De keek op de week en andere boodschappen

Zaterdag
Een dag met gemengde gevoelens. De dag waarop P. begraven wordt, en ik het blogje voor Linda plaats.
Nee, ik ben niet geweest bij P.
Ja, ik heb daar heel lang over nagedacht.
Uiteindelijk heb ik besloten een condoleancekaart te sturen met daarin nog apart een persoonlijk kaartje voor M. met voorop de tekst :’In gedachten bij je’.
Moeilijk.

’s Avonds hebben we een feestje. Vriend Steef is 50 geworden. Als cadeau krijgt hij -naast alle ongein natuurlijk- een weekend in juni naar Assen cadeau, en Rem mag hem natuurlijk gezellig vergezellen.

Tijdens het feest merk ik dat mijn blog statistieken zowat ontploffen. Linda en Tony hebben het bericht gelinkt op hun FB. Zoveel bezoekers heb ik nog nooit gehad. Over de 300.
Het bericht wordt die dag uiteindelijk 649 keer gelezen.
Ik vind dat mooi, voor Linda, maar ook een beetje ongepast, als mensen op haar FB reageren met complimentjes naar mij;
Zij maakten immers het verhaal, ik zette slechts de woorden achter elkaar.
Ik weet niet goed hoe te reageren. Als er nu maar niet iemand denkt dat ik hier geld voor ontvang via reclames of zo…. Getver, wat zou ik dat erg vinden als iemand dat denkt.

Zondag.
Plat op bank.
Gewoon lekker.
Om een uur of vier pikt Rem mam op. Wat ziet ze er leuk en vrolijk uit. Stralend bijna.
Als ik aan tafel de aardappels schil, Rem wat kaas schaaft voor de witlof-schotel en Mam lekker van haar sherry’tje nipt komt de aap uit de mouw:
Ze had sjans van een stel bouwvakkers: ‘Nou maar, tut tut….toe maar’, zeiden ze. Er gaat een wereld voor haar open sinds ze ‘Scotti’ heeft, zoals ze haar scootmobiel uiteindelijk is gaan noemen. ‘De mensen gaan zelfs voor me opzij!!’
-Ja, ze kijken wel uit natuurlijk-.

Maandag
Het is prachtig herfstweer.
In slechts een oud t-shirt maak ik het kippenhok schoon. Bijna jammer dat Rem gister de groene kliko heeft uitgeleend aan de buren, anders had ik mooi de Lykkefund kunnen snoeien. De lange rozentakken die eerst keurig in de boom van de buren groeiden, zwiepen nu wat ontheemd in het rond boven de pergola.
Als ik klaar ben in de tuin
krijgt Bink boven een lekkere douche. Met kooi en al zet ik ons valkparkietje onder een zachte lauwe straal. Hij wordt er niet knapper op, onze kapitein een-oog. ‘Ben jij zo’n knap vogeltje dan?!’ piep ik er desondank vrolijk op los.
Beneden piept het ook: Bram heeft weer eens een muisje gevangen.
Als ik de trap afloop kraakt hij net het schedeltje tussen zijn sterkte kaken. Ik zie bloed. Nog net een oogje.
‘Verdories Bram!!’
Sinds hij op een streng dieet van medicatie voer zit vanwege zijn blaasgruis problemen, doet hij dit met een stelligheid waaruit valt op te merken dat hij dit ook zal blijven doen, tot hij weer gewoon gezellig aan tafel stukjes varkenshaas en biefstuk zal krijgen voor geschoteld. #not!

IMG_5291.JPG
Spook ligt ook weer gezellig op de broodplank, de plek van de week, schijnt. Oké, afgewisseld met het verse hooi onder het kippenhok als hij weer eens bruut van het aanrecht is afgeduwd.

IMG_5287.JPG

Dinsdag
Vandaag is het de eerste dag dat ik (weer;-) op mag nemen met ‘Receptie Anna Paviljoen’.
De collega waar ik mee zit is eigenlijk 1 van de 2 secretaresses van de couveuse afdeling waarmee we dus gefuseerd zijn. Ze weet nog niet zo veel van ons werk dat ze nu samen met mij moet doen. Kraamafdeling, Verloskamers en Couveuse. Alles zit nu dus gezellig bij elkaar. Iedere moeder op haar eigen luxe kamer, met bed bank voor haar partner en een couveuse of een wiegje voor haar eigen pasgeboren kindje. Prachtig is het. En ook nog eens oogverblindend mooi.
54 kamers in totaal. Met mosgroene, pimpelpaarse, zonnig gele, distel-blauwe en vrolijk oranje details. Ja mensen, ik kan tegenwoordig verdwalen op mijn eigen werkplek.

