Later

Met de boodschappen kom ik aan bij mam.
‘Blijf maar zitten hoor!’
Veel op te ruimen valt er niet.

Vandaag gaan we samen even naar de markt om te kijken voor nieuwe fietstassen voor mijn moeder.
Ze is er helemaal een beetje nerveus van.
Ook al is het maar een kippenstukje van 200 meter wandelen, voor haar is het natuurlijk een hele trippel.
Met haar arm door de mijne gaan we op pad.
Ze is zo teer, zo breekbaar.
Zo klein en zo kwetsbaar.

Ik merk al snel dat haar conditie achteruit is gegaan sinds onze dagelijkse flaneersessies op de Spaanse boulevard in april.
‘Gaat het wel mam?’

We besluiten eerst de belangrijkste zaken maar bij elkaar te scharrelen bij de drogist. Daarna wil ze direct door naar het laatste pad.
De fietstassen man is vast op vakantie. We zien hem tenminste nergens.
Maar zoeken doen we ook niet echt.
‘Zullen we anders eerst even wat drinken bij Linksaf Narda?’

Tevreden neemt mam plaats in het zonnetje.
Als we achter ons drankje zitten rijdt er een hoogblonde vrouw in een kleine scootmobiel voorbij.
‘Kijk mam, zo eentje bedoel ik nou!’
Zelfs mam moet toegeven dat het best een leukertje is.
Knalrood, hoogglans en met een kek mandje voorop.
‘Ik weet het niet hoor, ik ben nog zo jong’.
‘Maar je krijgt er zoveel vrijheid mee terug mam, een stukje onafhankelijkheid’.
Dat fietsen dat wordt niets meer van de herfst.
Zelf weet ze dat ook heus wel.
‘Laat me eerst nog maar even wennen aan het idee’.

Als we weer thuis zijn gaan we nog even lekker in de tuin zitten.
De schuur is vreemd leeg.
Zondag heeft Rem een hoop uitgezocht met hier en daar een aanwijzing van mam die in haar tuinstoel nauwlettend in de gaten hield wat er op de hoop ging.
‘Hij gooide bijna mijn puzzelplankje weg!’
En gister kwam dan het Grof-vuil.

‘De oude fiets van je vader was trouwens zo weg’. Mijn vader bewaarde veel.
Zo niet alles.
Netjes, opgeborgen achter de houten luiken op zolder, of tegen de dakspanten in de schuur.
Ledikantjes, oude tafelbladen.
Hij wist het allemaal zo te vinden. Oude tassen, schoenen, leerboeken.
‘Zonde! Dat is nog helemaal heel hoor!’
Oorlogskind.

Mam is erg blij met de ‘zee van ruimte’ in de schuur.
‘Nu kan ik tenminste mijn kont fiets weer keren’.
Rem heeft zelfs het parasol voetje gevonden.

Over pap zijn kleding hebben we al een tijdje terug besloten deze vooralsnog te laten hangen.
Zijn sokken lagen zo keurig in het mandje.
De zakdoeken zo netjes gestreken op de plank.
We konden het niet.
Wilden het niet.
Waarom zouden we ook?
‘Dat komt wel mam, laat maar. Dat doe ik wel. Later’.

‘Nog een roseetje Narda? Toe, dan is hij leeg’. Ze heeft het miniflesje al leeggegoten in mijn glas.
‘Nog heel even dan hoor mam’.

Ik snoei nog een roos en
verplaats -stoïcijns- nog een pot, terwijl de mengeling van onmeetbare liefde en oneindig verdriet zich weer aan alle kanten overspoelt als ik door het zoveelste vernuftig gespannen ijzerdraadje knip.

Dan laat ik haar weer alleen.

