunnen beginnen.

Als ik aan jou denk dan denk ik allereerst aan de zee.
Je hield zo ontzettend veel van het strand. Als kind al. Duizend druipsteengrotten en radslagen maakten we er samen. Weet je nog dat we toen we wat ouder waren op een kille zomerse dag met Cora op stand Heemskerk in de hoge golven die houten vlonder vonden die daar dreef? Er was verder niemand op het stand. Alleen wij drie. Ik mocht bij Gods gratie met jullie mee.
Na afloop dronken we thee om weer een beetje warm te worden.
Dat was de Hazel ‘O Connor tijd, jouw favoriete bandje toen je puber was.
Het nummer dat we bij binnenkomst hoorden, speelde jij vroeger grijs.

Ja, het strand.
Daar hield je zo van.
Je was zo graag bij pap en mam op Bakkum.
Om een uur of vier pakte je dan je rugzak en je vlieger en zei: wacht maar niet op mij hoor met eten, ik haal wel een patatje.

Later gingen we samen nog een aantal keer op strand vakantie.
Zuid Frankrijk, Spanje, en toen Kylian en Aelon nog klein waren zijn we nog eens samen naar Lloret gegaan.

Na je herseninfarct zeven jaar geleden hebben we daarom alles op alles gezet je in Wijk aan Zee te laten revalideren.
Als je ergens beter zou kunnen worden was het daar.

Aelon, mijn ouders en ik bewaren daar hele mooie herinneringen aan.
Je mocht natuurlijk helemaal niets drinken, daar had ik zelfs voor moeten tekenen, maar wie was ik jou dat ‘tuttertje’ ’s avonds te verbieden, zoals je het Juttertje noemde wat ze daar schonken.

Ik weet zeker dat nog heel veel andere mensen mooie strandherinneringen aan je hebben.
Aelon natuurlijk ook.
En Kylian ook.
Wat konden ze om je lachen soms.
Je had humor. Onderbroekenlol.
Gekke moeder, gekke tante.
Wij hebben samen ook veel gelachen. Met de tranen over onze wangen, en pijn in onze buik.
Niemand kon mij zo aan het lachen maken als jij.

Als ik aan jou denk Fen, denk ik ook aan een beetje braaf.
Een stapper was je vroeger niet echt.
En drinken deed je ook met mate.
Ik zal nooit vergeten hoe boos je op me was toen ik met een vriend op de logeerkamer een joint hadden gerookt.
Woest was je.
Ja, je was best braaf.
Lief.
Een echte grote zus.
En een droom van een dochter.

Je werkte toen je zestien was op de zaterdagen bij C&A.
Later werkte je heel veel jaren
als zeer gewaardeerde hardwerkende dierenarts assistente die je was bij dierenarts Krijger en toen hij overleed bij van Erp.
Je verzamelde eendjes.
Beeldjes, schilderijtjes, alles.
Je was best burgerlijk vroeger.
Vond ik.

Toen ik met een cursus astrologie begon rond mijn twintigste vond je het allemaal maar onzin.
Ik maakte jouw geboortehoroscoop, dat vind je dan wel weer interessant.
Na een tijdje leerde je iemand kennen op de schilderskring van Krommenie die cursussen gaf in handlijnkunde. Je ging ook deze cursus volgen, en gaf later zelf ook les in Krommenie. Zodoende raakte je uiteindelijk ook geïnteresseerd in de Astrologie.

Op een dag gingen we samen naar opleidingscentrum de Roos vlak bij het Vondelpark. Het was prachtig weer. Daar was een open dag voor de drie jarige opleiding tot astroloog. We gingen samen heen.

Ik vond het maar zwevers en dacht dat jij dat ook zou vinden, maar dat had ik mis.
Toen we daar op het terras in de zon aan een vaag kopje thee zaten besloot je je op te geven.

Twee jaar lang ging je iedere vrijdag weer naar school, waar je Barbara leerde kennen.
En op een feest bij vrienden van Barbara in Midwolda leerde je Stef kennen, en jullie werden verliefd.

Op een zondag gingen we samen in onze oude Siërra die kant op.
Je was razend enthousiast.
Ik beduidend minder.

Ondanks dat je nieuwe vrienden aardig waren, vond ik het maar een ongeorganiseerd zootje.
We kregen er ruzie om in de auto. Tot we op de afsluitdijk op de radio hoorden dat er een vliegtuig was neergestort in de Bijlmer.
Een paar maanden later verliet je Marcel 1 en verhuisde je naar Midwolda.