Het is zo ontzettend druk met de spoedconsulten tussendoor dat ik maar nauwelijks oog heb voor de snack automaat met chips, Twixen, Balisto’s en zo, die ze pontificaal in mijn zicht op nog geen twee meter van mijn bureau hebben geplaatst.
Aan het inwerken van mij op de taken tbv de couv kindjes komen we weer niet eens toe.
Het komt allemaal wel goed.
Ik maak me niet druk.

Woensdag
Wederom werk.
Zelf Iloon valt het op: ‘Wat ben je er toch relaxt onder’.
Het klopt.
Ik maak me niet meer snel druk. Dat heeft niets met betrokkenheid te maken, eerder met de gebeurtenissen in mijn leven van het afgelopen anderhalf jaar.
Als ik om half acht afgepeigerd thuis kom kan ik gelijk aanschuiven. Nou ja, bord bloemkool op schoot en DWDD.

IMG_5290.JPG

Donderdag.
Vandaag weer lekker vrij. Vanmorgen zag ik dat ik twee nieuwe volgers heb, leuk, bedankt. Ik kom snel even bij jullie op het blog kijken.
Valt me trouwens wel op dat veel bloggers een beetje depri zijn op het moment.
Ik vind dat erg naar voor ze, en vind het top dat ze dat ( durven) delen, maar ik wil me zelf daar toch een klein beetje van af gaan schermen. Ik heb de neiging om iedereen te willen helpen door een reactie te geven, maar zelf heb ik al genoeg aan mijn hoofd nu. Liever richt ik me dus even op de positief gestemde berichtjes, maar wil daarmee niemand voor zijn hoofd stoten, ik vind jullie allemaal hartstikke lief, leuk en aardig. X!

Goed. Eerst even een boodschappenlijstje maken. Doe ik tegenwoordig op de website van Yenom. En da’s dan gelijk mijn tip van de week.
Ja, goed idee. ‘Beaunino’s tip van de week!’
-Erg origineel ook, hum!-
Ga gelijk een nieuwe categorie aanmaken.
Wijsheid moet je immers delen:-D
-oké dan: Nogmaals een hum!-

Met je kop in de schoorsteen

pietimagesSoms vind ik de wereld zo gek.
Neem nou bijvoorbeeld die hele Zwarte Pieten discussie. En dan bedoel ik niet eens de discussie op zich. Welnee!
Ik bedoel nu dat ik het idioot vind om te zien hoe belachelijk veel mensen hierover een mening hebben, hierover praten, schrijven, en /of discussiëren in praatprogramma’s op tv, de
kranten of Social Media.
Zelfs in het acht uur nieuws komt hij regelmatig voorbij:
‘De Zwarte Pieten Discussie’

Ja, eerlijk.
Ik vind dat gek.
En misschien is gek niet eens het juiste woord.
Misschien vind ik het zelfs namelijk wel best eng.

Er is namelijk zoveel mis in de wereld.
Oorlogen, massamoorden, verkrachtingen, Ebola, plofkippen, ander dierenleed, noem het maar op.
En dat is veel enger.
En heel veel erger.
In mijn ogen wel tenminste.

Maar ik snap het wel:
De Zwarte Pieten discussie is gewoon een heel veilig alternatief om over te discussiëren.
Het is behapbaar.
Veilig.
Zwart-wit.
Je bent ‘Voor’, of je bent ‘Tegen’.
Of je bent stroopwafel.
Dat kan tegenwoordig ook.

Discriminatie…
Discriminatie…
Hou toch op, schei toch uit.
Weet je wie er echt gediscrimineerd worden?
-De meisjes die wereldwijd verkracht worden.
-De mensen die in landen leven waar het een grote doffe ellende is op het moment, door oorlogen, door ziekte.
De plofkippen voor mij part.