Hollands blog

Kijk.
Moddervet ben ik natuurlijk niet.
Bovendien ben ik al aardig op weg naar de vijftig, dus ‘Duh!’ Wat wil ik?
Lief is ook niet dat je zegt echt moddervet.
Maar samen zijn we toch al gauw zo’n 20 kilo aangekomen sinds we gestopt zijn met roken.
En het sporten schiet er ook al zo bij in:
Terrasjes weer!
-Moet je net bij ons zijn.
Bbq’weer!
-Count us in!
En gefrituurde inktvisringetjes passen natuurlijk veel beter bij de zomer dan die spinazie met die droge kipfilet.
Zeg nou zelf?
Of Gamba’s ‘Pil Pil’.
-met stokbrood en een dikke laag aouli
om maar wat te noemen.

Dit alles ook nog onder het mom van:
‘Gezellig, pluk de dag’
En/of:
‘Oma moet aankomen!’
-Meestal is beiden wel van toepassing.

Een en ander wordt natuurlijk -gezellig!-weg geslobberd met een fruitig roseetje dan wel fris pilsje.

Ondertussen komt de weegschaal van mam nog steeds niet verder dan de 42 kilo grens.
“En een half hoor Narda!!!”
-En een half.

Nee, roken doen we niet meer.
In september zijn we twee jaar gestopt.
Soms mis ik het.
Ai-ai-ai!
Meestal missen we het dan net toevallig samen.
Nemen we gewoon een toostje.
Een pittig worstje
Een hartig kaasje.
Chips.
Nootjes.
Vanille-ijs met aardbeien en slagroom.
-En zo-

De weersvoorspellingen blijven voorlopig mooi.
Tja.

Waar je de mosterd haalt…

Donderdag.
Met vriendinnetje Karin op de fiets naar de Zaanse Schans.
Karin heb ik leren kennen tijdens de zwangerschapsgym. Lag toevallig naast me in strakke tijger legging. Klikte direct. Het leukste aan Karin is dat ze heel makkelijk is. Steef ook. Steef is haar man. Kinderen zijn trouwens ook stront makkelijk. Kan ook niet anders.
Geen omkijken naar. Vorig jaar nog vloog Sabine in haar eentje (net 16) naar een vriendinnetje in Frankrijk. Met een overstap in Düsseldorf. Geen enkel probleem. Als ik Karin voorstel om morgen samen voor een weekje naar Tuka-Taka land te vliegen zal ze misschien hooguit vragen of het misschien ook overmorgen kan. Ik bedoel maar.
Overal voor te porren.
Nooit wat te zeuren.

Maar goed, ik dwaal af….
Moest eerst half uur bijkomen met cola+ijs op luxe loungeset van Kaar in Wormerveer Zuid voor ik verder kon.
Via Wormer over het dijkje naar de Schans gefietst. Van molen zonder wieken waar vriendinnetje van Jouri woont wat foto’s geschoten. Vielen helemaal niet op tussen Japanners.

20140725-122808.jpg
Fietsen vervolgens bij kaasboerderij tegen hek geparkeerd. Proeverij was vandaag beetje minnetjes. Ons Engels trouwens ook.
Besloten koop nieuwe mosterd derhalve maar uit te stellen tot na de rosé.

Schattige rode lakklompjes gepast. Impuls aankoop kunnen bedwingen. Waren immers op zoek naar boeren blonde vlechten voor Karin. Hadden ze weer niet. Meisje van de bediening op het terras trouwens wel. Impuls wederom weerstaan. Ook nadat ze de rekening bracht.

20140725-122923.jpg

Daarna gezellig in klompboot geklommen met Kaar. Leek me leukere foto voor FB dan die geamputeerde molen. Vertrouwd uitziende Italiaanse toeriste bood aan leuke foto te maken.
-Hadden misschien toch beter jappannertje kunnen nemen-

20140725-123014.jpg
Bij kaasboerderij wederom de bordjes kaas gecontroleerd. Uiteindelijk keuze gevallen op
Peppadew en de mosterd dille dip. Laatste potje gelijk maar half opgevroten bij ons kaasplankje op terras van d’ Vijf Broers aan de overkant van de Schans. Stond straf windje….