Naast Marcel 1, Stef, en Marcel 2 de vader van Aelon waren er nog zo ontelbaar veel andere mannen waar jij verliefd op bent geweest. Je was altijd wel verliefd. Cora schreef me vanmorgen nog dat dat ook op de lagere school al zo was.
En ze waren allemaal de ware.
Ik zal nooit vergeten dat je het had uitgemaakt met Heiko uit Duitsland, een speler bij Schalke 04. Hele nachten speelde hij in zijn oranje kever het nummer ‘You are my special angel onder je slaapkamerraam.
Op heel veel mannen heb je een onuitwisbare indruk gemaakt.
Je was INTENS.

Als ik aan jou denk Fen denk ik ook aan je liefde voor beesten. Je zat op paardrijden met Cora en Tineke. Maar ook hield je veel van katten.
Marjan, Zwanet, ik en heel veel anderen doen onze uiterste best om een plekje voor ze te vinden.
Zwanet gaat samen met Herman voor je oude kater Heidi zorgen.
Dat vind je vast fijn om te weten.

Zus, als ik aan jou denk dan denk ik aan cadeautjes.
Originele cadeautjes. Kleinigheidjes.
Voor aan je sleutelhanger.
Een eendje voor in bad.
Een stickervel met vlinders.
Een steen.
Een oorbel.
Zomaar iets grappigs van de Action wat je zag liggen, ook al had je het niet breed.
Je gaf graag.

Als ik aan jou denk denk ik natuurlijk ook aan je infarct.
Aan de woorden van je vriend Robert die hij in je boekje schreef toen je in coma lag:
‘Ik zie je duidelijk!’
Ik hoop nu ook.
Je vond het verschrikkelijk dat je je niet meer goed kon verwoorden. Na je revalidatie in Heliomare heb ik je gesmeekt in Krommenie te komen wonen, zodat ik je samen met pap en mam kon helpen. Je kon hier zo een huis krijgen.
We kregen ontzettende ruzie.
Jij verkoos terug te gaan naar Winschoten.

Fen,
Als ik aan jou denk, denk ik aan de kunstacademie en de vele mooie schilderijen en tekeningen die je in de jaren gemaakt hebt.
Onlangs stuurde je Aelon, Eric en mij nog een foto per sms van het portret wat nu hier naast je staat.
‘Hij is nog niet af hoor’, schreef je.
Je had ontzettend veel talent.
Was enorm creatief.
In Winschoten restaureerde je meubels in de oude Synagoge, een Kunsthal.

Ja.
Je was een kunstenaar.
Een levenskunstenaar.
Een elfje in de GEO scene.
Een vliegeraar.
En nu
een vlinder.

_____________________

Ik wil nu graag de woorden voorlezen die mijn moeder voor haar heeft geschreven:

Zij werd geboren als een prinses
Maar had twee levens
Als een vlinder
Wij hebben dat leven meegemaakt
Maar het tweede toch wat minder

Zij was zo ver weg onze Fenna
en is nu met de wind mee gevlogen.

Rust in vrede

Om het niet te vergeten

Dinsdag
Terwijl Remco weer bezig is met bellen met de VKB, de gemeente Winschoten, de woningbouwvereniging en weet ik verder wie en wat allemaal , neem ik de tekst en opmaak van de kaart door zoals Vincent van Memento Mori hem nu heeft opgezet. Na nog wat kleine aanpassingen kan hij naar de drukker en ga ik weer verder met de slideshow.

Rond elf uur belt Dr. Spruitje.
Nadat ik hem het verhaal heb gedaan schrijft hij me Temazenpammetjes voor en beloofd me dinsdag langs te gaan bij mam. Aan het aantal wat hij heeft voorgeschreven verwacht hij dat ik over tien dagen weer uit me zelf slaap als een roosje…

13:00 uur komt Esther de kaarten al brengen. De meeste enveloppen hebben we de avond ervoor al geschreven gelukkig, dus met een uurtje zijn we klaar.

’s Middags komt de pastor.
Daarna nemen de de muziek door met mam. De muziek die Eric en Martin hebben uitgezocht komt aan het eind.
Thuis ga ik weer verder met de slideshow. Lukt allemaal voor geen meter.

Woensdag.
Slideshow. Ondertussen ben ik immuun voor de foto’s en de muziek geworden.
Nog meer geregel.
Ik weet niet meer wat, maar ben alleen maar bezig met zus haar afscheid. Er is voor niets anders plaats in mijn hoofd. Een afscheidsplechtigheid voorbereiden met zijn tweeën is gewoon keihard werken. De muziek is definitief. Joeri, de zoon van Kaar en Steef onze vrienden heeft dat geregeld.
Als ik hem tegen komaf hij wel oppassen dat ik hem niet dood knuffel.