Want zeg nou zelf, zijn deze onderwerpen het stuk voor stuk niet veel meer waard om eens langer bij stil te staan dan de tijd dat de beelden op tv voorbij aan ons voorbij gaan?
Zijn ze het niet veel meer waard om met elkaar
-maandenlang!-over te discussiëren en foto’s, video’s en petities om er wat aan te proberen te doen massaal te delen op Social Media?
Maar dat willen we helemaal niet weten. Bah, hou op, schei uit. Nee. Daar willen we helemaal niet aan denken, hier in ons veilige wereldje van de lullige verzekeringetjes en de rijdende rechter. Laat staan bij stil staan of discussiëren met elkaar op de Social Media, een spaarzame enkeling dan uitgezonderd, waarop direct spontaan een nieuwe FB actie wordt gelanceerd om massaal foto’s van bloemen te gaan delen.
Niet eens om het leed van deze mensen te verzachten met een virtueel bloemetje. Dat had nog wel aardig geweest.
Naïef, maar aardig.
Nee, het zit zo. Ik citeer: ‘Het is de bedoeling om met beelden van bloemen de negatieve beelden op FB te doorbreken’.
Verbloemen noem ik dat gewoon.

Nee jongens.
Laten we het gezellig houden. Vooral niet bij stil staan.
Al die ellende.
Je kunt er toch niets aan doen toch?
Gewoon geen tijd aan besteden.
En boycotten die handel op Facebook.
Geen aandacht aan geven.
Negeren.
Verbloemen.
Veel te eng.
Te triest.
Te dichtbij.

Nee.
Laten we gewoon maar lekker met z’n allen onze kop in de schoorsteen blijven steken.

Over de liefde…

(Voor Linda)

Vrijdag.

Ik twijfel.
Dub.
Weeg af.
Vandaag is de dag dat de uitvaartplechtigheid van de man van Linda plaats vindt.
Moet ik daar wel heen?
Ik kende hem helemaal niet.
Zit ze daar wel op te wachten?
Als ik eindelijk na lang wikken en wegen een Whatsap naar Tony stuur met de mededeling dat ik toch niet zal gaan, weet hij mij toch te overtuigen om wel te gaan. ‘Ze was juist blij toen ik vertelde dat je ook wilde komen hoor Nar’.
Ineens voelt het wel 100 % oké.
Voel ik me geen soort van voyeur meer. En op datzelfde moment krijg ik ineens sterk het gevoel dat ik een bos gele rozen mee moet nemen.
Verdories, ik moet me nog haasten ook nu.

Het regent.
Het verkeer rijdt traag en onoplettend. Volwassen fietsers blijven rustig met zijn tweeën naast elkaar fietsen op het Zuideinde en de Dubbele buurt, ondanks dat ze donders goed beseffen dat ze het overig verkeer de doorgang hierdoor belemmeren. De Wandelweg is nog steeds afgesloten voor het verkeer.
Straks kom ik nog te laat.
Ik toeter in een reflex.
Ze schrikken.
Kijken boos achterom, maar gaan dan eindelijk toch achter elkaar fietsen.
Tien minuten later neem ik zonder moeite de Den Uylbrug.
Wat nou stomme paniekaanvallen?
Hou toch op, schei toch uit!

Op de parkeerplaats staat een prachtige trekker pontificaal in het zicht geparkeerd. Het is een gloednieuwe bordeauxrode Mercedes. Aan de voorkant prijkt een prachtig rouwbloemstuk.
Het is André zijn truck.
Dat kan niet anders.
Wat een prachtig eerbetoon.
Het is het grootst mogelijke teken van respect dat een baas zijn chauffeur kan geven, weet ik.
Het ontroerd me zeer.

Bij de ingang geef ik de rozen af. Ik voel me licht belachelijk met mijn bosje Geel. Tony en zijn vrouw zijn er al. Hij pikt me op bij de ingang. Even later mogen we naar binnen.
‘Moeilijk zeker hè Nar, om hier weer te zitten?’ Ik antwoord zacht dat het wel gaat. Ik ben niet bezig met mijn vader, mijn tante, of met de gedachte dat ik misschien binnen afzienbare tijd weer in deze zaal zal zitten. Ik weet me daar gelukkig een beetje voor af te sluiten, al gaan de gedachten natuurlijk wel even door me heen.

We zitten een beetje achteraan. Helemaal links, op het endje. Vlak bij de airco. Het is koud in de zaal. Ik neem me voor om een volgende keer eens rechts te gaan zitten. Het is druk. Er moeten zelfs mensen staan. Dat zijn de collega’s, zeker weten.
Ze blijven staan uit respect.