20140725-123232.jpg

Binnendoor terug gefietst over de dijk. Slingert natuurlijk al van zichzelf. Kwam niet door ons.
Moesten wel even uitrusten bij de Bataaf.
Zelf maar weer foto genomen…

20140725-123409.jpg

Rem stond thuis gelukkig al te koken.
Hij was natuurlijk heel erg blij met de nieuwe mosterd.
;-D

Gedachten over de wereld vandaag de dag

We doen zo ons best om alles om ons heen te organiseren.
Ons leven
Onze vrije tijd.
Onze normen en waarden.

Alles netjes
Zoals het hoort.
Het huis
de tuin
de caravan
of de boot.

We hebben dokters.
Een tandarts.
Een ziektenkostenverzekering.
En de veronicagids op de dinsdag op de mat.

Als het donker wordt
doen we het licht aan.
Als het koud is
de verwarming.
Als we iets omhoog gooien
komt het weer neer.
En het recht,
ja
het Recht zal altijd zegevieren.

Zo hebben we het afgesproken.
En daarom, alleen daarom werkt het.
We hebben onze wereld samen gecreëerd.
Onze wereld vol zekerheden.
Vol schijn zekerheden.
Want dat zijn het natuurlijk.
Al wilden we het liefst nog heel lang onze ogen blijven sluiten.

En nu het onze ‘eigen’ doden zijn weten we het ineens niet meer.
Ineens staat onze wereld op zijn kop.
Chaos!
Ineens zien we onze zekerheden voor onze ogen verdwijnen in het drijfzand.
Onze normen
Onze waarden.
Onze afspraken.
We raken in de war.
Roepen maar wat om de schijn van controle op te houden.
Voor elkaar.
Voor onszelf.
Roepen om actie
om redelijkheid
om eerlijkheid
om recht.
-Dachten we dan werkelijk?
Werkelijk
dat onze wereld in het echt ook bestond?-

Snappen we het dan niet?
Het is nog steeds dezelfde wereld als vorige week waarin we leven.
Die wereld was altijd al verdomde echt.
Maar nu zijn WIJ geraakt.
En wel tot in het diepst in de ziel van onze samenleving.

Ik ben bang
voor voorbarige conclusies
en ondoordachte daden
Bang voor censuur.
Bang voor paniek
en voor hetzes.

Wordt wakker!
Niet zij,
maar
wij waren het!
Wij,
die in een door ons zelf gecreëerde droomwereld leefden.

Ja.
Heus.
Werkelijk.
Moet ik je knijpen?

Deze nachtmerrie bestaat echt.

Snappen jullie het nog?

Het was niet mijn beste week.
Wat mijn hum betreft dan.
Soms kun je dat wel eens hebben.
Gewoon:
Dat je niets kunt hebben.
Dat je boos bent, omdat je boos bent.
Boos op zus.
En dus:
Boos op mezelf.
‘Ze kan er niets aan doen.
Zo was ze nooit’.

Dat je het gevoel heb dat ‘iedereen’ maar wat van je wil.
Dat je ‘alles’ maar altijd moet regelen.

Ondertussen regelt Rem zeker de helft.
In stilte.
Op de achtergrond.
-Hij mag dan van een pilsje houden, ik zou hem voor geen goud willen ruilen.
No. way!-

Zo heeft hij vandaag
-de stang van de draaier van mams zonnescherm zo verbouwd dat ze hem nu zelf weer kan bedienen.
Lasje hier, dingetje daar.
Waar heb ik dat toch meer gezien;-)

-Kyls boeken voor het tweede jaar besteld.

-Rustig en vriendelijk weer in orde gemaakt dat de Wehkamp de bestelde wasmachine voor zus Nu morgen Wel 200 km verderop zal bezorgen.
(Boy was I mad aan de telefoon toen die vrouw zei dat ik dan maar gewoon een ander merk moest bestellen, want deze was nu uitverkocht. Hij reed notabene net de straat uit. We wisten zeker dat wij SAMEN het goede bezorg adres hadden ingevuld)

Nou ja, je kent ze vast wel dat soort dagen.
Ze horen erbij.
Gelukkig waren er ook leuke dingen:
Kyl is in 1 keer geslaagd voor zijn theorie (auto). Zo fijn voor hem.
Hij heeft vandaag lekker gevaren met Roel en een vriendin. Heerlijk dat ze daar zo van kunnen genieten. Funtube mee, en lekker zwemmen in de Ham. Leuk.

