Verhaaltje tbv Actie WFC Wormerveer KiKa /AVL

WFC naar de hoofdklasse:
25 jaar geleden.

Het was een mooie eerste Pinksterdag.
Mart en ik sliepen in de flat van Sandra en André op de Herman Gorterstraat.
Zelf waren ze weg.
Baerle Nassau.
De kat kon niet mee.
Zodoende.

We hadden de hele eerste dag op het balkon gezeten. Slechts afgewisseld met het wiebelende waterbed.
Mart was geblesseerd.
-Ik een beetje zeeziek-

Mart kon niet goed lopen.
Hij had vaak wat.
Hij lag meer bij Kees de fysiotherapeut dan bij mij.

Ik werkte in die tijd als verkoopster bij bakker Dirkson.
‘Hoe gaat het nou met Martje?’
Hoevaak werd die vraag me niet gesteld.
Martje het goudhaantje.
Mart, de geweldige linksback die ook nog eens verrassend goed kon aanvallen.

Natuurlijk kwamen de scouts.
Az. Vitesse. Haarlem.
Volendam.
Nog meer hoor.
Op een dag mocht Mart meespelen bij Haarlem.
Hij had nog geen rijbewijs.
Ik wel.
Mart studeerde nog.
We huurden een auto bij garage Zwart.
Gewoon.
Voor de leuk.
Een mosgroene Opel.
Dat weet ik nog.
En ik nam de verkeerde afslag.
Die naar Alkmaar.
‘Wat doe je nou?’

Terwijl Mart zich om ging kleden, ging ik naar de kantine.
Het regende zachtjes.
De tribune was nagenoeg leeg.
‘Speelt je vriend ook mee?’
Een man aan de bar.
Ik knikte trots.
‘Wat speelt hij?’
‘Links-back. Die links-back die ze nu hebben is al heel oud’.

Mart was klaar.
Het ging best aardig.
‘Wat stond je net gezellig met Andre Stafleu te praten schat’.

Een week later werden we uitgenodigd voor een borrel na de wedstrijd in het spelershome.
Mannen in pak.
Spelers in pak.
En wij, in ons gewone alledaagse kloffie.
Mart wees het aanbod af.
-Het pilsje niet-.

Daarna kwam het Nederlands Amateur team in beeld.
Dat jaar waren de WK net in Nederland.
Zul je net zien.
‘Hoe gaat het nu met Martje.
Heeft hij nog wat gehoord?’
Veel klanten kwamen niet eens zo zeer voor het brood volgens mij.

Tja.
Die blessures.
Meestal viel het na de wedstrijd nog wel mee.
Meestal kwam de pijn altijd pas na de bier opzetten.
Als we net in zijn of mijn eenpersoons bedje lagen.
Zaten we weer midden in de nacht bij de huisarts.
Of in de Heel.
‘Kan hij wel meespelen denk je?’

Pinksteren 1989
Mart kon niets.
Nou ja, dat balkon,
-en dat wiebel bed-
Ik ruimde op.
Deed de boodschappen.
Schonk wat in.

Mart belde.
-Nee.
Rectificeer:
Hij belde nooit.
Mart werd altijd gebeld!-
Steeds gebeld.
Kranten voor interviews.
-Hij kon toen al lekker lullen-
Vrienden.
De spanning steeg op het hete balkon.
We aten broodjes hamburger speciaal.
Met ei!
Van de Cor Bruijnweg.

We sliepen die nacht slecht.
Pijn.
Warm.
Zeeziek.
‘Nar, kun je even…?’
Zenuwen.

Eindelijk was het tweede Pinksterdag.
Stil in de spelersbus.
Eigen gedachten.
De vrouwen ook.
Zouden ‘we’ het vandaag nog eens flikken?
Zouden ‘we’ nog een keer op de karren door de straten gaan van Wormerveer?

Ik herinner me alleen heel veel sigaretten.
En de andere spelers vrouwen.
Sandra, Alice, Corina, Helga.
En nog veel meer.
Zenuwachtig gegil.
‘O Nee, ga weg daar!’
Mart aan de overkant.
Op een klapstoel langs de lijn
Op die mooie tweede pinksterdag.

Van de wedstrijd herinner ik me niet veel.
Wel van die in Utrecht.
In twee delen.
Gestaakt.
Datzelfde seizoen.
Tien supportersbussen.
En nu zelfs nog meer.
Heel veel spandoeken.
Voor 1 team.
1 wereldteam.
Wat zeg ik?
Vriendenteam!