Achter de mooie kist van André schijnt het licht diffuus door het blauwe raam.
Links van mij bevindt zich een grote glazen wand die uitzicht geeft op wat mooie bomen en de begraafplaats. De berusting straalt er vanaf. Ik vind het intussen een troostrijk beeld.

Linda leest een prachtig gedicht voor wat ze zelf geschreven heeft.
Ik ben tot diep in mijn ziel geroerd ook al verrek ik geen spier.
Ze vertelt in het gedicht over de liefde die sinds hun eerste ontmoeting in een zwembad zo’n 28 jaar geleden alleen maar is gegroeid.
Het is gewoon tastbaar.
De liefde tussen hen.
Niet eens bijna.
Gewoon tastbaar, net als haar verdriet.
En even onmenselijk groot en diep.
Wat heeft ze dat mooi geschreven.
En gelezen voor hem.

Marillion

Dan vult de zaal zich met de muziek.
Terwijl ik het brok in mijn keel een beetje probeer weg te slikken, tekent het leven van André zich in vogelvlucht voor me af in slide-show beelden op het scherm voor me. Vrolijke beelden. Wat een leuke vent, wat een levensgenieter, de ziel van elk feestje, dat zie je zo.

Meer sprekers.
Een knappe dochter leert mij dat hij van motor rijden hield.
Hij had net een nieuwe motor.
-Wat fijn dat hij daar nog even van heeft mogen genieten-
Wat spijtig inderdaad, dat hij nooit bij haar achterop zal zitten.
-En erger-

Dan spreekt een knappe zoon. Ik heb ook diep respect voor zijn woorden.
Wat fijn voor hem dat zijn vader de liefde van zijn leven die hij maar net gevonden heeft, nog heeft leren kennen.

Ik zie dat zelfs Tony kippenvel op zijn armen heeft.
Voorzichtig legt hij zijn hand op het been van zijn vrouw. Deze mensen hebben toch ook al zoveel meegemaakt. Ook voor hen betekent Linda zo ontzettend veel.

Marillion.

De werkgever wil ook van zich laten horen.
Het ongeloof.
De anekdotes.
‘Afgelopen vrijdag dronken we nog een biertje’
‘Vorige week reed ik nog met hem op’.
Ik slik als ik hoor dat hij nog maar net een vast contract heeft gekregen.
Maart.
En zijn gloednieuwe truck.
Ook in maart geloof ik.
Net als Rem hield hij ontzettend van zijn werk.
Ik begrijp zo ontzettend goed hoe blij haar daar mee geweest moet zijn.
Ze hebben hem de hele week stil laten staan.
De trekker.
Voor de zaak.
Een enorm groot eerbetoon, als je je bedenkt wat dat de werkgever gekost moet hebben.

Marillion

Een schoonzus, een zwager.
Vertellen van vrienden,
feestjes, gezelligheid.
Van kamperen, in hun vouwwagen met wel 1000 tentstokken.
Hij was zo’n vent die voor iedereen klaar stond.
Zo’n man, waarmee je graag in contact kwam op een zonnig terras ergens ver weg op vakantie, omdat je gewoon zeker wist dat het zou klikken.
Dat je lol zou hebben met elkaar.
En elkaar daarna nooit meer zou vergeten.
Carnaval.
Gekkigheid
Plezier.
Hard werken.
Een mening.
Tv avondjes met zijn dochter.
Nog meer mooie woorden.
Nog meer mooie herinneringen.

Maar niets kan dit leed verzachten.
Nog niet.
Maar ooit,
uiteindelijk,
zal hun liefde zegevieren.

Marillion.

——————————————————
Noot: Het spreekt voor zich dat Linda deze tekst eerst zelf heeft gelezen, voordat ik hem openbaar heb gemaakt.
Ik plaats dit als een eerbetoon naar haar en die mooie vent van haar, die ik – spijtig genoeg- nooit heb mogen leren kennen.
Linda leest hier sinds ik haar heb mogen leren kennen, en soms over haar schreef in de laatste dagen van mijn vader.

Anna Paviljoen

Bij halte Wibautstaat stapte ze uit. Ze hoefde daar niet eens bij na te denken. Na 25 jaar reizen met de trein en de metro ging dat min of meer vanzelf, net zoals ze in een zelfde automatisme haar kaart voor de lezer bij de poortjes hield en de man of vrouw van de beveiliging groette, evenals enkele bekende collega’s van het ziekenhuis.