Zelf heb ik vandaag het vogelbadje bij mijn moeder weer in ere hersteld. Ben er wel een stief uurtje mee bezig geweest maar het gaf me een heel goed gevoel. Blijft raar om de klusjes te doen die mijn vader altijd deed. Mijn moeder heeft daar helemaal geen benul van hoe hij dat soort dingen deed.
Vaak wordt het het me gaandeweg op een of andere manier wel duidelijk. Ik heb dezelfde logica als hem denk ik. Daarna nog even samen met mam en een rosé in stilte genoten van het gekabbel van het water.
Brood voor de vogeltjes had ze natuurlijk niet.

Ach,
Van die dagen.
Gewoon.
Dat je er niets meer van snapt.
Van ziekte.
Van dood.
Van oorlog.
Van wat er allemaal in de wereld gebeurt.

Thuis Binkje maar gedoucht.
Beetje getuttelt bij de beestjes.
Wat moet je anders?
Huilen?
Maaltijd salade gemaakt.
Morgen komt Rem uit de nacht.
Gaan we samen lekker varen.
De boodschapjes zijn al gedaan.

Weet je?
Misschien is het wel helemaal geen woede.
Misschien is het wel gewoon verdriet.
Die twee haal ik weleens door elkaar.

Net zoals zoveel andere mensen nu. Op dit moment.
Op deze aarde.

20140718-224620.jpg

20140718-224650.jpg

20140718-224741.jpg

Voor de rest gaat alles zijn gewone gangetje…

Zondag.
Om drie uur zijn de jongens al terug in Amsterdam. Niet bruin, wel hondsmoe en zielsgelukkig.
Nadat we ter afsluiting met een kop koffie bij Roel zijn ouders naar de (vast zeer gecensureerde) vakantie verhalen hebben geluisterd, drop ik mijn mannen thuis en pik ik mam op voor het eten.

Nadat Rem voor mam de (loodzware) lage rieten stoel heeft buitengezet kijkt hij binnen op de bank naar de Tour de France. De tuindeuren staan open dus hij is er toch een beetje bij.

Met een rosé-tje en een sherry ‘tje onder handbereik zitten we lekker in het zonnetje. ‘Kijk Nar, daar heb je die vlinder weer’, zegt Rem. Zelfs hem is dat dus opgevallen. Ik heb hem er niets over gezegd tot nu toe. ‘Hij zit nu op het gordijn’. Ik leg mam uit dat er al de hele week steeds een vlinder in en uit vliegt. ‘Hij maakt gewoon even een rondje, en dan vertrekt hij weer’.

We bekijken samen wat Facebook foto’s van familie. Dan laat ik ook de rare foto van het bierglas zien. Mam ziet niets raars. Ook niet als ze mijn leesbril er bij op zet. ‘Ik vind het net een gezichtje’. Mam lacht een beetje. ‘Ach kind, doe niet zo gek. Zo moet je niet gaan denken hoor’.
Ik kan het niet nalaten om het te vragen. ‘Maak jij dan geen vreemde dingen mee mam?’
Ik moet het gewoon weten.
‘Je vader zou jou of mij nooit bang maken hoor Narda. Echt niet hoor. Hij vond dit soort verhalen maar klinklare onzin. Ik heb hem trouwens allang al gezegd dat hij maar vast naar het licht moest gaan’.
Ik denk even na. ‘Maar pap zou jou volgens mij ook nooit in de steek laten. Zeker niet nu’.

Op het moment dat ik dit zeg zie ik de vlinder pontificaal boven op mijn moeders hoofd landen. ‘Mam. Er zit een hele mooie vlinder in je haar…niet bewegen.’
Heel langzaam reik ik naar mijn mobiel om er een foto van te maken. Ik ben net te laat, als ik de foto neem vliegt hij net weg.