Donderdag.
Om negen uur zijn we bij het crematorium om de slideshow te testen. Ik heb het niet goed gedaan. Zit met mijn handen in het haar. Ga er weer mee verder. Zoon van nicht komt morgen negen uur ook naar crematorium. Hij is degene die het verder zal regelen. Wie weet kan hij er nog wat mee als het nog steeds niet goed is.

Om half zes zijn neef ex en zijn vriendin er. We eten soep. Daarna pikken we mam op en gaan naar Momento Mori voor de condoleance.
Ik vind het zwaar.
Maar het is wel goed. Neef twijfelde of hij zijn moeder wilde zien maar liep bij binnenkomst rechtstreeks zonder enige aarzeling naar de kist. De bloemen zijn prachtig. Een groot bloemenhart van neef ligt op de kist.
Marcel 1 is er met zijn ouders, tineke, zus haar oude vriendin, Rik, mijn eerste echte vriendje, oude vriendinnen van mij, Alice en Yvonne.

Samen met Neef en Kylian sluit ik de kist nadat we eerst de bloemstukken half leeg hebben geplukt en bij zus in de kist hebben gelegd.
-Mocht u straks wat kale plekken ontdekken begrijpt u hoe en wat-

Daarna drinken we wat met mam. Ze is nog steeds in shock. Houdt zich zo goed.
Weer begint ze over de as. Gister al tegen de pastor. Nu weer voor de tweede keer tegen Esther.
Geloof dat ik binnenkort naar strand Bakkum moet, naar de duinen, de stad Groningen, en het park in Winschoten. De rest moet dan in het Guisveld.
Rem zijn vrije dagen zijn nagenoeg op (de ziel heeft geeneens vakantie gehad), dus misschien neemt hij gewoon af en toe een zakje mee in de vrachtwagen als hij toch die kant op moet.
-nee, dit menen we niet, maar speelde wel door ons hoofd-.

En nu moet ik opschieten.
Speech is nog steeds niet af en geprint.
Als je het nog niet wist:
Een crematie of begrafenis voorbereiden is gewoon keihard werken.

Sta in overlevingsmodus.
Moet wel.
Humor is je beste vriend in zulke tijden.
Vooral zwarte.

Inktzwarte.

Over de kaart, de port en de sax

Maandag

Langer dan drie vier uurtjes slaap ik de laatste dagen niet per nacht. Ik voel me brak.

Om half elf ben ik bij de fysio, en aansluitend ga ik naar Sanja voor de acupunctuur. Een beetje extra energie kun je immers niet genoeg hebben deze dagen.
Ze zijn bovendien lief.
Ik loop meteen even naar de doktersassistente beneden en vraag of Good Old Dr. Spruitje mij even wil bellen. Ik wil alvast vragen of hij volgende week even bij mam langs wipt.
Bovendien moet ik iets hebben om te slapen, anders kun je me opvegen eind van de week.
Hij is -zoals mijn trouwe volgers inmiddels allaaang weten- vrij op maandag.
‘Morgen is ook prima’.

Thuis ga ik verder met de foto’s.
Rem belt wat af zeg.
Shanna stuurt foto’s van bloemstukken.
-Er moeten bloemen gekozen worden.
-Er moet een afspraak gemaakt worden om de slide show te testen in het crematorium.
-Er moet:
-een tekst komen op het lint.
-een soort van draaiboek komen voor vrijdag.
-wat gegeten worden, tenminste een banaan of zo.

Ondertussen onderhoud ik een hotline met Ex.
Per Whatsapp en per mail: hij stuurt me een bericht door van de mentor van neef.
Ze hebben er vanmorgen uitgebreid bij stil gestaan.
Alle kinderen in de klas hebben uit respect voor neef een pantalon aan.
Er komen zelfs een aantal kinderen met de mentor naar de uitvaartplechtigheid vrijdag.
En dat is dus twee keer 200 km.
Ik noem dat bijzonder.
Zo fijn voor neef.
Hij kan alle steun gebruiken.

Picasa wil niet precies wat ik wil, frustrerend.
Ik kan de foto’s niet bewerken, en als ik alles eindelijk op chronologische volgorde heb slaat hij het niet op.

Half vijf zijn we bij mam.
Er moet nog een tekst verzonnen worden voor op de kaart.
Ik vind niets op internet.
Wil iets met de zee.
Natuurlijk wil ik iets met zee!
Of vlinders.
Mam heeft ook een klein stukje over vlinders geschreven.
We spreken af dat ik het namens haar zal voorlezen.
Uiteindelijk kiezen we voor de laatste vier regels van een gedicht dat ik ooit heb geschreven.
In zus haar vorige huis stond dit hele gedicht van boven tot beneden op de deur van het toilet geschreven.
Geloof dat ze het dus wel aardig vond.