Buiten was droog. Het verkeer op de Wibautstraat stond stil om een naderende ambulance voorrang te verlenen.
Op het plein zaten de duiven onder de bomen aan een groenig snee brood te pikken. Hier en daar miste een enkeling een pootje, een teen.
Op het bankje lag een oudere man van op zijn zij.
Nee.
Hij sliep niet. Ze hield haar adem even in toen de geur van wiet haar neus bereikte. Straks zou ze nog stoned op haar werk komen. Op een balkon stond een vrouw haar kleed uit te kloppen.
Mattenkloppers.
Zouden ze die nog steeds verkopen?

Bij ‘Stek’ stonden de stoelen keurig opgestapeld aan de ketting te wachten op de studenten die later die middag daar vast met een glas munt thee of witte wijn in het zonnetje zouden aanschuiven.
‘Hey skattie! Wat zie je er goed uit!!’
Ze had het al zo vaak gezien. Gehoord.
Hip, jong, strak en snel.
Nee.
Het zou haar stek niet meer worden.
Ze zou vast nog eerder klant worden van de buurman met zijn medische hulpmiddelen.

Café Leentje was trouwens al weer een tijdje gesloten.
Definitief gesloten.
Jammer.
Ze kwam er graag.
Leuke feestjes.
Nieuwjaarsrecepties.
Misschien moest ze maar eens gaan kijken wat er nu van het pand geworden was.
Als ze zich niet vergiste was het nu een Grand café.
Ook leuk.

Ze sloeg rechtsaf de Eerste Oosterparkstraat in en liep tussen de geparkeerde auto’s door naar de overkant.
Daar liep ze graag. Vaak schenen daar net een de eerste voorzichtige zonnestralen van de nieuwe dag, en als het regende liep ze er fijn onder de balkonnetjes door zodat ze droog op haar werk kwam.
Afgelopen voorjaar waren de bomen drastisch terug gesnoeid. Nog anderhalf jaar. Dan zal het vast weer snoeitijd zijn, wist ze.
In november zouden ze pas hun bladeren verliezen. Eerst nog mooi verkleuren.
Ook ’s avonds na haar avonddienst liep ze er graag, wanneer de tafeltjes en stoeltjes lukraak op de stoep waren gezet. Donner. Kebab. Scooters. Pizza. Groepjes rokende mannen die haar groeten.
‘Dag mooie dame!’
Net vakantie.
Werkelijk!

Waar zat die boekhandel nou toch ook al weer vroeger?
Er was zoveel weg.
En zoveel nieuw.
Het viel soms gewoon niet bij te houden.

De slager was er nog wel. De grill stond al aan, en de krantjes lagen al klaar voor zijn eerste vaste klanten. Nog een paar maanden, en dan zou hij weer gezellig zijn kerstboom neerzetten.
Rode slingers en lampjes.
Een mooie rieten mand.
Zal hij weer de eerste zijn?
Jammer trouwens dat er al een paar jaar geen oliebollenkraam meer op het hoekje staat.
Dat rook ook zo heerlijk.

Ze sloeg linksaf op het hoekje.
Ja, het beloofde een hele mooie dag te worden.
Misschien zou ze met de lunch even het Oosterpark in gaan?
Alles veranderde.
Maar het park niet.
Dat bleef hetzelfde.
Altijd hetzelfde.

Toen ze net in het ziekenhuis werkte zat ze als receptioniste bij de receptie van het Anna Paviljoen.
De hoge ramen rechts van haar keken uit op het park.
Als het rustig was stond ze wel eens voor het raam.
Gewoon, even te kijken.
Naar het park.
En de mensen.

In haar blauwe koker rok tot over de knie had ze de patiënten de weg gewezen naar de verschillende afdelingen en poli’s.
Verplichte panty’s.
Kriebelend, en met meer ladders naarmate de dag vorderde.
Zwarte pumps en een wit bloesje met fijne rood en blauwe streepjes.
Ze weet het nog precies.
Toen was er nog een ‘Kalverstraat’.
Oud. Spekglad. Druk. Gezellig.
Nu hebben ze een lichtstraat.
Jong en fragiel.
Er had destijds een groot bord achter haar hoofd bij de glazen lift gehangen:
‘Excuses voor het ongemak dat de bouw de komende jaren met zich mee zal brengen’.
Zoiets stond er.
In 1989.
Wist zij veel.