Als ik haar na het eten weer thuis heb gebracht kijken Rem en ik naar de finale van de WK tussen Duitsland en Argentinië.
Kyl ligt voor pampus boven op zijn eigen bed. Ik kan mijn hoofd er maar niet bij houden. Wat is dit toch voor gedoe?
Wat moet ik hier nou mee?

Op mijn telefoon Google ik onze ‘vlinder’ in combinatie met ‘teken’, ‘boodschap’ en ‘dood’.
Na een uurtje heb ik voor mezelf de conclusie getrokken dat het wel degelijk een teken kan zijn. Een groet. Een: ‘het gaat me goed’. Een: ‘Er is meer na de dood’. Transformatie.
De betrekkelijkheid van het leven. Het is korter dan je denkt. Geniet. Speel!

Al met al een bijzondere boodschap, die mijn moeder best wel zou kunnen gebruiken.
Maar ze heeft gelijk. Mijn vader zou ons nooit zomaar bang maken. -Als hij dat al zou kunnen-. Hij zou zoiets alleen doen als hij daar een hele Hele goede en Noodzakelijke Reden voor zou hebben.

Waarom zou hij dat dan nu pas bij mij gaan doen, na een half jaar?
Schiet mij maar lek.
Zou het misschien zo kunnen zijn dat zij het gewoon niet ziet? Niet wil zien?
Dan nog blijft de vraag.
Waarom?

Uiteindelijk kan ik aan het einde van de avond maar 1 hele goede reden bedenken waarom hij dat überhaupt zou doen. Door het gevoel dat ik direct bij krijg weet ik dat ik goed zit. Ineens is het allemaal zo klaar als een klontje:
Hij wil haar laten weten dat ze geen angst hoeft te hebben!
Zou ze misschien banger zijn dan ik vermoed? Ze houdt zich zo flink.

Ik weet niet of het een goed idee is om deze gedachten te delen. Het maakt me heel kwetsbaar. Misschien word ik voor gek verklaart. Ben toch verder best wel een normaal realistisch mens. Ik schets de zaken hierboven zoals ze zich voor hebben gedaan, daar is niets aan gelogen. Hersenen zijn rare dingen. Zet twee mensen in de stad en de ene ziet de splinter nieuwe Maserati volledig over het hoofd en de ander het kleine schattige hondje. Terwijl het er toch allebei is. Ik bedoel maar: Blinde vlekken, we hebben
ze allemaal.

Voor de rest gaat het allemaal gelukkig gewoon zijn gangetje…

20140714-105341.jpg

20140714-105447.jpg

20140714-105455.jpg

Onweer op komst?

Donderdag.
Het is nog prachtig weer als ik uit mijn werk kom.
Bloedheet. Nu schijnt de zon nog, maar later op de avond zal het vast gaan onweren.

Rem is vandaag ook redelijk op tijd thuis.
Ik besluit hem spontaan te ‘ontvoeren’ naar het terras van ‘Havenrijk’, aan het Uitgeestermeer.
Kan ik mooi meteen mijn rondje fietsen.

Er is gelukkig nog net een tafeltje vrij. Rem neemt een biertje, ik een rosé. Wat is het lang geleden dat we zomaar iets leuks met ons tweeën hebben gedaan.
Zonder Kylian.
Zonder mam.
‘Heeft je moeder trouwens nog van die vreemde geluiden gehoord?’
Ik schud mijn hoofd. ‘Ze denkt dat het misschien ook wel eens een kauwtje geweest kan zijn’.
We hadden het ook nog even over de ‘spook’kat gehad. Volgens mijn moeder had hij -zeker weten!- grijze vlekken. En ik weet heel zeker dat hij spierwit was. Net als Spook.

We zitten zo lekker te kletsen en te eten dat we niet eens in de gaten hebben dat de mensen aan de tafeltjes om ons heen weg zijn.

Ik plaats wat foto’s op Facebook.
Gewoon.
Een biertje.
Mijn rosé.
Een zonsondergang.
Uiteindelijk gaan we zelf ook weg.
‘Moeten we vaker doen’.

De volgende morgen lees ik de reactie van een kennis op mijn Facebook. Ze wijst me op de vreemde foto van het bierglas.
‘Het is net of er een gezichtje in het glas zit’.
Ze heeft gelijk.
Nu zie ik het ook.

