Kamperen in de jaren ’70 deel 2: de Oude Boomgaard

Ik was een jaar of vijf, zes toen we de caravan naar Oudkarspel verhuisden. Iedereen had daar zijn eigen afgebakende tuintje. Op ons plekje stond een prachtige oude perenboom. Mijn vader plaatste een houten hekje met van die schuine halfronde latjes en maakte borders aan de zijkanten. Op een dag verzonnen we een naam voor de caravan: ‘In’t Zonnetje’. Pap maakte een houten naambordje en daarbij was het ding gedoopt. Zus en ik mochten ook een eigen stukje border om te beplanten.
De tuinkabouters vierden hoogtij in die dagen.
Onze tuinstoelen hadden nog metalen veren waarmee de zittingen aan het frame waren bevestigd. Mam had stof op de markt gekocht, en ze zelf gemaakt. Van tijd tot tijd sprong er weer eentje. Het windscherm had exact hetzelfde motief als de zittingen op de stoel.
Het was een gezellig en bont geheel.

Ik had een vriendinnetje. Ze kwam uit Friesland. In mijn beleving was dat een land hier ver, heel ver vandaan waar het -je raad het al- ontzettend koud was. Ze had ook rode klompjes. Muiltjes, net als ik, en ze stond in het paadje tegenover het onze.
Op een dag kwam ze gewoon nooit meer. De donkerblauwe voortent bleef dicht.
Potdicht.
Pas veel later hoorde ik van mijn moeder dat ze doodgereden was.
Voor de camping.
Ik zal haar nooit vergeten.
Maar haar naam ben ik kwijt.

Onze wereld werd natuurlijk steeds groter. We mochten steeds verder. Zelf naar het winkeltje om een schuimblok of een Drie Musketiersreep te kopen in het winkeltje voor een duppie. Of een vanille ijsje voor een kwartje. Hoewel we natuurlijk ook wel in de speeltuin te vinden waren, banjerden we ook gewoon wat rond, op zoek naar avontuur.
Thrillseekers, dat waren we!
Zus, die later zwarte Piet wilde worden, kon klimmen als de beste, en waar zus was, daar was ik natuurlijk ook. Op het grote veld werd in de zomer van alles georganiseerd. Er werd een rond zwembad geplaatst, waar overdwars een ronde paal werd gehangen. Aan het eind van het veld stonden twee schuine klimdelen die 1 keer per jaar net als de ronde paal werden ingesmeerd met groene zeep: de Zevenkamp.

Groot en klein had dan twee dagen lol. Als ik zo terug denk waren mijn ouders ook nog hartstikke jong. Mijn vader 37, mijn moeder nog maar net 30.
Ik heb al eens eerder verteld dat mijn moeder een hele mooie vrouw was. Met haar gebruinde huid, groene ogen en zwarte lange haar was ze een schoonheid te noemen. Als we zonder pap op stap gingen floten de mannen vaak naar haar. Die avond deed ze mee met het verkleed voetbal als indiaan. Ja, ze hielden wel van een feestje daar.

In die tijd, ’73, ’74, werden er ook disco avonden gehouden. Natuurlijk mochten wij daar ook een uurtje heen. Ik zie me nog zo in mijn roze-witte Spaans rok die ik van tante Nel had gehad, zwieren op de dansvloer. Alleen. Rond en rond. ‘Meisjes met rode haren’, Mijn neefje Creon was helemaal idolaat van Crazy Horses, gek werden we ervan.

Rond een uurtje of negen was het voor ons natuurlijk de hoogste tijd. Meestal bracht mam ons naar bed. Inmiddels was ‘in t Zonnetje’ ingeruild voor een Constructam. Het was liefde op het eerste gezicht geweest. Met mosgroen gebloemde zittingen, witte kleine valletjes met bruin-oranje roesjes en knaloranje gordijntjes gaf mijn moeder er nog eens een geheel eigen touch aan.
De bruin-oranjevoortent was natuurlijk de kers op de taart. Maar ik dwaal af: het bedritueel. Zus en ik sliepen samen in het ronde gedeelte. Ik was het kleinst, dus ik moest bij het raam. Naast ons bed hing een oranje gordijn wat ons een besloten gevoel gaf. Maar voor het zover was moest er natuurlijk eerst een verhaaltje verteld worden, en vaak was dat: ‘Er waren zeven rovers’.
Of het een bestaand verhaaltje was of gewoon een eigen verzinsel dat zal ik haar nog eens vragen. -Kent iemand van jullie het?-
Na het verhaaltje ging ze gewoon weer terug naar de disco hoor. We waren gewoon alleen. Dat was vrij normaal. Om het half uur ging 1 van de volwassenen dan een rondje langs de caravans. Gewoon bij tourbeurt.
Even luisteren.

Wat ontzettend leuk toch om daar allemaal aan terug te denken. Al schrijvende komt er nog zoveel meer boven.
Ik wil het gewoon nooit vergeten.
Mag het ook nooit vergeten.
Misschien is het diezelfde drang waardoor ik nog zoveel onthouden heb.
In beelden.
Het zijn allemaal beelden in mijn hoofd.

Advertenties

5 gedachtes over “Kamperen in de jaren ’70 deel 2: de Oude Boomgaard

  1. Das ook het fijne van een blog: geschreven herinneringen. Het is waar wat je schrijft: als je er eenmaal aan begint te denken, valt je het een na het ander binnen!
    Baai baai! xxx

    Like

  2. Het leuke van het bloggen is dat je voor jezelf toch ook een soort dagboek schrijft en inderdaad komen er vaak al schrijvende weer nieuwe beelden in je op! leuk om jouw jeugd een beetje mee te eleven.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s