Het oude Anna Paviljoen was allang gesloopt. Inmiddels was ze al weer jaren in vaste dienst van het ziekenhuis.
Eerst als telefoniste.
-Hoevaak zou ze de vrouw van de longarts niet gebeld hebben om haar te melden dat de aardappeltjes op mochten?-
De laatste zes jaren al weer als afdelingssecretaresse, op Verloskunde. Voor iemand met alleen een mavo diploma had ze het niet eens zo heel slecht gedaan.

Ze hield haar personeelspas voor de lezer. Het hek piepte een beetje bij het open gaan.
Ze hoopte trouwens maar dat de werkmannen vandaag niet zo’n herrie zouden maken.
Het schoot wel lekker op nu.
De receptie was al een paar maanden klaar.
Eind oktober zou de rest van de afdeling worden opgeleverd.
Dan was het feest.
Kon ze trouwens gewoon weer gaan opnemen met:
‘Receptie Annapaviljoen’.
Maar nu in een spierwitte blouse en een antraciet colbert.

Tja.

IMG_5274.PNG

IMG_5275.PNG

Wat ik even wil zeggen…

Vandaag kwam er niet veel uit mijn handen.
Nou ja, even bij de fysio geweest, en aansluitend bij de Bio super een speltbrood en broccoli spruiten gekocht.
Dat was het wel.
Ook in huis niet veel actie ondernomen.
De afwas. (Morgen;-)))
Een wasje.
Het hakt er bij mij zo in die nachtdiensten, ik moet echt van bij komen.
Maar goed. Nu vragen jullie je wellicht af waar ik mijn tijd dan wel aan heb besteed.
Vooruit.
Ik zal het jullie vertellen:

Vandaag heb ik heerlijk gedwaald door Blogland.
Zalig gehopt van blog naar blog.
Veel van die blogs had ik al eens bezocht, maar ben ik nooit gaan volgen omdat het geen WordPress blogs waren, en ik pas maar sinds kort begrijp hoe de WordPress-reader werkt.
-Nou ja, nog steeds niet helemaal-
Weer andere bloggers kende ik een klein beetje van de reacties die zij regelmatig bij mijn blogmaatjes plaatsen.
Nou ja, jullie weten vast hoe het gaat, je dwaalt gewoon van de een naar de ander, en voor je er erg in hebt is het tijd om de aardappels te schillen en de zuurkool op te zetten.

Ik vond het mooi om te zien dat we allemaal onze eigen geluksmomentjes hebben, maar er ook niet voor schromen onze beslommeringen toe te vertrouwen aan het www.
Ik moet wel weer lachen als ik
via vele omwegen op een blog terecht kom waar de voor mij goed bekende bloggers hun reacties hebben achter gelaten. Veelal een hart onder de riem, dan weer een kwinkslag. Ja, al dwalende kom je er dan weer achter dat het eigenlijk best een klein wereldje is. Ons kent ons, en sommigen kennen elkaar al jaren, ook naderhand in real life.

Wat me trouwens ook opviel was dat Brugge zo goed vertegenwoordigt is.
Allemaal gezellige mensen wonen daar, en die kieken allemaal de prachtigste romantische plekjes. We moeten snel maar weer eens die kant op!

Kortom;
Mijn dag was zeer goed besteedt:
Dank jullie wel😘
Dat wou ik even zeggen.

Wist-je-datjes

Vroeger, en dan heb ik het over mijn dagboeken periode, kon ik hele weken samenvatten door middel van een ‘Wist je dat- je’.
Dat ging dan ongeveer zo:
Wist je dat…
…Kylian maandag voor de uitslag van zijn mri naar de orthopeed moest?
…hij gewoon een hernia blijkt te hebben?
…ik al wekenlang tegen hem zeg dat hij zich niet zo aan moet stellen?
…dat wel behoorlijk ontaard is van mij?
…ik mij nu natuurlijk hartstikke schuldig voel?

…mijn moeder eindelijk een mobiele telefoon heeft?
…deze slechts vier keuzeknoppen en een SOS toets op de achterzijde heeft?
…we toch nog flink hebben moeten oefenen afgelopen zondag?
– we nu maar hopen dat ze hem daadwerkelijk bij zich houdt ‘ s nachts?