Het geeft me gelijk de kriebels.
Eerst al die kat, nu dit weer.
Wat gebeuren er toch een hoop vreemde dingen om me heen de laatste tijd.
Dit zijn dan nog maar twee voorbeelden.
Ik heb hier zo he-le-maal geen zin in.
Ben ik misschien gestrest?
Komt het misschien door het onweer in de lucht?

Ik weet niet eens of ik het wel wil weten.
Het was donderdag trouwens precies een half jaar geleden dat mijn vader is overleden.
Toeval of niet?

Denk dat ik maar wat meer ga tuinieren van de week.
Kan nooit kwaad.
Beetje aarden.
Stamppot eten.
Veel douchen.
Schone lakens.
Zonnige blogjes.
Op tijd naar bed.
Ik slaap trouwens ook weer als een krant de laatste weken.
Helpt ook niet echt mee natuurlijk.

Nou, het is wel een beetje een zeikblogje geworden. Het zij zo.
Laat ik dan maar met wat heel leuks eindigen:
Morgen komt Kylian weer thuis uit Llorret de Mar.
YEEH-HA!

20140712-172911.jpg

Over een nieuwe fiets, een pad en een witte kat

We doen eerst nog maar even een bakkie voor we naar de begraafplaats gaan. Er hangt net een hele grote donkere regenwolk precies boven Wormerveer in de verder strakblauwe hemel.
Vandaag gaan we de nieuwe fiets van mam inrwijden.

‘Ik had nou toch weer zoiets geks….’ begint mam nadat ik de twee bordjes op schoorsteen weer heb rechtgezet. Afwachtend kijkt ze me aan.
‘Wat dan mam?’
‘Er is steeds een heel raar geluid in mijn slaapkamer’.
‘O?’
‘Ja. Maar ik weet nu wat het is hoor. Ik heb er de hele nacht over nagedacht’.
‘En?’
‘Volgens mij is het een pad’.
Ik verslik me zowat in mijn koffie.
‘Een pad? Kom op mam, een pad??’
‘Ja, weet je nog dat je vrijdag mijn bed had verschoond? Ik denk dat hij toen in het profiel van je schoen is meegekomen’.

Mam moet er zelf ook een beetje om lachen. ‘Ja, echt hoor. Hij klinkt net als een enorme klapzoen. Eerst was het nog zachtjes maar hij klinkt steeds harder. Hij is natuurlijk gegroeid nu. Ik hoorde hem vanmorgen zelfs toen ik onder de douche stond’.

Ik pak mijn telefoon en Google wat padden geluiden.
‘Klinkt hij als deze?’
Mam schudt haar hoofd. ‘Deze dan misschien?’ We nemen alle kikker- en paddengeluiden bloedje serieus door.
‘Nee, het is meer zoiets als een enorme klapzoen’.

Samen gaan we naar boven.
‘Ik denk dat hij daar, achter het hoofdbord zit Nar’.
Ze wijst naar het nachtkastje van pap. Mam legt zijn foto voorzichtig op het bed. ‘Kun jij het bed niet een klein beetje naar voren schuiven?’
Ik krijg het niet voor elkaar. ‘Anders moeten we er even achter poeren met het zwaard van de schouw’, oppert mam.
Gehoorzaam loop ik naar beneden om het te halen.

Terwijl mam wat met het zwaard achter het hoofdbord poert, lig ik op mijn knieën onder het bed te wachten tot de pad van mam te voorschijn wil komen.
Niets natuurlijk.
‘Nou, dan is hij natuurlijk nu vast dood van de honger gegaan’, verklaart mam stellig.

Ze wil eerst nog een sigaretje. We nemen nog wat mogelijkheden door.
De radiowekker en de brandmelder kunnen het ook niet zijn. Dat weet ze heel zeker.
‘Ik had ook zoiets geks van de week’ vertel ik op mijn beurt aan mam. ‘De stroom was eraf geweest en dus weet ik zeker dat ik mijn wekker op dezelfde tijd als die van Rem had gezet van de week. Wat denk je? Word ik de volgende morgen wakker, loopt jij ineens veertien minuten achter. Nou jaaa hè?!’
We denken allebei even in stilte na.
Wat moeten we hier nou mee?