Esther vindt het ook mooi.
De kaart is snel gekozen.
Voor het idee sturen we neef drie voorbeelden.
Hij kiest zonder enige aarzeling dezelfde.
Het is een kaart uit dezelfde collectie als die van pap.
Zus vond hem zelf ook mooi.

Thuis beginnen we vast met het schrijven van de enveloppen.
-Komt het condoleance boek van pap toch nog van pas-

Onder het schrijven en het per 10 doorsturen van de foto’s via Whatsapp luisteren we muziek.
Er komen nog steeds veel berichtjes binnen.
Ik krijg vriendschap verzoeken op FB van oude bekenden, maar ook van mensen die ik helemaal niet ken.
Mjan meldt dat ze eigenaren heeft gevonden voor nog twee katten, six to go, wie o wie?
Eric zoekt vanaaf nog wat uit de cd collectie van zus.
Opeens denk ik aan Hazel ‘O Connor: ‘Will You’
Wat hebben we die grijs gedraaid zeg.
Het is een prachtig rustig nummer met een kippenvel sax solo aan het eind.

-Ik jank wat af en zuip me zowat krom aan de rode port.

‘Laat me…’

Zondag
Ik besluit alvast een oproep voor de katten op FB te doen. Ik heb geen beter idee. Ik weet dat zus het afschuwelijk zou vinden als ze in het asiel zouden eindigen. Inmiddels hebben er twee mensen gereageerd die wel een poes willen, en is mijn status 26 keer gedeeld, dus ik heb goede hoop, zeker nu Marjan ook een oproep heeft geplaatst die al een x aantal keer is gedeeld.

Als ik beneden kom ligt de hele rafel bezaaid met stapeltjes papieren. Zus bewaarde alles. Zelf stort ik me weer op de foto’s, brieven en kaarten.
Er zijn zoveel mooie foto’s van haar dat we deze tijdens de muziek momenten graag willen laten vertonen. Ex zal de slide show maken. We zoeken alleen nog iemand die deze voor ons zou willen afspelen. Esther van MM vertelde dat we hier zelf verantwoordelijk voor zullen zijn. Ex zal bij neef moeten zijn natuurlijk. Bovendien wil hij wat zeggen.
Dat wordt wel erg druk dan voor hem.

Om twaalf uur zijn we bij Memento Mori.
Nicht C. heeft me een berichtje gestuurd met de vraag of ze zus misschien even mag zien straks. Ik vind dat zelf wel fijn, kan ze mooi beoordelen of ik het goed heb gedaan.

Direct als ik bij Zus ben weet ik dat ik het goede doe. Ik krijg direct een gevoel dat ze zoiets denkt als: ‘Hehe, ben je daar eindelijk met mijn kleren!’
Over wat Marjan en ik hadden uitgezocht was haar reactie voor mijn gevoel meer zoiets van ‘Nou, het mot maar he?!’
Na een dik half uur ligt ze aangekleed op de tafel.
Nu mag Rem even komen helpen.
Met ons drieën tillen we haar heel voorzichtig in de kist. Het is precies dezelfde als pap.

Als Rem weer weg is leg ik de puntmuts van haar vest over haar nek. Hoog over haar voorhoofd (waar de operatie wond zit) doen we het shawltje als een bandana wat ze om had donderdag. Haar dreadlocks draperen we links naast haar. Esther heeft ze met de dikke zwarte band weer netjes bijeengebonden terwijl ik zus haar hoofd op tilde.
Als het vest (toch maar) dicht is, is er nog net een mooi kantje te zien en van de koperen punt die aan een veter om haar nek hangt.
Dan beginnen we met de make up.
Eerst rouge.
Dan groene oogschaduw.
Wat ben ik onzeker.
Als ik eindelijk denk dat het echt niet beter kan nu, vragen we nicht en Rem even binnen.
Allebei vinden ze het helemaal Zus.
Het is goed zo, alleen nog even wat mascara, dan zijn we klaar met de make up.

Als we de koperen armbanden ook om hebben gedaan vouwt Esther haar handen en drapeert zus haar eigen rozenkransje erover heen.
Ook net als pap. Het grote
(loodzware!) Mariabeeld neemt ex donderdag mee, dat paste niet meer in de auto. We zetten het naast de kist.
Haar eigen grote houten kruis laten we nu wel bij haar.
-Misschien geven dit soort dingen mensen troost. Vandaar dat ik dit meld-.