…onze nieuwe vaatwasser nog steeds niet bezorgd is?
…dat Kylian gister namelijk door de bel heen sliep?
…we de deurbel notabene in zijn slaapkamer hadden opgehangen?
…er bovendien nog een brief aan de voordeur hing met zijn mobiele nummer ook?
…die chauffeur dat niet gezien had?
…Rem nu ergens in Groningen rond tuft?
…hij gelukkig straks gaat bellen met de keukenloods?
…ze mij gister niet terug gebeld hadden?
…dat dat misschien wel kwam omdat ik vreselijk tegen ze te keer ben gegaan?
…het me gister misschien allemaal even te veel werd?
…ik maar hoop dat Rem dan wel zijn twee handen aan het stuur houdt?
…hij leeg terug moet over de afsluitdijk met die harde wind?

…Kylian gister totaal not amused was?
..dit kwam omdat hij van mij niet met de scooter naar Beverwijk mocht met deze storm.
…hij me om half twee vannacht een Whatsap stuurde?
…met de mededeling dat hij nooit en ten nimmer meer met de trein zou gaan?
…hij om elf uur al klaar was met werken?
…en nog steeds onderweg naar huis was?

…dat ik een vaag gevoel had dat er iets anders was dan anders toen ik net thuis kwam?
…dat ik er de vinger niet direct op kon leggen?
…het kwartje pas viel toen ik de kippen ging voeren?
…dat de boom van de buren namelijk gewoon is omgewaaid?

…ik gewoon zelfs te moe ben om te slapen?
…ik dit natuurlijk zelf ook een waardeloos blogje vind?
…nachtdiensten niet heel bevordelijk zijn voor mijn inspiratie?
…dit blogbericht wel zeer bevordelijk is voor mijn slaap?
…het trouwens prima slaapweer is?
…ik eens een oud wistje-datje op zal zoeken?
…ik niet weet hoe ik er nu netjes een eind aan moet breien?
…ik dus gewoon maar een foto plaats van de omgewaaide boom?
…je de leuke buurman met zijn zaag er zelf maar even in moet denken?

IMG_5262.JPG

De dood

Dood

Er zijn twee mensen overleden.
Gisteren.
En eergisteren.
Twee mensen, waar twee andere mensen waar ik veel om geef, heel erg veel van hielden.
Houden.
Hij, het eerste vriendje waar ik mee samen gewoond heb, verloor zijn ex, de moeder van zijn kinderen.
En zij, de Engel van mijn vader, verloor haar man.
Jong waren ze, veel te jong dood.
Waarom Dood?

Dood.
Vier kinderen hebben een ouder verloren.
Ouders moeten hun kind begraven.
Leg dat maar eens uit.
Dood.

Zijn ex had kanker.
Al een tijdje.
Alsof dat ‘tijdje’ iets rechtvaardigt, rot toch op.
En zij vond haar man op de bank.
Verdomme Dood.
Zij, die altijd voor anderen klaar staat.
Juist zij,
Waarom nou juist zij?
Die op dat moment, net weer andere mensen aan het helpen was met domweg leven?
Dood.

Ik heb geen zin.
Geen zin in mooie zinnen.
Wat heeft het voor zin?
Er bestaat toch geen zin in de wereld die hier nog een zin aan zou kunnen geven?
Die hier nog iets moois van zou kunnen maken?
Een einde zou kunnen maken aan deze totale waanzin?

Of:
Moet ik nu blij zijn of zo Dood?
Blij zijn, dat ik nog leef zeker?
De dag mag plukken?
En de nacht mag werken.
Blij zijn
met deze akelige storm
en de striemende regen in mijn gezicht.

Rot toch op met relativeren.
Perspectieven.
Zingeving.
En de hoop op een leven voorbij.

Dood
Kijk me aan.
Kijk me aan.
Ik lust je inmiddels rauw:

“Slechts
De liefde is mijn wapen.
En met liefde zal ik zegevieren”

—————————————–

Liever geen reacties.
Liever een mooie gedachte voor hen.
Gewoon, in je hoofd.
Het gaat niet om mij.

Inez deel 8: storm op komst

Fictief

Het regende pijpenstelen. Was het een dikke week geleden in Maastricht nog prachtig zonnig nazomerweer geweest, vandaag had de herfst dan toch echt definitief zijn intrede gedaan. Inez zette de fluitketel op het gas en tikte net zo lang met haar nagel op het display van de thermostaat tot daar het cijfer 22 verscheen. De meiden waren al naar school. Kees had haar die ochtend verrast met een kopje thee en een beschuitje Oude Leidse. ‘Blijf jij nog maar even liggen schat’. Ze had het zich geen twee keer laten zeggen, en nadat ze zich nog even lekker had omgedraaid, was ze weer in slaap gevallen.
En nu was het elf uur.
De thee was inmiddels ijskoud.
Zo gaan die dingen.