‘Pap had ook altijd van die klapzoengeluiden hè?’
Ik doe hem na. ‘En hij kon ook zo klak-smakken als hij zenuwachtig was’. Weer probeer ik mijn vaders geluidjes te imiteren. ‘Ja, zo klonk het wel…’

‘Maar je vader zou me nooit bang maken met enge geluiden’.
Nee. Dat geloof ik ook niet.
‘Maar misschien wil hij wel laten weten dat hij op je let en van je houdt mam. Geeft hij je gewoon een kusje’.
Ze wil er niet aan.
‘Ja hoor, straks heb je me nog zo gek dat ik nog een pad ga bedanken voor een kusje, haha schei uit’.
‘Nou ja mam, als het inderdaad een pad is kan een kus natuurlijk nooit kwaad’.
We lachen er maar om.
‘Kom op mam, ik pak je fiets. Het is droog’.

Voorzichtig fietst mam voor me naar de begraafplaats. Ik val nog net niet om. ‘Ging best goed toch?’

We blijven maar heel even.
Om half vier kan onze nieuwe wasmachine namelijk al bezorgd worden.
Arm in arm lopen we weer terug naar onze fietsen. Er staat een grote pick-up wagen van de gemeente op het pleintje. ‘Kijk mam, die kat. Net onze Spook!’ De grote witte kat springt op de voorkant van de auto en loopt langs de vooruit naar het dak. Dan is hij ineens niet meer te zien. We lopen om de auto heen om te kijken waar hij gebleven is. Ik buk en kijk onder de auto. In de bak van de auto. Niets. Nada. Nop.
‘Jij zag hem toch ook mam?’
‘Ja hoor, hij klom via de vooruit naar dak’.
Gelukkig.
Ik ben niet gek.
Daar komt de man van de plantsoenendienst al aan. ‘Zoeken jullie wat?’
‘Ja, een dikke witte kat’, antwoord mam. De man kijkt ook in de bak. Nogmaals kijk ik in de auto.
‘Nou, hier is geen kat hoor dames’.

Bij de Kerkstraat nemen we afscheid. Mam fietst wel alleen naar huis.
‘Was wel raar toch?’
‘Ja, vreemd hoor’.
‘Hebben wij weer hè?’
‘Nouhhh-ja’.
‘Dag mam’.
‘Dag kind’
‘En als je die pad weer hoort dan bel je maar hoor, dan komt Rem. Die heeft er vast wel een verklaring voor’.
‘Da’s wel goed hoor kind.
Ik ben toch helemaal niet bang voor padden!’

WE300: Maandagmorgen

Iedere maand kun je meedoen aan de WE 300 van Plato. Het is de bedoeling dat je een verhaal schrijft van 300 woorden waarin je het WE woord niet vermeld.
Deze maand is het woord ‘Gedenken’
Voor meer WE 300 verhalen zie:
http://platoonline.wordpress.com

Maandagmorgen

“Er is een meisje…”

met vast een staartje
in haar haar,
een kettinkje,
stralend als haar lach
gekregen op haar verjaardag
van een oma uit Wassenaar…

Met duizend vrienden,
een leuke klas.
Soms humeurig
vaak in haar sas.
Vast een sporttas -stand-by-in een hoek
en zo’n klein slotje,
op haar dagboek
Met natuurlijk een eigen wil,
dus al een tijdje aan de pil
en een baantje,
in een restaurant,

Ouders.
Een broertje.
En
Een fiets.

Slechts 1 vermelding in de krant
en dan heeft ze helemaal
niets.

“Er is een meisje
dood gereden
17 jaar”

Ik ken haar
niet.

Begin jaren ’90 heb ik dit gedichtje geschreven over een meisje van 17 die in ons dorp op haar fiets is aangereden door een automobilist. Ze is hierbij overleden aan haar verwondingen.