Als we afscheid nemen van zus lijkt alsof ze tevredener is.
Eindelijk weer een beetje zichzelf.
Ik heb zelfs wat van haar luchtje op gedaan.
Goed zal ik het natuurlijk nooit doen als kleine zusje, maar dat wist ze van te voren, en toch wilde ze dat ik het zou doen.
En dussss.
‘Dan doe je het er maar mee, he zus?!’
Dat zeg ik niet, maar dat denk ik.
(Zo praatten wij altijd tegen elkaar, dus denk nou aub niet dat ik een ongevoelig ben of stapel mesjogge, hoewel je dat ondertussen wel zou worden van al die narigheid. Ik laat het in het midden).

Na een kop koffie keren we huiswaarts. Nicht C. zetten we onderweg af.
Thuis ga ik verder met de foto’s.
Als Rem -voor vandaag- klaar is met de administratie liggen er een stuk of wat mappen op tafel met op de kaften in keurige nette letters geschreven wat er in zit.
-Had ik al verteld dat Rem een Maagd is?-
Hij gaat boodschappen doen, haalt mam op en kookt even later boerenkool voor ons.
Zus was gek op boerenkool.
Gewoon met uitgebakken spekjes en azijn en een beetje ketchup er door.
Kyl is aan het werk.
Een beetje afleiding kan geen kwaad.

Ik lees berichtjes voor. Wat ex voor zus op FB heeft geplaatst vind ze prachtig. Ook de berichten van Marjan, Eric, Martin, Kaja vindt ze mooi.
En de foto’s die geplaatst worden ook. Verder lees ik heel veel berichtjes voor die ik via de Messenger, whats app en mail heb gekregen.

Dan lees ik het verhaal van Zus voor wat zij zelf geschreven heeft.
‘Wil je dat alsjeblieft voorlezen op de crematie Narda?’

Dan praten we over de bloemen die Shanna, de schoondochter van mijn nicht H. gaat verzorgen.
We zijn het er allemaal over eens dat de bloemen een bonte kakofonie van kleuren moet zijn en niet te stijf.
‘Denk maar hippie style Shanna’.

Ja.
Hippie style.
-Hoe kan het anders? –
Mijn gedachten hierover voelen goed.
Des te bonter en voller des te beter!
Esther vertelde dat er een schildersezel in het crematorium is.
Ik ga neef vragen of we het laatste schilderij van zus daar mogen zetten.
-Want dat moet hij wel fijn vinden natuurlijk-
Mam vindt het een heel mooi idee.

Mam heeft ook al nagedacht over de muziek.
Een liedje van Claudia de Brei doet haar denken aan de relatie tussen pap en zus samen.
We luisteren er naar.
‘Mag ik dan bij jou?’
De tranen biggelen over mijn wangen: Vroeger, als kind zijnde vroeg ik dat vaak aan haar.
Ze was Mijn Grote Zus die alles kon, alles wist.
Neef weet geen muziek te verzinnen
‘Ze hield wel van vrolijke muziek’.
Hij wil dat vrienden van zus wat kiezen, en dat willen mam en ik ook sowieso.
We gaan het Eric vragen, die is immers haar beste vriend.
‘Weet je nog dat we muziek uitzochten voor pap met zus?’
Ze weet het nog.
Het is ook maar elf maanden geleden natuurlijk.
Wat hebben we allemaal niet beluisterd?
Armand vond ze mooi.
‘Ben ik te min’.
Maar volgens mij ook Ramses Shaffy en Liesbeth List.
We luisteren.
Ja dit moet het worden.
Ex (namens neef) is het 100/% eens.

Als ik mam thuis breng hebben we het er nog even over.
Van haar weet ik nog wel wat ze zou willen.
Daar was ik toen ook veel meer op gefocust natuurlijk.
Voor de zekerheid check ik het toch nog even.
Ik heb het er maar druk mee.

In bed vind ik op YouTube de versie van het nummer gezongen door Wende Snijders.
Die komt keihard bij me binnen.
Raak!
Wat mij betreft is dit het.

Ja.
Ik schrijf.
Openhartig.
Noem de dingen bij hun naam.
Het is mijn manier om hier mee om te gaan.
Met de mening van sommige anderen kan ik nu geen rekening houden.
Gelukkig is er veel begrip, zelfs aanmoediging om vooral te blijven schrijven.
Voor de mensen die dat niet begrijpen: Soit!
Ik moet straks verder.
En jij bent mij en mijn verdriet dan allang vergeten.