Met een vers kop hete thee en een stuk overgebleven appeltaart van gister ging ze aan de tafel zitten. Buiten raasde de wind. De bruine bladeren werden omhoog geblazen en daalde langs de schutting weer maar beneden. Er had zich al een heel hoopje verzameld. Code oranje was er voorspeld voor het eind van de middag. Als Kees de meiden nou maar op het hart had gedrukt goed uit te kijken als ze op hun fietsen weer naar huis zouden komen.
Ze zou ze straks wel even een Whatsapje sturen. Het mocht wel niet van school, maar nood breekt wet, vond Ien.
Kees was natuurlijk met de auto. Ze moest straks zelf maar de tram nemen naar de Appie. Getver. Ze had helemaal geen zin om eruit te gaan. En al helemaal niet om die stomme boodschappen te doen. Altijd dat zelfde gezeur met dat eten. Nou ja. Misschien kon ze hachee maken. Met rode kool en oma’s appelmoes uit een potje. Daar was het echt weer voor, en Kees en de meiden waren er gek op. Dat was dan in ieder geval wat.
Terwijl ze bezig was de rest van de boodschappen op te schrijven floot haar mobiel een schel deuntje. Dat was lang geleden zeg, dat ze dat irritante toontje had gehoord. Wie gebruikte er tegenwoordig nou nog de sms?
Ien las het berichtje.
‘Ben in de stad, tijd voor koffie? G.’
Zjiesus, wat moest ze daar nou weer mee? Hij liet het er niet bij zitten zeg.
Zou ze gaan?
Gewoon, gezellig.
De meiden hoefde ze nog lang niet te verwachten.
En als ze zich niet vergistte had ze ook nog vier kant en klaar gebraden ballen gehakt in de vriezer. Aten ze morgen wel hachee.
Ze twijfelde.
Gezellig was het misschien wel.
Een beetje spannend ook.
Maar ja?
Was het niet domweg stom, net nu de rust tussen haar en Kees weer een beetje was teruggekeerd?
Niet dat het helemaal weer koek en ei was, maar de sfeer was er wel op vooruit gegaan sinds hij tegenwoordig wat vaker bij het avondeten aanwezig was en duidelijk zijn best deed haar ervan te overtuigen dat er echt geen ander was. En nooit was geweest ook.
Echt geloven deed ze het niet. Ze wilde wel, maar het lukte haar gewoon niet.
En nu dus dat berichtje van George.

Ien stond op om Sukkel binnen te laten. Ze wreef de zeiknatte kater zo goed en zo kwaad als ze kon droog met een oude handdoek. Hij liet het gelaten toe. Net toen ze de vieze lor in de wasmachine had gestopt ging haar telefoon. Het was Linda.
Kwam dat even uit, ze had haar net zelf willen bellen.
Ja, Lin zou het haar wel uit haar hoofd praten om koffie te gaan drinken met die zelfverzekerde sleetse schrijver!

‘Hai Lin, alles oké? Wat denk je?’
Aan de andere kant bleef het eerst nog even stil. Toen hoorde Ien het zachte gesnif. ‘Hey lievie? Wat is dat nou? Wat is er?’
Ze ging er maar even bij zitten. Dit kon wel even gaan duren begreep ze. Sukkel sprong gelijk op haar schoot, lekker warm natuurlijk.
‘O Ien, ik heb het gedaan!’
Het kwam er met horten uit.
Veel wijzer kon ze er nog niet van worden.
‘Wat dan Lin, vertel, wat heb je gedaan?’
Op de achtergrond hoorde ze hoe haar vriendin zich probeerde te vermannen.
-God, wat had ze zin in een sigaret nu, als ze er eentje had gehad had ze zeker weten voor de bijl gegaan-
De kat draaide zich net lekker in het holletje van haar arm en vergat daarbij zijn scherpe nagels in te trekken toen
het hoge woord er eindelijk uit kwam.
‘Ik heb hem geaccepteerd Ien.
Ik heb de flat geaccepteerd!’

Wordt vervolgd.
Zie voor delen 1t/m7 categorie ‘Inez’.
En voor Linda’s verhalen de WE300 van september ‘Renoveren’ en oktober ‘Kwaliteit’.