Dan eindelijk het eindsignaal.
Ontlading.
De gekte barste los.
Dolle dwaze mannen.
Dolle dwaze vrouwen.
Dansen en springen op het veld onder een regen van
champagne

De bus.
‘We are the champions’
Bolle Jan.
“En een papegaai is veel te klein…”
Feest.
De rondrit.
Feest.
Jongens wat prachtig.
Eten in het jeugdhonk.
De Bres.
Feest.
Gekte.
Bier.
Vooral veel bier.

Opeens kon Mart weer best lopen trouwens.
Zijn krukje was hij in het feestgedruis schijnbaar kwijtgeraakt.
Kijk, daar stond hij op de dansvloer.
‘Straks gaan wij dansen Nar’.

Mart werd opgeslokt door de supporters.
Zijn vrienden.
En heel veel vrouwen.
Bier, euforie.
Speeches.
En nog meer Queen.
Met de armen om elkaar.
1 grote WFC familie.
Dat waren ‘wij’.

Mart bleef dansen.
‘Dans je zo ook nog even met mij?’
Ik was zo jaloers als de pest.
Het was er aan het eind van de avond nog steeds niet van gekomen.
Zijn been deed ineens weer zo’n pijn.
Strompelend en laveloos verlieten we uiteindelijk samen het feest.
‘O. Mijn kruk. Wil jij me kruk zoeken Nar’.

‘Volgens mij redt je het prima zonder Mart. Probeer maar eens!’
Hoewel het niet eens echt een harde duw was geweest tuimelde Mart zo van de bordes trapje af.
Lag ie dan.
-Kon ‘ie weer naar Kees!-

Tja. Herinneringen aan die dag.
Iedereen heeft de zijne.
Dit waren een paar van de mijne.

Fantastisch dat deze mannen – want dat zijn het inmiddels- deze actie voor Kika en het Anthonie van Leeuwenhoek hebben opgezet.
Het zijn nog steeds vrienden.
Fenomenaal.
En een aantal van hen heeft dagelijks te maken met (de gevolgen van) kanker.
Net als zoveel mensen.

Maar dit weekend is het het feest.
En natuurlijk ga ik heen.
Herinneringen ophalen.

Maar vooral ook om te sponsoren.
-En oké. Misschien wordt het na 25 jaar toch ook wel eens hoog tijd om mijn excuses aan te bieden aan dat Martje van toen-.

Advertenties

8 gedachtes over “Verhaaltje tbv Actie WFC Wormerveer KiKa /AVL

  1. Mart is niet echt doorgebroken als ik het zo hoor. Het is maar goed dat het niks tussen jullie geworden is uiteindelijk. Ik woonde boven Ab ten Broek, de man die later, namens Parteon mijn aanvraag voor een nieuwe WC pot afwees. Kan niet, daar is je WC te klein voor. Bleek later gelul te zijn. Voetballers zijn manipulateurs.

    Like

    • Hij was te blessuregevoelig. En dat is best sneu als je zoveel talent hebt. Voetballers manipulators? Plato, stop je mensen nu niet heel erg in een hokje? Ik was ook een voetballer hoor.
      Mart is uiteindelijk toch ‘ doorgebroken’ Hij heeft een goede baan en is daarnaast trainer van een club in de topklasse.
      Het is nog steeds een schat van een man.

      Like

  2. Nou excuses lijken me niet echt nodig of eh…. van hem aan jou misschien omdat hij jou zo achter zich aan liet lopen;-) Van voetbal weet ik natuurlijk helemaal niéts dus ik weet niet eens waar je het over hébt;-)

    Like

  3. Voetballers vind ik eigenlijk allemaal een beetje aanstellers. Sorry voor het generaliseren… Wielrenners, dát zijn pas kerels. Ze rijden in het prikkeldraad, er hangt meer huid aan dat draad dan op hun been, maar ze springen stante pé weer op de fiets. Bikkels!
    Sneu dat je voetballer zo blessuregevoelig was. Daar vraag je ook niet om. Hij heeft het wel een tijdje mooi getroffen met jou 😀

    Like

    • Ach, aanstellers waren deze jongens zeker niet hoor. Er was in die tijd al veel zgn. Salaris in omloop in de clubs in de hoofdklasse, maar dit team speelde voor nop en moesten er heel veel voor laten. Supporters meenden soms zelfs dat ze er wat van konden zeggen als we op de vrijdag voor een wedstrijd een feestje hadden! Ze kregen dat jaar een weekendje Brugge en wij mochten mee.
      Voor mij waren het wel bikkels hoor.
      Wat zij in drie jaar gepresteerd hebben is ongelofelijk knap.

      Ja, wielrenners zijn bikkels!
      (Met fantastische kontjes;-)

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s